Erdal

La danses Macabres-Guiscard

Het is drukkend warm. Op de middag hou ik een maaltijd en rustpauze in Guiscard.
Na de maaltijd voel ik me verwijderen van mijn omgeving, de warmte en de vertering maken me loom. Ik zet me rechtop en sluit mijn ogen voor eventjes. Wanneer ik mijn ogen open is de zaal leeg en zitten de eigenaars te eten na hun service. Wat lief van hen.

Ik verlaat de zaak. Op een bepaald moment hoor ik iemand roepen. Ik draai me om.
“Wacht even help me…”, zoekend naar de naam van de man die ik herken. “Erdal”, antwoord hij. Verwonderd en blij, “wat doe jij hier, zo fijn van je te zien. Hoe gaat het met je?”, vraag ik hem. “Ik ben hier voor het werk. Een week na dat je langs kwam had ik werk en heb het nog altijd. Het enige nadeel is dat mijn vingers wat verbrand zijn door de koude”, en hij toont mij zijn handen. Zijn vingertoppen vertonen zwarte puntjes van wel 3mm diameter, verbrand van de koude door het vastnemen van diepvriesproducten. Handschoenen kan hij wegens allergie niet dragen. En toch het neemt niet weg zijn job te doen.
Ik haal uit mijn broekzak een flesje van Lavendel Aspic. “Doe hier wat van deze olie op de wondjes, wat deppen. Het helpt mij alvast bij brandwonden. Het doet wonderen, ik hoop dat het je mag helpen.”
Mijn verwondering is groot Erdal hier te zien. Hij opende zijn deuren twee jaar geleden in Sedan, op een 200km van hier, gaf me zijn eigen bed en liet me ’s avonds zijn huis, hij verdween voor de nacht nadat wij samen hadden gegeten. Ik herinner me dat hij toen geen werk had, wat het voor hem niet gemakkelijk maakte en toch binnen zijn mogelijkheden was de gastvrijheid groot. Een man met een gouden hart (hier de link van deze ont-moeting).
” Heb je iets nodig, water, eten voor langs de weg? “, vraagt hij me. “Neen dankjewel ik heb alles wat ik nodig heb. Och, wat fijn dat je me riep en ik je hier terug mag zien. Echt een fijne verrassing. Merci Erdal.”
We nemen afscheid.

In het centrum van het dorp werden grote grachten geplaats in beton om een toekomstige overstroming te vermijden. Ik wandel richting het kerkhof, een doodlopende weg. Ik stap er binnen. Ik heb altijd een aantrekking had tot kerkhoven, een plaats waar ik graag in verdwaal. Er staat een prachtige kapel. Binnenin zijn prachtige mozaïeken te zien ‘La danses macabres’ gebouwd in 1932. Een verdoken pareltje.

Ik voel dat er iets plakt aan mijn voeten. ‘In wat heb ik getrapt’, stel ik me de vraag. Ik kijk achterom en zie mijn voetsporen in de asfalt.

Een stevige wind zet zich plots op in de vroege vooravond. Uit vrees voor onweer klop ik ’s avonds aan bij de presbytère van Noyon met de vraag of ze mij kunnen helpen naar een droge plaats voor de nacht. Een hulpvaardige priester vergezeld me naar een zaaltje waar ik mijn matje voor de nacht zal leggen.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Wilde kastanje

Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten.
En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.

Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.

Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren.
Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.

De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.

Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.

In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar.
Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Pelgrims

Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar.
Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.

Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.

Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !”
We stappen elk verder onze richting.

Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen.
In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus.
Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.

Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”

Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.

Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico.
In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.”
En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.

Klik hier voor een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Pinokkio

Kanaal Blaton-Ath

Deze nacht kwam iemand haar territorium afbakenen en een pootje op mijn tarp plaatsen, de poes des huizes. Een klein gaatje in het zeil als resultaat. Niet erg met goede duct tape is deze hersteld.
Nog voor ik vertrek nodigen Frédéric en Marianne me uit op het terras voor een koffie. Nadien vertrek ik richting Ath en misschien nog Beloeil.

