Jour de repos

La Couvertoirade

Een dagje rust in het dorpje ‘La Couvertroirade’.
Aan de ontbijt tafel maak ik kennis met C. Sedert januari is hij hier, hij is op doortocht met de fiets. We praten over de natuur, economie, écologie, vreemdelingen… Boeiende items met diepe levensvragen.
Hij toont me een boekje die hij creëerde wanneer hij verbleef in sloppenwijken in Afrika. Een man met veel kennis over alle items.
Hij nodigt me nadien uit op koffie.

Op een houten boomstronk in de ochtendzon praten we verder over verschillende onderwerpen… Een auto komt aangereden en parkeert zich voor ons. “Voilà, en a perdu notre belle vue. Les voitures. Les ordi…”, en zo gaat hij verder. “Oh, non. La voiture sera la que pour quelque instant. Le temps de décharger, je crois !”, meld ik terwijl ik verder geniet van de omgeving. En zo geschied. “Les voitures, les ordi… c’est des bonne inventions. Simplement en a mis sur la petite feuille, comment utiliser la machine, en a oublier à expliquer à l’être humain comment ce comporter avec.”…
Ik voel de energie een andere richting opgaan. Een zekere onrust komt opdagen bij de man. “Je vais en dépression. Je dois faire quelque chose. J’étais bien pendant le confinement. Il y avais un silence.” “Le silence c’est qoui C. Ce n’est pas l’absence de la musique, ce n’est pas l’absence de l’être humain”, nadat hij een opmerking deed op toeristen, op het muziek van de kleine pittoreske bar. “oui, …”, zegt hij terwijl zijn ogen onrust kennen. “Peut-être que il est temps de reprendre le mouvement ? .” “Oui, tu a raison je dois bougez.” ” Tu c’est C. Le Silence il n’est pas vide, le Silence est plein, il y a beaucoup dans le Silence, il est même infini. Et ce n’est pas à l’extérieur que en le trouve, mais à l’intérieur de soi même.”

Ik sta even recht om een vitrine te bekijken met verschillende kruisen, terwijl hij staat te praten met de barman. Wanneer ik me terug omdraai is hij verdwenen.

Ik wandel wat verder in het dorp en ontmoet er Anne met wie ik een fijne babbel heb. Ik trakteer haar op een koffie. Anne deelt haar maaltijd met me. We delen ons persoonlijk leven met elkaar. Ik vind het altijd bijzonder hoe men soms mensen ontmoet en het onmiddellijk een goede klik is. Alsof men elkander al veel langer kent. Na een paar uur praten en uitwisseling, ga ik terug naar le ‘Gîte de la Cité’, die de vroegere presbytère is.
Wat rusten en mijn was.

Het is warm, heel warm… Iedere beweging in dd zo’n is er bijna eentje teveel.
”s Àvonds geniet ik met Roxanne op een plaatselijk bio marktje. Verse groeten, fruit en une glace de brebis.
En om deze mooie hartelijke dag te vieren. Trakteerde Roxane me op een plaatselijk gebrouwen biertje.
Al heel snel, voel ik mijn hoofd in andere richtingen gaan… ‘jaja, Jasmine, dat had je wel kunnen weten.” Alcohol en ik… dit is echt mijn ding niet. Al snel lig ik horizontaal en ben ik in’ les bras de morphee..

La Couvertoirade

Tréves

Danny en Jean-Michel staan in de deuropening van l’ancien presbytère. We zwaaien naar elkaar. Aan de fontein vul ik mijn fles met bronwater. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat er hier in het dal zo een rustig en mooi gelegen dorpje was.
Ik verlaat Trèves via ‘Le Pont Neuf’ en een smal dichtbegroeid pad.
Na de Causses de Méjean, Causses Noir… hup, pour les Causses du Larzac. En wie zegt Causses, zegt stijgen en dalen.
Een zoveelste stevig klim om dan straks wat in de hoogte plat te wandelen.
De ene kalkgrond, de andere wat meer klei… Hier en daar is de grond wat rood gekleurd en wanneer ik naar de kleur van mijn benen kijk is de camouflage ten top.

De temperaturen blijven hoog, en wie zegt hoge temperaturen in het Zuiden… daar zingen de Cycaden tot zelfs soms oorverdovend wanneer je er tussen staat.
In de verte zie ik Nant. Tijd voor een middagpauze. Wat zeg ik middagpauze, het is reeds 14u.
Geen enkel plaatselijk winkel is open. Ik voel me zwak worden, is het de warmte, heb ik honger… een mengeling van beiden. Ik ga op een terras zitten en bestel me een maaltijd om terug op krachten te komen.
Pff, ik ben echt teneergeslagen van de warmte. Zelfs dat ik er bijna geen woord uitkrijg. Ik rust wat uit op de terras met mijn boekje in de hand.
Ik hoor de stemmen op de achtergrond verdwijnen, ik voel mijn hart in slaapmodus gaan. Mijn ogen sluiten.

