Spoor

Saint-Germain-la-Ville

Mathieu Olivier

Ik sluit het tuinhuis waar ik een heerlijk nacht heb gehad. Even tot bij de eigenaar om te danken. De bel. De man komt gehaast aan. “Merci pour votre hospitalité monsieur”,terwijl ik hem de hand geef. “bofff, c’était rien”, terwijl hij zich al half omdraait. De man houdt een chambre d’hôtes open.

Naar het dorp. Het is zeven uur in de morgen. Een vrouw komt aangereden. Parkeert zich en loopt voor me uit naar de bakker. Gehaast.
De bakker. Man en vrouw hebben woorden. De bakkerin laat iets vallen. Mist in het cijferen.
Buiten drink ik rustig mijn koffie en neem ik mijn ontbijt. Een poort gaat open. Een auto rijdt uit. De bakkerin begint haar ronde. Wat verder stopt de wagen. De zijdeur stond nog open. Gehaast.

Ik stap rustig een zonnige dag in. In een dorp vraag ik of er plaatselijke handelaars zijn. “Tous les artisans sant groupé madame au font de la rue. Il y a un centre… ‘Een grootwarenhuis'”, weet de vrouw met een zachte stem me te vertellen.
Het wringt binnenin. Ik heb geen keuze, zoniet heb ik geen voeding voor de dag. Sedert dat de grote ketenen zich geïnstalleerd hebben aan de rand van dorpen en ondertussen aan een snelheid overal bijbouwen, hebben de kleinhandelaars geen kans tot overleving in deze economie. En allen hebben we hier ons aandeel in, ook ikzelf. Het gemak van alles samen te vinden om tijd te winnen ten koste van kwaliteit en menselijk contact.

La Chaussée sur Marne

La Marne

Op een gegeven moment sta ik met mijn twee voeten op een treinspoor. Uitkijkend naar een oneindig punt. Voor me zie ik beelden. Mannen, vrouwen, kinderen. In de hand valiezen. Stille stemmen. Slepende voeten. Mensen die naast elkaar lopen steunend en ondersteunend. Ik blijf nog even staan. Vogels halen me terug. Ik verlaat het spoor. De stemmen verdwijnen. Ik besef dat ik de vrijheid heb van het spoor te stappen. Velen hadden dit niet.

Saint-Amand-sur-Fion

Een lange tocht doorheen een open landschap. Velden in verschillende groen tinten. Af en toe nog wat wijnranken. Wat groeit die snel. Iemand vertelde me dat deze ook ’s nachts blijven groeien. In Saint-Amand-sur-Fion weet ik de frisheid van de kerk met zijn voorportaal te appreciëren.

Mijn avond eindigt in Vitry waar onverwachts iemand mij meeneemt naar een hotel en er mijn hotelkamer betaald. Even een eigen luxe nestje na een vermoeiende weg is welkom. Ik zet de tv aan. Jean Reno. Ik blijf kijken. Le Vel’d’Hiv. Waar de grootste deportatie van Joden is gebeurd in Frankrijk tijdens de tweede wereldoorlog. En waar menigte Fransen hieraan hebben meegeholpen. Ik denk terug aan deze namiddag. Het spoor. De naam Jeruzalem komt binnen.

Pierre

“Bonjour bien dormis” vragen we elkaar. “Ah, si j’aurais u la petite valise de Josephine Ange gardien je mettrez le matelas dedans”. Een blij gezicht.
Een gezellig babbel aan de ontbijt tafel. Een wederkerig delen en ontvangen.
” Merci beaucoup pour le petit déjeuner et…”, in kano “et pour la compagnie”. Pierre.

Na het bos blijf ik even staan en neem ik de tijd om de omgeving in me op te nemen. Een kraai. Vogels zingen in het rond. De wind die af en toe mijn oren streelt. Het lang gras danst heen en weer. Voor mij een vergezicht. Wijnranken. Een witte wagen. Een vrouw die zich verplaatst van links naar rechts. Aan haar zijde een trouwe vriend. Een herdershond. Verder een dorp. Nog verder de autoweg. Wanneer ik mijn ogen focus op de horizon, zijn de wagens net mieren die heen en weer hun baan afleggen. Een snelheidstrein, net een slang in het landschap.
Al neuriënd zet ik mijn weg verder. Een citroentje fladdert mee op mijn linkerkant.

