Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.

Frequentie

Met een yoghurt in de hand stap ik naar de agent. “Heb je goed geslapen”, vragen we elkander in een beetje Engels/Spaans. Ik schenk hem de yoghurt en bedank hem voor de fijne ontvangst.

In een bar binnen stappend, net naast de kathedraal, voel ik de blik van de mannen. Het wordt stil. Ik neem een barkruk en neem plaats aan de bar, tussen hen. Ik voel dat een glimlach in mij wakker wordt.
“Un café con leche. Eeee… Uno tostado con tomates, Por favor.Grazias.” De barman lacht me zacht toe. De mannen beginnen terug te praten. (Soms denk ik in mezelf, mijn oordopjes zijn in een bar meer nodig dan in een slaapruimte.)
Mijn buurman neemt contact met me en al snel hebben we door dat we in het Frans kunnen praten.
“… todos Machista….”, legt de man uit wat de conversatie was, is tussen de mannen. Al lachend zeg ik hem…” Ik kon me wel voorstellen wat het onderwerp was, 1 vrouw, 9 mannen… Daarvoor is geen taal nodig om te begrijpen. De reden waarom ik plezier heb. Ik kon het zo raden. “

Zo een situatie was voor mij een paar jaar geleden niet mogelijk, dan had ik zelf een gedrag van ‘Machista’ aangenomen maar dan met een andere inhoud voor wat dit woord staat. Wel uit bescherming, afscherming en omdat ik niet van dit gedrag hield. Vanuit een kwetsuur. Alleen hier was niets aanwezig van een onderliggende negative toon, geen kleineren of rediculiseren van de vrouw.

Ik sta versteld van hoe de sterke drank hier in grote hoeveelheden over de toonbank glijden. Beetje naif dacht ik dat ze enkel koffie kwamen drinken. Een plaatselijk drankje Zoco 25% met Sleedoorn, kersen, honing, vleugje anijs… lijkt aantrekkelijk, maar wat het teweeg brengt op lange termijn in de bovenkamer en in de lever is veel krachtiger dan die 25%.

Wanneer ik vertrek uit de bar steek ik mijn hand op, glimlach hen allen toe en wens hen een goede dag. Met twee appelsienen extra, gekregen van de barman begint mijn dagtocht.

Uit het dorp, draai ik me nog even om en zie het zonlicht schijnen op de kathedraal van Hinojosa del Duque. Een kathedraal die absoluut niet de omvang heeft als de andere kathedralen die ik ken.
Een raam opening heeft een bijzonder mooi architectuur. Maar wat mij het meest aantrok was de kapel op dit marktplein met haar mengeling van Moorse kunst.

8u30… De natuur ontwaakt…
Mijn lijf voelt zich gedragen door de zachtheid die vertoeft in deze omgeving. Wat een hemelsbreed verschil bij de vorige weken, het gebied vóór Córdoba.

Een ochtendnevel hangt over de horizon. In de verte zijn bergen zichtbaar, misschien wel de volgende om straks te trotseren.
Een bord staat langs de weg ‘je bent uitgenodigd om deze zone netjes te houden’. Och, wat zou ik deze o zo graag meer tegenkomen om de mensen dit bewustzijn aan te leren.

De mimosa is bijna uitgebloeid. Met de zon in mijn rug wijst mijn schaduw naar het westen. Mussen zitten massaal in de struiken, bij mijn aankomst vliegen ze in een zwerm naar de volgende struik. Een pimpelmees is wat moediger en springt van het ene takje, naar het ander.
Het landschap ziet er hier en daar uit als een quilt. Als lappen harmonieus tegen elkaar.

