David

David

Na een nacht slapen onder een heldere fonkelende sterrenhemel, geniet ik van het ochtendgloren. In de tent naast mij is nog geen beweging. Terwijl ik rustig ontwaak en me klaar maak voor een volgende dag, komt een man in een witte camionet aangereden. De plantsoendienst.
Ik zit recht in bed… Hihi, een kamer zonder muren.

Een half uurtje later is David wakker. We pakken alles in en stappen samen verder richting Varzy. Het looiend landschap is prachtig.
Na een bocht midden de velden, zie ik midden een bos, iets hooguit iets zwarts uitsteken. Ik kan het niet onmiddellijk thuis wijzen. Neem mijn camera, zoom in. Een groot zwart vrouwelijk beeld.

In Varzy genieten we van een pot koffie en ontbijt op terras. Een boeiende, diepzinnig gesprek installeerd zich. Wat fijn om met een gelijkgestemde te kunnen uitwisselen… Voeding… . David is een bijzondere wijze jonge man van 26 jaar.
Daar gaat het weer… mijn delen komt van ergens, die niet geplaatst kan worden zoals we het geleerd geweest zijn, tenminste het krijgt geen start vanuit mijn denken, wat we gekoppeld hebben aan ons hersenen, hoofd. Het is veel breder, veel dieper. Iets levend, het vult gans het lijf en zelfs veel verder… oneindig.
Ons SamenZijn voelt zo goed dat we de ‘tijd’ niet voorbij zien gaan.

Op de middag stappen we verder… David naar links, ik naar rechts. Ergens in een hoek, onder een afdak van de L’avoir ontmoet ik Guy, een pelgrim. Hij stopt in Varzy na een zware eerste dag. We maken een praatje, het brengt wat ontspanning wanneer de moraal er niet in zit. Ik zie zijn gezicht opklaren. Zalig om zien.

Mijn benen doen het nog goed en beslis nog verder stappen. Stad uit, bos in… langs de kapel van ‘St. Lazare’ die een belangrijke functie had tijdens de Middeleeuwen en getuigd van het vele bestaan van leprozen tijdens die periode.

Ondertussen heeft David me terug ingehaald. We eindigen de dag samen in Champleny, waar we samen opzoek gaan naar een overnachtingsplaats. We eindigen onder het portaal van de kerk. Terwijl David zijn tent opzet. Ga ik opzoek naar twee emmers bij iemand in de buurt. Om deze dan later te laten vullen bij iemand anders. Met twee gele, volle emmers over straat begin ik binnensmonds te zingen ‘twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen…’
Na een h-eerlijk avondmaal die David voor me klaar maakte. Sta ik in mijn blootje mij buiten te wassen, om wat later fris mijn bed in te duiken. Nagenietend en dankbaar van wat voorbij is.

Via deze LINK laat ik jullie het talent en passie ontdekken van David.

Voor een kortfilmpje klik HIER

Permaperegrina

Ik vul mijn dagboek aan en plaats een filmpje op het net. En bericht nog even met Sylvie van Radiocamino.

‘… Sylvie, j’espère que tu reprendra les chemin ainsi que beaucoup d’autre. La terre, le peuples à besoin des pèlerins.’
‘… C’est beau ce que tu dis “le monde a besoin de pèlerins”. J’aimerais tourner une vidéo sur ce thème. Tu peux m’en dire un peu plus ?’
‘… Plein de gents ce referme sur eux, et se sans bloquer à cause de tous les règlement. Un pèlerin bouge continuellement, pas simplement avec le corps mes tous son âme. Le pèlerin est un  exemple aujourd’hui pour montre que en vie sa liberté. Que tous suffit simplement de osé et prendre la desicion. Le pèlerin inconsiament mais dans son mouvement les gent ensemble.
Donc il vie le contraire de se que la société attend de lui. Ce n’est pas de la rebellie mais il écoute ce qui est beaucoup plus grand, bien au delà ce qui est touchable…’

Er wordt aan de deur geklopt, “Entree”, roep ik terwijl ik rechtsta en naar de deur toe wandel. Annenarie brengt mij een verse koffie, zo eentje met een laagje schuim erop. Heerlijk.

Mijn dagelijkse routine. Ik stop mijn slaapzak, donsvest, thermo slaapzak in elk zijn daarbij horend zakje. Sandalen aan, een lichte regenvest – die me vooral beschermd tegen de wind – muts, handschoenen, rugzak… Klaar is kees…
Oh, ja. Mijn wandelstokken nog.

