Deze week werd ik uitgenodigd om via Zoom te getuigen over pelgrimeren. Het uur vloog voorbij, en voelde veel te kort aan. Toch ben ik dankbaar, want elke getuigenis, hoe kort ook, is het verspreiden van het zaad van de vruchten die ik onderweg heb geplukt.
Er kwam een vraag op me af: “Welke plaats heeft je het meest geraakt?” Als ik terugkijk, zijn er meerdere plekken geweest. De eerste die in me opkomen zijn de Michaëlkapel in Aiguilhe, Vézelay, Rocamadour, de Sint-Pietersbasiliek in Rome, de crypte, de Lady Chapel in Glastonbury… Dit is slechts een opsomming van plaatsen waar iets gebouwd werd.
Elke plek raakte me op een dieper niveau, vaak buiten het bereik van mijn verstand. De intensiteit en snelheid ervan waren nauwelijks in woorden te vatten, hoezeer ik dat ook probeerde. Wat voor mij belangrijker is dan begrijpen, is voelen – doorvoelen – het gewaarworden in elke cel van mijn wezen.
Wat er op deze plekken gebeurt, is voor iedereen anders. De ene voelt iets, de andere niets. Zo had ik bijvoorbeeld geen enkele voeling met Rennes-le-Château. Het intrigeert me wel, maar daar blijft het voorlopig bij.
De gebouwen die ik opsomde, zijn niet zomaar neergezet. Ze werden zorgvuldig uitgemeten met de middelen die men toen ter beschikking had – denk bijvoorbeeld aan het gebruik van het sterrenstelsel en energielijnen.
Niet iedereen heeft toegang tot zulke plaatsen – door tijd, afstand of levensomstandigheden – en dat is niet erg. Ook ons eigen verhaal en verleden spelen mee, net als wat zich op dat moment rondom en in die gebouwen afspeelt.
Naast die heilige plekken, hebben ook andere plaatsen me diep geraakt en me geholpen onderweg te zijn. Ik denk dan aan de natuur, tussen punt A en punt B. Ik herinner me het bos vol cistusrozen, de kustlijn van Mira met zijn zeemeeuwen, het lage bos in diezelfde streek… Allemaal plekken die een innerlijke verschuiving in mij teweegbrachten.
Het zijn plaatsen die ons dagelijks omringen – de natuur – in al haar eenvoud. Hoewel, eenvoud… Neem de tijd om een krekel te zien ontpoppen uit zijn cocon, of een bloem die zich opent. Toen ik een tuin vol bloemen had, was het eerste wat ik ’s ochtends deed: de zon begroeten – de zon die overal met je meereist – en de tuin observeren: de planten en al haar bewoners.
Terwijl ik hier in Egypte ben, geniet ik van het leven langs de Nijl. Van de vogels, de buffels die verkoeling zoeken in het water. Van de bloeiende hibiscus en bougainvillea. Van de zon. Ik geniet van het water geven aan het gras van de patio in mijn huurwoning, en zie hoe het na een week weer groen wordt.
Gisteravond genoot ik van het beeld van een man onder zijn boom, die afwisselend naar zijn boom en naar de oostkant van de Nijl in Luxor keek – de andere oever, waar alles inmiddels in beton gehuld is. Zijn hand rustte op de boomstronk, bij het vallen van de avond. Ik vroeg me af waar zijn gedachten heen dwaalden. Het doet pijn te zien hoe de natuur, de groentetuinen en de velden aan die kant – Westkant – worden vernietigd voor toerisme en vervangen worden door massa’s beton daar waar de plaatselijke bewoner zijn voedsel uit de grond haalde, zich afkoelde bij warme, hmm hete, temperaturen. Waar de huizen fris aanvoelden.
Maar weet: als morgen die heilige gebouwen zouden verdwijnen, blijft de essentie – datgene wat op die plek leeft – bestaan. Dat verdwijnt nooit.
Cette semaine, j’ai été invitée à témoigner via Zoom sur le pèlerinage. L’heure s’est envolée, bien trop vite. Et pourtant, je ressens de la gratitude, car chaque témoignage, aussi bref soit-il, est comme une semence des fruits que j’ai cueillis en chemin.
Une question m’a été posée : « Quel lieu t’a le plus touchée ? » En regardant en arrière, plusieurs lieux me viennent à l’esprit. Les premiers sont la chapelle Saint-Michel à Aiguilhe, Vézelay, Rocamadour, la basilique Saint-Pierre à Rome, la crypte, la Lady Chapel à Glastonbury… Ce n’est qu’une énumération de lieux où un bâtiment à était construit.
Chacun de ces lieux m’a touchée en profondeur, bien au-delà de ce que mon esprit peut saisir. L’intensité et la rapidité de ces expériences étaient difficiles à traduire en mots, même si j’ai tenté de le faire. Mais ce qui compte le plus pour moi, c’est ressentir – profondément – percevoir dans chaque cellule de mon être.
Ce qui se passe dans ces lieux est propre à chacun. Certains y ressentent quelque chose, d’autres pas. Par exemple, je n’ai ressenti aucun lien avec Rennes-le-Château. Cela m’intrigue, certes, mais ça s’arrête là pour le moment.
Les bâtiments que j’ai mentionnés n’ont pas été construits au hasard. Ils ont été soigneusement alignés avec les moyens disponibles à l’époque – en tenant compte, par exemple, des constellations ou des lignes d’énergie.
Ces lieux ne sont pas accessibles à tous – ni en termes de temps, ni de distance – et ce n’est pas grave. Notre propre histoire, notre passé, et ce qui nous entoure à un moment donné jouent également un rôle.
À côté de ces lieux sacrés, il y a aussi d’autres endroits qui m’ont touchée et aidée sur le chemin. Je pense à la nature, entre le point A et le point B. Je me souviens d’une forêt de Cistes, de la côte de Mira peuplée de mouettes, d’un sous-bois à Mira… Des lieux qui ont provoqué un changement intérieur en moi.
Ce sont des endroits qui nous entourent au quotidien – la nature – dans toute sa simplicité. Quoique… cette simplicité demande à être observée : prendre le temps de voir une cigale sortir de sa coque, ou une fleur s’ouvrir. Lorsque j’avais un jardin fleuri, la première chose que je faisais au réveil était de saluer le soleil – ce soleil qui voyage partout avec nous – et d’observer le jardin : les plantes et tous leurs habitants.
Aujourd’hui, alors que je vis en Égypte, je profite de la vie au bord du Nil. J’observe les oiseaux, les buffles cherchant la fraîcheur de l’eau. Les hibiscus, les bougainvilliers en fleurs. Le soleil. J’aime arroser l’herbe dans le patio ou j’habite pour l’instant et la voir reverdir après une semaine.
Hier soir, j’ai savouré l’image d’un homme assis sous son arbre, regardant tour à tour son arbre et la rive est du Nil à Louxor – l’autre rive, aujourd’hui entièrement enveloppée de béton. Sa main reposait sur le tronc de l’arbre, au moment où tombait le soir. Je me suis demandé où ses pensées s’envolaient.
Cela fait mal de voir comment, sur cette rive – la rive ouest – la nature, les potagers et les champs viennent d’etre détruits au profit du tourisme, remplacés par des masses de béton. Là où les habitants puisaient autrefois leur nourriture directement de la terre, où ils se rafraîchissaient lors des journées chaudes… très chaudes. Où les maisons respiraient la fraîcheur…
Mais je sais que si demain, ces bâtiments que j’ai évoqués au début venaient à disparaître, l’essence de ces lieux, elle, ne disparaîtrait jamais.
Het werd reeds een maand geleden dat mijn papa zijn voertuig hier op aarde heeft verlaten, en er gaat geen dag voorbij zonder dat hij even in mijn gedachten langskomt.
Drie maanden lang heb ik voor mijn papa gezorgd. Het was een zware, confronterende, rijke en helende periode.
Eind januari schreef ik ergens: “Eind februari loopt de begeleiding met mijn vader op zijn einde.” Maar dit einde had ik niet voor ogen. Nooit gedacht dat ik mijn vader nooit meer zou zien.
Mijn verleden met mijn vader was geen rozengeur en maneschijn. Eén van mijn krachten doorheen het leven is verder kunnen kijken en horen dan wat in de eerste laag zichtbaar is. Mijn nieuwsgierigheid naar de mens, naar het waarom. Werkelijk zien. Bewust in het leven staan. De wil om in de spiegel te kijken en niet te herhalen wat ik zelf had ontvangen. Vergeven, omdat vergeving ervoor zorgt dat men zelf vooruit kan en niet wordt wat men de ander kwalijk neemt. Niet kunnen vergeven maakt een mens koud en verbitterd. Ik heb dat vaak waargenomen en aangevoeld. Voor niemand is dat aangenaam, ook al beweert men het tegenovergestelde. Dat tegenovergestelde is vaak een harde, koude façade waar men niet of niet meer doorheen kan.
Mijn onvoorwaardelijke liefde werd gedragen door mijn vertrouwen, mijn geloof in de puurheid van het leven – in het niets, waar alles is. Of is het eerder andersom? Dit alles zorgde ervoor dat ik naast hem kon blijven staan. Hem kon verzorgen. Een luisterend oor kon zijn in momenten van pijn, eenzaamheid, frustratie en kwaadheid. Kwaadheid over hoe hij werd behandeld in het ziekenhuis en het rusthuis (later hier meer over). Maar ook de frustratie van vast te zitten in wat hij zelf rond zich had opgebouwd.
Tot die ene keer. Hij keek me aan, terwijl ik een cracotte aan het smeren was. Hij zei: “Oh, het is gek wat er aan de hand is,” zei hij heel zachtjes. Ik stopte met toasten en legde mijn hand op zijn borst. Er viel een stilte. Ik keek hem aan. Zijn kin beefde. Er kwam een druppel uit zijn ooghoeken. ‘Wil je delen papa,’ zei ik met zachte stem. ‘Liefde,’ wist hij mij te vertellen, ‘ik voel liefde met een hoofdletter L.’ Een traan liep over mijn wang van emotie. “Oh papa, het is zo mooi. Weet je nog in de tuin toen we gingen wandelen. Dat je zei: ‘Jasmine, je kunt in Liefde zijn. Ik kan het niet.” “Papa, ik ben zo blij voor je. Wat een geschenk heb je net ontvangen, gedeeld en gegeven.”
Daar lag hij, op een tedere manier onder zijn laken. Met zo’n waardevol geschenk die hij had ontvangen en zichzelf had gegeven.
In die laatste maanden kon ik mijn papa doorzien. Ik kreeg bevestiging van wat ik al aanvoelde over wat was en waarom hij een bepaald gedrag stelde. Dit maakte het voor mij makkelijker om naast hem te zijn – om te staan in mededogen. In die korte periode probeerde ik mijn papa te leren opkomen voor zichzelf. Dat hij het recht had om te spreken, zolang dat op een liefdevolle manier gebeurde. Dat geweld niet met geweld te genezen is – integendeel. Dat assertiviteit niet hetzelfde is als agressiviteit.
