Vrij

Sedert Benevento is er een enorm verschil van hoe de dorpen zijn en eruit zien…veel rustiger, verzorgd en niet luidruchtig, geen nachtelijk lawaai. Zoals in het Noorden van Italië.
In Cello San Vito heb ik mezelf verwend in een B&B. Uit de douche komen en kunnen gebruik maken van een grote badhanddoek… en dan nog een witte. Geen zijden zakje om in te slapen, wel verse frisse lakens. Geen picknick maar een lichte menu op restaurant.
Mijn voeten verzorgen, insmeren… genieten van de aanrakingen met mijn lichaam… zorgzaam en teder.

Ik start mijn dag met een stevige klim. Rond mijn oren… wespen. Hmmm. Ik herinner me op één van mijn vorige pelgrimstocht, de dazen. OK.. toepassen… rustig houden Jasmine, no panic, ik scherm mijn huid af met mijn sjaal. Na een tijd verdwijnen ze en kan ik verder rustig ademhalen.
Na de forse klimmen van gisteren mag ik vandaag alles afdalen. Wijdse natuur… oneindige vergezichten…
De eerste twee pelgrims sedert lang… Ze wandelen richting Rome en komen van de kust. Jasmine?… Ze hadden mijn naam al gehoord. Zij een landgenoot, hij een Nederlander. Een korte babbel.

Vroeg kom ik aan in Troia. Op het gemak aankomen… rugzak af… terras.
Verderop staat plots een man voor me. “Michele”, vraag ik zonder te weten wie hij was. We geven elkander de hand en praten alsof we elkander al veel langer kennen. De hospitaliero Michael.
“Ik dacht dat er iets met je gebeurt was!”, meld hij me. Ohh, wat verwonderd vraag ik hem, “had je mij op een bepaald uur verwacht?” Uiteindelijk kwam het erop neer dat hij daar niet zelf woonde en een afspraak had. Hij zorgt voor het onthaal, een bijzondere warme man. Michele heeft ooit ‘la via Dell Angelo” gewandeld, startend vanuit Mont-Saint-Michel. Dit is blijkbaar de tocht die ik zal maken richting het Noorden. Behalve ik neem niet meer de Via Francigena. Deze eindigt voor me hier in Troia. Morgen neem ik verder de’ Via MI-Ka-El’, daarna de ‘Con le Ali ai piedi’ tot aan Rieti, dan de ‘di qui passo francesco’ naar Assisi en La Verna…daarna… is voor later.
Met alles wat hier is aan info wordt alles me verder duidelijk waarom mijn tocht veranderde, de volgorde, de plaatsen…

Kathedraal Troia

Naar de avond toe vraagt een jonge kerel of iemand een douche mag nemen in de Ostello. Vermits ik de sleutel heb en niet weet hoe het reilen en zeilen hier gebeurt, meld ik dat dit kan als dit OK is voor Michele. Een telefoontje ‘we zijn pelgrims zegt Michele aan de andere kant van de hoorn. Geregeld.
Ik ga eerst opzoek naar fruit. Kort nadien staan vijf mannen ipv één aan de deur om te douchen.
Ik laat ze binnen… Jongens van tussen de 25 en 40. Terwijl ze douchen vul ik mijn dagboek aan.
Wanneer ze klaar zijn verlaten ze samen de Ostello. Wat later komt ene terug. Hij vroeg me iets met “lavare…”. Ik begreep zijn woorden niet, maar zijn ogen en zijn hand op mijn schouder waren voldoende om te weten wat.
Hij vroeg of hij me mocht wassen. “No en ik wees hem vriendelijk af. “Single”, voegt hij er nog aan toe. “Si”. En dan… met zijn handen gebaar alsof er dan geen probleem was. “Buonasera”, zeg ik nog en hij verlaat de ruimte. ‘Den deze’ had ik in Italië nog niet tegengekomen. Jong warm geweld zekers. Was dit vroeger dan was ik al in paniek, vervroren, defensief gedrag of compleet uit mijn lichaam.
Nog geen vijf minuten later komt een andere gast terug binnen. Met een oplader in één hand en in de ander de telefoon, aan zijn oor. Doet hij alsof zijn neus bloed en wijst naar de bedden. Hij doet alsof hij plots moe is terwijl ik hem daarnet springlevend zag. Hij wou er een uurtje uitrusten. Ik zeg neen, dat ik de deur uitga… Hij doet alsof hij me niet begreep. Pelgrim, pelgrimsherberg of niet… vertrouwen op mijn eigen gevoel primeert. En op onrechtvaardig gedrag zit ik meestal juist, tot bijna altijd. Dit had hij al snel begrepen dat ik niet naïf was… NIET MEER. YESSSS. Zalig dit te beseffen. Wat voelt het goed zo duidelijk mijn groei te mogen aanvoelen. Vrij… Vreugde..

