Magdala

Église Saint Jacques-Bergerac

Een paar dagen vóór mijn aankomst in Fátima nam ik contact met een dame die ik vorig jaar ontmoette in de kerk van La Souterraine op weg naar Limoges, op de Lemovicensis ( één van de oudste wegen naar Compostela).
We zouden elkander normaal vorig jaar terug ontmoetten bij het verder zetten van mijn weg na Limoges, maar de wegen van het Universum zijn soms ondoorgrondelijk, want de weg riep me terug naar België in het overstromingsgebied.

Iets in mij zei ‘doe het nu’. Zo geschied. Terwijl ik op de bus zat was er wat spanning en een herkenbaar oud patroon/gewaarwording in mij aanwezig. Gelukkig was ik me ervan bewust en kon ik met volle bewustzijn aanwezig zijn bij de gewaarwordingen, gevoelens. Mijn buik voelde aan alsof deze in een knoop kwam te liggen, onvrij. Mijn stuit duwde en mijn keel begon te kuchen. Het voelde als een haakse beweging van wat mijn unieke weg is.
Ik bleef in acceptatie staan en gaf voldoende ruimte aan wat gebeurde, zonder te voeden. Het werd me duidelijk dat het patroon gecreëerd door het mentale, vertrekkend vanuit oude pijn voor afwijzing, buitengesloten worden, pestgedrag en angst om anders gezien te worden, te maken had met een verlangen voortvloeiend vanuit die angst, vertrekkend vanuit een keuze, die niet mij weg is, ontstaan vanuit deze gevoelens en gevoed door een voorgekauwd beeld in de maatschappij.

Wat bijzonder voelbaar is, en me vreugde brengt, is bewust te zijn hoe snel oude patronen voelbaar verdwijnen, omdat ze voor mij geen enkel meerwaarde of kwaliteit in met zich meedragen. Integendeel, ik kan ze vandaag zien of vergelijken met een grote plas water waar geen stroom aanwezig is, die stilletjes leegloopt en waar alles dor wordt, tot zelfs gaat sterven daar waar het water verdwijnt en waar op het einde een verrotte plas nog aanwezig is.

Ik kwam aan in Zuid-Frankrijk na 17 uren reizen. Een warme ontvangst stond me op te wachten. Een fijn gesprek. Een koffie en een heerlijke verse Franse croissant. Om dan twee uurtjes te gaan slapen, het duurde niet lang of ik was al in een diepe slaap.

In de namiddag terwijl Fabienne een afspraak had wandelde ik naar het centrum van Bergerac en kwam recht op de kerk St. Jacques. Na tweemaal hier te zijn langs gekomen op mijn pelgrimstochten en telkens aan een gesloten deur te staan, kon ik eindelijk haar eens binnenin zien.

De dag nadien laat Fabienne me de omgeving La Dordogne zien. Een tal van plaatsen waren herkenbaar. Ik wandelde hier op een pelgrimtocht in 2017 waar ik de krachtplaats Rocamadour leerde kennen.

We houden een halte in Limeuil waar we op een terras een heerlijke maaltijd nemen.
Fabienne stelt me een vraag of ik in vreugde ben. Een vraag die niet altijd eenvoudig is om te beantwoorden, zoals de vraag ben je gelukkig. In het Nu moment toen de vraag kwam, was het antwoord “als ik hier rond mij kijk op het terras heb ik het gevoel dat ik niet van deze wereld ben, bij deze wereld hoor. Ook al sta ik op deze wereld. Een gevoel die af en toe aan de oppervlakte komt. Zoals nu. Dus in het Nu, neen ik voel die vreugde niet. Wat niet wil zeggen dat ik niet van het leven hou” Vreugde en gelukkig zijn trouwens voor mij gevoelens die nooit vast kunnen zijn. Dat ben ik nooit in een constante, dit zou een illusie zijn. (terwijl ik in het hier en nu schrijf zie ik het verband tussen mijn antwoord aan tafel en mijn gewaarwording op de bus).
We spreken en delen verder over communauteiten. Ik deel over La Fraternité Monastique de Jeruzalem die ik ken in Vézelay. Fabienne kent la Fraternité in Parijs. Ik deel haar dat er meerdere zijn en er zelf nog eentje is dichtbij Parijs en ik deel erbij, “het ligt bij een groot meer”.
Fabienne dringt aan, waarbij ik op Google zoek. Een kaart wordt zichtbaar met de namen van de Fraterniteit waar ze gelegen zijn. Met mijn twee vingers vergroot ik het scherm en lees ik Magdala, Fraternités de Jéruzalem. Ik schrik van wat ik lees ‘Magdala’… Ik blijf er perplex zitten. (Magdala is de naam die de groep draagt van 4 vrouwen die naar Jeruzalem zullen stappen.)
Mijn haar komt recht te staan op mijn armen, ik wordt op mijn adem genomen en tranen komen vrij. Een vreugdevol gevoel is voelbaar in gans mijn lijf. Verwonderd zeg ik “achhh, en aan een meer. Water.” Het vreugdevol gevoel is zo diep aanwezig dat ze de kleinste hoekjes van mijn lijf vullen. Fabienne, deelt, “als dat niet duidelijk is”. “Fabienne ik ken nu reeds 8 jaar deze fraterniteit. Ik wist dat ook daar de fraterniteit aanwezig was, maar nooit had ik gezien dat deze plaats deze naam draagt.”
Telkens wanneer ik alles een beetje meer laat bezinken, komen de tranen van vreugde terug. En dit in Lim-euil (oeuil) Mira=oceaan/water, Zien.
Les clin D’œil, les Clin D’ieux zijn soms wonderbaarlijk.

