Richting Le Puy en Velay

Na een nachtje onweer en genieten van lichtflitsen over het brede landschap… maak ik me vertrekkensklaar om naar de Laudes te gaan en de pelgrimszegen te ontvangen.
Mijn kamer krijgt een poetsbeurt, het bed een extra ontsmetting beurt omwille van de gezondheidsmaatregel die er overal heerst. In ‘la salle Saint-Jacques’ zet ik koffie, en maak ik het ontbijt klaar. Wat fijn om het brood te nemen en het straks te mogen delen met andere pelgrims. De morgen… een voor mij een dankbaar moment in de dag tijdens de voorbije week. Pelgrims een goedemorgen wensen, hen begeleiden naar de Laudes en telkens ontroerd geraken bij het zien wanneer ze hun zegen ontvangen. Te zien hoe mensen zich met een zeker broosheid voortbewegen en Frère Benoît-Joseph volgen tot aan het altaar om er een zegen en ondergedompeld te mogen worden door het gezang van de confraterniteit, waarbij de zangnoten bijna als parels je ganse lijf balsemen, zo mocht ik het toch ervaren, telkens weer.

Hospitalière, het was een prachtige week. Zo dankbaar dat ik op deze manier, wat ik zelf op de ‘weg’ mocht ontvangen in alle bescheidenheid mocht doorgeven. Mensen terug zien vertrekken met een opengezicht na een zware lastige dag.

Afscheid nemen van de confraterniteit die ik een handje mocht helpen. Ramen poetsen, een extra schoonmaak hier, eentje daar…

Richting Avalon met Martine om er met Dominique dan naar Lyon te rijden en verder naar Le Puy en Velay waar ik de weg verder zal stappen.

De rit naar Lyon gaat heel vlot. Aangekomen in Lyon. Het is bijna een chock…. De eerste grootstad – vooral de drukte en hectisch gedoe- sedert bijna 4 maand. Ik kies voor een avondje jeugdherberg en vroeg in de veren.

Nikhil

Narthex

Chemin de lumière

Wat fijn om ergens toe te komen zonder enige notie van tijd, om dan te horen dat het zomerzonnewende is.

Ik sta in de keuken ‘St. Jacques’, een man komt binnengewandeld met de rugzak en een mooie, eenvoudige houten wandelstok. “Bonjour, je peut vous aider ? Je suis Jasmine, l’hospitaliere . Désiré vous un endroit pour dormir ?” Met een open en warme glimlach antwoord de man, “Non, merci la sœur m’a dit que je peut poser mon sac. Je vais visiter la basilique et le village.” Terwijl we aan elkander verder delen welke bijzondere plaatsen we reeds gezien hebben, wat we er hebben gevoeld en hoe de weg ontstaat,
hebben we heel snel door dat we op dezelfde golflengte zitten. Een zachte blik, fonkelende ogen, een aangename verschijning. Nikhil, een bijzondere naam. Wat fijn om iemand te ontmoeten die over dezelfde onderwerpen kan praten Maria van Magdala, Rocamadour, Yeshua, Aertsengel Michaël, en alle bijzondere plaatsen waar ik reeds was… om dan te horen dat Nikhil op dezelfde plaatsen is geweest in het zelfde jaar met een paar maand verschil, voor mij. Terwijl hij verder op de heuvel wandelt, vul ik mijn dagboek aan en verwelkom ik pelgrims.

Om 14u wandel ik richting de Basilique om naar het lumineus lichtspel te gaan kijken van de zomerzonnewende. Deze keer valt het licht niet op de taferelen aan de zijkolommen van de zijbeuken zoals tijdens de winter Solstice, wel pal in het midden op de grond van het schip, vanaf de narthex tot aan de kruising.