Super girl

Langs tabakvelden daal ik de af richting een droge rivierbedding. In de hoge open schuren hangen de tabaksbladeren te drogen. Dit doet me wel dertig jaar, zelfs meer terug draaien in de tijd. Tijdens de grote vakantie rijgde ik toen tabak op lange draden. Een ganse dag zittend op de grond.
En als ontspanning plukten we een appel van de boom bij de boer, wetend dat dit niet mocht. Ik denk dat het toen niet om die appel te doen was, eerder de spanning van wat als de boer buiten komt. En als hij dan buiten kwam rende ik de verkeerde kant op en belande ik met nieuwe witte schoenen (van mijn moeder, wat ze niet wist) in een moeras van stront tot aan mijn knieën. De stankwas zo ondraaglijk dat ik mijn broekspijpen met de schaar korte (afritsbare broeken bestonden toen nog niet). Het thuis komen… Zwarte schoenen ipv witte… en een welverdiend gedonder. En wat was…wat hebben we toen plezier gehad… Niet te vergeten apestreken….

De wegmarkeringen zijn verloren gegaan of onder de honderden slakken of ergens diep in het hoge gras. In de verte een rode ballon, zou dit een weg markering zijn, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk niet… een verloren ‘Cato boy’ midden de velden. De paar meters zijn me teveel om er naartoe te gaan en er een beeld van te nemen. Wat eigenlijk wat vreemd is dit hier te vinden.
Niet enkel de weg markering, ook mijn weg kaart op de weg is volledig weggevallen. Ik gebruik mijn innerlijk kompas en probeer me visueel de kaart voor de geest te halen.
Ik waag mijn kans tussen de hoge grassen van meer dan een meter. Door de zon is de huid wat gevoeliger en dit is duidelijk voelbaar wanneer de grassen in mijn huid prikken en snijden.
Mijn multifunctionele sjaal kan ik niet meer gebruiken om mijn zweet af te wrijven hij is schuurpapier geworden door de kleine bolletjes van de planten die erin kleven.
In the middle of nowhere.

Ik geraak amper vooruit. De bomen zijn schaars.
Leunend op mijn wandelstokken trek ik me vooruit. Voor mij, mijn schaduw… het silhouet van mijn hoed… de aarde. Op wilskracht en doorzetting ga ik vooruit.
Onder mijn hoed… het enige hoorbaar… gehijg. Mijn lippen kleven op elkaar van de droogte.
Heb zelf de ruimte en énergie niet, om te spenderen aan de invasieeeee vliegen.

Na uren stappen kan ik terug de kaart ophalen. Niet te geloven… Ik zit juist… een weg is afgesloten met een traktor en een grote witte blaffende hond. Duidelijk… hier ben ik niet welkom… Ik zoek een andere uitweg… Na wat zoeken vind ik een weg midden de velden… In de verte… een rode stip…. ‘Cato boy’… Ben ik nu aan het dromen of wa…. Een identieke ballon als vijventwintig kilometer voordien… Iers ontsnapt me, en ik begin te lachen…. Wat ben ik toch een ‘super girl’… Ik heb deze dag doorstaan.

Oh… just in mijn opsomming van gisteren van wat de brengt ben ik twee heel belangrijke vergeten…
Geloven en Zelfvertrouwen… Vertrouwen gewoon in het algemeen… vertrouwen in het leven, in de stroom.

In het rustig aangenaam dorp Celle di San Vito mag ik mijn lichaam laten rusten.

