L’Abondon

Een ronde tafel. Een pruttelende koffie machine… De zon schijnt op de appelboom.
“Je pense encore à notre conversation de hier soir…”, deelt Vincent.

Vincent deelde gisteren een tweestrijd tussen zeven mensen die hem komen vragen om leermeester te zijn in het cultiveren van biodynamische granen. Waar hij het gevoel van Leven en Liefde voelt. Waar hij voeding van krijgt. En zijn zoon helpen op het veebedrijf, die op zijn manier het bedrijf runt, niet altijd volgens de gedachten van vader. Waar het zijn energie naar beneden haalt.

In ons gesprek kom ik plots in het verhaal terecht van twee jaren geleden, daar ergens midden de appenijen. Tussen heldere hemel en bliksem, tussen kind en vader, tussen vrij-Zijn en gebonden. Daar waar ik de doornen van anderen leerde afzetten, daar waar ik het plotse gevoel van verlatenheid kende en herkende, daar waar het plots donker werd buiten mij en het Licht terzelfde tijd plaats nam in me.

“Je sentais où tu m’emmenais”, deelde Vincent”, met een warme glimlach.
“De temps en temps il y a quelque chose qui me pousse de faire des partage dans l’instant present, sans vraiment le vouloir. J’adore c’est moment. Ils sont d’une douceur.”

“Tu sait Vincent cette histoire que j’ai vécue et que je te partage, sans vraiment savoir le pourquoi du partage. Cela venez à moi.. A l’instant présent elle me fait un peut penser à ton histoire et que je n’étais même pas conscient de la profondeur que elle avais pour mon propre Soi.
L’abondon du père, L’abondon du fils est nécessaire pour Être, pour faire son propre chemin. Qui veut pas dire l’abandon dans le propre terme du mot”, Vincent gaf me een waardevolle spiegel.

Een stilte is aanwezig terwijl we beiden aan onze koffie drinken.
Na een lange stilte kijk ik hem aan, “Tu choisie la vie où l’autre…”. “La vie, mais ce n’est pas si simple”, antwoord Vincent met zijn koffietas in de hand.
“C’est notre mental qui nous rend la vie difficile. Le mental cela s’apprivoise”.

We hebben geleerd om buiten onszelf te kijken waarbij we ons hebben verwijderd van onszelf.
Daarbij komt vaak bij te kijken, dat er schuld is om het verleden en angst voor de toekomst die zich uit in vasthouden aan, niet kunnen lossen, angst om te verliezen, terwijl de bevrijding ligt in de overgave.
Het zijn onze gedachten die we buiten onszelf plaatsen die er vaak voor zorgen dat we niet vooruit kunnen. Vaste gedachten en tal van redenen die we ons eigen hebben gemaakt voor schijn-zekerheid.
De rijkdom ligt niet buiten ons, wel in onsZelf.

“Vivre notre propre chemin et reste dans la foi”.

“Est-ce que ton chemin de vie tu peut voir cela comme une mission ?” , vraagt Vincent.
“Oh, je ne veut pas mettre un mot dessus, surtout pas le mot ‘mission’, aujourd’hui c’est un peut un mot utiliser n’importe où n’importe comment, c’est presque venue une mode. Pour moi cela va bien au delà du mot. Mais je te comprends. Je pourais dire en toute simplicité, sans allez chercher loin, c’est vivre et partager. Être.

Voor we het huis uitwandelen, vraagt hij me wat er is bijgebleven in onze ontmoeting. Je spontaniteit, openheid, zijn vertrouwen in me, zijn fonkelende ogen.

Ik steek mijn hand uit, kijken elkander recht in de ogen… Een ‘hi five’. In dankbaarheid voor deze waardevolle en warme ontmoeting zet ik mijn weg verder.

Ik steek de rivier L’Aisne over en wandel via bossen naar een ander dorpje. Een eerste teek trotseerd mijn kous. Ik hoop dat hij of zij de helm op heeft, want als een schietspoel stuur ik de teek de wildernis terug in. Hihi, grapje.
Hier en daar zijn nog traditionele boerderijen in leem zichtbaar. In Lisle-en-Barrois staat een pareltje van een kasteeltje te verkommeren.

Het is bijna achttien uur, mijn benen hebben rust nodig. Aan de deur van een laag huisje, staat een soort zelfgemaakt beeld met takken en ijzer die me doe denken aan een ‘heks’ uit een sprookje. Ik bel aan.
Een vrouw doet open, een traan rolt langs haar wang….
Claudine komt net terug van een begrafenis. “Entree, je venais juste de me dire. Si quelquen pourrais sonez à la porte. Et voilà, soyez la bienvenue” .