Pas in de vroege avond beslis ik om verder te stappen. Het is bijna 18u. ‘Jasmine, is dit wel verstandig. Zou je niet beter stoppen met die warmte…’ Ik twijfel en ga langs de camping. Ik vraag om een bed te gebruiken die rond het zwembad staat om te slapen. Wegens de Covid kan dit niet. ‘les gents utilisé leur essui bain.’ ‘J’ utiliserais mon sac de couchage. Helaas. Ik vraag de prijs van een bungalow voor 1 nacht. 80 euro, oeps die de prijs voor één nachtje camping. Op de website staat 35 euro per nacht.

Het is duidelijk dat ik hier niet hoef te zijn. . Komaan Jasmine, het lukt je wel. De volgende kilometers richting ‘La Couvertoirade’. Hoewel de zon minder hoog staat, de temperatuur is niet gedaald. Vier uur later kom ik aan in het Tempeliers dorp met zijn kasteel, gebouwd door de orde van de Tempeliers ergens in de 12°eeuw. Het is er stil wanneer ik aankom. Een herder haalt zijn schapen binnen. Ik geniet van de rust die hier is. Ik steek het dorpje door… op een deur staat geschreven ‘Gîte de la Cité’, Ik ga binnen, een kamer om te delen met Roxane, een bed… Rust.

Trèves naar La Couvertoirade

La Couvertoirade

Tréves

In de diepte hoor ik de rivier ‘la Jonte’ zich een weg banen doorheen het dal. Voor mij een schaduw die me dezelfde richting uitwijst… naar Meyrueis. Mijn handen hebben het koud in het vroege ochtendgloren. Op een heuvel, een stofwolk, de landbouwer en het hooi.

Boven de deuren is vaak een steen in trapezium vorm te zien… Erin, gebeitelde jaarnummers tussen 1600 en 1870…
Verschillende kruis vormen zijn aanwezig sedert le Puy-en-Velay.
Het kruis van de Ordre de Saint-Jean of ook genoemd Ordre des Hospitaliers. Heeft zijn oorsprong in de wijk Muristan in Jeruzalem gewijd aan Johannes de Doper (tussen de periode 1020 en 1070) In oorsprong een onafhankelijk orde die pelgrims verplegen. Het waren hoofdzakelijk monniken. Nadien veranderde de onafhankelijk orde naar een katholieke orde. In 113 van hospitaal broeders naar militaire broeders. En legden de geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Het kruis van de Ordre de Malte ontstond. één gelofte verdween op de achtergrond)
Het kruis van de Tempeliers.(1118) Erkend door de Katholieke kerk in 1129, de Orde van de Tempeliers. Het was een monnikenorde met zowel een monastieke als militaire functie. En voerden oorlog tegen moslims in het Heilig land. Beschermende de pelgrims onderweg. Ook de Tempeliers legden de gelofte af van armoede, ze hadden, kregen grote landerijen en schonken hun bezittingen aan de orde. En de orde was….
Naast het kruis is er ook het embleem van l’Occitane. Een embleem die me als kind altijd heeft aangetrokken.

Etherische geuren verspreiden zich doorheen de natuur van Den, Brem, Linde en af en toe ‘un brin de Lavande’. .. Hmmm, Ik kan me zo een warme dampkamer voor de ogen halen en genieten van het vocht op mijn huid….

… Back to reality…

Mijn rugzak wordt voelbaar lichter en lichter hoe dichter ik het Zuiden nader.
Een gedrevenheid … of is het een verlangen die me vooruit duwt. Een beeld van een wit gewaad, komt terug voor mijn ogen. Zijn het herinneringen, een verlangen, of misschien een fantasie… Misschien… het heeft geen belang. Het is mijn denken niet die mij het antwoord zal brengen, integendeel.
Wat het me brengt en schenkt… de gewaarwordingen… deze zijn duidelijk. Een openheid, een vrije gewaarwording op mijn bekken. Een stroming, een doorstroming. Een subtiele zachtheid. Als een bedding die gewiegd wordt.

Ik ben me heel goed bewust dat de weg die ik hier afleg niet zomaar is, net zoals de vorige en ze allen met elkander verbonden zijn.
Dat het niet alleen mij ten goede komt en zal komen.
Het terug vinden van mijn tante maakt hier onderdeel van en het verlangen elkander terug te zien is groot. En hoewel de tijd van afwezigheid lang was… haar stem horen is alsof het gisteren was. Hoe meer we elkander horen, hoe meer we beseffen dat we zoveel gemeenschappelijk hebben, ‘gedragen en ondergaan’

Een aangename geur in de kerk van Lanuéjols. Een kerk vol kitch beelden… Waaronder de Aertsengel Michaël en er tegenover Sint Anna. Bijzonder hoe Sint Anna vaak in mijn oogvizier komt, terwijl dit beeld me nooit is opgevallen of me vreemd was.
Een vrouw, moeder, grootmoeder. Wat als deze vrouw een zoon had ter wereld gebracht… Een onderdeel van deze pelgrimstocht. Grootmoeders, moeders en hun zonen.