Celle di San Vito

Gemis

Verder richting Monte San’t Angelo. Van regio zee in regio bergen en het is al heel snel voelbaar in de kuiten.
Via de industriezone van Benevento naar Buonalbergo.
Een brede asfalt straat, een brug…. eronder…
‘Milmiljardemillesabord’ .. ! Afval, afval, afval en hoe graag ik er zou willen naast kijken… niet om mijn ogen te sluiten of de realiteit te negeren… gewoon omdat het me TE is geworden. Bergen vol. Dan hoor ik op het nieuws de gouverneur een vergelijking maken met de kust van Afrika… ivm het afval op Belgische stranden. Dit is Europa. Italië, zo dichtbij. Walgelijk. De onverschilligheid, het mentaliteit ‘de ander zal het wel opruimen’, geen respect voor moeder aarde, voor de ander, ik vrees gewoon ook niet voor zichzelf. En daar is waar alles begint. Dit was me even teveel en wou ik kwijt. Voilà, het is.
Ik voel geprik aan mij enkels. Vlooien, niet vreemd met wat rond mij is.

Een fikse helling… Zo een waar je de indruk hebt tegen een muur aan te lopen. Het water druppelt van mijn voorhoofd en komt terecht tussen mijn bril… damp… Plots denk ik terug aan Jean-Paul toen we een gelijkaardige klim hadden… en al heel snel ben ik deze klim vergeten en sta ik aan de top.
De natuur is prachtig… heuvels en op de achtergrond hogere bergen, de Apennijen. Wat gelijkaardig met Toscanië, maar naar mijn idee met een serenere sfeer. Geen massa toerisme, kortom geen.

Terwijl de Gentse Feesten nu bezig zijn… moet ik wel toegeven dat ik het een beetje mis. Het gebeuren, de collega’s van de Jacobus kerk… en mijn pelgrims pak.
Gemis. Lang heb ik dit woord uit mijn vocabulaire geschrapt… Gemis was gekoppeld aan verlies… aan afhankelijkheid, sterk zijn, overleven, pijn. Dus heb ik het maar geschrapt. Vandaag kan ik zien dat gemis niet pijn hoeft te doen, ik daarom niet afhankelijk hoef te zijn, ook geen verlies, het eerder heel waardevol is tussen twee individuen, samenhorigheid, ook al is de persoon er niet of niet meer.

De eerste borden van de weg ‘Cammino dell’ Archangelo’ of de ‘Via Mi-Ka-El’ zijn zichtbaar. Zoals de schelp en teken is voor de weg naar Santiago, een geel pelgrimsventje voor de Via Francigena, is een veer het kenteken voor Archangelo. Veren heb ik niet tekort… de buizerd en de nachtuil sieren mijn rugzak.

Ik ben blij dat ik het initiatief heb genomen om de trein te nemen en voor mezelf te zorgen. Wat niet altijd évident is. Ik herinner me vier jaar geleden, mijn eerste Camino, dit was ‘not-done’ geweest. Het openbaar vervoer nemen, een etappe voorbij laten gaan, een andere weg nemen… ‘dan heb je gefaald’… dit is wat velen dan denken, incluis ikzelf, dit dacht ik toen ook…. En amai, wat was dit afzien om wat in mijn gedachten was te veranderen omwille van zelfzorg. Het ‘ego’ had me goed beet.
Vandaag kan ik het verschil zien en voelen, het evenwicht die zich heeft mogen installeren tussen de ziel en het hart.
Op de weg leer je je grenzen kennen, jezelf te respecteren, zorg dragen voor jezelf, je lief te hebben…en misschien klinkt het cliché, ook al is het zo… Je kan alleen liefhebben als je jezelf liefhebt… Is dit dan egoïsme… Neen… je verwaarloosd en maakt de andere niet ongelukkig hiermee… Integendeel…je zal heel veel kunnen bieden zonder werkelijk iets te hoeven doen.

Benevento

Ik verlaat het station van Benevento. Opluchting. Wat een hemelsbreed verschil… een serene sfeer…eindelijk… Ik voel mijn lichaam in ontspanning gaan.
Ik wandel nog twee uur voor ik aan de kerk kom waar ik aanbel voor een overnachting.
De kerk heeft een wat bizarre toren… De raket van kuifje.

