Kom Ombo

Chapel of the Hearing ear

Vandaag vertrek ik terug noordwaarts na een dagje terug reizen van Abu naar Aswan.
Met een chauffeur van Indrive waag ik me doorheen het land van ‘Aladin en Jasmine’ richting Kom Ombo. Zo voelt het wat… liefde voor het land.
De taxichauffeur heeft een veilig en vlot rijgedrag waardoor ik me zo op mijn gemak voel dat af en toe mijn ogen zich sluiten. Rechts van mij zijn af en toe kleine lemen dorpen te zien met hun plaatselijke markten, waar groenten en fruit onder vervallen stalletjes worden verkocht tussen kleurrijke plastieken voorwerpen van goedkope minderwaardige kwaliteit.

De chauffeur vertelt me dat hij nog nooit naar Kom ombo is geweest, terwijl hij amper op 45km daar vandaan woont. Dit doet me denken aan mijn jeugd toen ik de verhalen hoorde van mijn grootouders toen ze klein waren. Ze hadden toen nog nooit de zee gezien. Dit is zo een honderd jaar geleden. We zijn anno 2023.

De vele dikke vluchtheuvels vertragen het verkeer nabij de dorpen en zijn ook vaak aanwezig om de lange trajecten te doorbreken. Men kan ze onmogelijk uit de weg gaan of je ligt wat verder omgekeerd op de baan. Met alle gevolgen van dien zowel voor de wagen, jezelf en de ander.
Daar waar ik nu al ben geweest staan er weinig tot geen verkeerslichten en als die er staan dan functioneren ze niet.
Zebrapaden werden hier lang geleden op de grond geschilderd en zijn ondertussen door de jaren uitgeveegd.
Hier in Egypte hebben ze dat ook niet nodig. Auto’s rijden soms zelfs zonder lichten. De automobilisten, voetgangers
bewegen zich met elkaar. Soms kan ik een eindje blijven staan op de hoek van de straat en het gedrag observeren tussen hen en ik heb hier niet de indruk dat er opmerkingen worden gegeven naar het gedrag van anderen op de weg. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid aanwezig. Tolerantie en geduld is noodzakelijk en heb je dit niet dan leef je hier continue op de toppen van je tenen.
Een bejaarde vrouw steekt haar hand uit, traag en uitkijkend steekt ze over, en de automobilisten stoppen voor haar.
Als ik al iemand hoor klagen dan ben ik het wel zelf. Daar waar ik mijn geduld verlies omwille van het teveel aan prikkels en vermoeidheid. Word ik me bewust hoe geconditioneerd ik hierin was. In onze cultuur zijn zoveel regels en wetten om de mens in een bepaalde richting te laten bewegen omdat men het idee heeft zo vrij en veilig te kunnen bewegen. Hier dien ik deze conditionering opzij te plaatsen omdat het hier anders werkt, zoniet blijf je lang staan daar waar je over wil steken. Graag zeg ik ook vaarwel in wat die conditionering mij heeft aangeleerd, namelijk de angst om omver gereden te worden. Ik herinner me goed dat die angst me in kwaadheid bracht die ik kon uiten naar mijn tegenligger of naar diegene die net naast me raasde waar ik de wind in mijn broekspijpen gewaar werd. Het uiten was niet zozeer naar de persoon zelf, wel naar de agressieve handeling die ik gewaar werd in mijn lijf en die op zijn beurt agressiviteit bij mij opwekte. Het werkte als een razendsnelle ontlaadklep. Waarom omdat ik niet in eigen lijf aanwezig was of er werd uitgehaald omdat angst me niet toelaat om in eigen center te vertoeven.
Vanuit die angst kan een mens zich superieur of sterk gaan voelen door zich te verbergen achter de wet en de regels. De regels ‘ik heb voorrang’ , het ‘ik heb het recht’ , de wettekst zegt, jij niet ikke wel…. blabla…bla.
Een conditionering die ervoor zorgt dat de mens zichzelf niet meer in vraag stelt als men niet bewust in het leven staat. Een conditionering die er geplaatst is ‘ voor nep veiligheid, nep vrijheid. Want zo gebruiken we onze eigen antennes niet meer en leren we zo niet in eigen kracht te leren gaan staan. Wel de wet van de sterkste creëert. Voor mij is er een verschil tussen sterk en kracht. Een conditionering die gevolgen heeft op de samenleving want naar mijn gevoel duwt het de mens een groot deel weg van het samenleven naar afstand met elkaar.
Dan denk ik aan de extra straatverlichting die men plaats rond de scholen, de zebrapaden die extra worden verlicht met ledlampen. De zoveel overloaded verkeersborden langs de straat dat als men er eentje veranderd het men gewoon niet meer ziet.
Dienen we extra straatverlichting toe te passen of is er eerder een tekort aan licht in onze bovenkamer en opening in ons hart!

Na de Kom Ombo tempel met zijn – bas reliëf waar de dagen, maanden en oogsttijd geschreven staat. Bas reliefs die verwijzen naar de hun specifieke theologie die werd opgebouwd door nauw in contact te zijn met het universum en plaatselijke gewoontes. Deze cultische liturgieën, hun geheimen zijn verloren gegaan na het doden van de vele monniken die er leefden – verlaat ik deze plaats richting het station van Kom Ombo.

De jonge tuktuk chauffeur zegt plotseling “Mooie ogen madam”. De gekende wederkerig zinnen in het Engels die vele jonge chauffeurs hier gebruiken om contact te leggen met de vrouwelijke passagier. Aan de tuktuk tel ik wel 4 à 6 achteruitkijkspiegels die hij één voor één juist zet om me kunnen zien.
Aan de snelheid dat hij auto’s voorbij steekt of dwars rijd zou hij de prijs kunnen halen voor de meest behendige chauffeur zonder iemand te raken en een bonus binnenhalen om vrouwen te versieren.

In het station in Kom Ombo. Neem ik plaats naast een vrouw nadat ik zit te wachten voor de trein naar Luxor, waar ikzelf niet zeker ben of die er komt. Ze probeert contact met me te nemen. Niet evident wanneer zij geen Engels praat en ik de Egyptische taal niet ken, gelukkig is de verbinding er wel en is de communicatie herleid tot lichaamsgebaren. We delen een delen en ze trakteert me op een zoetigheid.
Ik begrijp dat ze aanraad om de lokale trein te nemen naar Aswan om dan terug van daaruit terug over Kom Ombo te rijden naar Luxor. Zo gezegd zo gedaan. Op het laatste moment volg ik mijn instinct en spring ik op dezelfde trein met haar naar Aswan.
Op de trein zie ik haar hand stilletjes in slow motion naar beneden dalen. Ze valt in slaap.
Het valt me op dat de lokale trein waar ik opzit in 2de klasse netjes en ruim is, het tegenovergestelde van 1ste klasse – VIP trein, zogezegd aangeraden voor de toeristen, die donker, vuil, niet onderhouden is met kapotte zetels.

In Aswan stap ik onmiddellijk naar het guichet en koop ik er een ticket voor Luxor. “Welke”, vraagt de man aan het guichet “1ste klasse-Vip het is beter voor je”. “Neen, dankjewel. Ik heb net de ervaring dat dit geen realiteit is. Ik kom net uit een nette 2de klasse trein. Graag de eerst volgende.” ” Je hebt de keuze uit de Spaanse, de VIP of de Russische” ” Graag de eerste trein die langs komt meneer”. De mannen aan het guichet moeten de toeristen aanmoedigen om de 1ste klas – VIP te gebruiken, de reden het prijskaartje.
(VIP 465 EGP of 20 euro = 660 EGP dus je betaald teveel wanneer je in euro betaald wat overeen komt met een maaltijd of 1 nacht slapen in hostel. De Spaanse/ Russische trein betaal je 330 EGP of 15 euro voor hetzelfde traject en tijd)
De eerstvolgende is een Russische die ik blijkbaar met nog andere toeristen neem. Een nette, ruime, goed onderhouden trein met airco en vaste zittingen. Zalig.

Rechtover mij ontmoet ik een Vlaming. Hij is zo blij dat hij na maanden rondreizen in verschillende landen eindelijk eens Vlaams, Nederlands kan praten. Zo blij dat hij van geen ophouden weet en zo de tijd voorbij vliegt wanneer we aankomen in Luxor. En ik, ik genoot van zijn vreugde.

