Geraardsbergen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Everbeek

Een zoen aan Kian. Een high five aan Logan en Tristan. “Dankjewel voor jullie gastvrijheid. Ik heb genoten van zoveel moois te mogen zien”, zeg ik tegen Ingeborg. “Dankjewel, het doet plezier”, antwoordt Ingeborg. 

De weg gaat naar beneden in tegenstelling tot gisterenmorgen. In een tarweveld ontmoet ik Maarten en Jonas, die de andere richting uitgaan. “Hallo, waar gaan jullie naartoe?” “Naar ‘de Fiertel’, een jeugdherberg ”, weten ze me te vertellen. “En jij?” “Ik wandel richting Brussel.” We delen met elkaar waarom we aan het wandelen zijn, wensen elkaar succes en gaan elk onze eigen weg. Wanneer ik aankom aan de kerk van Zarlardinge, is er een begrafenis. Agnes, een pianiste. Ik blijf buiten wachten en luister naar de klassieke muziek. De kist wordt naar buiten gedragen. Een prachtige, eenvoudige, kunstig versierde kist. Bovenop een boeketje veldbloemen. De rouwstoet vertrekt te voet naar Agnes haar laatste rustplaats. Op kop een blaasorkest.

Ik ga op een terras zitten van een café. Ik krijg compagnie. De onderwerpen: drugs, vrouwen, alcohol… . “Allé, lees ne keer het laatste stukske voor uit je dagboek”, krijg ik te horen. Ik kijk de man in de ogen. Zowel een verbale als non-verbale ‘neen’ volgt. Met mijn pen in de hand verdwaal ik in mijn schriftje. Ik neem nog even een foto binnen. Er wordt me een vraag gesteld. Mijn antwoord krijgt bijna geen kans te bestaan. “Naar waar gaat u nu?” “Tot in Geraardsbergen.” “Succes, ik ben benieuwd hoe het zal zijn om daar een overnachting te vinden.” Een stilte volgt… ”Want met zo een bekrompen mentaliteit. Misschien wel bij de vreemdelingen”, krijg ik te horen. Met deze woorden in mijn hoofd en een niet goed voelen verlaat ik Zarlardinge via het kerkhof. Het graf van Agnes. Haar foto op een kruis versierd met partituren. Met muziek heeft ze geleefd, met muziek is ze heengegaan. De woorden van daarnet komen terug aan de oppervlakte. Ik wandel verkeerd. Ik probeer terug in mijn eigen kracht te staan. De woorden alsook de vooroordelen die ik te horen kreeg verdwijnen. 

Op de markt van Geraardsbergen vind ik vlot een slaapplaats. De dekenij. De deken wijst me de weg in het huis en vertrekt naar zijn afspraak. Ik doe mijn was en leg deze plat op het gras om te drogen. De deken komt later terug. “Hier, de sleutel voor wanneer je je was binnen zou halen. Zodat de deur niet achter je dichtslaat”, meldt hij me terwijl ik een glimp mag opvangen van plezier. Oeps, ik voel binnenin een zekere beschaamdheid en doe alsof ik het niet zag. Hmm, ik kan me wel inbeelden dat dit een grappig zicht is, mijn onderbroeken en bh te drogen in de tuin van de dekenij. Met zicht op de kerktoren val ik in slaap.

GPX Bestanden Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/Grammont

Grammont

Une bise à Kian, un ‘high five’ à Logan et Tristan. “Merci beaucoup pour votre hospitalité. C’est avec grand plaisir que j’ai vu tant de belles choses”, dis-je à Ingeborg.

“Merci beaucoup, cela fait plaisir”, me répond Ingeborg.

Le chemin descend, le contraire de hier matin. Dans un champ de blé je rencontre Maarten et Jonas, qui se dirigent dans l’autre sens. “Bonjour, ou allez-vous?” “À ‘de Fiertel’, une auberge de jeunesse”, me répondent-ils. “Et toi?”  “Je marche direction Bruxelles.” Nous partageons la raison de notre cheminement. On se souhaite mutuellement bien du succès et continuons chacun notre chemin.

Lorsque j’arrive à l’église de Zarlardinge, un enterrement à lieu. Agnès une pianiste. J’attends à l’extérieur en écoutant la musique classique. Le cercueil sort de l’église, porté par 6 personnes. Un magnifique cercueil, simple et décoré artistiquement. Dessus, un bouquet champêtre. Le cortège se dirige vers la dernière demeure d’Agnès. En tête, une fanfare.