Ik neem plaats onder de narthex. Er is vandaag veel volk in de basiliek. In de verte zie ik Nikhil afkomen. Plots ziet hij me staan en vraagt of hij naast mij mag komen plaats nemen. “Absolument, avec plaisir”. Hij komt op mijn linkerkant staan, dit voelt fijn. Ik doe mijn schoenen uit, hij volgt. Ik sluit mijn ogen en wordt gewaar. De plaats waar ik sta voelt als een krachtige lijn recht naar beneden. Mijn voeten voelen stevig en beetje per beetje voel ik de pijn aan mijn linker voet wegebben en voelen mijn voeten bijna oneindig worden in het vertikale. Alsof geen grond aanwezig is. Terwijl we er beiden met gesloten ogen staan voel ik af en toe een verre beweging rond ons ontstaan. Mijn ogen openen. Rond ons is een onzichtbare cirkel ontstaan, een soort bubbel waar mensen bijna niet durven of dan heel voorzichtig binnen komen. Ik kijk naar links over mijn schouder, Nikhil kijkt naar rechts over zijn schouder. We glimlachen naar elkaar en zonder woorden hebben we elkander begrepen. Hier zijn geen woorden voor, het gaat boven al het vatbare.
Voor mij zie ik het licht in rechte lijn voor ons verschijnen, op 2 lichtpunten na, de 1ste en de 9de.
Beiden hebben we zin om de ganse lengte te wandelen tot aan het doksaal. Nikhil laat me voor hem starten. In een vol bewustzijn wandel ik de weg af. Licht… schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Licht.. schaduwwww… Op ieder lichtpunt hou ik halte en laat ik me onderdompelen … Een intens rustpunt.. .de schaduw, langer en ruimer… daar waar het licht de schaduw raakt zijn als momenten in het leven, die men nooit meer vergeet, nooit meer verdwijnen, gedragen door het Licht. Oneindig.

Terwijl ik onder de narthex stond intrigeerde me iets. Een beeld komt te voorschijn voor mijn netvlies, in de straalkapel heb ik een herinnering dat ik daar in 2014 het beeld van Maria van Magdala zag staan. Terwijl daar nu, Maria staat.

Aan het doksaal hangt een koord. Op de eerste trede het laatste lichtpunt. Ik maak de koord los… een man maakt een opmerking. Diep van binnen voel ik… niemand zal me weerhouden… En zo voelt voor mij deze pelgrimstocht die ik onderneem. Niemand zal me weerhouden, daar waar ik zo krachtig voel ‘Dit is mijn weg’….traag en zeker en met een vastberadenheid… Wandel ik naar daar waar ik mag Zijn. Verder naar binnen.
Ik zet mijn voet op het laatste lichtpunt, wel niet het eindpunt…

Op mijn blote voeten daal ik de paar treden naar de crypte. In de rechter flank valt me voor de eerste keer op dat er muren zijn toegevoegd. Een verborgen ruimte?

Terug buiten…
Wawww… We omarmen elkander. Wat moois wat we elkander hebben mogen geven en wat we hebben ontvangen. Nikhil… kijkt me aan en steekt zijn hand uit… hij legt een medaille in mijn hand… Maria van Magdala… “Un Bon Chemin à toi vers Maria Magdala et la féminité elle est la, elle est bien en toi”. Nihkil weet een gevoelig snaar te raken.

”s Avonds ga ik naar de Vespers en voor de eerste keer in mijn leven is het niet de habijt van de monnikkken die me spreekt. Integendeel ze is zichtbaar, niet meer dan dat. Voor de eerste keer is het de habijt van de zusters die me aanspreekt.
Groei.

Dankbaar om wat de weg en mijn dag bracht, ga ik een rustige nacht tegemoet.

Bekijk hier een kortfilm

Crypte

Vézelay

Abbaye de Pontigny

Met twee verse eieren, een handje vol verse kersen en na een zachte nacht ten huize Joce. Verlaat ik met Joce Eaux-Puiseaux.ze brengt me wat verder op de weg richting Auxerre waar ik de trein zal nemen naar Vézelay. Waar ik hopelijk een paar nachten kan blijven om mijn voeten te laten rusten.

Wanneer je als pelgrim op stap bent is het moeilijk om op eenzelfde plaats te blijven. Ook al zou het mij waarschijnlijk wel lukken om bij particulieren langer dan 1 nacht te verblijven, toch zou ik het niet ideaal vinden om op priveterrein van een persoon, die gisteren nog een onbekende was, langer te zijn. Ook de nood aan het bouwen van – al is het maar voor eventjes– een eigen nestje om op krachten te komen. Ik voel dat de laatste dagen heel veel van me gevraagd hebben. De regio na Sedan voelde zwaar aan en de voorbije dagen in de velden, waar er zelden nog natuurlijk-groen was heeft werkelijk lood in mijn schoenen achtergelaten. De bomen, de bossen, de zachte grond, de dieren – mijn reisgenoten – waren plots verdwenen. De energie dat ik hiervan ontvang is groot, tot zelfs zo dat ik geen honger heb.

In verblijfplaatsen voor pelgrims is het enkel toegelaten om er één nacht te verblijven, op een paar uitzonderingen na nl ziekte of wanneer je als pelgrim reeds één maand onderweg bent.

