Pierrette

Tonnerre

Ik verlaat het huis waar ik een nachtje mocht doorbrengen, ‘Une Maison pour femme victime de violence’ en breng de sleutel terug naar het gemeentehuis.
De straten zijn leeg. Op vele plaatsen hangt ergens aan een venster ‘À Vendre’. Een bloemenwinkel. Even binnen… ik kom buiten met twee roosjes met een kleurrijk raffia lint.

Het gemeentehuis van Tonnerre. “S’il vous plaît madame et merci pour votre aide hier soir et votre collègue ou puis je la trouvé…ah, je la vois”, en ik geef de andere roos aan de dame die doorheen het paperassen en protocol me naar het huis bracht nadat l’hébergement du presbytère weigerde te openen.
“Oh, mes c’est gentil. Ils fallait pas.” “C’est avec un grand plaisir et le plaisir de vous faire plaisir me fait plaisir.” Ik verlaat het gemeentehuis, in vreugde en fris voor een nieuwe dag.

Naar de bakker. Hmm, welkeen. Twee bakkers naast elkaar.
“Bonjour madame, je crois que c’est la première fois que je vois deux boulangerie l’un à côté de l’autre. Vous êtes la même maison ?” “Nonnon, en est deux boulangerie séparé. Cela a toujours étais comme cela. Depuis bien longtemps. Et cela ce passe bien, il n’y a j’amais u de guerre entre les deux”, weet de vrouw me te vertellen. Ondertussen bestel ik me ‘une Gougere’, dit is een soezendeeg met kaas erin. Terwijl ik betaal zeg ik, ” Bhein, C’est bien de entendre cela. Faire une porte entre les deux dans le mur, ce serait bien, non!” “A non, faut pas exagéré”, zegt de vrouw voor ik de winkel verlaat.

Tonnerre is een stad die mij niet echt aantrekt, de stad voelt wat somber aan. Donkere verborgen steegjes. Smalle doorgangen… en op veel plaatsen… sluikstort.

Ik neem een trap die me naar een heuvel zal brengen en kom op een open plein terecht. Ik kijk wat rond en zie dat onder mijn voeten, verborgen onder het nieuwe plein, een crypte aanwezig is. Helaas, gesloten. Ik draai rond op het plein, het doet me denken aan mijn eerste handwerk op school. Een rij smalle pitoreske huisjes in kruisjessteken.

Ik wandel langs wijnranken, de ene heuvel na de ander. In de verte zie ik daken, ik nader een dorp. Ik zoek de kerktoren.. plots zie ik dat de kleur van de kerktoren zich heeft vermengd met de natuur…verborgen.

Het dorpje Collan ligt in een diepte. Ik moet dringend naar het kleinste vertrek. Hmm, midden in een dorp is dit niet echt handig. Ik klop aan, “Bonjour madame, je cherche un endroit dans le village où je pourrais aller au toilet et me mettre un peut au chaud pendant que je mange”. “Aller à la salle municipale, le maire viendras vous ouvrir.” Ik ga tot aan de feestzaal, na een academisch kwartiertje en vooral voor mijn darmen die wat ongeduldig zijn, ga ik terug naar de vrouw. Met de telefoon in de hand, laat de vrouw me bij haar thuis binnen. We zetten beiden een masker op. Ik hoor dat ze nog aan de telefoon is met de burgemeester.
Uiteindelijk kan ik bij Pierrette wat uitrusten. Ze doet het verhaal van haar pas overleden broer, die gisteren werd begraven. We eten samen, zij in de zetel, ik aan tafel…Na haar warm knus huisje te hebben getoond, een koffie te hebben gedronken is het tijd om terug verder te trekken… Ik plaats mijn handen samen, kijk Pierrette aan en buig terwijl ik de Namaste groet doe. Ze gooit me nog een handkus… Ik hoor haar deur sluiten.

Ik verlaat dit aangenaam dorp en zie het al snel verdwijnen in het dal. Alsof het opgeslorpt is door de omliggende heuvels.
Mijn avond eindigt in Chablis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Aarde

De laatste dagen zijn de temperaturen terug aan het dalen en wandel ik hier en daar in regenbuien. De natuur heeft het meer dan nodig, want vele velden stonden werkelijk droog in deze periode. En een fikse regenbui in maart, brengt soms een levens-geschenk, vooral wanneer de regen en zon een samenspel hebben en je de regenboog voor je doen verschijnen.

De weinige ontmoetingen die er zijn langs de weg, zijn allen zeer verrijkend en hart verwarmend.
Zo klopte ik de ene dag, op de middag, aan bij het gemeentehuis van… De naam ontsnapt me. De vrouw aan de balie belde onmiddellijk de burgemeester op en binnen de kortste keren stond ik met twee vrouwen in een lokaal, die als de muren zouden kunnen spreken doorheen de jaren heen veel te vertellen zou hebben. Het kadaster.
De verwarming werd onmiddellijk aangezet. De vrouw van de burgemeester had een maaltijd meegebracht die ik in de micro oven kon opwarmen.
Ik melde dat ik aangevallen werd door drie honden aan de ingang van het dorp. “OH, chez le fermier… , ce n’est pas la première fois”… en toen deden de twee vrouwen een ander verhaal… ik stond aandachtig mee te luisteren naar hun verhaal… Over een zogezegde onaangename vrouw die hulp weigert… “Tu c’est en dit les mauvaise herbes ne périt pas”, deelt de vrouw in de groep. “Oh, les mauvaise herbes, il viennent que mauvaise que quand en les mange.” “Oui, c’est vrai”, zegt de ene vrouw terwijl ze me glimlachend aankijkt.