Ik verlaat Bessy-sur-Cure richting Arcy-sur-Cure.
Op een geheven moment sta ik voor een fikse afdaling in het bos. Oeps, ik wordt gewaar dat ik wat in paniek ga. Ik blijf stilstaan en kijk wat rond me of er een andere mogelijkheid is. Neen.
“OK, Jasmine. Komaan. Hou je rustig, je kan het”, spreek ik mezelf de moed in.
“Komaan, het is jou denken die zegt dat het stijl is en stijl koppelt aan vallen. Als ik rustig en goed aftastend mijn voeten zet, dan heb ik geen reden om angstig te zijn”, verder de moed inspreken.
En ja hoor na een half kom ik beneden. Ik draai me om, “yes, I did it.”
Ik twijfel even of ik verder het bos intrek of kies voor de weg. Of ik kies voor angst of niet.
Zonder angst trek ik verder het bos in richting Vezelay.

Terwijl ik rustig verder stap denk ik terug aan het huisje die ik in de buurt van Vezelay zag. Een paar dagen geleden zag ik dat het verkocht werd. Een beetje ontgoocheld en spijtig. Ik zag het al helemaal voor me. Waar ik wat zou doen, welke materialen… mijn creativiteit was aan het bruisen.
“Jasmine,  je creativiteit stopt toch niet bij dit ene huis”, hihi, als je zolang op weg bent praat je wel eens tegen jezelf, hmm, ook als ik niet op weg ben.
Het belangrijkste is dat ik er plezier en vreugde heb aan beleefd en als ik daaraan terug denk voel ik zo terug de vreugde. En als het huisje verkocht is, dan is het omdat het zo moet zijn. Ik heb het volste vertrouwen dat de dingen zich aan mij zullen aanbieden in ‘right time, right place’.

In Tonnerre dichtbij de kerk stond een stenen bank, daarop lag een klein boekje en omdat het niet door de wind zou wegwaaien, een dikke steen erboven op. Ik liep ernaar toe. Ik voelde dat het boekje voor mij bedoeld was en nam het mee zonder enige twijfel, ‘Évangile selon Luc’.
‘Zou het me nu wel aanspreken, zou het me nu wel lukken om erin te lezen’, terwijl ik het even tussen mijn twee handen neem en daarna in mijn heuptasje steek.

Ik denk terug aan het huisje. Sluit even mijn ogen, en maak het stil binnenin. Spontaan stel ik een vraag, ‘Jezus aub, help mij inzicht te krijgen in het waarom het huisje er niet meer is. Wat is de betekenis, wat moet ik hiermee. Ik open me voor je, dank je’.
Hmm, is dit nu wat men een gebed noemt.
Ik wandel ondertussen verder. Neem de telefoon uit mijn heupzakje. Oh, ja het evangelie. Ik neem het vast en doe het lukraak open. Ik lees.

Il dit à un autre:
– Suis-moi. Mais celui-ci dit:
– Seigneur, permets-moi d’ aller d’abord ensevelir mon père. Jésus lui dit:
– Laisse les morts ensevelir leurs morts; mais toi, va annoncer le Royaume de Dieu.
Un autre encore dit:
– Je te suivrai, Seigneur; mais permets-moi de prendre d’abord congé de ceux qui sont dans ma maison. Jésus lui dit:
– Nul homme, qui après avoir mis la main à la charrue regarde en arrière, n’est propre pour le royaume de Dieu.

Après cela, le Seigneur en désigna aussi soixante-dix autres, et les envoya deux par deux devant lui dans toute ville et dans tout lieu où il devait lui-même aller. Il leur disait:
– La moisson est grande, mais il y a peu d’ouvriers ; suppliez donc le Seigneur de la moisson, affin qu’il pousse des ouvriers dans sa moisson. Allez; voici, je vous envoie comme des agneaux au milieu des loups. Ne portez ni bourse, ni sac, ni sandales; et ne saluez personne en chemin.
Mais, dans toute maison où vous entrerez, dites d’abord : Paix à cette maison ! Et s’il y a là un fils de paix, votre paix reposera sur elle, sinon elle retournera sur vous.

Euhhh… Frappant en dit na mijn delen met Sylvie en mijn vraag van daarnet.

Ik wandel verder richting Vezelay. Op een tiental kilometer vóór mijn aankomst zie ik la Colline Éternelle voor me. Mijn hart maakt een vreugdesprong. In ‘le Jarie’, vraag ik of ik gebruik mag maken van een tent om in het droge wat te kunnen uitrusten en eten. Ik krijg zelfs een fijn huisje aangeboden met een warm drankje.