Mijn weg gaat vloeiend. Langs de weg zie ik een vrouw uit haar wagen stappen. “Bonjour madame, vous repartez direction Auxerre ?” “Oui”. “cela vous dit de me prendre un bout de chemin ?” “Oui, attendez moi. Je reviens.”. En zo heb ik vloeiend een eerste lift. Een heel fijne dame. Ze deelt wat haar laatsleden is overkomen ivm een ziekte die ze op miraculeuze wijze is doorgekomen. Haar geloof in het leven, het groter geheel en haar vertrouwen waren haar kracht om er door te komen. Uiteindelijk tijd de vrouw me nog een 15 km verder en zet ze me af aan l’abbaye de Pontigny.

Een bezoekje aan deze mooie plaats om dan heel vlot terug een lift te krijgen voor de volgende 25 km. Waar ik dan nog 1 uur wandel tot aan het station. Een kwartiertje wachten op de trein. Aangekomen in Sermizelles, vraag ik een vrouw of ze richting Vézelay gaat, “oui”. “Est ce que je peut venir avec vous”. “Allez, monter”, en zo kom ik op een vloeiende manier aan in Vézelay. Zalig, toch wanneer je in vertrouwen in het leven staat, dan ontvang je wat je nodig hebt. Right time, right place.

Centre Madeleine. “Bonjour sœur Marie-Christine.” “Bonjour, Jasmine. Tu est en pèlerinage ?” “Oui, il y a t’il une chambre de libre. J’aurais besoin de repos pour mon pied.” “Oh, au maximum 2 nuit.” “OK, c’est bon”. Hmm, ik weet niet of 2 dagen voldoende zullen zijn.
Ik hoor haar plotseling spreken over een drukte en extra werk. “Bhein, ma sœur si cela vous dit je peut être hospitalier. Si cela vous convient. Comme cela je peut vous soulager pour le travaille.” “Bhein, Jasmine tu veut faire cela. Tu est la au bon moment. Quelle cadeau du ciel” “Et moi cela me donne l’ocation de me reposer un peut plus et de prendre le temps de resentire ce que le chemin attend de moi”. Inderdaad, wat een geschenk… 7 dagen in Vézelay en uiteindelijk kan een kamer vrij gemaakt worden… Nr 9, dezelfde kamer toen ik hier was tijdens de 12 Heilige nachten.
En wat een geschenk… mijn voet zorgde ervoor dat ik hier net ben voor de zomerzonnewende op deze bijzondere plaats.

Basilique Sainte Marie Madeleine à Vézelay

Basilique Sainte Marie Madeleine à Vézelay

Joce

“Au revoir Anne. Merci pour votre hospitalité.” achter de kerk, hoekje om en hup een nieuwe dag breekt aan. De goede zorgen hebben me deugd gedaan. Nog geen 1 km verder stopt een dame met de wagen. “Allez monter, je vous emmène. Vous allez où”, Ik neem aan wat op me afkomt.
De vrouw zet me 5 kilometer verder af aan een benzine station. Ik zoek de toiletten. Een bar. Wanneer ik binnenstap heb ik het gevoel hier ooit geweest te zijn. En ja hoor, herkenningspunten. Bijzonder, ik kruiste op deze weg reeds 2 punten van een vorig tocht terwijl ik me niet vastpin aan bestaande wegen. Voelt wat vreemd. Alsof ik op deze tocht telkens plaatsen, omgevingen sluit… ik vind geen andere verwoording.
In de apotheek ga ik binnen voor de jeuk aan mijn voeten die me ” s nachts wakker houd. Zelfs hier herinner ik me plots dat ik op deze plaats reeds binnenkwam voor hetzelfde probleem. Hoe bijzonder.

Een lange weg voor me. Mijn voeten hebben het moeilijk, alsof ze mij niet kunnen dragen. Wat scheelt er, wat gebeurt er…
Tot ik midden de velden plots luidkeels mijn stem openzet en roep. Ik heb het moeilijk met het feit mijn lichaam niet wil en ik de weg niet zal verwezelijken zoals ik gewoon ben te doen…en dan die wagens, waarom stoppen ze… Ik begin te huilen. Kort en bondig… Een wagen komt aangereden en vertraagd. Ik veeg mijn tranen af. “Vous allez ou, je vous enmene”, hoe kan dit nu, voor de 3de keer vraagt men waar ik ga. Ik besef dat ik hulp krijg en ik deze ook mag aanvaarden. Zij zorgen er alvast voor dat ik zorg draag voor mijn voeten. “Oh, merci pour votre aide”, zeg ik aan de jonge vrouw. “Oh, avec plaisir en plus c’est à la dernière minute que j’ai desider de parti”.

