Hymne

Sedert een paar dagen wandel ik op La voie de Sens. Een weg gecreëerd door een groep mensen die Parijs met Vézelay wilden verbinden om zo naar Compostella te gaan, via Vézelay. Een aangename weg met weinig beton, afwisselend natuur en kleine dorpjes en niet onaangenaam om Parijs te verlaten.

De bladeren dwarrelen langs meheen. In de verte hoor ik het geluid van het drukke wegverkeer die de omgeving vult. Een grote rodebol komt te voorschijn aan de horizon, de ochtendzon. Een laagje rijm hangt over het gras en creëerd een mystieke sfeer in de omgeving. Na een korte viering (vermoedelijk de laudes)
en een korte babbel met Maria Clara om haar te danken, verlaat ik ‘le Cénacle’.

Een lange weg langs appelboomgaarden brengt me bijna tot in Saint-Fargeau Ponthierry. In het bos zie ik af en toe bladeren op de grond die een cirkel aan het draaien zijn, alsof ze elkander achterna lopen. Een vrouw komt aangelopen, voor haar een hond ‘snickers’, een hond gered uit l’île de la Réunion waar honden als voer voor de vissen dienen. Ik schrik nog altijd van tot wat de mens in staat kan zijn voor eigen belang.

Een koppel komt aangewandeld. De vrouw kijkt naar mijn voeten. “Gaat u naar Compostella”,vraagt de vrouw. “Neen ik was er niet zolang geleden, nu wandel ik richting Vézelay. Ik ben wel op één van de wegen naar Compostella.” “En wandelt u met sandalen. Amai en zo mooi dat je voeten er nog uit zien”, zegt de vrouw verwonderd. “Dankjewel, ja ze zijn zo blij dat ze de openlucht mogen gewaar worden.”

In een rechte lijn verder wandelend neem ik de ‘magnificat’ in de hand en lees een hymne. Zo passend op de weg. In dankbaarheid, in verbondenheid.
Ik schrijf het even voor jullie neer.

‘Dans le matin qui se lève
Nous sommes devant toi,
Louant ton nom de Père,
Et notre aube se tourne
Vers la source cachée
De la lumière.

Quand le plein jour illumine
Nous sommes devant toi,
Soleil qui nous fascines;
L’ univers te rend gloire
Et l’esprit dans nos coeurs
Poursuit son hymne.

Quand sur nous l’ombre s’avance
Nous sommes devant toi,
Vivant de ton silence,
Mais nos chants vont renaître
En réponse d’amour
À ta présence.

Et quand la nuit étincelle
Nous sommes devant toi,
Clarté orignelle;
Nos louanges célèbrent
Au-delà de ce temps
L’aube éternelle. ‘

Aangekomen in Saint-Fargeau Ponthierry stap ik spontaan een reisbureau binnen met de vraag : ‘ welke mogelijkheden hebben jullie om van Marseille naar Alexandria te gaan.’ Blijkbaar is het voor hen een niet zo eenvoudige vraag om hier een antwoord op te geven. Wat het ook niet is, een vraag die buiten de reisaanbiedingen valt. Ik kreeg zelf een wat hoekig, kort antwoord op het randje dat ik de zaak zou verlaten. Ik zag dat’ tijd’ hier een rol speelde, hoewel ik er de enige was. Zoveel mensen die zich achterna hollen, zelfs in hun eigen hoofd. Zoveel druk die er op de schouders wordt gelegd en genomen. Prestatiedrang en prestatieangst. Die de ruimte niet nemen om zinnen, vragen, woorden te laten binnenkomen en te gaan voelen en wat het met hen doet. De tijd zelfs niet nemen om te ademen. Te leven. Zoveel mensen die verwijderd zijn van hun lijf.
Die al klaar staan met antwoorden terwijl de zin nog niet af is om dan kompleet naast de kwestie te reageren en dan verwonderd of vervelend doen wanneer men terug komt op de zin, vraag… omdat er geen verbondenheid is. Of omdat men al invult voor de ander zonder te checken. Il
Ik stak er een vleugje humor in en de vrouwen werden een beetje zachter. De antwoorden werden ronder, breder, openen, creativer en plots werd het hen zo boeiend dat ik werd uitgenodigd om plaats te nemen aan een bureau en we samen opzoek zijn kunnen gaan naar mogelijkheden.
En een beetje later zag ik twee lachende, levendige dames en ik verliet de zaak met ‘zicht en licht’ op mijn weg voor binnen enkele maanden.

Maria Clara

Choisy le-Roi

Vroeg in de morgen verlaat ik mijn slaapplaats, ik had het geluk een warm nestje te vinden in een sportcomplex in Choisy le-Roi na een ganse dag regen sedert het verlaten van Parijs.

Het is nog donker buiten en ga opzoek naar een bar tot er wat meer licht komt. Alleen in het duister stappen, net naast de Seine en in de buurt van twee stations, doe ik liever met wat meer licht.

Aan de bar hoor ik de mensen praten over leeglopende tankstations. De stijgendeprijzen van de huren, de brandstof, de taxen die er dienen betaald te worden, het niet meer bekijken van de tv…. Ik voel dat het wat met me doet als ik hen hoor.

Een half uur later ben ik op stap. De eekhoorns rennen kriskras over straat hoogstwaarschijnlijk opzoek naar wintervoorraad. De ginkgo biloba begint zijn bladeren te verliezen.
De geur van de bruidsluier. Hmm, een geur die me niet echt bevalt. Ik dacht eerst dat het mijn kousen waren aan mijn rugzak, maar neen, het was de bruidsluier. Bahhh.

Aan de ingang van een bakker zit een man op de stoep. De man kijkt me aan en vraagt :” Mevrouw heb je geen klein muntstukje aub. ” Wil jij je iets aanschaffen in de bakkerij. “” Ja, een rond brood” “Is het zo een rond brood?”, terwijl ik er eentje aanwijs. Hij staat op en bevestigd mijn vraag. Een plat Marokkaans brood. Wanneer ik terug naar buiten kom en zijn brood geef zie ik zijn ogen glinsteren van dankbaarheid. “Merci pèlerin !” Later kom ik hem terug tegen en babbelen wat met elkaar. Guillaume, was 2 jaar geleden nog ambulancier en verloor zijn werk van de ene op de andere dag. Slaapt meer en meer buiten. En zoals hem zijn er er veel.