Dit deed ik door zelf een voorbeeld te zijn. Hoe vaak heb ik mijn vader horen zeggen: “Laat het zo, niet reageren, het zal nadelig zijn voor mijn zorgen.” Angst was een dagelijkse aanwezigheid. Er waren dagen dat het mij te veel werd – vooral die waarop ik zo mijn best deed om niet te zijn wat ik zelf had ontvangen of gezien. Op het moment dat ik besefte dat juist dat “mijn best doen” me vastzette, en dat het ervoor zou zorgen dat ik dezelfde weg zou inslaan, wist ik: ik heb een patroon doorbroken.
Het was een periode van trauma herbeleven. Van mezelf laten respecteren. Van heling, wederzijds respect, en uiteindelijk: tien dagen van leven met en naast elkaar. In stilte, waarin de groei in liefde voor elkaar steeds groter werd.
De wil om te sterven was groot. Hij kon de wereld om zich heen niet meer aan. Op het moment dat ik hem niet meer kon plezieren met orangetten, wist ik het: hij had zijn weg gekozen.
Hij legde in die drie maand zelf de weg af van vergiffenis. Hij kende grote momenten van angst. Maar vooral, hij leerde wat werkelijke liefde was – voorbij het tastbare. Hij zag opnieuw één van zijn zonen. Het was mooi om te zien.
Zijn laatste dag
Na tien dagen, 24 op 24 bij hem te zijn geweest, ging ik even een luchtje scheppen. Ik wandelde met een goede vriendin van mijn vader. Het deed deugd om de benen te strekken en de natuur in te gaan, waar het prille leven zich al liet zien aan de bomen.
Toen ik terugreed naar de straat waar mijn papa woonde, kwam er plots een gedachte in me op: “Jasmine, je vader kan niet gaan als je zo dicht bij hem bent.”
Een paar minuten later stapte ik zijn kamer binnen. Het was muisstil. Alsof iets was gaan liggen. De kamer was donker, op één ding na: zijn gezicht. Een zacht, subtiel wit licht lag over zijn gelaat.
Zijn tijd was gekomen.
Rustig liep ik verder naar de zetel aan de andere kant van zijn bed. Ik legde mijn vest en handtas neer en schakelde het licht aan. Ik keek naar mijn papa. Wat ik had aangevoeld, werd bevestigd.
Ik liep rond het bed en legde mijn hand op zijn hart. Nog twee keer voelde ik een hartenklop. En toen… niets meer.
Ik wachtte even. Verwittigde de verpleging. Na de controle kreeg ik de ruimte om afscheid te nemen.
Drie maanden eerder hadden we samen zijn oliesel gemaakt. Ik gebruikte deze eerder om hem een ziekenzalving te geven. Na hij op een morgen een bericht stuurde ‘Jasmine, kom er gaat iets ergs gebeuren en ze geloven me hier niet. Kom.’ Hij ontwaakte uit een nachtmerrie en kon het onderscheid niet maken tussen realiteit en droom. Na een ritueel zag ik mijn papa terug ontspannen en begreep hij wat was gebeurd.
Zachte achtergrondmuziek speelde. Ik begon het wiel aan te roepen. Op het altaar nam ik het oliesel , bracht het in mijn handpalmen en wreef in stilte zijn lichaam ermee in. Ik trok hem een witte T-shirt aan. Plaatste zijn handen op elkaar, ertussen zijn persoonlijk gebed en de mantra die ik voor hem had gemaakt. Ik legde een wit laken over hem heen tot aan zijn kin, gaf hem een kus op zijn voorhoofd.
En al zingend, met mijn hand op de zijne, zong ik zachtjes mee met de muziek.
De tijd stond stil. De woorden schieten tekort om uit te drukken wat er aanwezig was. Wat ik gewaar werd. Het gaat voorbij de woorden van dankbaarheid en Liefde. We waren verbonden in een ruimte buiten de grens van zijn kamer.
Dankbaar dat ik dit samen met hem heb mogen beleven.
Graag lees ik hier de tekst voor die ik schreef voor het afscheidsritueel.
” Lieve papa,
Ik weet dat je niet van lange toespraken houdt, maar je houdt er wél van om in het middelpunt te staan, en deze keer is dat je zeker gelukt. Papa, we zijn hier vandaag niet om te rouwen om jouw overlijden, maar om jouw nieuw pad, jouw nieuwe leven te vieren. Jouw lichaam was slechts jouw voertuig hier op aarde.
Papa, jij kent mij. Ik kan niet anders dan spreken, een waarheid delen die diep uit mijn hart komt, daar waar de puurheid, het licht en de liefde wonen die in ieder van ons bestaat. Ik hield je een spiegel voor, iets wat je niet altijd kon waarderen, simpelweg omdat je niet wist hoe je ermee om moest gaan. Voor jou waren tranen een teken van zwakte. Dus verborg je ze onder boosheid, en elke poging tot een gesprek sloot je af met een dikke deur die niet meer openging.
Toch, papa, kwetsbaarheid tonen is een teken van innerlijke kracht. Het is als bronwater: het zuivert.
Tranen brengen mensen dichter bij elkaar.
De afgelopen drie maanden hebben ons dichter bij elkaar gebracht, ook al was dat niet altijd makkelijk, niet voor jou en niet voor mij. Je kon niet langer weglopen, me niet meer buitenzetten. Het was alsof je vastzat in een kooi, opgesloten met je eigen schaduw. Maar het enige wat je kon doen, was temmen wat je het meest verafschuwde: je eigen schaduw.
Ik herinner me dat moment in je tuin, toen je zei: “Jasmine, jij kunt in de liefde zijn, maar ik kan dat niet.” Die woorden raakten me en lieten me niet meer los.
En onlangs lag je in bed, half onder je laken. Je keek naar me terwijl ik naast je zat en een cracotte besmeerde. Je fluisterde: “Oh, het is ongelooflijk wat er gebeurt.” Ik stop met smeren, leg mijn hand op je borst. Een stilte volgt. Ik kijk je aan. Je kin trilt. Een traan rolt uit de hoek van je oog.
“Wil je het delen, papa?”, fluister ik. “De liefde,” zeg je. “Ik voel de Liefde, met een hoofdletter L.”
Een traan van ontroering glijdt over mijn wang. “Papa, ik ben zo blij voor je. Wat een cadeau heb je ontvangen, gedeeld en aan mij gegeven.
Ik ben fier op je. Liefde’
En hoe mooi is dit. Mijn papa is heen gegaan op een 7.
Cela fait déjà un mois que mon papa a quitté son véhicule terrestre, et pas un jour ne passe sans qu’il traverse mes pensées.
Pendant trois mois, j’ai pris soin de mon papa. Ce fut une période difficile, confrontante, riche et guérissante.
Fin janvier, j’avais écrit quelque part : « Fin février, l’accompagnement avec mon père touchera à sa fin. » Mais ce n’était pas cette fin que j’avais imaginée. Jamais je n’aurais pensé que je ne reverrais plus mon père.
Mon passé avec mon père n’a pas toujours été facile. Une de mes forces dans la vie a été de voir et d’entendre au-delà de ce qui est visible en surface. Ma curiosité pour l’humain, pour ‘le pourquoi’. Voir vraiment. Être en pleine conscience dans la vie. Avoir la volonté de me regarder dans le miroir et de ne pas reproduire ce que j’avais moi-même reçu. Pardonner, car le pardon permet d’avancer et de ne pas devenir ce que l’on reproche à l’autre. Ne pas pouvoir pardonner rend une personne froide et amère. Je l’ai souvent observé et ressenti. Ce n’est agréable pour personne, même si certains prétendent le contraire. Mais ce « contraire » est souvent une façade dure et froide derrière laquelle on ne peut plus passer.
Mon amour inconditionnel était porté par ma confiance, ma foi en la pureté de la vie – dans le néant où tout existe. Ou est-ce plutôt l’inverse ?
Tout cela m’a permis de rester à ses côtés. De le soigner. D’être une oreille attentive dans les moments de douleur, de solitude, de frustration et de colère. Colère face à la manière dont il était traité à l’hôpital et en maison de repos (j’y reviendrai plus tard). Mais aussi frustration d’être enfermé dans ce qu’il avait lui-même construit autour de lui.
Jusqu’à ce moment-là. Il m’a regardée pendant que j’étalais une cracotte. Il a dit : « Oh, c’est fou ce qui se passe », en murmurant. J’ai arrêté ce que je faisais et j’ai posé ma main sur sa poitrine. Un silence est tombé. Je l’ai regardé. Son menton tremblait. Une larme est apparue au coin de son œil. « Tu veux partager, papa ? », ai-je murmuré. « L’amour », m’a-t-il dit. « Je ressens l’Amour, avec un grand A. »
Une larme d’émotion a coulé sur ma joue. « Oh papa, c’est si beau. Tu te souviens, dans le jardin, quand nous nous promenions ? Tu m’as dit : ‘Jasmine, tu peux être dans l’Amour. Moi, je ne peux pas.’ Papa, je suis tellement heureuse pour toi. Quel cadeau tu viens de recevoir, de partager et d’offrir. »
Là, sous son drap, il reposait tendrement. Avec ce précieux cadeau qu’il avait reçu et qu’il s’était offert à lui-même.
Ces derniers mois, j’ai pu voir à travers mon père. J’ai eu confirmation de ce que j’avais aperçue déjà sur son passé et les raisons de son comportement. Cela m’a aidée à être présente à ses côtés – à être dans la compassion.
Durant cette courte période, j’ai essayé de lui apprendre à s’affirmer. À comprendre qu’il avait le droit de parler, tant que cela se faisait avec amour. Que la violence ne se soigne pas par la violence – bien au contraire. Que l’assertivité n’est pas l’agressivité.
Je l’ai fait en étant moi-même un exemple.
Combien de fois ai-je entendu mon père dire : « Laisse tomber, ne réagis pas, cela nuira à mes soins » ? La peur était une présence quotidienne.
Il y a eu des jours où c’était trop pour moi – surtout ceux où je faisais tant d’efforts pour ne pas être ce que j’avais moi-même reçu ou vu. Quand j’ai compris que ces « efforts » m’emprisonnaient et risquaient de me mener sur le même chemin, j’ai su : j’ai brisé un schéma.
Ce fut une période de revécu traumatique. D’apprentissage du respect de soi. De guérison, de respect mutuel et, finalement, dix jours à vivre avec et aux côtés l’un de l’autre. . Dans le silence, où l’amour entre nous grandissait.
Le désir de mourir était fort. Il ne supportait plus le monde autour de lui. Quand je n’ai plus pu lui faire plaisir avec des orangettes, j’ai compris : il avait choisi son chemin.
Il a parcouru lui-même la route du pardon pendant c’est 3 mois. Il a connu de grands moments de peur. Mais il a appris ce qu’est l’amour véritable – au-delà du tangible. Il a revu un de ses fils. C’était beau à voir.
Son dernier jour
Après dix jours passés 24 heures sur 24 à ses côtés, je suis sortie prendre l’air. J’ai marché avec une amie proche de mon père. Cela m’a fait du bien d’étirer mes jambes et d’aller dans la nature, où la vie commençait déjà à éclore dans les arbres.
En rentrant dans la rue où vivait mon papa, une pensée m’a traversée : ‘ Jasmine, ton papa ne peut pas partir tant que tu es si proche de lui.’
Quelques minutes plus tard, j’ai franchi la porte de sa chambre. Il régnait un silence absolu. Comme si quelque chose s’était posé.
La pièce était sombre, à une exception près : son visage. Une lumière blanche, douce et subtile, elle était posée sur son visage.” Son moment était venu.