Benieuwd naar het verder verloop. Ik heb er alvast een goed gevoel bij.

Fatima

De laatste dagen stappen tot aan Fátima gebeurde op de Rota Carmelita, die me afwisselend meenam langs leegstaande verwaarloosde huizen… genoeg huizen om velen een onderdak te kunnen aanbieden, een stukje land om te kweken en lege dorpen terug nieuw leven in te blazen. Niet door naast elkander te leven, wel met elkaar.
De tuinen hebben een overvloed aan fruit, die liggen te rotten op de grond. Citroen, sinaasappel, abrikozen.
Bepaalde dorpen zijn volledig ruines geworden. Mensen zijn verdwenen.
De verhankelijkheid van het leven.

De Linde staat in zijn volle glorie en deelt zijn overheerlijke geur. Het hars loopt langzaam maar zeker langs de schors in een recipient.
Binnenkort zullen de vijgen-, de olijfbomen en de wijngaarden hun vruchten schenken.

Een paar dagen vóór Fátima hoorde ik in de natuur een prachtige stem. Wat later zie ik drie mannen. Twee in een sportieve tenue, één in een lange bruine pij, een monnik van de Kapucijners Orde.
Angel, Pedro en Miguel.

“Wie heeft hier zo een prachtige stem? Wie zingt hier zo mooi?” De monnik antwoord en wijst naar Angel. Ik zie de ogen van Angel stralen bij mijn vraag. Ik spreek de jongen aan in het Frans, en dan even in het Engels. Geen van beide talen kent hij. Zijn blik veranderd en hij maakt een vluchtgebaar, andere talen zijn voor hem vreemd. Ik maak teken dat de jongen niet hoeft weg te lopen. “Angel je hoeft niet weg te lopen. Er bestaan nog andere vormen van communicatie.”
En terwijl ik in zijn ogen kijk, deel ik, ” we kunnen elkander ook aankijken in de ogen en van hart tot hart in verbinding gaan. Ik ben er zeker van dat we elkander zullen begrijpen voorbij de woorden.” Broeder Miguel komt terug naast mij en we wandelen samen verder. Ik stel wat vragen rond het monastieke leven … we spreken over keuzes maken, het leven, het geloof, jongeren.
Ik werd gewaar in het gesprek dat er weinig plaats was voor interactie. Telkens wanneer ik iets inbracht in het gesprek kwam er snel een reactie en werd mijn zin onderbroken. Het voelde aan alsof er een vóór geprogrammeerde langspeel plaat werd opgelegd waar geen enkel mogelijkheid was tot opening.

De monnik deelde een verhaal over een lieve man in een dorp, waar alle dorpelingen hem regelmatig bezoek brachten. Een man die zo geliefd was dat wanneer hij stierf vele dorpelingen hem zo misten dat vele zich ongelukkig voelden. “Broeder Miguel hebben de mensen hier niet, wat ze bij zichzelf misten, buiten zichzelf gaan zoeken! Waardoor ze nu met een leeg gat zitten en een enorm gemis. Want is het niet zo dat iemand anders nooit de leegte bij jezelf kan gaan opvullen. Het buiten jezelf zoeken kan je zo ontnomen worden, zoals hier in het verhaal. Wat niet wegneemt dat het een lieve man zal geweest zijn.” De broeder kijkt me lachend aan.

We nemen een pauze. Angel zit rechtover mij aan de picknick tafel. Ik verneem dat Angel uit Brazilië afkomstig is en vraag hem of hij de liedjes kent van de Santo D’Aimé, die zijn oorsprong kent in Brazilië. Ik zie bij hem een snelle reactie ontstaan van weerstand en hij deelt heel snel iets in het Portugees aan broeder Miguel. Het wordt me heel snel duidelijk dat men iets probeert niet toe te laten, en word gewaar dat er geen opening is, een afsluiten, weerstand. Miguel beschermt zich af. Hij deelt in het Portugees “ik geloof maar in één iets, het Heilig Hart, Jezus Christus, hij betekent alles voor mij.” en terzelfde tijd zie ik zo een afweer bij hem bij mijn vraag dat het bijna contradictorisch is van wat hij deelt. “Miguel, mag ik iets delen?” Hij knikt. “Wanneer je mij deelt dat je maar in één iets gelooft, het Heilig Hart, Jezus Christus dat hij voor jou zoveel betekent. Hoe zou het voof jou voelen om Christus binnenin jezelf te zien in plaats van buiten jezelf. Leef volgens Jesus. Maak Jesus, Eigen. Want hij is in jou aanwezig. Jesus maakte geen onderscheid tussen zijn broers en zusters. Hij plaatste geen muren, iedereen was welkom. Wie of wat ze ook deden. Er waren geen vooroordelen. “