Je vais m’asseoir à la terrasse d’un café. On vient me tenir compagnie. Les sujets de conversation: la drogue, les femmes et l’alcool… “Allé, lis-nous le dernier fragment de ton journal”, me dit l’un d’entre eux. Je regarde l’homme, droit dans les yeux. Un ‘non’ aussi bien verbal que non verbal s’en suit. Ma plume à la main, je me perds dans mon cahier. Je prends encore une photo à l’intérieur. Une question m’est posée. Ma réponse n’est d’aucune importance.

“Vous allez où maintenant?” “Jusqu’à Grammont (Geraardsbergen).” “Bonne chance, je suis curieux de savoir comment cela ira pour trouver un logis là-bas.” Un silence suit… “Avec leur esprit borné. Peut-être bien chez les étrangers”, me dit-il.

Avec ces mots en tête et un certain malaise, je quitte Zarlardinge en passant par le cimetière. La tombe d’Agnès, sa photo, sur une croix garnie de partitions. Elle a vécu avec la musique et elle est partie avec la musique. Les mots de tout à l’heure me reviennent à l’esprit. Je vais dans la mauvaise direction. J’essaie de me recentrer. Les mots ainsi que les préjugés disparaissent.

Sur le marché de Grammont je trouve facilement un logis. Le doyenné. Le doyen me familiarise avec la maison et part à son rendez-vous. Je fais ma lessive et la mets à sécher sur le gazon.

Le doyen revient un peu plus tard. “Voici la clé pour quand tu rentreras ton linge. Au cas où la porte se ferme derrière toi”, me dit-il et je remarque dans son regard un certain plaisir. Oups, je ressens une certaine gêne et fait semblant de n’avoir rien vue. Heum, je peux m’imaginer le spectacle drôle que cela est, mes petites culottes et mon soutien-gorge séchant dans le jardin du doyenné.

Je m’endors avec vue sur le clocher.

 

Picknick

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak

De ontbijttafel. Een telefoon rinkelt. Myriam neemt op. Haar zoon, Pierre, om te melden dat hij goed aangekomen is op zijn werk. Myriam geeft de telefoon aan me door, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “A vous aussi Pierre. Merci. Au revoir.” Een half uur later. Vertrekkensklaar neem ik afscheid van Myriam.

De weg gaat bergopwaarts. Prachtige vergezichten! Een eenmanspad, schouderbreedte. Drie honden, Mechelaars, getraind om aan te vallen. Hun muil op een halve meter van mijn schouder. Een man brengt de honden tot rust. Ik voelde me toch niet op mijn gemak om hierdoor te wandelen. Het weer is aan het veranderen. Zou er onweer op komst zijn? Ik stap het Muziekbos binnen. Een sms van Jacqueline: “Ik ben al aan het genieten van de vogelliedjes in het Brakelbos”.  Ik stap van het ene bos het andere in. Naar beneden, naar boven. De Vlaamse Ardennen. Mijn huid is net een spiegel, de zon reflecteert op mijn zweet. Nog een sms. Jacqueline komt me tegemoet. We wandelen samen en genieten van een fris drankje op een terras. Babbelen wat bij en na een tijd zitten we samen in een open koffer een lekkere picknick te eten die Jacqueline heeft klaargemaakt. Met een volle maag wandelen we nog even samen en nemen daarna afscheid. 

Ik wandel nog een laatste bos in. Het Livierenbos. Een forse klim. Vier huizen. Het vijfde huis. Een man op een grasmaaier. Een vrouw en een jongen in de moestuin. Sla, aardappelen, aardbeien…  Alles vers van de tuin. ’s Avonds zit ik met hen aan de tafel. Ivan en Ingeborg en hun drie knappe, bijzondere kinderen. Kian, Logan en Tristan. Voor het slapengaan geef ik de kinderen nog een high five.

Gpx Bestand Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/ Grammont

Le pique-nique

Le petit déjeuner. Un téléphone sonne. Myriam décroche. Son fils Pierre, pour dire qu’il est bien arrivé à son travail.

Myriam me passe le téléphone, “Bonjour Jasmine. Bien dormi?” “Oui, très bien, merci. Je ne vous ai même pas entendu partir.” “Vous allez jusqu’au bois de Brakel aujourd’hui?” “Oui.” “Je vous souhaite une bonne journée.” “À vous aussi Pierre. Merci, au revoir.”