Klik HIER voor bewegend beeld

Vincent

“Bonjour Franck a tu bien dormis”, vraag ik terwijl ik op zoek ben naar mijn kousen en kleren die Nathalie met veel zorg gisteren voor me heeft gewassen.
Ondertussen komt ook Nathalie naar beneden.
De nacht was kort voor hen. Midden de nacht zijn ze op spoed beland. Nathalie deelt me wat gaande was terwijl we samen een koffie drinken en Franck gaat werken.
Ik hoop op een spoedig herstel en duidelijkheid in de situatie.
“Oh, tient encore du jambon sec de Franck pour le long de la route”. De heerlijke zelfgedroogde ham van Franck. “Oh, super merci.” “Arrête de dire toujours merci, merci ci, merci ça..” “Ah, pas toujours. Je n’ai pas dit merci pour les toilettes.” Nathalie begint te lachen.
Hihi, gisteren toen ik vroeg om hun adres te melden in mijn boekje zei Nathalie, “attend je cherche mon crayon du dimanche.” “C’est quoi ça”, vroeg ik haar. Ze keek me aan met een glimlach en antwoorde, “une boutade.”
In mijn pelgrims paspoort, ‘Le Creanciale’, staat geschreven.
‘une rencontre inattendue et très enrichissante. Merci de t’ être arrêté chez nous. Nathalie et Franck’

Ja, ik ben zo iemand die heel lang kan geloven dat ‘l’huile de coude’ bestaat. Zo heb ik bijna veertig jaren gelooft dat deze zogezegde olie bestond. Hihi.

De ochtendzon brengt een warme zachte omhulling aan de natuur.
Ik wandel de weg af zonder er werkelijk bij stil te staan, in volle vertrouwen, zonder zorgen. Geen kilometers, afstanden, cijfers… gewoon bewegen en genieten van ieder moment in het hier en nu.
Waar de zon zich laat wachten, zijn prachtige rijmtapijten zichtbaar. Tapijten met ontelbare kristallen die schitteren. Pimpelmezen verwelkomen me. Roodborstjes blijven nieuwsgierig zitten. In de verte hoor ik ergens een druk verkeer… ver weg…
De bladeren van de bomen dansen in een wind bries en brengen een zachte ondertoon aan het vogelgezang.

Zoete geuren maken zich vrij in de natuur. Gele vlinders dwarrelen voor me, en openen de weg. Drie zwarte spechten zitten elkander na.
Hoog in de lucht drie thermiekende buizerds. Ze blijven me telkens fascineren, wat hou ik van die vogels.

Een pauze in Clermont en-Argonne….een bankje… een aangeboden koffie… een babbel in de zon.

Mijn dag eindigt in Foucaucourt sur-Thabas. Ik bel aan, een man roept in de verte. Ik wandel ernaar toe. ” Bonsoir, je suis à la recherche d’une personne qui peut m’accueillir.” “Bhein, en va vous trouvez cela” Vincent. Zijn ogen stralen, zijn zijn is omhuld met één en al zachtheid.

Samen met Vincent help ik hem in het vullen van zakken met biologische bloem. Vincent heeft al 52 jaar een biologisch bedrijfje in granen die biodynamisch gekweekt zijn.
Na de bloem, richting de koeien. Melken en melk geven aan de kalfjes. Amai, respect voor de vele boeren die dagelijks vele uren kloppen, zeven op zeven.
Soms ontmoet je van die mensen waarbij je voelt, hmmm wat een prachtige ziel. Wel Vincent is zo iemand.
Aan tafel opent hij mij zijn hart, tranen rollen over zijn wangen. We delen warme, intieme momenten uit ons leven. Een boeiende avond die nog lang zou kunnen duren…

Une petit mot

Ik schuif de rode transparante gordijnen opzij en open de grote ramen van de slaapkamer.
Over het gras ligt een laagje witte rijm. Voor mij, net boven ooghoogte staat een immens wit gebouw. Oorspronkelijk dacht ik dat het een ruïne van een fabrieksgebouw was. Neen, het is het zoveelste Amerikaans oorlogsmonument. Hmm, ‘les goût et les couleurs ne se discute pas.

In 1418 is hier een waar slagveld geweest. Een rechte lijn tussen Sedan en Verdun. De beelden uit het verleden – overal wel ergens te zien – vertellen veel over de geschiedenis van La Haute Chevauchée.

Voor ik het huis van Hervé verlaat reikt hij me een grote papieren zak aan, “tenais j’ai préparé un picknick pour toi se midi”. Komkommer, stukje kaas, brood en gedroogde appeltjes. Wat lief van Hervé. “Dans le pain ils y a un petit mots, a lire ce soir.” “Oh, c’est bien gentil merci. Tu me rend bien curieux. Promis, je ne l’ouvre que ce soir.” “Zijn zelfgebakken brood moet ik helaas achter laten wegens gezondheidsredenen.” Aan de portail buig ik me voorover, een namaste groet.