Ik kijk naar broeder Miguel. Hij deelt het verleden van Angel in een ander religie. Wat voor mij overbodig was. Men hoeft niet altijd een verleden te kennen van iemand om die te begrijpen in het heden. Het non-verbaal vertelt vaak zoveel.
” Broeder Miguel in ieder geloof, willen we niet allen hetzelfde… Liefde… Is dit niet een Universeel cadeau! Laten we openblijven voor elkander, laten niet verder muren bouwen, wel ze laten verdwijnen.”

In het volgend dorp nemen we afscheid. Tijd voor een terrasje en koffiepauze.
Op de laatste dag was de geur van de Cistus terug aanwezig in de natuur.

Na 4 maand stappen kwam ik aan in Fátima.
Een ontroerende en bevrijdende aankomst. Tranen vloeiden op het plein en in de basiliek konden ze de vrije gang gaan. Tranen die ik niet kon plaatsen, gewoon bevrijdende tranen.
Fátima.

Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.

31

Aan de horizon, een goudengloedlaag is zichtbaar over het zand, terwijl het zilveren water onstuimig komt en gaat.

Aan de andere kant van het strand zie ik de mensen zich groeperen. De eerste visvangst komt binnen. Ik wandel ernaar toe.
Drie traktoren (vroeger waren dit koeien) rijden achter elkaar terwijl een katrol langzaam draait om de visnet terug op te trekken bemand door 3 mannen. Na een eindje komt de visvangst te voorschijn. Nu kan ik de prijzen de kilo begrijpen wanneer ik zie hoeveel bemanning en uren noodzakelijk is voor de weinig vangst die er is.

Na de visnet worden de vissen onmiddellijk ter plaatse gescheiden volgens soort… een paar dorades, Calamars, sardines… aan het non verbaal gedrag en de intonatie van de man die de groep begeleid kan ik al heel snel begrijpen dat het een povere vangst is.
Ik kijk naar de handen van een man die over tafel glijden. Korte, brede, forse handen… als ik zie hoe zijn vingers in een zachte beweging en met finesse de kleine visjes vastnemen krijg ik er een vertederend gevoel bij.

Ik krijg er deze avond een nieuwe kamergenote bij ‘Emma’. Wanneer ik naar beneden ga zie ik haar zitten aan tafel voor de computer. “Dag Emma, heb jij al gegeten? Ik ga koken. Heb je zin om de maaltijd. Seitan met groentjes en quinoa.” Een zekere vervelendheid is zichtbaar bij Emma. “Ik kan je niet helpen, ik heb een deadline.” “Is niet erg, werk gerust verder. Met plezier zal ik de maaltijd klaar maken.” Wat later zitten we samen aan tafel. Altijd deugddoend wanneer ik voor mezelf kan koken en de maaltijd mag delen op het onverwachts.

Na een goede nachtrust stap ik verder richting Coimbra. Ik kijk wat mijn lichaam me komt vertellen tussen de 7 kilometer die Praia de Mira en Mira verbind en of ik er al of niet klaar voor ben om mijn tocht verder te wandelen.

Onderweg staan twee mannen te spitten in het zand. Ik ben nieuwsgierig wat voor werken ze doen. Een man zegt “… Ajudar…”, wat betekent helpen en wil me zijn spade geven. Ok en ik maak het gebaar om mijn rugzak af te zetten, terwijl ik hem deel “ik help jullie en jullie komen meestappen” . Wanneer hij hoort vanwaar ik kom reageert hij op een vrolijke manier, hij maakt teken dat hij zijn spade ter harte terug neemt en met plezier zijn job verder zet.

Via het meer verlaat ik het vissersdorp en stap ik verder via een bos in de duinen. Een diepe zucht van vreugde om in een bos te wandelen. Het bladerdek is zo welkom in de hitte die er momenteel is. De Eucalyptus en naaldbomen zijn heel hoog en laten de wijdsheid van de omgeving zien. Hoe dieper ik de lange weg instap hoe korter de bomen en het bladerdek over de weg komt. De doorgang vernauwd, aan de horizon blijft het licht zichtbaar. Iets in mij wordt zacht geraakt. Mijn ademhaling is onregelmatig en zoekt naar regelmaat, mijn tranen vinden een uitweg. Een zachtheid is in mij en rondom mij aanwezig. Het bladerdek beweegt zachtjes heen en weer en voelt als iets die deel uitmaakt van mezelf.
Uit het bos weerkaatst het zand de warmte van de zon. Hier en daar zijn sporen te zien van reptielen over de grond.
In Mira voel ik dat mijn energie aan het dalen is en beslis ik om de bus te nemen die me naar Coimbra zal brengen. Onderweg stopt de bus midden de straat.
We blijven een eindje staan. Ik kijk op naar buiten, een huisnr ’31’… De bus begint te rijden. Ik krijg een binnenpretje, het is pas nu dat ik mijn geboortedag zie als een 4.