Nog voor ik de avond in ga, ga ik opzoek naar emmer en dweil. Een emmer is te vinden, de dweil wordt een stuk katoen. Kamer, badkamer, keuken… alles komt even onder Jasmine’s handen. Sommige pelgrim’s denken werkelijk dat ze op hotel zijn en vinden het overbodig te reinigen wat ze hebben gebruikt of vuil gemaakt. Werkelijk een gebrek aan respect naar de mensen die deze ruimte ter beschikking stellen, alsook naar medepelgrims.

Ik geniet van mijn werk niet enkel voor mezelf, ook te weten dat de volgende pelgrim misschien thuis gevoel zal hebben bij het aankomen.

Regio Napoli

Ik ga naar het plein waar ik gisteren voor het laatst Pico heb gezien. Geen levend wezend te bespeuren. Ik had ergens wel een beetje op gehoopt… weet dat het echter goed is zo.

In de verte komen drie dames aangewandeld tussen de fruitboomgaarden. De zwarte rechte jurken zorgen ervoor dat de rondingen minder zichtbaar zijn. Eenvoudige kralen sieren hun hals. De kapsels liggen piekfijn. Alsof ze net uit een poppenhuis komen, zo midden de gaarden. Naar waar ga je naartoe vragen ze me op een wat botte manier. Een botte manier die hier al een paar dagen duidelijk is. Waarschijnlijk wat typisch voor het zuiden. Ik blijf rustig en op een zachte manier reageren. Zo even eerst diep in en uitademen helpt altijd voor het terug reageren… het zorgt ervoor dat ik me niet laat meeslepen in de energie van de andere. En met deze handeling is net tijd genoeg om bewust in de situatie te zijn.
De dames praten zo snel tegen elkaar, nemen de tijd niet om te luisteren en hun reaktie is al klaar. Met een luide stem en handengebaar wijzen ze maar de andere kant op. Daarheen… daarheen.. Het scheelt niet veel of ze nemen me bij de arm.
“No, no… Via Francigena del Sud…. Si, si Campagna”…

Paprika, appels, pruimen, perziken, meloenen, pepers, zelfs tabak wordt hier gekweekt. Het valt me op dat minder en minder dames zichtbaar zijn in de loop van de dag. Het Zuiden is duidelijk meer een mannen wereld… in alle opzichten.
Een lange geasfalteerde weg met een kanaal scheiden de velden. Kilometers lang wandel ik niet enkel langs gaarden, ook langs asfalt, gedumpte vuil alken, plastiek van de serres, flessen water, metalen machines… ik kan het niet allemaal opnoemen. Broodbakken vliegen in het rond. Mijn hart doet pijn bij het zien. Het contrast is enorm bij het zien hoe hun domeinen verzorgt uitzien binnen hun muren en erbuiten ze er zo een vuilnisbelt van maken.

Op een versmald stuk. De gekende toeter achter me… Ik hoor de motor niet vertragen. Ik ga opzij.
“Een beetje geduld kan ook”, zeg ik terwijl hij voorbij rijd. Op zijn vracht de lege zakjes brood. Hij stopt en gaat achteruit. Duim en wijsvinger tegen elkaar terwijl hij me vraagt “Dove Vai”?, schuddend met zijn hand.
“Italy”, antwoord ik terug. “No capito”, zegt hij.
Ik spendeer er geen woorden niet meer aan. Hij rijdt weg. De lege broodzakken vliegen in het rond.

Een grote stofwolk voor me… een wagen aan hoge snelheid. Het dak is afgesneden, overal blutsen. Achteraan twee mensen van vreemde origine zittend op het metaal. Houten stokken tussen hen. De chauffeur, een blonde knaap, ernaast een wat oudere vrouw. Het lijkt net een beeld uit de brousse. De blikken van de twee mensen vooraan zijn gelijkaardig als mensen die ten strijde gaan en niets meer te verliezen hebben. Uitdagend, agressief, leeg… De jonge knaap kijkt naar de vrouw… Beiden lachen en bij het voorbij rijden geef hij extra plankgas zodat ik niets meer zie. Even stond de tijd stil.

