Benevento

Ik verlaat het station van Benevento. Opluchting. Wat een hemelsbreed verschil… een serene sfeer…eindelijk… Ik voel mijn lichaam in ontspanning gaan.
Ik wandel nog twee uur voor ik aan de kerk kom waar ik aanbel voor een overnachting.
De kerk heeft een wat bizarre toren… De raket van kuifje.

Nog voor ik de avond in ga, ga ik opzoek naar emmer en dweil. Een emmer is te vinden, de dweil wordt een stuk katoen. Kamer, badkamer, keuken… alles komt even onder Jasmine’s handen. Sommige pelgrim’s denken werkelijk dat ze op hotel zijn en vinden het overbodig te reinigen wat ze hebben gebruikt of vuil gemaakt. Werkelijk een gebrek aan respect naar de mensen die deze ruimte ter beschikking stellen, alsook naar medepelgrims.

Ik geniet van mijn werk niet enkel voor mezelf, ook te weten dat de volgende pelgrim misschien thuis gevoel zal hebben bij het aankomen.

Regio Napoli

Ik ga naar het plein waar ik gisteren voor het laatst Pico heb gezien. Geen levend wezend te bespeuren. Ik had ergens wel een beetje op gehoopt… weet dat het echter goed is zo.

In de verte komen drie dames aangewandeld tussen de fruitboomgaarden. De zwarte rechte jurken zorgen ervoor dat de rondingen minder zichtbaar zijn. Eenvoudige kralen sieren hun hals. De kapsels liggen piekfijn. Alsof ze net uit een poppenhuis komen, zo midden de gaarden. Naar waar ga je naartoe vragen ze me op een wat botte manier. Een botte manier die hier al een paar dagen duidelijk is. Waarschijnlijk wat typisch voor het zuiden. Ik blijf rustig en op een zachte manier reageren. Zo even eerst diep in en uitademen helpt altijd voor het terug reageren… het zorgt ervoor dat ik me niet laat meeslepen in de energie van de andere. En met deze handeling is net tijd genoeg om bewust in de situatie te zijn.
De dames praten zo snel tegen elkaar, nemen de tijd niet om te luisteren en hun reaktie is al klaar. Met een luide stem en handengebaar wijzen ze maar de andere kant op. Daarheen… daarheen.. Het scheelt niet veel of ze nemen me bij de arm.
“No, no… Via Francigena del Sud…. Si, si Campagna”…

Paprika, appels, pruimen, perziken, meloenen, pepers, zelfs tabak wordt hier gekweekt. Het valt me op dat minder en minder dames zichtbaar zijn in de loop van de dag. Het Zuiden is duidelijk meer een mannen wereld… in alle opzichten.
Een lange geasfalteerde weg met een kanaal scheiden de velden. Kilometers lang wandel ik niet enkel langs gaarden, ook langs asfalt, gedumpte vuil alken, plastiek van de serres, flessen water, metalen machines… ik kan het niet allemaal opnoemen. Broodbakken vliegen in het rond. Mijn hart doet pijn bij het zien. Het contrast is enorm bij het zien hoe hun domeinen verzorgt uitzien binnen hun muren en erbuiten ze er zo een vuilnisbelt van maken.

Op een versmald stuk. De gekende toeter achter me… Ik hoor de motor niet vertragen. Ik ga opzij.
“Een beetje geduld kan ook”, zeg ik terwijl hij voorbij rijd. Op zijn vracht de lege zakjes brood. Hij stopt en gaat achteruit. Duim en wijsvinger tegen elkaar terwijl hij me vraagt “Dove Vai”?, schuddend met zijn hand.
“Italy”, antwoord ik terug. “No capito”, zegt hij.
Ik spendeer er geen woorden niet meer aan. Hij rijdt weg. De lege broodzakken vliegen in het rond.