Al wandelend voel ik plots iets bizar…
Ik kan het vergelijken als iemand die de knop aan de radio draaide zodat ik op een ander frequentie terecht kom.
Net alsof ik door de wand ben gestapt van een immense waterbubbel waarin het landschap lichtjes danst, zelfs de bomen zouden bijna kunnen dansen. Ik voel me lichaam vertragen. Ik kijk op mijn telefoon… geen bereik meer. Oeps… OK, no panic… Ga rustig verder en onderga. Ik zoek een plaatsje in de natuur waar ik me kan neervleien… Mijn Zijn neemt me mee naar een eik… Ik zet mijn stokken neer. Breng mijn beide handen plat op de boom steunend en wacht… ik voel mijn hart bonzen… Ik blijf een eindje leunend tegen de boom. Mijn lichaam ademt ruim, diep en vrij. Geen reden tot paniek.
Afwachtend… kijk ik naar de bomen rond mij… Overal, zie ik bijna in iedere boom vrouwelijke vormen…Of met de armen naar boven gericht als ‘vragend’ of naar beneden gericht als ‘aanbidden’… En anderen rechtop ‘ontvangen’.
Leunend tegen de boom, wat uitrusten en zijn kracht voelend… Bomen ik dans met jullie mee op deze golven.

Ik stap terug verder. Er is hier een klimaat voelbaar van werkelijk 2 tegenpolen. Als een magneet die men omgekeerd op elkaar probeert te brengen. Zwaar en ijl.. Op het moment dat ik verder stap besef ik dat zelfs de aarde van structuur is veranderd. Daarnet had ik zanderig doorlatende grond, nu wandel ik op een zware kleverige grond. In de verte twee roofvogels. Ik kijk op het uurwerk van mijn telefoon… 10 min zijn voorbij… het lijkt een eeuwigheid.

Rechts voor mij in de verte rijst een andere bewoonde wereld op. Huizen.
‘Komaan Jasmine een kleine 20 kilometer verspreid jullie’. .., spreek ik mezelf de moed in. Als met zwemvliezen aan mijn voeten stap ik verder. Boven mij het krijsend geluid van de arend.
Het gewicht aan mijn voeten en in mijn lijf voelt zo zwaar dat ik het gevoel heb dat ik aan het krimpen ben. Ik voel me precies een dwerg wordend. Hihi, ik begin te lachen en voel vreugde bij deze gedachte.
Op een bepaald moment stop ik… Plaats mijn twee stokken op de grond en zeg ik” ok wat wil je, ik kan hier toch niet blijven staan wat kom je me vertellen”, terwijl ik naar boven kijk.
Op dat moment hoor ik een stem van de boer in de verte die roept…
En net wanneer ik terug een voetstap zet…
Waw, 4 grote herten huppelen weg. Arenden vliegen boven me. Eentje blijft er in mijn buurt…wanneer ik hem in beeld heb, dank ik hem… Ontroerd van het gebeuren.

Ik open een hekken naar een ander terrein.
Gele, witte bloemetjes kleuren de border.
De schapenboer steekt een kudde schapen in een andere wei.
Ik word gewaar dat gans mijn Zijn terug is. Oef… Wat was dat!

Een man komt aangereden… Laat zijn venster neerdalen en roept,” Bounos dias…”, met een grote glimlach als teken van welkom. De boer gaat bergopwaarts naar het huis, zijn hond een bordercollie , volgt hem.

KLIK HIER voor een kortfilmpje

KLIK HIER voor meerdere beelden

Hinojosa del Duque

Ik sluit de deur van het verzorgd huisje en deponeer de sleutels in de brievenbus. Ik wandel mijn eerste uurtje tot aan een volgend dorpje.
Een vrouw die samen met mij de supermercado binnenstapt, lacht me vriendelijk toe. Aan de kassa wordt het bedrag op een briefje geschreven 1,35 euro. ‘Uno trenta cinque’, deel ik terwijl ik hen aankijk met een non verbaal die vraagt ‘klopt dit’. “Cinqo”, antwoorden ze in koor.
De vrouw vraagt me nog “… Alemania”, enkel het laatste woord heb ik begrepen, “No soy de Bélgica”. “Como dé… Adios?”. Ik hou het eenvoudig, “daaag”. “Daag”, terwijl ze haar hand opsteekt. “Adios” lachend naar haar toe. Wat fijn wanneer er een wederkerige communicatie is, ook al is ze miniem, toch hebben de weinige woorden, wel de inhoud een veel groter impact dan men kan denken.