Ik heb al veel gereisd beetje overal ter wereld… maar de sfeer en onveilig gevoel die in deze regio is…. Daar ga ik uit en weiger ik langer in te blijven.

Elvira van in Terracina had me hier ergens wel gemeld dat ik voorzichtig moest zijn. De vrouw gisteren had mij ook iets gemeld. Ik neem altijd wel zo een zaken met een korreltje zout en ga zelf graag ontdekken om geen verkeerde info te geven en niet mee te doen aan “ze zeggen dat…” Ze hadden het juist. Behalve op een iets, het zijn niet de refugees die gevaarlijk zijn, wel hun eigen bevolking.
Morgen (ondertussen… vandaag geworden) neem ik de trein en verlaat ik de regio van Napoli.

Morgen wandel ik verder vanuit Benevento… en ga ik de Appenijen in. In hoop dat ik terug de vriendelijkheid, open en spontane mensen mag ontmoeten van in de bergen.

Capua

Pico

De straten zijn leeg. De zon verbergt zich gelukkig nog wat achter de heuvels.
In een klein dorp komt een hond al blaffend aangelopen, al snel volgen er nog drie…
Ik heb geen ogen genoeg. Een wagen komt traag aangereden en doet de honden wegrennen…
Auto weg… Honden terug… Het lukt me om hen achter mij te laten.
Al twee dagen lopen er veel verloren honden rond. Bij sommige kan je zien dat ze angst hebben van de mens. Anderen zijn heel agressief.

Zeven uur een halte… Een ontbijt…
Een wielrenner vraagt me wat ik doe. “Via Francigena”. Een gans verhaal volgt, hij wijst naar de gele pijlen op een paal (de enige nog resterende signalisation van de VF del Sud).
Met een wat aandringende en dominante manier weet hij me te vertellen dat ik die weg niet moet nemen. Wel rechtdoor. Als ik de reden vraag, kan hij me geen antwoord geven…
Uiteindelijk blijf ik bij mijn weg volgen… Maar amai… om hierin te blijven staan.

Terug vertrokken… volgen al heel snel terug wat honden… Ik blijf altijd eerst staan, laat mijn hand dalen… Deze keer blijft er eentje met me meewandelen… De vagebond…ik noem hem ‘Pico’, waarom weet ik niet, klinkt wat Italiaans zekers.
Een fijne contact tussen ons twee. Als hij me niet meer ziet na een bocht komt hij even terug.
We dragen zorg voor elkaar. Hij beschermd me van andere wildlopende honden. Ik breng hem naar alle fonteinen en gem af te koelen.
Wanneer ik stop, stopt hij en wacht me op. Oh, wat moet ik met hem… In een winkel koop ik hem een stuk spek.
Een man vraagt me of het mijn hond is en zegt dat ik hem moet wegjagen. Wat ik niet kan. Ik kan dit dier niet verplichten iets te doen wat tegen zijn zin is.
Meer dan twintig kilometers samen op weg…

In het dorp waar ik aankom blijft hij aan de deur waar ik zal overnachten.
Na een douche ben ik nieuwsgierig hoe het met hem gaat en waar hij is. In het centrum zie ik hem uitgeteld liggen slapen. Verheugd hem te zien. Hij herkent me en volgt me tot aan het terras. Hij valt terug in slaap.
Wanneer ik ’s avonds nogmaals terug ga voor een avondmaal, is hij terug aktief en uitgerust. Ik ga op het plein zitten. Hij is er samen met andere honden. Ik roep hem… eerst twijfel… traag komt hij naar me toe… Hij herkent me… Blij komt hij tegen mijn been aanwrijven. Met zijn muil duwt hij mijn hand omhoog. Ik streel hem… Ik deel mijn avondmaal en ga terug naar mijn kamer. Op een bepaald moment blijft hij staan… Ik ben me bewust dat dit ons afscheid is…
Hij is vrij… Mijn compagnon… Pico, ik vergeet je niet. Dank je wel

Sessa Aurunca

Wat een nacht… koude douche… zweten… koude douche…hardnekkige tijgermuggen… Een ramp dus…allé, een ramp is het nu ook niet. Uitgerust ben ik niet.
Een goede nachtrust op de weg is van groot belang, eigenlijk altijd.
Iedereen slaapt nog in het Oratorio di Don Bosco. Gisterenavond hadden de kinderen een discoavond aan het strand.