Ik vraag me eigenlijk af wat de pijn me komt vertellen… Voeten, aarde, aarden, staan, sta(à) nd-punt, hmmm. Het is alvast niet dat ik niet geaard ben.

Ik wordt afgezet aan een rondpunt op een drukke baan. Ik zoek een landweg. Een van de voordelen van landbouw is dat er altijd een landweg is voor de boer en het daarop zachter lopen is voor de benen…. zachter… Hmmm. Op een pad tussen twee velden zie ik een vos en een kraai. De kraai zit op een paar meter voor de vos en telkens de vos vooruit ga, huppelt de kraai verder. Doet me denken aan le Corbeau et le renard.

Ik ben op 2 à3 dagen wandelen van Troyes. Ik stuur een messenger bericht naar Joce, die ik reeds leerde kennen op mijn eerste tocht in 2014 in Eaux-Puiseaux. “Tu est sur Troyes les jours prochaine ?”. Neen, was het antwoord. Waar ben je? Pik ik je op, kom je. Ik leg uit… en zo beland ik plots in Eaux-Puiseaux op 6 dagen stappen.
Ik heb er een fijne avond en wat een fijn weerzien. En het was niet zomaar, ik er net op dit moment ben. Joce had hulp nodig.

Ik voel dat ik een beslissing moet nemen voor de komende dagen. Nog voor de nacht mij raad kan brengen, beslis ik om morgen tot aan Vézelay te gaan. In de hoop mijn benen wat kunnen rusten.

Au Moulin

Saint Menehould

Ontwaken… Ik open wijds de ramen…De zon, een ree in het veld…van Chaudefontaine ga ik via de stad Sainte Menehould… Ik steek en brugje over… Op de muur in grote letters staat geschreven… Tony…
In een stadsparkje…
“Bhein, madame vous êtes bhein chargez.Voys allez ou ?”… “Vous conter arrive à quelle heures ?” “Bhein ce cera plus top dans 2 mois”. “Vous arrêter quand même ?” “Ah oui pour faire dodo.” “Bhein courage hein.” “Bonne journée à vous”. Zalig de vragen.

Bossen werden vervangen voor massa productie en voor het vee (Mais, gedroogde erwten, Luzerne..)
Een buizerd zweeft over het veld en balanceerd van links naar rechts en neemt af en toe een duik naar een prooi.

Verschillende mensen vragen me hoe ik mijn weg maak of hoe hij wordt gecreëerd. Hoe plan ik mijn overnachtingen.

Mijn pelgrimstochten ontstaan door ingevingen, het volgen van mijn instinct. Indien het mentale de overhand neemt, dan vloeit mijn weg niet.
Mijn overnachtingen worden niet op voorhand vastgelegd omdat ik nooit op voorhand weet waar ik terecht zal komen. Leven in het Nu, in evenwicht met mijn lichaam en de omgeving waar ik ben. Mijn lichaam is mijn barometer.

Zoals nu liggen bepaalde punten op de weg die van betekenis zijn van hoe mijn weg verloopt. Zoals Vézelay, voor de eerste keer geweest op mijn 1ste tocht in 2014 (België – Compostela)
Le Puy en Velay, daar waar ik ooit in 2013 ooit zei in een kapel (aertsengel Michaël) op een rots ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’. Nooit gedacht dat dit zou gebeuren.
Bugarach, die ik oorspronkelijk zou gedaan hebben in 2018. De weg wees me eerst een andere plaats aan. De tijd was niet rijp. Bugarach, waar ik vorig jaar voorstelde aan MiReille om me op die plaats te herdopen.
Sainte Beaume… L

Ik gebruik de app. Mapy.cz die me laat tonen waar wandelwegen zijn, ook handig want je kan er de hoogteverschillen zien.
”s morgens kijk ik waar ik ben. Ik typ in van punt À naar punt B. En dit kan nog veranderen volgens wat in de dag gebeurt of naar me toekomt en wat mijn lichaam vertelt.
Wat overnachting betreft. Ik klop aan en vraag onderdak, dit kan in een sportzaal zijn, kleedkamer vsn de voetbalclub, bij mensen thuis of buiten onder een onderdak… Meestal krijg ik onderdak bij mensen.

Aan de border van de velden Sint Jacobskruid, Sint janskruid, Knautia, Convolvulvus… Du blé et du blé barbu, de laatste vinden de everzwijnen blijkbaar niet zo fijn, het prikt op hun tong.