De kleigrond probeert zich vast te grijpen aan mijn sandalen en komt zelden hoger dan de voetzolen binnenin, zo blijft mijn lichaam moddervrij en droog. En telkens wanneer een laagje te hoog komt, valt het af.


Ik zou kunnen blijven steken in de modder… klagen en zagen. De bedenkingen maken ‘Oh, mijn voeten zullen vuil zijn, ik zal natte koude voeten hebben….

Ik zal, ik zou kunnen, ja maar natte en koude voeten daar kan je ziek van worden, dat vind ik niet fijn… allemaal toekomst gericht… en die niet zo hoeft te zijn.

Splatsh… Splatch…
Hi, ik beleef er zelf plezier aan. Het is niet leren dansen in de regen, het is ‘ik dans in de regen’. Het water zorgt ervoor dat de modder – en laten we niet vergeten modder-aarde-moederaarde – wordt verwijderd of door de regen-water, een plas of stromend water op de weg. Zalig toch. En mijn voeten, mijn wollenkousen houden mijn voeten warm. dankjewel schaap.

Allemaal keuzes hoe men de zaken bekijkt. niet waar! Wat is jou invalshoek?
PS. Pas wanneer modder lang blijft kleven, daar kan je ziek van worden… 😉

Van een gîte touristique, naar un gîte communale, un presbytère… Allemaal, plaatsen waar pelgrims welkom zijn waar comfort, schoonheid en een sfeer wordt ‘gecreëerd’ om zich thuis te voelen. Waar je een sleutel ontvangt, meestal met nummer na het betaalcontact. Want vandaag in de meeste plaatsen mag men zelf voor deze aktie de hand niet meer uitsteken.
En hoewel de ontvangst vriendelijk en warm was/is. Toch mis ik hier iets in.

Persoonlijkheid, Het samen-Zijn, het samen leven, samen delen, zich openstellen voor de ander, voor elkander, persoonlijkheid…

… en zo ontvangde ik deze week van Julien ‘Merci pour cette rencontre fort sympathique et ton petit clin d’ oeil à notre maison.’

En van wie wordt jij de komende dagen le ‘ petit clin d’ œil’!? Ga iemand bezoeken en laat je niet beetnemen door angst
en wees iemand’s licht.

Klik HIER voor een kortfilmpje

En nog eentje klik HIER

Prosterner

Door de badkamer, een gang, een eetplaats, een tweede eetplaats, nog een gang… Om dan uiteindelijk in de keuken aan te komen…een klein kasteeltje.
Aan de ontbijttafel deelt Robert verhalen over de geschiedenis van het dorp, over het geloof. Een man met een enorme kennis en levenservaring. Zijn manier van delen over het geloof spreekt me aan. Het zit vol leven, vol-diepte, doorleeft…

… “C’est rares que les gents savent encore ce que c’est ce prosterner, ce mettre à deux genou et une flection”. Hij legt me de symboliek uit. “Vous pouvez me répéter svp . il y a quelque chose qui m’interpelle et me fait pensez à une expérience que j’ai vécue à Rochefoucauld en 2017 pendant un pèlerinage.” (le pardon-2017)

“Prosterner–En est le chemin, devant les pas du christ.
À deux genou, en est serviteur. Qui ce mais devant son maître.
1 flection, attitude du soldat qui est près à bondir la ou en l’envoie, la ou en lui montre le chemin.”

“Oh, mais je comprends maintenant…”. Met ontroering en in vreugde doe ik het verhaal over het moment waarop een kracht mij ooit op de grond duwde midden in een kerk en ik volledig plat op de grond kwam te liggen al wenend. “Merci, à toi Robert. Merci de votre partage, cela me touche et me fait comprendre le pourquoi”.

Ik herinner me nog zo goed hoe ik mocht worstelen met het ‘Onze Vader’, waarin er staat geschreven ‘vergeef onze schulden’, ik vond dit oordelend geschreven, ik zag dit als een vinger wijzend, als goed en fout. Want, als men moet vergeven dan zit het oordeel er al in dat men iets verkeerd heeft gedaan. Ik bleef de tekst te kortzichtig zien vanuit toen mijn beleving en buiten mij.
Tot het moment dat een kracht mij op de grond duwde. Ik barste toen in tranen uit en de beweging opende iets nieuws. Ik werd toen bewust, ik kon de anderen gemakkelijk vergeven, maar niet mezelf.
Pas vandaag kan ik zien en wordt ik me bewust van hoe het in elkaar zat, het waarom, kan ik er woorden aangeven en brengt het me nog verder wat toen was….
Omdat het gemakkelijker was buiten mezelf te kijken. Mezelf vergeven was een andere zaak. Want het was ‘mijn’ oordeel van goed en fout, het was ‘mijn’ verantwoordelijkheid om de tekst zo te interpreteren Natuurlijk worstelde ik ermee, want ik had de dualiteit zelf gecreëerd. Ik had me zelf een last op de rug getimmerd.
Iedere beweging start namelijk vanuit mezelf… ‘Ik dacht’ dat mij onrecht werd aangedaan – en laten we dit vandaag los zien van de situatie van toen.
‘Ik bleef’ dingen dragen op mijn schouders, terwijl niemand mij vroeg om ze te dragen.
‘Ik bleef’ hopen op een bevestiging, een verontschuldigen naar mij toe, zie mij.
Ik nam zelf al deze lasten op mij.
Er bestaat geen goed of fout in Liefde. Liefde kent geen lasten, geen kwellingen.