Ik stap nog wat verder en neem een rustpauze in een bar. Waar ik wat aan mijn dagboek schrijf en aanvul. Aan het venster zit een jonge vrouw met een meisje vermoedelijk 7 jaar jong. Terwijl ik sta te wachten op mijn koffie, hoor ik de jonge vrouw op een harde manier praten tegen het kind. De moeder verliest haar geduld, neemt de gom af op een brutale manier uit haar hand. Ik voel dat het iets met me doet. Mijn buikgevoel, mijn intuïtie spreekt me aan. Ik twijfel… mijn drijfveer – vrede installeren – is groter. Met durf stap ik naar de vrouw. Ik breng mezelf op de hoogte van de zittende vrouw. “Mevrouw mag ik je wat delen?” Ik zie de vrouw me aankijken en ik krijg een ja. “Ik herken hier iets in de situaties omdat ik het zelf heb meegemaakt. Het gaat hem hier niet zo om het meisje en wat ze doet, misschien begrijpt ze je niet. U verliest het geduld. ” “Ge zou voor min het geduld verliezen”, zegt de vrouw terwijl ze me aankijkt. “Misschien kan ze er niets aan doen en verliest u het geduld omdat het niet is zoals u wenst.” “En het is mijn intonatie”, zegt de vrouw wat kort. “Ik herken deze intonatie mevrouw”, terwijl ik naar mijn tafel stap en ga zitten met mijn rug naar hen toe. Ik hoor de vrouw haar toon zachter worden en liever. De spanning verdwijnt. Ik wordt mijn lichaam gewaar en voel het inwendig wenen, ik laat de emotie inwendig leven en accepteer wat komt. Het inwendige gevoel brengt liefde met zich mee en vult mijn Zijn waarin ik terzelfde tijd bewust wordt dat mijn beweging, een beweging van en in Liefde was. Wanneer de vrouw aan de balie staat om te betalen ga ik naar haar toe en zeg “Mevrouw, ik bied u graag het drankje aan”. “Waarom?”, kijkt de vrouw me verwonderd aan.” Om je te bedanken”, deel ik haar. De vrouw aanvaard en glimlacht.

In het Montgeron, een aangename stad en een fijne verademing na de voorbije steden van Parijs, bezoek ik de Sint-Jacobskerk. Een aangename kerkje met kleurrijke gedetailleerde en hedendaagse glasramen, met zijn mozaïeken alles gemaakt door de broeders van Maumejean en zelfs twee glasramen van Maria Magdalena.

In het bos van Sénart neem ik de ‘Magnificat’, een maandelijks boekje met gebeden uitgegeven door de kerk. Ik sla het open op vandaag en wordt onmiddelijk geraakt door de beginnende tekst van vandaag. Wat een synchroniciteit.
” C’est moi qui vous ai choisis du milieu du monde, afin que vous alliez, que vous portiez du fruit, et que votre fruit demeure.” (Cf. Jn 15,16)

Wat verder….
Devient la pierre d’angle qui vous porte, Pierre vivante et pain quotidien. Pour qui l’annonce et l’apporte…

Het is al laat. Ik zit in een salon van een klein kasteeltje aan de ingang van het domein ‘Le Sénacle’ waar de communauteit van Chemin Neuf verblijft.
Toen ik deze namiddag aanklopte deed zuster Maria Clara open. We hadden een aangename babbel. Ze was nadien wat verwonderd van de neen die ik kreeg van de overste bij de vraag voor een overnachtingsplaats terwijl het hier vol kamers en leegstaande huizen staat.
De neen kwam er omdat de regel des huizes is, enkel voor groepen. De zuster drong wat aan bij haar zusters en deelde me nadien “Als communauteit hebben we wat regels, wat een noodzaak is. Waardoor we telefonisch geen individuelen kunnen aannemen dit maakt ons werk moeilijker. Maar als we de onverwachte verrassing krijgen van een pelgrim aan ons deur, wanneer iemand aanklopt dan vind ik dat we flexibel mogen zijn. Zeker als er plaats is.” en zo zit ik hier in het salon.
Dankjewel María Clara.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier wat beelden en… nog

Appelmoes

Met een wat grijze lucht en zachte temperaturen verlaat ik het huis van Pierre, Christine, Lea en Rocco, na een interessante tip rond een natuurlijk chinees product tegen insectenbeten allerlei, spierpijn… die mij ten goede zal komen op mijn tocht volgend jaar naar Jeruzalem.

Omcirkeld door het vroege vogelzang,
blijf ik staan en laat ik me impregneren door de omgeving. Eikels vallen hoog uit de boom en ik verzeker je, er eentje op je hoofd ontvangen doet geen deugd.
Op de achtergrond hoor ik een gans, een woonst is nabij. De vruchten van de wijnranken werden reeds geplukt en staan er verlaten bij, de kleur rood is te zien aan de toppen van de bladeren. .
Ik haal een vol handje gedroogde vruchten uit mijn rugzak die mij geschonken werd.

Langs de weg ontmoet ik straat arbeiders die kabels aan het leggen zijn. Een man haalt zijn bescherm koptelefoon van zijn hoofd. “Ingenieus jullie toestel”, zeg ik tegen de man. Achteraan een bestelwagen hangt een toestel met een metalen cirkel van 10 cm breed die een fijne gracht uit de grond freest, wat er uitgefreesd is komt via een transportband op de wagen.
“Mooi en proper werk leveren jullie hier”, zeg ik tegen één van de mannen. De man vraagt me wat ik doe, vanwaar ik kom. Verwonderd en met een lachende open blik kijkt hij me aan. Hij vraagt bevestiging van wat ik deel.
In gebroken Frans deelt hij me “ik wil graag een foto met je.” hij doet zijn werkhandschoenen uit. “Hoe is jou naam?”, vraag ik hem. “Kerim ik kom uit Rusland”. “Ik ben Jasmine”. We leggen onze arm op elkaars schouders en zo worden we beiden op beeld vastgelegd.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in Veuzain-sur-Loire. Ik stap naar de presbytère en bel aan. Een Afrikaanse priester doet open.
“Kom binnen”, zegt hij en hij belt een vrouw op die me zal kunnen helpen.
Ondertussen help ik de priester bij het maken van appelmoes. Hij kreeg appels, veel te veel om op te eten. Terwijl we de appels aan het schillen zijn hebben we een gesprek over het verschil van de kerk in Afrika en deze hier bij ons. “Het zal voor jou wel veranderen”, zeg ik tegen de priester. “In jou land wordt gezongen, gedanst, terwijl hier, val ik soms bijna in slaap in de mis wanneer de homilie van de priester niet boeiend is of ieder jaar hetzelfde.” Hij lacht, “ja een aanpassing is het wel. Hier zit men stil zonder beweging”, deelt hij.

De reactie blijft me bij van de vrouw waarover we een gesprek hadden over het sacrament een paar dagen geleden. Ik kaart het opnieuw aan.