Ik volg verder de Via Arduinna. Kort na de Kaisertunnel, kies ik om verder te gaan op de GR 14 richting Bar-Le-Duc een wat langere weg, cijfers hebben voor mij echter geen belang.
Na de Kaisertunel – die ik niet bezocht- , loop ik door de Ravin du Genie. Waar bepaalde ruimte, loopgraven blootgelegd geweest zijn en een openlucht museum is geworden. Op sommige plaatsen zijn grote stukken partijen bomen vernietigd wegens een kever. Het lijkt bijna een waar oorlogsgebied.

Twee herten jumpen over de weg. Ik blijf staan, niet bewegend. In de hoogte hoor ik de kraanvogels. Links het getik van een specht. Rechts komt iets huppelend mijn richting uit. Ik kan het niet uitmaken wat het kan zijn het is één met de kleuren van het bladerdek. Ah, ja… het kijkt me rustig aan, een eekhoorn… het zet zijn weg rustig verder. De boom in.

Het laatste dorpje voor dat de klok achttien uur tikt, “le couvre feu”. Lochères. Ik bel aan. Een vrouw opent met een zelfverzekerd gebaar de deur. “Bonjour, je suis a la recherche de quelqu’un qui pourrais m’accueillire pour une nuit”. Ik laat even een stilte. “je suis très gentille, vous savez”, flap ik er plots al lachend uit. Hmm, dit is niet van mijn gewoonte.
De vrouw kijk me nog eens aan, deze keer met een zichtbare glimlach. “Je peut vous déjà offrir le café, je sait pas si mon conjoint voudras.” “Avec plaisir”. Ik stap het huis binnen. Samen zitten we te praten over wat me hier brengt, bij een heerlijke warme koffie. En le conjoint… Pas de problème….
We hebben samen een fijne avond.

Voor het slapen gaan lees ik het briefje van Hervé.
‘ Que les Lumières
Éclairent un peu
Nos Cœurs et nos Ames
Et que nos Ames
Et nos Coeurs
Éclairent ceux que
Nous aimons.
Bonne Route.

RV

Genty

De houten plankenvloer kraakt onder mijn voeten. Op twee vilten voettapijtjes schaats ik door de kamer en maak ik mijn rugzak vertrekkensklaar.
Ondertussen is Bernadette al gretig in de weer in de keuken.
Op het einde van de trap, op het eerste verdiep, bewonder ik de schijnwerkerij. Een lange houten werktafel, met een tal van blinkende houtbeitels waarvan het staal onroestbaar is en het houten handvat een blinkende patine heeft gekregen door de jaren heen. Ergens boven in een hoek, een kast met daarin de patroonheilige van de schrijnwerkers, St. Jozef. Aan zijn voeten, twee lampjes in kaarsvorm. De robuuste groene machines blinken en werden allen stofvrij gemaakt. Hier en daar hangt een catrol die vroeger het atelier via een nu geboende eiken plankenvloer verbond met het gelijksvloers.
Ik zou me zo verder kunnen verdwalen in het beschrijven van de details van dit bijzonder atelier met een diepe ziel, die vroeger een graanmolen was en beiden aktief was door wijlen grootvader en vader des huizes.
Toen ik gisteren aankwam mocht ik Nicolas bewonderen in het atelier van zijn vader. Het zonlicht deed me een voorovergebogen silhouet waarnemen, met hamer en beitel in de hand. Nicolas was net minutieus de laatste hand aan het leggen, aan de krans van een kruis vol symboliek.

Ik open de deur van de keuken. De warmte van de ruimte komt naar me toe, alsook de openblik van Bernadette. “À tu bien dormis, Jasmine ?” “Oh, que oui Bernadette, elle étais bien agréable. Merci à toi.”

Na het ontbijt vertrek ik samen vergezeld van Bernadette richting het volgend dorp – via haar tuin en aangelegde grot met een beeld meegebracht uit Lourdes in 1964 tijdens hun huwelijksreis – waarvan de naam mij ontsnapt. Daar zijn twee begraafplaatsen – een Duits en een Amerikaans- waar Bernadette met een zekere belangrijkheid over spreekt en ze me wil laten zien. Om haar te plezieren ga ik met haar mee.
“Tu vois les coques sur l’entrée ?” Ik kijk, twee bombastische arends staan te pronken op elk een enorme decadente pilaar. Een park van zo wat een 25 ha waarvan het onderhoud betaalt wordt door de Amerikaanse staat.

Ik neem afscheid van Bernadette. “Tu c’est comment je m’appelle”, wist ze me gisteren te vragen terwijl ze kookte. “Bernadette Genty”, en dit IS ze. Een lieve kranig vrouwtje van 76 jaar.