Klik HIER voor meer afbeeldingen

Abu Simbel

Abu Simbel tempel of Néfertari and Hathor

Ik wandel een rustige stille ochtendwandeling zonder omringende gemotoriseerde voertuigen richting de tempel van Abu Simbel.
Één zacht gele oranje vuurbol laat zich zien aan de horizon en weerspiegeld in het water van de Nijl en het meer van Nasser.

Plots sta ik voor de grote tempel.
Kijkend naar deze grootsheid probeer ik me in te beelden hoe dit moet geweest zijn om dit te bouwen. Denkend aan de vele handenarbeid, de vakmannen en hun kunde, de vele zweetdruppels die in de aarde zijn gedrongen.
Ik neem de rust om dit alles in mij op te nemen en wandel de ene ruimte na de andere in. Wat immens buiten is, is immens binnen. Behalve de verwondering van dit enorm mensenwerk voel ik geen verbinding met deze plaats.

Wanneer de autobussen aankomen wordt het voor mij teveel en verlaat ik de tempel. Na bijna twee uren hier aanwezig te zijn voel ik dat het genoeg is geweest en vertrek ik richting mijn hotelkamer. Wanneer ik zie dat er nog een tempel is ernaast, wat mij ontsnapt was door de grootsheid van de eerste, neem ik de moed bijeen om ook deze te bezoeken. Het zou jammer zijn het niet te doen nu ik tot hier ben gekomen.
Wat een verademing. Bij het binnengaan wordt ik onmiddellijk een fijne zachte energie gewaar. Ik richt mijn hoofd naar boven en zie op de pilaren gezichten afgebeeld van Hathor. Blijkbaar weet deze godin me wel te raken. Ik wordt aangetrokken als een magneet door een lichtpunt dieper gelegen in de tempel. Ik volg en ga er rechtop af. Mijn ogen wijken niet af, een grote vreugde is aanwezig en wanneer ik ervoor sta wordt deze alsmaar groter. Een mandorle vorm is zichtbaar badend in het licht. Ik voel dat de aantrekkingskracht hier niet stopt in de zichtbare ruimte, het gaat voorbij de vorm, een oneindige diepte.

Ik blijf wat in de tempel en geniet van wat hier aanwezig is. Ik geniet van het zien hoe mussen hun kleintjes voeden op de steen van het sanctuarium. Ik observeer even de mensen om te zien of ook zij iets gewaarworden. Alleen, wat ik vooral zie is dat men geen tijd neemt. Klikklak en wegwezen. Zo spijtig.

Wanneer ik terug aan de ingang ben stap ik binnen in het kleine zaaltje waar ik de geschiedenis kan zien van Abu Simbel.
De grote tempel is genaamd naar Ramesses II en de kleinere aan Hathor en Néfertari. Beide tempels werden uit de berghelling gehouwen in de 13e eeuw voor Christus. Het duurde 20 jaar om ze af te hebben. Begin de jaren ’60 besliste men om de tempels te beschermen voor overstroming. Ze werden daardoor in stukken gesneden van zowat 30 ton om ze te kunnen op tillen en verderop te verplaatsen op een veilige plaats. Stel je voor wat een kolossaal werk dit moet geweest zijn.

Voldaan en vermoeid stap ik terug. De rest van de dag ga ik luieren. Op mijn bed liggen en heerlijk niets doen. Ik onderschat soms welke innerlijke weg ik hier al heb afgelegd en mijn lijf kan wel eens andere zorg gebruiken. Heerlijk douchen, voeten masseren en ze inwrijven met een verfrissende zalf die ik ooit eens kreeg van een hartsvriendin en me hier goed van pas komt. Morgen neem ik de bus terug richting Aswan en de tempel van Ko Ombo. Maar nu quality time op een andere manier.

Klik HIER voor meer beelden

Al Eén

Ferry Aswan East to West

Met mijn rugzak op de rug neem ik de boot van Elephantine naar de Westbank. Om dan straks de bus te nemen naar het Zuiden, Abu Simbel aan de grens met Soedan.
Ik stap in en ga vooraan zitten naast een jonge vrouw, trouwens de enige plaats voor vrouwen, achterin is voor de mannen. Een gesluierde vrouw komt erbij. Ik maak plaats maar ze weigert en gaat rechtover mij zitten in de blakende zon. De jonge vrouw maakt teken aan haar en vraagt om haar plaats in te nemen. Ze blijft weigeren.
Ik zie dat er iets gezegd wordt waarbij de gesluierde vrouw naar me kijkt. Nieuwsgierig naar de situatie probeer ik in communicatie te komen met de jonge vrouw.

“Wat is de reden dat die vrouw niet naast mij wenst te zitten is het omdat ik blank ben?”, vraag ik haar uit nieuwsgierigheid. Ik zie dat ze zich niet weet hoe gedragen. Ik laat het stil. Plots zie ik dat ze aan het typen is op haar telefoon. Ze steekt die uit waarop in het Engels, in een vertaal app. staat geschreven ‘Ik kan hier niet spreken’. Ik knik. ‘Wat is hier gaande!’, stel ik me de vraag.
Wanneer we uitstappen wacht het meisje op me door trager te stappen. En vraagt me de vraag opnieuw te stellen. Het antwoord is me ontsnapt, wat ik me wel herinner dat het antwoord de vraag omzeilde. Niet erg ik werd gewaar dat ze niet op mijn vraag kon beantwoorden. We zeggen elkander een goede dag en gaan elk onze weg op.

Met de locale bus richting het busstation. Ik maak een teken met de hand in de richting die wens te nemen. Na een paar busjes heb ik de juiste beet. Ik haal 2,50 EGP uit mijn zak, tik op mijn voorganger die het op zijn beurt doorgeeft aan de chauffeur. Ik vind het zalig reizen in zo een locale bus, de mensen laten me met rust en ik kan in stilte mijn verplaatsing doen zonder gedoe.
( 2,50 EGP =0,075 Euro, 20 liter benzine kost hier 200 EGP)

Op weg met de bus naar abu Simbel. Een bus hoofdzakelijk gevuld met mannen, drie buitenlanders en twee vrouwen elk met hun kind.
Kort na Asouan is er een korte halte. Twee mannen in burger met wapen om de middel stappen op en controleren mijn paspoort en deze van de andere buitenlanders.
Naast mij zit een man in bruin tuniek zijn verzen uit de Koran op te zeggen. Ikzelf lees een brochure over ‘Jezus de profeet. De moslim heeft Jezus lief’ waar ik heel goed het delen kan volgen over hoe de islam Jezus ziet. Op één zin na helemaal op het einde waar er wordt geschreven wanneer je de Islam volgt hoef je je Christen zijn niet op te geven. Dan gaat erdoor me heen waarom zou ik me dan moeten bekeren en zelf wanneer ik hier schrijf bekeren is dit zelf niet kloppend want ik voel mij noch bij de één, noch bij de ander. Ik ben een vrij mens met diepe waarden die de weg van puurheid heeft gekozen, waar ik mijn eigen ‘kroon’ wens te dragen in een hartgedragen beweging.
Ik ben geboren in contreien waar Christelijke tradities aanwezig zijn waar ik me nauw verbonden mee voel, wat niet wil zeggen dat ik iets anders uitsluit. Ja, ik geloof, ik geloof in de weg die ik heb gewandeld en verder bewandel. Ik geloof in het allesomvattend, het niet tastbare, het Al Eén zonder deze in een vorm te brengen. Ik geloof in het Hart in elk van ons zonder grenzen.
Waarom zou ikzelf dan muren moeten oprichten, terwijl het zo belangrijk is deze te laten verdwijnen. Waarom zou ik mezelf in een ‘kamp’ moeten gaan plaatsen. Waarom zou ik mij bij één of andere instantie moeten voegen, welk deze ook moge zijn. Integendeel ik zie en voel enorm vele beperkingen hierin met zijn vele regels, als wetten.

Uitspraken die ik zo vaak heb gehoord zials ‘Je moet je zo gedragen anders ben je geen goed Christen, je mag dit niet zeggen want dit is slecht, je mag dit niet denken en vooral niet uitspreken of…’
Al deze beperkingen komen hier gewoon allen nog meer aan de oppervlakte, aan het licht, hoe beperkt de mens kan worden in zijn ‘zijn’ en dat is niet anders bij ons. We werden en sommige nog vandaag klein gehouden in het systeem. Wanneer je je hier niet bewust van bent, je verwijderd bent van je eigen kern, het oppervlakkig opneemt zonder vragen stellen en gewoon alles als echt aanneemt, je angst hebt om er niet meer bij te horen ben je een prooi en plaats je jezelf in een kooi. En dat is bij alle instanties niet anders.