Calmement, j’ai avancé vers le fauteuil de l’autre côté de son lit. J’ai posé mon manteau et mon sac, puis j’ai allumé la lumière. J’ai regardé mon papa. Ce que j’avais ressenti était confirmé. Je suis allée près de son lit et j’ai posé ma main sur son cœur. J’ai senti deux battements. Puis… plus rien.
J’ai attendu un instant. Prévenu l’infirmière. Après vérification, on m’a laissée lui dire adieu. Trois mois plus tôt, nous avions préparé ensemble son huile sacrée. Je l’avais déjà utilisée en lui donnant une onction des malades, après qu’il m’a envoyé un matin ce texto: ‘Jasmine, viens, il va se passer quelque chose de grave et personne ne me croit ici. Viens.’ Il s’était réveillé d’un cauchemar sans distinguer le rêve de la réalité.
Après un rituel, je l’ai vu se détendre et comprendre ce qui s’était passé.
Une musique douce jouait en arrière-plan. J’ appelait la roue de la Madeleine. J’ai pris l’huile, l’ai versée dans mes paumes et, en silence, j’ai oint son corps. Je lui ai mis un t-shirt blanc. J’ai placé ses mains l’une sur l’autre, entre elles sa prière personnelle et le mantra que j’avais écrit pour lui. Je l’ai recouvert d’un drap blanc jusqu’au menton, l’ai embrassé sur le front. Et, en posant ma main sur la sienne, j’ai doucement chanté avec la musique.
Le temps s’est arrêté.
Les mots ne suffisent pas à exprimer ce qui était présent. Ce que j’ai ressenti. Cela dépasse les mots de gratitude et d’Amour. Nous étions liés dans un espace au-delà des murs de sa chambre.
Je vous partage ici le texte que j’ai écrit pour le rituel d’adieu.
‘Cher papa,
Je sais que tu n’aimes pas les longs discours, par contre tu adore être placer aux centre et cette fois-ci tu n’as pas raté ton coup. Papa, nous sommes ici ensemble, non pas pour pleurer ta mort, mais pour célébrer ton nouveau chemin, ta nouvelle vie. Ton corps n’était que ton chariot ici sur Terre.
Papa, tu me connais. Je ne peux que parler, partager une vérité qui vient du plus profond de mon cœur, là où se trouve la pureté, la lumière, l’amour qui existe en chacun de nous. C’était un miroir que je te tendais, que tu n’as pas toujours apprécié, simplement parce que tu ne savais pas comment t’en approcher. Pour toi, les larmes étaient un signe de faiblesse. Alors, tu les caches sous la colère, et toute ouverture à la parole, tu la fermes avec une porte épaisse qui ne pouvait plus s’ouvrir.”
Pourtant, papa, montrer sa vulnérabilité est un signe de force intérieure. C’est comme de l’eau de source, cela purifie.
Les larmes rapprochent.
Les trois derniers mois nous ont rapprochés, même si cela n’a pas toujours été facile, ni pour toi, ni pour moi. Tu ne pouvais plus fuir, ni me mettre à la porte. C’était comme se retrouver dans une cage, enfermé avec sa propre ombre. Mais, la seule chose à faire était de dompter ce que tu détestais le plus : ta propre ombre.
Je me rappelé se moment dans ton jardin quand tu disais ‘Jasmine toi tu peut être dans l’ amour, moi je n’y arrive pas ‘ cette phrase m’ avais touché et ne m’avais pas quitté. Et la dernièrment ,tu était allongé dans ton lit à moitié sous ton drap Tu m’observe pendant que j’étais assise à coter de ton lit en tartinant une craqotte. Tu murmurais « Oh, c’est fou ce qui se passe », . J’arrête de tartiné, Je pose ma main sur ta poitrine. Un silence s’ensuit. Je te regarde. Ton menton tremble. Une goutte sortais du coin de ton œil. “Tu veux partager papa”, je te disais à voix basse.” L’amour’, me disais tu ” je ressens l’amour avec un A majuscule.” Une larme coule d’émotion le long de ma joue. ” Papa, je suis si heureuse pour toi. Quel cadeau tu venais de recevoir, de partager et de me donner.
Merci d’avoir vécu cela ensemble, papa. Je suis fière de toi, Amour. ‘
Et comme un dernier signe, mon papa est parti un jour’ 7′.
De uren gaan zachtjes voorbij op de golven van de ‘tijd’. Buiten schijnt de zon en een prille lente is hoorbaar. Af en toe zie ik de pijn op het gezicht van mijn vader. De weinige beweging die er vandaag is, is traag draaien met zijn hoofd, zijn handen die van zijn papegaai (de driehoek om je op te trekken aan je bed) naar de zakdoek grijpen om dan zijn handen te kruisen op zijn borstkas, waarna ik hem nadien toedek om het warm te hebben. Hij draait zijn hoofd een kwartdraai naar rechts. “Wat ga je doen eenmaal dit voorbij is?”, vraagt hij me. Ik leg mijn handen op zijn bedsponde en leg mijn kin leunend erop. “Je huis verder afronden. Nadien een huis zoeken voor mij. Een pelgrimstocht voorbereiden voor JT’M, waar Jeanne d’Arc- terwijl ik verwijs naar een beeldje op zijn kast- mee gaat. In juni, het weekend van je verjaardag, ga ik eerst ‘le Ministère de la Madeleine’ afronden. Ik ga er dan mijn ordinatie ontvangen. Weet je nog 4 jaar geleden ik belde je op om te zeggen dat ik zou trouwen. Je zei me “och, en ik ken mijn schoonzoon niet.’ wanneer ik je toen ze ‘ Och, jawel je kent hem heel goed, Jezus’. We hebben toen goed gelachen. Weet je nog!” De vreugde van toen was terug aanwezig. ” Papa, de ordinatie die ik zal ontvangen is zo juist in tijd en plaats.”. Ik deel hem in het kort waar het doorgaat, met wie en wat ik doe. ” De Tor, dit zegt me iets”, fluisterd hij en gaat verder “wordt dit geschreven met een H.” “Neen, zonder papa”. Thor, is een Noorse god. Hij was de god van de donder in de Noordse mythologie. Zoon van de oppergod Odin (Wodan) en de godin van de aarde Fjorgyn. Hij staat ook bekend als Donar (donder-dag) Samen met zijn machtige hamer, de Mjölnir was hij de heerser van de stormen waarbij hij de regen zou laten vallen. Deze neerslag hadden de boeren immers hard nodig voor hun gewassen. Replica’s van zijn hamer werden gebruikt om brandstapels te zegenen, waardoor hij werd geassocieerd met de dood en crematie. “Ik heb een wens, zou je iets willen doen wanneer je daar bent?” “Zeg maar papa”. Ik breng mijn oor wat dichter terwijl hij fluisterde. “Dit zal ik doen. Daar mag je op rekenen”, beloof ik hem. “Ik zal present zijn voor je ordinatie, ik zal daar staan met mijn hond”, deelt hij.
Bij het naar huis rijden blijft dit waardevol moment dichtbij me. Het voelt als een cirkel die rond is en terzelfde tijd aan de deur van iets nieuws. Alsof het leven van mijn papa en dit van mij parallel naast elkander staan om dan nadien in elkander overvloeien en een fakkel zal worden doorgegeven. Alsof hij mij de wereld instuurt onder een gevleugelde. En hoe bijzonder om net tijdens het weekend van zijn verjaardag mijn ordinatie te doen. Hij wordt er dan 81, een 9
Ik hou niet van je met mijn hart en geest. Ik hou van je met mijn ziel, voor het geval mijn geest het vergeet en mijn hart stopt. ~ Rumi
Les heures s’écoulent doucement sur les vagues du « temps ». Dehors, le soleil brille et un soupçon de printemps se fait entendre. De temps en temps, je vois la douleur sur le visage de mon père, qui est en fin de vie. Le seul mouvement qu’il y a aujourd’hui est de tourner lentement la tête, ses mains allant du perroquet (le triangle pour se tirer au dessus du lit) jusqu’à prendre le mouchoir puis croisant ses mains sur sa poitrine, après quoi je le couvre pour le garder au chaud. Il tourne la tête d’un quart de tour vers la droite. “Qu’est-ce que tu vas faire une fois que tout sera fini ?”, me demande-t-il. Je pose mes mains sur le bord de son lit et pose mon menton dessus. “Terminé de vidé la maison. Apres cherchez une maison pour moi. Préparez un pèlerinage pour JT’M, puis ta petite statue de Jeanne d’Arc sur ton armoire va m’accompagner. Mais d’abord en juin, le week-end de ton anniversaire, je terminerai d’abord « le Ministère de la Madeleine ». J’y recevrai mon ordination. Tu te souviens, il y a 4 ans, je t’ai appelé pour te dire que j’allais me marier. Tu m’avez dit “oh, et je ne connais pas mon gendre”. Quand je t’ai dit: ‘Oh, oui, tu le connais très bien, Jésus.’ On a bien rigolé. Tu te souviens? “ La joie de cette époque était présente. “Papa, l’ordination que je suis sur le point de recevoir tombe à point en temps et lieu.” Je partage brièvement avec lui où cela se déroule, avec qui et ce que je fais. “Le Tor, ça me dit quelque chose”, murmure-t-il et continue, “c’est écrit avec un H.” “Non, sans papa.” Thor est un dieu nordique. Il était le dieu du tonnerre dans la mythologie nordique. Fils du dieu suprême Odin (Wodan) et de la déesse de la terre Fjorgyn. Il est également connu sous le nom de Donar (jeudi). Avec son puissant marteau, le Mjölnir, il était le maître des tempêtes où il faisait tomber la pluie. Les agriculteurs avaient désespérément besoin de ces précipitations pour leurs récoltes. Je lui explique ce que est le Tor, à Glastonbury.
“J’ai un souhait, veut tu faire quelque chose pendant que tu y êst?” “Dis moi papa”, je rapproche un peu mon oreille pendant qu’il murmure…. “Oui, je vais le faire. Tu peut compter sur moi”, lui promets-je. Et pendant que il me fait un petit sourire il me dit “Je serai présent pour ton ordination, je serai là avec mon chien”.
En rentrant chez moi, ce moment précieux ne s’en va pas. C’est comme si la boucle était bouclée et en même temps à la porte de quelque chose de nouveau. Comme si la vie de mon père et la mienne étaient parallèles l’une à l’autre, puis se rejoignaient et qu’un flambeau me serait transmis. Comme si je suis envoyait au monde sous un ailé. Si fort de faire mon ordination juste le week-end de son anniversaire. Mon papa auras 81 ans, un 9.
Je ne t’aime pas avec mon cœur et mon esprit. Je t’aime de tout mon âme, juste au cas où mon esprit oublierait et mon cœur s’arrêterait ~Rumi
Sedert een paar dagen zijn we een nieuw jaartal ingegaan, 2025. Numerologisch een 9. Mijn geboorte cijfer is een 9, ik ben terug een 9 dit jaar in een 9 jaar. En besefte nog niet zolang geleden dat mijn 2de pelgrimstocht start op 9-9-9. Een pelgrimstocht in het teken van de ‘Moeder’. 2025 is een jaartal die reeds sedert 2017 mijn nieuwsgierigheid opgewekt heeft na er iemand 700km had gereden om mij te ontmoeten en me iets te delen terwijl hij 20km verder woonde van waar ik toen woonde. Ik heb die man nadien nooit meer terug gevonden. Hij doet me denken aan die priester die verdween in zijn bureau nadat hij me iets had gevraagd en me liet spiritueel ontwaken door zijn vraagstelling, dit was tijdens mijn tocht in 2018, in Fiorenzuola.
