Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Erdal

La danses Macabres-Guiscard

Het is drukkend warm. Op de middag hou ik een maaltijd en rustpauze in Guiscard.
Na de maaltijd voel ik me verwijderen van mijn omgeving, de warmte en de vertering maken me loom. Ik zet me rechtop en sluit mijn ogen voor eventjes. Wanneer ik mijn ogen open is de zaal leeg en zitten de eigenaars te eten na hun service. Wat lief van hen.

Ik verlaat de zaak. Op een bepaald moment hoor ik iemand roepen. Ik draai me om.
“Wacht even help me…”, zoekend naar de naam van de man die ik herken. “Erdal”, antwoord hij. Verwonderd en blij, “wat doe jij hier, zo fijn van je te zien. Hoe gaat het met je?”, vraag ik hem. “Ik ben hier voor het werk. Een week na dat je langs kwam had ik werk en heb het nog altijd. Het enige nadeel is dat mijn vingers wat verbrand zijn door de koude”, en hij toont mij zijn handen. Zijn vingertoppen vertonen zwarte puntjes van wel 3mm diameter, verbrand van de koude door het vastnemen van diepvriesproducten. Handschoenen kan hij wegens allergie niet dragen. En toch het neemt niet weg zijn job te doen.
Ik haal uit mijn broekzak een flesje van Lavendel Aspic. “Doe hier wat van deze olie op de wondjes, wat deppen. Het helpt mij alvast bij brandwonden. Het doet wonderen, ik hoop dat het je mag helpen.”
Mijn verwondering is groot Erdal hier te zien. Hij opende zijn deuren twee jaar geleden in Sedan, op een 200km van hier, gaf me zijn eigen bed en liet me ’s avonds zijn huis, hij verdween voor de nacht nadat wij samen hadden gegeten. Ik herinner me dat hij toen geen werk had, wat het voor hem niet gemakkelijk maakte en toch binnen zijn mogelijkheden was de gastvrijheid groot. Een man met een gouden hart (hier de link van deze ont-moeting).
” Heb je iets nodig, water, eten voor langs de weg? “, vraagt hij me. “Neen dankjewel ik heb alles wat ik nodig heb. Och, wat fijn dat je me riep en ik je hier terug mag zien. Echt een fijne verrassing. Merci Erdal.”
We nemen afscheid.

In het centrum van het dorp werden grote grachten geplaats in beton om een toekomstige overstroming te vermijden. Ik wandel richting het kerkhof, een doodlopende weg. Ik stap er binnen. Ik heb altijd een aantrekking had tot kerkhoven, een plaats waar ik graag in verdwaal. Er staat een prachtige kapel. Binnenin zijn prachtige mozaïeken te zien ‘La danses macabres’ gebouwd in 1932. Een verdoken pareltje.

Ik voel dat er iets plakt aan mijn voeten. ‘In wat heb ik getrapt’, stel ik me de vraag. Ik kijk achterom en zie mijn voetsporen in de asfalt.

Een stevige wind zet zich plots op in de vroege vooravond. Uit vrees voor onweer klop ik ’s avonds aan bij de presbytère van Noyon met de vraag of ze mij kunnen helpen naar een droge plaats voor de nacht. Een hulpvaardige priester vergezeld me naar een zaaltje waar ik mijn matje voor de nacht zal leggen.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Pinokkio

Kanaal Blaton-Ath

Deze nacht kwam iemand haar territorium afbakenen en een pootje op mijn tarp plaatsen, de poes des huizes. Een klein gaatje in het zeil als resultaat. Niet erg met goede duct tape is deze hersteld.
Nog voor ik vertrek nodigen Frédéric en Marianne me uit op het terras voor een koffie. Nadien vertrek ik richting Ath en misschien nog Beloeil.

De puntjes van de bladeren van de bomen kleuren geel of zijn eerder verdord, een signaal dat ze niet meer aan vocht geraken via hun wortels.
Vóór ik Ath binnen wandel ontmoet ik een bejaarde tengere man, zijn loopkar voortduwend. “Alle cafés zijn gesloten op de markt. Ik was vergeten dat we de 15 augustus zijn”, deelt de man. Ik zie zijn ontgoocheling.
Aankomend op de markt van Ath neem ik een koffie. De bejaarde man was te vroeg op deze feestdag.