Meeuwen

Van Praia da Vagueira naar Praia da Mira.
Ik voel me wat zwaksje en toch voelt het ok om te stappen. De weg gaat verder langs de Canal de Mira en de Ria de Aveiro. Deze morgen hangt er wat een mist over het landschap, zo voelt het een beetje van binnen in mezelf. Mistig. Een aangename rustige atmosfeer is aanwezig in de omgeving. Een bejaarde vrouw is aan het vissen in een kleurrijke geruit shortje. Op haar rechterkant, een kleine jonge zit op een klein bankje, zijn handen in elkaar gevouwen. Terwijl hij af en toe een vraag stelt en kijkt hij vol verwondering naar de bejaarde vrouw. Een wederkerig betrokkenheid.

Paarden staan vastgebonden in het lange riet. Vissen laten af en toe hun kopje zien. Een man vaart al rechtstaan traag langs de oevers. Rond de middag is de grijze lucht verdwenen en staat de zon hoog aan de lucht. Haar warmte straalt op mijn huid en gelukkig dat ik de frisse lucht van de zee mag gewaarworden.
Vóór het aankomen in Praia da Mira spreek ik een bejaarde vrouw aan die aardappelen, appels en uien verkoopt aan haar voordeur.
In een vloeiend Engels spreek ze me aan. “Ik sta versteld van je goed sprekend Engels”, deel ik de vrouw. “Ik ben eigenlijk oorspronkelijk van Canada”, zegt de vrouw. Ik vroeg haar waarom veel van de huizen hier leeg staan. Immigratie, ouderdom… mensen zijn terug naar hun geboorteland.
Ondertussen stijgen de prijzen van huizen naar het dubbel en worden in grote getallen aangekocht door jongere Amerikanen.

In Praia de Mira aangekomen zoek ik mijn overnachtingsplaats op. Huisnr 3, kamer 7.
Ik installeer me in de huiselijke omgeving en ga richting de oceaan.
Een hels lawaai is te horen op het strand. Met groot geschut maken ze het strand klaar voor de komende toeristisch seizoen. Wat verder zie ik een klein gebouw in hout staan, afwisselend in het blauw/wit gestreept. Een klein niet opvallend gelijkbenig kruis staat op de top.
Ik stap er binnen, zet mij en laat de omgeving tot me toe komen. Het is precies alsof ik op een eiland zit, rustig en sereen omcirkeld door een rumoerige omgeving. Af en toe voel ik de grond onder mijn voeten trillen door de bulldozer die het zand plat walsen. Ik voel mijn lijf landen en plots komen tranen te voorschijn. De kapel da Senhora da Conceição, die tot in 1884 de naam Senhora da Graça had. De kapel waar vroeger de vrouwen kwamen bidden wanneer hun mannen de zee opvaarden om bij levend en welzijn terug te komen met een grote visvangst.

In de vooravond heb ik nog een gesprekje over het zeedorp, zijn omgeving en de verandering van de laatste jaren. Over de snelle groei van huizen met 3 verdiepen terwijl hier vroeger nog de originele huisjes in hout stonden zoals in Casto de Nova. Helaas werd het patrimonium hier niet gespaard door bouwpromoten.

Na een goede nachtrust ga ik richting de zee waar ik een ochtend wandeling maak. In de verte zie ik een boot in halve maan vorm de grote golven trotseren, richting land. Nu begrijp ik dat de vrouwen hier vroeger veel in de kapel kwamen bidden.
Wanneer de boot in snelheid aan wal is wordt hij verder opgetrokken op het zand door een traktor. Een man neemt het dikke touw van de vissersboot en haakt die vast aan de traktor. Het touw die straks opgetrokken zal worden via een katrol in de hoop op een rijke visvangst.

Terwijl de vissers verder werken en voorbereidingen treffen geniet ik van het tafereel en wordt ik volledig opgezogen in de omgeving. Ik sta te kijken naar de oceaan en zijn onstuimige golven. Ik zink weg in zijn grootsheid tot ik plots volledig omcirkeld ben door zeemeeuwen die kort boven mij vliegen. Omwikkeld door klanken van helende geluiden, draai ik al wenend rond om deze natuurschoon te bewonderen. Zucht. Wat een geschenk ik hier mag ontvangen.

