Gavernie

img_20190508_2121387142586189584900839.jpg

Na de drukte rond de ontbijt tafel verlaten Jeannette en ik het hotel voor de ochtend viering.
De spanning die voelbaar kan zijn in mijn lijf tijdens een viering is nog altijd aanwezig. Om deze te doorbreken sta ik op en deel ik de zang boekjes uit.
Na de viering gaan we richting de kruistocht. De zon weerkaatst op de vele mozaïeken van de basiliek. Een geel gloed vult de omgeving.
We komen voorbij de grot van Massabielle en steken de rivier Le Gave de Pau over.
De stroom van de rivier doet me goed en brengt rust met zich mee.

Aan de kaarskappellen steken we een grote kaars aan met onze intenties. Jeannette stapt de rolstoel uit. Ze is geraakt bij het zien van de vele kaarsen en de herkomst van wie ze heeft geplaatst. “Hooohhh”. Ik volg haar op afstand.

Om wat te bekomen van de vele indrukken en gewaarwordingen nemen we plaats aan de rivier. Zacht ziet de rivier eruit, de vele intenties die hier worden neergezet vloeien met haar mee. Nadat ik de rolstoel stevig heb vastzet, streel ik over het water. Mijn lijf ontwaakt. Ik schep water op met mijn handen en giet deze zonder woorden in beiden handen van Jeannette.
“Dit geloof kunnen ze min nie meer afpakken, geen enkele duivel”, zegt Jeannette me plots uit het niets. We kijken elkander aan en beginnen te lachen.
“Das hier beter dan aan de zee”, vertelt ze verder.

Op de kruisweg hoor ik Jeannette aan iedere halte spreken. Wanneer ik zie en hoor wat het ‘geloof’ deze vrouw al gebracht heeft. Welke levenskracht ze hierin heeft uitgehaald. Haar levensverhaal. In het diepste van mezelf hoop ik dat mensen nog heel lang mogen blijven geloven.
“Moeder Maria ge gi ook joan kind verloren, ik weet wel hoe da voelt”, spreekt ze het beeld toe.

In de namiddag gaan we met de bus naar Gavarnie. Op de bus krijg ik terug pijnscheuten in de rechterflank. In Gavernie wenst Jeannette te stappen naar de kerk. “Dit is voor mij OK, weet dat ik ook de rolstoel meeneem”. “Moja, laten we ons toan op de terrasse zitte en een koffiedrinken”. Ze cijfert haar weg om mij geen last te zijn. Dit is lief van haar en terzelfde tijd voel ik hoe ik hier last van heb, hoe Jeannette onbewust hierdoor te dicht in mijn veld komt door haar weg te cijferen. Ik deel met haar dat ik op tijd zal aangeven wanneer het voor mij niet kan. Af en toe is een duw in de rug nodig en terzelfde tijd voel ik hoe ik mezelf ook moet afbakenen om niet in haar terrein mee te draaien, dit uit zich meestal wanneer ze me vraagt uit minderwaardigheid om een tussen persoon te zijn tussen haar en een derde. Evenwicht.. evenwicht.

De weg naar Notre Dame de bon port gaat in stijgende lijn. Het duurt even voor Jeannette me vraagt om te gaan zitten. Oefff… De weg gaat verder achterste voor… Ik trek haar mee naar boven. Eenmaal boven aan de deur van de kerk hou ik eerst rust. Ik laat de groep eerst binnengaan en wanneer ik zie dat Jeannette werkelijk is aangekomen is het onze beurt om in het bijzonder 12 eeuws kerkje binnen te gaan, gelegen op de weg van Compostella richting de Norte.

img_20190508_2116332141167632635649803.jpg

Tijdens het avondmaal krijg ik een plotse onverdraaglijk hoofdpijn. Om 20 uur duik ik onder de lakens en geef ik mezelf Reiki. Met mijn handen op mijn hoofd val ik in slaap. Ik ontwaak voor de eerste maal om middernacht. De hoofdpijn blijft aanwezig. Ik trek mijn broek aan en ga naar de nacht waker vragend om een pijnstiller. Deze kan hij me niet aanbieden, een weldoende warme thee wel, met deze ga ik terug naar boven en val terug in slaap tot de ochtend.

 

 

Lourdes

img_20190506_2046344156121437475771438.jpg

 

 

Door de snellere mobiliteit van de groep, de vermoeidheid van Jeannette, eigen zelfzorg, vraag ik een rolstoel voor Jeannette.
“Hohhhh” hoor ik Jeannette zeggen terwijl ze met haar hand voor haar mond ga.

Een eerste kennismaking met het heiligdom. Op mijn linkerkant het plein, de basiliek die staat te glinsteren in de zon. Rechts van me een groot beeld. Een vrouw met blauw kleed, wit gewaad, op haar hoofd een gouden kroon. ‘De vrouwe, onze lieve vrouwke, ons moederke’, zoals Jeannette het zo mooi kan vertellen.

Terwijl ik haar de tijd en ruimte geef om te zien en alles in zich op te nemen, word ik plots een hevige stekende pijn gewaar, als een mes die ze me van voor tot achter in mijn rechter zijflank steken. Dit gebeurt zo driemaal achtereen.
“Jasmine, kunnen we tot aan de grotte goan asjeblieft”, hoor ik Jeannette vragen. “Ja hoor, we zijn vertrokken”, terwijl ik haar rolstoel voortduw.

“Ik weet niet of ik min goan keun in oude wei”, deelt ze me mee. “Dat hoeft niet Jeannette, laat maar stromen wat er komt en is. Het is OK.”, zeg ik haar dicht bij haar oor.
Aan de grot aangekomen zie ik haar borstkast schokken maken en fijne geluiden bij het inademen. Een traan vloeit over mijn wang.
Ze legt haar hand op de rots, ” OH, Bernadetje , ik kzin hier weere. Zo blij dak er weere ben”. Ik volg de koorden tot aan de banken waar we plaats nemen. Mensen komen en gaan. Ontelbare handen hebben deze rots al aangeraakt waar Bernadette Soubirou verschijningen zag van een vrouw in wit gewaad met gele bloemen op haar voeten en in haar handen een rozenkrans.

 

 

We keren terug naar de ingang.
“Jasmine, da is hier tastbor he, da keun ze toch nie zeggen da da folklore is”, deelt Jeannette me mee.

Na het middagmaal keren we terug voor een groepsfoto op het grote plein.
Terug aangekomen tussen het grote Mariabeeld en het plein, wachtend op de fotograaf, voel ik terug scherpe steken in mijn zij. ”s Avonds herhaald zich dat terug op dezelfde plaats van het domein wanneer ik eraan kom na de kaarsprocessie.

 

img_20190508_213257_2914777134069515628000.jpg