Mijn weg gaat langs het Kanaal van Blaton-Ath waar ik in Chièvres terug de GR129 neem.
In Chièvres – met zijn grote markt waar ik me zo een levende boerenmarkt kan voorstellen – ga ik om de hoek binnen in de kapel Notre-Dame de la Fontaine en wat later in de kerk er niet ver vandaan.
In beide gebouwen vallen de prachtige kleurrijke glasramen me op, vooral deze waar Maria op afgebeeld staat.
In de kerk: Drie maal Maria met een verschillende afbeelding van de kroon. De kroon met een witte duif naar boven kijkend, een witte duif afgebeeld in een kroon naar beneden kijkend en tussen de kroon en het hoofd vlammen en stralen. En de derde een kroon op het hoofd met 12 sterren in verwerkt.
In de kapel een vrouw, Maria in vol ornaat met aan haar voeten La Fontaine.

Beelden vol symboliek die als een vanzelfsprekendheid en vloeiendheid naar me toekomt. (die voor ieder anders zal zijn) 3, witte duif, kroon, boven, beneden, vlammen, vuur, water, 12, vrouw.

Het doet me terug denken aan alle symboliek van mijn eerste wandeldag van op deze tocht.
Is het niet zo dat we allen de ‘ Kroon’ die neerdaald mogen laten stralen en verder laten neerdalen tot in ons hart zodat de vuurvlammen zich verder kunnen verspreiden rondom ons. Hier gaat het niet om een kroon van materiële rijkdom die je ergens op een hoogte plaats, boven iemand anders, meer…
Wel om de ‘Kroon’ van eigenwaarde, innerlijke kracht, eigen straling, waar het Licht in ons hart zich mag verspreiden in ons en naar elkander. Als een netwerk over de aarde met, door en voor alle levende wezens. Daar waar ‘La Fontaine’ mag bruisend gehouden worden.

Op de weg ontmoet ik Paul die staat te kijken naar een maaimachine die haar werk doet. “Is dit uw land meneer?” vraag ik de man. “Neen, ik sta te kijken hoe de machine zijn werk doet, de boer kocht er een nieuwe. Het is een machine die de overbodige planten wegneemt op het veld.”, deelt de man. ” Ongelofelijk hoe minuseius zo een machine werkt en welke evolutie hierin is gebeurt… “, ga ik verder in gesprek.” Zolang we maar de eenvoudige dingen niet vergeten van onze voorouders. Mijn vader vertelde nog niet zo lang geleden over een koperen muntstuk die de arts vroeger op de borst legde om te luisteren hoe de longen het deden.

Langs de weg geniet ik van de talrijke Braambessen en Druiven die ik kan vinden op ooghoogte. Ze zijn klein maar super zoet.
Rond 19u kom ik aan in Beloeil. Ik zie veel mensen wandelend richting het kasteel. Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt en stap naar de ingang. Ik geraak aan de babbel met Anita die de tickets controleerd.
Er is namelijk een openlucht spektakel van Pinokkio. Een van mijn favorite kinderverhalen, dit kan ik niet links laten liggen. Ik probeer nog een ticket te bekomen. Aan de kassa is de prijs 10 euro duurder dan in voorverkoop. Buiten mijn budget. “Mevrouw het kleine kind in mij leeft nog. Is er een mogelijkheid om het aan het laag tarief van 20 euro te bekomen?”, waag ik mijn kans bij de kassierster. Dit was echter niet mogelijk. Helaas.