De energie van 2025 liet zich al goed merken in de laatste 2 maand van 2024. De verhuis naar Menen, mijn geboorte plaats waar ik de eerste 25 levensjaren heb doorgebracht was niet zomaar – niets is trouwens zomaar – werd me heel snel duidelijk met de gebeurtenissen. Mijn vader die werd opgenomen in het ziekenhuis en die volgende week naar een nieuwe verblijfplaats gaat en die hoogstwaarschijnlijk nooit meer zal wandelen. Het ledigen van zijn huis waar ik alleen voor sta en soms door de bomen het bos niet meer zie. Het in orde brengen van zijn papieren. De confrontatie met instanties, mensen die vertrouwen in een systeem die niet meer correct werkt of gewoon niet meer werkt. Mijn eigen contracten die hier niet in orde komen. Het kan niet duidelijker zijn. En aan de andere kant het leven die mij helpt en een duwtje in mijn rug steekt om het hier af te sluiten. Diep van binnen weet en voel ik dat ik niet alleen ben en daar ben ik dankbaar om. Het ondersteunt mij in de momenten wanneer angst even komt kijken, zodat het geen kans meer krijgt.
Sommige momenten wordt ik getriggerd op oude kwetsuren om te kijken of ik mijn lessen geleerd heb ‘hey en weet je nog!’ Jaja, ik weet nog. In vertrouwen sta ik in de situatie en probeer zo goed mogelijk mij flexibel op te stellen. Niet altijd even gemakkelijk. Het lukt me. De tranen die soms vloeien ontstaan niet meer vanuit pijn, ze ontstaan op het moment dat ik vaststel dat mijn vader niet de man is hoe hij zich in al die jaren heeft voorgedaan. De tranen voelen bevrijdend aan. De patriarch voor en rond mij smelt letterlijk als sneeuw voor de zon. En terwijl ik dit schrijf kan ik heel goed begrijpen waarom ik hem bijsta. De vrouw in mij, krijgt haar juiste plaats terug.
Af en toe zou het wel deugddoend zijn om op een tedere manier omarmt te worden in het proces. Op de eerste plaats komt dan ‘moeder’, de moeder die me op de wereld bracht in mij gedachten. Ik belde haar op, er werd opgenomen en onmiddelijk ingehaakt. Tevergeefs. Ik schrijf haar een brief en doorbreek hierbij een stilzwijgen.
Ik sluit af met het gebed en de mantra die ik ontving tijdens het weekend – zalving in Glastonbury’ I am the mother, I am the mother, I am the mother…. mijn mantra bracht me al heel veel ondersteuning, kracht en zachtheid.
En hoe fijn is het om te beseffen dat de nummers 31 en 71 op de achtergrond zijn verdwenen en zich aan het integreren zijn. En de 11:11 ook minder voor me verschijnt. De portaal die ik zag was een duidelijke boodschap. Het oude verdwijnt het nieuwe kondigt zich aan. Binnenkort ga ik er even tussenuit richting de Pyreneeën en dan Bretagne. Daar wordt ik vreugdevol van. Ik kijk ernaar uit.
Depuis quelques jours, nous sommes entrés dans une nouvelle année, 2025. Numérologiquement, un 9. Mon chiffre de naissance est un 9, et cette année, je suis à nouveau un 9 dans une année 9. J’ai récemment pris conscience que mon deuxième pèlerinage commence un 9-9-9. Un pèlerinage sous le signe de la ‘Mère’.
2025 est une année qui a éveillé ma curiosité depuis 2017, lorsqu’une personne a parcouru 700 km pour me rencontrer et me partager quelque chose, alors qu’il habitait à seulement 20 km de chez moi à l’époque. Je n’ai jamais revu cet homme. Il me rappelle ce prêtre qui a disparu dans son bureau après m’avoir posé une question, déclenchant ainsi mon éveil spirituel. C’était lors de mon chemin en 2018, à Fiorenzuola.
L’énergie de 2025 s’est déjà fait sentir dans les deux derniers mois de 2024. Mon déménagement à Menin, ma ville natale où j’ai passé mes 25 premières années, n’était pas anodin – rien ne l’est d’ailleurs – cela m’est apparu clairement à travers les événements. Mon père a été hospitalisé et la semaine prochaine, il partira vers un nouveau lieu de vie, où il ne marchera probablement plus jamais. Je suis seule à vider sa maison, parfois incapable de voir clair au milieu de tout cela. Je dois aussi gérer ses papiers, faire face aux institutions et aux personnes qui placent leur confiance dans un système qui ne fonctionne plus correctement, voire plus du tout. Même mes propres contrats ici ne se règlent pas. Cela ne pourrait être plus clair.
Et pourtant, la vie m’aide et me pousse à clôturer ce chapitre. Au plus profond de moi, je sais et je ressens que je ne suis pas seule, et j’en suis reconnaissante. Cela me soutient dans les moments où la peur tente de s’installer, l’empêchant de prendre le dessus.
Parfois, d’anciennes blessures refont surface pour tester si j’ai bien appris mes leçons. « Hé, tu te souviens ? » Oh oui, je me souviens. Avec confiance, je fais face à la situation et j’essaie d’être aussi flexible que possible. Ce n’est pas toujours facile, mais j’y arrive. Les larmes qui coulent parfois ne viennent plus de la douleur, elles surgissent quand je réalise que mon père n’a jamais été l’homme qu’il prétendait être. Ces larmes sont libératrices. Le patriarche en moi et autour de moi fond littéralement comme neige au soleil. Et en écrivant cela, je comprends pourquoi je suis là pour lui. La femme en moi retrouve sa juste place.
Parfois, un simple geste de tendresse me ferait du bien dans ce processus. La première figure qui me vient à l’esprit est celle de ma mère, celle qui m’a mise au monde. Je l’ai appelée, elle a décroché et a immédiatement raccroché. En vain. Alors, je lui écris une lettre, brisant ainsi un long silence.
Je termine avec la prière et le mantra que j’ai reçus lors du week-end de l’onction à Glastonbury : “I am the mother, I am the mother, I am the mother…” Ce mantra m’a apporté beaucoup de soutien, de force et de douceur.
Et quel soulagement de constater que les nombres 31 et 71 se sont estompés en arrière-plan et s’intègrent petit à petit. Même le 11:11 apparaît moins fréquemment. Le portail que j’ai vu portait un message clair. L’ancien disparaît, le nouveau s’annonce.
Bientôt, je prendrai un moment pour moi, en direction des Pyrénées, puis de la Bretagne. Cette perspective me remplit de joie. J’ai hâte.
Ooit zei iemand gerechtigheid zal geschieden. Daarmee werd niet gezegt oog om oog, tand om tand of een uitdrukking die ik vaak heb gehoord en uit zijn context gehaald werd ‘Karma zal het wel doen.’ Wel in Liefde zijn, ten midden daar waar men gevaar voelt, en geen gevaar is. Wat niet wil zeggen dag je de ander lief hebt, wel dat je in liefde blijft en de ander benaderd met hoe jezelf zou benaderd willen worden en hem als mens respecteert. Te voelen, gewaar worden wat het in je lijf doet Ik heb zo lang gedacht dat ik veel aankon. Dit aankunnen was vanuit een vorm van overleving omdat ik diep van binnen gebroken werd. Ik wist niet meer wie ik was, wat ik hier kwam doen. Binnen in mezelf was er een zwart donker oneindig gat, gelukkig is dit donker gat al uit een ver verleden tijd.
Neen, ik schrijf dit niet neer om jullie aandacht of medelijden, wel om jullie te laten zien dat er andere wegen zijn dan wat de meesten kennen tot op vandaag, zoals schuld geven aan iets, aan iemand anders of een zondebok van iemand maken. Deze worden allen gecreëerd om niet naar zichzelf te moeten kijken. Iemand gaf ooit een mooi voorbeeld met onze vingers. Wanneer men naar iemand wijst zijn er altijd 4 vingers die naar je zelf wijzen.
Ik heb me vaak als jonge meisje de vraag gesteld wat heb ik verkeerd gedaan? En vandaag krijg ik daar nog altijd geen rechtstreeks antwoord op. Ik zie wel een rechtstreekse kijk op de situatie. Ik wordt al een eindje gewaar in mijn lijf dat alles veel sterker voelbaar wordt. Daar waar ik nog niet zo lang geleden soms nog twijfelde is haarfijn geworden. En dit is geen gewaarwording die enkel voor mij is, neen, ik ben ervan overtuigd dat dit iets op een veel groter geheel is.
Een paar dagen geleden wanneer ik in de nacht over straat liep voelde er iets heel bevreemdend. De aarde waar ik op leef voelde niet meer als voordien, wat ik zag rondom mij hoorde er ook niet meer te zijn het was doods, afgestorven. Het klopte niet met wat in mijn aanwezig is en waar ik diep van binnen kan gewaarworden van iets die aan het ontstaan is en nog niet zichtbaar is voor het oog.
Leugens komen aan de oppervlakte, daden onterecht naar de ander kunnen niet meer verborgen blijven. Men kan er niet meer omheen. Neen, het is niet de bedoeling om te oordelen of veroordelen. Neen, het is niet te bedoeling om met de vinger te wijzen, weet je nog, de vier andere…. Wel om samen met de andere en de gebreken vooruit te gaan zodat de andere de kans krijgt te groeien en dit geldt ook voor onszelf. En jij jezelf kan bevrijden van wat niet van jou is. There is no escape possible anymore
Quelqu’un a dit un jour que justice serait fait. Cela ne disait pas œil pour œil, dent pour dent ou une expression que j’ai souvent entendue et mis hors de son contexte : “Le Karma fera le travaille”. Être Amour, au milieu où l’on sent le danger et où il n’y a pas de danger. Cela ne signifie pas que vous aimez l’autre personne, mais que vous restez dans l’amour profond de ton être et que vous vous approchez de l’autre comme vous aimeriez qu’on vous approche et que vous le respectez en tant qu’être humain. Ressentir, prendre conscience de ce que cela fait dans votre corps Pendant si longtemps, j’ai pensé que je pouvais gérer beaucoup de choses. Faire face à cela était une forme de survie parce que j’étais profondément brisé à l’intérieur. Je ne savais plus qui j’étais, ce que je venais faire ici sur cette terre. En moi il y avait un trou noir, sombre, infini, heureusement ce trou sombre vient déjà d’un passé lointain.
Non, je n’écris pas ceci pour votre attention ou votre pitié, mais pour vous montrer qu’il existe d’autres moyens que ce que la plupart des gens connaissent jusqu’à aujourd’hui. Comme blâmer quelque chose, quelqu’un d’autre ou faire de quelqu’un un bouc émissaire. Tout cela y est pour que nous n’ayons pas à nous regarder en soi. Quelqu’un m’a donné un jour un bel exemple avec nos doigts. Lorsque vous montrez quelqu’un du doigt, il y a toujours 4 doigts pointés vers vous.
