Geraardsbergen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Everbeek

Een zoen aan Kian. Een high five aan Logan en Tristan. “Dankjewel voor jullie gastvrijheid. Ik heb genoten van zoveel moois te mogen zien”, zeg ik tegen Ingeborg. “Dankjewel, het doet plezier”, antwoordt Ingeborg. 

De weg gaat naar beneden in tegenstelling tot gisterenmorgen. In een tarweveld ontmoet ik Maarten en Jonas, die de andere richting uitgaan. “Hallo, waar gaan jullie naartoe?” “Naar ‘de Fiertel’, een jeugdherberg ”, weten ze me te vertellen. “En jij?” “Ik wandel richting Brussel.” We delen met elkaar waarom we aan het wandelen zijn, wensen elkaar succes en gaan elk onze eigen weg. Wanneer ik aankom aan de kerk van Zarlardinge, is er een begrafenis. Agnes, een pianiste. Ik blijf buiten wachten en luister naar de klassieke muziek. De kist wordt naar buiten gedragen. Een prachtige, eenvoudige, kunstig versierde kist. Bovenop een boeketje veldbloemen. De rouwstoet vertrekt te voet naar Agnes haar laatste rustplaats. Op kop een blaasorkest.

Ik ga op een terras zitten van een café. Ik krijg compagnie. De onderwerpen: drugs, vrouwen, alcohol… . “Allé, lees ne keer het laatste stukske voor uit je dagboek”, krijg ik te horen. Ik kijk de man in de ogen. Zowel een verbale als non-verbale ‘neen’ volgt. Met mijn pen in de hand verdwaal ik in mijn schriftje. Ik neem nog even een foto binnen. Er wordt me een vraag gesteld. Mijn antwoord krijgt bijna geen kans te bestaan. “Naar waar gaat u nu?” “Tot in Geraardsbergen.” “Succes, ik ben benieuwd hoe het zal zijn om daar een overnachting te vinden.” Een stilte volgt… ”Want met zo een bekrompen mentaliteit. Misschien wel bij de vreemdelingen”, krijg ik te horen. Met deze woorden in mijn hoofd en een niet goed voelen verlaat ik Zarlardinge via het kerkhof. Het graf van Agnes. Haar foto op een kruis versierd met partituren. Met muziek heeft ze geleefd, met muziek is ze heengegaan. De woorden van daarnet komen terug aan de oppervlakte. Ik wandel verkeerd. Ik probeer terug in mijn eigen kracht te staan. De woorden alsook de vooroordelen die ik te horen kreeg verdwijnen. 

Op de markt van Geraardsbergen vind ik vlot een slaapplaats. De dekenij. De deken wijst me de weg in het huis en vertrekt naar zijn afspraak. Ik doe mijn was en leg deze plat op het gras om te drogen. De deken komt later terug. “Hier, de sleutel voor wanneer je je was binnen zou halen. Zodat de deur niet achter je dichtslaat”, meldt hij me terwijl ik een glimp mag opvangen van plezier. Oeps, ik voel binnenin een zekere beschaamdheid en doe alsof ik het niet zag. Hmm, ik kan me wel inbeelden dat dit een grappig zicht is, mijn onderbroeken en bh te drogen in de tuin van de dekenij. Met zicht op de kerktoren val ik in slaap.

GPX Bestanden Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/Grammont

Grammont

Une bise à Kian, un ‘high five’ à Logan et Tristan. “Merci beaucoup pour votre hospitalité. C’est avec grand plaisir que j’ai vu tant de belles choses”, dis-je à Ingeborg.

“Merci beaucoup, cela fait plaisir”, me répond Ingeborg.

Le chemin descend, le contraire de hier matin. Dans un champ de blé je rencontre Maarten et Jonas, qui se dirigent dans l’autre sens. “Bonjour, ou allez-vous?” “À ‘de Fiertel’, une auberge de jeunesse”, me répondent-ils. “Et toi?”  “Je marche direction Bruxelles.” Nous partageons la raison de notre cheminement. On se souhaite mutuellement bien du succès et continuons chacun notre chemin.

