Raftje

Raf

Half acht, het ochtendgebed. De klank van de gezongen gebeden is zo mooi dat mijn eigen stem niet vrij komt. In stilte geniet ik mee. Aan het ontbijt een onverwachte fijne ontmoeting, Hilde, een vriendin. Rond tien uur ben ik in Torhout. Het marktplein wordt omgebouwd voor het vertrek van de ‘Nacht van West-Vlaanderen’. Aan de apotheek, een groep mannen allemaal rond de leeftijd van tachtig jaar. Ik stap naar hen toe. De één al wat plezanter dan de ander. Eén springt er werkelijk uit, een echte stand-up comedian. Ik vraag zijn naam. “Aerts Raphaël, voor de vrienden, Raphaël. Moar min vrouwke noemt me Raftje”, antwoordt hij me met pretoogjes. Of hij werkelijk Aards-Raphaël heet, laat ik in het midden. Deze naam draagt hij goed. “Tis goe, meug ik Raftje zeggen”, zeg ik met een knipoog terug. “Das goe moa nie zeggen aan min vrouwtje hé!” En zo blijven de gesprekken een uur duren en hebben we samen veel plezier. Ik neem een beeld van hen en een van Raftje. “En woa goa je doar mee doen”, vraagt een andere man. Met mijn hand naast mijn mond ga ik richting het oor van Raftje en fluister “tis voor op mijn nachttafel”, zodat de anderen het ook kunnen horen. “Jaja, we zin bekend van ‘Iedereen beroemd’ enne van …”, zegt één van de mannen met grote fierheid. En zo verlaat ik al zwaaiend deze hechte mannengroep op de markt van Torhout.

Na Torhout, naar de Sint-Jacobskerk van Lichtervelde en Gits. Langs open velden en weiden kom ik aan in Kortemark. Een wagen vertraagt. Een korte kennismaking en een onverwachte uitnodiging voor een overnachting. Twijfel. Ik blijf nog even doorstappen. In het centrum van Kortemark ga ik op zoek naar het adres van de onverwachte uitnodiging. Bij Annemie en Erik. Een bad, een heerlijke maaltijd, een wasmachine en een goede nachtrust staan op me te wachten.

GPX Bestand Groenhove – Kortemark

Raf

Sept heure et demie, la prière du matin. Le son des chants religieux est si beau que ma voie en reste muette. Je me réjouis en silence. Au petit déjeuner une rencontre inattendue et bien agréable; Hilde, une amie.

Aux environs de dix heures j’arrive à Torhout. La place est transformée pour le départ de la ‘Nuit des Flandres’. A hauteur de la pharmacie, un groupe d’hommes, tous octogénaires, les uns plus rigolos que les autres. Je m’en approche. L’un d’eux se distingue vraiment, un vrai humoriste. Je lui demande son nom. “Aerts Raphaël, Raphaël pour les amis. Mais ma femme m’appelle Raftje”, me dit-il avec un regard coquin. Je laisse, la question de savoir si Aerts Raphaël est son vrais nom, de côté. Il porte bien son nom. Je lui demande avec un clin d’œil, “je peux t’appeler Raftje.” “Bien sûr, mais ne dit rien à ma femme, hein!” La conversation continue sur le même ton durant près d’une heure et nous avons bien du plaisir ensemble. Je prends une photo du groupe et une de Raftje. “Et qu’es ce que tu vas en faire”, me demande l’un d’entre eux. En mettant ma main devant ma bouche, je souffle dans l’oreille de Raftje de façon à ce que les autres puisent l’entendre, “C’est pour sur ma table de chevet”. “Oui, oui nous sommes célèbres, tu sais, nous passons dans l’émission ‘Iedereen beroemd’ et de… “, dit l’un d’entre eux avec une certaine fierté. C’est comme cela que je quitte, avec un signe de la main, ce groupe d’hommes au marché de Torhout.

Après Torhout, les églises Saint-Jacques de Lichtervelde et de Gits. Longeant des plaines et des prés, j’arrive à Kortemark. Une voiture ralentit. Une brève entrevue et une invitation inopinée pour passer la nuit. Hésitation. Je continue encore un peu à marcher. Au centre de Kortemark je vais à la recherche de l’adresse reçue de façon inattendue. Chez Annemie et Erik. Un bain, un repas délicieux, un lave-linge et un bon sommeil m’attendent.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.