Koorts

Gisteren wandelde ik langs de zoutvlakten van Aveiro richting Gafanha do Carmo, op mijn rechterkant de autosnelweg waar ik geen aandacht aan gaf.
Het was zo windstil dat het water de hemel weerspiegelde, die onmetelijke grootte oppervlakte rond de aarde.
Ik herinner me de zoutvlakten in Bolivie, Salar de Uyuni waar ik het onderscheid aan de horizon niet kon waarnemen tussen beiden, waar beiden in elkaar overliepen. Een tal van woorden komen bij me op wanneer ik dit mag waarnemen: vruchtwater, geboorte, dragen, gedragen, cyclus, rituelen…

Mijn weg verliep verder langs het Canal de Mira. Hier en daar waren mensen te zien op het laag water, vermoedelijk om zeevruchten te zoeken. Flamingo, reigers, ooievaars en nog andere voor mij onbekende gevleugelden wandelden in het laagwater. Er hangde een stilte over deze harmonieuze natuur. Zelfs de buizerds zijn hier aanwezig en hebben hier geen schrik om laag te vliegen. Een slang van wel één meter lang verplaatse zich kronkelend over de weg. Haar romp gekleurd in een licht grijze tint en een 15cm tem haar hoofd in een opvallend groen. Nog voor ik de tijd had om haar in beeld te nemen was ze al verdwenen. Heel snel zijn die beestjes.

Voor ik vertrok had ik een fijn en boeiend gesprek met 4 jonge twintigers. Ik sta altijd versteld te horen hoe de jongere generatie in het leven staan en welke wijsheid er al aanwezig is bij hen. De vragen die ze stellen  zijn niet in de aard van ‘wat eet je, hoeveel kilo heb je in de rugzak, welk materiaal heb je mee, hoeveel kilometers stap…’. Wel vragen als ‘hoe doe je dat in de maatschappij om zo onderweg te zijn, want er word ons een bepaald beeld voorgeschoteld waar iedereen moet aan voldoen.’, als zo een vragen naar me af komen dan voel ik me echt in mijn nopjes en weet ik dat ik een meerwaarde op hun reis kan betekenen. Eén vraag is soms voldoende om een diepe verbondenheid te voelen… Die ene vraag brengt dan ook de andere mee.
Een vraag die er ook vaak afkomt is.’ Plan je op voorhand? ‘. De ervaring in het verleden heeft me geleerd en doen inzien dat alles wat ik plande… of er kwam iets tussen, of er gebeurde iets onaangenaams. Mijn verre reizen waren allen op de draad uitgespit en gepland behalve de laatste naar India toen ik 14 dagen in Varanasi verbleef. Dan pas leerde ik werkelijk de cultuur, de mens en het land kennen.
De rest, wat ik eerder deed was als een trofee die ik op mijn kast zou gezet hebben. Een trofee ‘zie wat ik kan verwezenlijken, zie je wel dat ik het kan, kijk naar me’. Ik nam foto’s, zodat anderen konden zien nadien wat ik allemaal had gedaan. Ik had toen nog zo een nood om gezien te worden.
En mijn reis… wel ik was zo bezig met de ander en wat mensen mooi zouden vinden, of de gedachten dat zal mensen aanspreken…  dat ik van mijn reis zelf weinig had gezien, ik liep altijd achter iets aan. En ‘Gezien’ op het gebied van gewaarworden, bij mezelf zijn, in het NU leven.

Het plannen, dit was voor mij verwachtingen, veel angsten, controle en tot mijn grootste verwondering, de paradox van het plannen, het bracht me net het omgekeerde van waarom ik het deed. Ik voelde me er niet beter bij, integendeel ik bleef nog altijd verwijderd van mezelf want ik was zo bezig met wat gepland was.
Terwijl geen plannen maken brengt me onthechten, overgave, vertrouwen… In het NU Zijn.

Zondag had ik een bizarre gewaarwording in mijn armen. Ik stond te kijken naar iets tot ik plots vanuit mijn beide handen een opwaartse energie voelde, terzelfde tijd begon het ook ter hoogte van mijn navel. Gelijktijdig nam de energie mijn bovenlichaam over richting mijn schedel, het voelde vol, één geheel. Na vijf minuten mocht ik mijn romp en armen terug als aards aanvoelen.

Was dit een voorbode op de koorts van maandag avond die opkwam tijdens een voor mij, een wat bizarre ervaring tijdens een  channeling, meditatie op afstand in groep. Of hadden beiden niets met elkaar te maken. Eén iets is zeker de koorts bracht ergens zuivering met zich mee en dit was voelbaar in gans mijn lijf, het voelde terug één. En terwijl ik dit nu neerschrijf ben ik me nu bewust dat de energie van zondag mijn lichaam in twee had gedeeld. Dankjewel koorts.