De puntjes van de bladeren van de bomen kleuren geel of zijn eerder verdord, een signaal dat ze niet meer aan vocht geraken via hun wortels.
Vóór ik Ath binnen wandel ontmoet ik een bejaarde tengere man, zijn loopkar voortduwend. “Alle cafés zijn gesloten op de markt. Ik was vergeten dat we de 15 augustus zijn”, deelt de man. Ik zie zijn ontgoocheling.
Aankomend op de markt van Ath neem ik een koffie. De bejaarde man was te vroeg op deze feestdag.

Mijn weg gaat langs het Kanaal van Blaton-Ath waar ik in Chièvres terug de GR129 neem.
In Chièvres – met zijn grote markt waar ik me zo een levende boerenmarkt kan voorstellen – ga ik om de hoek binnen in de kapel Notre-Dame de la Fontaine en wat later in de kerk er niet ver vandaan.
In beide gebouwen vallen de prachtige kleurrijke glasramen me op, vooral deze waar Maria op afgebeeld staat.
In de kerk: Drie maal Maria met een verschillende afbeelding van de kroon. De kroon met een witte duif naar boven kijkend, een witte duif afgebeeld in een kroon naar beneden kijkend en tussen de kroon en het hoofd vlammen en stralen. En de derde een kroon op het hoofd met 12 sterren in verwerkt.
In de kapel een vrouw, Maria in vol ornaat met aan haar voeten La Fontaine.

Beelden vol symboliek die als een vanzelfsprekendheid en vloeiendheid naar me toekomt. (die voor ieder anders zal zijn) 3, witte duif, kroon, boven, beneden, vlammen, vuur, water, 12, vrouw.

Het doet me terug denken aan alle symboliek van mijn eerste wandeldag van op deze tocht.
Is het niet zo dat we allen de ‘ Kroon’ die neerdaald mogen laten stralen en verder laten neerdalen tot in ons hart zodat de vuurvlammen zich verder kunnen verspreiden rondom ons. Hier gaat het niet om een kroon van materiële rijkdom die je ergens op een hoogte plaats, boven iemand anders, meer…
Wel om de ‘Kroon’ van eigenwaarde, innerlijke kracht, eigen straling, waar het Licht in ons hart zich mag verspreiden in ons en naar elkander. Als een netwerk over de aarde met, door en voor alle levende wezens. Daar waar ‘La Fontaine’ mag bruisend gehouden worden.

Op de weg ontmoet ik Paul die staat te kijken naar een maaimachine die haar werk doet. “Is dit uw land meneer?” vraag ik de man. “Neen, ik sta te kijken hoe de machine zijn werk doet, de boer kocht er een nieuwe. Het is een machine die de overbodige planten wegneemt op het veld.”, deelt de man. ” Ongelofelijk hoe minuseius zo een machine werkt en welke evolutie hierin is gebeurt… “, ga ik verder in gesprek.” Zolang we maar de eenvoudige dingen niet vergeten van onze voorouders. Mijn vader vertelde nog niet zo lang geleden over een koperen muntstuk die de arts vroeger op de borst legde om te luisteren hoe de longen het deden.

Langs de weg geniet ik van de talrijke Braambessen en Druiven die ik kan vinden op ooghoogte. Ze zijn klein maar super zoet.
Rond 19u kom ik aan in Beloeil. Ik zie veel mensen wandelend richting het kasteel. Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt en stap naar de ingang. Ik geraak aan de babbel met Anita die de tickets controleerd.
Er is namelijk een openlucht spektakel van Pinokkio. Een van mijn favorite kinderverhalen, dit kan ik niet links laten liggen. Ik probeer nog een ticket te bekomen. Aan de kassa is de prijs 10 euro duurder dan in voorverkoop. Buiten mijn budget. “Mevrouw het kleine kind in mij leeft nog. Is er een mogelijkheid om het aan het laag tarief van 20 euro te bekomen?”, waag ik mijn kans bij de kassierster. Dit was echter niet mogelijk. Helaas.