Ik legde de situatie uit aan de priester.” Stel je voor dat er geen sacrament niet meer is wegens omstandigheden”, zeg ik. Waarop de priester zegt, “Och, maar dan is er gewoon geen ‘kerk’ niet meer.”
“Zijn de mensen, de bevolking, zijn zij niet de ‘kerk’ ?!”, vraag ik de priester. “Ik volg je en begrijp ook wat je bedoeld. Maar stel je nu echt voor dat het sacrament, laat ik het nu even de ‘materie’ noemen, morgen niet meer te vinden is door omstandigheden. Door oorlog bv of maandenlang zichzelf te moeten opsluiten. Deze materie kan de mens ontnomen worden. Wat dan?
Leert men ze zo niet om in een afhankelijkheidspositie te plaatsen. Ik voel mezelf niet minder christen, ik voel me niet meer verwijderd van het Christusbewustzijn omdat er geen sacrament is. Ik voel het aanwezig in mezelf. Is het sacrament niet in elk van ons aanwezig is, vermits we gecreëerd worden naar zijn beeld. God creëerde de natuur, de mens maakt toch deel uit van die natuur! We zijn natuur!” De priester antwoord me via een vóórgeschreven en reeds lang gekende zin, :” wie door omstandigheden niet naar de kerk kan gaan, God komt tot bij hen. ” Hmm, niet veel nieuws aan de horizon. Ik voel dat de gesprekken niet dieper gaan dan wat al eeuwen geleden gekend.

Ik vraag aan de priester of hij zin heeft in iets zoet van de bakker. Bij mijn terugkomst heeft hij ondertussen 3 stoelen geplaatst op het terras. Ik loop af en toe naar binnen om de appelmoes in het oog te houden. Onder de herfstzon delen we een heerlijk gebak, een specialiteit van de regio met geconfijt fruit, terwijl de priester zijn persoonlijk verhaal deelt en wat hem op dit moment bezig houdt.
Later komt Michelle aan, een vrouw van de parochie. Er is onmiddellijk een klik en we vertrekken samen richting haar huis. Waar we samen een gezellige avond delen.

Voor het slapen gaan zie ik de situatie terug in de keuken met de priester en ons delen rond het sacrément. Een zin komt door meheen: ‘Mijn voeding, mijn brood wordt me iedere dag geschonken in de natuur. Zowel in het vertikale als in het horizontale.’ Met deze zin en een diepe rustgevende zucht val ik onder een sterrenhemel van lumineuze fluoriserende stickers op het plafond in slaap.

Hier een kortfilmpje… En nog eentje

Hier wat beelden en nog

Rocco’s poot

Samen met soeur Ezechiël, rijden we van La Ferté-Imbault naar Tours van waaruit ik mondjesmaat terug keer richting België.

Langs de weg wenst Ezechiël te stoppen in een kerk voor de Vespers (avondgebed). Ik zoek op de kaart en zie er 2. “Laten we de dichtste nemen” , zegt Ezechiël. Ik vergroot de kaart en zeg ” Het kan niet beter, de kerk is genaamd naar Maria Magdalena.” “Ah, voilà. Blijkbaar moeten we daar zijn!”, reageren we in koor.

Aankomend in Tour overnacht ik bij vrienden van Ezechiël. Er wordt gevraagd naar mijn ervaring op de weg. En in een gesprek met als thema gebed, naar de kerk gaan en het ontvangen van het sacrament, zie ik verwonderde gezichten wanneer ik hen deel dat voor mij het gebed bestaat uit dankbaarheid bij het zien van een nieuwe dag, iedere stap die ik op moeder aarde zet. En dat het sacrament, voor mij in mezelf aanwezig is, nl. mijn hart.
De non- verbale en verbale reacties vallen me op, bij de vraag: “Stel je voor dat er morgen geen sacrament is, niet te vinden of je bent verplicht je een heel lange tijd op te sluiten voor je veiligheid en je het sacrament niet kan ontvangen?” “Ah, neen, dit heb ik nodig. Ik kan me ook geen leven zonder voorstellen…”, krijg ik als antwoord. Het voelt voor mij bijna als een afhankelijkheid van iets buiten zichzelf.

Het duurt bijna tot de middag voor ik gewaar wordt dat mijn lichaam zich in beweging brengt. Ik breng een bezoek aan de kathedraal van Tours. Prachtige glasramen zijn er te zien, het is voor mij ook het enige wat me kan bekoren in de kathedraal.

Op een wandelbrug zet Ik de Kleine Prins neer voor een foto bij een straat graffiti. “Ohh, il est beau ton petit bonhomme”, roept een langs rijdende fietser.

Ik wandel de weg langs de rivier de Loire en geniet van de reflecties op het water, de beginnende veranderde kleuren in de natuur. Hier en daar kan ik nog bewoonde troglodyte (huizen in de rots) woningen waarnemen. Zij zullen alvast geen last hebben van de veranderde energie prijzen, want in zo een woning blijven de temperaturen in een constante van zo een 17 graden.
Ik heb het gevoel dat mijn wandelweg in een snelheid om was vandaag, nog voor ik het wel besef kom ik aan in Montlouis-sur-Loire waar een dame van 82 jaar me vriendelijk verwelkomt in het zaaltje van de parochie.
Ik blaas er mijn matrasje op die ik neerleg op een vasttapijt. Vind er wat kaarsjes, een lampje, mijn aquarelle doos, een boekje… Een gezellig nestje.

Na een goede nachtrust en een stevige koffie verlaat ik het dorp. Een aangename zachte najaarszon is aanwezig. En tegen de middag loop ik nog steeds in sjort en t-shirt. Zalig.
Af en toe sta ik stil en geniet ik van de rijke natuur. Ik open mijn armen wijd open, adem diep in, sluit mijn ogen en wordt de fijne windbries en warmte van de zon gewaar op mijn huid. Met een diepe inademing dank ik voor al dit schoon die mij, ons geschonken wordt.

In de namiddag nader ik Ambroise met zijn groot, eerder immens kasteel waarvan je de reflectie ziet in het water.

Voor mij, een man en vrouw wandelen arm in arm. Ze vertragen. Onverwachts is plots een sheet hoorbaar, amai en geen kleintje… Hmm, ik voel mijn oogleden open trekken en mijn mondhoeken opwaarts. Ik steek hen voorbij en zeg met humor :”Eh bien, c’est ce qu’ils appellent vraiment prendre de l’air.”

