Chenee

Goedemorgen allen, (graag deel ik ook hier de onderstaande tekst voor wie geen FB heeft)

Ik heb me vandaag voorgenomen om een dagje rust in te lassen. Dit brengt me de ruimte om jullie te delen wat zich hier afspeelt.

Ik ben nu reeds meer dan een week op het veld in het overstromingsgebied, nl in de stad Chenee, een deelgemeente van Luik. Het werd voor mij snel duidelijk dat ik niet verder hoefde te gaan, dieper op het terrein dan Chenee en kon me heel goed inbeelden welke ravage er nog verderop was/IS.

Enkel op 3km van het centrum zag ik reeds ingestorte rivierbeddingen, takken en allerlei in de omheiningen hangen, hoger dan mijn gestalte van 1m73. (ondertussen waarschijnlijk al 1 gekrompen 😏). Toen ik het gebied binnenkwam kon ik niet anders dan denken aan Karlovac, daar waar ik in 1994 ben geweest met een hulpkonvooi in oorlogsgebied. De verlatenheid, het uitzicht, de sfeer is werkelijk te vergelijken.

De 1 ste dag had ik contact met een paar bewoners. Ik zeg wel een paar omdat de omvang van de ramp zo groot is dat het noodzakelijk was om een lange tijd bij dezelfde persoon te blijven. Te luisteren, te zien niet enkel het verhaal van de bewoner, ook hoe de staat van de huizen zijn.
Het deed me al snel inzien dat wat op het veld gebeurde heel chaotisch was. Wat ook niet anders kon. Water bracht choas, puin van kilometers ver in de wijken en hun huizen en spoelde weg wat van hen was en op die choas kwamen duizenden vrijwilligers van her en der om de mensen hier te helpen. En ik kan jullie meedelen gelukkig en dat tegen het advies in van de poltiek… wat een bergen werk hebben die mensen al reeds verzet.
(Ik begrijp zelf vandaag nog niet hoe het komt dat er hier geen externe coordinators /experts aanwezig zijn, los van iedere organisatie op het terrein, om hier te coördineren op het veld. Ik denk toch wel dat dit bestaat of niet.)

De eerste vrijwilligers met wie ik in contact kwam en die al reeds bijna drie weken aanwezig waren is Trudi van der Heeden en Christiaan de Haan, ik kwam met hen in contact via Pomme Termond op FB. 🙏

Vermits ik op vele vlakken ergens wel thuis ben, kon ik al snel iets doen en betekenen voor de ander. Zo hoorde ik ergens in de verte geklop en wandelde op het geluid af. Vincent was zijn muren aan het kappen om zo snel mogelijk de toxische stoffen die in het plamuur terecht gekomen zijn en de muren/structuur van het huis zo snel mogelijk te laten drogen. Om het gelijksvloers in zijn blootje te zetten. (bij de over buur gelijksvloers EN 1ste verdiep) Hmm, ‘in zijn blootje’, een diep weten zegt me ergens ‘en er zal nog meer zaken’ in het blootje komen te staan’, en dit op veel verschillende vlakken.
Ik begon met hamer en beitel het ‘oude’ te verwijderen en beiden stonden we in het Nu, schouder aan schouder te werken, te kloppen.

Wat later wou Trudi me voorstellen aan een man. Er had zich een situatie voor gedaan waar een andere soort hulp voor nodig was, vermoedelijk medische hulp. Beiden de Franse taal niet zo meester kon ik hen hierin bijstaan. Ik ontmoette de man en het eerste wat hij me vroeg: “Wanneer komen ze verder mijn kelder doen. Ze zouden terug keren vandaag… waren hier gisteren.”, zei de man wat verward. Een man van oudere leeftijd, met zowel fysische als psychische klachten. Ik check de persoon ivm het afwerken van de kelder, ivm de info die ik vernam. Dit klopte en de vrijwilligers waren ondertussen op een andere plaats begonnen. De ‘chaos’ van het terrein en wat ook niet abnormaal is wanneer men reeds drie weken als een soort ‘overleving’ om je naaste te helpen op het veld aan het meedraaien bent. ‘OK, Jasmine, zo een situatie kan vermeden worden. Vermijden dat nog extra spanning wordt gecreëerd die onnodig is voor de bewoner. Nog eens boven alles wat ze al te verduren hebben.’

Dit gaf me de duw om hier in de wijk de coördinatie op het terrein zelf in het handen te nemen en te coördineren. Zo nam ik een zakschriftje. Kwam de man met zijn voornaam erop, tel. nr, adres zodat een beginnend werk tot een goed einde kon gebracht worden. Een paar uur nadien via een oproep via sociale media kwam er een ploeg aan om de kelder te reinigen, water verwijderen en een ander extra probleem op te lossen. Nl het verwijderen van de elektrische boiler in de kelder, laten leeglopen, alles in veiligheid brengen, afsluiten kranen en afleggen elektriciteit. (want ja vandaag durven veel mensen hun electriciteit gebruiken, meestal uit onwetendheid en met goede bedoelingen van het uitsturen van hoop door anderen ‘Eureka de electriciteit is terug in de straten’, alleen komt dit niet op de juiste manier aan bij de inwoner. Want electriciteit op straat wil niet zeggen dat electriciteit binnenshuis veilig is.) Alles dient gezien te worden niet enkel preventief ook curatief, hoe noemt men dit, vooruitziend zijn!