Lorsque j’arrive à l’église de Zarlardinge, un enterrement à lieu. Agnès une pianiste. J’attends à l’extérieur en écoutant la musique classique. Le cercueil sort de l’église, porté par 6 personnes. Un magnifique cercueil, simple et décoré artistiquement. Dessus, un bouquet champêtre. Le cortège se dirige vers la dernière demeure d’Agnès. En tête, une fanfare.

Je vais m’asseoir à la terrasse d’un café. On vient me tenir compagnie. Les sujets de conversation: la drogue, les femmes et l’alcool… “Allé, lis-nous le dernier fragment de ton journal”, me dit l’un d’entre eux. Je regarde l’homme, droit dans les yeux. Un ‘non’ aussi bien verbal que non verbal s’en suit. Ma plume à la main, je me perds dans mon cahier. Je prends encore une photo à l’intérieur. Une question m’est posée. Ma réponse n’est d’aucune importance.

“Vous allez où maintenant?” “Jusqu’à Grammont (Geraardsbergen).” “Bonne chance, je suis curieux de savoir comment cela ira pour trouver un logis là-bas.” Un silence suit… “Avec leur esprit borné. Peut-être bien chez les étrangers”, me dit-il.

Avec ces mots en tête et un certain malaise, je quitte Zarlardinge en passant par le cimetière. La tombe d’Agnès, sa photo, sur une croix garnie de partitions. Elle a vécu avec la musique et elle est partie avec la musique. Les mots de tout à l’heure me reviennent à l’esprit. Je vais dans la mauvaise direction. J’essaie de me recentrer. Les mots ainsi que les préjugés disparaissent.

Sur le marché de Grammont je trouve facilement un logis. Le doyenné. Le doyen me familiarise avec la maison et part à son rendez-vous. Je fais ma lessive et la mets à sécher sur le gazon.

Le doyen revient un peu plus tard. “Voici la clé pour quand tu rentreras ton linge. Au cas où la porte se ferme derrière toi”, me dit-il et je remarque dans son regard un certain plaisir. Oups, je ressens une certaine gêne et fait semblant de n’avoir rien vue. Heum, je peux m’imaginer le spectacle drôle que cela est, mes petites culottes et mon soutien-gorge séchant dans le jardin du doyenné.

Je m’endors avec vue sur le clocher.

 

Kluisbergen

Jasmine Debels (1 van 1)-4

Vlas – Lin

Aan de kerk van Avelgem wrijf ik mijn voeten in met Traumeel, in de hoop dat de lichte achillespijn die ik voel mag verdwijnen. Nog even tot bij Lucas om hem te danken voor zijn hulp. Aan een Scheldearm ontmoet ik een klas dat op fietstocht is. Einde examens voor sommigen. Net voor Kluisbergen ontmoet ik Jean-Pierre, hij fietst doorheen België, zijn startpunt was Luxemburg. Geboeid luister ik naar zijn fietsverhalen uit India en Nepal. Het is warm. Ik wandel verder langs een vierkantshoeve uit het jaar 1818, langs vlasvelden. 

Een lindeboom. Ik sta even stil, sluit mijn ogen en laat de geur van de linde tot mij komen. Zalig! Een verwilderd stukje natuur, waarin ik de keuze moet maken tussen traag en aangevallen worden door muggen of snel en de brandnetels trotseren. Ik kies het laatste. Op bepaalde plaatsen ben ik in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen of Wallonië. Zelf een straat die links de Kattestraat heet en rechts Chemin de la valleè. Mijn gevoel zegt alles is één, geen grens. Mijn denken, alsof het gesplitst is. Wat een absurde situatie.