Mijn linkervoet doet wat pijn en voel dat ik er heel voorzichtig mee mag zijn. Een forse man in een 4×4 stopt… “Vous allez ou? Je vous emmené ? Je vais à Châlons.” “Oh, pourquoi pas, tient”… Op een horizontale lijn op de kaart rijden we richting Châlons. Op een splitsing waar hij naar boven gaat en ik verder richting het Zuiden mag, nemen we afscheid. “Merci beaucoup. C’était bien sympa et j’aimais pensez que j’aurais fait cela.” “Merci à toi de m’avoir tenue compagnie”, zegt de man. “Vous vous appelez comment monsieur ?” “Michel”. “Avec plaisir Michel. Au revoir”. Ik sluit de deur van de wagen. En die deze verdwijnen in de verte.
Drie wegenwerkers staan op de hoek. Een man spreekt me aan, “je vous offre un café ?” Een warme thermos, beker, oplosbare koffie…
Met een kopje warme koffie wandel ik nog een zes kilometer verder.
Mijn dag eindigt bij een graanmolen waar ik een huis wordt aangeboden met alles erop en eraan. Mijn kledij en schoenen krijgen een eerste machinebeurt.

Winterkoning

Monique

Het is grijs buiten en de regen hangt boven mijn hoofd. Hi, als mensen mij vroegen… en hoe doe je dat in de regen… heb ik altijd moeten toegeven dat regen een zeldzaamheid was op de pelgrimstochten die ik reeds wandelde.
In de toekomst zal ik dit echter niet meer kunnen zeggen, regen heb ik nu wel voldoende gehad.
Ik vertrek met 800gr minder in de rugzak. De bivizak en binnenzak zijn opgestuurd met de post richting de Pyreneeën.

Ik verlaat de GR 14 voor veldwegen. Ik ontmoet een vrouw Elaine en haar twee honden. We spreken over de natuur, dieren, wandelen. Een kort delen en ik wandel terug verder.
In de verte zie ik veel naaldbomen die er armtierig bijstaan. Vele naaldbomen hebben ze hier reeds moeten verwijderen nadat een insect die zich onder de schors zou bevinden ervoor zorgt dat ze sterven.

In een dorpje zie ik een grote winkelbus langs de weg. Yes, eten. Een bejaarde vrouw doet haar aankopen. “Bonjour mesdames. Qu’es que je suis heureuse de vous voir… Et toute cette belle nourriture… van alles en nog wat… suikergoed tot heerlijke verse groenten en fruit rechtstreeks van bij de boer.
” Vous allez ou comme ça ? “” Dans les Pyrénées Orientales. Allez retrouver une tante que j’avais perdu depuis plus que 20 ans aux moins et sur les traces de Marie Madeleine”. “Bhein didons c’est loin. Toute seule ?” “Oui”.
“Madame cela vous dit de prendre un petit dessert et de la partager avec moi. Vous avez envie ? Je prends le dessert et vous faites le café”, zeg ik terwijl de vrouw me aankijkt. “Bhein, oui. Et pourquoi pas”. Net vóór een nieuwe regenbui zit ik met Monique aan tafel. Samen een crème brûlée te eten…. we praten over kinderen, kleinkinderen – De tv staat aan – over de manifestaties… “OH, Il y a pas de guerre, je suis pas malheureux. Faut savourez la vie !”, deelt Monique verder met me.

In Ville–sur-Tourbe, ik bel aan. Er wordt gezocht naar een overnachting. Ondertussen zitten we aan tafel te praten over pelgrims, ontmoetingen en cijfers.” J’ai trouvé une personne qui veut t’héberger. Mes c’est pas dans le village. Cela vous va. Tu partira d’un autre endroit demain”, deelt Michel. “Oui, il y a pas de problème. Je me laisse guider. Et partir d’un autre endroit n’est pas un problème. Bon, il y a 6 ans j’aurai dit nom, mes si je ferai cela encore maintenant j’aurai rien compris au chemin. Donc avec plaisir j’accepte.” De fijne en gastvrije ontmoetingen. Dankbaar.

Buzancy

Buzancy, église Saint-Germain

Aertsengel Michaël, église Saint-Germain Buzancy

Onrustig geslapen en de aangename dorpsfeestzaal. Mijn benen hebben de ganse nacht blijven wandelen. Zoals beloofd aan Pauline ga ik naar heb toe om nog eens te zwaaien. Vandaag neem ik een rustdag zodat mijn voeten wat kunnen recupereren. Sedert gisteren zijn ze wat gezwollen en gespannen. Amandine stelt me voor om met haar mee te rijden tot in Buzancy. “Bhein oui pourquoi pas”. We praten nog wat bij om dan afscheid te nemen aan de kerk Saint Germain.
Met een prachtig portaal uit de 8°eeuw waar bovenaan een Merkabah te zien is.