Hier en daar zijn schapen, koeien, kippen, kalkoenen, varkens, paarden, muilezels… te zien en wat voelt dit goed om in de levende wezens meer diversiteit te zien en te horen. Ook de vogels zijn talrijk aanwezig van de pimpelmees tot arend.

Het speenkruid- en Mariadistelblad groeit talrijk tussen de bemoste afgeronde immense steenmassa.
Steeneiken vullen het landschap en hun vormen prikkelen mijn creativiteit.

Ik ben wel heel benieuwd naar dit stuk grondgebied en zijn verleden. Naar zijn rituele verleden.
Beelden stromen hier zuiver en in flitssnelheid aan.flitsen

De bomen, de rotsen… ze hebben hier zoveel te vertellen. Dit gebied voelt voor mij heel beschermd aan. Op een pleintje van het dorp staat een symbool in keien in de grond verwerkt.
Het symboliseert de 4 elementen: water, aarde, vuur en lucht. Een symbool die ik ooit in Saint Jean Pied de port aanschaf in een hanger na reeds 2 maanden over Moeder Aarde mij te hebben verplaatst.

De buizerd en vooral de arend is hier talrijk aanwezig. De nasale knarsende klank van de arend is een totaal verschil dans het zachte hoge toon van de buizerd. Fijn dat ik de arend mag ontmoeten en kennen. Ook zijn vlucht is zo verschillend.
Voor mij op een draad komt een scherp geboekte vogel zitten en vliegt telkens een eindje verder weg.
Terwijl de gevleugelden me omringen begin ik een fijne hoge nasale toon te uiten. Och, bijzonder zo uit het niets spontaan en zonder enige gedachte of iemand mij wel zou kunnen horen. Ik geniet.

Mijn gedachten gaan even naar fra Francisco. En zijn Cantique des Créatures.

Wanneer ik door dit prachtig bucolisch en mysterieus landschap wandel, kan ik niet anders dan zeggen, kunnen niet het ene zonder het andere eren.

We kunnen niet enkel Vaders Hemels eren en Moeder Aarde opzij laten, negeren. Net zoals we niet enkel Moeders Aarde kunnen eren zonder Vaders Hemels.
We kunnen ook niet enkel leven in de verticaliteit en de horizontaliteit gaan ontkennen en andersom. Net zoals we in elk van ons onze beide polariteit mogen eren en we van beiden mogen houden en vooral laten leven. Ze zijn niet losmakend van elkander. Ze vormen, Zijn één Geheel.
Heb je Lief.

Onder mijn paraplu geniet ik van het landschap die verandert van tinten bij de naderende felle regen.
Wandelend tussen twee groepen schapen – achter draad- roepen de lammetjes om hulp. Moeder schaap komt aangerend en vergezeld ze weg van de omheining. Het geroep van lammetjes hebben de nieuwsgierigheid van de waakhond aangewakkerd. De ene blijft er lui bij liggen tot de ander het signaal aangeeft. De grote witte Patou probeert uit de omheining te komen. Ik wandel rustig verder. Het wordt stil. Een geblaf herbegint. Het is hem gelukt te ontsnappen en staat midden de weg mij aankijkend al blaffend. “Vale, vale…”, ik check even om te zien dat hij mij niet benadert. Neen.

Bij het aankomen kort voor Hinojosa del Duque zitten twee ooievaars. Eén, twee en na de tweede springen ze de lucht in.
Door de regen voel ik me net een ‘schaatserijder’ op de weg. Eén stap en ik schuin 2 cm vooruit. Zandgrond. Ik gebruik de zijkant of middenberm om proberen een vloeiende pas aan te houden, daar waar de wortels de grond samenhouden.

Aangekomen in de stad, ga ik de sleutel halen in het politiekantoor. Deze nacht deel ik mijn kamer met iemand van la Guardia Civil.