De koorts is gaan zakken na een bijna ganse dag slapen. Mijn basisschedel protesteerd af en toe nog, maar het voelt ok.
Ik stap nu richting Mira. Een korte etappe langs de rivier.

Lindenboom

Vier dagen geleden verliet ik Porto op de Camino Portugues. Vier dagen over asfalt en tussen béton. Terwijl ik aan het stappen was voelde ik dat deze ‘lelijkheid’ sorry ik kan het niet anders vernoemen, want wat is nu aantrekkelijk aan asfalt en onsmakelijke betonnen hoge appartementen uit de jaren 60 die in massa werden neergedumpt en de prachtige art déco en art nouveau huizen- want hier staan echt wel pareltjes tussenin–hebben weggeduwd… niets.
Vaak zie ik een ‘Quinta’ uit begin de jaren 90 waar het dak verdwenen is, en bomen die groeien in het huis en er uitziet dat er niemand meer naar omkijkt, en zo zijn er hier velen. Telkens wordt ik daar zo door geraakt, dat het weinig leven die ik voor de geest kan halen zo terug aan die plaats zou terug willen schenken.
Zo sprak ik met een makelaar terwijl hij een huis aan het verkopen was, de reden dat huizen er zo bijstaan is meestal onenigheid in de erfenis. Mijn hart wordt daar telkens door geraakt… Ik zie dan grootouders, kinderen en kleinkinderen in de tuin, een grote boom, een lange tafel… Leven in huis…en dan in één vingerknip verdwijnt het beeld en sta ik perplex te kijken naar de realiteit.
En toch voel ik bij het hier doorwandelen dat het klopt, dat ik deze weg dien te nemen.
Het voelt aan als dat mijn broos (ledematen en onderrug zien af van de hardheid van de weg) en teder lichaam, mijn Zijn, maar vooral mijn VrouwZijn hierdoor dient te wandelen om iets achter te laten…achter-laten in verschillende opzichten.

Aan de omheiningen hangen reuze paternosters, allemaal op een creatieve manier vervaardigd. Met kurken, met plastieken dopjes, kerstballen… Ik vraag een vrouw wat de bedoeling hiervan is. In het Frans deelt de vrouw me een paar woorden… Feest, 13 mei, Fátima.

Ik probeer mijn eigen weg te creëeren om afwisseling erin te steken, op zoek naar wat natuur. Hmm, niet eenvoudig…Of de weg bestaat niet meer, of neemt me mee op de lijn die men vrijgemaakt heeft voor hoge elektriciteit masten, en zoals ooit in Zuid Italië op de Via Francigena del Sud kwam ik op een drukke baan waar ergens een versleten zetel staat, met een vrouw erin onder een parasol.

Wandelend door een dorpje staat op het marktplein een ganse rij lindebomen. Net zoals ik ook gisteren er één mocht ontmoeten met een boomstam omvang van wel 1m60. Zo blij dat ik ze mag bewonderen in Portugal, want ik Spanje vond ik het vreemd er geen te zien en ik miste ze wel. En eigenlijk vind ik het wel frappant. Spanje die ik als heel patriarchaal heb aangevoeld, terwijl Portugal matriarchaal en staat deze boom ook niet voor het vrouwelijke, moederlijke!

Straks wandel ik terug langs de kustlijn. Nu eerst een weekend in Aveiro.
Het is ongelofelijk hoe gans mijn Zijn zo verlangt naar water, naar de Zee vooral. En vóór mij is dit nieuw want ik ben totaal geen waterrat en was ook nooit aangetrokken tot de Noordzee.
Maar de Atlantisch Oceaan. Telkens wanneer ik ze zie, ermee in ontmoeting ga dan gebeurt er iets in me….een grote verademing, ruimte, een thuiskomen. En het kleur… alleen al ondergedompeld worden in het azuurblauw is al een weldoening.

Aveiro

Porto

Porto

De pelgrimsherberg ligt wat uit de drukte van het centrum en dit voelt goed, ik help er twee halve dagen om de kamers klaar te stomen voor de volgende pelgrims. Het is één van de zeldzame pelgrimsherbergen waar ik kwam en waar werkelijk hospitaliers aanwezig zijn, die er zijn voor de pelgrims.

Wanneer ik aankwam in Porto, na een lange tocht langs de kust, was mijn innerlijk kompas alle kanten aan het draaien. Ik verloor werkelijk het noorden. Wanneer ik na rechts moest ging ik links, moest ik links ging ik naar rechts.
Niets is zomaar, natuurlijk.
Zo kwam ik op het onverwachts langs een manueeltherapeut terecht. Ik plaatste een reservatie voor een fire cubbing en een massage met de hoop op een deugddoende behandeling voor mijn onderrug en ook als cadeautje voor mijn nieuw levensjaar.