Een vrouw spreekt me aan op straat. Plezier en vreugde. Ik draai me om ‘La Mairie’, Ik laat me leiden en ga er binnen. “Bonjourrr…?, zeg ik aan de dame die achter het bureau zit. Een spontaan contact ontstaat. De vrouw vraagt nieuwsgierig wat ik doe… en naar de rest van mijn wegen. We praten over Rocamadour, de verschillende plaatsen rond de Aertsengel Michael. De vrouw geraakt vreugdevol ontroerd. Een warm en fijn contact. Wat fijn om bewust te worden dat door de beweging die ik onderneem, door mijn Zijn, vreugde teweeg breng bij anderen. Een klein sprankeltje mag zijn in het leven van anderen. Mensen aanzet om hun eigen dromen waar te maken, en het duwtje mag zijn om de eerste stap hierin te zetten. En vice-versa door wat er ontstaat ik op mijn beurt mag ontvangen.
En te mogen weer eens gewaarworden dat niets zomaar is, en die kleine bevestiging van het leven doet deugd.

Ik kies voor de asfalt en kortste weg naar mijn eindpunt van vandaag. Na een 4 uur wandelen begint het hard te regenen, mijn voeten roepen naar rust. Ik steek mijn duim uit… een camionnette stopt… Oef, ik loop een paar meters. Een jonge kerel….We maken kennis. “Je m’appelle Jasmine et vous?” “Tony !.” “Merci, beaucoup de vous arrêter, j’avais les pieds en compotes.”, een paar minuten verder zet hij me af in Grandpré waar ik een kamer heb gereserveerd in een Chambres d’hôtes.
In mijn kamer een bad. Gevuld ga ik languit liggen, in volle overgave aan mijn lichaam laat ik me dragen door de warmte van het water…mijn lichaam wordt zwaar… Ik val in slaap.

Tillia/Linde

Église Saint-Médard Grandpré

Pauline en Augustine

Chémery-sur-Bar

Le Mont-Dieu, Chartreuse

Twee reigers vliegen voor me weg. De natuur ontwaakt. Een buizerd, een zwarte Wouw. Ik ben zo dankbaar om de buizerds, herten en andere dieren van zo dichtbij te mogen waarnemen. Dit is de eerste keer.

De geuren van de lange grassen, de Camille en wilde munt, de braamstruiken. Het geluid van de krekels en gezoem van vliegen insecten. De vogels… Ik heb de indruk een beetje in herhaling te vallen, de woorden schieten me echter tekort om er andere verwoording aan te geven aan wat de natuur me brengt.
Voor de eerste keer op pelgrimstocht voel ik een groot verlangen naar waar ik toe ga…De Catharen streek, op de voetsporen van Maria-Magdalena, het verlangen om mijn tante terug te zien en alsof onder dit alles een verborgen droom ligt die aan het ontwaken is. Ik geraak erdoor ontroerd terwijl ik het schrijf.

Het verlangen… Vaak hoor ik zeg, blijf verlangen. En hoewel het verlangen een fijn aanvoelen kan zijn, haalt het me ook uit het Nu.

Mijn lichaam is moe en ik ben aan rust toe. Mijn rugzak weegt te zwaar, ten koste van mijn fysieke kracht. Morgen zal ik even neuzen wat weg kan met de post. Ook al ben ik fysiek wat moe, ik geniet van al het moois rondom mij. All-Een zijn met de natuur.

In het bos veel uitgedroge poelen en grachten.
Naast mij wandelt er iemand mee… mijn silhouet, een stok met krul boven het hoofd. Doet me denken aan Mary Poppins. Hmm, zou ik ook de lucht ingaan indien ik mijn hielen tegen elkaar zou slaan.

Een halte aan Le Mont-Dieu, een vroeger Kathuizerklooster van de periode 1100. Een stukje stokbrood, een makreel doosje, en vers geplukte kersen gekregen van Jacques en Fabienne, weten me te smaken.