De laatste kilometers… Via Asquins, de prachtige kapel van ‘La Cordelle’… een fikse stijging richting la basilique Marie Madeleine.
Tranen van vreugde.

’s Avonds deel ik nog de tekst aan Sylvie na mijn delen.

‘ … Et tu m’écris “le monde a besoin de pèlerins”‘
‘oui’
‘Tu envisages de devenir “permaperegrina” ?’
‘😊 C’est qoui’
‘Perma = tout le temps. Peregrina = pèlerine.’
‘Ah 🤣je pensé à la permaculture’
‘Il y a sûrement un lien. La permaculture vise à atteindre une société moins dépendante des systèmes industriels de production et de distribution. Et la permapèlerine, quel message veut-elle donner au monde ? Ton beau message d’hier était clair…’
‘🙏💖 Merci à toi’

Klik Hier voor bewegend beeld

Bessy-sur-Cure

Ik sluit de deur van de Gîte in Saint-Cyr-les-Colons en verlaat het dorp. Rechts van me een open landschap, links een huis met rondom rond een ellenlange hoge grijze muur in betonsteen. Hmm, amai zo een muur bouwen om je heen.
Een auto rijd uit.. blijft staan… Een vrouw stapt uit. “OH, je peut te demander une question sur tes bâton de marché ?” Ik heb nog geen tijd om te antwoorden en er komt al, “oh, tu va me dire va voir sur internet.” “Euh, non, pas du tous. Je veut bien vous aider.” “J” aimerais bien savoir comment en utilise des bâton… tu a envie de boire un café. Je t’invite ? “” oh, bhein pourquoi pas.”

” Asseyez vous, du café, du thé… Cette tasse sa vous va… Ou, une autre…De l’eau chaude du robinet, c’est bon… ” De snelheid dat de vragen naar me toekomen is als een snelheidstrein. Het beantwoorden als een locomotief, hihi.
” Je peut enregistré ce que vous partager”, vraagt de vrouw. “Si vous avez envie, pourquoi pas”, Ik heb er geen bezwaar in, als dit de vrouw goed doet waarom niet.
Een tal van verscheidene vragen komen naar me toe.
De vrouw deelt haar persoonlijk leven…
“Mon ami à étais voir un magnétiseur,parce que ils avait mal à la tête. Et le magnétiseur avez dit que c’était à cause de la voisine.”

Slik…

“C’est la raison pourquoi votre ami à construit l’énorme mur en béton ?” “Oui.” “Bhein didons, la cage est énorme.. Ne serait-ce pas le mouvement opposé qui serais important à faire. Ce libéré du mur autour et à l’intérieur de soi pour ce libéré du mal de tête.”

Na een uurtje ga ik terug op stap.
In Cravant herken ik een stukje van de camino in 2014. Niet de meest aangename plaats als je er als pelgrim gaat aankloppen in het gemeentehuis. De ontvangst is er helaas in zeven jaar niet op veranderd.
Wel altijd fijn om er met de plaatselijke handelaars te spreken. En een herinnering, waar ik toch wel heel fier op ben. Ik stak hier mijn laatste sigaret op. Yup, zeven jaar vrij van die vieze troep die ik in mijn lijf pompte. Geen afhankelijkheid meer.

Vanaf Cravant wandel ik terug in bossen en langs de rivier ‘la Cure’. Wat had ik de vogels en hun gezang gemist dd laatste dagen. Moe en voldaan kom ik aan in Bessy-sur-Cure. De laatste halte vóór Vézelay.

Oh j’ai froid, j’ai trop froid !” “Moi aussi, moi aussi !”, disent tous les petits frères et sœurs hérissons.
“Rapprochons-nous pour nous réchauffer.”
Mais les petits hérissons sont jeunes, ils n’ont pas l’expérience. Ils se piquent les uns contre les autres. Vite, ils s’écartent, puis se rapprochent, et se répliquent à nouveau. Finalement, l’un d’eux dit: “Rabattons nos épines !” Les petits hérissons couchent leurs épines sur leurs petits corps. Ils se serrent les uns contre les autres. Ils se sentent bien. La chaleur de chacun s’ajoute à l’autre. Les petits hérissons pourront passer l’hiver sans en mourir.

Parabole de Schopenhauer.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Saint-Cyr-les-Colons

Ik draai het vensterluik open… Kijk in de lucht, grijs en regen. Ik maak me spullen klaar, open mijn paraplu en vertrek richting de kapper.