In het tweede hostel waar ik verbleef. Dit was werkelijk een van de beste plaatsen waar ik ooit verbleef tijdens deze tocht. De netheid, vriendelijkheid, de jeugdige aanwezigheid…vooral een groot huis waar huiselijkheid was, plaats om samen in de woonruimte te zitten en een gezelschapsspel te spelen… hmmm, twee keer werd ik met de grond gelijk gemaakt met de kolonisten van Catan. Aan de ontbijttafel zaten mensen van her en der aan één tafel zowel pelgrims, toeristen, werkmensen en het personeel… geen onderscheid in plaats… iedereen gelijk…daar hou ik van… het delen, SamenZijn, met respect voor ieder privacy. Een plaats waar ik zeker terug ga.

Kathedraal Porto

Bij de masseur. De fire cubbing is wel iets speciaals. Het aanbrengen is niet altijd zo aangenaam aanvoelend in het moment, maar heel snel voelt men de weldoening ervan. Na de fire cubbing volgde en lichaamsmassage om mijn lichaam wat heling te brengen. Het was een mannelijke masseur die zijn vakwerk schitterend bracht.
Mijn levensenergie kon vrijstromen en daar was gans mijn Zijn super blij mee. Terwijl de masseur mij masseerde stelde hij me wat persoonlijke vragen in de zin van ‘gissen’. Hij vroeg me onder ander of ik kinderen had. Een eindje nadien vroeg hij me of ik gehuwd was (op zijn vraag diende ik nee te zeggen vanop het aardsniveau 😉).

Na de massage stelde hij me een gratis massage voor van een half uur voor mijn verjaardag, twee dagen nadien. Wat een mooi cadeau, niet waar!
Zijn lichaamstaal was anders en ik werd gewaar dat er iets aan het draaien was, die niet zuiver zat. Ik zei dat ik geen beslissing op het moment wou nemen.

Ik liet alles wat bezinken en bekeek de situatie op afstand om mij en de ander de kans te geven op groei, zonder het in een vooroordeel of oordeel te gaan plaatsen vanuit oude pijnen, angsten.

Ik bleef heel nauw bij mijn gewaarwordingen die vrij aan het stromen was. En dacht vaak aan de situatie, die op zich vanuit afstand bekeken, niet negatief is wanneer je er geen voeding aangeeft. Hij probeerde en ik stelde mijn grens.

In het stellen van die grens was er iets veranderd in mij. Ik sloot namelijk mijn eigen levensenergie niet meer af wegens angst. De angst voor fysieke pijn. De angst om als een slecht mens gezien te worden (mijn verleden duwden mij in deze gedachten. Want ik was een viespeuk wanneer ik mijn eigen lichaam ontdekte als klein kind – mijn armen moesten boven mij laken blijven- ik werd soms als een hoer bekeken wanneer ik betrapt werd met mijn vriendje terwijl we gewoon half-languit (met kleren) in de zetel lagen, naar de tv keken, gewoon twee 18 jarigen die elkander graag zagen. Ik werd als hoer bekeken wanneer ik vertelde dat een man mij had getrakteerd in de luchthaven op een maaltijd omdat ik geen centen niet meer had en er mij dan nog werd gevraagd wat ik daarvoor in tegenprestatie had moeten voor doen…., ik was 24, gelukkig kon en kan ik zien dat vanwaar het kwam er geen gezonde grenzen waren, men over grenzen van anderen stapten en er dan nog eens werd mee gelachen, tot zelfs goedgekeurd uit een ‘niet weten’, angst…)
Het is die angst die ervoor zorgde dat ik voor een lange tijd van mijn bekken afstand had genomen en ik het zelf het recht niet gaf op bestaan door mijn eigen gedachten die een gevolg waren van… Het is net die angst die ervoor zorgde dat ik de grens niet goed aanvoelde of niet wist wat ik ermee moest. Het is die angst die ervoor zorgde dat ik verloren was in mijn doen en laten. Het is die angst die ervoor zorgde dat mijn hoofd, hart en bekken niet in evenwicht functioneerde. Het is die angst die ervoor zorgde dat ik vervroor en niets meer voelde wanneer er over grenzen werd gegaan.

Mijn levensenergie geeft echter het recht op leven zonder dat er daarvoor iets hoeft mee gedaan te worden en mijn afgelegde pad geeft me geleerd dat deze te kostbaar is om deze zomaar weg te gooien, opzij te plaatsen voor een ander, het is mijn levensenergie die mij werd gegeven en die mij toehoort.

Het is net die levensenergie die door mijn hart doorstroomt, die me vandaag heeft doen gewaarworden in deze situatie… niet dat ze een gevaar betekent, wel dat mijn levensenergie net een kracht is om in evenwicht in het leven te staan en een onzuiver klimaat om te zetten naar een zuiver klimaat.

Het resultaat. De masseur kreeg een goede recensie. Ik stelde een grens. Hij wenste me een fijne verjaardag via WhatsApp. En de volgende keer… ga ik met plezier terug bij deze masseur.
En ik… wel ik dank de masseur voor dit prachtig verjaardagscadeau die hij me gaf.

