Rocco’s poot

Samen met soeur Ezechiël, rijden we van La Ferté-Imbault naar Tours van waaruit ik mondjesmaat terug keer richting België.

Langs de weg wenst Ezechiël te stoppen in een kerk voor de Vespers (avondgebed). Ik zoek op de kaart en zie er 2. “Laten we de dichtste nemen” , zegt Ezechiël. Ik vergroot de kaart en zeg ” Het kan niet beter, de kerk is genaamd naar Maria Magdalena.” “Ah, voilà. Blijkbaar moeten we daar zijn!”, reageren we in koor.

Aankomend in Tour overnacht ik bij vrienden van Ezechiël. Er wordt gevraagd naar mijn ervaring op de weg. En in een gesprek met als thema gebed, naar de kerk gaan en het ontvangen van het sacrament, zie ik verwonderde gezichten wanneer ik hen deel dat voor mij het gebed bestaat uit dankbaarheid bij het zien van een nieuwe dag, iedere stap die ik op moeder aarde zet. En dat het sacrament, voor mij in mezelf aanwezig is, nl. mijn hart.
De non- verbale en verbale reacties vallen me op, bij de vraag: “Stel je voor dat er morgen geen sacrament is, niet te vinden of je bent verplicht je een heel lange tijd op te sluiten voor je veiligheid en je het sacrament niet kan ontvangen?” “Ah, neen, dit heb ik nodig. Ik kan me ook geen leven zonder voorstellen…”, krijg ik als antwoord. Het voelt voor mij bijna als een afhankelijkheid van iets buiten zichzelf.

Het duurt bijna tot de middag voor ik gewaar wordt dat mijn lichaam zich in beweging brengt. Ik breng een bezoek aan de kathedraal van Tours. Prachtige glasramen zijn er te zien, het is voor mij ook het enige wat me kan bekoren in de kathedraal.

Op een wandelbrug zet Ik de Kleine Prins neer voor een foto bij een straat graffiti. “Ohh, il est beau ton petit bonhomme”, roept een langs rijdende fietser.

Ik wandel de weg langs de rivier de Loire en geniet van de reflecties op het water, de beginnende veranderde kleuren in de natuur. Hier en daar kan ik nog bewoonde troglodyte (huizen in de rots) woningen waarnemen. Zij zullen alvast geen last hebben van de veranderde energie prijzen, want in zo een woning blijven de temperaturen in een constante van zo een 17 graden.
Ik heb het gevoel dat mijn wandelweg in een snelheid om was vandaag, nog voor ik het wel besef kom ik aan in Montlouis-sur-Loire waar een dame van 82 jaar me vriendelijk verwelkomt in het zaaltje van de parochie.
Ik blaas er mijn matrasje op die ik neerleg op een vasttapijt. Vind er wat kaarsjes, een lampje, mijn aquarelle doos, een boekje… Een gezellig nestje.

Na een goede nachtrust en een stevige koffie verlaat ik het dorp. Een aangename zachte najaarszon is aanwezig. En tegen de middag loop ik nog steeds in sjort en t-shirt. Zalig.
Af en toe sta ik stil en geniet ik van de rijke natuur. Ik open mijn armen wijd open, adem diep in, sluit mijn ogen en wordt de fijne windbries en warmte van de zon gewaar op mijn huid. Met een diepe inademing dank ik voor al dit schoon die mij, ons geschonken wordt.

In de namiddag nader ik Ambroise met zijn groot, eerder immens kasteel waarvan je de reflectie ziet in het water.

Voor mij, een man en vrouw wandelen arm in arm. Ze vertragen. Onverwachts is plots een sheet hoorbaar, amai en geen kleintje… Hmm, ik voel mijn oogleden open trekken en mijn mondhoeken opwaarts. Ik steek hen voorbij en zeg met humor :”Eh bien, c’est ce qu’ils appellent vraiment prendre de l’air.”

Ik twijfel even of ik in Amboise blijf of verder wandel. Ik slenter wat door de straatjes naast het kasteel en al heel snel wordt ik gewaar dat ik niet in de massa wens te blijven. Bij het oversteken van de brug naar de andere kant van de oever, zie en hoor ik een koppel mij uitlachen omdat ik met wandelstokken wandel. Ik laat het bij hen en kan me voorstellen dat voor mensen die van de wereld weinig afweten, of het gezichtsveld niet veel verbreden dat dit een beeld is die wat vreemd aanvoelt. Een reactie die meer over hen verteld, dan over mij.
Verheugd verlaat ik Amboise.

In Pocé-sur-Cisse eindigt mijn dag. Op een hoek van de straat sta ik even stil, laat ik de omgeving op me afkomen. Recht voor mij een groot peperkoekenhuisje. Ik wandel even naar rechts, naar links, blijf staan en steek nadien de straat over om aan het hekken van het huis te bellen. Drie kleine bellen hangen aan het hekken. Zo een bellen zoals aan de hals van de geiten of schapen. Aan de derde bel… opent een deur. Christine komt buiten.

Bij Christine, Pierre, Léa en Rocco de bijzondere poes.

Bij het klaar maken van de maaltijd vraagt Christine me “Mag ik je een vraag stellen, voel je vrij om erop antwoorden. Waarom koos je ons huis?” “Ik laat me leiden en vertrouw mijn intuïtie.” “Is het dit wat men la divinité noemt ?” “Dit zou men zo kunnen noemen”,deel ik Christine.

Na een gezellige hartelijke avond krijg ik een bijzondere unieke stempel in mijn credential. De poot van Rocco.

