Ponte de Lima

Ik verlaat Ponte de Lima via de weg richting Braga. Wanneer ik het centrum verlaat staat een beeld… geen mannelijke ridder of militair of koning… Een vrouw met een kroon op wijzend richting de Rio…

Wat verder gaat het opwaarts via een Park. Langs de weg staat op een bord geschreven… Maria Magdalena. Er net voor een kapeltje met een tal van kaarsen erbij. Een kleurrijke tekening trekt mijn aandacht. Onderaan het vagevuur met hier en daar wat mensen aangekleed. In het midden een vrouw met rood-bruine haren en een groen kleed, met een lichter groen gewaad over haar schouder, zo wordt vaak Maria Magdalena voorgesteld. Bovenaan de zon en de Aertsengel Michaël. Een krachtig beeld met een waardevolle symboliek.
Met een eerste blik zal men het interpreteren als ‘het goede en het kwade’ omdat aan de ene kant de engel en het tegenovergestelde het vuur, vagevuur is. Zo is het ons met de paplepel ingegeven, of toch geprobeerd. Is dit niet wat oppervlakkig als woordgebruik ‘het goede en het kwade’. Stel je voor (wat gebeurt is in massa in het verleden en vandaag nog bij velen onderons, een dagelijks gebeuren zelfs. Kijk naar de laatste 2 jaar tot vandaag) je zet honderd mensen voor je in een rij, een papiertje, een balpen. En één persoon gaat die ene rij in twee splitsen, diviseren, een verdeling maken. Laten we dan even breder kijken. De persoon die diviseerd, in welke rij komt deze?!

Wel velen zullen hier onmiddellijk een antwoord kunnen opgeven. Vergeet dan wel niet dat wanneer men hier een oordeel op geeft in dezelfde plaats staat van die ene persoon. Zie je wat gebeurt… hier komt geen einde aan. Bah… flauw… Niet ?!

Ik breng mijn aandacht terug naar het beeld en wat het bij en met mezelf deed en opriep. Deze vrouw werd door velen in het vagevuur geplaatst, als slecht gezien door derden. En dit is bij velen blijven plakken ergens in de bovenkamer en, eeuwen en eeuwen meegegaan. En vaak klakkeloos overgenomen zonder zich een spiegel voor te nemen en zichzelf in vraag te stellen bij eigen gedrag en aktie. Want als iedereen, in Liefde dit werkelijk zou doen zou de wereld er anders uitzien.
Vandaag is die vrouw aan het ontwaken, komt er meer en meer zuivering op haar naam en wie ze werkelijk is. Een krachtige vrouw die in het vagevuur kan staan – daar waar derden ze erin hebben geplaatst–om er anderen te helpen omdat zij weet uit ervaring wat het diep van binnen met een mens doet en hoe erin te groeien wanneer je Liefde bent ook al werd ze hierin uitgedaagd en hebben mensen doen geloven dat zij dit niet was, Liefde.
En dan is er de Aertsengel Michaël. Michaël de beschermengel van rechtvaardigheid, genade en van gerechtigheid. Neen, dit is niet te zien als een metafoor die iets aanricht aan anderen omdat hij een wapen in zijn handen draagt, of als iets kwaad want dan zou de aertsengel bekeken worden als de persoon in de rij, die splitst.

Net zoals er al velen eeuwen.. de vinger wijzen naar, het buiten zichzelf plaatsen of de ander zal het wel oplossen… dan hoeft men zichzelf niet in vraag te stellen. Een manier die de mens verder en verder van zijn eigen hart verwijderd.

Het is voor mij iemand die me nauw nabij is, waarin ik mijn eigen kracht aanspreek om in evenwicht, (De Aertsengel draagt ook vaak de weegschaal als voorwerp.)
in Liefde te blijven staan midden het vuur. Vertrekkend vanuit mezelf ‘I’, naar buiten gericht.

De weg gaat verder over asfalt. Af en toe tussen velden waar weinig pelgrims zijn langs gekomen.
“Olá bom día.” “Bom diiiii”, roept een vrouw als wederantwoord.
Wat verder een man met rieten hoofddeksel. In de hand een riek. Hun lichamen zijn geplooid in een hoek van 90°, terwijl ze onkruid verwijderen.
Soms zijn de mensen zo met hun volle aandacht met de aarde bezig dat ze niet doorhebben dat er iemand voorbij wandelt. In een ander veld, een vrouw in het zwart gekleed waarvan haar kledij afgetrokken is door de zon. Een bruin gebrand huid, lange grijze haren achteruit in een dotje. Een kort gesprek. Wanneer ze hoort vanwaar ik kom maakt de vrouw een hoog geluid, zoiets zoals ‘Ojeeee’. Ze lacht, en in een hoek van haar mond komt een glinsterende tand tevoorschijn. Ik ontroerd door het moois en de verbondenheid te zien tussen mens en natuur. In de verte een man die rust op zijn hark, terwijl ik rust op mijn wandelstokken. We zwaaien naar elkaar.

Pont de Lima