Op het einde van dit klusje kwam AF met een cirkeltje en de man, fleurde op…. wordt vervolgd…

Brood

24 juli, zaterdag in de namiddag kijk ik even op FB.
Een bericht verschijnt over de waterramp in België, in de buurt van Verviers, Luik, Pepingster…
Met open mond kijk ik naar de beelden, de vidéo’s… ik lees de tekst. Hulp wordt gevraagd, dringende hulp.
Een innerlijke stem spreekt me aan…gans mijn Zijn wordt aangesproken, zonder enige twijfel en niets in mij die zich vragen stelt… neemt mijn pelgrimstocht een andere wending aan….

Vorig jaar nam ik de taak als ‘hospitalier’ aan in Vézelay. Hospitalière of gastvrij of openhartig. Wat betekent dat men pelgrims verwelkomt, je instaat voor goede zorgen, je hen een bed aanbied, zorgt voor een maaltijd voor wie het nodig heeft, je zorgt voor de netheid waar ze verblijven, ze rust kunnen vinden na een soms vermoeiende fysieke dag, je er voor hen bent, een luisterend oor… en dit in alle nederigheid en dienstbaarheid.

En als ik er eigenlijk bij stil sta ben ik al heel lang ‘hospitalier’ op de weg zelf… hoewel ik dan aanklop als pelgrim en ik onderdak krijg, voel ik dat er een balans komt tussen de gastvrouw en/of gastheer en mezelf en later op de avond of vaak bij het ontbijt wordt de ‘hospitalier’ in mij aangesproken….en ligt de weg niet meer voor me, is de weg in me.

Mijn hart werd aangesproken. Ik maak dan ook rechtsomkeer om ‘hospitalier’ te zijn in het rampgebied… waar ik ginder mijn taak verder zal zetten.

Ik neem onmiddellijk contact met Pomme Termond op FB en al heel snel ontvang ik de nodige info.
En wanneer alles vloeit dan weet ik dat het juist zit. Al heel snel vind ik rechtstreeks vervoer terug naar België en overnachting in Luik, daar waar ik ooit heb geslapen op de pelgrimstocht van de buizerd.

25 juli, zondagmorgen. Na het ochtendgebed daal ik la Colline Éternel af tot aan de bakker. Voor mij zie ik het groot mooi gebakken brood in de rekken liggen. Een brood van wel bijna 2kg en een armlengte groot.
Hmm, zegt een klein stemmetje… Ik zou er wel eentje kunnen schenken aan de zusters, één voor de broeders, één voor de Sint-Jacobszaal waar de pelgrims kunnen eten. Ik volg het stemmetje niet en kom buiten zonder.

Rond de middag beginnen de klokken te luiden… Ik ga richting de basiliek. Meer dan 100 scouts zijn aanwezig en tal van pelgrims. Het is vandaag het feest van Jacobus. Zeven jaar geleden ondernam ik toen mijn eerste pelgrimstocht naar Compostella.

Op het blad zie ik staan ‘Lecture du deuxième livre des Rois 4,42-44’ “On mangera, et il en restera.” (2 Koningen 4,42-44)Terwijl het wordt voorgelezen, hoor ik het woord brood in de tekst.
Het interpelleerd me.
Ik word gewaar dat er iets in mijn lijf gebeurt. Een vertikale kracht is voelbaar en vult stevig mijn lijf. De oppervlakte van mijn voeten voelt stevig. Ik neem diep adem.
Ondertussen gaat de viering door…
Ik draai mijn blad om en zie staan ‘Lecture de l’ Évangile selon Saint Jean 6,1-15′ “Ils distribua les pains aux convives, autant qu’ils en voulaient”.
Terug hoor ik het woord ‘brood’.
Tranen rollen over mijn wangen. Vreugde vult mijn lijf.
Wat voelbaar is in mijn lijf, voelt als een zegen. Ik voel me krachtig… het voelt als ‘ik ben er klaar voor’. Zo voelt het. Ik ben er klaar voor.
Voor wat?! Voor wat zal Zijn.

en mijn intuïtie wist, zonder ikzelf ‘weet’ had.

Ober

Op een terras. Een groep van vijf mensen, twee mannen, drie vrouwen. Een vrouwelijke ober. Eén van de mannen was aan het giechelen, hij bracht zijn twee handen naar de borsten van de ober en zei ‘tutuuuut’. De ganse tafel begon te lachen. Hmm, lachen om wat?! Wat was er lachwekkend? De tuuut? Het gebaar ? Het geheel? Lacht men om het gebeuren? Of gewoon om dat er een groepsgebeuren gaande is?! Staat men nog stil bij zo een aktie. Ik denk het niet, want anders zou men dit niet lachwekkend vinden. Het zien van de situatie raakte me en vond de situatie werkelijk zielig.