Alcaracejos

In de velden is paars, wit, geel te bespeuren. De witte bloemblaadjes van de Camille hangen nog naar beneden en wachten tot de zon hen ontwaakt. Mijn tenen genieten van de ochtenddauw.
In de verte hoor ik stemmen, dierengeluiden en bellen… een schapenboer.
Ik hoor ze roepen “venga, venga”, of zoiets. In deze situatie kan ik me voorstellen dat hij roept dat zijn schapen komen, ‘vient vient’.

Hier en daar zijn zwarte boomstammen te bespeuren in de verte.
Onder mijn voeten is de weg oker roestbruin gekleurd en puur natuur, deze natuurlijke bedding, zijn mijn voeten zo blij om.
Op de zijkant… Rozemarijn (Salvia rosmarinus) , Zonneroosje (Helianthemum) , kurkeik, steeneik…

Wandelend doorheen de stilte, de rust die hier over het landschap hangt… er zijn zo van die plaatsen waar ik zo zou willen blijven vertoeven omringd door al dit waardevolle essentie.

Hoge loofbomen met afpellende schors laten me vermoeden dat er een rivier is… war verder kom ik aan de Rio Guadalbarbo. Of toch voor wat ervan overblijft.

Een konijn zit me aan te kijken en rent weg…’Hmmm, voor jou ben ik geen gevaar. Straks val je nog ten prooi aan…’, gaat door mijn gedachten.
Een paar minuten later op een lange weg, die me wat doet denken aan een Afrikaanse weg, vliegen wel een tiental arenden plots boven me weg. Hun uiterste pennen gericht naar boven, laten ze zich drijven naar de horizon.

Af en toe blijf ik staan om het omgevingsgeluiden in me te laten opnemen. Een paar schitterende lichtblauw gekleurde vogels, met zwart kopje en lange staart vliegen al kabaal makend over de weg. In mijn rug het geluid van een wild-zwijn. Wat verder schapen die blèren.
In de hoogte het knarsend geluid van de arend en af en toe, een deuntje mij zo bekend ‘de buizerd’.

Op een moment zie ik iets harig, elegant springen met de kop naar beneden. Ik haal mijn camera boven en bevries. Zou het de lynx kunnen zijn ! Hi, wanneer ik zie dat het een vrolijke ‘patou’ is, schiet ik uit in een lach. Zelf hij kan elegant springen. Zalig.

Een pauze onder een olijfboom, zodat ik de lange tocht van vandaag kan wandelen. 34 km.
Verderop wandel ik door een hectaren groot afgebrand bosgebied. Zo bevreemdend. Hoe pijnlijk deze situatie eruit ziet, zo ongelofelijk bijzonder om te zien hoe veerkrachtig Moeder Aarde is bij het zien van de nieuwe scheuten aan de voet van de afgebrande stammen van de eiken.

Een Duitse herder komt vanuit het niets naar mij gelopen. Een gelebber en een duw in mijn knieholtes. Duidelijk zin in spelen. In de verte zie ik hem verder springen met zijn baasje.

Ik nader Alcaracejos. Hier en daar is een Finca zichtbaar. En… Koeien…. Geen zwarte koeien met wit stippen, wel eerder witte met zwarte stippen. Hi, een dalmatierkoe… Haha… Hmm., zou dit het gevolg zijn van teveel zo’n op mijn voeten.

De lange eentonige vier kilometer, lijken me oneindig te zijn. Aangekomen verwelkomt een vriendelijke dame me in de Albergues voor pelgrims. Ik heb deze avond het kleine knusse huis voor mij alleen.

HIER MEER BEELDEN

Licht

Een rustdag in Granada.
’s Morgens ga ik mee met Hannelore en Chris naar het Alhambra, op goed geluk hopen we nog een ingangsticket te bemachtigen.
Mijn voeten zien af en voel dat ik niet 100% kan doorstappen. Ik ontspan me en vertrouw dat het beter zal worden.
Chris kan een kaartje bemachtigen. Voor Hannelore is het te lang wachten, want straks neemt ze de weg. Ik heb het geluk om het paleis te kunnen zien naar de vooravond.

Na een ontbijt met Hannelore, geven we elkander een knuffel. Zij stapt verder, ik lees wat in een boek. Buen Camino.