Een jonge dame komt naar me toe en geeft me een kapstok. Ik hang er mijn regenvest op en plaats mijn rugzak ergens onder de toonbank.
Met een hip schortje neem ik plaats in de zetel. De jonge dame deelt iets over het oortje van haar dochter
Ik weet niet waarom ik voel dat ik iets met haar mag delen. “excusés moi, j’ai un peut suivi votre partage. C’est l’oreille gauche ou droite ? elle c’est blessé ?” “Oui, elle c’est percé le tympan il y un peu plus que un an. Maintenant le tympan est déjà guéri, mes elle n’arrête pas d’aller dans son oreille. C’est son oreille gauche.” “il y a une chose qui vient à travers moi que je sens que je doit vous partager. Gauche, que veut elle pas entendre, qu’est ce que elle refoule en elle… Comment est votre contact?” “Oh, en est très relié l’un à l’autre.” ” Elle vient de perdre quelqu’un ?” ” Oui, sa grand mère. Un peut plus que un ans. Et cela fait un bon bout de temps que en va chez le docteur pour son oreille et que le problème continue” “Et comment étais le rapport entre toi et ta maman?” Oh, ma mère est en moi. “… . Ze deelt me verder het verhaal… “Cherchez un peut cette direction. Tous pourez bien s’expliquer et ne vous inquiètes pas, le problème a sont oreille pourrais bien se résoudre après.”…
Wanneer ik voor de spiegel mag plaats nemen, zeg ik “tient pourquoi je vous est partagé tous cela. Je me souvient même plus pourquoi ou comment sur quoi notre conversation a débuté.” Hmm, en ook al weet ik niet meer van het waarom, een vol vertrouwen is aanwezig in dat wat ik gedeeld heb, ok is.

In de verte zie ik de mensen in de wijngaarden hun doodhout opbranden. Hier en daar staan kacheltjes tussen de wijnranken.
Ondertussen is de regen verdwenen en geniet ik van de dans tussen de zon en de dreigende wolken.

In een volgend dorpje komt de geur van de openhaard me tegemoet, het brandend hout mengt zich met de eerste bloeiende hyacinten. Een koekoek is hoorbaar op de achtergrond. Een man ledigt zijn emmer.
De groene bladeren van de tulpen en irissen zijn al goed zichtbaar, nu nog de bloemen.

Vroeg in de namiddag stap ik het gemeentehuis binnen van Saint-Cyr-les-Colons. Ik vraag of ik me even mag warmen in hun gîte municipale. Het onthaal is zo warm hartig dat ik beslis om er te blijven overnachten. Het weinig contact die we nog hebben is zo vreugdevol.
De vrouw toont mij de gîte, legt de verwarmingen aan en kijkt of er iets is als koffie of thee. Geeft me de sleutel, en verdwijnt terug achter haar bureau.

Ik lees wat reacties op mijn pagina, speel blokfluit en geniet van een heerlijke warme douche terwijl mijn was in de wasmachine aan het draaien is… tot ik plots in het donker sta in de douche… Hmm,. Op de tast zoek ik de rest van mijn kleren, niet veel, want de rest zit in de machine. Ik kijk even op straat, alle lichten branden nog. Ohoh… bij het zoeken naar de oorzaak, constateer ik dat de wasmachine de oorzaak is. Ik probeer even het omgekeerde, zet alle verwarmingen, koelkast uit. Tevergeefs.
Mijn was zit vast.
Ik bel een nummer. Een lieve vrouw zal bellen naar de burgemeester…
In een mum van tijd staat de burgemeester, de vrouw naar wie ik belde en een vakman in het huisje.
Terwijl ik op een krukje zit, zie ik een heen en weer geloop van de wasmachine naar de electriciteit kast. “En a un problème, votre linge est bloqué à l’intérieur.” “Oh, bhein ça, hihi, heureusement que je n’avez pas mi tous dedans. J’aurai étais bien ici.”
De spanning verdwijnt in de ruimte.
Finaal breekt men de deur open. Verdwijnt de burgemeester met mijn was, komt ze even terug met ‘un pâte de canard, deux œufs frais, un bout de pain et un dessert’. Later op de avond brengt ze mijn gewassen kledij terug en droog ik ze in de droogkast.
En zo werd mijn avond gevuld met fijne mensen, werd er gelachen mits de situatie.
Hoe fijn is dat stoppen waar het goed voelt, luisteren naar wat het leven je brengt en hierin keuzes maken.
Dankjewel wasmachine, hihi, je vulde onze avond met lachen, ook al wou je langer snoepen van mijn was.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Pierrette

Tonnerre

Ik verlaat het huis waar ik een nachtje mocht doorbrengen, ‘Une Maison pour femme victime de violence’ en breng de sleutel terug naar het gemeentehuis.
De straten zijn leeg. Op vele plaatsen hangt ergens aan een venster ‘À Vendre’. Een bloemenwinkel. Even binnen… ik kom buiten met twee roosjes met een kleurrijk raffia lint.