De laatste dag in Porto floreerde ik wat door de straten en kwam op een groot plein met zicht op de Rio. In het midden trok een krachtig uitziend beeld mijn volle aandacht, ook het klimaat voelde hier als een magneet.
Ze had twee vleugels, een vloeiend bewegend gedrapeerde stof.
Onder haar ene voet, de linker een aardbol met daaronder een draak. Haar ogen gesloten, ingetogen. Haar twee armen gracieus naar boven gericht in V vorm, in haar rechterhand een kruis, een kruis die deel uitmaakte van een steel met blad, als een bloem die ze in haar handen droeg. Links in verbinding met moeder aarde, rechts vadershemels.

V

Bom Jesus do Monte – Braga

Na een hevige onweersbui vertrek ik richting Braga.
De aarde en alles wat er op groeit geven het maximum van zichzelf. De overheerlijke geuren dwalen in de straten als een transparante voile stof die over mijn lichaam glijd. Sommige bloemhoofdjes hangen nog naar beneden onder het gewicht van het water. De water parels reflecteren de natuur om zich heen. De wondermooie microwereld.

Niet ver van een kapel langs de weg is er een klein kapelletje in de muur met een prachtige blauw-wit schilderij op faïence ‘la sacra Familia’, Maria, Jozef en in het midden een kind die Jezus voorsteld. Een fijn gevoel komt door meheen bij het zien van de schilderij. Ik wordt als opgezogen in het gezicht van Jezus, een gezicht waarin ik geen geslacht waarneem. De kunstenaar heeft dit schitterend weergegeven… Een balans tussen twee polariteiten, die Eén vormen in één persoon.

In Braga ben ik uitgenodigd door Tiago, Ricardo en Nero, hun lieve hond. Tiago en Ricardo trotseerden op het zelfde moment de Hospitales op de Primitivo. Beiden gidsen mij doorheen Braga en nemen me mee naar Bom Jesus do Monte, een heiligdom net buiten de stad (ontstaan in 1373). We nemen de kabeltrein die ons naar boven brengt. Een trein die functioneerd op water, die voor het balans zorgt.
Via een indrukwekkende trap gewijd aan de vijf klassieke zintuigen en de drie theologische deugden geloof, hoop en liefdadigheid met zijn bijbehorende fonteinen verlaten we deze plaats die op de Unesco-werelderfgoedlijst staat naar een volgende plaats.

Nog net voor sluitingsuur komen we aan in de ‘Santuário de Nossa Senhora do Sameiro’ . Een van de grootste Mariale devotionele plaats in Portugal. Het gebouw opzich stelt niet zoveel voor… maar wanneer ik er binnenstap voel ik gans mijn lijf vibreren, wordt ik mijn bekken gewaar en terzelfde tijd komen tranen van vreugde in mijn ogen. Mijn ademhaling gaat diep in en uit. Deze keer ben ik me duidelijk bewust en besef ik dat er een nauw verband ligt tussen mijn tranen en bekken… Water…met er tussen het ‘Hart’. “Ricardo, kom laten we naar buiten gaan. Het is te heftig voor NU”. Ik dank Ricardo en Tiago om me naar hier te brengen.
Terwijl ik dit hier nu neerschrijf komt mijn ‘mind’ me zeggen – als iemand die met een hamertje staat boven mijn hoofd- ‘waarom heb je je niet laten gaan, waarom heb je je tranen niet toegelaten’. Diep vanbinnen weet iets in mij, waar ik op vertrouw en die mij in ‘right time, right moment’ zal laten gewaar worden wanneer de tijd zal gekomen zijn.

Wanneer we verder lopen naar een kleinere kapel waar je altijd binnen kan wanneer het Santuario gesloten is, zie ik de letter M staan verwerkt in de grond met een contrasterend kleur en een andere letter erin. De letter intrigeerd me. Ik kan het niet onmiddellijk plaatsen. Ik wandel errond en bekijk het vanuit verschillende standpunten. Het raakt me wanneer ik het op zijn kop zie staan. De A – wat ik nooit eerder doorhad dat dit de letter À (= Avé) was, ik was er nl. niet klaar voor – veranderd plots in een V.

We rijden naar de laatste plaats… Santuário de Santa María Madalena.

Ricardo… zo bijzonder. Je sprak daarnet over een poort, over het beeld van de vrouw die de borst gaf in de kathedraal uit de Isis periode en nu dit… Kort voor ik aankwam in Braga schreef ik een tekst waar poort en de letter V in komt en deelde ik een tekst over een warm verhaal over twee vrouwen, moeders en borstvoeding.

Zo dankbaar om wat de weg mij komt tonen. Zo dankbaar om deze ont-moeting 🙏

PS. Och ja, die was ik bijna vergeten… Zegt Ricardo en Tiago “weet je Mira bestaat als dorp in Portugal en het ligt aan de kust. “