Ik praat nog wat met Anita over het materiaal die ik bij me heb en waar ik zal overnachten. Ik vertrek terug en neem nog eerst een rustpauze op een terras. Plots zie ik Anita lopen met een andere vrouw. “Ze is langs ginder weg”, hoor ik haar roepen. Iets in me voelde dat de ‘ze’ op mij bedoeld was. En ja… ik had geluk… Een voorverkoop ticket was vrij gekomen.
En zo, na even snel mij opfrissen aan de lavobo in het café, zat ik in een levend spektakel tussen Gepetto, Cricket, Pinokkio en al de andere wezens. Ik geniet met volle teugen van dit prachtig spektakel die me doorheen de tuinen van Beloeil mee nam. Bepaalde zinnen blijven me bij van in het verhaal “… luister naar je hart die klopt…”, “Le triomphe de la Lumière sur obscurité”…

Na het spektakel stap ik verder in het park met de bedoeling er te overnachten midden de bossen. Helaas was dit onmogelijk. De grassen rond de vijver stonden er op ooghoogte hoog. Ik stap midden de nacht nog richting Stambruges waar ik mijn tarp opzet naast een kindertuin. Moe en voldaan val ik onder de sterren in slaap.

Hier nog een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Kaya

De opkomende zon laat zich zien aan de horizon. Frisse tinten van zacht fris geel naar de okere tinten met daarop een laagje helder licht. De vogels zijn reeds goed hoorbaar. De lange grassen kleuren goud. Naast mij hoor ik iemand bewegen in haar tentje. Mireille. Elk vanuit ons eigen kamer zeggen we elkander een goede dag “goed geslapen… niet te koud gehad…”. Op de achtergrond is een koe hoorbaar, haar loeien is wat onrustwekkend.
Een tijgerachtig gekleurde poes komt op afstand een goedendag wensen.

Kaya die ondertussen aan de tarp staat, nodigt Mireille en mij nog uit voor iets warms. Op een leuk terrasje voor haar deur, met uitzicht op de kruidentuin mag ik haar heerlijke koffie proeven. Ondertussen zitten vier mannelijke wielrenners naast ons tafeltje. Drie vrouwen, vier mannen. Balans. Een fijne babbel et de la joie. Wat een zalig ontwaken.

Ik deel wat over mijn weg met Kaya. “… zoveel zon in je… laat die maar schijnen…”. Ik word gewaar dat iets wenst binnen te komen, haar woorden… bewust en met volle aandacht laat ik ze tot mij komen. Ik word zachtjes geraakt. Ik deel ondertussen wat het met me doet. Durven iets aannemen van iemand anders is voor mij niet altijd een evidentie geweest. Het hartelijke en het pure die ik mag ontvangen, het was zo zuiver dat ik niet anders kon en ook niet anders wou dan het aannemen. Wat later waren de rollen omgedraaid. Zalig. Delen en ontvangen.

Terwijl ik aan een zijarm van de Schelde beelden neem voel ik een aanwezigheid. Een man staat met zijn armen leunen op zijn tuinhekken me aan te kijken. Op zijn hoofd een prachtige strohoed. “Och, ik had je niet onmiddellijk gezien. U doet me wat denken aan Van Gogh.” Zijn snor, zijn grijze haren en brede glimlach maken het plaatje compleet. Lucien nodigt me uit voor een koude soep. “Het is vriendelijk, dank je voor de uitnodiging. Ik zal wat verder stappen, want ben pas begonnen zoniet, ik ken mezelf, ik geraak niet vooruit.” Ik zwaai naar Lucien en verdwijn tussen het groen.

Langs de Schelde, via Eine geraak ik in Oudenaarde waar ik eerst om twee nieuwe washandjes ga. In de hoop ze niet een tweede keer te vergeten. Op de markt drink ik een koffie. De warmte haalt mijn energie zo naar beneden dat ik me voel in slaap geraken.
Ik verlaat Oudenaarde met een bezoek aan het vroegere Begijnhof en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een prachtige aangename kerk met een paar prachtige kunstwerken. Een groot eikenhouten beeld van Maria Magdalena en een schilderij waar het lichaam van Jezus wordt gewassen.