Toen ik naar binnen ging om te betalen, vroeg ik de ober of de mensen familie waren van haar. “Neen, het zijn cliënten”. “Had jij daar geen last van dat de man zo naar je borsten kwam?” “het zijn klanten. Hij kwam ook niet echt aan mijn borsten. Ik ben het nu al gewoon.”… Gewoon…. Ik kon niet anders dan mijn ogen een ‘onbegrijpende indruk’ na te laten.
Als ik, als volwassen vanuit mijn positie op terras zag dat de handen de borsten hadden geraakt, dan had een kind dit waarschijnlijk niet anders gezien. En ook al werden ze al of niet aangeraakt. Welke boodschap geeft men hierbij. Is dit een normale situatie? Is dit gedrag OK? Neen, dit vind ik alles behalve ok, voor mij is hier een duidelijk probleem van grensoverschrijdend gedrag.
En voor mij is hier ook gedeelde verantwoordelijkheid in.
….als opgroeiend kind zie je dat iedereen lacht… Dan zal dit waarschijnlijk niet abnormaal zijn.
Zo ervaarde ik dit zelf als kind.

Ik herinner me dat we iedere zondag naar één van de nonkels en tantes gingen. Dit was een wekelijks zondagsuitstapje. Als kind zag ik graag die mensen – als volwassen nog – alleen een herhalend grensoverschrijdend gedrag heeft me afstand doen nemen.
Ik zie, hoor nog de situatie alsof het gisteren was, vandaag kan ik erover praten al kijkend naar een toneelspel zonder er me schuldig over voelen.
Als puber zat ik op school ‘snit en naad’ en wanneer ik een kledingstuk maakte daar was ik ook fier op. Zo maakte ik af en toe een rok op school – broeken waren zeldzamer, ik zat namelijk op een meisjesschool – en droeg ik die op zondagavond. Bij het binnenkomen maakte mijn nonkel altijd grapjes – of ten minste dit is wat hij dacht – en zei al lachend, bijna spottend “olala, elle a une jupeee” of “fait moi voir c’est belles petite jambes cachée” en dat terwijl hij telkens met zijn handen richting mijn dijen floreerde of hij een poging deed om onder mijn rok te gaan met een ‘giechelend joker face’. Ik deed dan telkens een poging om een cirkel te maken of mijn poep in een snelheid naar achter te brengen zodat hij mijn benen niet kon aanraken. En dan reageerde hij al giechelend alsof het een spelletje was – voor hem was het een spel, een pervers spel. En als dit niet lukte, dan kon ik me wel aan ‘un pincement des faisse’ verwachten.
Wanneer hij zijn slag niet haalde, kon het wel eens gebeuren dat wanneer we aan tafel zaten, op momenten waar ik het niet meer verwacht of wanneer ik uit de keuken kwam en langs de tafel wandelde… dat ik nog net kon ontglippen aan zijn volle handen. Zijn spel bracht echter gans de ruimte aan het lachen en vandaag vraag ik me af wat het meest pijn aanvoelde toen ik hier allemaal bewust van werd, zijn misplaatste grappen of alle andere ogen die toekeken en mee luidop aan het lachen waren zonder daar ooit maar een halt aan te roepen.
Dit is wat ik noem gedeelde verantwoordelijkheid. Het toezien, het laten gebeuren, er niets opzeggen en meedoen aan het spel. Oh plezant dat het was.

Vandaag zou ik reacties kunnen horen als ‘ja maar waarom bleef je gaan, waarom sprak je er niet over.’ Wanneer je hierin opgroeid en je dit als jong kind meemaakt, dan heb je dit niet onmiddelijk door dat het ongepast is en zeker niet wanneer iedereen toekijkt, mee lacht en dan nog in familie situaties en je je nonkel graag ziet. De liefde, graag zien van een kind naar volwassen in zijn volle puurheid.
Dan leer je dit als’ normaal’ zien, ook al wordt je op latere leeftijd gewaar dat er iets niet juist aanvoeld. Dan heeft je hoofd ondertussen aangeleerd ‘ och je maakt je dat zelf wijs’, vooral wanneer je het dan aankaart en zelf die reactie krijgt, wat trouwens niet enkel bij dit onderwerp was. Was het niet ‘mezelf wijsmaken dan kwam het woord’ uitlokken’ met een dikke portie ongeloof om je nog meer te doen twijfelen aan jezelf. Met daarbij een portie angst er boven door de gevolgen die er ontstonden van durven spreken.
En als het hem niet lukte, dan had ik een kleinere broer die werkelijk dacht dat het een spelletje was en hem achterna deed. Ocharme, het beeld dat een jongen, toen nog kind, kreeg van hoe zich gedragen naar vrouwen. Een vrouw zien als speeltje, als object.
Er was (was… voor mezelf alvast) duidelijk een probleem in de familie op dit vlak… een probleem verborgen in een potje met een hermetisch deksel erop. Je weet wel, zo eentje met een rubber boord om het zeker heel goed vacuum te trekken.