Terug de Via Apia op, kilometers lang langs een drukke autoweg… Rechts, afgebakende hotels. Links, grote winkels… Naast mijn voeten, vuilnis. Ondraaglijke urine geur. Gedumpte vuilniszakken.
Zijbermen die niet onderhouden zijn.
Het is heet, geen wind die mijn lichaam kan afkoelen. Mijn huid is net een spiegel. Het zweet loopt van mijn knieën recht in mijn schoenen. Geen boom om af te koelen.

Al deze ingrediënten samen en het onverantwoord agressief grensoverschrijdend rijgedrag van de Italianen maken van deze weg een onuitstaanbare weg.
Aan welke kant ik ook stap van de weg, ik ben onveilig. Alle volle witte lijnen worden overschreden. Overal en gelijk hoe dubbelen de wagens elkaar. De toeter dient hier niet om de autorijder te beschermen, wel om te zeggen ik kom eraan maak maar plaats.
Wat heb ik een goede beschermengel, en de kinderen in de wagen ook, want meneer vind dat bellen en een bocht nemen aan hoge snelheid kon. BOENK… BOENK…mijn hart schrok.
Mijn eigen autodefensie wordt aangesproken… Mijn wandelstokken gaan zijwaarts…gespannen…alertheid…verdedigen…kwaad of eerder woedend. Een emotie die er ook mag zijn… en deze onder ogen zien en erkennen is even belangrijk als de andere emoties.

Ik probeer aandacht te geven aan mijn eigen woede… wat doe ik ermee… wat kan ik eraan doen…
Op een bepaald moment raast een wagen me zo voorbij dat ik me omdraai, mijn voeten zo stevig op de grond voel, een luide kreet laat… Uitlating… Het doet deugd… Nogmaals… Mijn stok gaat de lucht in alsof ik er een vuist meemaak… een kreet, tranen… Oeffff, ik voel me terug wat bijkomen… De eerste bar die ik tegenkom, stop ik. Uitrusten…bekomen…rust.
Ik laat deze weg mijn pelgrimstocht niet verknoeien…
Mij sterk houden daar heb ik geen zin niet meer, heb ik genoeg gedaan in het verleden en op termijn wreekt dit niet enkel op je lichaam, ook op je hele wezen.
Ik maak dan ook de keuze om de Via Appia in de volgende dagen als die er is met de bus te doen. Ik heb op deze weg de laatste drie dagen nu wel genoeg geduld gehad en getolereerd. Basta, zoals ze het in het Italiaans zeggen.

Zo een beslissing is niet altijd eenvoudig tijdens het pelgrimeren. Mentaal wordt je enorm op de proef gesteld. Eraan toegeven vraagt dan ook meer moed dan zich sterk houden.

Moe kom ik aan Sessa Aurunca. Ik stap binnen in een fotozaak, zo eentje waar de tijd is blijven stilstaan. Een vriendelijke dame helpt me aan een overnachting. Met mijn vertaler op de gsm proberen we te communiceren. Ze bied me een stoel, koffie en frisdrank aan. Ik zeg aan alles geen neen… Uitgeput…. Na een half uur kom ik terug op krachten. Ik voel zo mijn hele wezen terug in zachtheid komen. Om 20 uur wordt ik verwacht aan de Duomo meld de dame. Al zoenend nemen we afscheid. De vrouw vraagt me haar mee te nemen op de weg, zonder enige twijfel… ‘Si, si’, zeg ik haar.
Wat bijgekomen wandel ik verder in de stad en luister naar het muziek die er is…Een festival.

Om 20 uur ben ik op afspraak. Een priester en twee mensen van de parochie nemen me mee naar een plaats… Een hotel… Een aangeboden nacht… Mijn hart is geraakt in zachtheid…een warm wederzijds contact in zachtheid, in hartelijkheid ‘Grazie, mille grazie’… Zo dankbaar…traanvocht… En in een mum van tijd ben ik de agressie van de dag vergeten.
… Wederzijdse Liefde… Dit is het enige waar ik nog in geloof.