Quand j’étais petite, je me demandais souvent : qu’est-ce que j’avais fait de mal ? Et aujourd’hui, je n’obtiens toujours pas de réponse directe à cette question. Je vois une vision directe de la situation. J’ai déjà commencé à remarquer dans mon corps que tout devient beaucoup plus visible. Là où j’avais parfois des doutes il n’y a pas si longtemps, c’est devenu très clair. Et ce n’est pas une sensation qui n’est que pour moi, non, je suis convaincu que c’est quelque chose qui est présent pour beaucoup d’autre personne.
Il y a quelques jours, alors que je marchais dans la rue pendant la nuit, quelque chose m’a semblé très étrange. La terre sur laquelle je vis ne me semblait plus comme avant, ce que je voyais autour de moi ne devrait plus être là, c’était mort, cela ne fesais plus parti de se temps. Cela ne correspondait pas à ce qui est présent en moi et là où je peux sentir au plus profond de moi quelque chose qui émerge et n’est pas encore visible à l’œil nu.
Les mensonges remontent à la surface, les actions injustifiées envers autrui ne peuvent plus rester cachées. On ne peut plus l’ignorer. Non, l’intention n’est pas de juger ou de condamner. Non, l’intention n’est pas de pointer du doigt, rappelez-vous, les quatre autres… Mais d’avancer avec l’autre et ses défauts pour que l’autre ait la possibilité de grandir et cela s’applique aussi à nous-mêmes. Et vous pouvez vous libérer de ce qui ne vous appartient pas. Il n’y a plus d’évasion possible
Van de Notre Dame de Victoire verder richting de kapel van de Heilige Rita. Zelf ken ik niet veel verhalen van Heiligen en waarom ze heilig werden verklaard. Behalve fra Francicus die ik van dichtbij leerde kennen tijdens mijn tocht in 2018. Thérèse de Lisieux die de laatste 2 jaar in mijn leven is gekomen in de zoektocht naar mijn plaats op deze wereld. Yeshua, al gans mijn leven présent. Maria Magdalena sedert 2014 op mijn eerste tocht naar Compostelle en Marie liet zich voelen in 2017 in Rocamadour. Vandaag zijn ze heel present in mijn leven en kom ik nog dieper in aanraking met hen op ‘ La Voie de la Madeleine’ opgericht door Anaïs Theyskens. Het komt mijn voorbije 10 jaar pelgrimeren bekrachtigen en bevestigen. Alle elementen die mij hebben gevoed en aanwezig waren de voorbije jaren zijn present. Alchemie, het gnostische, het mystieke en vooral de weg van puurheid, authenciteit op weg naar SamenZijnInAllEenheid.
Volgens de overlevering ontving Heilige Rita van Cascia (Margarito Lottius 1381-1457) op haar 52ste tijdens een intens gebed voor een Jezusbeeld een stigma: een doorn van Jezus’ de kroon plantte zich in haar voorhoofd. De wonde zou tot haar dood openblijven en alleen tijdens een bedevaart naar Rome tijdelijk genezen. Er naast is er ook de legende van de Roos. Vlak voor haar dood in 1457 ontstond de beroemde legende van de roos. Het verhaal gaat dat in het putje van de winter, er een roos bloeide in de tuin van haar vroegere huis. Dit wonder wordt vaak afgebeeld in afbeeldingen van de Heilige Rita, die vaak met een roos in haar hand wordt getoond. Deze legende leidde tot haar associatie met rozen, die vaak aan haar worden geschonken.
Daarna stapten we verder richting de Notre Dame met de hoop en in vertrouwen dat we binnen konden tussen de vele volgeboekte reserveringsplaatsen. Ondertussen hebben we wat bijgepraat over het leven, de maatschappij, de gebeurtenissen met mijn vader, het woord trauma die ik lang niet in mijn mond durfde te nemen. In het delen hiervan kwam een duidelijke boodschap ‘Je trauma zal geheeld worden in het nabij zijn met je pa’.
Aangekomen aan de Notre Dame kregen we de boodschap dat we pas 4 uur later zouden binnen kunnen met een wachtfile van 2 uur in de rij. We waren het mee eens dat 4 uur wachten in de kou wat lang was. ‘Kom ik nodig je uit voor een koffie. De Notre Dame zal zijn deuren wel openen wanneer de tijd er rijp voor is’, zei ik tegen Rachida. Terwijl we een koffie dronken kreeg Rachida een boodschap op haar gsm : ‘la couronne d’ épine revient cette après midi à Notre Dame’. We keken elkander aan. Zonder woorden konden we elkander begrijpen. We bleven nog wat in de warmte zitten en stapten nadien terug naar de Notre Dame. “Kom” zei ik tegen Rachida “we gaan die richting uit”. De pelgrim stapte met wat steviger stappen, alsof ik geduwd werd. Ik ging in de rij staan. 4 mensen stonden naast me. Rachida kwam naast me staan. “Allé, on est parti, parti pour 2 heures d’attente”, zei ik met een glimlach tegen Rachida. Terwijl ik me wat beter induffelde om de koude te trotseren voelde ik een beweging ontstaan. “Kom Rachida volg me” plots ging er iets open en mochten we binnen zonder enige reservatie. Ik trok mijn schouders en wenkbrauwen op van verwondering. Sommige dingen moet men gewoon niet proberen te begrijpen. Gewoon ontvangen met open armen en ervan genieten. Samen met nog een andere vrouw stapten we de Notre Dame binnen. Na plaats te hebben genomen stelden we ons aan elkander voor. Een vrouw van Islamitische afkomst, dit bracht me nog meer vreugde om dit ook met haar te moge vieren. Na gans de processie kregen we de kans om de ‘couronne d’ épine ‘ te bekijken geplaatst in haar imposante reliekhouder, een krachtig symbool die mij niet onverschillig liet. De kracht die het uitstraalde was even imposant.
Ik kort mijn weekend Parijs in met één dag en keer terug naar mijn vader. Dagelijks ga ik twee uren naar het ziekenhuis om bij hem aanwezig te zijn. De tijd samen wordt ingevuld met het in orde brengen van paperassen. Hem zachtjes en met een realistische kijk op de situatie benaderen, bespreken, voorbereiden naar het idee van een verhuis naar een rust en verzorgings huis. Af en toe is verdriet aanwezig, en moedig ik hem aan om zijn tranen de vrije loop te laten. We hebben diepe gesprekken. Hij laat ze toe en gaat niet meer lopen, hmmm, wat hij figuurlijk niet meer kan. Ik kan mijn gevoelens delen en kan zelf het woord trauma bij hem ter sprake brengen. Het nabij zijn van nu brengt vage herinneringen op een diepere laag, die ergens verborgen lag in veiligheid, van momenten hoe fijn we het soms konden hebben samen. Bizar, alsof een deel vanuit mijn jeugd weggeveegd was. Hoe verder de dagen, hoe meer hij in acceptatie gaat. Een nieuwe fase in zijn leven is komen aankloppen. Tussen zijn wast, papieren, zijn zorgen ben ik begonnen met zijn huis te ledigen. Hij laat me binnenkijken in zijn leven op vele vlakken. Als ik hem zie zitten in de zetel zie ik een man die zijn kwetsbaarheid laat zien, die zich vele vragen aan het stellen is over zijn leven, die verlangens heeft maar niet durft uit te spreken daar waar het moet uit schrik om afgewezen te worden…. Wanneer ik aankom in zijn kamer is een glimlach van tevredenheid zichtbaar “Quelle nouvelle” zegt hij dan. Naast de kiné heb ik een olie klaar gemaakt om iedere avond zijn bovendij te masseren. Calophyl met een paar druppels Helicrysum, kamfer rozemarijn, hennep en gaultheria. Samen met hem observeer ik zijn been hoe het zich gedraagt en zoeken we samen uit wat we kunnen doen. En wanneer Een paar dagen geleden zei hij me “c’est le plus beau Noël que j’ai u.”.
Emotioneel kan het soms wel zwaar door wegen maar het is maar gelukkig voor eventjes. Mijn leven is momenteel herleid naar een bubbel, de zorg voor mijn pa en zelfzorg. De nood is sterk aanwezig om bij thuiskomst in mijn holletje te kruipen. Het eerste wat ik dan doe is de kaarsjes en feeërieke lichtjes aansteken. Mijn neus in mijn rozen te steken, ogen sluiten en de helende geur laten binnenkomen. Mijmeren en het stil maken en alles wat daar buiten is bestaat dan niet meer. Zalig.
Een iets is zeker ik prijs me gelukkig ook al is de situatie niet evident. Ze is helend. En ik ben dankbaar om wat er aan het gebeuren is.
Ik herinner mij de vele boodschappen in Parijs en ook deze die ik mocht ontvangen in Glastonbury toen ik naast de Chalice Well zat en de boodschap kreeg ‘est confiance à l’ombre, je mets mes mains entre tes mains’ en ‘Revient humus’ wel daar zit ik midden in. Ik word duidelijk gewaar dat er zich iets aan het voorbereiden is. Ik voel me werkelijk op mijn plaats op deze Kerstdag. Waar het Licht wordt gevierd, une re-naissance. Nog nooit heb ik Kerst op zo een manier mogen aanvoelen en subtiel gewaarworden… réel. levend.
Ik dank mijn zussen en broers op de weg van de roos voor hun aanwezigheid. Ik dank het leven voor wat het me brengt in de uitdagingen die ik ontvang. Ik dank mezelf en de liefde die ik ben, De aanwezigheid van mijn gidsen.
Om af te sluiten deel ik graag deze tekst die een hartsvriendin, Ann recent postte op haar fb pagina. Een tekst van Willem Glaudemans : wees een lichtbaken
Wees een baken van rust te midden van toenemende angst, en laat je licht helder schijnen te midden van alle beroering. ✨️✨️✨️ Wees een baken van rust en kijk achter de veelal heftige materiële veranderingen naar de noodzakelijke geestelijke evolutie. ✨️✨️✨️ Wees een baken van rust en neem je authentieke plek in binnen het weefwerk van de Al-Ene en leef je levensmissie. . ✨️✨️✨️ Wees een baken van rust en verbind je met de vele helpers en lichtgenoten om je heen. Verbind je met je ware Zelf, je levenslicht. ✨️✨️✨️ Weet dat je niet alleen bent, en laat de branding van verandering over je voeten golven en blijf stevig staan als een baken van licht 🌟❣️
Ik voel me een gezegende vrouw. In dankbaarheid.
Aan allen een fijne ontmoeting in Liefde en met het Licht. Zalige Kerst
Jeanne d’Arc
Depuis Notre Dame de Victoire on continue vers la chapelle de Sainte Rita. Personnellement, je ne connais pas beaucoup d’histoires de saints et pourquoi ils ont été canonisés. Sauf frère François , que j’ai connu de près lors de mon pelerinage en 2018. Thérèse de Lisieux, qui est entrée dans ma vie ces 2 dernières années ou j’étais à la recherche de ma place dans ce monde. Yeshoua, présent toute ma vie. Marie-Madeleine depuis 2014 lors de mon premier pèlerinage à Compostelle et Marie s’est fait entendre en 2017 à Rocamadour. Aujourd’hui, ils sont très présents dans ma vie et je les côtoie encore plus profondément depuis que j’ai commencé ‘La Voie de la Madeleine’ fondée par Anaïs Theyskens. Cela renforce et confirme mes 10 dernières années de pèlerinage. Tous les éléments qui m’ont nourri et qui étaient présents ces dernières années sont présents. L’Alchimie, le gnostique, le mystique et surtout le chemin de la pureté, de l’authenticité sur le chemin d’Être EnsembleDansToutUnité.