Une demi-heure plus tard, prête à partir, je prends congé de Myriam.

Le chemin monte. Les perspectives sont magnifiques!

Un sentier de la largeur d’un homme. Trois chiens, Bergers malinois, entrainés pour attaquer. Leurs gueules à cinquante centimètres de mon épaule. Un homme calme les chiens. Je ne me sentais quand même pas à l’aise pour traverser ce passage.

Le temps change. Un orage se prépare-t-il?

J’entre dans le bois ‘Muziekbos’. Un message, Jacqueline: “Je profite déjà du chant des oiseaux dans le bois ‘Brakelbos’ “. Je marche d’un bois à l’autre. Ça monte, ça descend, les Ardennes Flamandes.

Ma peau ressemble à un miroir, le soleil brille sur ma transpiration. Encore un message. Jacqueline vient à ma rencontre. Nous marchons ensemble et nous régalons d’une boisson fraiche en terrasse. On bavarde et peu après on se retrouve dans un coffre de voiture ouvert, mangeant un pique-nique préparé par Jacqueline. L’estomac plein nous marchons encore un peu ensemble et prenons congé un peu plus tard.

J’entre encore dans un dernier bois. Le ‘Livierenbos’. Une rude montée. Quatre maisons. La cinquième maison, un homme sur un motoculteur. Une femme et un garçon dans le potager. De la salade, des pommes de terres, des fraises…. Tout cela venant du jardin. Le soir je suis assise à table en leur compagnie. Ivan et Ingeborg avec leurs trois enfants, beaux et particuliers. Kian, Logan et Tristan. Avant d’aller dormir on échangent un high-five.

Ivan en zijn hof

Ivan

Ik ontwaak middenin een droom, geen fijn gevoel. Kleine kastjes boven mijn hoofd, een plafond dichtbij. Ah ja, juist, een caravan. Ik ontbijt samen met Patricia. Een half uur nadien nemen we afscheid. Patricia richting haar werk, ik richting Brugge via Lapscheure, Damme.

Van Belgisch naar Nederlands grondgebied en terug, langsheen de velden. Talrijke koeienvlaaien houden me alert. In Lapscheure ga ik binnen in een basisschool en vraag naar het toilet. De kleine kinderen in de klas kijken me met grote ogen aan. Niet alledaags om een vrouw met hoedje, wandelstokken en een grote rugzak te zien op de speelplaats. Ik eet hier ook de picknick. Juffrouw Bernadette trakteert me op een koffie en nodigt me nadien uit in de klas. Speeltijd. Het is juist tijd voor een ‘tuttifrutti’ pauze, fruit eten in plaats van koekjes. Voor ik mijn weg verder zet op vraag van de leerkrachten nog eerst een klasfoto. In de rol van model naar de functie van fotograaf en omgekeerd.

In Hoeke krijg ik de eerste Sint-Jacobskerk te zien en ondertussen wandel ik een deel van de Brugensis. Eén van de officiële pelgrimsroutes doorheen België. Op een bord staat geschreven nog 2474km naar Compostela. Wat verder ontmoet ik Ivan in de Krinkelweg. “Vroeger kwam ik fietsen als coureur. Ik kan dit nu niet meer. Het is sterker dan mezelf en kan het niet laten om terug te komen. Dit mooie landschap, het is als mijnen hof”, vertelt Ivan. We praten nog tien minuten verder, daarna zie ik Ivan op zijn elektrische fiets verdwijnen in de verte.

In Oostkerke-Damme doe ik een poging om een openbaar toilet te vinden. Hoogdringend. Drie keer aanbellen voor iemand ‘ja’ durft te zeggen. Het non-verbale gedrag spreekt soms boekdelen. Een deur op een kier, één neuspuntje, één oog…het antwoord kan je wel raden. Ik wandel nog een tiental kilometer verder voor ik in Brugge aankom. Mijn voeten zijn gezwollen en vragen naar rust. In de Sint-Jacobskerk in Brugge haal ik een stempel voor in mijn credential (het alom bekende pelgrimspaspoort). De Boléro van Ravel speelt op de achtergrond. Het lied dat ik vorig jaar liet afspelen bij mijn aankomst in Compostela. Een ontroerende herinnering.