Terwijl Robert boodschappen gaat doen en Delphine wat paperassen werk. Sta ik voor de grote kachel in de keuken in afwachting voor de vergadering van het nieuwe pelgrimsseizoen als hospitalier en geniet ik van de warmtestralen op mijn rug.
Buiten kletteren de hagelstenen op het raam.

Tegen de middag vertrek ik. Robert vergezeld me tot het begin van het GR pad.

Zodra ik het bos inloop voel ik me ambetant. Grr… een tekst bleef in mijn hoofd ronddraaien. Ik begin te wenen. Voel twee gebalde vuisten, mijn lichaam gaat zich plooien, ik begin te kokhalzen.
‘Komaan Jasmine’, ik zet mijn twee wandelstokken en voeten stevig op de grond, leunend met mijn twee handen op mijn stokken hou ik ever ’n halte.
Ik adem diep in en uit en kijk naar de natuur.
‘Help me om de realiteit te zien en niet wat mijn denken er van maakt’, vraag ik of mag ik zeggen bid ik.
De rust komt terug. Mijn lijf komt uit spanning. Ik wordt terug één geheel. Weg uit de rigiditeit, de paardenkleppen, naar openheid en vrede.
De Zon komt tevoorschijn. Zalig. Het was.

In de natuur staat het vol Heleborussen.
In een volgend dorpje vraag ik een vrouw of ik me even mag schuilen om te eten en om me wat warmen. De vrouw laat me toe in haar gîte. Het voelt hier zogoed dat ik uiteindelijk beslis mijn dag in te korten en hier te blijven. Een namiddag blokfkuit spelen, kleren wassen, quality time, chillen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Baudoin

Baudoin

Ik hoor Armelle en Elouan lopen van hun kamer naar de badkamer, trappen naar beneden… De expresso machine.
Ontbijt en zich klaarstomen om naar school te gaan. Alles gebeurt heel gestructureerd en ik voel dat ik een tandje bij mag zetten. Oehoe, dat ben ik niet meer gewoon. Rugzak vullen, halen.
Gisteren avond kreeg ik van Elouan, nadat ze mijn bed als springplank mochten gebruiken, een hartje voor het slapen gaan.
“Je te redonne le petit cœur merci à toi. Toute la nuit le cœur m’a accompagner. ” Verlegen kijkt Elouan me aan. Nog even pauzeren voor de foto met de twee jongens. Zo een lieve kinderen.

In Bar sur seine geven de Primula kleur aan de borders, tussen de vele troep die de mens achterliet, flessen wijn, blikken, papier, plastiek.
Ik wandel tot in het centrum en geniet van de prachtige architectuur die er te zien is. Het ene steegje in, het andere uit.
Ik haal me een afhaal koffie en zoek een plaatsje in de zon.

Ik vul mijn dagboek aan, tussen de vele korte schrijfsels en woorden die ik onderweg typ om niet te vergeten. Al wandelend komt vaak mijn creativiteit los en dan is een notebook of de opname functie op de telefoon wel handig.

Bij het verlaten van de stad wandel ik naast de Seine, links en rechts een bos. In de verte zijn de eerste heuvels zichtbaar van de Champagne.
De velden worden klaargemaakt voor de bloei en krijgen hun zoveelste snoeibeurt. Sommige vertonen een grote stam aan de voet van de rank.

Een man stapt uit zijn wagen. “Bonjour monsieur c’est vignes vous appartient ?” “Oui” “Elle a quelle age. En voyons les pieds j’ai bien l’impression que ce n’est plus des jeunes.” “Oh, Non, c’est vrai. Tous ce que vous voyez ici a 35 ans”. “waw, jolie travaille.”
“Et vous que faite vous”, vraagt de man. “Je suis en route pour Vézelay ou je vais passer les fêtes de Pâques, puis je reste encore 14 jours comme hospitalièr.” “Oh, c’est quoi ?” “c’est prendre soins et acceuillire les pèlerins en route ou aux départ pour Saint-Jacques ou Assise.”
Hij leunend tegen zijn wagen, ik op mijn wandelstokken spreken we elkander aan alsof we al gans ons leven bevriend zijn.
“Je m’appelle comme votre roi… Baudoin”, zegt de man. “Vous savez comment cela s’écrit chez nous dans notre langue.. B.. O.. U.. D..”, en ik doe zo verder. “Aha, et dans votre nom en néerlandais le ‘wijn’ veut dire vin”. Hij kijkt me ongelovig aan.. “Sisi, croyez moi.”