Selon la tradition, sainte Rita de Cascia (Margarito Lottius 1381-1457) a subi un stigmate à l’âge de 52 ans lors d’une intense prière devant une statue de Jésus : une épine de la couronne de Jésus s’est plantée dans son front. La blessure restera ouverte jusqu’à sa mort et ne guérira que temporairement lors d’un pèlerinage à Rome. A cela s’ajoute la légende de la Rose. Juste avant sa mort en 1457, surgit la célèbre légende de la rose. L’histoire raconte qu’en plein hiver, une rose a fleuri dans le jardin de son ancienne maison. Ce miracle est souvent représenté dans les images de sainte Rita, souvent représentée tenant une rose à la main. Cette légende l’a amenée à l’associer aux roses, qui lui sont souvent offertes.
Nous avons ensuite continué vers Notre Dame avec l’espoir et la confiance de pouvoir figurer parmi les nombreuses places réservées. En attendant, nous avons parlé un peu de la vie, de la société, des événements avec mon père, du mot traumatisme que je n’ai pas osé utiliser pendant longtemps. En partageant cela, un message clair est venu : « Votre traumatisme sera guéri en étant près de votre père ».
Quand nous sommes arrivés à Notre Dame, on nous a dit que nous ne pourrions entrer que 4 heures plus tard avec une file d’attente de 2 heures. Nous étions d’accord sur le fait qu’attendre 4 heures dans le froid était un peu long. “Viens, je t’invite à prendre un café. Notre-Dame ouvrira ses portes le moment venu”, ai-je dit à Rachida. Alors que nous prenions un café, Rachida a reçu un message sur son téléphone portable : “la couronne d’épine revient cette après midi à Notre Dame”. Nous nous sommes regardés. On c’est compris sans mots. Nous sommes restés dans la chaleur pendant un moment puis sommes retournés à Notre-Dame. ” Allez, dis-je à Rachida, on va dans cette direction” . Le pèlerin faisait un pas un peu plus ferme, comme si j’étais poussé. J’ai fait la queue. 4 personnes se tenaient à côté de moi. Rachida est venue se placer sur ma droite. “Allé, on est parti, parti pour 2 heures d’attente” , dis-je à Rachida en souriant. Alors que je me m’etais un peu mieux pour affronter le froid, j’ai senti un mouvement surgir. “Viens Rachida, suis-moi” soudain, quelque chose s’est ouvert et nous avons été autorisés à entrer sans aucune réservations. J’ai haussé les épaules et les sourcils de surprise. Il ne faut tout simplement pas essayer de comprendre certaines choses. Accueillez-le à bras ouverts et profitez-en. Avec une autre femme, nous sommes entrés dans Notre-Dame. Après avoir pris nos places, nous nous sommes présentés. La femme etait d’origine islamique, cela m’a apporté encore plus de joie de pouvoir célébrer cela avec elle. Après toute la procession nous avons eu l’occasion d’admirer la couronne d’épine placée dans son imposant reliquaire, un symbole puissant qui ne m’a pas laissé indifférent. La puissance qu’elle dégageait était tout aussi impressionnante.
Je raccourcis d’un jour mon week-end parisien et je retourne voir mon père. Je vais à l’hôpital deux heures par jour pour être avec lui. Le temps ensemble est consacré à la préparation des documents. Je l’aborde avec une certaine douceur et avec une vision réaliste sur la situation, en partagent, en le préparé à l’idée d’un déménagement en maison de repos et de soins. Parfois, la tristesse est présente et je l’encourage à laisser couler ses larmes. Nous avons des conversations profondes. Il les autorise et ne s’enfuis plus, hmmm, ce qu’il ne peut plus faire au sens figuré. Je peux partager mes sentiments et évoquer moi-même le mot traumatisme avec lui. Être proche ramène désormais de vagues souvenirs sur une couche plus profonde, cachée quelque part en sécurité, des moments où nous avons parfois passer du bon temps ensemble. Bizarre, comme si une partie de ma jeunesse avait été effacée. Plus les jours avancent, plus il entre dans l’acceptation. Une nouvelle phase de sa vie arrive. Entre sa lessive, ses papiers et ses soucis, j’ai commencé à vider sa maison. Il me laisse voir et approché sa vie dans de nombreux domaines. Quand je le vois assis dans le fauteuil, je vois un homme qui montre sa vulnérabilité, qui se pose beaucoup de questions sur sa vie, qui a des désirs mais n’ose pas les exprimer là où il le faut de peur d’être rejeté… . Quand j’arrive dans sa chambre, un sourire de satisfaction est visible. “Quelle nouvelle” dit-il. En plus de la physiothérapie, je lui ai préparé une huile pour lui masser le haut de la cuisse tous les soirs. Calophylle avec quelques gouttes d’Helicrysum, de romarin camphré, de chanvre et de la gaultheria. Avec lui, j’observe le comportement de sa jambe et nous réfléchissons ensemble à ce que nous pouvons faire. Il y a quelques jours de cela, il m’a dit “c’est le plus beau Noël que j’ai u.”. Cela peut parfois être difficile émotionnellement, mais heureusement, ce n’est que pour une courte période. Ma vie est actuellement réduite à une bulle, à prendre soin de mon père et à prendre soin de moi. Il y a un fort besoin d’être dans mon petit niz quand je rentre à la maison. La première chose que je fais est d’allumer les bougies et les guirlandes lumineuses. Pour mettre mon nez dans mes roses, fermer les yeux et laisser entrer le parfum cicatrisant. Réfléchir et rendre les choses silencieuses et tout ce qui est en dehors de cela n’existe plus. Je me sens béni.
Une chose est sûre, je m’estime chanceux même si la situation n’est pas évidente. Elle guérit. Et je suis reconnaissant pour ce qui se passe.
Je me souviens des nombreux messages à Paris et aussi de celui que j’ai reçu à Glastonbury lorsque j’étais assis à côté du Chalice Well et que je recevais le message ‘est confiance à l’ombre, je mets mes mains entre tes mains’ et ‘Revient humus’. je suis au milieu de ça. Je sens clairement que quelque chose se prépare. Je me sens vraiment chez moi en ce jour de Noël, là où la Lumière est célébrée, une re-naissance. Jamais auparavant je n’avais pu ressentir et vivre subtilement Noël d’une manière aussi… réelle. vivant. Je remercie mes sœurs et frères du chemin de la rose pour leur présence. Je remercie la vie pour ce qu’elle m’apporte dans les défis que je reçois. Je me remercie et de l’amour que je suis, Je remercie la présence de mes guides.
Pour conclure, j’aimerais partager ce texte qu’une amie chère, Ann, a récemment publié sur sa page Facebook. Un texte de Willem Glaudemans : soyez un phare de lumière
Soyez un phare de paix au milieu d’une peur croissante, et laisse ta lumière briller brillamment au milieu de toute cette agitation. ✨️✨️✨️ Soyez un phare de paix et regarde derrière le souvent intense changements matériel importants vers la nécessaire évolution spirituelle. ✨️✨️✨️ Soyez un phare de paix et prends ta place authentique dans le tissage du Tout-Un et vivez votre mission de vie. . ✨️✨️✨️ Soyez un phare de paix et connectez-vous avec les nombreux aidant et des compagnons autour de vous. Connectez-vous à votre vrai Soi, votre lumière de vie. ✨️✨️✨️ Sachez que vous n’êtes pas seul, et laissez la marque du changement des vagues sur tes pieds et restez ferme comme un phare de lumière 🌟❣️
Je me sens comme une femme bénie. En gratitude. .
Une belle rencontre dans l’Amour et avec la Lumière à tous. Joyeux noël
Na het telefoontje met de arts voelde ik onrechtvaardigheid. En wanneer er onrecht is, voel ik de krijger in mij wakker worden. Krachtige energieën draaiden afwisselend in mijn lijf. De ene vanuit richting de aarde, de ander van boven uit. Mijn stem blokkeerde bij de lage energie, bij de hoge energie het gevoel van flauw vallen. Een voortdurend jojo effect. Deze beweging deed me terug reflecteren in het verleden. Angst.
Hmm, terwijl ik dit nu neerschrijf. Kan ik linken leggen wat daar gebeurde. De krijger is dit stuk van mezelf die zich onterecht aangevallen voelde in haar jeugd en die de bovenhand probeerde te nemen op de angst. De krijger is dit deel van me die vele jaren in overleving leefde en haar hart beschermde, tot ik in 2018 besloot om nooit meer mijn hart te sluiten voor angst. Want angst is het tegenovergestelde van Liefde. Nu begrijp ik ook dieper de nummer 11 die al een paar maand op mijn pad is gekomen.
Dit oude stuk ligt flinterdun aan de oppervlakte. Gans mijn lijf schreeuwt om hiervan bevrijd te worden. Het onderwerp vader, patriarch, hiérarchie, het instituut, machtsmisbruik ligt voor mijn voeten. Klaar om het in handen te nemen en te verwerken. Hoe? Heel eenvoudig in Liefde.
Ik kreeg recent een opmerking ” Waarom ga je dan nog naar je vader.? Heel eenvoudig zonder mijn vader was ik er niet, het is een mens, en iemand die zelf pijn heeft. En ook al had ik een opflakkering van angst en zit daaronder nog wat verdriet en pijn, deze is vandaag van een andere orde. Ze is zachter geworden, draagbaar, ook al komt er plots een opwelling uit het niets (dit was trouwens een eeuwigheid geleden) ik durf te zeggen de pijn is liefde geworden.
De weg die ik reeds deed heeft me geleerd zorg te dragen voor mezelf, mijn grenzen te trekken en hier ben ik mijn vader dankbaar voor. Hij is de spiegel in dit verhaal. Zonder hij zich daarvan bewust is leerde hij mij door zijn daden dat begrenzen noodzakelijk was. En dat alleen, heb ik in eigen handen, begrenzen. Ik neem mijn souvereniteit in handen, ik wens mijn naam met eer te dragen Jasmine Marie Josée Debels en wens wat niet van mij is, bij hen te laten.