Ik wandel van het ene pitoresk dorpje naar het ander. In Oches, spreek ik Nelly en Gérard aan. Beiden zitten onder een afdak van hun hoeve kruiswoordraadsels te maken. Aan de muur, een wafelijzer, hoefijzer, een pan… en in het klein er tussen een plaats voor Mannekenpis. “Je prendre en photo le Mannekenpis ?”, vraag ik Nelly. Ze begint wat gegeneerd te lachen. “Il lui manque un morceau… le tire-bouchon”. “Ah, j’avais même pas vue” en de vrouw begint nog meer te lachen.

De laatste kilometers van de dag… Nog 2,6 km… Pfff… een fikse helling… De beloning was groot. Een heel gezellig dorpje met vriendelijke inwoners. Saint-Pierremont. Ik zet me op een bankje want mijn benen kunnen niet meer. Mijn schoenen vliegen af… naast mij een man van in de 70. We praten over het dorpsleven. Of er iets is voor ontspanning. De bar bestaat reeds 25 jaar niet meer. De man woont samen met zijn zus die 96 jaar is. Wat verder huppelen twee kleine meisjes. Wat later ga ik richting het huis van de twee meisjes Pauline en Augustine. Ik spreek de mama aan voor een eventuele in de feestzaal, haar man is de burgemeester van het dorp, wist de bejaarde man me te vertellen. De vrouw nodigt me vriendelijk uit om te relaxen in de zetel en vraagt of ze me plezier kan doen met een koffie. Ik zeg geen neen. We voelen ons al snel goed bij elkander en beginnen te spreken over energie, horoscopen, het dorp, wateraders, énergie, ondergrondse hangen,… Ik eindig de avond in familie met schatten van mensen.. Amandine, Loic, Pauline, Augustine… en wat beleven we plezier. En voor wie mijn wegen volgt… wat komt er terug…. 3, Michèle, 7….

Ik eindig mijn avond in de feestzaal waar ik mijn matras en bedje klaar maak.

‘Un village un peut bizar qui surgis de nulle part…’

In de verte Saint-Pierremont

Erdal

De Linde

Uitzicht op Sedan

Ontwaken… in het bed van Erdal… De lieve man verliet gisterenavond zijn woonst om mij deze ter beschikking te stellen. Voor hij vertrok hadden we een boeiend gesprek over het Ottomaans rijk, de Koerden, Turken, Alevieten… over zijn familie en hoe hij naar hier kwam, zijn vrouw.
Over een scheiding in het begin van de lockdown periode… en hij is niet de enige en eerste. Op 14 dagen tijd heb ik 4 mannen ontmoet die in dezelfde periode gescheiden zijn.
Wat me vooral opvalt is een terugkerend patroon in relatie tot/of geweest. .. voldoen aan de ander, door zichzelf te verloochenen om graag gezien te worden. En dan na een ontgoocheling of breuk er niet durven open over praten met naasten uit angst met de vinger gewezen te worden en uit trots. Om dan terug meer afstand te nemen van zichzelf en eigen verlangen.

FB brengt me een herinnering. Het moment waar ik in 2018 midden de Apenijen, op vaderdag mijn papa belde om zijn verjaardag, vaderdag te vieren en niet opnam. Het begon toen dikke druppels te regenen en zorgde ervoor dat dikke tranen vrij kwamen…

2 jaar later…. een paar maanden geleden net vóór de lockdown was er voor mij geen scheiding, wel terug verbinding. Ik belde mijn papa… hij nam op.
Sedertdien hebben we regelmatig contact… deze keer niet meer uit éénrichting… dit is nieuw… wel uit beiden en dit voelt zogoed en bevrijdend. Na de lockdown mocht ik mijn papa terug zien. Weliswaar in een niet zo gezonde situatie, zijn hart… Ik verbleef er drie dagen om hem te ondersteunen, helpen en om nabij te zijn. Drie dagen later kwam hij erdoor. Gelukkig.

En wat een synchroniciteit in mijn leven.
Het terug vinden van mijn tante en ons open delen. Het durven aan haar delen en voor de eerste keer, “je n’ose pas”. “Tu n’ose pas qoui ?” “Faire l’amour avec un homme”.
De man die ik een paar dagen geleden ontmoette en zijn verhaal vader/dochter relatie. Erdal die me open vraagt “Vous êtes marié… vous avez un copain… Mes alors vous êtes encore….”.waarna hij wat verwonderd kijkt en deelt hoe vrouwen hem benaderen.