’s Avonds kom ik aan in Nukerke op een camping aan een vijver.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden en hier

Lena

De paar weken in België hebben me goed gedaan. Ik mocht vertoeven op een rustige plaats omcirkeld door natuur. Het was er zo zalig vertoeven en de levende zichtbare compagnie was een verrijking.
De kippen en de haan was een toffe bende. Moederkip zorgde iedere dag voor een vers ei. En de witte Haan, als hij de kans zag om proberen te ontglippen was hij als eerste erbij. Ik genoot van de zachte kusjes van het bruine konijn op mijn kuiten. De taal van de Cavia, vond ik zalig om horen. En de ondertussen grote kuikens, amai wat groeit dit snel… Ik zal hun deugnieterij en speelsheid missen. Er is er eentje die al goed in de puberteit zat, zijn eerste klank die hij liet horen was nog wat breekbaar, wat kon ervan genieten. Je kon zijn fierheid zo waarnemen. Hij genoot er ook van om voor het slapen gaan op de zitbank te komen zitten aan het venster en dicht bij het huis aanwezig te zijn. En ’s morgens zag ik hem in de verte aanlopen wanneer ik de deur opende. En als ik door de tuin wandelde kwam hij rond mijn benen wandelen en kon hij het goed verdragen dat ik hem streelde.

Ik vertrok pas in de vroege vooravond voor een korte eerste tocht. Van Landskouter naar Munte waar ik bij familie mijn tarp mocht opzetten in de tuin. Lena, het eerst geboren, een meisje van 4 jaar keek ernaar uit om met mij de nacht buiten te delen onder de tarp. Haar verlangen was zo groot dat ze van de ene kant de tuin naar de andere kant liep. Na haar tanden poetsen kwam er even een emotioneel momentje voor we samen horizontaal onder de tarp op ons matrasje lagen.
Het was mooi te zien hoe ze haar plaatsje eigen maakte. Haar knuffel deken, beertje, lampje… Eerst observeren, luisterend alle hoekjes bekijken, haar zelf geruststellen… En wat deed ze het goed. De ganse nacht lag ze zalig te slapen met haar knuffel in haar handen. En zo werd de tarp liefdevol en zacht ingehuldigd met een bijzonder mooi kind ‘Lena’.

Hier een kortfimpje

Hier de beelden van de dag

Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.

31

Aan de horizon, een goudengloedlaag is zichtbaar over het zand, terwijl het zilveren water onstuimig komt en gaat.

Aan de andere kant van het strand zie ik de mensen zich groeperen. De eerste visvangst komt binnen. Ik wandel ernaar toe.
Drie traktoren (vroeger waren dit koeien) rijden achter elkaar terwijl een katrol langzaam draait om de visnet terug op te trekken bemand door 3 mannen. Na een eindje komt de visvangst te voorschijn. Nu kan ik de prijzen de kilo begrijpen wanneer ik zie hoeveel bemanning en uren noodzakelijk is voor de weinig vangst die er is.

Na de visnet worden de vissen onmiddellijk ter plaatse gescheiden volgens soort… een paar dorades, Calamars, sardines… aan het non verbaal gedrag en de intonatie van de man die de groep begeleid kan ik al heel snel begrijpen dat het een povere vangst is.
Ik kijk naar de handen van een man die over tafel glijden. Korte, brede, forse handen… als ik zie hoe zijn vingers in een zachte beweging en met finesse de kleine visjes vastnemen krijg ik er een vertederend gevoel bij.

Ik krijg er deze avond een nieuwe kamergenote bij ‘Emma’. Wanneer ik naar beneden ga zie ik haar zitten aan tafel voor de computer. “Dag Emma, heb jij al gegeten? Ik ga koken. Heb je zin om de maaltijd. Seitan met groentjes en quinoa.” Een zekere vervelendheid is zichtbaar bij Emma. “Ik kan je niet helpen, ik heb een deadline.” “Is niet erg, werk gerust verder. Met plezier zal ik de maaltijd klaar maken.” Wat later zitten we samen aan tafel. Altijd deugddoend wanneer ik voor mezelf kan koken en de maaltijd mag delen op het onverwachts.

Na een goede nachtrust stap ik verder richting Coimbra. Ik kijk wat mijn lichaam me komt vertellen tussen de 7 kilometer die Praia de Mira en Mira verbind en of ik er al of niet klaar voor ben om mijn tocht verder te wandelen.