In een klein dorpje Ivoiry. Staat midden de paar huizen een ruïne van wat vroeger de St. Niklaas kerk was. Waarvan de kerktoren tot tweemaal een blikseminslag kende en de derde keer het dak met de klok werd weggenomen door een minitornade. De klok belande op de derde houten zitbank, zonder breuk.
De ongevallen zouden te wijten zijn aan de waterbron die onder de kerk loopt. Sedert dien hangt de klok zonder enig probleem vrij in de openlucht.
Tijdens een rustpauze geniet ik van de heerlijke aardappelen met witloof die ik meekreeg van Bernadette. Al zittend tegen een warme muur en uit de gure wind speel ik een deuntje op mijn blokfluit.
Voor het verder stappen krijg ik een koffie aangeboden en praat ik met een vrouw die in haar jeugd op de vloer van de kerk speelde.

Klik HIER om even mee te reizen via bewegend beeld.

Lisa en Friemel

Oehoe, het was wat frisjes bij het ontwaken deze morgen in deze grote vernieuwde feestzaal die staat te wachten om te delen, om mensen te verbinden via culturele en familiale gelegenheden.

Muts op, handschoenen aan… De weg.
Een wagen komt aangereden, het venster gaat open, een man kijkt me aan. “Oh, bonjour monsieur le maire. Je vous remercie beaucoup pour m’avoir partagé votre salle de fêtes”. “Vous n’avez pas u trop froid cette nuit?” “Un petit peut au matin, mon bonnet m’a bien servie.” “Je peut prendre une photos de vous ?” “Oui, bien sûr.”
De man komt uit de wagen en vraagt me op een bepaalde plaats te staan, richting zijn dorp. Vroeger zouden we gemeld hebben ‘klikklak merci kodak’, hihi.
Hij raad me wat dingen aan om te bezoeken en verwijst me naar Mevr. Ploner voor de sleutel van de kerk in Dun-sur-Meuse en een eventuele overnachting. Dit laatste, hmm, heel benieuwd. Op mijn wegen plan ik niets op voorhand en wanneer mensen mij doorverwijzen is me dit zelden gelukt. Wie weet.
Terwijl hij in de wagen terug stapt, “Vous allez voir le long de la Meuse perché en hauteur sur votre droite, vous allez voir une belle église. Cela vos le détour, elle est encore plus belle que Avioth.” “Merci pour vos info. Et c’est comment votre prénom ?” “Jean-pierre.” “Merci, Jean-Pierre et une bonne journée à vous.”

In Mouzay kruis ik een vrouw op wandel met haar hond.
“Bonjour, vous êtes seule”, vraagt de dame met een niet Frans accent. “Oui”, antwoord ik haar met een glimlach.
Lisa heeft mooie zwarte lange haren, haar bleke kleur van ogen worden geaccentueerd door de zwarte khôl die ze rond haar ogen heeft aangebracht. Aan haar handen kleurrijke gebreide wanten. Ze deelt me in het kort haar leven. “… Oh, la nature. C’est bien possible que vait déménager si toute cette histoire va encore duré longtemps peut-être au Canada ou en Ecosse. La il n’y a pas de Covid. Ici, je tient une auberge sociaux culturelle. Il y a plein d’instrument, les personnes viennent jouer. Pff, maintenant tous est fermer. Je n’est pas de famille ici… “. We delen onze naam uit. En horen plots dat we allebei Nederlands praten.” Mijn naam is Lisa. “” En hoe heet je hondje? “” Friemel van friemelen.”

Terwijl ik op de brug sta boven ‘La Meuse’, zie ik in de verte Lisa en Friemel, kleiner en kleiner worden.

Aan de oevers van de ‘La Meuse’ aan de ene kant en een prachtig natuur reservaat aan de andere kant ga ik richting Dun-sur-Meuse.
In Dun een fikse stijging naar de kerk. Even aanbellen voor de sleutel. Een vriendelijke dame opent de deur en vergezeld me naar de kerk Notre-Dame-de-Bonne-Garde.

Na het genieten van een breed oneindig landschap boven op de vestingsmuren, een telefoontje, de ondergaande zon. Ga ik richting le presbytère. Een vrouw komt uit de kapel… een vraag… een ontmoeting… een warme welkom in een volgend dorp in een oude watermolen.

https://youtu.be/eESXkuiPQvY

En route

Buiten hoor ik praten. Le poteau du jour is aangekomen. Ik kijk op mijn wekker 7u30. Ik breng mijn handen onder mijn hoofd, kijk naar het plafond en denk terug aan mijn droom terug naar boven.

Hoewel ik niet naar het nieuws kijk en ik me niet kan voorstellen dat dit me zou hebben beïnvloed… heb ik gedroomd over een ziekenhuistafereel, de tweede keer een identieke droom in korte tijd…
Ik lig op een bed, handen in elkaar, wit gekleed. En glijd van het ziekenhuis bed. Als een lichaam zonder beenderen, vloeiend de vormen volgend. Het afglijden duurt lang en diep. Het voelt goed. Er is veel volk in de buurt, niemand ziet het. Een verpleger/arts staat naast me om me terug op bed te leggen met de woorden – zonder ze werkelijk uit te spreken en zonder me te raken – “komaan ik geloof in je, op eigen kracht kan je je terug overeind komen en gaan liggen”. Hmmm, bijzondere droom met een telkens goed gevoel.