Met een intense gewaarwording van gedragen worden, wordt ik me bewust dat er iets veranderd is in mij zicht. Alsof mijn ogen ruimer geworden zijn. Terwijl ik stap voel ik een aanwezigheid in mijn rug en terzelfde tijd, een kracht, iets die me verhinderd om mij om te draaien. Het verleden is voorbij komt erin me op. Mijn nieuwsgierigheid is te sterk. Ik sta stil. Neem een diepe ademteug en draai me om. Niets. Natuurlijk niet Jasmine, had je iets verwacht, ik voel mijn ogen wat samenknijpen van vreugde. Stilstaand onder een bloeiende boom blijf ik gewaarworden. Op de grond weerkaatst het licht in het water. De zin ‘men geeft terug aan de aarde wat van de aarde is’, gaat door me heen. Ik stap verder en laat toe wat is. Ik voel ruimte. Een open borstkas. Ik zie, voel. Ik ontvang en aanvaard. Even komt twijfel in me op. Een buizerd. Dank je.

Een pauze onder een afdak. Voor me een bord einde dorp ‘Billy le Grand’ eens wat anders dan Billy the kid. Ik laat mijn voeten wat lucht scheppen en laat mij tenen verschillende bewegingen maken. Stond er een aangezicht opgetekend, dan zou het glimlach zijn.

Alloooo, wie oooo wie

Hermione

Opvallend geel-groen water. Bewegend, als Zilver parels. Een vrouw van tachtig jaar wandeld een stevig ritme met me mee. Haar hond ‘Hermione’ trekt ons voort. Een gesprek over zorg dragen van de natuur. Azijn, soda, bicarbonaat, Marseille zeep versus de vele massaal soorten zeepproducten.

’s Avonds bel ik aan bij Elisabeth en Gilles. De deur is amper open. Een vraag stellen was overbodig.’ Entre… ‘

Vraux

Champagne

Basilique Saint-Remy

Ik verlaat Reims via de GR route. Persoonlijk vind ik deze veel interessanter dan via de Sint-Jacobsroute. Ze brengt je me via de basiliek Saint-Remy, oude abdij en art-déco huizen. Een paar honderden meters verder kom ik terug op de Sint-Jacob route langs het kanaal die l’Aisne à la Marne verbind.

Een grootstad binnenkomen en verlaten gebeurt meestal via industriezones. Zelden zag ik het anders. Soms kan het storend zijn. Afhankelijk waar ik mijn gedachten op focus. Een fabrieksgebouw kan plotseling een andere uitzicht krijgen wanneer ik kijk naar de geometrische vormen en kleuren. Zo gaat het in het leven, niet! Je heeft er zelf kleur aan of blijft in de somberheid. Stilletjes aan verdwijnen de geluiden van de stad op de achtergrond tot ik enkel nog vogels, voetstappen en fietsen hoor. Ik focus me op mijn ademhaling, voetstappen en houding. Mijn scheenbeen doet wat pijn. Mijn aandacht gaat naar mijn bekken. Door de rugzak wordt mijn bekken regelmatig naar voor geduwd waardoor mijn onderrug begint pijn te doen alsook alles wat ermee in verbinding staat.

De Camino verlaat het kanaal

Pas na tien kilometer verlaat ik het kanaal, twee kilometer asfalt om dan tussen de wijnvelden te belanden. De autosnelweg en treinllijn verdeeld de regio in twee waarin ik de laatste dagen aan het wandelen ben geweest. De ene kant open velden… Koolzaad en gewassen. De andere kant, Champagne wijngaarden. De weg stijgt. Mijn rugzak wordt wat gelost zodat mijn rug recht kan blijven bij het stijgen.
Overal staat ergens een witte camionet ten midden de wijnvelden. Hier en daar man of vrouwkracht. Dichtbij een paard en zijn baas, Saumur en Ceril. Aan de wijnranken hangen bruine plastieken kleine bakjes. Hormonen voor de insecten. Het zorgt ervoor dat de sexuele behoefte van de mannetjes uit hun evenwicht geraakt naar het vrouwtje zodat er geen voortplanting kan gebeuren. Zo worden de druiventrossen preventief beschermt.
Ceril vraagt me waar ik heen ga… “Ce n’est pas le plus court chemin que vous prenez. Par l’Allemagne c’est plus court.” Iets wat ik regelmatig hoor… De lengte van de weg.. “Une fois en route les kilomètres non pas d’importance.” “Merci Ceril au revoir Saumur”. “Bonne route et bonne chance”, roept Ceril terwijl hij zijn hand opsteekt.