Het gemeentehuis van Tonnerre. “S’il vous plaît madame et merci pour votre aide hier soir et votre collègue ou puis je la trouvé…ah, je la vois”, en ik geef de andere roos aan de dame die doorheen het paperassen en protocol me naar het huis bracht nadat l’hébergement du presbytère weigerde te openen.
“Oh, mes c’est gentil. Ils fallait pas.” “C’est avec un grand plaisir et le plaisir de vous faire plaisir me fait plaisir.” Ik verlaat het gemeentehuis, in vreugde en fris voor een nieuwe dag.

Naar de bakker. Hmm, welkeen. Twee bakkers naast elkaar.
“Bonjour madame, je crois que c’est la première fois que je vois deux boulangerie l’un à côté de l’autre. Vous êtes la même maison ?” “Nonnon, en est deux boulangerie séparé. Cela a toujours étais comme cela. Depuis bien longtemps. Et cela ce passe bien, il n’y a j’amais u de guerre entre les deux”, weet de vrouw me te vertellen. Ondertussen bestel ik me ‘une Gougere’, dit is een soezendeeg met kaas erin. Terwijl ik betaal zeg ik, ” Bhein, C’est bien de entendre cela. Faire une porte entre les deux dans le mur, ce serait bien, non!” “A non, faut pas exagéré”, zegt de vrouw voor ik de winkel verlaat.

Tonnerre is een stad die mij niet echt aantrekt, de stad voelt wat somber aan. Donkere verborgen steegjes. Smalle doorgangen… en op veel plaatsen… sluikstort.

Ik neem een trap die me naar een heuvel zal brengen en kom op een open plein terecht. Ik kijk wat rond en zie dat onder mijn voeten, verborgen onder het nieuwe plein, een crypte aanwezig is. Helaas, gesloten. Ik draai rond op het plein, het doet me denken aan mijn eerste handwerk op school. Een rij smalle pitoreske huisjes in kruisjessteken.

Ik wandel langs wijnranken, de ene heuvel na de ander. In de verte zie ik daken, ik nader een dorp. Ik zoek de kerktoren.. plots zie ik dat de kleur van de kerktoren zich heeft vermengd met de natuur…verborgen.

Het dorpje Collan ligt in een diepte. Ik moet dringend naar het kleinste vertrek. Hmm, midden in een dorp is dit niet echt handig. Ik klop aan, “Bonjour madame, je cherche un endroit dans le village où je pourrais aller au toilet et me mettre un peut au chaud pendant que je mange”. “Aller à la salle municipale, le maire viendras vous ouvrir.” Ik ga tot aan de feestzaal, na een academisch kwartiertje en vooral voor mijn darmen die wat ongeduldig zijn, ga ik terug naar de vrouw. Met de telefoon in de hand, laat de vrouw me bij haar thuis binnen. We zetten beiden een masker op. Ik hoor dat ze nog aan de telefoon is met de burgemeester.
Uiteindelijk kan ik bij Pierrette wat uitrusten. Ze doet het verhaal van haar pas overleden broer, die gisteren werd begraven. We eten samen, zij in de zetel, ik aan tafel…Na haar warm knus huisje te hebben getoond, een koffie te hebben gedronken is het tijd om terug verder te trekken… Ik plaats mijn handen samen, kijk Pierrette aan en buig terwijl ik de Namaste groet doe. Ze gooit me nog een handkus… Ik hoor haar deur sluiten.

