Abla

Abla

Vandaag van Ocana naar Abla. Een korte afstand om dan nadien mijn benen te kunnen laten rusten, alsook mijn Hart.

Onderweg besef ik dat ik nog mag lossen uit mijn bagage. De rugzak is me nog te zwaar en deze laat het via mijn lichaam duidelijk verstaanbaar maken.
‘Als ik dit niet doe, zou het wel het einde kunnen zijn’, gaat door me heen. Ik voel dat dit me raakt en het voelt als een ‘scheur’ op hartniveau. Tranen komen vrij… mijn longen open zich… ruimte… een zee van ruimte komt vrij.

Ik besef dat ik straks mijn binnentent mag achterlaten, ook al had ik het verlangen om in een tent te kunnen slapen. Het maakt mij ook niet minder pelgrim omdat ik het niet kan dragen. Integendeel, durven lossen, kijken wat gaande is maakt me in mijn beleving pelgrim ‘tot op den draad’. En in wezenlijkheid met een tastbaar dak of niet… een dak boven mijn hoofd zal er altijd zijn.

Net vóór Abla, stopt een bakker. Ik laat me verleiden met een koek met crème en een laagje chocolade.

De Albergue ligt op het uiterste puntje bijna van het dorp, met een prachtig zicht op de Sierra Nevada. De temperatuur is hier duidelijk lager dan aan de kust.

Kort na mijn aankomst, komt een Spaanse man aan. Kort en opgejaagd wijst hij mij op de manier van hoe ik met de sleutel van de albergue moet omgaan… Ik voel me wat verdwaasd kijken, ‘Alle, ook een goede dag!’, denk ik dan. “Si, comprendo”, deel ik, hihi, of dit nu werkelijk Spaans is?!, en ik breng mijn twee handen naast elkaar en laat ze beiden wat dalen, gevolgd door een vriendelijke glimlach. Later installeerd hij de regel, ‘daar de vrouwen, daar de mannen.’

Op de middag zet ik me op een terras, met een boekje. Een man komt naast me zitten. En maakt contact. Wat later vraagt hij mijn leeftijd. (Hmm, jaja, hij denkt….), hij deelt zijn leeftijd. De man maakt teken met zijn vinger’ jij-ik’ en kruist zijn vingers op elkaar. (… verkeerd gedacht.) ‘No’, kijk hem aan, en breng mijn aandacht terug naar mijn boek.

Later komen er nog pelgrims aan in de albergue.
Een Zweedse mama en haar dochter. Een Belgische dame ‘Hannelore’ … en later nog Chris. Er is leven in huis.

In de namiddag voel ik mijn hart nog tekeer gaan terwijl ik op bed lig te praten met Hannelore. Ik leg mijn handen op mijn borst en stuur mijn hart Liefde.
De pittige dagen is goed voelbaar in mijn lichaam, want ook mijn knie en voet vragen aandacht. Ik overweeg een extra dag hier te verblijven om terug op eigen ritme te komen en me niet onder druk te laten brengen door de soms wel overdonderende berichten via what’s app van de hospitaliero. Indien niet beter, vraag ik om hier een extra dag te blijven.

Ying-yang

7u30 er rinkelt iets…. het is ver… Hmmm, mijn wekker. Ik kom net uit een droom. Twee grote poezen, speels en wat lomp bewegend. Oh, neen het waren twee welpen (tijger). De ene wit met zwarte lijnen, de ander zwart met witte lijnen. Ze deden me denken aan het Ying-yang teken. Ik blijf nog wat liggen. Het is donker buiten.
Deze nacht ben ik wakker geworden door hartkloppen, ze voelde diep en verhinderde om terug de nachtrust te vatten.
Ik legde toen mijn armen breed en opwaarts… en toen… kwam de wekker.

Rustig maak ik me klaar. Mijn voetkussens voelen wat gezwollen. De blaar vooraan is opgedroogd. Een ander maakt zich klaar aan de andere voet. De twee kleine blaren aan de hiel op iedere voet voorzie ik van tape. Ik herinner me mijn vader die altijd tegen me zei: “denk aan je grote teen”, als ik ergens pijn had. En dat lukt… maar nu mag ik mijn aandacht op een anderpunt leggen. Ik neem de neus zoals in de ‘Vipassana’. Eigenlijk gaat het er hem gewoon om dat je je aandacht niet bij het pijnpunt houdt, zo verdwijnt de pijn.
En een blaar, ook al is het niet aangenaam, nadien komt de verharding een natuurlijk bescherming van de huid.

Ik ben me hier bewust dat ik met verschillende zaken te dealen heb, de warmte, het gewicht in de rugzak, café con leche, de kilometers en niet te vergeten de bergstreek, het soort ondergrond waar ik op wandel. Drie zaken kan ik niets aan veranderen. Wel het gewicht van de rugzak. Ik laat mijn nieuwe buitentent achter, meedragen tot een postpunt is niet te overwegen. Geld of zelfzorg, mijn keus is snel gemaakt. Zonder mijn voeten kan ik me niet voortbewegen.

De maan staat nog in haar volle glorie te schijnen boven de bergflank, daar waar het dorp tegen gebouwd is. Terwijl aan de andere kant de zon stilletjes aan tevoorschijn komt.

Een stevig klim komt me al snel in mijn keuze bevestigen. Blij dat ik mijn boventent achterliet. Aan de andere kant van het dal hoor ik een hond huilen. Ik probeer hem waar te nemen. Ik zie hem niet. Een tiental meters blijft zijn gehuil me volgen. Ik voel me machteloos.

Bij het afdalen in een andere vallei, in de rivierbedding, geniet ik van de schaduw van de eucalyptus, de populier en de struiken.

Een pauze in Nacimiento doet me goed. In plaats van een koffie probeer ik een ‘cerveza sin alcohol’. Ik strek mijn benen uit en val bijna in slaap. Ik krijg een bericht van Nelly ‘Abla’ nog 16 km’. Pff, probeer maar in het nu te leven.
In Dona Maria stel ik me de vraag, ‘hoe zit het hier met de bejaarden. Waar gaan ze heen, of blijven ze bij de kinderen wonen. Op het moment van mijn vraagstelling hoor ik muziek. Ik ga kijken. In een klein zaaltje volgen bejaarden turnles. Ze zwaaien.

Nog een paar kilometers en ik hou het voor bekeken. Genoeg voor vandaag. Mijn dag eindigt via een mooie olijfboomgaard met een wateririgatie systeem.
Bij aankomst voel ik terug de hartkloppen door gans mijn lijf… Rusten.