Ik sta op en ga naar de woonruimte om mijn ontbijt te nemen met gekende gezichten. Na wat aanwezig te zijn, te luisteren, ga ik mijn rugzak maken en me klaarstomen voor mijn tocht naar Vézelay. Ik neem afscheid.

Et hup en route… Mijn start op de Via Arduinna, de eerste heuvel richting Montmédy. Een weg die ik nu uit mijn broekzak ken, deze nam ik eenmaal per week om boodschappen te doen bij mijn verblijf in Avioth. Net zoals vroeger ipv met een voertuig, met de benen 8 km verder.

Ach wat deugddoend om mijn weg te blijven volgen.
In de namiddag bel ik mijn pa. “Bonjour papa, comment va tu ?” “Bhein, je suis à l’hôpital depuis ce matin.” Ik bleef er rustig bij en had zo mijn vermoeden wat de reden was. De bevestiging kwam.
Ik zet de telefoon uit en vraag me af wat ik kan doen of wat mijn verantwoordelijkheid hierin is.
OK, in het hier en nu. Ik stap verder en zal regelmatig met hem bellen. Hij kan alvast moppen uithalen, dus dit zit goed. Liefde zal ik hem toe sturen en hopen op een goede gezondheid. De rest is hopen dat mijn papa zijn eigen verantwoordelijkheid opneemt om niet in herhaling te vallen.

”s Avonds kom ik aan in Baâlon. Ik klop aan bij het gemeentehuis. Een man achter de balie zet zijn witte stoffen mondmasker op. “Bonjour, je suis à la recherche de monsieur le maire.” “Oui, c’ est moi”, zegt de man. Ik leg hem uit dat ik vernam dat er een feestzaal was en vroeg me af of ik er kon overnachten. Hij bespreekt met zijn collega de regels rond de Covid en ziet er geen bezwaar in… een feestzaal voor één persoon.

Lena

Al meer dan twee weken kon ik in Avioth een spektakel waarnemen. Talrijke kraanvogels komen terug. Telkens groeperen ze in massa boven hoge repaire punten. Het fort in Montmedy, de Basiliek van Avioth. Toen ik ze hoorde voelde ik een grote vreugde me vullen en zei ik ‘ja, het wordt tijd.’ en voelde dat ik me begon innerlijk klaar te maken. Vrij als een vogel in de lucht…. met mijn benen op moeder aarde.

De voorbije weken in ‘Centre de Partage’ waren intens. Ik werd gewaar dat ik stilletjes aan mijn inwendige ‘zon’ kwijt geraakte door de gebeurtenissen die rond mij gebeurden.
Ik werd soms wakker al huilend en dit… amai, was lang geleden. Ik zag er soms tegenop om de gesprekken aan te horen aan de ontbijttafel. De driehoek redder, drama en slachtoffer waren voortdurend ergens wel sluimerend aanwezig in en rond het huis en ik moest me hier zelf voor behoeden om er niet in meegezogen te worden.

In een gesprek met G. deelde ze me, “mais justement tu est la peut-être bien pour amener autre chose, faire le changement, peut être que c’est cela ce que tu dois faire.” “Hmm, je reconnais ce que vous dites. Et j’ai longtemps u cette pensée. Cela m’a coûter beaucoup d’énergie. Épuiser…. Je dois, nous devons… il n’y a que une chose que je dois faire et c’est prendre soins de moi même, c’est brillé et vivre avec une paix intérieur. Et ce n’est pas en restant ici, en ce moment que ce serais possible pour moi. “

Op een nacht had ik een duidelijke droom met drie soorten dieren, twee herten, één hond en de twee cobra’s… De symboliek kon ik niet links laten liggen.
Samen met de kraanvogels, de zon, de bijna volle maan was het meer dan tijd om alles bijeen te nemen en mijn weg verder te zetten in het ‘Licht’, verder te groeien en in Liefde te blijven, onvoorwaardelijk.

En zoals gisteren een kleine meid van drie jaar zo zacht en lieflijk tegen me zei, “tante Mien haar huisje is in haar hartje.” Toen ik het hoorde draaide er in mijn hoofd…’hmm, klopt dit nu wat mijn oren hebben gehoord…’ Toen ik de bevestiging kreeg. begon ik te lachen en wenen van vreugde. Dankjewel lieve Lena.

De nacht brengt raad

De klapdeur van de gang naar de keuken gaat open. V. komt te voorschijn met een enorme valies. In de valies grote conserven blikken van 1 kg, een deken en wat kleren. En zo zijn er nog… een boodschappentas op wieltjes, en nog één, en nog één …
Met grote ogen en een mond vol tanden kijk ik haar aan en ben verbaasd wat ze allemaal meesleurt. Ik stelde haar verschijdene keren voor om haar te helpen. Ze weigert alle hulp van gelijk wie.
Hoe ze met haar kleine gestalte, het allemaal voor elkaar krijgt. Pff, mijn pet af.