De sprinkhanen springen in het rond. Eentje miste haar sprong en belandde tussen mijn teen en sandaal. Het geluid van de krekels. Een daas zoemt in tegenwijzerzin om me heen, wachtend tot het moment ik zou stil komen te staan… geen haar op mijn hoofd die er maar aandenkt.
Buxussen die in de schaduw van de zomereik gedijen, gedroogde helleborussen hangen met hun kopje naar beneden.

Soms is het zo stil in de natuur dat ik het gefladder van de vlinders kan horen wanneer ze me voorbij vliegen.
Halfgedroogde strontjes verklappen de aanwezigheid van schapen. Hier en daar een gepluimde kip… De vos, gieren…?

Het pad is bijzonder, af en toe wandel ik in een gang van buxussen die in arcades gevormd zijn. Soms voel ik me in andere tijden. Bizar.
Plots hoor ik een geluid. Het lijkt een schril geluid te zijn, als hoge stemmen van vrouwen en kinderen die schreeuwen. Niets te zien. Ik hoor het terug… Ik kijk rond, Niets. Er is hier ook geen enkel dorp of huis dichtbij en rotsen en eikenbossen.

Terwijl ik de gsm in de hand neem en begin te typen wat me overkomt, zie ik plots in een ooghoek, voor mijn voeten drie schedels liggen. Ik kijk verder overal liggen beenderen verspreid, netjes opgekuist. Mijn nieuwsgierigheid prikkelt me en wandel wat verder van het pad af.
Ik werd gezien… Zelf zie ik niets. Naar de zwaarte van de poten en de snelheid… ik heb terug het Hert gemist. Vaak laat hij zich horen, niet zien.

Met een stevige geankerde stap voel ik plots dat ik me een weg baan doorheen de haag. Het voelt eerder aan als een haag van levende wezens. Het voelt als een vastberadenheid, een niet laten onderdrukken en met opgeheven hoofd van zelfzekerheid en waarheid, Een stof… klederdracht , rood-groen fluweel.

Ik kijk over mijn schouder en bij het terug vooruit kijken en wandelen, voel ik dat met mijn beweging, ik achterlaat wat niet van mij is.
Ik verlaat het dorpje Espinassous met een bizar gevoel. In mijn rug hoor ik een haan kraaien…

Het laatste stuk voor vandaag, een afdaling richting het dorpje Trèves. In zigzag daal ik het stijl pad af.
‘Jeruzalem’.. . Hupla, nog eens. ‘Jeruzalem’. .. Ik herken deze manier van hoe plots iets naar me toe komt. Zo was het ook voor Assisi. ‘Ah neen, ah neen gaat doorheen. Niet nu, niet na Sainte Beaume, nu niet, niet nu ‘ Ik zou me zo graag settelen en mijn leven delen met iemand. Wanneer zal dit ophouden’, gaar door meheen. Een traan rolt langs mijn wang. Ik voel me zwak worden en verlies het stevig contact met mijn onderlichaam. Mijn bovenlichaam voel ik aan een kant trekken, naar de afgrond. Ik voel dat ik gecontreerd moet blijven en aandachtig bij de weg. Ik ken en herken deze energie.
Nikhil zijn naam komt in mij op. Waarom? Moet ik nu contact met hem nemen? Ik blijf verder stappen. Het is warm. De tranen in mijn ogen verhinderen me om de weg goed te zien.
‘Het is niet meer ver… nog een klein duwtje…’

Ik weet dat wat net gebeurde, er geen ontsnappen aan is… en dat dit vroeg of laat zal gebeuren en deze weg zal genomen worden.
De tranen vloeien wat zachter.

Vermoeid en uitgeput kom ik aan in een prachtig rustig dorpje Trèves in een vallei midden twee Causses. Een jonge kerel helpt me voor een overnachting. Het lukt hem niet. Ik ga op het ene terras in het dorp zitten… tot ik uitgerust ben. Wanneer ik klaar ben om naar de camping te gaan kijken. Zegt een vrouw tegen me ‘venez avec nous en a une chambre de libre en haut’ bij Danny en Jean-Michel. Belgen die in de vroegere presbytère wonen.

Salvinsac to Trèves

Salvinsac

Dolmen ‘la pierre platte’

Ik verlaat le gîte ‘Le presbytère’, het was een fijn samenZijn met Monette de eigenares. Ik neem vandaag een weg richting ‘Les Causses du Méjean’ een klim van zowat een 550 meter…om een ganse dag op een kalkplateau te wandelen. Een gebied die al reeds 5000v J.-C. bewoont en een veel gebruikt gebied door de Néolithique.