Wat verder liggen er een paar mannen te slapen. Ik voel lichtjes mijn lijf zwaarder worden op het ritme en balans van de bus. Mijn ogen vechten nog wat tegen de vaak. Buiten is er een grote zandbak te zien. Ik hoor het zo uit de kindermond komen. Kilometers rijden we langs de woestijn een weg die ik gelukkig niet te voet heb gedaan en blij dat mijn lichaam daar een stokje in het wiel gestoken heeft. Het ene wat er zichtbaar is zijn électrische palen parallel aan de weg en lange sproeiers die over de gewassen hangen. Velden van graan, nooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn hier. Geen enkel dorp te bespeuren, geen mens te zien.

In Abu aangekomen rust ik uit in een comfortabele kamer voor ik morgen naar de Abu Simbel tempel ga. Om één of andere reden kon ik niet zo goed slapen in Aswan. Geen enkele nacht was aan één stuk door.

Op tv zie ik een klassieke concert met een sopraan met een prachtige stem. Het valt me op dat bij de muzikanten geen enkele vrouw te bespeuren is in het concert.

Mahmoud

Ik verblijf een paar dagen op Elephantine. Dit is het eiland tussen de Westbank en Oostbank in Aswan. 

Een eiland waar de mensen wonen in kleine kleurrijke verzorgde huisjes, netjes onderhouden. 

Ik verblijf er in een hostel in een gedeelde kamer om er mensen te ontmoeten van andere landen. 

De eigenaar Seko, met naar mijn zin een iets wat opdringerig gedrag verborgen onder een fake vriendelijkheid komt verschillende malen mijn kamer binnen terwijl de deur openstaat. Ik voel in zijn woorden een oneerlijkheid. Ik laat het bij hem en hou voet bij stuk dat mijn bed ok is, hij wil namelijk dat ik verhuis naar een ander bed. 

Na een goede nachtrust en halfwakker, liggend in mijn ‘sac de rêves’ hoor ik iemand aankloppen, en zie ik hem binnenkomen in de slaapkamer. “Goedemorgen”, zegt een grote man met een glimlach. “Goedemorgen”, antwoord ik hem terug.”Mag ik je vragen om de volgende keer te wachten tot een ja komt voor je binnenkomt? ” “Ik heb geklopt”, zegt hij. “Ja, alleen niet gewacht op een ja”, ik zie duidelijk dat hij het niet begrijpt. 

Nadat ik aangekleed ben ga ik naar hem toe, Mahmoud werkt in het hostel, ik probeer het hem uit te leggen. Een Franse jonge vrouw volgt ons gesprek. “Ik heb geen ja gehoord” zegt hij. “Dat klopt, daar gaf je me ook de tijd niet voor. En zolang je niets hoort kan je niet in mijn kamer.” Hij knikt en ik zie dat hij er zich wat ongemakkelijk bij voelt. Enige angst is zichtbaar. Ik probeer hem uit te leggen dat het voor mij geen probleem is. Dat durven spreken ervoor zorgt dat er geen probleem ontstaat en hij het niet zo persoonlijk hoeft op te nemen.  “Dankjewel om daar volgende keer rekening mee te houden”, terwijl ik hem aankijk en de hand uitsteek. Ik ga terug naar mijn kamer en hoor de jonge vrouw zich verontschuldigen voor wat ik vraag. Wacht even… ik ga terug op mijn voetstappen en vraag haar waarom ze zich verontschuldigd heeft voor mij. Ze deelt me dat hij zich ongemakkelijk voelt en niet weet wat hij ermee moet. ” Je mag hem sussen als je daar zin in hebt. Maar verontschuldigen omwille dat ik een grens aangeef en vraag om deze te respecteren, vind ik niet op zijn plaats. Noch mijn vraag, noch zijn gevoel daar is iets mis mee en gelukkig zou ik zeggen dit zal misschien wel vermijden om in herhaling te vallen. Dat hij zich daar ongemakkelijk bij kan voelen dat kan ik mij inbeelden. Hij  mag ook zijn ongemak voelen, het mag gedragen worden, beleeft worden. Net als mijn eigen ongemak. Op een verantwoordelijke manier hier in staan zorgt ervoor dat we straks verder kunnen groeien en SamenZijn “

Vijf minuten later zitten we samen op het dakterras een lemon juice met munt te drinken. En deelt hij dat hij schrik heeft om zijn job te verliezen.” Waarom zou je, ik heb het met jou uitgesproken. En je hebt de mogelijkheid in je om het anders te doen. 

Er zijn zoveel angsten in de wereld gecreëerd. Angsten zorgen ervoor dat men niet enkel verwijderd van de ander, vooral van zichzelf. En ook al denken sommigen dat door wegvluchten de angst je niet te pakken zal krijgen, tarara, angst zal blijven aan het licht komen, want het vraagt de durf om deze onder ogen te zien tot men ze zal transformeren. Angst doet scheiden, afstand wordt gecreëerd terwijl we naar samenhorigheid dienen te groeien.

Want iedereen heeft iemand nodig…. Hmm,… Is dit geen zin uit één of ander lied! 

Een beetje later komt de Seko. Net terwijl ik op het punt sta te vertrekken.” Zullen we iets samen drinken op het terras”, vraagt hij me. “Neen, dankjewel”. “Wat doe je de volgende dagen.” “Waarschijnlijk naar Abu Simbel. Dit ben ik nog niet zeker. Ik zie wel wat op mij afkomt.” Hmmm, ik zie wat spanning komen bij hem. Soms heb ik de indruk meer het woord Inschallah te dragen, te beleven, dan zij die er dagelijks zoveel malen uitspreken maar er niet naar handelen. Hij dringt aan. Ik blijf bij mijn neen.

Trouw blijvend aan mezelf, zonder in alertheid of achterdocht te gaan – wat kan gebeuren wanneer er nog pijnstukken zijn- stap ik het Hostel uit.
Eenmaal men pijnstukken herkent, ermee aan de slag is geweest, getransformeerd. Zal je ze herkennen maar zal men er niet meer naar handelen, want ze zijn geen deel meer van jezelf. Ze zijn veranderd, dus kunnen ze zich niet herhalen.

Dankbaar aan de mannen hier en hun gedrag, niet altijd aangenaam en soms wel vermoeiend wanneer je zelf niet gecenterd bent. Ze helpen mij zonder zij er bewust van zijn te groeien in mijn eigen stukken.

Ik voel hier heel duidelijk in Egypte dat ik mijn kroon draag en deze me recht en stevig in mijn vertikaliteit brengt.
En wanneer je hier niet gecenterd ben, hiervan afgesneden dan word je gewoon overgeleverd aan de stormen rondom je.

Wegens het blijvend vervelend gedrag van Seko. Heb ik de keus gemaakt een andere locatie te zoeken. Mahmoud probeerde me te overhalen. Hij was bezorgd om de situatie en begreep het niet. Ik legde het hem uit en was verwonderd. “Jij, deed het goed Mahmoud en je leert ook heel snel”. “Ik wil niet dat je weggaat. Je bent zo een goed en mooi mens. Je hebt me geholpen en dingen doen inzien. Ik zou graag hebben dat je blijft.”, vraagt hij me. “Dit kan ik niet. Als ik dit wel zou doen dan respecteer en draag ik geen zorg voor mezelf. Vertrouw me dit gebeurt niet zomaar.” “Luister niet naar de duivel”, zegt hij me. “Mahmoud…” ik neem hem bij zijn stevige bovenarmen. “Wat zie je? Zie jij een duivel?”, terwijl ik hem in de ogen. Hij kijkt me aan. Hij glimlacht vertederend. Och wat zou ik nu zin hebben om die jonge kerel een stevige knuffel te geven. Hij doet het zo goed. En net op dit moment pakt hij me vast. Een stevige knuffel. Een gevoel van moeder-zoon contact.