Ik twijfel even of ik in Amboise blijf of verder wandel. Ik slenter wat door de straatjes naast het kasteel en al heel snel wordt ik gewaar dat ik niet in de massa wens te blijven. Bij het oversteken van de brug naar de andere kant van de oever, zie en hoor ik een koppel mij uitlachen omdat ik met wandelstokken wandel. Ik laat het bij hen en kan me voorstellen dat voor mensen die van de wereld weinig afweten, of het gezichtsveld niet veel verbreden dat dit een beeld is die wat vreemd aanvoelt. Een reactie die meer over hen verteld, dan over mij.
Verheugd verlaat ik Amboise.

In Pocé-sur-Cisse eindigt mijn dag. Op een hoek van de straat sta ik even stil, laat ik de omgeving op me afkomen. Recht voor mij een groot peperkoekenhuisje. Ik wandel even naar rechts, naar links, blijf staan en steek nadien de straat over om aan het hekken van het huis te bellen. Drie kleine bellen hangen aan het hekken. Zo een bellen zoals aan de hals van de geiten of schapen. Aan de derde bel… opent een deur. Christine komt buiten.

Bij Christine, Pierre, Léa en Rocco de bijzondere poes.

Bij het klaar maken van de maaltijd vraagt Christine me “Mag ik je een vraag stellen, voel je vrij om erop antwoorden. Waarom koos je ons huis?” “Ik laat me leiden en vertrouw mijn intuïtie.” “Is het dit wat men la divinité noemt ?” “Dit zou men zo kunnen noemen”,deel ik Christine.

Na een gezellige hartelijke avond krijg ik een bijzondere unieke stempel in mijn credential. De poot van Rocco.

In de nacht wordt ik wakker. Kijk ik op mijn telefoon naar het uur 00:31

In dankbaarheid na deze mooie dag en avond, dommel ik verder in.

Hier een kortfilmpjeEn nog eentje

Hier wat beeldenEn nog…

Magdala

Mijn verblijf in ‘Magdala’

Wat hou ik van die plaatsen waar men de mens in zijn verantwoordelijkheid laat en vertrouwen heeft in zijn/haar kunde en kennis, waar zijn of haar ‘Zijn’ zich mag ontplooien zonder dat er een voortdurende controle is. Waar respect is voor ieders terrein. Waar ik dienstbaar mag zijn en mag schenken aan de maatschappij wat mij aan een andere kant gegeven wordt.
Zo voelde het voor mij in Magdala. Binnen een structuur mogen bestaan zoals je bent, met gans je ‘Zijn’ en je er een plaats hebt, je er mag bestaan. En waar liefde in het samenleven voelbaar aanwezig is. Is dit niet wat de basis is van een ‘ thuis’.
Zo voelt het voor mij een ‘thuis’,daar waar men welkom is.
Tussen de vaste uren van samenkomen, gebeden, in stilte eten en samen de afwas doen…nam ik de stoelen, kasten en deuren onder handen voor reparatie.
Een zuster zei: “Het doet goed je aanwezigheid. Het brengt me een veilig gevoel, als een vader die aanwezig is, als wanneer er iets misloopt weet dat er iemand is waarop je kan rekenen.”

De aangename losse humor van een zuster. De kleine attenties en goede zorgen van de andere. De perfectie,rechtuit zijn van nog een andere zuster…een fijne mengelmoes in de individualiteit die een evenwichtig geheel vormt.

Op een middag net voor de middag dienst ontvang ik van zuster Marie-Sophie een brief.

Ik lees de brief…

Liefste JASMINE, bij het openen vandaag van het boek van C. De Meester op een boodschap van Thérèse de Lisieux, ben ik geraakt bij het lezen van een citaat van de Kleine Prins, vóór de introductie, die me aan jou deed denken en aan wat je beleeft van dag op dag…
…. We houden jou in ons hart en in onze gebeden en hopen je terug te mogen zien in Magdala. Er is geen bel, weet dat je je mag installeren zonder aankloppen… Bonne route…

Geraakt door deze woorden en haar delen van de zuster.


Na de mis ga ik naar de zuster en dank haar voor haar gebaar terwijl ik iets uit mijn broekzak haal – De Kleine Prins – Marie-Sophie is verwonderd bij het zien. We kijken elkander in de ogen… zonder woorden.

Ik stap richting mijn kamer. Mij aankijkend in de spiegel, begin ik te huilen, ik voel dat er iets vrij komt, afscheid en vreugde is voelbaar.
Vanuit een diep bewustZijn hoor ik mezelf aanspreken :” Jasmine ook al zou je graag willen intreden, je weg is daar, onderweg, er zijn mensen die je op je wachten, die je graag ont-moeten.” Mijn tranen vloeien.
Later, bij de afwas bevestigd Christine me wat door meheen kwam.

Wat een zalige plaats midden de natuur. Vader Hert met zijn 4 takken gewei, de familie everzwijnen die je rond het terrein hoort terwijl ik ’s avonds een telefoontje die onder de open sterrenhemel en volle maan.

Het leren herkennen van paddestoelen bij de pluk met zuster Marie-Laetitia om ze’ s avonds klaar te maken en ’s anderendaags een feestelijke maaltijd op tafel te hebben.

‘ s Middags op de feestdag van de aertsengel Michaël – 29 september – terwijl aan tafel een maaltijdgebed wordt voor gelezen, vliegt een buizerd rakelings over de aarde, richting een boom net op het moment dat het woord Michael wordt gebruikt. Wat een resonantie van tijd!

Kom ik hier terug… ABSOLUUT… en wat ben ik blij dat ik zo een vertrouwen heb in het leven en in wat het me toont. Dat ik kon, mocht en wou Zien.
Ik mis deze plaats nu al en mijn hart… die bonst nog meer dan voordien.
Leven, Licht, Liefde.

Pace e Luce.
Magdala… Ik kom terug…
Dankjewel zusters.