Ik praat nog wat met Anita over het materiaal die ik bij me heb en waar ik zal overnachten. Ik vertrek terug en neem nog eerst een rustpauze op een terras. Plots zie ik Anita lopen met een andere vrouw. “Ze is langs ginder weg”, hoor ik haar roepen. Iets in me voelde dat de ‘ze’ op mij bedoeld was. En ja… ik had geluk… Een voorverkoop ticket was vrij gekomen.
En zo, na even snel mij opfrissen aan de lavobo in het café, zat ik in een levend spektakel tussen Gepetto, Cricket, Pinokkio en al de andere wezens. Ik geniet met volle teugen van dit prachtig spektakel die me doorheen de tuinen van Beloeil mee nam. Bepaalde zinnen blijven me bij van in het verhaal “… luister naar je hart die klopt…”, “Le triomphe de la Lumière sur obscurité”…

Na het spektakel stap ik verder in het park met de bedoeling er te overnachten midden de bossen. Helaas was dit onmogelijk. De grassen rond de vijver stonden er op ooghoogte hoog. Ik stap midden de nacht nog richting Stambruges waar ik mijn tarp opzet naast een kindertuin. Moe en voldaan val ik onder de sterren in slaap.

Hier nog een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Lena

De paar weken in België hebben me goed gedaan. Ik mocht vertoeven op een rustige plaats omcirkeld door natuur. Het was er zo zalig vertoeven en de levende zichtbare compagnie was een verrijking.
De kippen en de haan was een toffe bende. Moederkip zorgde iedere dag voor een vers ei. En de witte Haan, als hij de kans zag om proberen te ontglippen was hij als eerste erbij. Ik genoot van de zachte kusjes van het bruine konijn op mijn kuiten. De taal van de Cavia, vond ik zalig om horen. En de ondertussen grote kuikens, amai wat groeit dit snel… Ik zal hun deugnieterij en speelsheid missen. Er is er eentje die al goed in de puberteit zat, zijn eerste klank die hij liet horen was nog wat breekbaar, wat kon ervan genieten. Je kon zijn fierheid zo waarnemen. Hij genoot er ook van om voor het slapen gaan op de zitbank te komen zitten aan het venster en dicht bij het huis aanwezig te zijn. En ’s morgens zag ik hem in de verte aanlopen wanneer ik de deur opende. En als ik door de tuin wandelde kwam hij rond mijn benen wandelen en kon hij het goed verdragen dat ik hem streelde.

Ik vertrok pas in de vroege vooravond voor een korte eerste tocht. Van Landskouter naar Munte waar ik bij familie mijn tarp mocht opzetten in de tuin. Lena, het eerst geboren, een meisje van 4 jaar keek ernaar uit om met mij de nacht buiten te delen onder de tarp. Haar verlangen was zo groot dat ze van de ene kant de tuin naar de andere kant liep. Na haar tanden poetsen kwam er even een emotioneel momentje voor we samen horizontaal onder de tarp op ons matrasje lagen.
Het was mooi te zien hoe ze haar plaatsje eigen maakte. Haar knuffel deken, beertje, lampje… Eerst observeren, luisterend alle hoekjes bekijken, haar zelf geruststellen… En wat deed ze het goed. De ganse nacht lag ze zalig te slapen met haar knuffel in haar handen. En zo werd de tarp liefdevol en zacht ingehuldigd met een bijzonder mooi kind ‘Lena’.

Hier een kortfimpje

Hier de beelden van de dag

Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.