Klik HIER voor meer beelden

Rozentuin

Ik voel de zon in mijn rug. De wind streelt mijn wangen. Het is stil in mij, zo stil dat ik mijn ademhaling hoor en zelfs het geluid van de stad achter mij dit niet kan verstoren.
Ik zit op een dakterras uitkijkend op het mausoleum van Aga Khan, op de berg flank recht voor mij in de woestijn. Het mausoleum is vierkantig gebouwd met in het midden een koepel en op de vier uithoeken vier veel kleinere koepels. Het ziet er vredig uit in zijn eenvoud.
Net eronder staat zijn huis, na zijn dood bracht zijn vrouw dagelijks rode rozen uit haar tuin om deze bij hem neer te zetten.
Meer naar rechts op de bergflank in mijn ooghoek de ruïne van het Simeon Monasterium.

Ik sluit mijn ogen, diepe zucht, ik kan het me zo levendig voorstellen. Een rozentuin met rozen in dieprood fluweel, haar geur dwarreld als onzichtbare golven doorheen de tuin.
Ik voel mijn neusvleugels openen en voel het windbriesje strelend binnen komen, mijn lichaam vullend met het wonder van de roos. Zo levendig dat mijn lichaam zich vult en omwenteld wordt door haar geurende zachte mantel en een energie tintelend mijn levensenergie opwekt. Diepe zucht, ik geniet, een traan rolt strelend zachtjes over mijn wang. Mijn ogen openen. Ik lach het leven tegemoet.

Ik begrijp heel goed de velen die zich, en nog altijd, terug trekken in de woestijn.
Het is meer dan een grote zandhoop.
Daar waar voor mij de zon op aarde het meest present en dicht aanvoelt. Waar je je één voelt met het grote geheel, en als niets opgaat in de grote oneindigheid, als een zandkorrel rollend over moederaarde.
Het voelt voor mij heel uitgebalanceerd. En misschien is dit wel mijn eigen innerlijke die ik projecteer in dit landschap.
Een vredige oase gelegen ver van de drukte van de grootstad Aswan.

Het wordt vandaag een rustige dag waar ik me voorbereid op de vollemaan meditatie van deze avond op de Nijl in het teken van ‘water’, waar ik me samen met vele anderen zal verbinden. En ik mezelf zal laten bij staan door vier krachtige vrouwen Anna, Isis, Maria Magdalena en Maria.

In de namiddag zit ik op het stationsterras. Een man met donkere huidskleur kijkt me af en toe aan, waardoor onze blikken elkander kruisen. Hij zit samen met andere toeristische gidsen hun koffie te drinken. Ikzelf voel dat ik heel voorzichtig probeer te kijken naar hem zonder hij het opmerkt. Iets in mij is nieuwsgierig naar hem. 

Hij heeft een vol, rond gezicht met een blinkend kaal geschoren hoofd. Brede neusvleugels, volle lippen waarvan de contouren er fijn uitgelijnd zien, bijna alsof ze met een penseel getekend zijn.  Zijn ogen stralen iets heel zachts en vreugdevols uit. 
Een stevig gebouwd lichaam, anders dan de meeste mannen in Zuid Egypte. 

Als ik hem zou tekenen op papier dan zou hij er naar mijn ogen perfect uitzien, een evenwichtige rechter en linkerkant. Ook zijn handen zien er zacht uit.
Ik laat zijn blik onopvallend bij me  binnenkomen  zonder het weg te duwen. Wat doet dit met mij, ik wordt gewaar en laat gebeuren. 
Het voelt fijn gezien te worden, want zo, voelt het niet als iemand die kijkt, wel iemand die net het tikkel meer heeft, hij ziet. 

En plots komen er voor eventjes tal van zinnen in mijn hoofd, aan het licht. Vooral zinnen die ik in mijn verleden heb gehoord, waar verbod en oordeel op zit dichtbij en in de omgeving. 
Ik probeer gewaar te worden wat het met me doet en mij de vraag te stellen of het mij toehoort of als het eerder iets is die ik overgenomen heb die niet van mij is. 
En wat doe ik ermee. 
Blijf ik het dragen of geef ik het terug aan wie het toehoort. 
Want zonder we het werkelijk beseffen hebben we tal van zaken overgenomen vanuit onze ouderlijke lijn waar we niet altijd bewust bij stil staan. 

Hoe werd een beeld gevormd van de vrouw die niet binnen bepaalde lijntjes leefde, gevormd in de maatschappij. 
Eén van de belangrijkste zinnen die bij me opkomen vandaag zijn deze: 

Wat is er verkeerd aan om Liefde (ik bedoel hier niet het sexuele) te tonen aan een mens?
Wat is er verkeerd om iemand teder aan te raken? 
Wat is er verkeerd om iemand een zoen op de mond te geven die je genegen is? 
Zo herinner ik me dat mijn doopmeter dit altijd deed en dit voelde juist. 
Wat is er verkeerd met ogen die elkander kruisen en die wel of niet iets wakker maken in jezelf?
En natuurlijk alles met wederzijdse toestemming!
Daar is niets mis mee omdat op al die zinnen er niets achter gezocht hoeft te worden. Het IS, niets meer. Het zijn onze gedachten, gevoed door… die er iets van maken. 
Als ik zie hoe mannen elkander hier aanraken vanuit een Liefdevolle beweging, wanneer ze Habibi zeggen tegen elkaar. Wat is daar mis mee. Niets. Is het niet zo dat wij al heel snel met onze blik vanuit onze eigen opvoeding, westerse kijk, onze eigen maatschappij denken dat ze zich aangetrokken voelen tot mannen met al onmiddellijk een etiket of een oordeel. Niets is minder waar, het is een vorm van broederschap onder elkaar. 

Is onze maatschappij werkelijk zoveel  beter dan hier, terwijl er in het contact met mensen zoveel wordt verwaarloosd. Waar ik zoveel mensen hoor en zie die hunkeren naar verbondenheid, die huidhonger kennen
Die van de ene workshop naar de andere gaan om die leegte op te vullen. Op zich niets mis mee met de workshops. Stel nu dat al deze workshops niet zouden bestaan of verdwijnen. Wat dan!

Er is door de jaren heen zoveel belemmering gelegd op verbondenheid met de ander, waardoor liefdevolle benaderingen fors verdwenen. En dan komt er door meheen… Wat is het verschil tussen ons en hen… De lijn is flinterdun in een bepaald opzicht. 

Gelukkig wordt daar de laatste jaren veel rond gedaan, soms wel naar mijn mening met een ‘TE’ in de andere richting. 

Ik verlaat het terras. ‘Jasmine, wat doe je draai je je om of niet’ stel ik me de vraag. Ik laat al die verbodstekens achter zowel van vroeger, als deze van hier. Ik draai me om, kijk naar de man en knik als teken van een goedendag, als dank voor deze stille verbondenheid die er was en stap verder.

Terras

Ik wandel mijn dagelijks tocht die ervoor zorgt dat mijn lichaam gezond blijft. Tot mijn grootste verwondering heb ik geen enkele ambetant gevoel om het feit dat ik niet met de rugzak op stap ben van het ene punt naar het andere en dat mijn pelgrimstocht ‘het pad van Maria Magdalena’ anders is gegroeid.

Oa. De agressiviteit en arrogantie van een vrouw aan mijn adres zorgde ervoor dat ik uit de groep ‘Magdala’ ben gestapt. Mijn lichaam die plots aantoonde dat de vorm anders mocht zijn, de signalen over de jaren heen. Ik kan er enkel maar dankbaar om zijn.
Acceptatie, vertrouwen, flexibiliteit en hierin geloven dat niets zomaar is, zijn dan ook belangrijk voor mij.

Een andere vorm van fysiek pelgrimeren die daarom niet minder waard is, het is anders en even waardevol. Daar waar ik mij verplaatste van de ene naar de andere plaats, waar zaadjes werden gezaaid of ontwaakt. Waar ik voeding kreeg en waar mensen zin kregen om zelf in beweging te komen. Ik heb het ooit vergeleken met een spinnenweb.
Terwijl vandaag het zaadje de tijd heeft om dieper te wortelen en hierdoor er een andere soort van verbondenheid ontstaat.
Het voelt aan als iets vluchtig naar vast. Hoewel vluchtig niet een gepast woord is want het wordt vaak gezien als wegvluchten van, wat absoluut niet aan de orde is. Een zachte stevige basis.