Ik hoop dat met mijn vraag aan de ober, ik een bewustzijnszaadje heb kunnen zaaien.

Communicatie

Reflection

Een paar dagen zijn voorbij. En daar ben ik blij om, want fijn waren ze niet. Er zijn zo van die dagen en hoewel ze niet aangenaam zijn, ben ik ze nadien altijd dankbaar want ze komen me telkens iets aan tonen die aan het licht mag komen.

Dankzij een waterval diep in het bos werd ik gewaar wat er gaande was. Het stromend water en het staan vóór een groot wateroppervlak, bracht terug stroming in mijn lijf. Mijn bekken gebied. Een rustige diepe zucht van opluchting, een traan vloeide over mijn wang. Zo helend kan water zijn. Rustig kon ik me terug losmaken van, rustig kon ik terug uit een ‘carapace’, rugschild kruipen.

Ik werd bewust wat de trigger geweest is. Mezelf niet begrenst tijdens een telefoongesprek waarin de persoon een spraakwaterval was en wanneer er een vraag werd gesteld ik de tijd niet kreeg om effectief te antwoorden. Omdat ik namelijk meer tijd nodig heb omdat alles via mijn lijf gaat. Een vraag heeft de ‘tijd’ nodig om binnen te komen, gewaar te worden, zijn weg te zoeken om op een ‘zuivere’ manier naar buiten te komen. Terwijl ik altijd dacht snel te zijn in oorsprong, dit heb ik echter aangeleerd om te overleven, wanneer mijn hoofd teveel invloeden kreeg, het was als een ‘coupe-circuit’, een druk op de knop en ‘tilt’. Gelukkig hielp mijn tweeling ascendant tweeling me daarin. Hebben we nog ‘tijd’, maken we nog ‘tijd’ voor elkander, willen we nog ‘tijd’ maken?! In deze tijdsgeest of wensen we iets anders?!

Maw het telefonisch gesprek was een eenrichtingsverkeer met ruis in de kabel.
Hierdoor kwam ik in overdaad, ik spande me in om proberen mee te volgen, dit inspannen gebeurt dan mentaal om proberen de knoopjes aan elkaar te houden.
Mijn gewaarwordingen, het contact met mijn lijf en haar signalen kreeg geen ruimte meer. Ik zou het kunnen visualiseren met in een zwarte plastiek stappen en alles toesnoeren aan de keel. Mijn lijf wordt opgesloten en enkel mijn hoofd en schedel krijgt lucht. Lucht daar waar net een teveel aan ‘lucht’ is. En op de keelchakra… wat voor communicatie staat, alleen wanneer de eerste chakra’s worden afgesnoerd kan de keelchakra niet in evenwicht zijn. (lucht, communicatie, het denken… daar waar men vandaag ervoor zorgt dat men zelf daar geen lucht meer krijg, hmmm, stel je voor dat men omgekeerd een plastiek zak opzet en afsnoerd dan stik je. Wel veel mensen zijn vandaag aan het stikken, ik hoop dat men dan het lijf mag terug ontdekken of aanspreken…). Een onbalans ontstond.

We werden allen geboren met een lichaam en wanneer dit in onevenwicht is dan wordt men ziek. Velen hebben zich van hun lijf afgesneden. Communicatie is echter een middel om uit te wisselen met elkander, we reageren op elkaar. Communicatie, zijn niet enkel woorden, is niet enkel in het hoofd, het zijn ook daden, gebaren, lichaamsprikkels, bewegingen… kijk maar wanneer onze haren op het lichaam recht komt te staan, wat dit allemaal kan communiceren…gans ons lijf is een communicatie middel. En dit communicatiemiddel kan op verschillende manieren worden afgesnoerd.

En verbondenheid kan enkel wanneer je ‘Heel’ bent in verbondenheid met jeZelf.

Off-day

Crypte Gargilesse

Een off-day. Het kan soms zo vreemd gaan. gisteren nog voelde ik zo een kracht in me, voelde ik diep van binnen wat in me speelde, was er een krachtig en diepe verbondenheid in me, rond me zowel op horizontaal en verticaal vlak. En vandaag voelt alles verloren, kwijt… geen verbondenheid, ook de natuur kan niet tot mij…enkel mijn mind is er. En terwijl ik het schrijf ben ik me er bewust van… De ‘mind’ . Wat heeft me getriggerd… Mijn schrijven… Neen… de weinige reacties die ik ontvang… ja, deels.
Ik ben gewaar dat ik in hongersnood zit van interactie, van voedende gesprekken, voedende reacties waardoor ik niet tot mijn volle potentie kan komen en beleven.
Vorig jaar had ik ook al zo een moment bij het schrijven… het gevoel van een monoloog uit te oefenen. Met andere woorden verbondenheid op horizontaal, aards vlak is er niet.
Zo is het de laatste dagen… op menselijk vlak… geen tot weinig diepzinnig, voedend contact.
Ik wordt doorgestuurd naar de pelgrimsherbergen. Het enige menselijk contact is hier de sleutel, hier het bakje voor geld. Dan vind ik vaak terug wat in de maatschappij gebeurt… hier de sleutel, is gelijk aan… hier de materie… dode materie.
En in verbondenheid is er een wederkerigheid van levende materie.