Hier een kortfilmpje

31-soeur Christine

Magdala – la fraternité de Jeruzalem

De laatste dagen zie ik vaak terug de nummers 31 en 71.
Op de middag kom ik aan in een dorpje, waar een plaatselijke rommelmarkt het dorpskern heeft gevuld.
Een man begint met me te praten. Wanneer hij hoort aan mijn accent dat ik uit België vandaan kom, deelt hij dat hij veel klanten heeft in Brussel en omstreken. Ondertussen als handelaar probeert hij me te overtuigen iets te kopen, een hertengewei met wel 4 vertakkingen.
Ik zie liever de herten in de natuur, dan een trofee aan de muur.
“Meneer zoveel jaren geleden heb ik rommelmarkten afgelopen, ik kocht zilver, verzilverd materiaal. Opzoek naar borden. Wat was het leuk om die stempels te leren kennen. Soms zaten er kleine leuke vondsten tussen met minder geldelijke waarden die ik het mooist vond. Onderliggend was altijd de gedachte aanwezig of de hoop iets te vinden van grote waarde. Ik was op schatten jacht, als een kleinkind opzoek naar dat ene kleine dingetje die mijn dag gelukkig maakte. En ook al vond ik het leuk, Ik had niet genoeg, want de hoop lag al naar de volgende week, zelfde plaats, zelfde tijdstip.
Dit was toen.
Vandaag ben ik veel rijker- met enkel deze lichte bagage die ik mee heb, wijzend naar mijn rugzak op mijn rug dan toen ik de rommelmarkten afliep op zoek naar materie, naar iets buiten mezelf. Want ik vergat af en toe het kleine ‘dingetje’ in mezelf, die van onmeetbare waarde is, altijd toereikend wanneer men het wil en waar overvloed aanwezig is, het was, is zo dichtbij. Een rijkdom die in elk van ons is”, terwijl ik mijn handpalm op mijn hart leg. We hebben nog een fijne babbel en groeten elkaar met een glimlach wanneer onze wegen scheiden.

Van eikenbossen naar, kastanje bossen naar naaldbossen… onder mijn voeten is fijn zand aanwezig… zand… van wat hier ooit de zee was.
Een daas komt rond mijn oren vliegen. Wanneer je lang in de natuur vertoeft leer je het gedrag van de kleine, grote dieren, de macro en microwereld – de natuur, daar waar ook wij toebehoren – kennen. Zo laat ik de uitdagende daas horizontaal rond mij zoeven, want uit ervaring weet ik dat hoe meer je ze probeert weg te jagen, hoe agressiever ze worden en aanvallen. Dus, blijf ik bij mezelf en laat ik ze met hun eigen gedrag.

De paddestoelen beginnen zichtbaar te worden. Ik zou ze zo graag leren herkennen op mijn weg en mensen er ’s avonds plezier mee doen. Wie weet krijg ik ooit de mogelijkheid.

‘ s Avonds kom ik aan in La Marolle-en-Sologne. Waar ik de avond doorbreng net naast het vroeger prachtig leegstand rvt gebouw. Niet meer binnen de normen wordt me meegedeeld, het staat er achtergelaten bij. Een gebouw waar het gemeentehuis weigert er iets aan te doen. Een zoveelste leegstand pand waar je mensen zonder woning en een job kan schenken en een dak boven hun hoofd. En zo zouden vele dorpskernen her-bloeien en leven met zich meebrengen. Hoeveel mensen hebben gouden handen en kunnen ze helaas niet inzetten voor de maatschappij omdat ze vastzitten in de structuren van wetten en regels waarin velen niet meer buiten de lijntjes van deze kunnen, willen kijken en handelen.
Ik geniet er van een wedstrijd pétanque, waarvan één van hen mij een overnachting aanbood.

Van La Marolle-en-Sologne naar La Saint-Viâtre op enkel twaalf kilometer vóór ‘Magdala’, zo kan ik ‘le lundi du désert’ respecteren en heb ik een korte dag bij aankomst. De woestijn maan-dag, is een dag waar de fraterniteit een stiltedag heeft.

Wanneer ik ’s anderendaags aankom in’ Magdala’ via het bos en natuurgebied omringd door meren, loop ik recht op een nieuw houten gebouw met één grote glazenwand. Ik zie mijn lichaam gereflecteerd in het glas…. versmeltend… met een prachtige schilderij binnenin achter het glas… Maria, Jezus in een mandorle. Een schilderij vol symboliek. Waarin een weg afgebeeld staat aan de voeten en verwerkt in de mantel van Maria. Aan de voeten Jeruzalem met verschillende gebouwen.
Geraakt door deze verwelkoming, vloeien tranen langs mijn wangen van vreugde.

Ik wandel verder langs het gebouw op zoek naar de zusters of de ingang. Tot ik midden de vierkantshoeve terecht kom – omgeven door een prachtige natuur – hoor ik stemmen. Aan een kleine venster roep ik, “is er iemand!”. “Ik kom”, hoor ik aan de andere kant. Een enthousiaste vrouw komt naar buiten in een lichtblauw gewaad in jeansachtige stof, met een wit hoofddoek op het hoofd. Sœur Christine van de fraternitéit van Jeruzalem. Al snel komt een tweede zuster erbij. “Heb je gereserveerd”, vraagt de zuster. “Ja via de website, maar kreeg geen antwoord. Ik dacht de zusters hebben het druk. En stuurde nog niet zolang geleden een tweede mail verwijzend naar de eerste. Ook hier geen reactie. Ik wist dat dit niet jullie gewoonte is. Ik liet het los en liep verder in vertrouwen. En voilà hier ben ik. “, zeg ik al lachend. “Och, we waren net aan het spreken over de website.” De zuster legt uit aan nog een ander zuster die ondertussen naar buiten kwam en zo leerde ik onmiddellijk drie zusters kennen. Een onweersbui verhinderde het e-mail verkeer.
Een fijn puur en open onthaal waar alles als een vloeiendheid verloopt. Christine neemt me mee naar een kamer, in wat vroeger een paardenstal was. Bij het openen van mijn deur krijg ik de boodschap, “Sluit altijd je onderste deur dat verhinderd de adders naar binnen te komen.” Slik, die was ik vergeten de voorbije dagen bij het buiten slapen zonder binnentent.
Een uitnodiging voor een koffie en een babbel, waar ik mijn verhaal deel en het waarom van mijn komst. De roeping om al of niet in te treden, het verloop en mijn tocht van volgend jaar naar Jeruzalem.

Het verloop van de dag indeling wordt meegedeeld en een groot deel van de gebouwen wordt me getoond. Er wordt gevraagd naar wat ik kan. “Zuster vraag me eerder wat doe ik niet graag en het antwoord zal korter zijn”, zeg ik al lachend. “Zuster hoe mag ik je trouwens noemen zuster, zuster Christine of mag het bij je voornaam zijn?”, vraag ik. “Christine is ok” Dit voelt goed aan.

Al heel snel wordt ik ingezet voor taken. Nieuwe vilten op de stoelen aanbrengen tot ik zie dat bepaalde stoelen uit elkaar beginnen te vallen.
Ik haal mijn houtkunde uit en begin de stoelen te restaureren in het Atelier. Een zalig plaats die al heel snel mijn favorite plaats wordt.
Bij het restaureren van een kast die bijna ineen valt, zie ik een telefoon. Naast de telefoon zie ik een briefje met nummers en namen. Geen 1,2,3….. wel 30 sœur…, 31 sœur Christine… Ik krijg een binnenpretje.
En wordt al snel duidelijk dat ik hier mag zijn… ZIJN….