Een hond gaat liggen. “Passer il n’ est pas dangereux, n’est pas peur”, zegt een man met een wat autoritaire stem. “Je préfère lui attendre et lui laisser la place. Je n’est pas peur c’est plutôt le chien qui a peur. Et je préfère être m’efiont aux animaux qui en peur.” Een bevestiging komt van zijn jong baasje.

Un bar, plaatselijk café. Paars en rose, kleuren het interieur. Geen achtergrond van muziek. Vijf mannen aan de contoir. Drie mannen steunen hun armen op de contoir. Hun hoofd en bovenlichaam kan nog net gedragen worden. Woorden en zinnen hebben geen inhoud meer. Een zin klinkt in mijn oren, ‘Un claire de l’une à Maubeuge’. Lange stiltes ertussen. Bizarbizar.

De vergezichten zijn prachtig. En diegene die naar Compostella gaat via de asfalt weg heeft even ongelijk. Een klein stukje GR kan geen kwaad integendeel. De beloning is groot. De afstand Gent-Reims was twee dagen langer dan Namen-Reims. Dus daarvoor moet je niet laten.

Mijn avond is gevuld met ‘un polar’ sur la 3, intrigerend. De gastheer, een man van 78 jaar is in geslapen gevallen voor de tv. Het doet me denken aan de avonden met mijn grootmoeder. Ook de huiselijke geur brengt me terug in de tijd. Het is net alsof ik hier met mijn grootvader zou zitten. Alleen zou hij mijn vader kunnen zijn. Ook deze namiddag werd ik even terug gefloten in gedachten naar mijn vader. Ook al ben ik het niet eens met zijn gedrag en waren grenzen trekken noodzakelijk, ik zie hem graag. Een goed gevoel vanbinnen, geen wrok, geen rancuneusheid, geen kwaadheid. En daar ben ik fier op dat ik dit kan. Het hoeft niet of/of te zijn. Het kan absoluut ook en/en.

Viola odorata, maarts viooltje

Reims

Reims me niet onbekend. De eerste keer was ik hier in 2014 op weg van Namen naar Compostella. 2015 vertrok ik met de fiets van Gent naar Vézelay. En nu terug te voet van Gent naar Assisi, Rome en Compostella en wie weet… Het fietsen was mijn ding niet vooral wanneer je het pelgrimeren in de letterlijke zin wenst te beleven.

Reims, ik geniet van de zondagse rust in de stad en de gesloten winkelstraten. Niet enkel de kathedraal is prachtig om te zien – de gesculpteerde façade aan de buitenkant en zijn glasramen binnenin oa van Chagall –
ook de prachtige Art Déco gevels oa deze van de cinéma genoemd ‘opera’.
Een overnachting en lichamelijke rust bij de zusters Clarissen is deugddoend. Les laudes, vigiles, les adorations en een misviering waar de liederen, de zang en dans me weten te raken. Twee mannen achter zingen met een warme stem mee. Ik voel me gedragen door de stemmen, voor de eerste keer door een mannenstem. Een traan rolt langzaam over mij wang.
De klederdracht van de zusters spreekt me aan. Beige, witte, crèmekleurige tinten. Een dik touw met houtenpaternoster. Eenvoud siert. Nog zesentwintig zusters samen… een zeldzaamheid geworden.

Glasramen van Marcel Chagall

Mijn voeten appreciëren de rust en vrijheid van de wandelschoenen. Ook mijn lage rug. De zware dag en vele kilometers van gisteren waren goed te voelen.

Reims heeft me het gevoel van op een nieuw punt te staan. Alsof pas hier mijn tocht begint.
Mijn schoenen staan klaar en hebben een laagje vet gekregen. Ook deze hebben aandacht nodig als je droge voeten wenst te houden. Mijn rugzak is een 800 gram lichter geworden.
De klokken luiden en roepen … Tot morgen allen.

Rondom de kathedraal

Sint-Jacob kerk – Reims

Cinéma ‘opera’