Mijn kuiten worden flink op de proef gesteld. Op een helling aan een weide staat Karin, een goedlachse en spontane vrouw. Wat hoger haar dochter, even goedlachs en open. Een korte babbel, een uitnodiging voor een overnachting. De frisheid van het bos op de Kluisberg is welgekomen. In de verte het geluid van hout dat gekapt wordt, houthakkers. De varens staan mooi gegroepeerd. Het bladerdek van de krachtige bomen geven me schaduw. In café d’Oude Hoeve, een halte. Mijn voeten zijn gezwollen en doen pijn. Joëlle, de eigenares, ook een pelgrim die naar Compostela is geweest, is verheugd te horen dat haar café op de weg ligt die de Jacobskerken met elkaar verbindt. We blijven praten en ervaringen uitwisselen. Tijd om verder te wandelen, anders sta ik hier deze avond nog. Ik wandel nog een beetje, geniet verder van de natuur en de omgeving. In Ronse (Renaix) klop ik aan de eerste deur. Myriam, 76 jaar. Zonder enige twijfel krijg ik een volwaardige ja om er te overnachten. Later op de avond ontmoet ik ook haar zoon Pierre.

GPX bestand Kluisbergen/ Mont de l’Enclus  naar Ronse/Renaix

Mont-de-l’Enclus

Arrivée à l’église d’Avelgem, j’enduis mes pieds de Traumeel en espérant que le léger mal au talon d’Achille disparaîtra.

Je me rends encore un instant chez Lucas pour le remercier de son aide. À hauteur d’un bras de l’Escaut je rencontre une classe en balade en vélo. Fin des examens pour certains. Juste avant d’arriver au Mont-de-l’Enclus (Kluisbergen) je parle avec Jean-Pierre. Il traverse la Belgique en bicyclette à partir du Luxembourg. J’écoute avec passion ses récits de parcours en vélo à travers l’Inde et le Népal.

Il fait chaud. Je continue mon chemin longeant une belle ferme datant de 1818, je traverse la campagne, longeant des champs de lin.

Un tilleul. Je m’arrête, ferme les yeux et m’imprègne de son odeur. Un délice. Un morceau de nature inculte, ou je dois faire un choix entre la lenteur et me faire piquer par les moustiques ou la vitesse et traverser les orties. Je choisi la dernière option. À certaines places je me trouve en Flandre-Orientale, Flandre-Occidentale ou Wallonie. Il y a même une rue s’appelant à gauche rue des chats (Kattestraat) et à droite Chemin de la vallée. Mon sentiment me dit que le tout ne fait qu’un, il n’y a pas de frontières. Mon esprit, semble être en désaccord. Je n’essaie pas de comprendre.

Mes mollets sont mis à rude épreuve. Dans une montée, le long d’un champ, je rencontre Karin, une femme souriante et spontanée. Un peu plus en hauteur, sa fille, aussi souriante et accueillante. Quelques instants de conversation, une invitation pour à passer la nuit. La fraîcheur du Kluisbergen est la bienvenue. Au loin le bruit du bois que l’on abat, des bucherons. Les fougères sont joliment groupées. Le feuillage des grands arbres me donne de l’ombre. Au café ’D’Oude Hoeve’, une halte. Mes pieds me font mal et sont gonflés. Joëlle, la propriétaire, elle aussi un pèlerin du chemin de Compostelle, est enchantée d’apprendre que son café se trouve sur le chemin reliant toutes les églises Saint-Jacques de Belgique. On continue de parler et d’échanger des expériences. Il est temps de continuer mon chemin si je ne veux pas être encore ici ce soir. Je promène encore un peu et apprécie la nature et des alentours. À Renaix (Ronse) je frappe à une première porte. Myriam 76 ans. Sans aucune hésitation, je reçois un grand ‘oui’ pour un hébergement. Plus tard dans la soirée j’ai l’occasion de rencontrer son fils, Pierre.