Hier een kortfilmpje, en nog eentje…(komt later)

Hier wat beelden, en nog beelden, en hier.

M

Deze nacht, Lailly-en-Val, sliep ik terug onder de tarp. Oeps, de nachtelijke temperaturen zijn sterk gedaald, deze nacht was het vriespunt niet ver weg. Gelukkig heb ik mijn wollen kousen aangetrokken en met mijn dons van de slaapzak op mijn hoofd kon ik mijn lichaamstemperatuur op peil houden. Bij het opstaan nodigen Renee en Michel me uit voor een koffie, na bijna twee uren gezellig praten en delen verlaat ik hun huisje waar ik in hun tuin mocht overnachten.

Midden in het bos staat een groot wit kruis. In het middenpunt waar de 2 benen samen komen, het hart, is een symbool verwerkt, een hart met een kruis erop (gelijkbenig kruis) uit hout gesneden.
Wanneer ik dit symbool in mij opneem, laat binnenkomen en mijn kijk, mijn waarnemen breder en dieper wordt, ik zou kunnen het woord ‘Zien’ gebruiken dan wordt het symbool levend. Wat bedoel ik met ‘levend’ , wel dat het symbool niet meer plat is zoals bij de eerste blik ‘hart en een kruis’, wel dat er een verhaal komt, ze krijgt diepte, diepgang. Ze wordt levend omdat iets in mezelf wordt aangesproken. Het is niet iets die buiten mij is.
Je kan het vergelijkenis als naar een muziekconcert gaan of naar een theaterstuk. Bij sommige optredens blijf je de kijker en het raakt je niet, bij andere kom je buiten en heeft het gans je ‘Zijn’ aangesproken en had je kippenvel en krijg je onmiddellijk zin om iets te verwezenlijken… Of je gaat naar een tentoonstelling

Hoe wordt het voor mij levend…
In het hart staat een niet gelijkbenig kruis, waarvan de basis van het kruis worteld in het hart, waardoor de basis niet meer waarneembaar, zichtbaar is voor het oog. Wel voelbaar kan worden voor wie het Hart volgt, zijn/haar eigen Hart.
De wortels zitten in het Hart, in ons Hart.
Wanneer ik terug het grote houten kruis in het bos waarneem, zie ik aan zijn basis nog een symbool.
De letter M met een kruis erop.
In de M zie ik een gelijkbenig evenwichtige letter, met een middenpunt waar het kruis zijn basis zoekt. Een M van Maria, Maria Magdalena, Moeder…. 3 keer M.
Het kruis (betekend voor mij het Christusbewustzijn) met als basis zijn wortels komend uit de M.
Het grote houten kruis staat alvast goed geworteld in Moeder Aarde.
Het kruis, het Hart, de M. = mannelijk en vrouwelijk ‘gedragen’ verenigd in OnsZelf.
Twee polen Verenigd.

De herfstgeuren komen stilletjes aan sterker aanwezig. Ik geniet van ‘La Sologne’ en haar natuurlijke beboste omgeving. Haar grote meren en haar fauna. De everzwijnen houden op de wandelwegen een ware ravage, enorme oppervlakte werden omgewoeld. En voor wie opzoek is naar iemand om de tuin om te spitten, wel ik kan ze jullie echt aanraden, de graszoden liggen onmiddellijk onderste boven en de grond wordt ‘luchtig’.

Het gezang van de vogels is gelukkig terug meer aanwezig – na de gebieden van gewassen – want ik had ze wat gemist. Sedert een lange tijd zijn ook de koeien terug présent, soms staan ze midden de weg en na een babbeltje met hen maken ze de weg vrij, eenmaal voorbij nemen ze terug hun plaats in. Hier en daar mag ik herten zien en soms een edelhert. De bronsttijd is gestart en af en toe mag ik ze hoorbaar aanwezig voelen. Wat is het fijn om in hun habitat te vertoeven en te mogen genieten van al die levende wezens.

Ik blijf staan om dit natuurlijk spektakel in deze prachtige omgeving te bewonderen. Ik wordt de wind gewaar op mijn armen, de warmte van de zon in mijn nek. Mijn voeten voelen stevig geaard op de zachtig ondergrond, ik word gewaar voorbij de grenzen van wat wij het lichaam noemen…. oneindig, zachtbegrensd in het oneindige, als een flinterdunne film doorlatend. De wind speelt in de bladeren van de eikenbomen, de takken van bramen bewegen ritmisch op en neer.

Twee herten staan me aan te kijken ze nemen een stap naar voor. Och zouden ze in mijn richting komen… eventjes maar en nadien stappen ze rustig het groen in. Wie weet ooit komt dit nog dat ik ze van dichtbij mag benaderen.

Een bonte specht vliegt voor me uit en begint een wandeltocht op een boomstam. Af en toe komt hij piepen naar de voorkant, wandelend tot in de kruin. Vlinders fladderen tussen de boomstammen. Mijn neus herkent zoete, houterige geuren , de geur van vochtige aarde.

Binnen twee dagen kom ik aan in Magdala. Zonder verwachtingen ga ik zien en gewaarworden wat me daarheen brengt. Hoewel ik een eureka gevoel had toen ik gewaar werd dat ik naar deze plek werd getrokken, geroepen. Heb ik de ingesteldheid genomen het ‘eureka’ gevoel in mij levend te houden zonder er iets te moeten mee doen. Het onderweg zijn heeft me ondertussen verder gesteund op mijn weg. In vertrouwen stap ik het leven verder, in wat naar mij komt en wat aan mij getoond wordt. En dit brengt zoveel rust en diepgang. Daarin ligt voor mij het oneindig antwoord, in het onderweg zijn. Er zijn vastepunten of eerder houvast momenten in het leven, laten we ze echter niet vastpinnen, wel in beweging laten. En daar kan ik me soms zo in vergaloperen, en me verwijderen van mezelf.
Voor de ene is dit een huis die om de zoveel jaren eens getransformeerd wordt, voor de ander toont zich dit op een andere manier. Wat het ook is en dit is voor ieder anders, vergeet niet te blijven groeien met een openkijk op het leven.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Gillette

Bij het verlaten van Orléans wandel ik onder een majestueuse céder langs La Loire Sauvage.
Bepaalde stukken die ik wandel herken ik van de tocht in 2018. Ik vind dit altijd zalig te beseffen dat mijn pelgrimswegen met elkander verbonden zijn, zonder dat ze voordien gepland werden.
Zo vertrek ik altijd op pelgrimstocht.. . Zo zuiver en zo puur mogelijk om werkelijk alles zelf te ervaren aan de lijve. Geen boeken, geen verhalen en zo zal ik ook proberen te vertrekken volgend jaar naar Israël op de voetsporen van Maria Magdalena.