Ik stap verder en wanneer hij langs rijd met zijn wagen opent hij zijn deur en zegt, “mes comment tu fait avec les sandales par ce temps. Et c’est chaussette à cinq doigts.” “Bhein, comme avec les bottines. Je marche”

Wat een fijne babbel hadden we en wat is het fijn om plots bewust te worden dat ik via mijn beweging hier en daar zaadjes uitzaai.

Stel je voor dat we allen enkel nog hartgedragen bewegingen maken en we bij iedere stap die we hebben gezet er zich iets kleur-fleurrijk ontvouwt en er een bloemige zoete geur zich gaat verspreiden…men in een kleurrijke wereld terechtkomt, de straten zich vullen. De vlinders fladderen, er hier en daar een bankje staat waar twee mensen de tijd en ruimte nemen voor elkander.

Wat denk je! Doen!

Zo heb ik ook mijn doosje met zaadjes van de stokrozen uitgehaald om ze langs de weg uit te strooien.

Ik kom aan in Ricey-bas op aanraden van Samuel. En ik ben blij zijn raad te hebben opgevolgd. Wat een prachtig pittoresk dorpje. Ik ga binnen bij ‘la fleuriste’ . Een vrouw die reeds een stuk van de camino wandelde. “OH, quand je vous vois j’ai tellement envie. Mes toute cette histoire de Covid m’empêche de partir.” “N’hésitez surtous pas à prendre le chemin. Si vous sentez l’appel, allez y.” Ze helpt me iemand te vinden voor een overnachting en leent me de sleutel van de kerk.

Wanneer ik terug kom na een bezoekje in de kerk, koop ik me een boeketje tulpen.
Met de tulpen in de ene hand en de paraplu in de andere kom ik aan bij mevr. en Mr Payen. Die me met een warm hart ontvangen in le Ricey – bas.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Lumière

Ik klop aan de deur van het woonhuis. Een man met baard en bril doet open, brede voorovergebogen schouders, tussen zijn armen en zijn lijf lijkt het erop alsof er een luchtbal tussen zit die verhindert om zijn lichaam te laten ontspannen. Op tafel staat koffie. Ik zet me. Recht tegenover mij een kleine tengere stille vrouw. “Bonjour… “, en om de sfeer in het huis wat de doorbreken, “… les enfants sont parti à l’école ?”, vraag ik haar. We kunnen eventjes een gesprek aangaan tot de man een vraag stelt. Haar ogen richten zich terug naar beneden.
De man praat verder en een vraag die regelmatig naar me toekomt is ‘wat mijn werk is’. En van het één komt het ander. Van vaderstaat, naar het verschil tussen België en Frankrijk (hij is nl. van Belgische afkomst), naar geschillen in burenruzies… ‘dit zou van mij niet waar zijn’, naar advocaten, in gevecht gaan met het systeem, in gevecht met wat buiten zich afspeelt en continue bij die ander zijn en wijzen, omdat men denkt de waarheid in handen te hebben, zich verbergt achter wetten en regels om ze dan te gebruiken wanneer het ons uitkomt en ze ook graag overschrijden wanneer het ons uitkomt.
Ik luister en blijf zo goed mogelijk bij mezelf om me niet hierin te laten meeslepen.

Oh, wat ken en herken ik dit… het gevecht om ‘gelijk’, zie mij… , om een positie in te nemen alsof dit bijna een noodzaak of een moeten is om in een bepaald kader te passen. Terwijl dit beeld iets is die we buiten onszelf hebben waargenomen, en we dan nog eens in gevecht gaan tegen dit beeld die buiten onszelf was (en soms nog is) en eigen hebben gemaakt daar we van niet beters wisten. Het meegaan in het verhaal om erbij te willen horen, niet afgewezen te worden, gezien te worden, erin opgegroeid zijn….

De man weet me ook te delen, dat de huidige situatie hem zwaar begint te wegen. Hij doet dit door een verhaal van een vrouw te vertellen die in zijn ogen sterk was, een ‘plantrekker’, zoals hij het verwoord. Door dit beeld te schetsen komt hij plots bij zichzelf en deelt hij, “je n’est jamais pensé que un jour ou autre la dépression viendrais si près et frapper à ma porte. Je crois que je n’en suis pas loin”. Terwijl hij dit deelt zie ik zijn lichaam zachtjes zakken, zijn stem wordt zachter… zienderogen veranderd zijn lichaam.

Is dit niet de beweging, het beeld, die velen vandaag krijgen en maken. Is dit niet eigen aan de tijd! (al altijd wel geweest, maar nu op groter vlak.)

Aan de ene kant het blijven aan de touwen trekken, in gevecht blijven gaan om niet te verliezen, om gelijk te krijgen omdat men denkt de waarheid in handen te hebben.
En aan de andere kant zich klein maken, volgzaam zijn omdat men denkt ‘ze zullen wel gelijk hebben’.
In beide gevallen zijn ze nefast voor het individu.