Een prachtige Dolmen ‘La pierre platte’ kondigt het plateau aan. Wel 26 gieren vliegen in het rond. Wanneer ik bij het stijgen naar beneden keek richting het dorp, begreep ik waarom de kleinhandelaars in Florac stilletjes aan aan het verdwijnen zijn… een zoveelste supermarkt… kwantiteit boven kwaliteit.

Een dor en ruw landschap met een groot verscheidenheid aan distels. Een liefhebber van vlinders zou zich hier goed kunnen uitleven. Ik heb nog nooit zoveel en een grote verscheidenheid gezien aan vlinders op één plaats. Gelukkig is er wat wind, want de temperaturen stijgen al snel richting de 30°. Vele dorpjes zijn er hier niet, op twee na over de ganse weg. En een dorpje is dan 1 à 3 huizen. Waterpunten, geen. Mijn drinkfles geraakt leeg. Ik word spaarzaam op mijn water….tot de laatste druppel.
Een dagje op doorzetting. Gelukkig vind ik voor de afdaling een bewoonbare boerderij. Wat kon dit water smaken.

Met een afdaling richting Salvinsac eindig ik deze lange wandeldag. En wat ben ik blij… terug kunnen aankloppen… zonder doorverwijzen naar een gîte. In het huis van Eric, die net aan het verhuizen is en mij zijn huis leent. Een typisch huisje uit de Cévennes met een hedendaags kleedje binnenin. Door het raam van mijn venster kijk ik uit op een kerselaar en zijn massa rode kersen, een dennenbos en het stenendak van de buren. Mijn ogen sluiten zich… Voldaan en dankbaar

Florac to Salvinsac

Les Causses de Mejean

Le Cardabelle- een beschermde plant

La Lozère

Mont Lozère

Zittend op een terras. Kijkend in het oneindig. Zondag. Mijn dagboek… hmm, moed en inspiratie ontbreekt me om de voorbije drie dagen, in herinnering terug te keren en om deze elk afzonderlijk te posten, alsof ze al zo ver weg zijn.

Een warm windje draait in het rond. De Franse taal krijgt een zingend accent. Op het eerste verdiep van een café-brasserie staat iemand zijn vensters te poetsen met keukenrol en een blauw chemisch product. Ik breng mijn hoofd achteruit, een blauwe lucht, groene grote bladen van de platanen. Links voor me een protestantse tempel. Les Cévennes en zijn verleden waar in de jaren 1685 de protestanten werden vervolgd door, deze die ‘les Camisards’ werden genoemd. De brandstapel, het koord, le boureau waren hier niet onbekend.

De voorbije dagen waren prachtig, zoals de vele andere. De schitterende oneindige landschappen van de Lozère, les Cévennes… Een paar hevige klims van 1400 tot 1600 meter. Le Mont Lozère, le Moure de la Cardille, le Signal de Figniels… Een omgeving naar mijn hart met zijn rijke fauna en flora. De gieren die kort boven mij uitvlogen. De krekels die onbeweeglijk blijven zitten wanneer ik dichterbij kwam. Het Icarus vlinder die zich gewillig liet in beeld nemen. De hagedissen die op de vlucht gaan bij het horen van mijn voetstappen. De zoete geuren van de naaldbomen en Linde… De kleuren van de Heide velden en het heldere water…

De kortstondige ontmoetingen met wandelaars. Het ritme en de beweegredenen van de randonneurs die verschillend is met deze van de pelgrims. Het commerciële van de Stevenson en de verplichte Demi-Pension. Het overdaad aan voeding… versus de eenvoud van het leven.

Het trouw blijven aan mijn eigen weg, aan mijn Instinct. En af en toe de tegenovergestelde richting nemen. Mijn barometer, mijn lichaam en niet de weg die ooit iemand anders heeft vastgelegd. Een niets moeten en van dag op dag voelen en zien welke richting ik uitga, afhankelijk van de omgeving, weersomstandigheden en mijn conditie. Het geloof in mezelf en vertrouwen in het leven dat wat mag, er zal zijn, ook al hoor ik dagelijks dat ik moet reserveren voor overnachting. Ik kan het niet en toch heb ik iedere avond een overnachting en komt er een oplossing uit het niets.

Mijn conditie, mijn wintersjasje begint stilaan weg te smelten. Mijn voeten zijn bijna genezen en wanneer ik erna kijk doen ze me denken aan de huid van de Nomaden die met een caravaan door het Zuiden van Marokko trokken.
Iedere avond krijgen mijn voeten een massage met olie van etherische oliën – Gautherie en Helychrisum- deze avond kreeg ik een extra flesje van Monette. Monette’s haar eigen zelfgemaakte Valeriaan olie. Zelfheling en taping, na een week is de pijn stilletjes aan verdwenen. En dan afwisselend wisselen tussen de vijfvinger schoenen en sandalen. Waw, wat een vrijheid aan de voeten. Mijn linkervoet mocht blijkbaar duidelijk gaan aarden. Door te gaan gewaarworden en voelen wat mijn lichaam verteld, want ja een lichaam spreekt, ben ik af van de steunzolen en heb ik hierdoor vrijheid gegeven aan mijn lijf en kan het terug natuurlijk bewegen.

