Balloner

Ik breng de sleutel terug naar ‘la mairie de Plomion’. Een lange dalende weg neemt me mee naar het eerst volgende dorp, Bancigny. Tot mijn grootste verwondering staan veel kerken hier open. De Sint-Nicolaas kerk is een prachtig klein kerkje. Een schitterend gesculpteerde doopvont. En wat gepolychromeerde beelden.

Sint-Nicolaas, Bancigny

Wat verder de Saint-Martin kerk in Jeantes. Een heel bijzondere kerk. 400 vierkante meter frescos gemaakt door Charles Eyck een Nederlander. Bekleden de muren. Bijzonder hedendaagse glasramen. Een pareltje. Op een bord langs de weg ‘route des églises fortifiée’, nu begrijp ik waarom de deuren openstaan.

Mijn rugzak weegt zwaar vandaag. Mijn lichaam is wat aan het protesteren. Waarschijnlijk het gevolg van een geen zo een goede nachtrust. Voor mij in de gracht een buizerd. Ik bevries. Ik hoop dat hij mij niet ziet. Niet dus, hij vliegt weg. Nieuwsgierig ga ik kijken, vermoedelijk had hij een prooi. Ja hoor een haas.

In Parfondal begint het wat te druppelen. Een dreigende lucht. ‘Even wachten aub. Ik zal wat sneller wandelen en jij hebt een beetje geduld’. Yes, net op tijd en het begint nu toch zo te gieten en gedonder. Ik blijf hier in dit pittoresk en één van de mooiste dorpen van Frankrijk tot de regenbui over is. Een bezoek aan de versterkte kerk Saint Médard.

Ik wandel vandaag van la Picardie naar la Champagne Ardennes. Wie zegt dat het noorden plat is, heeft het echt wel mis. Valloner noemen ze dit hier (ik dacht altijd dat het balloner was, lijkt logischer 😊) val of bal… Je suis balloner, mijn voeten en rug kunnen het wel vertellen. Na de regenbui wandel ik nog twee uur. De laatste klim was er eventjes teveel aan. In een zaal van Mainbressy val ik als een blok in slaap na eerst mij schoenen te hebben onderhouden.

Plaisir d’amour

Ludmilia is vertrekkensklaar om naar school te gaan. ‘Merci, pour avoir prêter ton lit. J’ai très bien dormi’, fluister ik in haar oor. We geven elkander een zoen. Met een grote glimlach had ze gisteren haar bed aan mij afgestaan. Weigeren was geen sprake.

Ochtenddauw. De waterdruppels blinken als zilver. In de berm Primula. De dag begint goed een fikse stijging en is onmiddellijk voelbaar in mijn kuiten. Amai, wie zegt dat het noorden plat is! Het is zweten. De koeien in de wei komen naar me toe rennen. Koeien zijn heel nieuwsgierige dieren, terwijl ik met hen sta te praten proberen ze dichter te komen. Ik probeer er een te strelen, oeps dit zijn ze blijkbaar niet gewoon.

Primula

In een afdaling in het bos zie ik een camionet staan. Ik hoor mensen praten. Arlette en Raymond. Beiden hebben een wit pak aan met een gaas voor de ogen. Bijenhouders. Beiden zouden een goede karikature zijn voor een tekenfilm. Twee grappige mensen. Al snel krijg een spoedcursus bijenhouden. Wanneer de bijenkorf niet zwaar weegt dan moet je ze voeding geven zowel in de zomer als in de winter. In de winter geef ik van dit geel goedje. Hij doet de 20liter fles open en een geel sap komt eruit. Stuifmeel. En daarbij voeg je mengeling toe van magnesium, zink, koper…
Hij leert me ook dat een ‘Pivert’ hier un ‘Becbeau’ heet. Als ik verder stap roept hij me nog toe, ‘Au coin de la voyez vous avez rencontrer…. N’ oublier pas de noter’.

In de dorpen ruikt het naar pasafgemaaid gras. Een man komt me tegemoet. Hij duwt een overvolle kruiwagen voorruit. Hij stopt en blaast uit. ‘Pfffff, c’ est lourd’, vertelt hij me. Wanneer ik terug verder stap, hoor ik hem om de zoveel tijd zijn kruiwagen neerzetten. Hij gaat duidelijk over zijn grenzen.

Een terreinwagen steekt me voorbij. In de verte hoor ik hem plots vastzitten. Terwijl ik het pad afdaal hoor ik de ene vloeken tegen de ander. “Je vous invite à pieds cela va plus vite” , roep ik van aan de andere kant van de prikkeldraad.
“Ta de’ tuutttt’ (censuur). De la ferraille de…. ‘Tuuuuttt’,roept de jonge gast in het wildeweg.
De oudere man kijkt of hij me kan zien. ‘C’ est la ferraille ou la mains d’œuvre’, zeg ik al lachend. ‘Il vient d’ acheter la pâturage. Il la connais pas encore. ” Bhen maintenant si”, zeg ik al lachend. Terwijl de een een Traktor is gaan halen. Blijft de ander en kunnen we nog wat lachen om de situatie. Oef… want de start was anders.

In Plomion krijg ik de kindercreche aangeboden om te slapen. Ik ga op zoek naar eten. De winkel is gesloten. Dan maar een bezoek aan een kerk. Vele kerken hier in de buurt zijn versterkt en werden gebruikt in de 16 eeuw om zich te beschermen. Mensen konden hier dagen lang in leven.
Een restaurant. Hmm, de prijzen wat aan de hoge kant. Ik ga even binnen en vraag of het mogelijk is een menu du jour te verkrijgen. Een vriendelijke heer komt. Jammer, en helaas. Geen menu. Ik verlaat het restaurant. Achter mij hoor ik roepen “c’est vous la dame que j’ai vu sur l’escalier ?”, vraagt de heer. “oui”. “Entrée, je vous fait le menu”. Ik wist niet waar ik het had. In een luxueus restaurant wordt ik bediend als een koningin. De maaltijd overheerlijk. Het kaarslicht wordt aangestoken… Op de achtergrond instrumentaal klassiek muziek. In het deuntje herken ik ‘plaisir d’ amourrrr’.

Église fortifiée Plomion