Zien we niet de muren rond ons in elkaar zakken, zien we niet de externe maatregelen wankelend worden, en gaat men vanuit de instantie deze gaan bestrijden door de ander extreem kort te wieken in een manipulerend en onder de noemer ‘zorg voor elkander’ reklame, dit zou ik kunnen noemen zacht-geweld, het blijft geweld.
Is dit niet een vorm van angst die zich laat tonen, waarin we in gevecht of onderdanigheid gaan om de schijn-veiligheid die ons wordt aangeboden vanuit een controlende beweging vertrokken uit angst. Is dit niet wat vandaag wereld wijd aan het gebeuren is.

Terwijl het belangrijk is net vandaag, en liever gisteren dan morgen om naar binnen te keren en vandaaruit terug naar buiten te komen. Trouw aan zichzelf en niet wat ons in het strot werd en wordt geduwd, mijn excuses voor mijn uitspraak, ik vind geen ander woord om te duiden.
Ik zou hier misschien verder kunnen op ingaan. Dit zal ik niet doen, omdat ik daar allang niet meer voor kies. Ik wil hier ook niet een waarheid verklaren, wel een delen die ‘door’ meheen komt in het Nu.

“Oh, vous savez cela fait bien longtemps que je ne crois plus dans ce mouvement de combats. J’ai vue, je vois des gents ce détruire, l’un et l’autre. Mes surtout soi même à petit feu.
Je reconnais ton histoire, car j’y suis passer par la.
Et dans le passer j’ai reçue une cage en or, le jour où j’ai ouvert la petite porte de la cage, je me suis donner la chance de trouvé l’or à l’intérieur de moi. Lumière qui est en moi, en toi en vous.
Je ne crois que dans ce chemin qui nous enmenne vers la liberté et le bonheur. Je pourrais peut-être bien appeler cela ‘Un combattons de Lumière,’ . Et où le mots combats prend toute une autre valeur.
Car combattre n’est plus nécessaire… être Lumière.

Een strakke wind… een fijne regen als een voilengordijn… mijn paraplu…
Als een schipper die zijn zeil optrekt… ‘direction bon-port, direction le soleil’.

Als een schipper die de keus maakt waar hij naartoe wenst, rekening houden met de natuurelementen en aandacht wens te geven aan de vloeiendheid des levens en niet aan wat een schip doet wankelen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Jaune

PilPoil et Solinne

Samen met Solinne en PilPoil maken we een ochtendwandeling in het rustige dorp Unienville. Al vroeg in de morgen weet Solinne me het één en het ander te vertellen, een echte spraakwaterval. Wat een fijne meid.

In Amance splitst de GR654 (Vézelay – CAMINO Compostella) en de GR145 (VIA Francigena – Rome).

Aan een heel oude schuur, zie ik een greppel gegraven. Mijn nieuwsgierigheid doet me stoppen. Ik vraag een man wat hij doet uit interesse.
Momenteel ben ik een beweging aan het volgen om eventueel een klein stekje aan te kopen in Frankrijk. Ik zie wel, niets moet, alles kan. Benieuwd wat het me zal brengen.

Hier en daar mag ik op deze grijze dag geel zien in de tuinen. Hihi, als ik nog terug denk aan lang geleden, waar ik een allergie had aan het kleur geel in de tuin. Ik volgde zo een 25 jaar geleden een cursus tuinarchitectuur. Enkel roos, paars en wit mocht aanwezig zijn in mijn tuin. Liefs alles afgestemd en onder controle willen houden… Geel, o, neen. Ik koppelde dit als ‘ouderwets’.
Gelukkig is alles veranderlijk en in beweging en kan ik me vandaag niet meer inbeelden dat ik een in vakjes tuin nog zouden hebben… Zo puur mogelijk. Jaune soleil, jaune Lumière, jaune qui rayonne, jaune en moi.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Je vous souhaite des rêves à n’en plus finir
et l’ envie furieuse d’en réaliser quelques-uns.
Je vous souhaite d’aimer ce qu’il faut aimer
et d’oublier ce qu’il faut oublier.
Je vous souhaite des passions,
je vous souhaite des silences.
Je vous souhaite des chants d’oiseaux au réveil et des rires d’enfants.
Je vous souhaite de respecter les différences des autres,
parce que le mérite et la valeur de chacun sont souvent à découvrir.
Je vous souhaite de résister à l’enlisement, à l’indifférence et aux vertus négatives de notre époque.
Je vous souhaite enfin de ne jamais renoncer à la recherche, à l’aventure, à la vie, à l’amour, car la vie est une aventure, et nul de raisonnable ne doit y renoncer sans livrer une rude bataille.
Je vous souhaite surtout d’être vous, fier de l’être et heureux,
Car le bonheur est notre destin véritable.

Jacques Brel

Unienville

Een bijzonder en mooi plafondschilderij in la Ville au Bois

Check… is alles terug op zijn plaats. Check… heb ik alles terug mee.
Ik verlaat de ruimte… en draai me altijd nog eens om in teken van dank.
In mijn hand een bos sleutels, waaronder een heel lange zware… de kerk….en een kleintje die van de crypte. Soms zijn er van die plaatsen waar je kan gewaar worden dat men wordt gedragen, mijn lijf voelt dan aan voorbij de grenzen van het tastbare en een plaats waar men lang zou kunnen in vertoeven. De crypte van Rosnay l’hôpital.