Na het gesprek met Caroline voelde ik deze morgen dat het tijd werd om de boodschap te willen zien van nummer 31 en 71 die me nu al meer dan een jaar volgen. 3+1=4, 7+1=8. Een ganse boterham die teveel is om hier op te sommen en vooral te vaag is op het net. Ik kijk ernaar uit om mijn woordenboek over symbolen, die ik jaren geleden leerde kennen op de weg, in mijn handen te hebben.

Aan het station van Aswan, een vast stekje waar ik mijn Egyptische koffie (koffie en Kardamon) kom drinken. Trouwens voor wie zich in Egypte niet goed voelt, buikkrampen of diarree, een Egyptische koffie met een vleugje citroen doet wonderen. En voor wie graag een thee drinkt zal je vaak horen ‘drinkitee’ in plaats van ‘you want drink a tea?’, ik vind dit altijd schattig gezegd.


Ik vind het altijd iets hebben om uren op een terras te zitten waar ook op de wereld en de bevolking rond mij te zien bewegen terwijl ik in een vorm van meditatie het gebeuren in mij opneem.
De terras tafeltjes hebben een arduinen tafelblad op stevige metalen poten. Af en toe worden ze vooruit geduwd met een hels scherp geluid als gevolg. De houten stoelen zien eruit als deze die wij vroeger hadden in onze cafés, beetje geleikend op Thonnet stoelen. De zitting heeft een diepe inkerving die ik door de dikke groene verflaag kan waarnemen. De gebogen rugleuning is in felgeel. Twee kleurcombinatie die menigte goed weet aan te trekken.

Een jonge kerel vermoedelijk een jaar of veertien sleept een immense kartonnen doos, met daarin grote plastiek geweven zak vast gehouden met een wit touw over de grond. Hij is opzoek naar plastiek flessen en allerlei recycleerbaar afval. Ook veel jongere jongens doen hetzelfde werk.

Een man komt aangereden met een vierwielige bromfiets. Achterin, in de kofferbak liggen grote blokken ijs rechtstreeks op het metaal en in de zon. Onze hygiënische diensten zouden hier failliet gaan denk ik dan.

Naast mij een groep mannen in een wit lang tuniek, ik begrijp niet hoe het er altijd zo piekfijn en stralend wit kan uitzien, want het product die witter dan wit wast is hier niet te vinden. Hihi.
Samen zitten ze een babbel te slaan en amai, ook al begrijp ik er niets van, een stilte valt er niet.

Een man in maatpak komt aangewandeld en neemt plaats aan een tafeltje recht voor mij. Onder de arm heeft hij een dikke bundel papier. Een rekening machine. Hij zet er wat stoelen bij. Drie vrouwen komen erbij zitten. Het gaat er gemoedelijk aan toe. Een glimlach hier, eentje daar. Een spontane babbel. Een stylo een blad. Er wordt niet gelezen maar de handtekening komt er wel.
Nadien haalt de man een dik pakje met briefjes uit die samen vasthangt met een elastiek en legt het op tafel. Het verdwijnt in de tas van de vrouw zonder tellen. Dit is maar een gok. Vermoedelijk privelening.

Ik heb me deze morgen ingeschreven om het initiatie pad te volgen van Maria Magdalena. Het valt me op dat ik met zekerheid, een goed gevoel een volle ‘ja’ iets start en er telkens zich iets installeert die me boy cot en ik mezelf hierin sabotteer. De angst om niet te slagen, onzekerheid, de gedachte ‘wie ben ik om’, ‘kan ik het wel’….en bij de angst om niet te slagen, en dit bij alles wat cursussen of opleidingen betreft, wel ik word me bewust dat de sabotage was ‘laat ik het zelf stop zetten met een of andere reden. Dan kan er nooit gezegd worden. Zie je wel, je kan het niet. Waarbij ik een eigen overtuiging creëerde’ dat ik het inderdaad niet kon’. En met ‘je kan het niet’, amai ik hoor plots een echo van een stem weerklinken in mijn oren. Vier woordjes, vier, hebben me jaren lang klein gehouden op het vlak van studies. De kracht van woorden.

Voor de eerste keer geef ik er leven aan en
deel ik dit met een vriendin in plaats van het bij mij te houden. Een begin om niet in herhaling te vallen. En mezelf kracht bij te zetten. Heel benieuwd wat het me zal brengen….in iets is zeker… doorzetten zal ik, van opgeven is geen sprake meer van.

Caroline

Monasterium Simeon

Ik bekijk mijn berichten op social media en zie een bericht verschijnen van Caroline met de vraag of ik zin heb om samen met haar naar het monasterium te gaan van Simeon. Wat een fijne uitnodiging.
“Met plezier”, deel ik haar. “En ik heb reeds een kapitein gevonden van een felouk die ons naar daar zal kunnen brengen, zijn naam is Mahmoud. Hij is vriendelijk en terughoudend zodat we in alle rust kunnen varen.” Zo gezegd, zo gedaan. Op haar laatste dag in Aswan nemen Caroline en ik een felouk. We laten ons leiden op het ritme van onze eigen gewaarwordingen en behoeftes, rekening houdend met één eind uur, het uur dat Caroline haar vlucht dient te nemen.
Zalig is dat en een fijne vorm van een vloeiende verbondenheid.

Mahmoud vaart rond het Elephantine eiland en brengt ons zo naar de andere kant van de Nijl, waar hij aanmeert. Voor we uitstappen legt hij eerst een smalle lange plank met dwarse plankjes erop bevestigd om te kunnen uitstappen. Op een elegante manier steekt hij zijn hand uit om ons te helpen.
“Mahmoud wij gaan te voet naar het monasterium. Heb jij alles wat je nodig hebt. Ik koop voor je een fles water? “, vraag ik hem. ” Neen, neen, ik heb alles wat ik moet hebben. Ik drink van de Nijl”. ‘Euh, ok’, denk ik verwonderd in mezelf. Amai wat moeten zij sterke organen hebben. Ze zijn het natuurlijk ook gewoon.
Ik denk dan even aan mijn parasieten die negen jaar geleden werden ontdekt in mijn lichaam. Ze hadden het er lang naar hun zin in mijn long en lever. Gelukkig kwam daar snel een eind aan. De operatie toen leerde me veel zaken zien, het bracht me ook de kracht om dingen aan te pakken en de durf om ze uit te spreken. In dankbaarheid.

De weg gaat lichtjes omhoog. Mannen vragen of we een ritje op de dromedaris willen “de weg is lang, het is warm”. “La, Choukran”, wat wil zeggen ‘neen dank je’.
We wandelen eerst langs een nieuw Coptisch monasterium. Wat verder ligt de ruïne van het Coptisch Simeon Monasterium.

We laten ons leiden. Wat een bijzondere plaats nu kan ik begrijpen waarom monniken, broeders graag in de woestijn kwamen. In het oude kerkgedeelte zijn nog Christelijke muurschilderijen te zien. Wat me opvalt zijn de vorm van de handen, bij iedere personage zijn ze anders. Ik neem in een toren, trappen opwaarts en kom binnen in een grote langwerpige ruimte. Ik moet mijn ogen laten wennen want het is hier donker. Rechts en links van deze ruimte zijn nog cellen zichtbaar, de slaap cellen van de monniken.
Op het einde zie ik plots Caroline. We gaan samen binnen in een cel en laten ons onderdompelen in de zachte sfeer die hier aanwezig is. De muur staat vol symboliek, muurkervingen, tekeningen. We herkennen er voornamelijk twee, de Davidster en de Swastika.
De Davidster is een hexagram, dat wil zeggen een zespuntige ster, bestaande uit twee in elkaar geschoven driehoeken. Een hexagram staat ook voor het mannelijk en vrouwelijk principe, dit even terzijde.
De swastika is een universeel symbool, van India tot de Indianen, van hindoes tot christenen. Het heeft vier gelijke hoekige benen. Wanneer je dit symbool in het middenpunt zou vastpinnen bv en aan een snelheid zou doen draaien kom je tot enkel een cirkel met een punt in het midden. (Ps. Niet te verwarren met het hakenkruis.).
We maken het stil. Ik laat me onderdompelen in de stilte van deze ruimte. En hoewel deze ruimtes en de ruines met het oog er verlaten uitzien. Veel zielen hebben deze plaats niet verlaten. Ik zou bijna zin hebben om me tegen de muren aan te vleien. Het voelt vol-zacht en wat zou het fijn zijn om hier te overnachten.

