Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.