Tor in Glastonbury
Tussen Glastonbury en Parijs ga ik terug op bezoek bij mijn vader. Zijn tweede OP is achter de rug. De helse pijn is verdwenen en zijn gezicht is wat opgelucht. Het klagen en zagen laat ik opzij en kan ik plaatsen en is ook niet onterecht. Ik hoor het en probeer daar niet veel aandacht aan te besteden om hem mee te nemen in de richting van een genezende revalidatie, zodat hij zoveel als wat nu mogelijk is, zijn zelfstandigheid kan terug winnen om op eigen benen te staan, zowel letterlijk en figuurlijk. Hij verloor echter veel van zijn kracht, de angst van die helse pijn is nog te lezen bij iedere oefening of beweging, de snelheid van de verzorging zorgt ervoor dat hij zich niet gehoord voelt. Psychisch heeft hij een fikse deuk gehad. Ik sta hem hierin bij en kijk samen met hem naar die angst tijdens het bewegen van zijn been. Wat de verpleging niet doet of weinig belang aan hecht, neem ik over. Luisteren, nabij zijn en kleine spulletjes die voor hem in het Nu veel betekenis hebben en er voor zorgen dat het aanwezig is. Een plastuit dichtbij zetten zodat hij nog het gevoel kan hebben hier zelfstandig in te zijn. Een nepkaarsje. Een glaswater zetten. Zijn voeten masseren. Zijn tincturen. Een rugkrabber. Een schriftje en balpen zodat alles wat bij hem opkomt kan noteren. Allemaal kleine dingen die voor hem zijn waardegevoel kan terug brengen. Hij deelt het verdriet over zijn hond die plots ziek was de dag vóór zijn hart operatie en die in stilte is heengegaan. Niets is zomaar. “Papa, ik ben even terug weg voor 3 dagen. Je hoeft je geen zorgen te maken. Alles is geregeld, kledij is voldoende op voorraad en ben bereikbaar via telefoon.” Hij was nieuwsgierig naar mijn reis in Glastonbury en vroeg me om een oliesel te creëren voor hem.
Ik vertrok richting Parijs waar ik na een nachtje meditatie in de Sacré Cœur, werd meegenomen doorheen Parijs door Rachida. Ik ontmoette haar voor de eerste keer op de pelgrimsweg van de aertsengel Michael, één van de 7 wegen van de Notre Dame. Er was onmiddelijk een connectie, een diep weten en verbondenheid. Ik liet me leiden en kwam van de ene krachtplaats in de andere. Ik kreeg voortdurend boodschappen en antwoorden, van wat ik reeds heb verwezenlijkt, wat mijn weg in het Nu is en wat me te doen staat. Op plaatsen waar er een boodschap was begon mijn hart te bonzen, tranen van vreugde rolden over mijn wangen.
Ik stapte binnen in de Notre Dame de Victoire. Net als ter hoogte van het beeld Notre Dame de la Mer in de Sacré Cœur, zonder te weten dat het beeld deze naam droeg en ik verwonderd was een vis op de grond te hebben gezien, waar ik in mezelf zij ‘wat doet een vis hier op de grond terwijl we op een heuvel staan’ begint mijn hart hevig te bonzen. Ik bleef aandachtig bij het signaal die mijn lichaam me bracht zonder te willen invullen met mijn hoofd. Met behulp van mijn ademhaling, een krachtige tool, die waar we ook gaan, we altijd bij ons hebben om het balans te houden tussen de energieën die in en rond onszelf draaien. In wijzerzin stapte ik naar de kapel van Thérèse de Lisieux. Ik nam een beeld van de tekst présent op het altaar. Wanneer ik deze bekeek zag ik een kleine blauwe plek op de foto die mijn aandacht trok. Ik zag Notre Dame de Terre in het vet en Mère du Ciel. Bij het nemen van een beeld van de kapel zag ik in de rechter beneden hoek iets die mijn aandacht trok. Een roofvogel, de arend. Een roofvogel, de imposante arend waar ik me al sedert mijn kindertijd sterk verbonden mee voel. Ik stapte richting de volgende kapel. Van links beneden ging mijn blik rechts opwaarts mee in de richting van de blik van de arend mijn ogen rusten op een pen en een boek. Ik ontving een duidelijk boodschap ‘tu doit écrire (je moet schrijven)’. Eventjes had ik een flits van mijn denken ‘ik moet, ik moet niets’ hmm, mijn beetje rebels zijn liet zich even horen. Mijn ervaring op de weg heeft me geleerd dat men niets kan weigeren aan de duidelijke boodschappen die ik ontvang, ik zou me enkel brutaliteit aan doen. De boodschappen zijn trouwens zo gelijnd, zuiver en puur dat er geen twijfel mogelijk is. Dit is trouwens voor mij de enige stem, waar ik weet dat je niets kan ontzeggen en waaraan ik aan gehoorzaam. In de volgende kapel stond ik voor het beeld van l’enfant Jesus. ‘Ton enfance seras guéri’. Ik nam een diepe zucht, mijn ogen werden nat. In de vierde kapel zag ik de Pieta ‘tu est consolé’… en onmiddellijk zag ik het beeld van Bernadette de Lourdes. ‘Wie is zij weer’, stelde ik me de vraag en zag de gebedsnoer in haar handen. Notre Dame de Lourdes, het beeld die ik vond in de schuur verborgen in een kist onder een dikke laag vuil in Watou. De ene boodschap n’a de andere bracht me vreugde en voelde helend aan
Op 4 november nam mijn vader na een lange stilte terug contact met me ‘Bonsoir Jasmine , bonne nouvelle, le 20 novembre je rentre en clinique…’ een nieuwe aorta klep. Eerst wist ik niet wat ik ermee moest aanvangen. Is het sarcasme, humor, een onrechtstreekse boodschap ‘ik heb je nodig’, het niet weten hoe anders te formuleren vanuit onwennigheid na die lange stilte of een beetje van dit alles. ‘Dankjewel om het mij te laten weten, zou je het fijn vinden dat ik kom?’, zei ik hem.
Het is vandaag een maand geleden dat ik verhuist ben van Watou naar Menen. Het afsluiten voelde juist en goed. De gebeurtenissen ginder hebben mij intense spiegels gegeven met een fikse bevalling. De spiegels hebben mij geholpen in het verder groeien op mijn weg. Ik deed er wat ik moest doen, wat ik voelde wat juist was en handelde vanuit het hart. Ik heb er letterlijk en figuurlijk opgekuist.
De week van mijn verhuis is het al best druk geweest. Verhuizen, de zorg voor mijn vader. Eerst kreeg hij een nieuwe aorta klep. Alles verliep goed zowel de operatie als ons contact. Hij liet me nabij komen, het voelde fijn. In zijn delen hoorde ik zaken die ik toch met ene voorzichtigheid tot me nam. Met die zelfde voorzichtigheid ben ik ondertussen stappen aan het nemen voor zijn eigen goed en mijn eigen veiligheid want ik ben me bewust dat alles wat nu is in een handomdraai zou kunnen keren.
Mijn papa heeft Parkinson en bij mensen die deze diagnose hebben kan het soms gebeuren dat het ene been niet reageert op de hersenprikkels en vallen ze. Zo viel hij 3 dagen na zijn hartoperatie en brak hij zijn dijbeen. Na deze operatie leefde hij een week met een helse pijn. Tijdens de revalidatie werd hij gedwongen, geforceerd om te bewegen, kreeg hij verwijten naar zijn hoofd omdat het niet volgens hun zin was. De mens werd eerder benaderd als een voorwerp, die breuk, dus die zorg. Maar wat met de achterliggende symptomen wegens leeftijd, Parkinson, pijn, narcose. Plassen moest gebeuren op een order. Tijdsdruk?! De tijd werd meer gespendeerd achter een scherm dan met de patiënt. Is dit vooruitgang?! De holistische visie van Florence Nightingale is ver zoek. De helse pijn, bracht angst met zich mee en kortsluiting in zijn hersenen. Spanning en angst was te lezen op zijn gezicht en gans zijn lichaam was verkrampt.
In die week kwam als een boomerang de fysieke herinneringen terug aan de oppervlakte vanuit mijn jeugd. Het oud overlevingspatroon die ik als kind leerde hanteren kon ik niet meer inzetten. Wanneer de sociale helpster een vraag stelde aan mijn vader, voelde ik mijn lijf ineen krimpen bij het zien van zijn gezicht. Terwijl mijn buik als een ballon aanvoelde, en rood zag. Angst was voelbaar en tranen vloeiden. Ik kwam uit het ziekenhuis en voelde gans mijn zijn ‘en nu is het genoeg geweest’. daar is je doel en er komt een duidelijke ‘STOP’ in de beweging waar je inzit. Een onomkeerbaar punt.
Op dit onomkeerbaar punt stond ik in de opening van een grote poort. Achter mij was er enkel zwart in een vaste vorm. Voor mij Licht en de zon die door een lichte mist mij uitnodigde om de zwarte vorm achter mij te laten.
Een oud leerkracht sprak me aan ‘je hebt toch wel een trauma gehad in je jeugd. Het kwam binnen. Voor de eerste keer verwelkomde ik het woord trauma en durfde ik het uit spreken. Het woord stond voor mij gelijk aan ‘ mijn ouders veroordelen’ wat absoluut niet mijn intentie is. Ieder mens draagt namelijk een eigen bagage.
Ik voelde me klaar om dit nader te doorvoelen. Daardoor kreeg ik rust en de fysieke symptomen kon ik ze sneller plaatsen. Ik belde een hartsvriendin om raad en of ze iemand wist om daar rond te werken. Nadien was er even tussen uit en bracht ik vier dagen door in Glastonbury waar ik een initiatie over zalving en heilige oliën volgde. Het was verrijkend, boeiend en telkens wanneer ik daar ben geweest voel ik dat er iets veranderd is.
Die vier dagen deden mij ook deugd. De maandagmorgen vóór mijn vertrek kreeg ik een bericht ‘Je papa moet terug geopereerd worden’. Een fissuur die reeds zichtbaar was vóór zijn eerste OP maar niet behandelt, brak tijdens de geforceerde revalidatie. ‘Dokter een week heeft mijn vader met een helse pijn geweest, zelfs zover dat hij euthanasie wou’. ‘Dat wist ik niet’, antwoordde hij.
Hmmm, nu weet ik waarom het huis nr 34 in Menen mij werd aangeboden om er te wonen. Ik ben amper op 5 minuten verwijderd van mijn vader. Niets is zomaar.
Terwijl ik onder de Linde boom sta met de gekleurde en al reeds een tapijt aan bladeren op de grond, wordt ik me bewust dat mijn 4 de seizoen hier in Watou ten einde loopt.
Toen ik laatsleden te horen kreeg dat ik hier weg moest, krijg ik sedertdien continue de nummer 11 te zien. En nog altijd sedert mijn tocht ‘Mare a Mare- Mer à Mer-Mère à Mère’, 2 jaar geleden de nummers 31 (4) en 71 (8) te zien. Soms zo veel dat het me overdonderd.
Maandag zat ik ergens een koffie te drinken. Aan het venster staat een lamp. Toen ik in het venster keek was de reflectie van de lamp een 11. In de namiddag had ik een één op één sessie met Anaïs Theyskens. Na een korte uitleg over het huis, de gebeurtenissen hier in het dorp in de laatste week van mijn 9 maanden hier hebben gewoond en mijn vertrek naar de Mont Saint Michel, mijn gewaarwordingen. Ligt er een kaart op tafel een 11, met een bliksem als beeld. De kaarten op tafel wijzen erop dat ik iets mag doorbreken. Opzoek mag gaan naar een veilige thuis, waar ik mag Zijn, vrijuit spreken zonder ik me moet inhouden…
’s Avonds schrijf ik een brief naar de Aertsengel Michaël en vraag ik om mij te helpen om koorden door te knippen.
’s Anderendaags bij opstaan schrijf ik een brief naar Thérèse de Lisieux en vraag ik haar aanwezigheid en hulp. Dankbaar dat Anaïs op mijn weg is gekomen.