Een grote stofwolk voor me… een wagen aan hoge snelheid. Het dak is afgesneden, overal blutsen. Achteraan twee mensen van vreemde origine zittend op het metaal. Houten stokken tussen hen. De chauffeur, een blonde knaap, ernaast een wat oudere vrouw. Het lijkt net een beeld uit de brousse. De blikken van de twee mensen vooraan zijn gelijkaardig als mensen die ten strijde gaan en niets meer te verliezen hebben. Uitdagend, agressief, leeg… De jonge knaap kijkt naar de vrouw… Beiden lachen en bij het voorbij rijden geef hij extra plankgas zodat ik niets meer zie. Even stond de tijd stil.

Ik heb al veel gereisd beetje overal ter wereld… maar de sfeer en onveilig gevoel die in deze regio is…. Daar ga ik uit en weiger ik langer in te blijven.

Elvira van in Terracina had me hier ergens wel gemeld dat ik voorzichtig moest zijn. De vrouw gisteren had mij ook iets gemeld. Ik neem altijd wel zo een zaken met een korreltje zout en ga zelf graag ontdekken om geen verkeerde info te geven en niet mee te doen aan “ze zeggen dat…” Ze hadden het juist. Behalve op een iets, het zijn niet de refugees die gevaarlijk zijn, wel hun eigen bevolking.
Morgen (ondertussen… vandaag geworden) neem ik de trein en verlaat ik de regio van Napoli.

Morgen wandel ik verder vanuit Benevento… en ga ik de Appenijen in. In hoop dat ik terug de vriendelijkheid, open en spontane mensen mag ontmoeten van in de bergen.

Capua

Pico

De straten zijn leeg. De zon verbergt zich gelukkig nog wat achter de heuvels.
In een klein dorp komt een hond al blaffend aangelopen, al snel volgen er nog drie…
Ik heb geen ogen genoeg. Een wagen komt traag aangereden en doet de honden wegrennen…
Auto weg… Honden terug… Het lukt me om hen achter mij te laten.
Al twee dagen lopen er veel verloren honden rond. Bij sommige kan je zien dat ze angst hebben van de mens. Anderen zijn heel agressief.

Zeven uur een halte… Een ontbijt…
Een wielrenner vraagt me wat ik doe. “Via Francigena”. Een gans verhaal volgt, hij wijst naar de gele pijlen op een paal (de enige nog resterende signalisation van de VF del Sud).
Met een wat aandringende en dominante manier weet hij me te vertellen dat ik die weg niet moet nemen. Wel rechtdoor. Als ik de reden vraag, kan hij me geen antwoord geven…
Uiteindelijk blijf ik bij mijn weg volgen… Maar amai… om hierin te blijven staan.

Terug vertrokken… volgen al heel snel terug wat honden… Ik blijf altijd eerst staan, laat mijn hand dalen… Deze keer blijft er eentje met me meewandelen… De vagebond…ik noem hem ‘Pico’, waarom weet ik niet, klinkt wat Italiaans zekers.
Een fijne contact tussen ons twee. Als hij me niet meer ziet na een bocht komt hij even terug.
We dragen zorg voor elkaar. Hij beschermd me van andere wildlopende honden. Ik breng hem naar alle fonteinen en gem af te koelen.
Wanneer ik stop, stopt hij en wacht me op. Oh, wat moet ik met hem… In een winkel koop ik hem een stuk spek.
Een man vraagt me of het mijn hond is en zegt dat ik hem moet wegjagen. Wat ik niet kan. Ik kan dit dier niet verplichten iets te doen wat tegen zijn zin is.
Meer dan twintig kilometers samen op weg…

In het dorp waar ik aankom blijft hij aan de deur waar ik zal overnachten.
Na een douche ben ik nieuwsgierig hoe het met hem gaat en waar hij is. In het centrum zie ik hem uitgeteld liggen slapen. Verheugd hem te zien. Hij herkent me en volgt me tot aan het terras. Hij valt terug in slaap.
Wanneer ik ’s avonds nogmaals terug ga voor een avondmaal, is hij terug aktief en uitgerust. Ik ga op het plein zitten. Hij is er samen met andere honden. Ik roep hem… eerst twijfel… traag komt hij naar me toe… Hij herkent me… Blij komt hij tegen mijn been aanwrijven. Met zijn muil duwt hij mijn hand omhoog. Ik streel hem… Ik deel mijn avondmaal en ga terug naar mijn kamer. Op een bepaald moment blijft hij staan… Ik ben me bewust dat dit ons afscheid is…
Hij is vrij… Mijn compagnon… Pico, ik vergeet je niet. Dank je wel