In de late namiddag verlaten we deze plaats om terug te varen naar het centrum. We gaan eerst nog eens binnen in het nieuwe Coptisch klooster. Amai, de plaats is voelbaar energetisch leeg, zonder ziel.

De wind is wat harder dan daarnet en helpt hierbij Mahmoud om vlot te manœuvreren tussen de eilandjes door. We blijven het still houden op de felouk en ik geniet van de energie die hier voelbaar is. De wind speelt in het hoge zeil. Ik laat me bijna in slaap wiegen op de golven die teweeg gebracht worden op de Nijl. Ik kijk even naar Caroline, een innerlijke glimlach is zichtbaar. Hmmm. Zalig. Wat verder gaat een Ibis gaat op een rotspunt.

Aangekomen aan de kant van Aswan centrum ga ik mee met haar. We geven elkaar een knuffel en bedanken elkander. Ons SamenZijn was kort en eigenlijk voelbaar oneindig.

Klik HIER voor nog meer beelden.

De vertaling

Coptisch Kathedraal Aerts engel Michaël

Hmm, geen wekker vandaag. Geen bezoek gepland. Gewoon straks wandelen richting centrum Aswan en ik zie wel.
Ik ga naar het terras van het guesthouse waar ik verblijf. ‘David guesthouse’ niet echt een aanrader behalve als je heel krap bij kas zit. Ikzelf probeer van alles uit en baseer me op reviews en plaats. Via een de straat kom ik op het terras. Het ontbijt staat klaar. In een cellofaan papiertje zitten drie kleine broodjes. Op tafel ligt een tafelnap, het stof en vogelpoep neem je erbij. In een openbokaal zit Turkse koffie. Aan de muur hangt een kooi met twee kartonnen zijkotjes waar twee witte tortelduiven gevangen zitten. Hun nestje is even krap als de mijne, alleen ik ben vrij, zij niet. Op de grond van de kooi ligt wel vijf centimeter duivenpoep. Eronder op een bank staat een waterkoker…. mijn honger en dorst is sebiet gestild wanneer ik de duivenpoep erop zie.

Een jonge vrouw komt binnen. “Goedemorgen, spreekt u Engels, Frans?” ” Frans”, zegt de jonge twintig jarige vrouw.
De jonge vrouw komt net uit Soedan. Ze is er moeten vertrekken door de beginnende oorlog ginder. Ze was er ondertussen twee maand aan het werken. We delen over de mannen in het straatbeeld.
Ik deel haar mijn aanvoelen in verband met mannen en hun gedrag. Over de wisselwerking tussen blanke vrouwen en Egyptenaren. Het gaat blijkbaar haar petje te boven en begrijpt niet waarom blanke vrouwen zich aangetrokken voelen tot…Egyptenaren omdat zij eerder in Cairo was en zij voortdurend werd lastig gevallen door mannen. Ik deel haar wat mijn eerste indruk is van de Egyptenaren en dat ik me heel goed kan voorstellen dat vrouwen hier verliefd kunnen worden op een man. Ze hebben een bepaalde manier om de vrouw te benaderen die heel verleidend is en er zitten ook wel knappe mannen tussen. Sommige mannen hebben hier bleek blauwe ogen omringd door die donkere huidskleur, ze werken bijna als magneten.
Ik zie in haar non-verbaal gedrag wat ongemak wanneer we het hebben over sexualiteit en mannen. Haar ooghoeken gaan voortdurend opzij, alsof ze in een alertheid is. Dit voelt een beetje vreemd aan voor mij om dat bij haar te zien. De poort van de tuin gaat open. Een jonge man met donkere huidskleur, lang, smal, pekzwart krullend haar. Haar vriend.

Ik denk nog even terug aan de ontmoeting van gisteren met Caroline. Aan die korte vijf minuten samen net na mijn bezoek aan de Isis tempel en beiden op pelgrimstocht. Niets is zomaar zeg ik dan. Ik wordt vrolijk als ik eraan terug denk.
Ik vertrouw nu al zolang op dit niet tastbare mysterie die mijn levensweg kleurt, alhoewel niet tastbaar. Caroline zat wel duidelijk naast mij. Met dit vertrouwen neem ik het initiatief en neem ik contact met Anaïs met een vraag over de Egyptische mystieke school. Yes. Dit voelt goed en voel dat dit wat met me doet.
En nu afwachten.

Richting het centrum. Een man vertraagt met zijn taxi en rijd naast mij. “yes baby, no baby”. Brrrr, die uitspraak. ik negeer hem en wandel verder.

Een jongen van tien vraagt me met zachte glimlach ” money, madame, money.” Ik draai me om en neem contact met hem. Hij begrijpt me niet. Ik vraag aan de politieman onder een klein afdakje of hij Engels spreekt en mij begrijpt. Terwijl hij ja zegt zie ik aan zijn nonverbaal gedrag dat hij er niets van begrijpt. Een andere man, ongeveer een dertiger komt naar ons toe. Ik vraag hem begrijp jij Engels “ja” zegt hij. Ik zeg tegen de jonge kerel ” wil je het volgende delen aan deze jongen nl. Ik kan je mijn vriendschap geven maar ik ben geen bank.” Ik zie zijn blik veranderen, verwonderd in de negative zin. Onmiddellijk spreek ik hem aan en zeg : ” O, neen neen. Met het woord vriendschap is niet wat jij begrijpt of wat je ervan maakt. Het is niet het beeld dat jij over blanke vrouwen hebt of het beeld dat men je toont. Dit zit in jou eigen mind, niet in mijn gedachten. Het is niet wat ik bedoel.” Ik zie dat de politieman zich vragen stelt en komt erbij. O, O O snel verander ik het woord vriendschap in glimlach.” Wil je zeggen. Je kan mijn glimlach hebben maar niet mijn geld. ” Oef, ik was net op tijd.

Ik stap de kathedraal in genaamd naar de Aerts engel Michaël. Een gidse komt naar me toe. Ze neemt me mee en ik volg haar even niet wetend wat gebeurt tot ik voel dat ze meer van me verwacht. Ik ben eigenlijk binnen gekomen om rust op te zoeken midden de drukte. Niet om te weten hoe een Coptisch kerk in elkaar zit. “Excuseer, maar mag ik gaan zitten.” “OK, erna dan?” “Ik weet het niet. Sorry maar ik heb daar geen behoefte aan. Ik ben binnen gekomen om de stilte op te zoeken.” “OK, als je mij nodig hebt. Dit is mijn naam.” “Dankjewel”

Ik sta voorover gebogen over de balustrade kijkend naar de Nijl en het eiland Elephantine. Een jongen Mahmoud staat plots naast me en vraagt “Felouk, madame”. (felouk is een zeilboot). Ik onderhandel een prijs van 100 EGP voor een uurtje varen, de prijs voor Aswan.
Hmm, wat zalig om zo de avond af te sluiten, de stilte te horen op het water, de bedding te voelen door haar gedragen. De Nijl.

Philae

Santuarium Isis tempel

Vijf uur in de morgen, mijn wekker begint te trillen. Mijn nachtje was kort. Sedert ik in Aswan ben slaap ik hoogstens een paar uur per nacht en zelfs overdag is slapen niet mogelijk.
Ik sluit stilletjes de voordeur en vertrek in de nog stille straten richting Philae. Een uurtje stappen op asfalt tot ik aan de Ticket office kom. Een man op de motor komt afgereden, ” ik ga die richting uit. Ga je mee?” “Neen, dankjewel. Ik heb mijn wandeling nodig”. Geen haar op mijn hoofd die denkt om achteraan op een motor te gaan zitten, zonder helm en zonder verzekering.

Aan de ticketoffice, net aan het water probeer ik een kapitein te vinden. De overzet naar de tempel kost officieel 250 EGP. Er wordt mij gevraagd hoelang ik er wens te blijven. “Ik denk vermoedelijk een drie uur, maar dat weet ik niet. Zeker geen uur dat is tekort voor me.” De prijzen gaan omhoog omdat ik zogezegd dan privé afhuur. Ik weiger en blijf bij de officiële prijs. Je kan me er brengen. Ik betaal je 125 EGP en ik kom terug met iemand anders of met je en betaal de rest 125 EGP. Ik kan ook opstappen met iemand anders op de boot, dan ben je toch winner. En wat uren betreft voor mij geen zorg ik zie wel wanneer je komt. Ik heb tijd.”, het lukt me niet. Ze weigeren. Geen enkele schipper wil me er brengen. Vreemd eigenlijk. Zogezegd doen ze heen over en weer varen tussenin. Hmm, ik ben niet van gisteren.
Ik doe een poging om mee te gaan met toeristen. Ze verwijzen me telkens door naar hun gids. Amai, ik had al lang zelf ja gezegd tegen een toerist. Uiteindelijk lukt het met om op het eiland te komen. Varend naar het eiland zie ik plots de eerste kapitein die weigerde met een lege boot terug komen. Sloebers. Maar niet met mij.