Onderweg staan twee mannen te spitten in het zand. Ik ben nieuwsgierig wat voor werken ze doen. Een man zegt “… Ajudar…”, wat betekent helpen en wil me zijn spade geven. Ok en ik maak het gebaar om mijn rugzak af te zetten, terwijl ik hem deel “ik help jullie en jullie komen meestappen” . Wanneer hij hoort vanwaar ik kom reageert hij op een vrolijke manier, hij maakt teken dat hij zijn spade ter harte terug neemt en met plezier zijn job verder zet.

Via het meer verlaat ik het vissersdorp en stap ik verder via een bos in de duinen. Een diepe zucht van vreugde om in een bos te wandelen. Het bladerdek is zo welkom in de hitte die er momenteel is. De Eucalyptus en naaldbomen zijn heel hoog en laten de wijdsheid van de omgeving zien. Hoe dieper ik de lange weg instap hoe korter de bomen en het bladerdek over de weg komt. De doorgang vernauwd, aan de horizon blijft het licht zichtbaar. Iets in mij wordt zacht geraakt. Mijn ademhaling is onregelmatig en zoekt naar regelmaat, mijn tranen vinden een uitweg. Een zachtheid is in mij en rondom mij aanwezig. Het bladerdek beweegt zachtjes heen en weer en voelt als iets die deel uitmaakt van mezelf.
Uit het bos weerkaatst het zand de warmte van de zon. Hier en daar zijn sporen te zien van reptielen over de grond.
In Mira voel ik dat mijn energie aan het dalen is en beslis ik om de bus te nemen die me naar Coimbra zal brengen. Onderweg stopt de bus midden de straat.
We blijven een eindje staan. Ik kijk op naar buiten, een huisnr ’31’… De bus begint te rijden. Ik krijg een binnenpretje, het is pas nu dat ik mijn geboortedag zie als een 4.

Water

Baños de Montemayor

Wachtend op de bus naar Salamanca, zittend op een bank, geniet ik van het zicht.
De daken vertonen de typische zuiderse dakpannen, lange halve maansvorm, waarvan de ene op de rug en de andere op zijn buik zo een dak vormen, zelfs de zijmuur van het gebouw is met halve dakpannen bekleed. Er bovenuit stekend, de kerktoren in ruitvorm met arcade waar de kerkklok aan bevestigd is. Zwaluwen vliegen in het rond en scheren over straat. Er achter een berg met ontluikend frisgroen, naaldbomen en een blauwe lucht die opkomst is. Een buizerd die net uit de kruin van een boom is gevlogen.
Een grasmaaier en de geur van pas afgemaaid gras.
Een vrouw komt aangewandeld, opent de deur van vermoedelijk haar huis en daalt moeizaam de twee treden. Een man staat haar binnen op te wachten, opent zijn armen en legt beiden handen op haar schouders. Ze kijken elkander aan. De deur gaat dicht.

Ik hoor heel subtiel mijn adem die zijn stroom volgt in mijn lichaam. De beweging, het leven in mijn body. Gewoon in het hier en Nu zijn, bewust bij mijn ademhaling zijn, daar waar alles is, dan verdwijnt ‘tijd’ . Alles IS. Zo kan ik uren ergens zitten en genieten.

Zo heb ik de drie dagen doorgebracht in Baños de Montemayor.
De thermen kwamen als gepast. Ik genoot ervan om mij gewoon te laten dobberen in het helend water. In het bubbelbad liet ik mijn handen over het water bewegen op het ritme van de bubbels. Mijn handen, mijn favoriete lichaamsdeel. Ze hebben me zoveel te vertellen, ze kunnen zoveel.
De bubbels en de warmte doen me wegzinken in gedachte, in herinnering, ze brengen me even ver weg in de tijd, ‘geboorte’, de geboorte, mijn geboorte. De twee het NU en toen liggen flinterdun naast elkaar.