Sessa Aurunca

Wat een nacht… koude douche… zweten… koude douche…hardnekkige tijgermuggen… Een ramp dus…allé, een ramp is het nu ook niet. Uitgerust ben ik niet.
Een goede nachtrust op de weg is van groot belang, eigenlijk altijd.
Iedereen slaapt nog in het Oratorio di Don Bosco. Gisterenavond hadden de kinderen een discoavond aan het strand.

Terug de Via Apia op, kilometers lang langs een drukke autoweg… Rechts, afgebakende hotels. Links, grote winkels… Naast mijn voeten, vuilnis. Ondraaglijke urine geur. Gedumpte vuilniszakken.
Zijbermen die niet onderhouden zijn.
Het is heet, geen wind die mijn lichaam kan afkoelen. Mijn huid is net een spiegel. Het zweet loopt van mijn knieën recht in mijn schoenen. Geen boom om af te koelen.

Al deze ingrediënten samen en het onverantwoord agressief grensoverschrijdend rijgedrag van de Italianen maken van deze weg een onuitstaanbare weg.
Aan welke kant ik ook stap van de weg, ik ben onveilig. Alle volle witte lijnen worden overschreden. Overal en gelijk hoe dubbelen de wagens elkaar. De toeter dient hier niet om de autorijder te beschermen, wel om te zeggen ik kom eraan maak maar plaats.
Wat heb ik een goede beschermengel, en de kinderen in de wagen ook, want meneer vind dat bellen en een bocht nemen aan hoge snelheid kon. BOENK… BOENK…mijn hart schrok.
Mijn eigen autodefensie wordt aangesproken… Mijn wandelstokken gaan zijwaarts…gespannen…alertheid…verdedigen…kwaad of eerder woedend. Een emotie die er ook mag zijn… en deze onder ogen zien en erkennen is even belangrijk als de andere emoties.

Ik probeer aandacht te geven aan mijn eigen woede… wat doe ik ermee… wat kan ik eraan doen…
Op een bepaald moment raast een wagen me zo voorbij dat ik me omdraai, mijn voeten zo stevig op de grond voel, een luide kreet laat… Uitlating… Het doet deugd… Nogmaals… Mijn stok gaat de lucht in alsof ik er een vuist meemaak… een kreet, tranen… Oeffff, ik voel me terug wat bijkomen… De eerste bar die ik tegenkom, stop ik. Uitrusten…bekomen…rust.
Ik laat deze weg mijn pelgrimstocht niet verknoeien…
Mij sterk houden daar heb ik geen zin niet meer, heb ik genoeg gedaan in het verleden en op termijn wreekt dit niet enkel op je lichaam, ook op je hele wezen.
Ik maak dan ook de keuze om de Via Appia in de volgende dagen als die er is met de bus te doen. Ik heb op deze weg de laatste drie dagen nu wel genoeg geduld gehad en getolereerd. Basta, zoals ze het in het Italiaans zeggen.

Zo een beslissing is niet altijd eenvoudig tijdens het pelgrimeren. Mentaal wordt je enorm op de proef gesteld. Eraan toegeven vraagt dan ook meer moed dan zich sterk houden.

Moe kom ik aan Sessa Aurunca. Ik stap binnen in een fotozaak, zo eentje waar de tijd is blijven stilstaan. Een vriendelijke dame helpt me aan een overnachting. Met mijn vertaler op de gsm proberen we te communiceren. Ze bied me een stoel, koffie en frisdrank aan. Ik zeg aan alles geen neen… Uitgeput…. Na een half uur kom ik terug op krachten. Ik voel zo mijn hele wezen terug in zachtheid komen. Om 20 uur wordt ik verwacht aan de Duomo meld de dame. Al zoenend nemen we afscheid. De vrouw vraagt me haar mee te nemen op de weg, zonder enige twijfel… ‘Si, si’, zeg ik haar.
Wat bijgekomen wandel ik verder in de stad en luister naar het muziek die er is…Een festival.