Capilla real de Granada. Geraakt door de religieuze kunst binnenin. Schilderijen van Vlaamse primitive zoals Van der Weyden, Hans Menling, Johan Provost en Dierik Bouts… De kleuren, de perfectie in hun werk… allemaal pareltjes. Een beeld van Maria raakt me.

Tussen de Capilla real en de Kathedraal ligt de ligt de kerk van het tabernakel. De deuren zijn net open, er was een privé viering. Ik wandel rond en boel dat ik ruimte en tijd nodig heb om me naar binnen te keren. Ik stap in de kappel van het sacrament. Een dik rood gordijn scheidt de ruimte van de kerk.
Ik neem plaats in de rustigste ruimte. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op elkaar. Ik maak contact met mezelf en richt mij op mijn hart. Ik stel me open, groet en vraag om hulp. Hulp vragen, niet echt mijn sterkste kant. Ik plaats mezelf in een wit licht en blijf zo een eindje zitten. De notie van tijd gaat verloren. Deugddoend.
Bij het terug naar buiten gaan. Begin ik te wandelen, tot mijn grote verbazing loop ik vrij zonder pijn voelend en kan ik door stappen. Bizar, zelfs de rest van de dag voel ik de ontsteking niet en voelen mijn voeten licht.

Generalife- Alhambra

Bezoek aan het Alhambra. Op de banken van het paleis ‘Nazaries’ wachtend op het bezoekuur. Laat ik me onderdompelen in een innerlijke rust, ik luister naar wat binnen in me afspeelt. Ik voel en hoor mijn eigen hartslag. De eerste dagen in Spanje was het hevig. Ik kon het aan de inspanning en hoogte verschil koppelen. Nadien werd mijn hart rustiger. Het komt en gaat en hoewel dit wat nieuw is voor me, toch heb ik diep van binnen een gerust gevoel en voel ik dat ik me geen zorgen hoef te maken. Soms heb ik het gevoel dat gans mijn Zijn in haar blootje komt te staan.
Dit is nu de derde keer dat ik het Alhambra bezoek, een plaats waar ik zeker terug kom. Het paleis van de ‘Nazaries’ is voor mij tot nu toe één van de mooiste Moorse kunst die ik heb gezien. Een kunst die me enorm aanspreekt, gemaakt met veel zorg en met een schitterende vakmanschap.

N’a een rustdag verlaat ik Granada richting Pinos Puente. Een oninteressant parcour. Onverzorgde buitenwijken en wegen, gedumpt asfalt overal, vandalisme. En eenmaal Granada verlaten is het terug oppassen geblazen voor de zoveel hondenpoep die ligt te loeren tot je erin stapt.
Een ontspannen bad maakt mijn dag goed, niet alleen de dag, gans mijn lijf weet deze ontspanning te appreciëren.

Pinos Puente in de morgen is leeg. Geen kat te zien. De vogels verwelkomen me. In Olivera neem ik een uur rust vóór ik de laatste drie kilometer naar Moclin neem. Hmmm, een 500 stijgen is niet min. En ja hoor, het was puffen. Af en toe sta ik stil ga ik naar binnen, plaats me in het Licht en stap verder. Langs de weg kon ik me optrekken aan kinderen die naast me wandelen en kon ik op mijn beurt hen aanmoedigen. Het was een verademing om aan te komen. Dankbaar om de weg die ik reeds aflegde. En mijn voeten, behalve de blaren die mijn voeten komen versterken, doen het goed.

Voor de mensen die meer beelden wensen te zien. Dit kan op Instagram, Polarsteps, en you-tube.

Guadix

Buen Camino, wensen we elkander toe. De koude ochtend temperatuur is voelbaar op mijn handen. Momenteel bevind ik me op een hoogte van 1200m altitude. De landschappen zijn prachtig. Een eerste dorpje kondigt zich aan in de verte. Eerst nog een afdaling en een pittige stijging trotseren. “Het is allemaal plat”, zei de man deze morgen. Hmmm.
In het dal geniet ik van het geluid van een stromend riviertje. Op de oevers is vorst zichtbaar.