Alle bagage wordt nauwkeurig bevestigd op haar driewieler met haken en elastieken. Wanneer ze een elastiek niet op haar plaats krijgt gaat ze zo in kwaadheid dat het haar een enorme kracht geeft en ze in een mum van tijd de elastiek kan bevestigen.
Haar kwaadheid en vloekwoorden zijn zo diep verankerd, dat ze niet voor herhaling vatbaar zijn en zie ook dat dit de drijfveer is van haar overleving.
Wat is daar allemaal vanbinnen aanwezig!

V. woont op straat en heeft geen nationaliteit. Ze baant zich al jaren een weg tussen opvangcentra en de mallemolen aan rechten en wetten van justitie en dienstencentra, dit werkt natuurlijk als een vicieuze cirkel bij haar. Ergens niet binnen geraken zorgt ervoor dat er nog meer achterdocht en kwaadheid ontstaat.
Ik help haar bij het duwen van haar kar, wat me bijna niet lukt. Wanneer de taxi aankomt vraag ik haar, “On se fait un câlin ?”. “C’est qoui ça”, vraagt ze me terug. Ik leg het haar uit. Zonder enige twijfel aanvaarde ze een knuffel. Terwijl ik haar vastneem is V. er niet, haar ganse zijn is in de verhuis en bij haar enige materie die ze aandachtig in het oog heeft.
Terwijl de taxichauffeur haar helpt, draai ik me om en ga terug naar binnen. Tranen vloeien over mijn wangen.

Ik maak de kamer van V. klaar voor À. die straks aankomt. Alles van het bed, kamer verluchten, stofzuigen, dweilen…
Op het bed leg ik nieuwe lakens in een rolletje gedraaid. Dekens mooi gevouwen. Wat etherische oliën. Klaar is kees.
De kamer kuisen deed me deugd, het is als een zacht afronden van V.

Een vrouw komt met pak en zak binnen. “Bonjour, vous êtes À.? Bienvenue. Je vient juste de finir votre chambre, elle est toute propre, elle est libre et toute à vous. C’est la chambre Bouleau”, deel ik haar vreugdevol mee. “À non, je ne vais pas dans cette chambre. Il y on est pas question je n’entre pas dans cette chambre. J’y étais et j’ai u plein de piqûres de punece de lit. J’ai réservé la chambre Érable. Je refuse”, hoor ik op een veeleisende en agressieve manier.
“Je vous comprends les punece de lit ce n’est pas agréable. Vous inquiétez pas, ils y en a plus. La chambre à étais passer aux peigne fin.”, terwijl ik haar probeer gerust te stellen en uitleg hoe. “Non, j’ ai demander l’érable”, roept ze nogmaals.
Ik laat los en verwijs haar verder naar de ‘poteau du jour’. Ze neemt de telefoon, belt een poteau op, “… elle veut que…”.
Oeps, ik voel het wat borrelen in me, hey dacht ik in mezelf ik heb niets gewild. Op zijn beurt aprecieerde hij het niet om gestoord te worden…

Aiai, een potje nat.

Twee dagen heeft dit diep in me kleren gehangen. Ik voelde mijn energie dalen. Op een morgen ontwaakte ik zelfs in tranen, en dat, dat zit niet goed. Maar van waar kwam de onvrede in mezelf. Wat haalde me naar beneden.
Toen ik gisteren een dag vrijaf had genomen om heen en terug Avioth–Montmedy te wandelen, om er even tussenuit te gaan en alles vanop een afstand te bekijken, barste ik in tranen uit. Het werd me duidelijk.
Ik zag de benaderingen van anderen naar me toe, hoe ze agressief reageerden ook al kon ik zien van waar hun reactie kwam. Ik hoorde ‘elle veut’, terwijl dit niet van mij was. Ik was gefocust op de pijn die ik voelde en dat haalde me naar beneden. Wat ik hierdoor niet zag was dat er ergens een verwachting zat van me, de verwachting dat de ander blij zou zijn, het een fijne verwelkoming zou vinden. Wat niet was. En daar kwam mijn onvrede van. Niet van de ander, wel van mijn eigen verwachting. Mijn verwachting dat mensen liefdevol zijn, en nog meer ja ik verdien een liefdevolle benadering. Voor minder ga ik niet meer.