GPX Bestand Middelburg – Brugge

Ivan et son jardin

Je m’éveille en plein milieu d’un rêve, sensation désagréable. Une petite armoire au-dessus de ma tête, un plafond très bas. Ah oui je suis dans une caravane. Je prends le petit déjeuner en compagnie de Patricia. Une demi-heure plus tard on se dit au revoir. Patricia part vers son travail, moi direction Bruges (Brugge) par Lapscheure, Damme.

Du territoire Belge en territoire Néerlandais et en sens inverse, à travers champs. De nombreuses bouses de vache me tiennent alerte. A Lapscheure je rentre dans une école primaire et demande après les toilettes. Les petits enfants qui sont en classe, me regardent avec de grands yeux. Pas courant de voir une femme, avec un chapeau, des bâtons de marche et un grand sac à dos dans la cour. Je prends aussi mon pique-nique ici. Mme Bernadette me paie un café et m’invite après dans sa classe. Récréation. C’est le moment pour une pause ‘tuttifrutti’, manger des fruits au lieu des biscuits. Avant de continuer mon chemin, et sur la demande des instituteurs, d’abord une photo de classe. Dans le rôle de modèle et en tant que photographe.

A Hoeke je rencontre la première église Saint-Jacques tout en marchant une partie de la Brugensis. Une des routes officielles de pèlerinage à travers la Belgique. Un panneau indique 2474 km jusqu’à Compostelle. Un peu plus loin, je rencontre Ivan sur le ‘Krinkelweg’. “Avant je venais faire du vélo ici en tant que coureur. Maintenant je ne sais plus le faire. Mais c’est plus fort que moi, je ne peux m’empêcher de revenir. Tous ses beaux paysages, c’est comme mon jardin”. Nous parlons encore une dizaines de minutes avant que je vois Ivan s’éloigner sur sa bicyclette électrique.

A Oostkerke-Damme j’essaie de trouver une toilette publique. C’est urgent. Je sonne à trois portes avant que quelqu’un ose dire ‘oui’. Le langage non-verbal en dit souvent long. Une porte entre ouverte, un bout de nez, un œil….la réponse vous pouvez la deviner. Je marche encore durant dix kilomètres avant d’arriver à Bruges (Brugge). Mes pieds sont enflés et demandent du repos. À l’église Saint-Jacques de Bruges je vais chercher un cachet pour dans ma crédential ( le passeport renommé du pèlerin). Le Boléro de Ravel joue en arrière-plan. La musique que j’ai fait jouer l’année dernière à mon arrivée à Compostelle. Un souvenir émouvant.

Hartelijkheid

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

14 april 2015 – De laatste dag richting Vézelay.  Even checken in de ruimte dat ik niets vergeten ben. De fietszakken vullen en om acht uur ben ik klaar om mijn eerste kilometers te trappen.  Om de vele hellingen te vermijden tijdens deze zonnige dag kies ik voor het kanaal Nivernois. Prachtig. De ene na de andere reiger. De mooie dorpjes volgen elkaar op. Ik verlaat het kanaal voor terug een paar stevige hellingen.  Het is zweten.  Ik verlang zo naar mijn aankomst dat ik vergeet te eten. Aan het einde van een dorpje, een stenen tafel. Honger! Brood, geitenkaas.  Aan mijn voeten talrijke madeliefjes. ‘Je t’aime, un peut, beaucoup, profondement, a la folie’. Een glimlach,  een traan. Citroengele vlinders fladderen heen en weer.  De bosanemonen staan freel en toch met veel kracht gericht naar de zon. Door het park du Morvan. Ik voel mijn borstkas die breder wordt,  ik voel openheid.  Een diepe ademhaling. Ik voel leven. Ik voel liefde. Het laatste stuk wandel ik verder te voet tot aan de croix Saint -Bernard.  Rechts een buizerd. Ok, ik heb je begrepen. Ik volg die richting.  Een mooie kapel. Nog een duwtje en ik ben er. Na een hevige stijging sta ik voor de Basiliek Saint-Marie-Madeleine van Vézelay. Ik ben blij hier terug te mogen zijn op deze vredige plaats. Een plaats en een weg die ik in mijn hart mag dragen.  Ik wens jullie allen veel Hartelijkheid op jullie weg.