Plaza Major – Salamanca

Het thema geboorte blijft verder mee gaan de dagen nadien. In Salamanca boekte mijn pelgrimsmaatje een zalige kamer in het centrum bij Plaza del Major, een kamer met bad. Een uur kon ik in het warme badwater liggen ontspannen. Mijn onderrug had er deugd van, in kikvorshouding lag ik in het water. Ik werd ontroerd na de gedachte dat ik in dit leven geen klein zieletje ter wereld heb gebracht. Hoe vreemd en toch kon ik het mij zo levend inbeelden, mijn handen maakten een vloeiende beweging voor me alsof ik een baby in de handen had en kon ik me levend voorstellen hoe het is om een bloot lijfje van een klein wezen op mijn huid te voelen. Een traan rolde over mijn wang van zacht geraaktheid… het lied ‘Santa Maria me mostro o Camino de senhor…’ die ik een paar jaar geleden leerde kwam en begon te zingen. Water zo helend.

Salamanca. Wat voelt het goed in die groot stad. Een gevoel van rust en sereniteit. Een aanrader.

Ondertussen zit ik hier aan tafel in een albergue te schrijven terwijl iedereen al een uur in bed ligt. Het is 21:40.
Extramadura ligt in de rug, vandaag kon ik terug beginnen wandelen deze keer in regio Castilië en Leon. Lange wegen, open velden tot oneindig. Doet me wat denken aan het gebied rond Reims op de Lemovicensis. Akkers, akkers, windmolens, hoge electrische palen.

Slaapzacht, tot…

Baños de Montemayor

Sedert gisteren neem ik een paar verplichte dagen rust.
Een lange etappe in de regen, omdat er tussenin geen woonst aanwezig is. De verplichte lange afstand op asfalt van de voorbije 2 dagen omdat landwegen niet toegankelijk zijn, hebben zijn tol geëist op mijn ledematen.
Op een bepaald moment voelde ik zonder enige aankondiging iets springen in mijn voorvoet.
Al heel snel kwam het rood, warm met zwelling… een peesontsteking.

Gisteren morgen probeerde ik de bus te nemen om de volgende 10km asfalt te vermijden. Ik twijfelde of er wel eentje was en vroeg naar informatie. ‘Ah, Jasmine (Jazmin op zijn Spaans) waarom heb je getwijfeld’, zei ik tegen mezelf wanneer de bus aan mij voorbij reed. Ahhrrr….
De duim hielp niet, blijkbaar niet een gewoonte in Spanje.
Met veel aandacht aan mijn lichaamshouding, stap voor stap, wandelde ik op de drukke asfalt weg richting Baños de Montemayor.
De kilometers leken oneindig, de tranen stonden me nader dan het lachen. Gelukkig kwam ik iemand tegen langs de weg die voor mij een taxi wou bellen.
Aangekomen in het dorp zag ik Hannelore, even wandelde ik met haar mee om te kijken hoe mijn lijf voelde, wetend dat er verder natuur was en geen asfalt. Maar dit was tevergeefs… mijn lijf voelde zwaar, stram en had geen macht meer. Het voelde op, alsof ik plots een paar jaar ouder was.
Hier stoppen was de boodschap.

Ik passeer langs de kerk van het dorp. Santa María de la Asunción. Och, en dit net op de dag – 9 maand voor de geboortedag van Christus- waar de engel Gabriël aan Maria de boodschap bracht dat zij moeder zou worden van Jezus (Rooms Katholieke kerk en de Orthodoxe kerk). De deuren zijn op slot. Een vrouw komt op haar stappen terug, roept me en nodigt me uit om met haar mee te gaan. Ze heeft de sleutel van de kerk. Zet even het licht aan en heeft me de nodige tijd om even bij meZelf in de kerk aanwezig te zijn.

Bij het zoeken naar een overnachtingsplaats zag ik veel volk met sporttassen, witte badjassen in de straat… een kuuroord. Wat een synchroniciteit, net wat mijn lijfje kan gebruiken.

Twee relax circuit in warm water bij 43° in water die van onder het kuuroord komt waarin Sulfaat, natrium, magnesium en calcium aanwezig is. Goed voor artrose, artritis, huid en waarschijnlijk nog zoveel meer. Geef ik mezelf cadeau.

Daartussen geef ik mijn voeten, benen en bips massage met mijn zelfgemaakte olie en krijgen mijn voeten drie maal daags een ijsbadje terwijl ik op kamer ben en vooral rust.