Toen ik in een paar maanden geleden ‘les 7 routes’ de pelgrimstocht van de Aertsengel Michaël aan het stappen was. Werd ik in de laatste week gewaar dat Bretagne me riep, me aantrok. Beetje verwonderd niet wetend vanwaar dit gevoel. Dit liet me niet meer los. En ergens diep van binnen weet ik dat ik die roep te volgen heb.
Het is al een paar jaar dat Frankrijk me aantrekt en dat ik stappen onderneem maar uiteindelijk kwam het er niet van. Er was altijd wel iets die er tussen kwam. Of was het angst. Ja, deels wel. Angst voor het onbekende, alhoewel wanneer ik op pelgrimstocht ben is iedere dag iets onbekend en toch heb ik het volledig vertrouwen in wat het leven me brengt en schenkt. Waarom zou ik dit hier dan niet vertrouwen. Omdat er een gevoel aanwezig is van ‘achterlaten’. Mijn loyaliteit naar mijn ouders.
Ik voel de laatste week mijn lijf in spanning gaan. De zoektocht naar een woonst speelt me parten en zorgt ervoor dat mijn vrij ademen belemmert wordt. Stress. Ik voel me bij de keel gegrepen. Nog maar 2 maand om een woonst te vinden.
Vorige vrijdag ga ik even op stap naar Oost Vlaanderen naar de huidarts. Ik beslis bij de terug keer even in Gent af te stappen om een kaart te halen van Bretagne. En kies ervoor één trein later te nemen. Op het spoor roept iemand me. Mijn nicht, familie langs mijn moeders kant. We praten bij en delen wat ons leven van de laatste maanden.
Bij aankomst in West Vlaanderen zie ik een bericht op mijn gsm “Als je wilt mag je in het huis van mama gaan wonen. “. Het huis van mijn tante. Ik word gewaar dat dit van alles met me doet….. Help…. Mijn hoofd slaat op hol. Bretagne, Menen, doorbreken, ik voel me uitgedaagd… Het gevoel dat ik één stap vooruit zet en twee achteruit. Waarom Menen, die net te maken heeft met iets doorbreken. Een fikse huilbui barst los. Kort en krachtig. Ik herpak me. ‘Jasmine, komaan blijf bij de pinken. Wat heb je nu in de eerste plaats nodig. Een dak boven je hoofd waar het veilig en warm is. ‘ ja maar en Bretagne dan. Jasmine gun jezelf wat rust nu. Ook al zou je niet meer voor Menen kiezen. Het is maar provisoir. Zo was ik een monoloog aan het voeren. Ik kwam rustiger en nam spontaan mijn pendel. Dit was een eeuwigheid dat ik deze had gebruikt. Ik kreeg op al mijn vragen een ‘Ja’.
Even naar Menen als tussenpauze om in alle rust een woonplaats te gaan zoeken in Bretagne. Dit heb ik NU nodig.
De dag nadien stuur ik een bericht dat ik het voorstel aanneem…. Mijn nicht maakt me er attent op dat we vrijdag de 11de zijn…
De rust komt terug. Wat heeft die huilbui deugd gedaan. Het ene en het andere word me duidelijk.
Op een bepaald moment komt er een beeld en boodschap binnen. Ik zie een stuk land vanuit vogelperspectief en een spiraal die uitreikt van zee naar zee.
Plots kan ik zien en wordt ik terug gereflecteerd naar momenten op mijn 9 jaar pelgrimeren waarbij bepaalde gebeurtenissen zuiver op één lijn komen te liggen. In 2018 (11) wees een triskele me de weg naar Monte San’t Angelo en kwam ik op de lijn terecht van de aertsengel Michaël terecht zonder ik het bestaan ervan af wist. De Triskele staat in het midden van de Keltische vlag die de 8 Keltische Naties representeren waaronder Bretagne.
Rocamadour was de eerste plaats tijdens mijn pelgrimeren waar er voor mij dingen gebeurden die ik mentaal geen plaats kon geven. 3 dagen kreeg ik huilbuien niet weten vanwaar het kwam er was ook geen oorzaak om. De eerste dag begon het in de ruimte waar een zwarte madonna staat en boten hangen (die ik pas 3 jaar nadien had gezien na mijn tocht Mare a Mare) . De tweede dag stond ik er bovenaan op de rots recht over een kruis aan de andere kant van de rivier. Ik liep een kruisweg in omgekeerde richting. De derde dag waar ik op het binnenplein van het Sanctuaire stond. Ik zag de deur van de hoofdingang, de trap naar binnen en stond aan de eerste kapel van Johannes de Doper. De manier hoe deze plaats gebouwd is, in een spiraal was voelbaar en zichtbaar in mijn lijf. En dan het moment dat men mij vroeg of ik deurwachter wilde worden van het sanctuarium. Zorg dragen voor het sanctuarium, voor deze krachtplaats. Wat een mooi en waardevol gebaar mocht ik toen ontvangen. En hoewel dat ik vereerd was en de behoefte zeker aanwezig was toch voelde ik dat de tijd er niet rijp voor was. En wat heb ik dit goed mogen aanvoelen. De dag toen ik Rocamadour verliet kwam ik bij een man terecht. Hij wist me te vertellen “dat heb je goed gewaar geworden Rocamadour ligt namelijk op een leylijn.”
En dan mijn tocht Mare à Mare. Met het woord ‘Mira’ die ik 3x ontving in een droom en me nadien duidelijk de weg toonde richting ‘Magdala’ waar Thérèse de Lisieux op mijn weg kwam en me uiteindelijk naar hier bracht. Telkens geraakt en aangesproken worden op plaatsen waar Maria in verbondenheid staat met het water, wat ze eigenlijk altijd is. Madre de la Barca in Muxia in de Finistère in Spanje, het houten kerkje van Maria in Mira. Notre Dame de la Baie in Saint-Pair- sur-Mer.
Rocamadour blijft in mijn Zijn aanwezig en ik wordt gewaar dat er iets is die aan het licht wens te komen. Ik herinner me een verhaal van een bel ‘La cloche miraculeuse de Rocamadour’, een boot, water. Ik ben nieuwsgierig en zoek op. Deze wonderbaarlijke klok, is vervaardigd vóór de 9e eeuw en is van zeer zeldzame makelij. Deze werd gesmeed en niet gegoten, zonder windlade, met een soort handvat om hem aan de kluis te hangen. Ze getuigt van de bescherming van de Maagd Maria, “Ster van de Zee”, voor zeelieden in gevaar. Aan de muur kan men data terug vinden waarop de klok uit zichzelf begon te luiden tijdens de gebeden en tussenkomst van Maria. Beetje verder in de tekst zie ik staan ‘A Camaret sur Mer, une chapelle est érigée en l’honneur de Notre-Dame de Rocamadour.’
Ik zoek op waar Camaret sur Mer ligt… In de Finistère in Bretagne op een paar 10 tallen kilometer van een Leylijn van Arcangel Michaël.
De wind blaast hard in het rond. Tussen kleine buien heen maai ik het gras af om dan nadien met de bosmaaier doorheen de tuin te wandelen. Een emmer vol noten staat te wachten om gekraakt te worden, maar eerst wat drogen. Ik vul een mand met wat hout om straks de kachel aan te steken. Wanneer ik naar binnen stap zie ik de warme gloed van de avondzon op de witte muur, een schouwspel van dansende bladeren en takken is zichtbaar. De schoonheid van het schouwspel raakt me, zachtheid, tederheid, liefde…. een traan komt vrij. ‘Wat zal ik dit missen, wat zal ik deze plaats missen. Jasmine laat dit gemis maar toe. Dit mag er zijn’, gaat er door mijn hoofd.
Toen ik op een avond in augustus via WhatsApp te lezen kreeg dat ik 4 maand de tijd had om het huis te verlaten. Dacht ik even dat ik verkeerd las. Ik wreef in mijn ogen alsof ik dacht dat het niet reëel was. Tot de tekst letterlijk bij me binnenkwam. Het voelde aan als een shock. De tranen stonden me nauw nabij. Ik kom ze echter niet de vrijheid geven, naast mij lagen mensen reeds te slapen. ’s Morgens bij het opstaan werd mij gevraagd heb je goed geslapen? Toen ik hen vertelde dat ik onrustig had geslapen en de boodschap met hen deelde. Zag ik een groep mensen die elkander aankeken. Het was een algemene stilte. Tot iemand de draad terug oppikte over zelfgemaakte confituur. Ik werd gewaar dat ik er alleen zat, geen verbondenheid was voelbaar aan tafel. Op dit moment kon ik niet reageren.
In de morgen toen we aan het stappen waren kwam een gesprek op hang onder vrouwen. We hadden het over macht, machtsmisbruik, patriarch, grensoverschrijdend gedrag. En toen kwam het voorbeeld van het waarom dat ik het huisje moest verlaten. Er kwam een reactie en ik begrijp ook vanwaar ze kwam “oh, weet je er staat wel iets mooiers op je te wachten”, zei iemand me. “Weet je, ik begrijp wat je zegt en diep van binnen en uit ervaring kan ik je hierin bevestigen en volgen. Er komen zaken op ons pad om verder te groeien en ik geloof dat alles ook wel een reden heeft. En wat ook is dat er vaak veel te snel zo een zin gebruikt wordt een vervelende situatie niet onder ogen te moeten zien, weg te lopen van iets die vervelend is en dit verwijderd mensen van elkaar. Alleen in het Nu is dit gebeuren aanwezig, is het een realiteit en maakt het me verdrietig en wens ik dit onder ogen te zien. Heb ik nood aan steun, een schouder om op te huilen. “
Tot vandaag kon ik mijn verdriet niet toelaten omdat de situaties voor mij niet veilig voelden. En in die situaties leerde ik overeind te blijven en het vanuit een positieve kant te zien net zoals de zin ‘er komt wel iets beters’ en dan hoor ik mezelf nog zeggen ‘och, ik heb hierdoor ingezien dat als ik nu verhuis er meer tijd zal zijn voor dingen die ik graag zou willen doen en mijn creativiteit op een andere manier inzetten. Alt blokfluit spelen, tekenen en andere creative bezigheden. Ipv een dak te repareren, een muur te voegen voor een ander. Ik zal het nu voor mezelf doen ipv aan ander. ‘ En toch deed ik het voor mezelf, ik creëerde een warm nest.
Ik was mezelf aan het sussen.
Sedert ik terug ben, ben ik in een vorm van een leegte terecht gekomen. Een leegte die ik ken doorheen mijn leven… Verloren wortels. Alsof ik hierbij bestaansrecht verlies. Niet welkom.
Het in de tuin werken vandaag deed me deugd, er was zachtheid, rust en vooral liefde was voelbaar. Liefde voor deze plaats, liefde voor wat ik hier heb gecreëerd. Liefde in Mezelf. Liefde om dit te kunnen doen. Blijheid voor wat ik hier heb verwezenlijkt, ook al is dit het huisje van iemand anders. Ik creëerde een thuis. Voor de eerste keer in mijn leven had ik een warme nest. En voor dit nest zal ik tot op de laatste dag dat ik hier zal vertoeven het met veel liefde zorg voor dragen. Ook al vind ik de manier en het waarom ik aan de deur wordt gezet beneden alle peil. Het zaad die ik hier heb gezaaid zal vroeg of laat ontkiemen, en het zaad in mezelf gaat met me mee waar ik ook zal terecht komen. Maar voor nu wens ik de tranen toe te laten en afscheid te nemen. En tranen maken vrij.