Op de col du Finiels… mezelf zien lopen in een wit transparant linnen kleedje, met knopjes en broderie anglaise. Een strohoed in de hand. Ik voelde mijn lichaam dansen in deze immense ruimte die me omringd. De dag nadien tussen de Heide wandelend zag ik me dan eerder als een herderin lopen, rode voeten verbrand door de zon, een houten stok onder de arm, zoekend naar planten, haar kudde schapen in de verte.

Mijn lichaam die begrenst is, zich vult met de grootsheid die rond mij aanwezig is… Om dan het samensmelten gewaar te worden met de grote oneindigheid die lichaam, geest en ziel voed. Mijn woordenschat is eigenlijk te ‘pauvre’ om mij hierin uit te drukken.
Mijn eigen kracht die blijft groeien in zachtheid en een diep gewaarZijn dat deze weg meer dan kloppend is.

Cheylard l’Évêque to Le Bleymard

Le Bleymard to Le Pont de-Montvert

Le Pont de Montvert to Cassagnas

Cassagnas to Florac

Regels

Ontwaken… een kop koffie op terras met Aurelie, we deelden samen een gîte. Een boekje valt uit haar rugzak op de grond… Een titel, een naam van de auteur ‘Liudmila…’. “OH, merci Aurelie. Cela me fais rappeler que je doit mettre mon téléphone sur la sonnerie.
Samen met Aurelie verlaat ik het dorp Pradelles. Een stad kan het niet meer genoemd worden, alles is er bijna dicht. De typische zuiderse galerijen, daar waar vaak kunstenaars of ‘artisan du pays’ te vinden zijn, zijn verlaten.

Op het einde van het dorp staat een vrouw met twee mannen te praten. ” A voilà des rondanneurs. Bonjour”, zegt de vrouw. “Vous les prenez pas avec vous sur le chemin.”, terwijl ze lachend kijkt naar de mannen. “Ah non merci je porte déjà ma grand mère avec moi !” We steken de hand op naar elkaar en zwaaien.

In mijn rugzak een foto, de paternoster, een kaarsje en een gedroogd roosje van de begrafenis van mijn grootmoeder….op weg naar het Zuiden.

In Langogne een eerste halte. Ik stap het toeristen bureau in. Een stempel voor mijn credential. “Vous faites quelle chemin. La Stevenson, la regordane ? “, vraagt de vrouw voor op de lijst van statistieken. “Aucun des deux, je fais le chemin de Marie de Magdala” “Ah, je connais pas.” “c’est bien possible je le crai mon même.” “Ah, vous m’avez u”.
Ik verlaat het bureau. De letter L geincrusteerd in de stenen.
Een bezoekje aan een prachtig Romaans kerkje die op een route des Templiers ligt.

In mijn rug hoor ik een sirène… De brandweer kazerne van Langogne. Het is middag. De vergezichten zijn subliem. Bossen van naaldbomen afgewisseld met velden en waar af en toe een dorpje te voorschijn komt.
De bermen zijn gekleurd in paars en gele tinten. Een huwelijk van de Centaurea en Sint Janskruid. Om de zoveel tijd staat een klein stenen bouwsel, waterputten.
Een strakke wind laat zich af en toe horen in de kruin van de naaldbomen. Hier en daar het geluid van een waterbron, omcirkeld door de geluiden van vogels en krekels.
In de verte grijze, witte wolken. Een onweer kondigt zich aan.
De zon kaatst op mijn voeten…

Een wagen raast me aan een snelheid voorbij in een doodlopend straatje. Een hond jankt… auw.
Wat verder de wagen. Ik ga kijken.
“Vous cherchez la route madame”, roept een lachende vrouw vanop haar balkon. “Non, je vient voir la voiture. C’est à vous ?” “Non à mon petit fils.” “Bhein dans la région en doit pas avoir peur de la ‘bête de Gévaudan’. Mes plus tôt de cette bête à 4 roue.”

Een rivier. Een dorpje. Een grasmachine. Een waterbron….ik geniet van het kolkend water die mijn drinkfles vult met verfrissend water rechtstreeks uit moeder aarde.