Aangekomen op het eiland probeer ik tussen de groepen traag van de ene plaats naar de andere te stappen. Er is ook zoveel te zien dat het een zonde zou zijn hier door te hollen en het voelt er zalig aan.
De tempel dateert van de derde eeuw voor Christus waar de Godin Isis werd vereerd, de universele moeder één van de belangrijkste godinnen in het antieke Egypte. Vrouw van Osiris, moeder van Horus. De tempel was één van de laatste plaatsen, tot de vierde eeuw na Christus,
waar men haar nog vereerde. Keizer Théodose was bezorgd om deze verering en besloot de tempel te sluiten. Nadien werd de tempel getransformeerd in een kerk door de Copten. De Philae tempel werd verplaats zo een 100m verder van het eiland Philae naar het eiland d’Agilka wegens meerdere malen te zijn overstroomd. Acht jaar is noodzakelijk geweest om dit werk te verwezenlijken (1972-1980). De Unesco heeft de tempel dan ook met heel veel zorg terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht. En daar ben ik heel blij mee samen met hoogstwaarschijnlijk nog vele anderen.

Via een lang terras wandel ik naar een immense poort. Links de Pharao met al zijn geweld en het doden van gevangenen en rechts. Isis, Horus en Hathor schitterend gesculpteerd. Helaas, is er op verschillende plaatsen te zien hoe Copten beelden van hoofden hebben vernietigd.

Nog voor de ingang van de tempel bewonder ik rechts de Mammisi. Een tempel opgedragen aan de geboorte van Horus, waar je de verschillende fases van een geboorte kan waarnemen.

Wanneer ik verder wandel naar het sanctuarium wordt ik aangetrokken op mijn rechtkant door een zwart gat, een opening in de muur. Via een open vlakte, weg van de mensen stap ik een kleine donkere ruimte in. Ik wordt iets heel krachtig gewaar waarbij ik bijna aan de grond wordt genageld en terzelfde tijd alsof mijn lichaam tegen iets aan het verweren is. Ik kan het vergelijken als die keer dat ik aan skydiven deed en mijn lichaam verplicht een houding moest aannemen of ik werd weg geblazen tegen de wand.
Een tempelwachter komt binnen en ik zie hem rechtsomkeer maken. Ik blijf een eindje in de ruimte staan tot ik gewaar wordt dat ik terug zachtjes in beweging kan. Ik kijk achter mij in de ruimte. Een lege volle ruimte. Vroeger waren zo een gewaarwordingen als speciaal, soms met weerstand, angst omdat ik mezelf er niet kon in verplaatsen, het was te veel. . Vandaag zijn ze vanzelfsprekendheid. Ze zijn er, mogen er zijn, ik kan ze beleven en maken deel uit van mijn weg, van mijn leven. Ik beleef ze en laat ze los.

Aangekomen in het santuarium staat in het midden een grote granieten blok. Ik ga ervoor staan, leg er mijn handen op en blijf zo een eindje staan met mijn ogen dicht. Ik hoor van alles en nog wat bewegen rond me, mensen komen en gaan. Ik blijf…. staan. Rechts van de blok is een reliëf te zien van Isis die de borst heeft aan Horus. Het bijzondere hier is de gestalte van Horus, bijna als jong volwassen. Het hoofd van Isis is door de jaren heen uitgehold door de vele verering.

Wanneer ik in de tempel van Hathor ben sta ik in een portaal, rechts voor mij staat een blanke vrouw te kijken naar de bas-reliëf. Ik zie een Egyptische man die stilletjes achter haar aankomt en haar doet schrikken. “Boeh, ik heb je eindelijk gehad” zegt hij tegen de vrouw. Ik zie dat ze er geen aandacht aan wil geven. Hij komt dichter bij haar en duwt haar in het nauw. Als een kind zie ik hem plots weglopen. Ik stap naar de vrouw toe. “Mevrouw, kent u die man?” “Ja, het is onze gids” “Benaderd hij jullie altijd zo?” “Ja, het is niet de eerste keer.” “Jullie gaan dit toch niet zo laten. Ik hoop dat jullie dit toch zullen melden aan het toeristisch bureau. Want zijn gedrag was ongepast en grens overschrijdend.” De vrouw spreekt in het Frans een andere vrouw aan die er ondertussen bijgekomen is. “Ik ben blij mevrouw dat u als externe het ook heeft opgemerkt.” “Ja, dat was duidelijk”. En zo denken sommigen toeristen dat wanneer je via een toeristen bureau met gids werkt je veilig bent. Helaas. En laten we ook eerlijk zijn. Omgekeerd bestaat ook, blanke vrouwen die letterlijk gaan aankloppen op de deur van de gids met de vraag om een nachtje samen te zijn. En dit gebeurt hier overal. Westbank Luxor, op de cruiseschippen…Jongeren van in de twintig die zich aanbieden…. Cliché, maar een realiteit. Soms zou ik een zwarte niet ziende bril willen op hebben. Pfff.

Voor ik het eiland verlaat ga ik nog eens binnen in de tempel van Isis. En één iets is zeker, Keizer Theodose heeft ooit de verering voor Isis gestopt, wat hij nooit gedacht heeft, is dat niemand haar kracht ooit zal kunnen wegnemen.

Een kapitein brengt mij terug naar het vaste land en na een uurtje sta ik terug voor mijn verblijf. Op de stoep zit een jonge vrouw. We nemen contact met elkander, stellen ons voor, vragen van waar we afkomstig zijn en wat ons in Egypte brengt. Ik deel over mijn pelgrimstocht en Maria Magdalena. Caroline deelt dat ze hier met een groep is ook in verband met Maria Magdalena. Ik deel haar wat Egypte met me doet en mijn behoefte. Een wagen komt voor de deur. Ze komen haar oppikken. “Ga even gaan zoeken op Anaïs Theyskens. Je zal zien. Ze zal je waarschijnlijk wel aanspreken. Een vrouw met beide voeten op de grond.”. “Zal ik doen. Dank je wel”. En ik zie Caroline vertrekken. Right time, right moment. ’s Avonds zoek ik op en ja hoor. Ik voel onmiddellijk een klik. Ik laat alles even zakken en zie wat de nacht me zal brengen.

Klik HIER voor nog meer beelden

Hijab

Terwijl de zus afruimd zetten we het gesprek verder van de Hijab. “Wil je mijn haar zien”, vraagt Safaa terwijl ze een beeld zoekt op haar telefoon.
“Herinner je nog Safaa ons gesprek deze morgen rond je vraag van LGBTQ”
“Ja”, terwijl ze voorover buigt en dichter komt. “Weet je nog toen je zei dat Allah, God ons perfect creëerde.” Met enthousiasme pikt ze in, “Allah, maakte ons zo schoon en creëerde ons naar een zeer goed beeld. Dus waarom zou ik als vrouw me moeten veranderen in een man”, het is duidelijk dat dit moeilijk ligt voor haar. “Laten we dit opzij laten en terug gaan naar ‘God of Allah creëerde je schoon’. Ik stel me de vraag waarom zou ik dan mijn haar moeten verbergen?” Ze gaat praten met haar mama en komt terug bij mij “Omdat we in de islam leren dat we gans ons lichaam moeten verbergen omdat de man ons lichaam niet mag zien. ‘Oh, ik wil dat, ik wil sex met haar’ om dit te vermijden. Om ons te beschermen tegen de man. Heb je al gehoord van intimidatie?”, vraagt Safaa.