Hier en daar is de bloem Colchicum zichtbaar in het gras. Maar wie dezer dagen veel meer zichtbaar is geworden, tapijten vol, zijn de witte en roze cyclamen.

Net vóór Meung-sur-Loire wandel ik langs een immense lange muur met doorgangen die werden gesloten met snelbouw stenen en metalen hekken. Een bejaarde vrouw komt op het pad. Ik spreek haar aan.

“Dag Mevrouw weet u voorwat die doorgangen zijn.” Ze kijkt me aan en zegt: “Daar werden vroeger de wijnvaten in bewaard. De Loire wat toen veel hoger en was één van de grootste waterwegen in Frankrijk. In deze regio waren er hier vroeger veel wijngaarden. Ze kwamen aan met de boten en de vaten werden hier gelost in onze kelders. Maar ja, dat is allemaal gedaan. De kelders zijn zelf een gevaar geworden en de stad heeft ons gevraagd om ze dicht te doen uit veiligheid. Ach, het is hier zo een bloeiend en rijk leven geweest. Vandaag kan ik niet veel meer. Ik vergeet de namen, behoorlijk vervelend en door wat ze al twee jaren bezig mee zijn met die ‘corona’ kan ikzelf geen deftig zelfzorg niet meer ontvangen. We vinden ook geen mensen niet meer voor het huishouden, voor de tuin…. En ik ben veel te oud, 85 jaar om dat allemaal alleen te doen. Zeven hec. grond is hier te verzorgen. En het is vervelend, ik vergeet altijd de namen”, herhaalt ze nogmaals. Ik luister verder naar haar verhaal terwijl ze met haar tuin gerief in haar handen staat.

” Mevrouw hoe is je naam? “, vraag ik haar. Een lange naam van vier namen aan één…” Zeg maar Gillette”, terwijl ze me aankijkt.

Samen met Evelyne stap ik verder terwijl ik me nog eens omdraai en Gillette wat voorovergebogen naar beneden zie stappen via grote onregelmatige kasseien, met vier grote werktuigen onder de arm. We kijken wat ze verder doet en ze begint de takken af te zagen van een grote populier die aan de oever van de Loire staat. “Evelyne, gaan we haar helpen. Veel handen maken het werk lichter”. We stappen terug richting de rivier. “Gilette wacht we komen je helpen, dit hoef je niet alleen te doen”, roep ik haar richting uit.
Met de rugzak op begin ik de nieuwe populier scheuten af te knippen kort tegen de stam. In een mum van tijd is dit karweitje achter de rug. “Och, awel wat mooi van je dat je me komt helpen. Dit had ik nu niet verwacht. Dit moet ik aan mijn man vertellen”, ik zie haar zo opfleuren. Mijn hart lacht.

Nadien vraagt Gillette of we even naar boven mee willen. Wat we ook doen. We worden voorgesteld aan haar man en vol verwondering doet ze het verhaal, “Léon, moet je nu wat weten wat me overkomen is….”.

Ik denk terug aan de ontmoeting met Hélène en wat ze me zei in verband met het pelgrimeren.

Bijzonder, ik kan het zo voor de geest halen wat zij deelde maar niet mijn eigen delen, ik kan het deelmoment nog gewaar worden, maar de woorden zijn verdwenen alsof ze niet mijn woorden waren, voorbij de woorden en dit is niet de eerste keer.
Het voelt evenwichtig en juist. Het is als een delen vertrekkend vanuit een ‘zuiver’ kennis en het verdwijnd op eenzelfde manier. Niet dat het niet belangrijk is, integendeel. Het is voelbaar, een delen met veel waarde, diepgang en er ontstond een diepe verbondenheid met Hélène.
Soms zou ik ze op een bandje wensen op te nemen om ze verder te willen delen, echter voor ik het besef is het al te laat. En eigenlijk weet ik ook diep vanuit mijn hart dat dit niet de bedoeling is.

Wat ik wel nog weet was wat zij me deelde aan de ontbijttafel, ” Jasmine je kennis, wat de weg je gebracht heeft, je ervaringen. Je weten het is zo waardevol om dit te delen. Je onderweg zijn brengt zoveel bij de mensen. Het zijn mensen zoals jij die er nodig zijn, je hebt zoveel te delen en te vertellen.”

Ik wens vooral gewoon te ‘Zijn’ en wat mag zal ontstaan. Ik begrijp wel wat ze bedoeld.

In Beaugency neem ik afscheid van Evelyne, zij stapt verder op de Via Turonensis, terwijl ik afsla en richting Magdala ga waar de fraternitéit van Jeruzalem is.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier wat beelden en nog…

Zien

In de enige bar in het dorp, langs een grote weg richting Orléans nemen we ons ontbijt. Een autentieke houten vloer, lederen groene zitbanken, elegante eiken tafels. Aan de muur hangt een zelfgemaakte poster ‘De vierde generatie’, met een beeld van ieder koppel, een huwelijksfoto. Bij het verlaten van de bar deel ik aan de eigenaar, “Meneer, zo fijn om jullie meubilair te zien en deze mooie oude houtenvloer. Ik heb niet de indruk in een bar te zijn, wel in een warme uitnodigende woonkamer. Dit voelt zalig aan.”

Ik laat Evelyne zoeken op haar app naar de weg. Op een kruispunt zie ik het streepje ‘blauw-geel’ met nog twee andere veldwegen ernaast. Ik leg haar even uit wat de mogelijkheden zijn op zo een punt en de keuze die ik hierin maak, asfalt of natuurlijke wegen. Beiden kiezen we de natuurlijke weg en laten we even het teken van de Camino opzij. Ik check dubbel bij Evelyne of zij dit ok vind en er vertrouwen in heeft. De Franse taal is zij niet zo meester – alhoewel ze toch wel al een goede vocabulaire heeft – en dit naast haar eigen taal Zwitsers-Duits.

Een niet bekende weg nemen (hoewel deze nooit bekend is in de bredere zin) is niet altijd een eenvoudige keuze voor wie in het onzeker, angstig, in het mentale leeft… want heel vaak komen er dan stemmetjes in het hoofd ‘zal ik dan de weg terug vinden’, ‘en wat als ik niet meer door kan’, ‘wat als ik verloren loop’, ‘ik zal het niet kunnen’, ‘ik zal iets missen’… en dat is niet abnormaal wanneer men voor het onbekende staat. De mogelijkheid die er dan kan optreden is dat men zichzelf gaat bevriezen waarmee de vloeiendheid, de beweging van wat leven stopt.
De weg leerde me ‘vertrouwen’ en uit dit vertrouwen kwam ‘voorzienigheid’.