Dinsdag nam ik de telefoon. Ik bel een vriendin op…Mireille… Gewoon weten dat er aan de andere kant iemand is, gewoon is, je gewoon mag Zijn met wat is en je de tranen de vrijheid mag en kan geven, werkt bevrijdend. Mireille leerde me dit, terwijl ik er een paar keer voor haar kon zijn op deze manier en zij de stap durfde te zetten in mijn richting. Wat fijn wanneer wederkerigheid mag zijn.
In dankbaarheid, dankjewel lieve Mireille.

Kort erna zie ik het volgende verschijnen…
“If you want to help someone in your life, help them feel safe. ~ Matt Licata

Erna zocht ik wat voeding en kwam ik terecht bij de geschriften van Nag Hammadi. Ik kwam stilletjes aan terug… Morgen een nieuwe dag.

Drijfveer

Een nachtelijk onrust… Solange…
Voor ik de weg op ga zoek ik even op wie ze is.
Solange was een herderin die haar leven wou toewijden aan God, geleefd in de periode 880. Een jonge landheer maakte haar het hof, ze weigerde, ze werd door hem onthoofd. De patrones van Le Berry. Aanroepen voor de regen. Martyr de la pureté, maagdelijkheid, wordt aanroepen bij verkrachting.

Bij het verlaten van de stad hoor ik een vrouw zeggen, “Ah vous êtes bien desider” wanneer ik langs haar wandel.
Ik draai me om en loop achterwaarts verder. “Oh, que oui”,terwijl ik naar haar zwaai.
In een park in La Châtre sta ik verwonderd te kijken naar twee reuze Séquoia van wel vijf verdiepen hoog.

Ik luister naar een webinar over sexuele (on)veiligheid. Ik luister nogmaals… iets wat me verwonderd is dat ik geen enkele keer het woord liefde hoor. Terwijl een te kort aan liefde vaak de oorzaak is van sexueel onveilig gedrag. Dat men al heel vroeg zijn/haar lichaam kan inzetten om liefde te gaan zoeken bij een ander of toelaat vanuit angst. En men weet allen dat angst het tegenovergestelde is van liefde.
Het kan onschuldig zijn in het begin, veel kapot maken op langere termijn. Vooral als het in de taboe sferen, onderdrukking terecht komt. Ik laat het even voor wat het is.

Drie vlinders fladderen elkander achterna. Libellen spreiden hun vleugels in de zon. De natuur staat in volle kracht na de weldoende regen van deze nacht. Ik mag ten volle genieten van de geur van de Linde die langs mijn neusvleugels dwaalt.

In de verte hoor ik een toeter. Een rijdende bakker. “Bonjour, un flan aux pruneau svp.” “Vous faite le chemin de St. Jacques ?”, vraagt de man. “Oui”, antwoord ik met een brede glimlach. Hij geeft me een zakje met daarin een croissant, “tenez c’est pour plus tard.” Dit eenvoudig gebaar raakt me. Ik mag hem nadien nog driemaal ontmoeten op de weg… Telkens zwaaien we naar elkander met een grote glimlach.

Een kracht8ge behoefte duwt in mij… De behoefte om mijn verhaal te vertellen als klein opgroeiend meisje naar volwassen vrouw. Niet vanuit drama of slachtoffer, niet vanuit goed of fout, niet vanuit oordeel of vooroordeel naar mezelf en naar de anderen. Al die stukken heb ik immers doorworsteld, vele knopen ontfrutseld en een opkuis gedaan in mijn voorouderlijn aam beiden kanten.
Wel vanuit een diepe behoefte geduwd door het groter geheel, getuige te zijn vanuit een noodzaak tot groei in Liefde.
Symbolisch voor mezelf als een afsluiten van.. en een overgang naar…ver-nieuwen voor mezelf en anderen Doorheen het verhaal te kijken. Het samenbrengen van wat was, die vandaag is geworden.
Wat toen was – zonder te banaliseren wel met een realiteit voor ogen en in vergeving – heeft me vandaag geholpen in wie ik in werkelijkheid ben, was.

De beslissing mijn verhaal neer te schrijven zonder censuur – wat ik trouwens nog nooit heb gedaan – in kwetsbaarheid durven staan, omdat ik al van kleinsaf doordrongen ben met de gedachte dat enkel ‘Zijn’ je in een volle waardevolle ontmoeting kan treden, met jezelf en de ander.