Om 20 uur ben ik op afspraak. Een priester en twee mensen van de parochie nemen me mee naar een plaats… Een hotel… Een aangeboden nacht… Mijn hart is geraakt in zachtheid…een warm wederzijds contact in zachtheid, in hartelijkheid ‘Grazie, mille grazie’… Zo dankbaar…traanvocht… En in een mum van tijd ben ik de agressie van de dag vergeten.
… Wederzijdse Liefde… Dit is het enige waar ik nog in geloof.

Vlinder

Vijf uur… mijn rugzak wordt geladen. Het bed opgemaakt. Het was heel aangenaam vertoeven in de abdij.
De paar dagen asfalt is wat voelbaar aan mijn scheenbeen.
Een camonionet rijd voorbij… stopt…en komt terug in achteruit… Zijn vracht… savooien.
Hij vraagt me naar waar ik ga… Ook al spreek ik niet zo vloeiend Italiaans, een kort gesprek lukt behoorlijk. En wanneer mensen elkander met open hart benaderen is veel begrijpbaar.

Een beeld van Sint-Rochus. Een pelgrim, vandaar waarschijnlijk ook zijn schelp. Een man die afstand deed van zijn rijkdom en titel… hij koos voor eenvoud en vertrok naar Rome. Op de weg verzorgde hij de andere pelgrims, zieken met de pest. Vandaag zou je hem een ‘hospitaliero’ kunnen noemen. Uiteindelijk stierf hij zelf aan de pest.

Op het nieuws… Refugees… een weigering. Langs de weg zijn vele Afrikanen en Indiërs op het land aan het werken. Onder de blakende zo’n, zonder afscherming, aan 3 euro per uur… De mensheid. We willen geen vreemdelingen, wel als ze kunnen opbrengen.

Gelukkig wordt de weg wat afgewisseld met de Via appia antica. Rustiger, afwisselend, gezondere omgeving. Onder mijn voeten de grote platte stenen…een niet gladgestreken weg, daar hou ik van. Het maakt het leven boeiend en rijk,
In tegenstelling tot de gladgestreken wegen waar je bijna als een robot gewoon vooruit gaat…

Een vlinder beweegt moeizaam voor me op de weg. Haar énergie is op. Ik neem haar mee en draag zorg voor haar. Wel 5 km stapt ze met me mee. Wanneer ik tempo neem opent ze haar vleugels… Aangekomen in Itry en na wat bijkomen… plaats ik haar in een bloeiende boom. Zodat ze verder op eigen krachten verder kan.

In Itry stap ik een kapsalon binnen, met een kort en luchtig kopje verlaat ik de zaak. Oef…
Olijf, sinaasappelboomgaarden. Granaatappel…. De zon… Geen wind, geen afkoeling.
In de verte de zee…een strand… 10 euro om een uurtje gebruik te maken van een zetel… Ik pas…
Na 32 km vind ik een slaapplaats in een voetbal kleedkamer. Een bed wordt er neergezet.
Op een paar meters…. Een strand…
Eindelijk mag ik na vele kilometers mijn lichaam laten rusten, gedragen worden.

Abbazia

Terracina

Via Apia Antica – terracina

Ik haal mijn oordoppen uit. Onontbeerlijk op de weg en in zuiderse landen, niet alleen voor het straatleven, ook voor de muggen die rond mijn oren komen zoeven.
Ik kijk door het raam. De wat lichte zeebries bracht een heerlijke verfrissing. Een fijn laagje mist hangt boven de zee. De zachte pasteltinten van de ochtend zorgt ervoor dat alles harmonieus bij elkaar staat.
Meeuwen draaien in het rond.

Richting zee… Ik hoop mijn lijf te kunnen laten dobberen… Me laten dragen… Gedragen worden.
Het lukt me niet om tot aan het strand te komen. Privé stranden.
En wanneer ik de eetdozen, conserve blikken, de urine geur en de olie zie op het water is mijn zin naar dobberen al heel snel voorbij.