Ik verlaat het dorp. Een traktor in de verte komt in snelheid aan en vertraagt wanneer hij dichterbij komt… Mr. Martin, Brice. Ik richt mijn ogen naar boven. De vriendelijke burgemeester die gisteren zorgde voor een bed, warmte, water en later op de avond kwam hij nog eens aan met een heerlijke linzen schotel van zijn eigen land.
Ik deel het incident en beiden moesten we erom lachen. Gelukkig. “À tu bien dormis”, vraagt hij me met een brede glimlach. “Oh, agréablement et merci pour le repas, c’était un régale.” “Oh, avec plaisir. Ce n’étais pas grande chose”. “Oh, plusque assez, j’ai bien apprécié après une bonne journée de marche.” We nemen afscheid. Ik draai me nog even om en zie de mastodont van een traktor verdwijnen in de verte.

Kraanvogels blijven massaal de weg terug naar het noorden volgen. Boven mijn hoofd.. zie ik hun witte buik die contrasteert tegen het blauw van de lucht… wat een zachtheid, wat een harmonie, wat een samenhorigheid, wat een vloeiendheid. .. mijn hart gaat sneller, tranen rollen over mijn wang… Vreugde is voelbaar.
Vrede, vreugde, harmonie.
Het gebied waar ik ben kent verschillende meren; Lac du Der, Lac d’Amance, Lac d’Orient.

Een koude luchtstroom is plots voelbaar. Het weer veranderd. Na mijn muts, mijn handschoenen en regenvest kap houden me warm.
Brienne le château, ik probeer terug te denken aan toen, twee jaar geleden…
‘Oh, ja’, nu weet ik het terug. Het grote kasteel in de hoogte.

Bij het verlaten van Brienne en zijn lege straten, sta ik stil aan een huis. Op het eerste verdiep heeft iemand luidop muziek opgezet. Ik blijf wat staan en luister mee via het openraam en geniet van de combinatie muziek en de onzichtbare persoon die meefluit.
Het brengt wat leven in de straat, alhoewel ik veel liever mensen op straat zou willen zien. En eigenlijk heb ik soms zin om te roepen… mensen het is hier te doen… buiten…. Leef.

Ik stap verder tot in Unienville. Met zijn schitterende rivier. Een man staat met zijn traktor aan de deur van de gîte municipale. Helaas gesloten via waterlast. De man verwijst me verder naar een huis met blauwe luikjes, een gîte. Een jonge loopt me voor en opent een hekken. “Oh, veut tu bien appelé ta maman ou papa. Merci.”
Een man op krukken komt buiten en nodigt me uit binnen te komen. In een knus klein huisje krijg ik een slaapplaats. Wanneer ik hem vraag wat ik mag betalen voor de overnachting, krijg ik een bijzonder antwoord,” Le respect et le bonjour.”

Wat fijn om deze keer ook te mogen ervaren dat ook jonge gezinnen met kinderen hun deuren open, wat ik voordien zelden heb ervaren. Meestal kwam ik terecht bij mensen waarvan de kinderen reeds groot waren en het huis uit.
Ik kan me zo inbeelden dat dit iets is dat men als kind niet zo snel zal vergeten. Een warm en waardevol beeld dat ouders laten zien aan hun kinderen, dat een wildvreemde welkom is voorbij de angst en hulp wordt aangeboden. Wat een levensles en geschenk in beide richting.

Een gezellige avond rond de openhaard, een gedeelde avondmaal met Aurélie, Julien, Soline, Johan, de hond des huizes PilPoil. En een vriend des huizes Denis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Un café Italien

Aardappelen, tarwe, mais en suiker bieten…maar vooral hoofdzakelijk tarwe en suikerbieten, dit is wat hier in de regio van La Marne op de vlakte wordt gekweekt. In massa’s.
Start voor een tweede dag in rechte lijn, op een heuvelend landschap.
Hier en daar groepjes van herten in de verte.

Ergens midden de dag kom ik aan in een nog historisch dorpje. Met zijn huisjes waarvan de muren schots en scheef zijn. Des belles maison comme j’aime. Ik zoek een bankje, geen. Ik hoor een deur van een schuur.
“Pardon monsieur, je peut me reposer un peut sur votre petit mur”.
De meneer komt naar toe, opent het hek. “Entré, je vais même vous donner une chaise”. Hij brengt me een stoel, “vous voulez encore quelque chose, un peut d’eau, un café.” “Ohla, un petit café ce n’est pas un refu, avec grand plaisir.”
Terwijl ik op de stoel zit geniet ik van het zien van een schuurtje, met hier en daar wat verborgen schatten.
Met een plateau in de hand komt hij terug. Een Italiaanse koffiekan, twee witte tassen en ‘mon cherie’, zo een praliné met drank en een kers erin.
We spreken over het leven midden de velden in een oase dorp. Over hoe hier gecultiveerd wordt, met veel pesticiden, ook al staat erop Biologisch. De boeren ontglippen telkens aan de normen, dit is ook zichtbaar op de velden, kleur is er zelden zichtbaar.