In een bos… het is er muisstil. Naaldbomen en grote rotsen. Verschillende energieën zijn er voelbaar. Harteklop… ik wacht en geef mijn lichaam de tijd om de omgeving op te nemen. Heel traag wandel ik rond. Ik neem contact met een rechtstaande kolossale rots… Het voelt zacht en gedragen.
Ik draai me om… en ga naar een platliggende rots. Mijn ademhaling versneld. De energie voelt te krachtig aan, ik kan het niet lang houden en verlaat de rots… Een diepe zucht…

”s avonds overnacht ik een dorpje met enkel 25 inwoners. Ik ben er genoodzaakt in de herberg te verblijven, in half pension. De burgemeester, eigenaar van de herberg laat wildkamperen niet toe. Jongeren vragen om er de tent op te zetten in een tuintje. Neen, is het antwoord. De mensen hebben schrik dat er een gele plek zichtbaar zou zijn in het gras… Hmm… We zijn midden de natuur… Beetje vreemd..
De extra regels van de Covid maakt het niemand gemakkelijk. Een slaapzaal van 12 kan enkel één persoon verblijven. Hebben de mensen schrik van de Covid of eerder schrik van de staat die macht uitoefend en zwaait met strenge sancties… Het laatste krijgt de bovenhand.

https://youtu.be/xeVFO1WtZcA

Marc

Gérard en Jean-Paul zijn vroeg uit de veren. Zittend in mijn slaapzak, geniet ik van het zien van de opgaande zon. Straks keer ik even terug richting de bar voor een heerlijke kop koffie om mijn dag te starten. Mijn lichaamsritme ”s morgens is wat meer te vergelijken met deze een locomotief …traag en evenwichtig volhouden in de dag.

Ik bevind me op de weg van Stevenson (Robert Louis Stevenson) een Schotse schrijver en zijn ezel Modestie, die in 1878 een voettocht ondernam van Le Monastier-sur-Gazeille naar Saint-Jean-du-Gard. Hij maakte deze reis ondermeer om een ongelukkige liefde te vergeten, maar als protestant was hij ook geïntrigeerd door de Cévennes, de streek waar zich in 1702-1704 “la guerre des Camisards” was.

In Landos, een aangenaam dorpje is er de plaatselijke wekelijkse markt. Een paar kraampjes met lokale voedingswaren. Honing, geitenkaas, fruit en gedroogde worsten. Ik spreek twee mensen aan, Marcel en Christiane. We staan er een half uur te praten over de markt, les gendarmes pendant le confinement, le village… “Vous avez tous ici les yeux éclatants à Landos ?” Twee vrolijke, hartelijke mensen.

Na een pauze op terras maak ik me klaar voor een volgende zeven kilometer. Het valt me op hoeveel wandelaars hier aanwezig zijn. De Stevenson is een veel gebruikte weg. Ik kijk nog even om, in mijn linker ooghoek zie ik een man in de rug. Mijn intuitie wordt iets gewaar.

Aan een fleur- en kleurrijk huis hou ik even halte. “Bonjour monsieur, il y a marqué ‘les écoliers’. C’était une école ?” “oui, il y a bien longtemps.” De man is een beeld aan het installeren op het poortje van het huis. “Ma femme dit que ce serait plus jolie la sur le mur.” “Bhein…”, met wat een voorzichtigheid en op deugniet wijze, “votre Dame je la donne raison…”. We praten over eetbare bloemen.. De man roept zijn vrouw door op de huisbel te duwen. Ze functioneerd niet. “Oh, Tous ce que je fabrique casse ou ne fonctionne plus.”,terwijl hij lacht. Zijn vrouw kkmt naar beneden. We blijven een tijdje praten en wisselen elkander ze naam uit.
“La croix et Rivière et ma grand-mère s’appeller Chapelle.”…

Later in de dag kruis ik wandelaars. Een paar meters nadien voel ik iemand in de rug. De jongeheer die ik in de rug zag in Landon. We beginnen te praten. Zijn ogen zijn verstopt achter zijn donker brillenglazen.
In het gesprek hoor ik het woord ‘para’. Mes alors votre Ange Gardien c’est St. Michel. De man die Marc heet krijgt kippenvel wanneer ik het hem vraag. Ik deel de bijzonderheid van onze ontmoeting. Op dezelfde manier werd ik iets gewaar en opdezelfde manier gebeurde de ontmoeting zoals met Jean-Paul op mijn vorige tocht. Ook Jean-Paul is para.

In Pradelles nodig ik hem uit op terras. Nadien bezoeken we samen het dorp en de kerk. Bij het binnenstappen in de kerk zie het eerste beeld, St. Marc. Benieuwd of Marc het zal zien. Ik wandel de kerk rond. Marc zit op een bank kijkend naar het beeld. Hij kijkt me aan en lacht. Ik lach terug. Ik kijk op en zie een glasraam waar de Aertsengel Michael staat uitgebeeld. We beginnen allebei te lachen. Uitleg was overbodig.