Saint Franciscus

Meidoorn

Meidoorn

Meidoorn

13 april 2015 – Witte bonen als  ontbijt. 🙂
Op ‘la petite Vienne’ (een wandel en fiets weg om Troyes rustig te verlaten), op een bankje, Joce.
Joce is de vrouw die me vorig op Pasen uitnodigde aan tafel om in familie het Paasmaal te delen.
We zitten wat bij te praten, na een korte pauze rij ik verder. Het is warm. Af en toe hoor en zie ik roofvogels. Telkens voel ik een blijheid wanneer ik ze zie.
De bloeiende meidoorns vormen lange natuurlijke hagen langs de weg. De meidoorn dankt de zon door op haar beurt haar frisse geur vrij te laten in de natuur. Ik rij Sommeval uit. Een lange weg die op en neer gaat. Ik waag me op de roetsjbaan.  Mijn handen stevig op mijn stuur. Mijn benen gestrekt en voeten van de pedalen, laat ik me de ene helling na de andere af glijden. De wind blaast langs mijn oren. Het is genieten.
Ik denk aan de vele afdalingen die ik al nam. Hi, het kan niet anders ik daal ook de kaart af 😉 , vandaag richting Chablis. De refuge, ik klop aan. Een pelgrim doet open, Gertjan. De hospitaliére is nergens te vinden. Een verfrissende douche.  Een visgerecht om de vingers af te likken in ‘Le bistrot des grands crus’ au prix des petits 😉 . Wanneer ik terug wandel naar de refuge met Gertjan staan we plots voor een gesloten deur. Een onaangename ontvangst, door een wantrouwen van een hospitaliére. Ik laat het niet aan mijn hart komen en ga een goede nachtrust tegemoet.

Refuge - Chablis

Refuge – Chablis

Delen

Montmort-Lucy

Montmort-Lucy

12 april 2015 – Een mooi ochtendtapijt zweeft over het landschap. Het is rustig. Naar de bakker. De vogels kondigen een mooie lentedag aan. Frisse geuren komen me tegemoet. Door een weg onderbreking rij ik de verkeerde kant op. 6km verder, een man op een bank. Klein, rond gezicht, dikke baard en lachende ogen. Het uitzicht van een kabouter. Kijkt me aan en kijkt dwars door me heen. Hij kan me niet helpen. ‘ Mieux vaut se perdre, que perdre la memoire’, vertelt de man. Ik rij verder een cirkel rond. Doorheen mooie dorpen.  Op de baan steek ik af en toe 3 fietsers voorbij. Een moeder en haar 3 kinderen.  De laatste keer hadden ze al 30 km in de benen…en nadien rijden ze deze nog terug. Petje af voor die kinderen die op een veel te kleine fiets rijden. In Sézanne, een potje koffie onder een nog niet bloeiende kastanje boom. In de namiddag rij ik langs het kanaal. Wandelaars en fietsers genieten van hun zondagsrust. Een man is aan het vissen. Ik wens hem een goede visvangst. ‘Ah non, un mot a cinq lettres’, roept de man me toe. ‘Oh pardon, en ik roep het woord uit. De hoge siergrassen staan te dansen in een zacht ritme van links naar rechts. De vlinders fladderen op en neer. Na een lange tijd voel ik dat ik al dit moois graag wil delen. Iemand aan mijn zijde. De tijd is rijp om de weg samen te delen. Met 93 km in de benen geniet ik van een avondwandeling in Troyes.

Even terug…

Chavot-Courcourt

Chavot-Courcourt

11 april 2015 – Mijn wekker,  oeps! Het gebed, oeps! Ik hoor de klokken. Roepen de zusters Clarissen naar het gebed. Ik heb me overslapen. ‘Oh, c’est parce que vous l’avez besoin’, antwoord een zuster. Buiten is het grijs, wind en regen. Ik spreek mezelf moed in. Hups, richting Montmort. De wind blaast zo hard dat ik bij een afdaling in het midden van de weg kom. Een afdaling van 6% bij nat weer voelt niet veilig. Hautevillers.  In de bar. Een koffie.  Naast mij een nederlandstalige vrouw en haar man. We stellen ons voor. Het koppel woont op een straat verder dan mijn geboorte plaats. We praten over de lagere school. De veranderingen. Over Gent. Mijn telefoon. Een sms, mijn moeder.  Hmm, net nu. We nemen terug afscheid en wensen elkander een goede reis. Mijn fiets. Mijn lichaam voelt moe. Mijn kracht is op een laag pitje. Ik ga even terug met mijn denken in de tijd. Ik voel kwaadheid, verdriet.  Ik weiger de kwaadheid in mijn lichaam te steken. Geen geduw, geen gesleur op de fiets. Ik stop. Adem diep in en uit en laad even mijn stembanden trillen. Oefff…Mijn geheugen,  mijn denken,  vragen  rust. En alleen ik ben hiervoor verantwoordelijk,  tijd om dit te veranderen.  Montmort en na een vermoeiende weg stop ik hier en kom ik terecht bij Michelle een vrouw van 78jaar. Ik help haar wat in de keuken en eindigen samen voor het tv.