In de tuinen zijn hier en daar bloemen zichtbaar… driekleurenviooltjes, Primula, af en toe komt het geel erdoor van de Forsythia en Paardenbloem. Door de open vlaktes is alles hier wat trager.

”s Avonds kom ik aan in Rosnay L’Hôpital.
De straten zoals op veel plaatsen, zijn leeg, geen mens te zien. Dit was al zo de voorbije jaren, maar nu, amai opvallend.
De jonge en vriendelijke burgemeester opent zijn feestzaal waar ze een klein hoekje hebben geïnstalleerd voor de pelgrim.
Een electrisch kacheltje wordt bijgezet.

Terwijl ik mijn dagboek schrijf, kijk ik plots op. Een witte rook en een bizarre geur is de ruimte aanwezig. Ik zet de ramen open. Kijk naar het vuur. Ik zie niets. Ik ga naar beneden, ook niets. Ik trek de stekker uit. Hef de verwarming op. Bingo. De linoléum zag zwart. Oef, wat een geluk. En de grond, het is wat het is. Ik besef dat ik veel geluk heb gehad en dat ik niet aan het slapen was. Ik haal de ovenplaat en grill uit de oven, plaats de verwarming erop, zo heb ik toch nog een verwarmde ruimte.

Terwijl ik mijn dagboek verder aanvult, voel ik mijn ogen zwaar worden….. midden de nacht kom ik wakker met bril op de neus en telefoon in de hand. Ik zet hem af en slaapzacht terug in. Dankbaar om het leven, de vele ontmoetingen…

Klik HIER voor een kortfilmpje

Chez Babeth

Zaaaliggg… Hmmm… ontwaken. Ik duw op een groen knopje voor de tv, op zoek naar een documentaire. Frankrijk is ‘rijk’ aan verschillende tv zenders met enkel documentaires over… natuur, geloof… Ik blijf nog heerlijk chillen.
Pas tegen de middag verlaat ik de kamer…
En dit is wat mijn lijfje nodig had. Een halve dag rust en op eigen ritme ontwaken. Niet meer, niet min. En voor de rest rustig wandelen… op de catwalk ipv op de atletiekpiste. Haha.
En als ik even terugblik naar gisteren, kan ik het moment zien waar ik me in een fractie van een seconde mezelf louter in het mentale had gestoken en geen rekening meer hield met gans mijn Zijn… zo snel kan soms iets draaien, wanneer men het bewustZijns verlaat of buiten zichzelf vertoeft.

Voor ik de grootstad verlaat ga ik langs de bakker en de fruitboer.
Bij de bakker een lange wachtrij.
Even verduidelijken. De rij lijkt lang te zijn, niets is minder waar. De afstand tussen de mensen rekt de lengte uit. Enne ik denk ook niet dat er nu meer mensen zijn dan andere zondagen. Waarschijnlijk staan alle mensen dan gepropt op elkaar. Het is maar hoe je het ziet. Ik schuif alvast met plezier aan voor een zondagse ochtendcompagnie.

Een vrouw staat voor me en maakt problemen over het feit dat een tachtig jarig haar mondmasker niet op heeft. De vrouw draait zich om en we geraken aan de babbel. “Il y des gent bizarre ici. Il faut faire attention….” Ik kijk wat rond me en voel me best heel ontspannen, zonder maar iets gewaar te worden van wat de vrouw met me deelt. “Oh, vous savez madame les gent bizarre, je crois pas que cela existe. Tous dépend de son propre regard, ce que en porte soi et ce que nous projetons sur d’autres.”


Max. drie mensen in de bakkerij. Ik stap binnen en kijk wat er is. Een jonge juffrouw vraagt gehaast en al roepend wat ik wens.” Pouvez vous m’aider. Il y a quoi dans cette pâte svp.” Ik zie de jonge vrouw twee stuks in een papieren zak steken. Ze kijkt me aan en vraagt me iets.” ” Désolé mais il est impossible de vous entendre et je me demande pourquoi vous criez tous si fort”, vraag ik haar. “À cause du masque”, weet de juffrouw me te vertellen. “À cause du masque ou le faite que vous criez l’un sur l’autre”. Het geroep wordt minder in de hectische bakkerij…eenmaal buiten, oef, wat een opluchting.

Langs de weg overheerst de mondmaskers boven de sigaretten peuken en bierblikjes.
Ik herken bepaalde punten op de weg… in 2018 kwam ik hier langs op mijn weg naar Assisi, die de weg van Aertsengel Michaël werd en behoorlijk mij heeft laten ontwaken.

Wanneer ik terug in de volle natuur kom, weg van stad en drukte, kom ik in een totaal ander landschap terecht dan de voorbije dagen.
Daar waar de dorpen verborgen lagen tussen de bossen… rijzen de dorpen na iedere heuvel van velden. Weg bossen.
Rondom rond aan de horizon zijn de windmolens zichtbaar op de open vlaktes van de champagne streek.