De inspanning wordt beloond wanneer ik de sfeer in het dorp, Jérez del Marquesado, mag opsnuiven.
Een fijn gesprek met twee dames die de straten netjes houden. Beiden gemaskerd, kan ik enkel hun ogen zien, zo sprekend en stralend.
“Bijzonder rustig is het hier in het dorp. De zuivere lucht, het water die rechtstreeks uit een bron van de Sierra Nevada komt. Waarom zouden wij naar het stad gaan, stad is er om te werken. Hier is het gezonder om te leven”, vertelt de vrouw met fierheid. Hmm, idd. een luxe en daar zijn beide dames heel bewust van.

“Alle torens hier zijn van Moorse afkomst, ook de kerk”, vervolgd de vrouw.
De regio hier doet me enorm denken aan Marokko, het Hoge Atlas gebergte. De olijven, dadels, de rode grond.

Mijn knie doet het wat beter. Een goede taping doet wonderen. Maar wat er vooral meer wonderen zou doen is dat ik mijn bovenbenen meer zal mogen trainen, om zowel de knie als mijn heup minder onder druk te zetten. Goede voornemens, hopelijk kan ik ze waar maken.

In Guadix heeft Hannelore – haar Spaans is pakken beter dan het mijne – ervoor gezorgd dat we een nacht in een ‘cueva’ kunnen overnachten. Een grotwoning. Gezellig vertoeven en warmer binnen dan buiten bij zonsondergang. Bijzonder om in zo een woning te leven. Ikzelf zou snel al het natuurlijk binnenkomend licht missen en de vergezichten die men soms kan waarnemen door een venster.

Abla

Abla

Vandaag van Ocana naar Abla. Een korte afstand om dan nadien mijn benen te kunnen laten rusten, alsook mijn Hart.

Onderweg besef ik dat ik nog mag lossen uit mijn bagage. De rugzak is me nog te zwaar en deze laat het via mijn lichaam duidelijk verstaanbaar maken.
‘Als ik dit niet doe, zou het wel het einde kunnen zijn’, gaat door me heen. Ik voel dat dit me raakt en het voelt als een ‘scheur’ op hartniveau. Tranen komen vrij… mijn longen open zich… ruimte… een zee van ruimte komt vrij.

Ik besef dat ik straks mijn binnentent mag achterlaten, ook al had ik het verlangen om in een tent te kunnen slapen. Het maakt mij ook niet minder pelgrim omdat ik het niet kan dragen. Integendeel, durven lossen, kijken wat gaande is maakt me in mijn beleving pelgrim ‘tot op den draad’. En in wezenlijkheid met een tastbaar dak of niet… een dak boven mijn hoofd zal er altijd zijn.

Net vóór Abla, stopt een bakker. Ik laat me verleiden met een koek met crème en een laagje chocolade.

De Albergue ligt op het uiterste puntje bijna van het dorp, met een prachtig zicht op de Sierra Nevada. De temperatuur is hier duidelijk lager dan aan de kust.

Kort na mijn aankomst, komt een Spaanse man aan. Kort en opgejaagd wijst hij mij op de manier van hoe ik met de sleutel van de albergue moet omgaan… Ik voel me wat verdwaasd kijken, ‘Alle, ook een goede dag!’, denk ik dan. “Si, comprendo”, deel ik, hihi, of dit nu werkelijk Spaans is?!, en ik breng mijn twee handen naast elkaar en laat ze beiden wat dalen, gevolgd door een vriendelijke glimlach. Later installeerd hij de regel, ‘daar de vrouwen, daar de mannen.’

Op de middag zet ik me op een terras, met een boekje. Een man komt naast me zitten. En maakt contact. Wat later vraagt hij mijn leeftijd. (Hmm, jaja, hij denkt….), hij deelt zijn leeftijd. De man maakt teken met zijn vinger’ jij-ik’ en kruist zijn vingers op elkaar. (… verkeerd gedacht.) ‘No’, kijk hem aan, en breng mijn aandacht terug naar mijn boek.