Montmort-Lucy

Traumeel

Hospitalière Mm. Agnes

Hospitalière Mm. Agnes

10 april 2015 – Na een ontbijt met een heerlijke sinaas/pompoen konfituur, vertrek ik met een pelgrim richting de apotheek om Traumeel. Jammer genoeg in Frankrijk niet te verkrijgen. Ik geef haar mijn tube Traumeel en het halve doosje tabletten. Het zou fijn zijn voor te mogen aankomen op haar eindbestemming. Ik vertrouw de weg dat ik deze niet nodig zal hebben. We geven elkander een stevig knuffel. Onze wegen scheiden.  Een vrouw loopt over de weg. Haar lichaamsbouw is voor mij kenbaar. Ik ga naar haar toe.  Idd. de vrouw waar ik vorig jaar in haar huis mocht slapen in Thin le moutier. Kort na mijn vertrek stierf haar man. We zeggen elkander een goede dag. 20 min. Nadien trotseer ik wat stevige hellingen. Af en toe een fiks gevloek. Ik permiteer me dit als uitlaatklep 😉  .
Af en toe mag ik wat bloeiende bloemen zien in de gracht. De forsythia staat er terug stevig bij. De koolzaad velden laten op zich wachten. In Wasigny, een rustpauze onder de XV eeuwse Halle. Een fijn briesje is aanwezig. Een sluier van wolken komt voor de zon. In de vooravond sta ik voor de lachende engel van de Kathedraal van Reims. Ik heb geen zin in een luidruchtige CSI voor de nacht en kies om verder te rijden tot in Cortmontreuil voor een overnachting bij de zusters Clarissen.

Kathedraal van Reims

Kathedraal van Reims

Rocroi

Ham-s-Meuse

Ham-s-Meuse

9 april 2015 – Na een gezellige ontbijt samen met Michèle en Gerard verlaat ik Chooz in een dikke mist. De natuur ontwaakt heel langzaam en de mist trekt stilletjes weg. Na Fumay verlaat ik de Meuse richting Rocroi. Een hevige klim. Het water maakt plaats voor de bossen. Ik hoor Michèle nog zeggen ‘Rocroi of Charleville, maakt geen verschil. Voor beiden moet je een plateau over’. Ik sus mezelf door te zeggen dat dit een goede voorbereiding is voor de eventuele Pyreneeën.  Een hevige klim. Het is fysiek zwaar en met zachtheid probeer ik mezelf deze zware etappes door te brengen. Rond 18u30 kom ik aan in Signy l’Abbaye waar ik nog een onderdak aangeboden krijg bij Mevr. Agnes.

La Meuse

La Meuse

Rosière

Rosière

8  april 2015 – Aan de ontbijt tafel. Een telefoon rinkelt. Père Bruno kijkt af en toe in het rond met zijn hoofd gericht naar het plafond. Zijn handen zijn opzoek. De telefoon. Tevergeefs, onder zijn kleed is het moeilijk te vinden. Na een stevige babbel met een leerkracht die in de abdij komt herbronnen zet ik mijn weg verder richting de Franse grens. Ik voel dat ik me wat meer kan ontspannen.  Langs de Maas staat een vrouw ‘Rosière’ genaamd brood te geven aan de eenden en vissen. Haar accent verraad haar herkomst. (Ze draait haar r zoals ik deze gebruik in de franse taal rrrrr…). Voor Givet verlaat ik de Maas  voor een fietspad tussen hagen. Zonder ik het weet ben ik de grens overgereden. In de zon geniet ik van een picknick en een rustpauze in Givet. Met een leeg hoofd rij ik verlangend verder de laatste kilometers tot in Chooz waar Michèle en Gerard me opwachten. Een warme thuis met lieve mensen waar ik vorig jaar onderdak heb gevonden na een zware dag stappen.

Freÿr

Freÿr