Frequentie

Met een yoghurt in de hand stap ik naar de agent. “Heb je goed geslapen”, vragen we elkander in een beetje Engels/Spaans. Ik schenk hem de yoghurt en bedank hem voor de fijne ontvangst.

In een bar binnen stappend, net naast de kathedraal, voel ik de blik van de mannen. Het wordt stil. Ik neem een barkruk en neem plaats aan de bar, tussen hen. Ik voel dat een glimlach in mij wakker wordt.
“Un café con leche. Eeee… Uno tostado con tomates, Por favor.Grazias.” De barman lacht me zacht toe. De mannen beginnen terug te praten. (Soms denk ik in mezelf, mijn oordopjes zijn in een bar meer nodig dan in een slaapruimte.)
Mijn buurman neemt contact met me en al snel hebben we door dat we in het Frans kunnen praten.
“… todos Machista….”, legt de man uit wat de conversatie was, is tussen de mannen. Al lachend zeg ik hem…” Ik kon me wel voorstellen wat het onderwerp was, 1 vrouw, 9 mannen… Daarvoor is geen taal nodig om te begrijpen. De reden waarom ik plezier heb. Ik kon het zo raden. “

Zo een situatie was voor mij een paar jaar geleden niet mogelijk, dan had ik zelf een gedrag van ‘Machista’ aangenomen maar dan met een andere inhoud voor wat dit woord staat. Wel uit bescherming, afscherming en omdat ik niet van dit gedrag hield. Vanuit een kwetsuur. Alleen hier was niets aanwezig van een onderliggende negative toon, geen kleineren of rediculiseren van de vrouw.

Ik sta versteld van hoe de sterke drank hier in grote hoeveelheden over de toonbank glijden. Beetje naif dacht ik dat ze enkel koffie kwamen drinken. Een plaatselijk drankje Zoco 25% met Sleedoorn, kersen, honing, vleugje anijs… lijkt aantrekkelijk, maar wat het teweeg brengt op lange termijn in de bovenkamer en in de lever is veel krachtiger dan die 25%.

Wanneer ik vertrek uit de bar steek ik mijn hand op, glimlach hen allen toe en wens hen een goede dag. Met twee appelsienen extra, gekregen van de barman begint mijn dagtocht.

Uit het dorp, draai ik me nog even om en zie het zonlicht schijnen op de kathedraal van Hinojosa del Duque. Een kathedraal die absoluut niet de omvang heeft als de andere kathedralen die ik ken.
Een raam opening heeft een bijzonder mooi architectuur. Maar wat mij het meest aantrok was de kapel op dit marktplein met haar mengeling van Moorse kunst.

8u30… De natuur ontwaakt…
Mijn lijf voelt zich gedragen door de zachtheid die vertoeft in deze omgeving. Wat een hemelsbreed verschil bij de vorige weken, het gebied vóór Córdoba.

Een ochtendnevel hangt over de horizon. In de verte zijn bergen zichtbaar, misschien wel de volgende om straks te trotseren.
Een bord staat langs de weg ‘je bent uitgenodigd om deze zone netjes te houden’. Och, wat zou ik deze o zo graag meer tegenkomen om de mensen dit bewustzijn aan te leren.

De mimosa is bijna uitgebloeid. Met de zon in mijn rug wijst mijn schaduw naar het westen. Mussen zitten massaal in de struiken, bij mijn aankomst vliegen ze in een zwerm naar de volgende struik. Een pimpelmees is wat moediger en springt van het ene takje, naar het ander.
Het landschap ziet er hier en daar uit als een quilt. Als lappen harmonieus tegen elkaar.