https://youtu.be/bb3Hin2Yz7w

Pradelles

Nachtuil

Vals-près-le-Puy

Naar de kathedraal… In een uithoekje van de kerk neem ik plaats en sluit ik mijn ogen. Iedere morgen wordt hier een misviering gegeven voor de pelgrims. Op het einde krijgen de pelgrims dan een zegen. “Vous faites le chemin. Vous allez à Compostelle? Allez y, mettez vous devant”, vraagt en zegt een vrouw in bijna porceleinen pakje. “Merci beaucoup madame. J’ai reçue ma bénédiction à Vézelay à la Basilique Marie Madeleine.” De vrouw stapt verder en komt even terug op haar passen. “Je vous prends avec dans mes prières”, voegt de vrouw eraan toe. Wat later komt een zuster naar me toe… “Allez y, allez y…”. “Merci ma sœur…” en ik herhaal wat ik tegen de vrouw zei. “Mes allez y c’est l’évêque…”. “Non, merci ma sœur”.
Ik hoor de man vertellen wat een pelgrim nodig heeft onderweg…. een bijbel, een paternoster ,…en op het einde “.. et il est indispensable, les pèlerins doivent s’aleger sur le chemin. Donc n’oublier pas de laiser la petite monnaye, cela vous évite du poids”….
Een metalen luik komt uit de grond, 2 grote metalen poorten openen zich. Een trap richting de stad wordt zichtbaar…. “Suivez la coquille”, hoor ik nog zeggen terwijl ik afdaal.
Beneden, aan een splitsing volgen twee mensen me. “Vous allez à Compostelle ?” “Oui, en suit le GR”. “” Ce n’est pas le bon GR. ” Ik keer even terug op mijn passen en toon hen de blauw-gele schelp.

Boven op een heuvel komen twee mannen mijn richting uit.
“Bonjour, vous faites le chemin de Saint-Jacques ? ” en terwijl ik de vraag stel zie ik in zijn handen de topogids van ‘le regardon’. “Non, la on terminé. Nous avons fait une boucle sur le Stevenson et le regardon. Saint-Jacques je les fait l’année passer. C’est la que on sait connue.”… des amis du Chemin.

De geur van koolzaad. Vlinders fladderen rond me heen.
‘un aire de repos pour les gents du voyage’. Allemaal witte caravans en witte wagens. Wat fijn om deze verandering te zien en dat men doorheen de jaren deze mensen een plaats heeft gegeven in de maatschappij en niet meer uitstoten worden zoals voordien.

De weg gaat vlot via open landschappen en vergezichten.
Een aangename energie komend vanuit mijn voeten stroomt zachtjes door meheen en blijft zalig hangen ter hoogte van mijn bekken… Deze energie herken ik en mag ik vaak gewaarworden op mijn weg. Fijn deze terug te ontvangen. Vrij, puur, zacht… Ik geef er aandacht aan, zonder een moeten of verplichting, zonder ze proberen vast te grijpen… zodat ze vrij kan blijven ronddraaien… Een van de fijnste en aangenaamste energieën die ik ken en die mijn lichaam voed. Ik zou het kunnen noemen, liefde bedrijven met het leven.

Op een brug hoor ik twee mannenstemmen. Jean Paul et Gérard. Jean-Paul draagt een leuk Sikkepitje met 3 pareltjes. Ik wandel wat mee met hen en we wisselen wat verhalen vanop de wandelwegen. Wat fijn om plots tussen twee mannen te wandelen, een gevoel van gedragen te worden. Ik geniet ervan.

Een broodnodige halte in een dorpje. Mijn voeten vragen rust. Ik ga aankloppen voor water…. “Vous avez pas de chapeau?” “Bhein si je l’ai enlever pour vous dire bonjour.” “Oh vous êtes mignonne.”
Ik haal een boekje uit, ‘prier 15 jours avec Etty Hullesum’… Een boekje die ik 1 jaar geleden van frère Bruno kreeg in l’abbaye de Leffe. Met de gedachten en een poging deze uit te lezen tegen ik aankwam in Dinant. Helaas.
Ik zet me op de boord van de bron en plons mijn voeten in het verfrissend water. De zon kaatst op het water reflecteert een dansend lichtspel onder mijn zonnehoed…

Een hond achter omheining kondigt aan. Zijn geblaf weergalmt in het dorp. De geur van de L’inde verwelkomt. Een man staat in zijn tuin. “Vous avez pas peur comme cela une femme toute seule sur le chemin ?” “Oh, non. C’est justement le chemin qui m’a enlever mes peur.” “Et vous allez où comme cela ?” “Bhein je cherche un endroit pour passer la nuit.” “Vous avez un matelas ?” “Non, j’ai envoyer à la maison. Je ne supporter plus le poids, qui pourtant étais léger.”