Ik verlaat dit aangenaam dorp en zie het al snel verdwijnen in het dal. Alsof het opgeslorpt is door de omliggende heuvels.
Mijn avond eindigt in Chablis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Lumière

Ik klop aan de deur van het woonhuis. Een man met baard en bril doet open, brede voorovergebogen schouders, tussen zijn armen en zijn lijf lijkt het erop alsof er een luchtbal tussen zit die verhindert om zijn lichaam te laten ontspannen. Op tafel staat koffie. Ik zet me. Recht tegenover mij een kleine tengere stille vrouw. “Bonjour… “, en om de sfeer in het huis wat de doorbreken, “… les enfants sont parti à l’école ?”, vraag ik haar. We kunnen eventjes een gesprek aangaan tot de man een vraag stelt. Haar ogen richten zich terug naar beneden.
De man praat verder en een vraag die regelmatig naar me toekomt is ‘wat mijn werk is’. En van het één komt het ander. Van vaderstaat, naar het verschil tussen België en Frankrijk (hij is nl. van Belgische afkomst), naar geschillen in burenruzies… ‘dit zou van mij niet waar zijn’, naar advocaten, in gevecht gaan met het systeem, in gevecht met wat buiten zich afspeelt en continue bij die ander zijn en wijzen, omdat men denkt de waarheid in handen te hebben, zich verbergt achter wetten en regels om ze dan te gebruiken wanneer het ons uitkomt en ze ook graag overschrijden wanneer het ons uitkomt.
Ik luister en blijf zo goed mogelijk bij mezelf om me niet hierin te laten meeslepen.

Oh, wat ken en herken ik dit… het gevecht om ‘gelijk’, zie mij… , om een positie in te nemen alsof dit bijna een noodzaak of een moeten is om in een bepaald kader te passen. Terwijl dit beeld iets is die we buiten onszelf hebben waargenomen, en we dan nog eens in gevecht gaan tegen dit beeld die buiten onszelf was (en soms nog is) en eigen hebben gemaakt daar we van niet beters wisten. Het meegaan in het verhaal om erbij te willen horen, niet afgewezen te worden, gezien te worden, erin opgegroeid zijn….

De man weet me ook te delen, dat de huidige situatie hem zwaar begint te wegen. Hij doet dit door een verhaal van een vrouw te vertellen die in zijn ogen sterk was, een ‘plantrekker’, zoals hij het verwoord. Door dit beeld te schetsen komt hij plots bij zichzelf en deelt hij, “je n’est jamais pensé que un jour ou autre la dépression viendrais si près et frapper à ma porte. Je crois que je n’en suis pas loin”. Terwijl hij dit deelt zie ik zijn lichaam zachtjes zakken, zijn stem wordt zachter… zienderogen veranderd zijn lichaam.

Is dit niet de beweging, het beeld, die velen vandaag krijgen en maken. Is dit niet eigen aan de tijd! (al altijd wel geweest, maar nu op groter vlak.)

Aan de ene kant het blijven aan de touwen trekken, in gevecht blijven gaan om niet te verliezen, om gelijk te krijgen omdat men denkt de waarheid in handen te hebben.
En aan de andere kant zich klein maken, volgzaam zijn omdat men denkt ‘ze zullen wel gelijk hebben’.
In beide gevallen zijn ze nefast voor het individu.

Zien we niet de muren rond ons in elkaar zakken, zien we niet de externe maatregelen wankelend worden, en gaat men vanuit de instantie deze gaan bestrijden door de ander extreem kort te wieken in een manipulerend en onder de noemer ‘zorg voor elkander’ reklame, dit zou ik kunnen noemen zacht-geweld, het blijft geweld.
Is dit niet een vorm van angst die zich laat tonen, waarin we in gevecht of onderdanigheid gaan om de schijn-veiligheid die ons wordt aangeboden vanuit een controlende beweging vertrokken uit angst. Is dit niet wat vandaag wereld wijd aan het gebeuren is.

Terwijl het belangrijk is net vandaag, en liever gisteren dan morgen om naar binnen te keren en vandaaruit terug naar buiten te komen. Trouw aan zichzelf en niet wat ons in het strot werd en wordt geduwd, mijn excuses voor mijn uitspraak, ik vind geen ander woord om te duiden.
Ik zou hier misschien verder kunnen op ingaan. Dit zal ik niet doen, omdat ik daar allang niet meer voor kies. Ik wil hier ook niet een waarheid verklaren, wel een delen die ‘door’ meheen komt in het Nu.

“Oh, vous savez cela fait bien longtemps que je ne crois plus dans ce mouvement de combats. J’ai vue, je vois des gents ce détruire, l’un et l’autre. Mes surtout soi même à petit feu.
Je reconnais ton histoire, car j’y suis passer par la.
Et dans le passer j’ai reçue une cage en or, le jour où j’ai ouvert la petite porte de la cage, je me suis donner la chance de trouvé l’or à l’intérieur de moi. Lumière qui est en moi, en toi en vous.
Je ne crois que dans ce chemin qui nous enmenne vers la liberté et le bonheur. Je pourrais peut-être bien appeler cela ‘Un combattons de Lumière,’ . Et où le mots combats prend toute une autre valeur.
Car combattre n’est plus nécessaire… être Lumière.