En als mensen zullen oordelen over… mijn geschrevene, dan hoop ik van harte dat deze mensen de kracht zullen vinden, zoals ik zelf heb meegekregen om zich te durven in vraag stellen in zachtheid en Liefde.
En in mededogen en Liefde zal ik naar hen kijken.

Een onweer laat zich tonen. De hemel draait in een snelheid van helderblauw naar een gamma van donkergrijs. Hoe donkerder het wordt hoe krachtiger. . De kracht van de natuur, als een krachtige drijfveer om verder vooruit te gaan.
De woorden van de priester gisteren komen terug… L’église est en avant, ici on ce marié a trois.
Ik denk terug aan mezelf, de Lichtvolle gebeurtenis tijdens de Paaswake. Het huwen met Jezus.
Als ik daar vandaag stil bij sta… heb ik daarin tenvolle een ‘Ja’ gezegd tegen mezelf. Ben ik in de eerste plaats een Huwelijk met mezelf aangegaan. En dit krachtig iets zal me nooit meer ontnomen kunnen worden.

Het tromgeroffel in de hoge sferen wordt intenser. De wind steekt geweldig op.

Plots spreek ik uit volle borst de volgende woorden, of laat ik eerder zeggen uit volle buik, al trillend krachtig, de woorden zijn gang naar boven zoekend…

Oh, wat ben ik je dankbaar,
Dankbaar voor wat je brengt,
Dankbaar om wie je bent,
In vertrouwen en geloof,
In vrede en Liefde,
Mijn veerkracht is groot,
Jou drijfveer.
Ik hoor je
Ik heb je lief
Ik hou van je

Een buizerd komt vlak voor me uit vliegen, zijn vleugels gespreid over de aardeweg.
En de woorden… ik kwam tot het besef dat ze ook naar mij werden gericht.

Een krachtige Zonnewende met veel vuur, water rond mij eindigend met een langdurig spektakel van intense kleuren. Een dubbele regenboog die wel een uur zichtbaar bleef en mij de gedachte bracht’ een enorme poort naar’.

Shalom

De voorbije dagen kwamen gebeurtenissen, als wolken aan mij voorbij.
Een vrouw, een vriendin, Mireille die ik 15 jaar geleden voor de eerste keer ontmoette tijdens een dansjaar. Het contact was kort, een jaartje als ik me goed herinner. Diep vanbinnen heb ik altijd geweten dat onze wegen terug samen zouden komen en er was een vol vertrouwen en vreugde hierin. Zo gebeurde het, 13 jaar later kruisten onze wegen terug. Zomer 2019. De tijp was rijp om een stukje samen op pad te gaan. Er was geen pelgrimstocht op verplaatsing, wel ééntje heel dichtbij huis waarin Yeshua en Maria Magdalena een grote rol hebben gespeeld in deze periode.
Het was een kortdurige hevige liefdesrelatie op horizontale lijn, een onvoorwaardelijke langdurige op vertikale lijn.
Bijzondere mooie hartverwarmende momenten hebben we gedeeld, ook moeilijke en harde momenten, beiden hebben ons de kans gegeven in groei.

Ik voelde een paar dagen geleden – terwijl ik de schoonheid van de natuur rond mij zag. Het laagje ‘goudengloed’ die over de graanvelden te zien was – een sterke stuwing om iets met haar te delen, en zo gebeurde het. Via messenger stuurde ik een bericht. “… Ik wens mij te verontschuldigen voor de momenten waarin ik je heb beperkt om je te laten Zijn wie je bent, jou heb beperkt in het niet kunnen Zijn door omstandigheden bij mij… . Mireille, sta, ga je bent het zo waard, veel liefs.”

Vreugde was voelbaar om dit te kunnen delen. Ik zet even mijn oortjes terug op en duw terug op play naar een tekst die ik aan het luisteren was. De tekst kwam niet…
In synchroniciteit kwam… ‘Shalom’ van Shimshai.
Vreugde groeide en ik begon mee te neuriën op het muziek.

Een fietsende dame komt me tegemoet. “Vous allez à Compostelle ?”, vraagt ze me. “Oui”. “Oh, j’éspere un jour pouvoir le faire.” we delen wat verder over de weg.
“Je vous est peut être ralenti…” “Ah non pas du tous, merci de vous êtes arrêter.” Bon Chemin”, roept de vrouw terwijl ze weg rijdt. “A bientôt sur le chemin.”

Na een overnachting in le Châtelet op weg naar Chateaumillant wandel ik door het pottenbakkers dorp ‘Les Archers en bezoek er het klein pottenbakkers museum. Het aangename dorp heeft me altijd weten te bekoren.

In de namiddag voel ik een stuwende kracht, alsof iemand mij duwt. De volgende zin komt door meheen,” Ik wil nog maar één iets dienen, geen enkele macht buiten mezelf, wel de kracht van liefde in mezelf.”
Terzelfde tijd voel ik een behoefte iets uit te roepen, het ligt op mijn tong, het is me onbekend… alsof ik uiting wens te geven aan een vreemde taal. Onbekend in het Nu…. mijn hoofd neemt de overhand, waardoor de woorden niet naar buiten kunnen komen.
Ik laat toe wat gebeurd en omarm het.
Ik stap verder en focus me op mijn ademhaling. Ik open mijn armen zodat mijn borstkast wat meer ruimte krijgt binnenin en roep ‘ik ontvang je’.