Vroeger was ik iemand die al mijn reizen voorbereidde tot op de puntjes, net door die talrijke vragen die opkwamen vanuit schrik voor het onbekende. En net hierdoor deed ik een beweging die het omgekeerde met zich meebracht. Want op die reizen stootte ik telkens heel hard mijn hoofd tegen de muur… of ik werd bestolen, of ik kwam in lugubere plaatsen terecht met de onaangename gevolgen vandien, of ik voelde me niet goed en wou zo snel mogelijk weg maar kon niet net door de planning die me ‘vastroestte’…

Ik was verwijderd van mijn lichaam, ik leefde in mijn hoofd om mijn lichaam te beschermen en mijn gewaarwordingen niet toe te laten. Behalve en gelukkig op plaatsen waar ik alleen was kon ik het soms nog toelaten.
Hierdoor sneed ik me deels af van mijn intuïtie, mijn eigen beweging, innerlijke kompas. Een beweging die ooit bewust was begonnen om iets te vermijden. Door de jaren heen werd deze keuze een ‘vast gebaar’ ik had het mezelf zo aangeleerd beïnvloed door de buitenwereld. Het ‘vast gebaar’ verdween wanneer ik de verantwoordelijkheid voor mijn leven in handen terug nam. En hierin horen voor mij de woorden Bewust leven, gewaarworden, vertrouwen op mijn intuitie, mijn instinct volgen, bewust handelen…en me losmaken van het geconditioneerde, naar puurheid. En ook al was, is dit niet altijd de eenvoudigste weg, ze is me zo waardevol.

Ondertussen probeer ik Evelyne naar een bewustzijn mee te nemen in het bos, via lichaamshouding, ademhaling, zintuigen, om in het hier en nu te kunnen zijn.
Te kijken naar iets, niet via wat we geleerd hebben op de schoolbanken of de zovele jaren in ons rug en wat we zonder meer, zonder werkelijk erbij stil te staan hebben overgenomen.
Wel een kijk van wat we werkelijk zien. Wat we werkelijk horen. Ongefilterd.
Zich losmaken van conditionering die een mens kan belemmeren om vrij in het leven te staan. Conditionering die ervoor zorgt dat we ons verwijderen van ons ware Zijn, wie we in werkelijkheid Zijn. Gedragingen die hieruit zijn ontstaan en waar men slaaf van is geworden. Een gedrag die jaren aan een stuk voldoening kan brengen, tot op het punt dat men gewaar wordt…. ‘Dit ben ik niet, zo wil ik niet zijn, wie ben ik eigenlijk… Vragen die het begin zijn van verandering.

“Wat zie je”, vraag ik aan Evelyne terwijl we op het gras staan midden een bos. Het antwoord komt heel snel, nog voor de vraag werkelijk is aangekomen. “une route”. “Is dit werkelijk wat je ziet of weet je het omdat de kaart het je toonde”, vraag ik haar. Ze kijkt me bedenkend aan. “Wat zie je in werkelijkheid!?” Een stilte… Wat aarzelend hoor ik, “Een witte streep.” Dit klinkt misschien voor velen banaal of kinderachtig. Wel laten we terug kijken met kinderogen naar de wereld, want niet alles IS wat men denkt wat het is.
Laten we observeren, bewust waarnemen van wat we in werkelijkheid Zien.

We naderen Orléans. Ik open de app en bekijk de platte grond om te zien waarheen we stappen. Ik vergroot het plan. Het komt me bekend voor, alsof ik van uit vogelperspectief de stad herken. Een bijzondere gewaarwording. Ik check even mijn blog of ik hier ooit ben geweest. Inderdaad. Ik passeerde hier in 2018 op mijn weg van de Aertsengel Michaël.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden.

Kathedraal Orléans

Les Gaulois

Evelyne is reeds vertrokken op haar weg.
Samen met Christian en Fernande ga ik naar het centrum van Méréville voor la ‘Fête gauloise’.
Stappend naar het centrum zie ik een man met camera.
“Oh, wie we daar hebben. De man met zijn stralende ogen”, roep ik naar de man, met wie ik gisteren een delen had rond de camera. “
Een groepje mannen, vrouwen en kinderen wandelen verkleed als Galliërs door de straten richting de hallen niet ver van het kasteel. Onder de hallen zijn lange tafels feestelijk gedekt passend in de tijd van toen. Een heuse openlucht maaltijd, op de oude wijze klaargemaakt wacht op de bewoners en de Galliërs.
Fernanda nodigt me uit om te blijven. Ik verkies om verder te stappen. Op het ogenblik dat iedereen aan tafel gaat, krijg ik de sleutels van Fernanda om mijn rugzak te halen. Ik verstop de sleutels op een afgesproken plaats, bedank het huisje en sluit het tuinhekken achter me.

Met de zon in mijn aangezicht stap ik langs een waterkersboerderij. Aan het hekje hangt ‘opgepast voor de adders’.
Lange grassen en vocht daar houden ze van.

De weg gaat via boswegen en langs velden. Hier en daar hoor ik de eekhoorns in de hoge bomen. Wanneer ze me zien bevriezen ze, maken een fijn knarsend geluid om dan plots van de ene boom naar de ander te springen met hun pootjes volledig uitgespreid.
De mais velden zijn volgroeid, “Een maand te vroeg”, weet een boer me te vertellen. Moe en voldaan kom ik aan in Bazoches-les-Gallera. Ik stap richting de presbytère. Evelyne is kort voor mij aangekomen. Na kennis te hebben gemaakt met Annie, de verantwoordelijke van de presbytère krijg ik een kamer toegewezen met bed.

In Saint-Lye-la-Forêt worden na een vermoeiende dag over de velden, zalig ontvangen door een dame in het gemeentehuis. Een stoel, een glaasje water en… een deugddoende koffie… en met grote vreugde mogen we overnachten in een lokaal van de sportzaal, na een hartelijke verwelkoming van de burgemeester.
Twee kampeerbedjes wachten ons op.
Een dak, water en iets om te koken. Meer moet dat niet zijn.

Wanneer we klaar zijn zetten we ons allebei buiten op een bank. Kijkend naar de pétanque spelers. “Wie had ooit gedacht dat ik hier zou zitten in mijn pyjama op een bank midden Frankrijk”, zegt Evelyne. Hihi, we beginnen beiden te lachen beseffend welke rijkdom het leven ons brengt.

Hier een kortfilmpje…. En nog eentje

Hier wat beeldenEn nog