Een strakke wind… een fijne regen als een voilengordijn… mijn paraplu…
Als een schipper die zijn zeil optrekt… ‘direction bon-port, direction le soleil’.

Als een schipper die de keus maakt waar hij naartoe wenst, rekening houden met de natuurelementen en aandacht wens te geven aan de vloeiendheid des levens en niet aan wat een schip doet wankelen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Unienville

Een bijzonder en mooi plafondschilderij in la Ville au Bois

Check… is alles terug op zijn plaats. Check… heb ik alles terug mee.
Ik verlaat de ruimte… en draai me altijd nog eens om in teken van dank.
In mijn hand een bos sleutels, waaronder een heel lange zware… de kerk….en een kleintje die van de crypte. Soms zijn er van die plaatsen waar je kan gewaar worden dat men wordt gedragen, mijn lijf voelt dan aan voorbij de grenzen van het tastbare en een plaats waar men lang zou kunnen in vertoeven. De crypte van Rosnay l’hôpital.

Ik verlaat het dorp. Een traktor in de verte komt in snelheid aan en vertraagt wanneer hij dichterbij komt… Mr. Martin, Brice. Ik richt mijn ogen naar boven. De vriendelijke burgemeester die gisteren zorgde voor een bed, warmte, water en later op de avond kwam hij nog eens aan met een heerlijke linzen schotel van zijn eigen land.
Ik deel het incident en beiden moesten we erom lachen. Gelukkig. “À tu bien dormis”, vraagt hij me met een brede glimlach. “Oh, agréablement et merci pour le repas, c’était un régale.” “Oh, avec plaisir. Ce n’étais pas grande chose”. “Oh, plusque assez, j’ai bien apprécié après une bonne journée de marche.” We nemen afscheid. Ik draai me nog even om en zie de mastodont van een traktor verdwijnen in de verte.

Kraanvogels blijven massaal de weg terug naar het noorden volgen. Boven mijn hoofd.. zie ik hun witte buik die contrasteert tegen het blauw van de lucht… wat een zachtheid, wat een harmonie, wat een samenhorigheid, wat een vloeiendheid. .. mijn hart gaat sneller, tranen rollen over mijn wang… Vreugde is voelbaar.
Vrede, vreugde, harmonie.
Het gebied waar ik ben kent verschillende meren; Lac du Der, Lac d’Amance, Lac d’Orient.

Een koude luchtstroom is plots voelbaar. Het weer veranderd. Na mijn muts, mijn handschoenen en regenvest kap houden me warm.
Brienne le château, ik probeer terug te denken aan toen, twee jaar geleden…
‘Oh, ja’, nu weet ik het terug. Het grote kasteel in de hoogte.

Bij het verlaten van Brienne en zijn lege straten, sta ik stil aan een huis. Op het eerste verdiep heeft iemand luidop muziek opgezet. Ik blijf wat staan en luister mee via het openraam en geniet van de combinatie muziek en de onzichtbare persoon die meefluit.
Het brengt wat leven in de straat, alhoewel ik veel liever mensen op straat zou willen zien. En eigenlijk heb ik soms zin om te roepen… mensen het is hier te doen… buiten…. Leef.

Ik stap verder tot in Unienville. Met zijn schitterende rivier. Een man staat met zijn traktor aan de deur van de gîte municipale. Helaas gesloten via waterlast. De man verwijst me verder naar een huis met blauwe luikjes, een gîte. Een jonge loopt me voor en opent een hekken. “Oh, veut tu bien appelé ta maman ou papa. Merci.”
Een man op krukken komt buiten en nodigt me uit binnen te komen. In een knus klein huisje krijg ik een slaapplaats. Wanneer ik hem vraag wat ik mag betalen voor de overnachting, krijg ik een bijzonder antwoord,” Le respect et le bonjour.”

Wat fijn om deze keer ook te mogen ervaren dat ook jonge gezinnen met kinderen hun deuren open, wat ik voordien zelden heb ervaren. Meestal kwam ik terecht bij mensen waarvan de kinderen reeds groot waren en het huis uit.
Ik kan me zo inbeelden dat dit iets is dat men als kind niet zo snel zal vergeten. Een warm en waardevol beeld dat ouders laten zien aan hun kinderen, dat een wildvreemde welkom is voorbij de angst en hulp wordt aangeboden. Wat een levensles en geschenk in beide richting.