Na een weldoende dag kom ik aan in Chateaumeillant waar ik deel neem aan een huwelijk in de prachtige kerk St. Genes een oude abbatial, waar een beeld mijn aandacht vraagt, St. Solange.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Klik HIER voor een kortfilmpje

Les roses de Solange

Het laatste stuk op de GR41 gaat via de abdij van Noirlac, niet ver van Saint-Amand Montrond. Een prachtige abdij in een grote eenvoud. Wanneer ik in de gangen wandel, in de tuin vol rozen, boven op dakhoogte. De ruimte, de eenvoud, de stilte mogen gewaarworden. Wat voel ik me er goed.
Ik stap verder tot aan Bouzais waar ik een dag rust neem. Zorg draag voor mijn voeten en even mijn rugzak opzij zet.

In Loye-sur-Arnon herken ik het dorpje, waar ik zeven jaar geleden zo blij was om een bio winkel te zien op de weg. Ik ga naar het kerkje…het beeld St. Solange is er terug, ik word gewaar dat er zich iets wenst te tonen. Ik laat los.
Ik stap richting de plaats waar ik zal overnachten in een caravan. Bij Justine en Alex die een grote boerderij hebben. Justine komt aan de deur. We stellen ons voor. En plots wordt het duidelijk dat ik bij de persoon terecht gekomen ben, die zeven jaar geleden in de Bio winkel was
Justine nodigt me uit bij haar thuis.
Ik stap de keuken binnen. Een prachtige boerderij gerestaureerd volgens de regels van de kunst… De man des huizes heeft werkelijk ‘gouden’ handen.
Op een kastje staat een heel klein kadertje met een foto van een bejaarde vrouw. Haar glimlach trekt mijn aandacht.

In het gesprek, in het delen over de buurt en langs waar mijn weg is gegaan zegt Justine “je suis de ce village, mes parents habite juste avant le pont” wanneer ik spreek over Bigny. “Oh, le chemin sort sur la route juste à cette endroit. J’ai même étais attiré par des roses roze d’une beauté. Et même la maison me parler”, en ik toon haar op de kaart, waar het is. “Bhein la maison appartient à cette dame, ma voisine, notre petite Solange”, terwijl Justine verwijst naar het klein kadertje op de kast. “Oh”, hmm. OK, er is duidelijk iets die aan het licht wenst te komen.

Ik geniet ten volle van de boerderij. Het ziet eruit als in een sprookje van Hans Christian Andersen. Witte ganzen wandelen wiebelend over het pacht. Een kalkoen loopt achterna. Een haan laat zijn gekraai horen over diversen hoeken. Is hij niet in de geitenstal, dan kraait hij ergens op de omheining van het prachtig roze varken met haar lange wimpers. ‘Trompette’ de bordercollie gaat af en toe spelen met de ganzen. Hier en daar een lieve poes. 50 geiten en alles wat niet zichtbaar is.
Terwijl Justine hooi geeft aan de geiten, ga ik het hoge gras afmaaien. Met een koptelefoon op mijn hoofd, een grasmaaier hangend aan een harnas, zwier ik van rechts naar links.
Zelf een deugddoende verfrissende onweerswolk houd me niet tegen.
”s avonds zit ik met 4 jongeren rond de tafel en het raakt me, het is zo hartverwarmend om te zien hoe ze op een liefdevolle zachte manier omgaan met elkander. Hoe ze met zoveel liefde spreken over hun job bio-boeren, Bio voeding. Het raakt me om te zien hoe zij terug de weg nemen van de natuur, daar waar velen er zover van verwijderd zijn. Hoe ze bewust in het leven staan… En als ik dit zie wordt mijn hoop en geloof naar een positieve toekomst alsmaar groter.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Bigny

Ik denk even terug aan de reactie van l’abbé en zijn zeven. Ik had er eigenlijk nog niet echt bij stilgestaan. Zeven jaar geleden wandelde ik voor de eerste keer een pelgrimstocht… en dit naar Compostella. Zeven jaar later brengt de weg mij terug naar ginder. Wat een hemelsbreed verschil, toen wandelde ik nog de weg, vandaag mag en durf ik te zeggen de Weg is in mij.

Zeven jaren hard werken aan mezelf (voordien ook al, maar dan op een andere manier), een weg van bewustwording, een weg naar binnen. Al een paar weken is het me duidelijk geworden bij de ontmoetingen onderweg, meer en meer komen mensen me vragen stellen, en wat ben ik hun dankbaar, want deze vragen brengen me telkens de kans om de mogelijkheden die ik in mij heb aan het licht te laten komen, via het Licht. Jaren geleden schreef ik ‘SamenZijnInAllEenheid’ en zo voelt het en geloof ik in. De weg naar Zijn was het begin om de ander te kunnen ontmoeten, de ander te kunnen bijstaan zonder het te willen, wel vanuit zuiverheid en dit kan enkel wanneer men zijn/haar eigen trauma stukken onder loep heeft durven nemen en uitpuren. De hulp naar de ander komt niet meer vanuit mezelf, wel door mezelf in verbinding met al wat is.