Al wandelend voel ik plots iets bizar…
Ik kan het vergelijken als iemand die de knop aan de radio draaide zodat ik op een ander frequentie terecht kom.
Net alsof ik door de wand ben gestapt van een immense waterbubbel waarin het landschap lichtjes danst, zelfs de bomen zouden bijna kunnen dansen. Ik voel me lichaam vertragen. Ik kijk op mijn telefoon… geen bereik meer. Oeps… OK, no panic… Ga rustig verder en onderga. Ik zoek een plaatsje in de natuur waar ik me kan neervleien… Mijn Zijn neemt me mee naar een eik… Ik zet mijn stokken neer. Breng mijn beide handen plat op de boom steunend en wacht… ik voel mijn hart bonzen… Ik blijf een eindje leunend tegen de boom. Mijn lichaam ademt ruim, diep en vrij. Geen reden tot paniek.
Afwachtend… kijk ik naar de bomen rond mij… Overal, zie ik bijna in iedere boom vrouwelijke vormen…Of met de armen naar boven gericht als ‘vragend’ of naar beneden gericht als ‘aanbidden’… En anderen rechtop ‘ontvangen’.
Leunend tegen de boom, wat uitrusten en zijn kracht voelend… Bomen ik dans met jullie mee op deze golven.

Ik stap terug verder. Er is hier een klimaat voelbaar van werkelijk 2 tegenpolen. Als een magneet die men omgekeerd op elkaar probeert te brengen. Zwaar en ijl.. Op het moment dat ik verder stap besef ik dat zelfs de aarde van structuur is veranderd. Daarnet had ik zanderig doorlatende grond, nu wandel ik op een zware kleverige grond. In de verte twee roofvogels. Ik kijk op het uurwerk van mijn telefoon… 10 min zijn voorbij… het lijkt een eeuwigheid.

Rechts voor mij in de verte rijst een andere bewoonde wereld op. Huizen.
‘Komaan Jasmine een kleine 20 kilometer verspreid jullie’. .., spreek ik mezelf de moed in. Als met zwemvliezen aan mijn voeten stap ik verder. Boven mij het krijsend geluid van de arend.
Het gewicht aan mijn voeten en in mijn lijf voelt zo zwaar dat ik het gevoel heb dat ik aan het krimpen ben. Ik voel me precies een dwerg wordend. Hihi, ik begin te lachen en voel vreugde bij deze gedachte.
Op een bepaald moment stop ik… Plaats mijn twee stokken op de grond en zeg ik” ok wat wil je, ik kan hier toch niet blijven staan wat kom je me vertellen”, terwijl ik naar boven kijk.
Op dat moment hoor ik een stem van de boer in de verte die roept…
En net wanneer ik terug een voetstap zet…
Waw, 4 grote herten huppelen weg. Arenden vliegen boven me. Eentje blijft er in mijn buurt…wanneer ik hem in beeld heb, dank ik hem… Ontroerd van het gebeuren.

Ik open een hekken naar een ander terrein.
Gele, witte bloemetjes kleuren de border.
De schapenboer steekt een kudde schapen in een andere wei.
Ik word gewaar dat gans mijn Zijn terug is. Oef… Wat was dat!

Een man komt aangereden… Laat zijn venster neerdalen en roept,” Bounos dias…”, met een grote glimlach als teken van welkom. De boer gaat bergopwaarts naar het huis, zijn hond een bordercollie , volgt hem.

KLIK HIER voor een kortfilmpje

KLIK HIER voor meerdere beelden

Hinojosa del Duque

Ik sluit de deur van het verzorgd huisje en deponeer de sleutels in de brievenbus. Ik wandel mijn eerste uurtje tot aan een volgend dorpje.
Een vrouw die samen met mij de supermercado binnenstapt, lacht me vriendelijk toe. Aan de kassa wordt het bedrag op een briefje geschreven 1,35 euro. ‘Uno trenta cinque’, deel ik terwijl ik hen aankijk met een non verbaal die vraagt ‘klopt dit’. “Cinqo”, antwoorden ze in koor.
De vrouw vraagt me nog “… Alemania”, enkel het laatste woord heb ik begrepen, “No soy de Bélgica”. “Como dé… Adios?”. Ik hou het eenvoudig, “daaag”. “Daag”, terwijl ze haar hand opsteekt. “Adios” lachend naar haar toe. Wat fijn wanneer er een wederkerige communicatie is, ook al is ze miniem, toch hebben de weinige woorden, wel de inhoud een veel groter impact dan men kan denken.