Wat kan ik dit begrijpen als vrouw, ik heb me vaak ongemakkelijk gevoeld bij blikken die mannen werpen op vrouwen.
Terwijl ik hier nu over dit gesprek schrijf komt de gedachte bij me op of dit de reden was waarom ik in mijn jeugd in de mannenafdeling kleren kocht.
Liggend op mijn bed, kijkend naar een kleurrijk plafond en de airco voelbaar op mijn huid ga ik terug in de tijd. Ik ben gewaar dat dit niet in één reden te vatten is. Ik ben opgegroeid tussen twee jongens. Ik heb het gevoel gehad dat ik als meisje niet welkom was. De vrouw werd tijdens feestjes onder de noemer van humor en in verkleed partijen met de grond gelijk gemaakt, als kleine ukkepuk begreep ik er niets van. Als puber aanvaarde ik mijn lichaam niet. Een buurman en een nonkel konden hun handen niet thuis houden en hadden grensoverschrijdend gedrag. Grensoverschrijdend gedrag onder de vorm van humor, daar werd dus mee gelachen terwijl het fout was.
Laat ik dan nog zwijgen over het grensoverschrijdend gedrag van een non die onder mijn rok ging zonder te vragen. Macht en manipulatie werd gebruikt door mijn leeftijdgenoten om mij onder druk te zetten en iets te bekomen van mij, terwijl mijn bovenkamer en lichaam in angst schoot. Ik heb fysiek geweld gekend omdat ik een meisje was en daardoor werd gezien als zwak.
In mijn vooroudelijke lijn aan beide kanten werd de vrouw uitgebannen uit de familie. Aan de ene kant werden alle bruggen opgeblazen van de moeder met haar dochters en de andere kant werd de vrouw zo goed als weggeduwd, ze kon niets goed doen en werd niet herkent in wie ze was. Meng dit in een grote kom, voeg daarbij een portie maatschappij bij, en waarschijnlijk vergeet ik nog een portie ingrediënten een dikke brij dus. Ik wordt me bewust welke kracht ik in mij heb om doorheen al deze situatie te zijn gekomen en deze te hebben getransformeerd en ze vrij zijn gekomen. Ik voel dat deze bewustwording me raakt in mijn hart.
Ik zie plots een beeld voor me van een half lichaam, naakt, wit, sensueel vrouwenlichaam die met één been uit een zwarte marmiet stapt. De andere kant is niet zichtbaar, het hoofd ook niet. Terzelfde tijd wordt ik gewaar dat er iets heel ouds door mijn lijf aan het bewegen is en zijn weg zoekt. Ik voel een kwaadheid of neen het is eerder een heel diepe oneindige voelbare kracht. Alsof het niet alleen van mij is. Twee tranen vloeien zachtjes uit mijn ooghoeken en rollen over mijn wangen. Mijn lichaam zoekt een manier om deze energie te kanaliseren. Mijn voeten worden krachtig in de matras gezet. Mijn armen komen in een hoek van 90 graden op schouderhoogte met gebalde vuisten. Ik wordt vuur gewaar in mijn lijf, duw mijn lijf naar boven en voel een kracht die uit mijn bekken komt en hoewel de klank niet met de oren hoorbaar is, brul ik uit. Het beeld die ik heb is een rood wezen, wat blokkig gespierd met een gezicht met uitstekende tong. Doet me denken aan beelden die aan de ingang van een tempel staan in het Oosten. Dit duurt nog geen minuut en mijn lichaam komt terug in de matras. Het beeld verdwijnt. Kort en krachtig. Mijn bekkengebied voelt plots ruimer, mijn lichaam ontspannen. Het kwam en het verdween.

Ik kom terug in het verhaal met Safaa. Waar was ik gebleven. Intimidatie.
“Weet je Safaa onze generatie, de generatie van mijn ouders. We hebben niet geleerd hoe om te gaan met sexualiteit, met onze driften. Er werd niet gesproken over gevoelens en gewaarwordingen. Sexualiteit was taboe. Er werd wel gedeeld via een bord in de klas hoe een lichaam eruit zag en hoe een baby tot leven kwam. Ik weet dat ik me onwennig voelde tijdens die les. Maar daar dieper op ingaan daar was geen ruimte voor. Het bleef bij de tastbare materie. Verder dan dit was er niets. Sexualiteit daar kan van alles rond gedaan en gedeeld worden. Al te beginnen met hoe gaat men in verbondenheid, hoe benader je elkaar. Over elkander respecteren, luisteren naar elkander. Er werd vaak geen verschil gemaakt tussen in Liefde met elkander zijn, elkander beminnen en sex hebben met iemand waar geen liefde aan te pas komt. Wanneer ik 20 jaar was vroeg ik aan mijn moeder of ik de pil mocht nemen. Ik had schrik om zwanger te worden. Mijn moeder verwees mij naar mijn vader. Dit was voor mij heel gênant.”


” Het is de vrouw die haar lichaam moet bedekken en de man die zijn ogen dient te sluiten”, zegt Safaa waarbij ze aan toevoegt “Islam beschermt de vrouw.” “Maar Safaa een vrouw is niet beschermd omdat ze kleren draagt. Er zijn een tal van vrouwen op de wereld die dagelijks misbruikt worden terwijl ze kleren dragen en zelfs de Hijab.”
“Safaa, heb je je al eens afgevraagd wie deze wet creëerde? Of eerder wie deze mentaliteit startte, en waarom? Het is Allah of God niet.”, een lange stilte volgt. “Het is belangrijk dat je blijft luisteren naar jezelf. Dat je voelt, gewaar wordt. En voor jezelf uitmaakt ‘klopt dit of niet’. Is dit iets van mij of iets wat ik gehoord heb maar misschien geen realiteit is en of vervormd.
Dat je je open blijft stellen en niet zomaar gelijk wat als waarheid aannemen. Je dient zelf, binnenin jezelf aktief te blijven. Zoals nu je nieuwsgierigheid, blijf deze behouden. Ik ga even een voorbeeld geven. Stel dat je ergens in het donker, gekleed door een straat wandelt en er is niemand aanwezig. Hoe zal je je voelen? “

” Bang”, antwoord Safaa heel snel. “en je bent in een straat dat je niet kent” “Natuurlijk bang”, zegt Safaa terwijl de angst bijna hoorbaar is in haar intonatie. “OK, waarom heb je schrik?” “Waar wil je naartoe”, vraagt ze me al lachend. “Safaa, ik zou graag hebben dat jezelf de moeite doet om na te denken”
“Omdat het donker is, ik alleen ben en ik de weg niet ken”
“OK, en heb je schrik van het donker of de gedachte, wat kan er gebeuren in het donker”, vraag ik.
“De gedachte”, antwoord ze.
” Wat kan er gebeuren in het donker. Is er een mogelijkheid dat er iets kan gebeuren?”
“Alles wat er in je mind is kan gebeuren”, beseft ze.
” Klopt. Alles wat in onze mind is.
God heeft ons niet geleerd om bang te zijn”

Ik ga naar Adam en Eva en de appel. Niet de appel die geïnterpreteerd geweest is als iets slecht. Voor mij is hij eerder het metafoor voor wijsheid. Over de balans, evenwicht in onszelf tussen mannelijk en vrouwelijk polariteit. Waarop Safaa onmiddellijk deelt wat wij gelijk hebben in onze godsdienst nl. het verhaal van Adam en Eva en deelt “voor de start van de Islam gebruikte ze ons als een machine.” hoor ik haar zeggen….hmmm… Oef, wat een zware uitspraak.

Bij Adam en Eva begon het reeds met een interpretatie, invulling zonder wijsheid. Want wordt het niet vaak gezien als, dat Eva was die uitdaagde met haar appel.

Eva, wat betekent en vertaald volgens de letters en waarde van de Hebreeuwse taal, wordt als degene die de Goddelijke Adem en Licht van Leven schenkt. Zij vertegenwoordigt de gever en activator van onze Menselijke Goddelijkheid – Goddelijke Mensheid.
We worden door haar geïnitieerd door de aard van dualiteit naar Eenheid te doorkruisen. Ze leidt ons de weg naar de Hof van Eden, om in ons te worden gewekt.

En zo vulde onze namiddag met lange en boeiende diepgaande gesprekken. Na de volle warmte van de dag en omdat mijn lijf de behoefte voelde om in beweging te komen, neem ik afscheid van Safaa en haar familie. En wandel richting het Nubian museum. Na het museum die heel interessant was om deze regio te leren kennen en met het prachtig beeldje van Isis die de borst geeft aan Horus. Doet me denken aan het beeld van Maria die de borst geeft aan Yeshua.
Geniet ik van een rustige avondwandeling voor het slapen gaan in het kleine holletje middan de drukte van de stad.