Via Appia en een stuk de VF del sud… Hier kennen ze blijkbaar heel goed hun tafel van drie en vermenigvuldiging. 30 km/u worden er 60, 90. De witte volle lijnen… WA is DA… En dan wandelen tussen links, een razernij op vier poten en rechts, de gekte op vier wielen.
Ik probeer er mijn rust en geduld niet te verliezen… tot iemand me van achteren kwam langs scheren…. Dubbelen over de witte lijn.

Ik probeer wat trager te wandelen, zodat ik mijn geduld niet verlies en ik rustig kan blijven. Voor de volgende twee kilometer zet ik mijn leven niet op het spel en kies voor auto-stop. Oeps… Tot een wagen kwam aangereden en de mannen hun ogen bijna uit hun oogkas vielen. Je weet wel zoals in tekenfilms waar de oogbollen aan een vering hangen… Bingbingbong.
In tegenrichting een vrouw. Groot, nauw tijgerbroek, hoge smalle hakken, geblondeerde haren… Ze stopt.. Ik vraag haar of een bus komt. Ja… wanneer is onbekend… Ik wacht af. Mannen rijden langs… Claxoneren… Stoppen… Een fietser praat met de dame. De bus… Ik neem hem ze mist hem. Keuzes in het leven.

De warmte, drukte van de wagens vragen enorm veel van mijn lijf. Ik ben dan ook heel blij om aan te komen in een bijzonder plaats. Abbazia di San Magno.
Een vredige plaats… Waar ik na een welgekome verfrissing onder de douche… de zachtheid die hier is, het gevoel kan hebben… Ik kom thuis….
Een bijzondere abdij. Waar mijn inspiratie de volle lading krijgt. Voor misschien wel een plan die ik in 2019 mag realiseren…In de kerk… de eenvoud en rust weten me zo te raken, dat ik neerplof op de bank en in huilen uitbarst. Geraakt in vreugde… Zo eenvoudig kan het zijn. Overgave.
In een verborgen hoekje onder het altaar, een meditatie ruimte… Ik verdwijn er even in, de tijd om terug op krachten te komen. Ondertussen kwam een vrouw overheerlijke groenten brengen. Een plaats om niet te vergeten.

Terracina

In de prachtige Abbadia di Formoso geniet ik van de frisheid en de stilte. Een prachtige abdij met een goed bewaarde kloostergang. Ik blijf er wat rondhangen. Het brandglas in de kerk is gelijkaardig als deze van in de Basilica Sao Paolo in Rome. Het ziet er bijna uit als een vel van een boom met zijn tekeningen en spiegelingen.

In een rechte lijn wandel ik richting Terracina. Richting de kust. Een aangename wind streelt mijn haren achteruit. De zon schijnt recht op mijn neus topje. Ik ben de wind en mijn zweet dankbaar, beiden brengen mij verfrissing.

Het wandelen is bijna als een Mantra. Beweging na beweging in een blijvend zelfde ritme… Mijn hoofd is vrij van woorden… Rust in lichaam en geest… Ontspannend.

Via de ‘Via Apia Antica’ kom ik aan in het historisch centra van Terracina… Vijf dagen verder dan Rome… verbonden via dezelfde Romeinse weg.
Ik zoek een overnachting en kom terecht in het gemeentehuis. Een vrouw helpt me zoeken.
Na een half uur ben ik opzoek een adres in een gebouw van de 18°eeuw… bij Elvira. Een warme welkom. Hospitality.
Elvira kookt ’s Avonds pasta pomodori, met basilicum en olijfolie. Een eenvoudig en heerlijk klaargemaakt. Ik bracht een meloen mee. De kat des huizes krijgt van mij een fikse kam beurt. Lucie, de kat geniet ervan en vraagt telkens naar meer. Met zicht op zee in een serene en rustig appartement midden de historische wijk ga ik dankbaar om wat al geweest is een nachtrust tegemoet.