Hier en daar zijn schapen, koeien, kippen, kalkoenen, varkens, paarden, muilezels… te zien en wat voelt dit goed om in de levende wezens meer diversiteit te zien en te horen. Ook de vogels zijn talrijk aanwezig van de pimpelmees tot arend.

Het speenkruid- en Mariadistelblad groeit talrijk tussen de bemoste afgeronde immense steenmassa.
Steeneiken vullen het landschap en hun vormen prikkelen mijn creativiteit.

Ik ben wel heel benieuwd naar dit stuk grondgebied en zijn verleden. Naar zijn rituele verleden.
Beelden stromen hier zuiver en in flitssnelheid aan.flitsen

De bomen, de rotsen… ze hebben hier zoveel te vertellen. Dit gebied voelt voor mij heel beschermd aan. Op een pleintje van het dorp staat een symbool in keien in de grond verwerkt.
Het symboliseert de 4 elementen: water, aarde, vuur en lucht. Een symbool die ik ooit in Saint Jean Pied de port aanschaf in een hanger na reeds 2 maanden over Moeder Aarde mij te hebben verplaatst.

De buizerd en vooral de arend is hier talrijk aanwezig. De nasale knarsende klank van de arend is een totaal verschil dans het zachte hoge toon van de buizerd. Fijn dat ik de arend mag ontmoeten en kennen. Ook zijn vlucht is zo verschillend.
Voor mij op een draad komt een scherp geboekte vogel zitten en vliegt telkens een eindje verder weg.
Terwijl de gevleugelden me omringen begin ik een fijne hoge nasale toon te uiten. Och, bijzonder zo uit het niets spontaan en zonder enige gedachte of iemand mij wel zou kunnen horen. Ik geniet.

Mijn gedachten gaan even naar fra Francisco. En zijn Cantique des Créatures.

Wanneer ik door dit prachtig bucolisch en mysterieus landschap wandel, kan ik niet anders dan zeggen, kunnen niet het ene zonder het andere eren.

We kunnen niet enkel Vaders Hemels eren en Moeder Aarde opzij laten, negeren. Net zoals we niet enkel Moeders Aarde kunnen eren zonder Vaders Hemels.
We kunnen ook niet enkel leven in de verticaliteit en de horizontaliteit gaan ontkennen en andersom. Net zoals we in elk van ons onze beide polariteit mogen eren en we van beiden mogen houden en vooral laten leven. Ze zijn niet losmakend van elkander. Ze vormen, Zijn één Geheel.
Heb je Lief.

Onder mijn paraplu geniet ik van het landschap die verandert van tinten bij de naderende felle regen.
Wandelend tussen twee groepen schapen – achter draad- roepen de lammetjes om hulp. Moeder schaap komt aangerend en vergezeld ze weg van de omheining. Het geroep van lammetjes hebben de nieuwsgierigheid van de waakhond aangewakkerd. De ene blijft er lui bij liggen tot de ander het signaal aangeeft. De grote witte Patou probeert uit de omheining te komen. Ik wandel rustig verder. Het wordt stil. Een geblaf herbegint. Het is hem gelukt te ontsnappen en staat midden de weg mij aankijkend al blaffend. “Vale, vale…”, ik check even om te zien dat hij mij niet benadert. Neen.

Bij het aankomen kort voor Hinojosa del Duque zitten twee ooievaars. Eén, twee en na de tweede springen ze de lucht in.
Door de regen voel ik me net een ‘schaatserijder’ op de weg. Eén stap en ik schuin 2 cm vooruit. Zandgrond. Ik gebruik de zijkant of middenberm om proberen een vloeiende pas aan te houden, daar waar de wortels de grond samenhouden.