Later komen er nog pelgrims aan in de albergue.
Een Zweedse mama en haar dochter. Een Belgische dame ‘Hannelore’ … en later nog Chris. Er is leven in huis.

In de namiddag voel ik mijn hart nog tekeer gaan terwijl ik op bed lig te praten met Hannelore. Ik leg mijn handen op mijn borst en stuur mijn hart Liefde.
De pittige dagen is goed voelbaar in mijn lichaam, want ook mijn knie en voet vragen aandacht. Ik overweeg een extra dag hier te verblijven om terug op eigen ritme te komen en me niet onder druk te laten brengen door de soms wel overdonderende berichten via what’s app van de hospitaliero. Indien niet beter, vraag ik om hier een extra dag te blijven.

Vredeslied

Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.

Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap.
Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur.
Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!

Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen.
Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen.
Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.

Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’

De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.

Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo…
Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken.
Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.

Puerta de Tierra

rb. Sint-Jacobskerk Almeria, lo. Rioja met zicht op de droge rivierbedding

Almeria. Samen met Chris, een Belgische pelgrim ontvangen we een pelgrimszegen
in het Monasterio de la Purísima Concepción. Het kerkje is gespaard gebleven tijdens de oorlog, daar er geen beelden te vinden waren in de kerk. De inwoners hadden alles verstopt en zo ontsnapte het aan het vuur. We nemen afscheid van Nelly en José.

Op een terrasje wat verder op de Camino neem ik samen met Chris een ontbijt. Café con leche e un bocadillo calido Con tomate, aceite de Oliva, y jamón. Bij betalen schrik ik van de lage prijs op mijn kassa ticket.

Het duurt een paar kilometers voor ik de urbanisatie uit ben van Almeria. In een kerkje in een volgend dorp stap ik naar het wijwatervat… just…. droog.
Het wijwatervat heeft plaats gemaakt voor een ontsmettingsdispenser die er net naast hangt. Besluiteloos sta ik ernaar te kijken en laat dit beeld bij me binnenkomen.
Waar is in godsnaam de bewustwording gebleven! Wanneer zullen mensen wakker worden en niet meer handelen louter vanuit hun bovenkamer en blind vertrouwen in autoriteit en iets buiten zichzelf gaan zoeken.
Wanneer zal de mens opstaan en zijn innerlijke brain gebruiken, contact maken met de buik, daar waar in elk mens zijn/haar kracht is. Niet voor niets dat de darmen gelijken op onze hersenen.
Wanneer zal men deze samen gaan verbinden met het hart. Is het niet wondermooi hoe we zijn gecreëerd.
Niet enkel via onze oren kunnen we horen, laten we leren luisteren naar onze innerlijke stem, onze intuïtie.
Verbind je met je Zelf! Wordt gewaar.

Via een droge rivierbedding ‘Rio Andarax’ wandel ik richting Rioja.
Al heel snel gooi ik mijn wollen kousen uit – waar ik me gevangen in voelde – en kan ik hierdoor de vrijheid in mijn lijf gewaarworden. De wind blaast een lichte bries op mijn voeten, terwijl de zon al hoog staat, voelbaar op mijn hoofdhuid.

Wat bevreemdend wandel ik door de rivierbedding en het dorre landschap. De overgang van België, vliegen over de Franse Pyreneeën – daar waar de assen van mijn grootvader uitgestrooid liggen – voelde als een poort waar ik door mocht.

Terwijl ik aan het wandelen ben, wordt ik verandering in mijn bewustwording gewaar. Het kenbaar gevoel van thuiskomen.
Het gedumpte afval in de natuur doet me aan een flitssnelheid terugbrengen in het horizontale. Gelukkige kan ik even snel mijn lichaam terug gewaarworden in een groter geheel.

De weg gaat rustig verder…aan een huis, een bordje ‘Puertas de tierra’, met er boven een ’11’.

Aangekomen in Rioja stap ik naar de Albergues Municipales waar Nelly me een code gaf om er te kunnen overnachten. Na een tappa – een klein gerechtje op een dessert bord, ideaal voor mij buikje -, een avondwandeling bij volle maan.