De laatste dagen ben ik hier blijven bij stilstaan. De nachten brengen raad, heb ik vaak horen zeggen.
Iedere avond wanneer ik in mijn bed lig vraag ik hulp en een klare kijk via mijn dromen en verwelkom ik. Nooit gedacht dat ik dit ooit zou doen. Ik heb er veel baat bij en brengt steun. Iedere nacht heb ik duidelijke dromen, wat ik voordien nooit had behalve nachtmerries, dit is heel lang geleden. De dromen brengen me raad.
Op een vroege morgen toen ik terug nog wat wou insoezen, deed ik hetzelfde. Wat toen kwam was heel intens. Een verandering in mijn lijf, als een stevige energie die mijn lichaam vulde. Ik voelde angst en kon mezelf overtuigen om in vertrouwen te blijven, gewaar te worden en te ondergaan. Het was bijna dat ik naar mijn eigen lichaam binnenin kon kijken. Vanaf mijn kruin voelde ik een beweging die neerdaalde tot in mijn staartbeen die pulseerde in mijn bed. Het was even heftig – door de angst–, nadien vond ik het best ok. Ik moest even door het vervelende.

Het is tijd om op te staan en binnenkort verder mijn weg te wandelen. Mijn tijd zit er hier op en ook al willen ze me hier niet weg, het is voor mij belangrijk dat er evenwicht is in het delen en ontvangen. Ik mis hier gedeelde vreugde, hartelijkheid, warmte en veiligheid in het huis.

Tot binnenkort op de weg.

Open Hart

In synchroniciteit brengt FB me een herinnering. Een tekst die ik vorig jaar schreef op mijn FB pagina. Zo passend in het NU moment. Dat mijn eigen tekst me steun zou brengen, . hmm, nooit gedacht dat mijn eigen woorden me zou raken.

~

Ik zit hier op de boord van mijn bed, uitkijkend naar de natuur. Gisteren kwam agressie naar me toe voor de 2de keer in een maand, deze keer was deze fysiek. Het geweld kwam goed binnen en vanuit het niets.
Het deed me terug keren naar de agressie in mijn jeugd en hoe ik er zelf mee om ben gegaan. Hoe je van een hartgedragen persoon – wat we in wezen allemaal zijn – naar afscherming en overleving gaan door je eigen hart deels of volledig af te sluiten, naar de keuze terug het hart te openen en niet meer willen en kunnen sluiten.
Maar dan ben je toch broos en kwetsbaar hoor ik zeggen. Ja, in zekere zin wel omdat je dan terug kan gewaarworden wat je als kind hebt ervaren die eerste keer wanneer agressie naar je toe kwam… nl angst. En dan sta je daar als volwassen met een kenbaar onaangename gewaarwording. Als volwassen heb ik de keus om ofwel zoals het kleine meisje toen gedaan heeft, is zich te gaan beschermen door zich af te sluiten…
of…
de keuze te maken – om wat toen mijn klein meisje niet kon, omdat ze broos was – is vandaag met een openhart blijven staan met de angst. Waarvan ik overtuigd ben dat deze zal verdwijnen door Liefde.

Ik wens jullie allen Liefde

Dan denk ik terug aan mijn Roos die ik mocht ontvangen in de nazomer.

‘Om in Liefde te Zijn met jezelf en de andere is het belangrijk om op je eigen te bestaan, zorg te dragen voor eigen ruimte zodat je op je eigen unieke manier de weg gaat volgen en te gaan schitteren in jezelf en met de ander, zonder jezelf te verliezen of verstrengeld te geraken.’

Spiegels

Centre de partage — Avioth

Vier uur in de morgen… Klaar wakker. Nieuwe maan. Duidelijkheden over een huiselijke situaties komen de één na de ander naar me toe… een klare geest…

Terug in Avioth. Hoewel er wat tweestrijd aanwezig was om te komen, kon ik niet anders dan in vertrouwen, de duw in mijn rug te volgen.

Toen ik hier voor de eerste keer kwam, ondertussen 4 maand geleden, waren me een paar dingen opgevallen.
Een man, D. leek op 2 druppels water op mijn jongste broer. Op een zondag namiddag stond D. achter me te telefoneren – het was net de stem van mijn vader – toen ik hoorde dat hij belde met zijn zoon, genaamd naar de naam van mijn jongste broer, hmmm, vond ik het best frappant.

Iets kwam de kop opsteken. Zo gaat dit in het leven, ook al is er geen contact met de een of de ander. Vroeg of laat komt de spiegel ergens wel tevoorschijn om je nog even te laten zien of je gegroeid bent of niet.
Dat ook mijn vader hier in vermengd zit, is niet vreemd en kan ik al heel snel de link leggen naar mijn vorige pelgrimstocht en het terug vinden van mijn tante, (vaders zus) na meer dan 30 jaar niet te hebben mogen zien.
Een herhaling had zich voorgedaan. Broer versus zus. Met als thema grensoverschrijdend gedrag, manipulatie, chantage.. angst. En moeder versus zoon/dochter. Met als thema ongeloof, eigenbelang, wegduwen.

Lap, het zat onmiddellijk recht in de roos en dit al op de tweede dag. Niet enkel was er de spiegel vader/zoon, een nieuwe vrouw is aanwezig V, die mij de moeder spiegeld.
Een levende familie opstelling. Boeiend.