Aangekomen in de stad, ga ik de sleutel halen in het politiekantoor. Deze nacht deel ik mijn kamer met iemand van la Guardia Civil.

Alcaracejos

In de velden is paars, wit, geel te bespeuren. De witte bloemblaadjes van de Camille hangen nog naar beneden en wachten tot de zon hen ontwaakt. Mijn tenen genieten van de ochtenddauw.
In de verte hoor ik stemmen, dierengeluiden en bellen… een schapenboer.
Ik hoor ze roepen “venga, venga”, of zoiets. In deze situatie kan ik me voorstellen dat hij roept dat zijn schapen komen, ‘vient vient’.

Hier en daar zijn zwarte boomstammen te bespeuren in de verte.
Onder mijn voeten is de weg oker roestbruin gekleurd en puur natuur, deze natuurlijke bedding, zijn mijn voeten zo blij om.
Op de zijkant… Rozemarijn (Salvia rosmarinus) , Zonneroosje (Helianthemum) , kurkeik, steeneik…

Wandelend doorheen de stilte, de rust die hier over het landschap hangt… er zijn zo van die plaatsen waar ik zo zou willen blijven vertoeven omringd door al dit waardevolle essentie.

Hoge loofbomen met afpellende schors laten me vermoeden dat er een rivier is… war verder kom ik aan de Rio Guadalbarbo. Of toch voor wat ervan overblijft.

Een konijn zit me aan te kijken en rent weg…’Hmmm, voor jou ben ik geen gevaar. Straks val je nog ten prooi aan…’, gaat door mijn gedachten.
Een paar minuten later op een lange weg, die me wat doet denken aan een Afrikaanse weg, vliegen wel een tiental arenden plots boven me weg. Hun uiterste pennen gericht naar boven, laten ze zich drijven naar de horizon.

Af en toe blijf ik staan om het omgevingsgeluiden in me te laten opnemen. Een paar schitterende lichtblauw gekleurde vogels, met zwart kopje en lange staart vliegen al kabaal makend over de weg. In mijn rug het geluid van een wild-zwijn. Wat verder schapen die blèren.
In de hoogte het knarsend geluid van de arend en af en toe, een deuntje mij zo bekend ‘de buizerd’.

Op een moment zie ik iets harig, elegant springen met de kop naar beneden. Ik haal mijn camera boven en bevries. Zou het de lynx kunnen zijn ! Hi, wanneer ik zie dat het een vrolijke ‘patou’ is, schiet ik uit in een lach. Zelf hij kan elegant springen. Zalig.

Een pauze onder een olijfboom, zodat ik de lange tocht van vandaag kan wandelen. 34 km.
Verderop wandel ik door een hectaren groot afgebrand bosgebied. Zo bevreemdend. Hoe pijnlijk deze situatie eruit ziet, zo ongelofelijk bijzonder om te zien hoe veerkrachtig Moeder Aarde is bij het zien van de nieuwe scheuten aan de voet van de afgebrande stammen van de eiken.

Een Duitse herder komt vanuit het niets naar mij gelopen. Een gelebber en een duw in mijn knieholtes. Duidelijk zin in spelen. In de verte zie ik hem verder springen met zijn baasje.

Ik nader Alcaracejos. Hier en daar is een Finca zichtbaar. En… Koeien…. Geen zwarte koeien met wit stippen, wel eerder witte met zwarte stippen. Hi, een dalmatierkoe… Haha… Hmm., zou dit het gevolg zijn van teveel zo’n op mijn voeten.

De lange eentonige vier kilometer, lijken me oneindig te zijn. Aangekomen verwelkomt een vriendelijke dame me in de Albergues voor pelgrims. Ik heb deze avond het kleine knusse huis voor mij alleen.

HIER MEER BEELDEN