In de nacht wordt ik wakker. Kijk ik op mijn telefoon naar het uur 00:31

In dankbaarheid na deze mooie dag en avond, dommel ik verder in.

Hier een kortfilmpjeEn nog eentje

Hier wat beeldenEn nog…

Gillette

Bij het verlaten van Orléans wandel ik onder een majestueuse céder langs La Loire Sauvage.
Bepaalde stukken die ik wandel herken ik van de tocht in 2018. Ik vind dit altijd zalig te beseffen dat mijn pelgrimswegen met elkander verbonden zijn, zonder dat ze voordien gepland werden.
Zo vertrek ik altijd op pelgrimstocht.. . Zo zuiver en zo puur mogelijk om werkelijk alles zelf te ervaren aan de lijve. Geen boeken, geen verhalen en zo zal ik ook proberen te vertrekken volgend jaar naar Israël op de voetsporen van Maria Magdalena.

Hier en daar is de bloem Colchicum zichtbaar in het gras. Maar wie dezer dagen veel meer zichtbaar is geworden, tapijten vol, zijn de witte en roze cyclamen.

Net vóór Meung-sur-Loire wandel ik langs een immense lange muur met doorgangen die werden gesloten met snelbouw stenen en metalen hekken. Een bejaarde vrouw komt op het pad. Ik spreek haar aan.

“Dag Mevrouw weet u voorwat die doorgangen zijn.” Ze kijkt me aan en zegt: “Daar werden vroeger de wijnvaten in bewaard. De Loire wat toen veel hoger en was één van de grootste waterwegen in Frankrijk. In deze regio waren er hier vroeger veel wijngaarden. Ze kwamen aan met de boten en de vaten werden hier gelost in onze kelders. Maar ja, dat is allemaal gedaan. De kelders zijn zelf een gevaar geworden en de stad heeft ons gevraagd om ze dicht te doen uit veiligheid. Ach, het is hier zo een bloeiend en rijk leven geweest. Vandaag kan ik niet veel meer. Ik vergeet de namen, behoorlijk vervelend en door wat ze al twee jaren bezig mee zijn met die ‘corona’ kan ikzelf geen deftig zelfzorg niet meer ontvangen. We vinden ook geen mensen niet meer voor het huishouden, voor de tuin…. En ik ben veel te oud, 85 jaar om dat allemaal alleen te doen. Zeven hec. grond is hier te verzorgen. En het is vervelend, ik vergeet altijd de namen”, herhaalt ze nogmaals. Ik luister verder naar haar verhaal terwijl ze met haar tuin gerief in haar handen staat.

” Mevrouw hoe is je naam? “, vraag ik haar. Een lange naam van vier namen aan één…” Zeg maar Gillette”, terwijl ze me aankijkt.

Samen met Evelyne stap ik verder terwijl ik me nog eens omdraai en Gillette wat voorovergebogen naar beneden zie stappen via grote onregelmatige kasseien, met vier grote werktuigen onder de arm. We kijken wat ze verder doet en ze begint de takken af te zagen van een grote populier die aan de oever van de Loire staat. “Evelyne, gaan we haar helpen. Veel handen maken het werk lichter”. We stappen terug richting de rivier. “Gilette wacht we komen je helpen, dit hoef je niet alleen te doen”, roep ik haar richting uit.
Met de rugzak op begin ik de nieuwe populier scheuten af te knippen kort tegen de stam. In een mum van tijd is dit karweitje achter de rug. “Och, awel wat mooi van je dat je me komt helpen. Dit had ik nu niet verwacht. Dit moet ik aan mijn man vertellen”, ik zie haar zo opfleuren. Mijn hart lacht.

Nadien vraagt Gillette of we even naar boven mee willen. Wat we ook doen. We worden voorgesteld aan haar man en vol verwondering doet ze het verhaal, “Léon, moet je nu wat weten wat me overkomen is….”.

Ik denk terug aan de ontmoeting met Hélène en wat ze me zei in verband met het pelgrimeren.

Bijzonder, ik kan het zo voor de geest halen wat zij deelde maar niet mijn eigen delen, ik kan het deelmoment nog gewaar worden, maar de woorden zijn verdwenen alsof ze niet mijn woorden waren, voorbij de woorden en dit is niet de eerste keer.
Het voelt evenwichtig en juist. Het is als een delen vertrekkend vanuit een ‘zuiver’ kennis en het verdwijnd op eenzelfde manier. Niet dat het niet belangrijk is, integendeel. Het is voelbaar, een delen met veel waarde, diepgang en er ontstond een diepe verbondenheid met Hélène.
Soms zou ik ze op een bandje wensen op te nemen om ze verder te willen delen, echter voor ik het besef is het al te laat. En eigenlijk weet ik ook diep vanuit mijn hart dat dit niet de bedoeling is.

Wat ik wel nog weet was wat zij me deelde aan de ontbijttafel, ” Jasmine je kennis, wat de weg je gebracht heeft, je ervaringen. Je weten het is zo waardevol om dit te delen. Je onderweg zijn brengt zoveel bij de mensen. Het zijn mensen zoals jij die er nodig zijn, je hebt zoveel te delen en te vertellen.”

Ik wens vooral gewoon te ‘Zijn’ en wat mag zal ontstaan. Ik begrijp wel wat ze bedoeld.

In Beaugency neem ik afscheid van Evelyne, zij stapt verder op de Via Turonensis, terwijl ik afsla en richting Magdala ga waar de fraternitéit van Jeruzalem is.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier wat beelden en nog…