En wat een groei ik binnenin mezelf mag voelen.
Patronen die verdwenen zinn en waar een enorme bevrijding in de plaats is gekomen.
Ooit zei iemand, een paar jaar geleden” maak je geen illusie dit komt nooit meer goed”. Ik zeg, “het komt altijd goed” en daarom niet zoals men verlangt of hoe het was en gelukkig ook, wel door een evenwicht te zoeken in relatie tot zichzelf in de eerste plaats en met de ander. Elkaar zichzelf laten zijn en grenzen aannemen en aangeven op het juiste moment. Durven spreken en uiten zonder in gevecht te gaan, wel vanuit Liefde. In Liefde Zijn, laat deuren open.

Een ouder en kind verlaten elkander nooit. Er blijft altijd een zekere verbinding. Het zijn de patronen die ervoor zorgen dat de verbinding niet op een gezonde manier kan verlopen en voor afstand zorgen. Afstand met jezelf, afstand met de ander. Koppigheid, rancuneus, trots…. Is dit niet spijtig.

Zo is deze weg deels ontstaan, omwille dat mijn oma weigerde terug contact te nemen met haar kind vóór ze is heen gegaan. Later hier meer over.

Ik geniet van de Open velden, De graanvelden, de natuur elementen. De geur van de bramen die vrijkomen door de zon die erop schijnt. Langs de weg talrijke wilde aardbeien. Ook al is het verleidelijk, ik laat ze staan. Omwille van de ‘vossenziekte’. Eén keer is genoeg.

In het dorp Bulson, leg ik mij op een bank midden het plein. Schoenen uit, benen in de lucht… Ik val in slaap… Een half uurtje later ontwaak ik door mijn eigen gesnurk… Oeps…
Mijn dag eindigt in Chémery-sur-Bar bij Jacques en Fabienne. Jacques heeft deels een deel van de Camino gewandeld en het spoorde hem aan om zijn huis in de toekomst te openen voor pelgrims op de weg. Ik mocht hun gastvrijheid inwijden.

Dankbaar om wat op mijn weg reeds kwam en nog zal komen.

Een halo

Chémery-sur-Bar

Sedan

Beneden hoor ik stemmen, de tv. Zaterdagochtend, tekenfilms. Dit doet me denken aan mijn jeugd en de zovele zaterdagen dat ik voor de beeldbuis zat te kijken naar hun ochtendprogramma…

Ik verlaat Corbion… richting de Franse grens. Ik voel dat de tijd er rijp voor is… het is tijd om te gaan, om mijn grote vleugels te openen. De heerlijke frisse geur na een onweer, komt me tegemoet. Een verjaardag wordt gevierd. Mijn vader.

Een bord wijst de weg naar ‘Maison de verlaine’, laat ik het noemen een ruïne.

Op een open vlakte sta ik stil…ik wordt de frisse wind gewaar die zoete natuurlijke geuren met zich meebrengt. De zon verwarmt mijn hals. Links achter hoor ik het geroep van de buizerd… Ver weg het geblaf van een hond… Vliegende insecten, vliegen rond me heen… Ik laat me onderdompelen in een bad van vogelgezang. Het hevig onweer heeft opgekuist…

“Quesque vous avez trouvez la”, vraagt een man mij op een landweg. Hij zag me voorovergebogen. “Oh je prenais une photos des Camomilles.” “Ah, il y en a la !” “Oui, mes je vous les conseille pas de les ceuillir à cette endroit. Le fermier traité son champ.

Zonder ik het doorheb heb de grens overgestoken. Zalig, geen barrière, wegenborden… Gewoon open, zonder meer. De twee landen verbonden.

De GR14 neemt me mee via bossen en landelijke wegen. En langs indrukwekkende militaire begraafplaatsen. In de verte is Sedan zichtbaar. Ik vermijd het centrum. In een kleine bar neem ik plaats en vraag of iemand mij kan helpen voor een overnachting. Al snel komt er ongepaste/misplaatste humor naar boven. Ik laat het voor wat het is en geniet van de rust… Daarna volgen er meer nieuwsgierige vragen waar ik graag op antwoord. Een aangenamere sfeer kwam al snel in het kleine café. Waar we zelf plezier beleven en een fijn delen is.

Na de pauze neem ik terug de rugzak op de rug, zet buiten een paar stappen. Mannen werken op een stelling en repareren een façade. “Bonjour connaiser vous une personne qui pourrais m’héberger pour la nuit.” De vier mannen, spreken elkander aan in een vreemde taal. “Oui, mes faudras attendre une heure.” “Pas de problème, j’attendrais au bar. Merci, beaucoup cela me fait un grand plaisir.” Ik stap terug de bar in, “Voilà, trouvé”. Straks mag ik mee met Erdal.

Sedan