En zo beland ik in de moestuin van Pierre om onder de sterrenhemel in openlucht te slapen. Gérard en Jean-Paul hebben me vergezeld.
Ik zoek een plaatsje op het gras. Al snel vallen de twee heren in slaap en bewonder ik de wel vijf nachtuilen die kort over meheen vliegen. Wel een beetje schrikken, het is ook geen alledaags tafereel. Prachtig om te zien hoe de uil zijn kopje draait wanneer hij telkens over meheen vliegt en me aankijkt. Een hemels geschenk.

https://m.youtube.com/watch?v=boJTa3qBV7I&feature=youtu.be

Aiguilhe

Aiguilhe – Chapelle Saint Michel

Lyon, 6u30 in de morgen. Geen kat te zien.
‘Le train pour Le Puy-en-Velay entre en gare…’, zegt een stem door de luidsprekers.
Een groepje van vijf jongeren stappen mee in. Het is rustig. De trein conducteur komt me melden dat ik hem kan volgen in het volgend station. Mijn wandelstokken en rugzak deden hem vermoeden dat ik naar Le Puy-en-Velay ga.
Ik geraak ontroerd bij het zien van de landschappen. Bossen, ruines, kastelen, La Loir Sauvage… La nature dans toutes sa pureté. Een traan van vreugde rolt langs mijn wang. Mijn hart lacht. Ik dommel in.

Le Puy-en–Velay. De vele trappen opwaarts nemen me mee richting de kathedraal.
Een misviering is gaande. Hmm, na Vézelay, een hemelsbreed verschil. Klassiek, beetje autoritair en om dan niet te vergeten op het einde een grote omslag wordt in de handen geduwd.

In de ‘shop’ van de kathedraal vraag ik naar een overnachtingsplaats. In totaal zijn er nu 30 bedden beschikbaar voor pelgrims… al de rest is gesloten. Alles is bezet. Een zuster wandelt heen en weer…. Haar grijze pij is strak om haar gezicht, een paternoster hangt aan haar bruine lederen centuur. “Bonjour ma sœur avez vous la possibilité d’héberger une pèlerine svp”…. Een half uurtje later sta ik aan het vroegere Clarissen klooster… een huis, huisnr 3, chambre Clarisse.

In de namiddag ga ik naar Aiguilhe, naar de rots ‘Chapelle Saint-Michel’ gebouwd op restante van een oude vulkaan.
Na Monté San’t Angelo (Gargano, It) en Sacra di San Michèle (Turin, It) werd deze kapel gebouwd.. Nadien volgde Mont Saint-Michel…

In 2013, terug komend van vakantie met Tineke en Janus, volgde ik mijn instinct en hielden we hier een halte op de terugkeer. In deze kapel, toen verwoorde ik ‘vroeg of laat zal ik pelgrimeren’…Nooit gedacht dat deze woorden die ik toen spontaan uitte ooit werkelijkheid zouden worden. Pas door een ontmoeting met een priester, op mijn weg in 2018 herinnerde ik me dit moment…. De start van mijn pelgrimeren

https://debelsjasmine.com/2018/06/06/fiorenzuola/

Het is er zo zalig vertoeven dat ik de tijd niet voorbij zie gaan. Een paar uur laat ik me onderdompelen door de aanwezig gedragen energie die hier heerst. Tranen vloeien zonder enige reden, een oneindige vreugde is voelbaar…
Heel blij dat de weg me hier terug naartoe nam… 7 jaren later.

Richting Le Puy en Velay

Na een nachtje onweer en genieten van lichtflitsen over het brede landschap… maak ik me vertrekkensklaar om naar de Laudes te gaan en de pelgrimszegen te ontvangen.
Mijn kamer krijgt een poetsbeurt, het bed een extra ontsmetting beurt omwille van de gezondheidsmaatregel die er overal heerst. In ‘la salle Saint-Jacques’ zet ik koffie, en maak ik het ontbijt klaar. Wat fijn om het brood te nemen en het straks te mogen delen met andere pelgrims. De morgen… een voor mij een dankbaar moment in de dag tijdens de voorbije week. Pelgrims een goedemorgen wensen, hen begeleiden naar de Laudes en telkens ontroerd geraken bij het zien wanneer ze hun zegen ontvangen. Te zien hoe mensen zich met een zeker broosheid voortbewegen en Frère Benoît-Joseph volgen tot aan het altaar om er een zegen en ondergedompeld te mogen worden door het gezang van de confraterniteit, waarbij de zangnoten bijna als parels je ganse lijf balsemen, zo mocht ik het toch ervaren, telkens weer.

Hospitalière, het was een prachtige week. Zo dankbaar dat ik op deze manier, wat ik zelf op de ‘weg’ mocht ontvangen in alle bescheidenheid mocht doorgeven. Mensen terug zien vertrekken met een opengezicht na een zware lastige dag.

Afscheid nemen van de confraterniteit die ik een handje mocht helpen. Ramen poetsen, een extra schoonmaak hier, eentje daar…

Richting Avalon met Martine om er met Dominique dan naar Lyon te rijden en verder naar Le Puy en Velay waar ik de weg verder zal stappen.

De rit naar Lyon gaat heel vlot. Aangekomen in Lyon. Het is bijna een chock…. De eerste grootstad – vooral de drukte en hectisch gedoe- sedert bijna 4 maand. Ik kies voor een avondje jeugdherberg en vroeg in de veren.