Ik hoor een wagen afkomen in mijn rug. Ik draai me even om. Een stofwolk. Ik ga midden op de weg wandelen tot ik hoor dat de wagen vertraagd. Ik ga terug op de zijkant en steek mijn hand op als dank gebaar. De wagen stopt… Twee jonge dames. “Ça va, vous avez besoin de quelque chose”, vraagt één van de inzittende. “Non, merci, merci d’avoir ralenti…. “, en we praten verder over verschillende regio’s in Frankrijk. de natuur, de weg… “Un jour ou l’autre j’ai envie de le faire ce chemin.” “N’hésiter pas”, deel ik met een vreugdevol gevoel.
Op de landwegen zijn automobilisten zich vaak niet bewust van de stofwolk, dus eventjes naar het midden en dan op zij en met grote kans dat men elkander begroet.

Ik bevind me op de GR654 naar Compostela en de GR145 naar Rome, een weg die sedert dit jaar (2021)een officiële GR route is geworden.
Op een bepaald punt kies ik de tegenovergestelde landweg dan deze van twee jaar geleden. Zalig om in het hier en nu te vertoeven en om hierin eigen keuzes te maken.
Het landschap lijkt op lappen stoffen van een quilt, als een deken die over de aarde ligt, maar of ze de aarde goed doet en ‘warmt ‘ is een andere zaak.

Een hazen rollebollen over het veld. Drie herten huppelen opzoek naar schutting in de weinigen bos oasen.
Hagen zijn verdwenen.
De talrijke vogels, hun gezang waar blijven ze…

Mijn avond eindigt bij Babeth, Barbara, Caroline, Melissa, Tina… In Le Meix-Tiercelin, een gezellig samen zijn onder vrouwen en dat op een acht maart, de Internationale vrouwendag.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Voorbestemd

Toktok… Annie en Jean-pierre de eigenaars van het huis. “Venez venez entrée, faite comme chez vous”, zeg ik al lachend. Terwijl ik de rest van de pizza op eet als ontbijt – mijn ogen waren groter dan… – zit Annie wat te vertellen over haar kleinkind die gisteren nog maar net een hart operatie achter de rug heeft.

Een half uur later vertrek ik richting Vitry-le-Francois. Rond de middag hou ik een halte en klop ik aan met de vraag of ik mijn telefoon kan opladen. Ondertussen zet ik me op een bankje tegen een warme muur en uit de wind. Ik reserveer me voor de volgende nacht een hotelkamer. Ik voel de behoefte om deze avond tijd en ruimte te hebben voor mezelf, gaan slapen en opstaan in een cocon die ik me wat eigen kan maken en op eigen ritme ontwaken.

Na de bossen, wat veldwegen. De gure wind in combinatie met de zon heeft mijn neus topje al een fiks rood kleurtje gegeven.

Ik verlaat de GR route tot in Vitry-le-François en kies om langs het kanaal ‘Le Saulx’ te wandelen, die me zal beschermen van de wind en kou.
Een koppel komt me tegemoet. We delen elkander- met een warme en openblik – een zachte ‘bonjour’. Hmm, wat een fijne ontmoeting.
Plots schiet er iets in mijn knie. Ik probeer gewaar te worden. Ik stap rustig verder, bij het wat sneller gaan voel ik de stekende pijn terug. Hmm… Met veel aandacht voor mijn knie, vertragen ga ik opzoek wat de mogelijk oorzaak zou kunnen zijn. Een combinatie snelheid, lichaamshouding, soort weg zorgt ervoor dat ik moeilijk kan verder stappen of toch wel… mits de drie aan te passen. De weg aanpassen, asfalt, zorgt voor meer kilometers en drukte waardoor ik in tijdsnood kom voor de avondklok van 18u. Vertragen, hmm dit brengt me op hetzelfde punt. Was het op den buiten geen probleem, in de steden zijn er echter meer controles.
Ik ga even de weg op en doe een poging om te ‘duimen’. Tevergeefs. Na een half uurtje kies ik terug voor het kanaal.

Op een brug zie ik twee mensen staan, oh het koppel die ik eerder al mocht ontmoeten, ze zijn op terug weg. Ik vraag hen of ze weten of er openbaar vervoer is naar de stad. “Non, mais vous allez où ?” Ik leg hen uit wat gebeurt. “Oh, en vous emmène, nous habitons à Vitry.” “C’est sympa. Je vous en remercie.” We kijken samen nog eerst naar hoe afval en een teveel aan takken de sluizen hebben geopend van het kanaal. Nadien wandelen we nog een stukje samen en een half uurtje later wordt ik aan de deur afgezet, net op tijd voor de avondklok.

Mijn avond is gevuld met een bad, massage, het innestelen onder een warme dons met witte lakens en een prachtige documentaire over ‘Le Chemin des Anges’ van Linda Bortoletto. Een verhaal over een pelgrimstocht in Israël. Mijn hart voelt vreugde bij het zien. Benieuwd wanneer de tijd er rijp voor zal zijn. In tight time, right place.
Bij het inslapen denk ik nog even aan de ontmoeting met het koppel op mijn weg… en de niet ongekende gewaarwording bij ‘le bonjour’…. voorbestemd.

Klik HIER voor het bewegend beeld