Sim

Zeven uur in de morgen. Hubert daalt de trap af, tijd om de poorten van het Begijnhof te openen. Ik ontwaak. Ik kijk naar de deur door het kleine venster. Het licht is uit. Buiten beginnen de daken zichtbaar te worden bij het ochtendlicht.
Ik vraag aan Hubert wat de ruimte is waar ik deze nacht het licht heb zien branden. Het doksaal. “Mag ik er even naartoe?”, vraag ik hem.
Via een kleine houten wenteltrap kom ik aan in een kleine ruimte met orgel, met zicht op de kapel.

Er wordt aan de deur geklopt. Lut. Lut wandelde de eerste dag mee, acht maanden geleden bij de start en zal de laatste dagen meestappen.

We starten met een heerlijk bio ontbijt, een traktatie van Lut. In de regen wandelen we richting Waregem. Met een tussenstop in Harelbeke waar we de Sint Salvatorkerk bezoeken. Ik ben onder de indruk van de indrukwekkende in hout gesculpteerde preekstoel. Nadien volgt een lange pauze waarin ik de tijd neem om de tekst na te zien van Sim over het interview van gisteren.

Wanneer ik de tekst lees ben ik me bewust hoe mijn denken in gang schiet en voel ik de beperking van wat woorden met zich mee kunnen brengen. Diep inademen en naar binnen gaan zorgt ervoor dat ik mijn rust kan terug vinden. Telkens opnieuw. Het is moeilijk om me te focussen.
Niet enkel de beperking van geschreven woorden, ik wordt ook hierdoor gewaar dat dit een beperking heeft op mijn gevoel, de belevingen op mijn weg, en het niet vrijuit kunnen spreken. Sim had me voorgesteld om niet over mijn spirituele ervaring te schrijven zodat alles op zijn tijd zich kon aanbieden. Een fijn en respectvol gebaar.
Het heeft niet lang geduurd, de tijd en ruimte is er gekomen. Het niet neerschrijven heeft ervoor gezorgd dat ik de beperking kon voelen van het inhouden en niet voluit leven van wat ik de voorbije maanden allemaal heb beleefd. Het gaf me een gevoel alsof mijn keel werd toegesnoerd. Het mag leven.

Dankjewel Sim voor je luisterend oor, warmte, en steun en respectvolle benadering. Dank je om dit in gang te hebben gezet.

’s Avonds overnacht ik in Waregem bij Trees. Iemand die ik 20 jaar geleden heb leren kennen. Ik krijg er een bezoekje van Jolie en Maxence, haar kleinkinderen. Hun nieuwsgierigheid is groot. Van Jolie kreeg ik een tekening met vier hartjes en welkom en in een klein hoekje… een zakje snoepjes eraan gekleefd. Wat een fijne verrassing.

Begijnhof Kortrijk

Onder de nachttafel een beeldje van ‘ComingWorldRemenberMe’ die Magda me schonk om het een bijzondere plaats te geven in het pelgrimsthuis. Tot het juiste adres bekenbaar is blijft het hier in Wevelgem staan.
Dank aan kunstenaar Koen Vanmechelen, de persoon die het beeldje maakte en Magda om het door te geven.

Samen met Magda verlaten we Wevelgem via de Leie. Magda met de fiets, ik ernaast. Met een wat sneller tempo kom ik aan in Kortrijk, waar ik heb afgesproken met Sim voor een interview en een uitnoding voor een maaltijd.
Een fijn gesprek waarin ik regelmatig ben geraakt door mijn eigen ervaringen die ik met Sim deel. Wat fijn ook om te mogen voelen, zien en te horen dat hij me kan volgen in wat ik vertel en ik daar ook steun in ontvang. Onderwerp Jezus.

Na de ontmoeting beslis ik om in Kortrijk te blijven. Het is 16u en het wordt al vroeg donker.
Richting het begijnhof… Ik stap binnen in het info huis van het hof. Na een paar minuten krijg ik een ruimte waar een kampeerbed, matras en een warm deken wordt aangeboden. Als kind voelde ik me altijd aangetrokken tot het begijnhof van Kortrijk. Droom ik nog altijd van in zo een huisje te mogen wonen, helaas onbetaalbaar. En zie ik mag er een nachtje doorbrengen.

Ik ga nog even naar stad opzoek naar een postkaart en om wat eten voor de avond. Wanneer ik terug kom staat de tafel gedekt met zoetigheid, kaas en geeft Hubert koffie gezet. Wat een verrassing, alsof de Sint langs is gekomen.

De nacht is er. .. het wordt stil. Ik lig in bed. Schuin boven mij een venster een klein venster. Er achter is een opening van een deur zichtbaar en licht. Midden in de nacht kom ik verschillende keren wakker en voel ik een aanwezigheid. Telkens wanneer ik het naar het venster kijjk komt een zin door meheen. ‘Je bent niet alleen, vertrouw maar.’ Ik probeer niet meer te vatten… Het is… Voorbij alle woorden.