Pavia

Chiesa Di San Giorgio Martire

Zeven uur in de morgen. Ik trek de deur van de Ostello achter me dicht. De kerkklokken luiden. Het dorp ontwaakt. De terrassen worden gevuld.
Kinderen worden naar het grote plein voor de kerk gebracht van Garlasco, waar een schoolbus hen oppikt.
Ouders staan samen te praten en sommigen nemen plaats op een terras. Het ochtendlicht schijnt langs de lichamen. De geur van de koffie komt mijn neus voorbij. Ik neem plaats voor een koffie voor ik vertrek naar Pavia, “Buon giorno, un café lungo tassa grande Porvavori, grazie”.

De dagen worden warmer… mijn lichaam past zich traag aan. Een lange weg langs een kanaal.
Ik geniet nog na van mijn verjaardagswensen. Plots wordt ik me bewust dat ik noch mijn vader, noch één van mijn broers heb gehoord. Een diepe zucht. Ik krijg hun gezicht niet van voor mijn ogen… Ik probeer bij mezelf te blijven… Iedere keer weer. Het weegt. Ik laat de gemengde gevoelens toe van pijn naar misselijkheid… Ik voel me wat onwel worden, een drukkende pijn op mijn schedel, een ontlading, tranen… Ik laat het toe, het mag er zijn. Alles mag er zijn. Durven kijken naar de onaangename gevoelens, ze toelaten is mezelf telkens de kans geven de andere richting op te gaan. De richting van ‘Liefde’ en enkel in dit gevoel wens ik met en bij hen te staan. Dit is de enige manier om te healen van wat al zo oud is. Wat me het meest pijn doet, is niet dat zij mij niet wensen, wel te weten en te zien dat waar zij indraaien een gelijkaardig gedrag is en een herhaling van wat generatie op generatie gebeurt. Eén gedrag die ziektes met zich meebrengt en veel onaangename dingen. Een gedrag die komt vanuit een diepe pijn, tekort. En dit generatiegedrag heb ik gelukkig vroeg kunnen voelen en zien. Ik heb me er doorheen geworsteld, aangekeken en ermee aan de slag geweest zonder toedekken. Wat niet altijd gemakkelijk geweest is voor mijn omgeving. Ik omarm wat van mij is. Wat van hen is laat ik bij hen. Ik open mijn armen naar hen toe en wens hen dat zij de weg van de liefde met grote L mogen gewaarworden… het Goddelijke in hen mag ontwaken en mogen genieten van het pure rondom hen.
Ik wandel verder met aandacht voor mijn ademhaling. Mijn hoofddruk verdwijnt langzaam. Mijn rugzak wordt lichter… mijn lichaam vrijer…
Voor Pavia wandel ik een natuurdomein in. Op mijn linkerkant een stroming de ‘Ticino’ die straks in de Po zal uitmonden.
De spinnenwebben komen zich op mijn huid kleven… Met een zacht gebaar veeg ik ze weg… Weg… Weg…

Vroeg in de namiddag kom ik aan in Pavia. De grootstad en hoofdstad van de provincie Lombardije is rustig. Ik slenter wat door de straten.

Pavia

Ponte di Coperto

Duomo di Pavia