Een gezellige avond rond de openhaard, een gedeelde avondmaal met Aurélie, Julien, Soline, Johan, de hond des huizes PilPoil. En een vriend des huizes Denis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

De lijster

Yvoir

La Meuze/de maas

4u30….een alarm… Euh… Baf…zo fel in één keer… Wakkerrrr wo— ordennn, komt de lijster me vertellen…. Wat een schoonheid en zo een répertoire
Ik dommel terug in. Mijn laagjes slaapzak houd me heerlijk warm.

Mijn natuurlijke klok… Ik rek me uit en kijk door het klein venster achter me. Grijs met een beetje blauw. Een nieuwe dag. Voorzichtig plaats ik mijn voet op de eerste trede van de lader. Zes jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik dit ooit zou kunnen verwezenlijken… slapen in alle rust zonder angst op een hooizolder, midden waar ongedierte en knaagdieren zijn.

Richting het centrum van Yvoir. Een bakker. Hmm, just… geen café open. Voor ik volledig mijn dag start gebruik ik nog even de toiletten in het gemeentehuis, want niets is zo vervelend om naar het toilet te moeten in de regen.
Aan de balie vraag ik een pelgrims stempel voor in mijn zelfgemaakte credential (pelgrims paspoort). “oef, ou l’ai je mis. Je l’ai mis de côté aux début du confinement….Tu est la première pèlerine qui passe”, weet de vrouw me te vertellen.

Een druppel hier, een druppel daar…. het begint onophoudelijk te regenen en hoewel mijn voeten al snel doorweekt zijn, mijn sjort kletsnat, het hindert me mee niet, het zou me pas beginnen hinderen als ik me zou focussen op wat het tegenovergestelde is… zon en warmte… Echter het is water, water die de bodem voed wat de natuur dringend nodig heeft. Onder de paraplu wandel ik langs de Maas richting Dinant om daar straks aan te kloppen bij de broeders van Leffe. Ik besef dat door de lockdown situatie ik er niet zal kunnen overnachten. Ik zie wel.

Langs de Maas vind ik een briefje met een steen erop ‘Jésus-Christ est le chemin, la vérité et la vie lisez…. Een steen bedekt het einde van de zin.

De abdij van Leffe is in zicht. Ik bel aan. Geen antwoord. Ik ga via de achterkant en klop aan de keukendeur. Een van de broeders doet open. Een gekend gezicht. Ik vraag of ze mij onderdak kunnen geven voor één nacht. “oh, cela nous donne du travaille pour le linge et le nettoyage”, vermeld de broeder. “c’est pas grave… j’ai mon sac de couchage et je vais faire l’entretien. Comme cela vous n’avez pas de travail.”… “Tu sait, les frères en est âge et en a un peut peur”. “Je comprends mon frère, ne vous inquiètes pas, je prendrez pas de contacte avec vous”, wetend dat de pelgrims zaal los van de broeders hun woning is. “Vous êtes une vrai pèlerine”, deelt hij met een glimlach, “tu sait en fait avec, avec les restaurant et café”. “Oh ça c’est dommage”. Er is een stilte… “Tempi… Je vous souhaite encore une bonne soirée et à une autre fois”, het was fijn geweest hier een nacht te mogen vertoeven. Helaas.

Dankzij de vrouw aan de balie van het gemeentehuis mag ik overnachten in de jeugdherberg, die zich aan het klaarstomen is voor de jeugdbewegingen.

Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw van Dinant/ collégial Notre-Dame de Dinant

Maurice & Jeanne

Prèsbytere de la Chatres

Châteaumeillant

Saint Jeanvrin

Saint Jeanvrin

Maurice (89) et Jeanne (82)

Jeanne:’Ont va pas vous oublier, quelle belle rencontre’…’On va pas aller avec vous, vous aller trop vite’. ‘Vous etes dans mon coeur’, antwoord ik terwijl ik me omdraai.

Les Archers – pottenbakkersdorp

Crowdfunding au profit de la maladie de Charcot

‘Quand la buse me montre le chemin’ – un pèlerinage à travers la Belgique.

Quatre-vingts jours part toutes les églises Saint-Jacques de Belgique.

Le livre est en faveur de la recherche sur la Maladie de Charcot, asbl Jacobus et Vipassana.

Le livre sera imprimé en français et néerlandais

Merci pour votre aide, pour votre soutien et/ou de parler avec autant de personnes que possible.

Merci,
Cordialement,

Jasmine