Een felgroene salamander huppelt over het pad, zijn kontje huppelt op en neer. Hij doet me lachen en doet me denken aan een of andere tekenfilm. Schattig is hij.
Ik geniet van de wind in de bomen, de vogels en hun ochtendgezang. Het gekwaak van de kikkers in de poelen. Een vos die zich probeert te verbergen op een veld. Hij gaat plat liggen, vergeet dat hij nog twee rechtstaande lange oren heeft.

Mijn sandalen zijn zowat hun laatste kilometers aan het trappelen. En het valt me op hoe mijn rechtersandaal sneller versleten is dan de ander. Tijd om wat meer aandacht te schenken aan mijn linkerbeen.

Met voor de brug van Bigny neem ik wat beelden van rozen… ik steek er mijn neus in….hmmm, wat een parfum ze vrijmaken. De natuur zit toch zo wondermooi in elkaar.
Ik breng mijn avond door op het terras van een bar en geniet van de fijne losse babbels.

Straks mag ik naar de vergaderzaal van de gemeente om er mijn slaapmat uit te rollen, dankzij de burgemeester.
Ik wens jullie alvast een fijne nacht.

Klik HIER voor een kortfilmpje

St. Solange

St. Solange et St. Jacques

Na Villeneuve sur-Cher. Heb ik de keuze gemaakt om niet op de weg te blijven van Bourges. Wanneer ik de kaart bekeek was deze werkelijk onaantrekkelijk voor lichaam en geest. Asfalt, asfalt, platte open velden in een militaire gebied en groot steden. En op een weg waar men boven de 70 per uur rijd en vrachtwagens, dan weet ik al snel wat me te doen staat. Safety first… Hihi.
Ik koos dan maar om de aangename GR41 te nemen langs de rivier de ‘Cher’. Een meerwaarde van GR paden is dat ze niet meer dan 25% asfalt mogen hebben in hun parcour. Een voordeel en zeker bij warm weder is dat men beschermt is door de bladeren waardoor de zonnestralen gefilterd zijn, het is verkoelend en het is zacht onder de voeten. Dus voor mij enkel maar voordelen. En als een GR een beetje langer is, zo erg is dit toch niet, zeker bij lange afstandswandelen. Dit is dan ook een van de redenen waarom velen de Podiensis wandelen. Niet enkel door het mooie gebied, maar omdat ze er ook alle voordelen hebben van de GR. Ik ben benieuwd. Binnenkort zal ik daar zijn, nu het er wat rustiger aan toe gaat is het voor mij het ideaal moment.

Dus als mij nog zal worden gevraagd via Bourges of Nevers. Dan zal ik alvast zeggen via de GR 654 tot in Nevers of tot aan Bourges, dan de GR41 om dan terug de GR654.

De weg is schitterend. Ik geniet van de vele idyllische stukjes natuur naast het water. De mensen zijn hulpvaardig. Wat hou ik ervan om onbekende wegen te nemen.

In Châteauneuf sur-Cher wandel ik langs de Basilique Notre Dame des enfants met haar bijzondere toren.
Een beeld trekt mijn aandacht. Vooral haar positie van haar handen. Ik denk dat het de eerste keer is dat ik een beeld zie waar een vrouw dezelfde lichaamshouding aanneemt als Christus. Wijzend naar haar hart en een hand naar boven gericht met de wijsvinger en middelvinger naar boven. Een moedige, krachtige houding en dat voor een beeld van een vrouw op de façade van een kerk waar meestal mannenbeelden staan in pracht en praal. Nadien hoor ik dat het Sainte Solange is door Marie Dominique een vrouw die ik aansprak op straat en plots als een spraakwaterval begon te vertellen over hoe de basiliek tot stand kwam.
Ik laat haar delen en wordt gewaar dat ik op mijn gedurfde vragen wat de kerk betreft al snel een klaargestoomd antwoord krijg.
Ik ga er niet op in en vraag mezelf af ‘ waarom zo willen overtuigen… als het waar is’, dit voelt voor mij zo contradictorisch aan.

Ik ontmoet le père Abbé. “Cela fait combien de temps que vous êtes en pèlerinage ?”, vraagt hij me terwijl hij me de hand geeft. “Sept ans.” “Sept, c’est un beau chiffre pour t’arrête”, wéét mr Abbé me te vertellen. “Oh, bien possible. Mes ce n’est pas ma tête qui en desidera. Et qui c’est, c’est peut être un début d’un nouveau cycle, car une fois que le Chemin est on nous, il n’y a plus de fin, mais une unité infini”

Klik HIER voor een kortfilmpje

En nog eentje HIER