Baudoin

Baudoin

Ik hoor Armelle en Elouan lopen van hun kamer naar de badkamer, trappen naar beneden… De expresso machine.
Ontbijt en zich klaarstomen om naar school te gaan. Alles gebeurt heel gestructureerd en ik voel dat ik een tandje bij mag zetten. Oehoe, dat ben ik niet meer gewoon. Rugzak vullen, halen.
Gisteren avond kreeg ik van Elouan, nadat ze mijn bed als springplank mochten gebruiken, een hartje voor het slapen gaan.
“Je te redonne le petit cœur merci à toi. Toute la nuit le cœur m’a accompagner. ” Verlegen kijkt Elouan me aan. Nog even pauzeren voor de foto met de twee jongens. Zo een lieve kinderen.

In Bar sur seine geven de Primula kleur aan de borders, tussen de vele troep die de mens achterliet, flessen wijn, blikken, papier, plastiek.
Ik wandel tot in het centrum en geniet van de prachtige architectuur die er te zien is. Het ene steegje in, het andere uit.
Ik haal me een afhaal koffie en zoek een plaatsje in de zon.

Ik vul mijn dagboek aan, tussen de vele korte schrijfsels en woorden die ik onderweg typ om niet te vergeten. Al wandelend komt vaak mijn creativiteit los en dan is een notebook of de opname functie op de telefoon wel handig.

Bij het verlaten van de stad wandel ik naast de Seine, links en rechts een bos. In de verte zijn de eerste heuvels zichtbaar van de Champagne.
De velden worden klaargemaakt voor de bloei en krijgen hun zoveelste snoeibeurt. Sommige vertonen een grote stam aan de voet van de rank.

Een man stapt uit zijn wagen. “Bonjour monsieur c’est vignes vous appartient ?” “Oui” “Elle a quelle age. En voyons les pieds j’ai bien l’impression que ce n’est plus des jeunes.” “Oh, Non, c’est vrai. Tous ce que vous voyez ici a 35 ans”. “waw, jolie travaille.”
“Et vous que faite vous”, vraagt de man. “Je suis en route pour Vézelay ou je vais passer les fêtes de Pâques, puis je reste encore 14 jours comme hospitalièr.” “Oh, c’est quoi ?” “c’est prendre soins et acceuillire les pèlerins en route ou aux départ pour Saint-Jacques ou Assise.”
Hij leunend tegen zijn wagen, ik op mijn wandelstokken spreken we elkander aan alsof we al gans ons leven bevriend zijn.
“Je m’appelle comme votre roi… Baudoin”, zegt de man. “Vous savez comment cela s’écrit chez nous dans notre langue.. B.. O.. U.. D..”, en ik doe zo verder. “Aha, et dans votre nom en néerlandais le ‘wijn’ veut dire vin”. Hij kijkt me ongelovig aan.. “Sisi, croyez moi.”

Ik stap verder en wanneer hij langs rijd met zijn wagen opent hij zijn deur en zegt, “mes comment tu fait avec les sandales par ce temps. Et c’est chaussette à cinq doigts.” “Bhein, comme avec les bottines. Je marche”

Wat een fijne babbel hadden we en wat is het fijn om plots bewust te worden dat ik via mijn beweging hier en daar zaadjes uitzaai.

Stel je voor dat we allen enkel nog hartgedragen bewegingen maken en we bij iedere stap die we hebben gezet er zich iets kleur-fleurrijk ontvouwt en er een bloemige zoete geur zich gaat verspreiden…men in een kleurrijke wereld terechtkomt, de straten zich vullen. De vlinders fladderen, er hier en daar een bankje staat waar twee mensen de tijd en ruimte nemen voor elkander.

Wat denk je! Doen!

Zo heb ik ook mijn doosje met zaadjes van de stokrozen uitgehaald om ze langs de weg uit te strooien.

Ik kom aan in Ricey-bas op aanraden van Samuel. En ik ben blij zijn raad te hebben opgevolgd. Wat een prachtig pittoresk dorpje. Ik ga binnen bij ‘la fleuriste’ . Een vrouw die reeds een stuk van de camino wandelde. “OH, quand je vous vois j’ai tellement envie. Mes toute cette histoire de Covid m’empêche de partir.” “N’hésitez surtous pas à prendre le chemin. Si vous sentez l’appel, allez y.” Ze helpt me iemand te vinden voor een overnachting en leent me de sleutel van de kerk.

Wanneer ik terug kom na een bezoekje in de kerk, koop ik me een boeketje tulpen.
Met de tulpen in de ene hand en de paraplu in de andere kom ik aan bij mevr. en Mr Payen. Die me met een warm hart ontvangen in le Ricey – bas.

Klik HIER voor een kortfilmpje