Even kwam angst om de hoek. Toen D. me zei op een bepaalde toonhoogte “Jasmine, tu le sait, hein.”, na dat ik als medebewoonster V. had gevraagd om haar slaapzak in haar kamer te plaatsen – in het huis wonen is niet te vergelijken met het huren van één van de cabanes, daar zit je privé. Hier wordt je soms met verschillende problematieken geconfronteerd: verslaving, mensen zonder papieren, mensen die heel zwaar gekwetst geweest zijn in het verleden, incest, pooiers….
Er zijn duidelijke afspraken in het huis en er word gevraagd naar co-verantwoordelijkheid –
“Je sais qoui ?”, antwoord ik terug. Zijn zin kwam out of the blues. “Jasmine, attention, hein”, met wenkbrauwen naar boven getrokken en een fronsend voorhoofd en een wat schuin draaiend hoofd. Het was duidelijk dat mijn vragen niet welgekome waren. “Attention, à qoui ?”
Waw, wat een verandering die voelbaar was bij mezelf. Ik bleef staan. Recht en krachtig, zonder angst, zonder weerstand.
D. kreeg geen verdere voeding, redder zijn van V. werd overbodig en vertrok. En zelf van binnen voelde ik een bevrijding en door in mijn eigen verantwoordelijkheid te gaan staan, te vertrouwen kreeg angst en bedreiging geen verdere kans.

Ook V. brengt me spiegels. Op een avond zie ik V. naar le ‘Fruitier’ gaan en komt terug met een ijsje. Heel snel gaat ze richting de openhaard, gooit het papier erin. Draait zich om zodat het niet zichtbaar is dat ze een ijsje in de hand heeft. (de maaltijden mogen enkel gebruikt tijdens de daarvoor voorziene uren, rantsoeneren is hier uit noodzaak). V. verlaat de ruimte en gaat naar haar kamer.
Ik voel dat deze beweging van V. me triggert en deed me zoveel jaren terug gooien in de tijd.

Als kind vroeg ik soms om chocolade. Soms kregen we als antwoord dat er geen was, om dan toch waar te nemen bij valavond dat mijn moeder, terwijl ze de dagelijkse kassarekeningen telde, stiekem chocolade uit haar handtas haalde en at. Ik zat in de zetel toen ik dit zag en herinner me dat ik dit als kind niet juist vond. Soms durfde ik reageren, en kreeg ik onder mijn voeten of was het geen waar wat ik zag. Het vertrouwen kreeg een deuk.
Andere keren stelde ik dan een vraag (ik omzeilde mijn rechtstreeks reageren door de mogelijkse gevolgen) – antwoorden was natuurlijk moeilijk wanneer men iets te verbergen had in de mond, dit deed ik in de hoop om er zich bewust van te worden.

Toen V. terug kwam zei ik, “il étais bon le chocolat ?”. Ik werd niet alleen terug in de tijd gegooid, ik stelde ook hetzelfde gedrag.
En hier voelde iets in mijn lijf anders dan toen, er voelde iets niet ok. Ik kon het niet onmiddellijk plaatsen en vroeg ”s nachts om raad.
De nacht bracht raad.
Er waren twee dingen. Dankzij die situatie werd ik me bewust welk gevoel ik erbij had als kind nl. onrechtvaardigheid, bedrog. .
In het Nu, door mijn vraag- il étais bon le chocolat ?”- had ik V. in een ongemakkelijke positie geduwd in ons contact. Haar alertheid, ongemak werd groter. Mijn gedrag was niet goed te keuren. Dit had ik niet te doen. Door de bewustwording in deze situatie werd ik bewust dat er zich iets had getransformeerd in mezelf. En besefte dat wat ik zag bij de ander, de onvrede die ik erbij voelde niet de reden was van mijn gedachten in het NU.

Ondertussen ben ik opgestaan. Brrr, ik trotseer de koude in de gang en ga naar de keuken. Midden in de nacht, iedereen slaapt. Alle lichten branden nog. Ik leg nog een dikke houtblok op het vuur. En verkies al snel om terug onder mijn dons te kruipen. Ik slaap terug in voor een paar uurtjes.

Deze namiddag in de vergadering kon ik dit verhaal in groep delen tijdens le ‘temps de parole’….
“V. , j’ai a m’excuse auprès de toi… Je m’excuse pour me comportement, car c’était injuste. Et aussi je me pardonne à moi même.”(Wat niet wil zeggen dat hier iemand schuld heeft. Ik weet alleen niet welk andere woord te gebruiken. Het gaat hem vooral om verantwoordelijkheid op te nemen.) Het werd stil in de ruimte. Mijn vergiffenis bracht een korte deugddoende vloed aan tranen. Liefde was voelbaar.

Dankbaarheid om wie V. is en dat ze mij die spiegel bracht. En dankbaar om dit huis en haar waarden.

De dag sluit zich met een prachtige zonsondergang. Na een dag vol-zon en gure koele wind. Een gezellig samenZijn rond de tafel met kop thee, bij de warme haardvuur.