De lijster

Yvoir

La Meuze/de maas

4u30….een alarm… Euh… Baf…zo fel in één keer… Wakkerrrr wo— ordennn, komt de lijster me vertellen…. Wat een schoonheid en zo een répertoire
Ik dommel terug in. Mijn laagjes slaapzak houd me heerlijk warm.

Mijn natuurlijke klok… Ik rek me uit en kijk door het klein venster achter me. Grijs met een beetje blauw. Een nieuwe dag. Voorzichtig plaats ik mijn voet op de eerste trede van de lader. Zes jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik dit ooit zou kunnen verwezenlijken… slapen in alle rust zonder angst op een hooizolder, midden waar ongedierte en knaagdieren zijn.

Richting het centrum van Yvoir. Een bakker. Hmm, just… geen café open. Voor ik volledig mijn dag start gebruik ik nog even de toiletten in het gemeentehuis, want niets is zo vervelend om naar het toilet te moeten in de regen.
Aan de balie vraag ik een pelgrims stempel voor in mijn zelfgemaakte credential (pelgrims paspoort). “oef, ou l’ai je mis. Je l’ai mis de côté aux début du confinement….Tu est la première pèlerine qui passe”, weet de vrouw me te vertellen.

Een druppel hier, een druppel daar…. het begint onophoudelijk te regenen en hoewel mijn voeten al snel doorweekt zijn, mijn sjort kletsnat, het hindert me mee niet, het zou me pas beginnen hinderen als ik me zou focussen op wat het tegenovergestelde is… zon en warmte… Echter het is water, water die de bodem voed wat de natuur dringend nodig heeft. Onder de paraplu wandel ik langs de Maas richting Dinant om daar straks aan te kloppen bij de broeders van Leffe. Ik besef dat door de lockdown situatie ik er niet zal kunnen overnachten. Ik zie wel.

Langs de Maas vind ik een briefje met een steen erop ‘Jésus-Christ est le chemin, la vérité et la vie lisez…. Een steen bedekt het einde van de zin.

De abdij van Leffe is in zicht. Ik bel aan. Geen antwoord. Ik ga via de achterkant en klop aan de keukendeur. Een van de broeders doet open. Een gekend gezicht. Ik vraag of ze mij onderdak kunnen geven voor één nacht. “oh, cela nous donne du travaille pour le linge et le nettoyage”, vermeld de broeder. “c’est pas grave… j’ai mon sac de couchage et je vais faire l’entretien. Comme cela vous n’avez pas de travail.”… “Tu sait, les frères en est âge et en a un peut peur”. “Je comprends mon frère, ne vous inquiètes pas, je prendrez pas de contacte avec vous”, wetend dat de pelgrims zaal los van de broeders hun woning is. “Vous êtes une vrai pèlerine”, deelt hij met een glimlach, “tu sait en fait avec, avec les restaurant et café”. “Oh ça c’est dommage”. Er is een stilte… “Tempi… Je vous souhaite encore une bonne soirée et à une autre fois”, het was fijn geweest hier een nacht te mogen vertoeven. Helaas.

Dankzij de vrouw aan de balie van het gemeentehuis mag ik overnachten in de jeugdherberg, die zich aan het klaarstomen is voor de jeugdbewegingen.

Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw van Dinant/ collégial Notre-Dame de Dinant

Ultreia

Godinne, église Saint-Pierre

Op tafel een huisgemaakt heerlijk ontbijt ‘ à la recette Marie-Pierre’.
Wat later nemen we samen de weg richting de Maas, daar nemen we afscheid… De grote rugzak zit wat in de weg om op een comfortabele manier een goededag te zeggen.
Om het zachtjes aan te doen blijf ik de Maas volgen, kwestie van traag in te lopen en mijn lichaam terug gewoon maken aan een lange afstandswandeling .

Grijze wolken komen te voorschijn. Een frisse bries. In korte broek maar met laagjes op mijn bovenlijf, een paraplu boven mijn hoofd, trotseer ik de eerste regenbui.

Een bakkerij… “Vous avez des toilettes svp”, vraag ik de jonge heer achter de toonbank. “Oui, allez y.” “Je vous fait confiance, je vous laisse mon sac.” “Bhein, madame c’est la plus grande bêtise”, antwoord hij met een grote glimlach. “Bhein, justement cela me fais donner encore plus de confiance”. Een fijn contact.

Op een bankje.. een halte. Een man op de fiets steekt me voorbij. Ik zie hem een ommekeer maken. “Vous allez ou ? À Compostelle !” “Je vais direction les Cathares, les Pyrénées Orientales. Je l’appelle,… sur le chemins de Marie-Madeleine.” De man deelt verder dat hij ooit de weg terug neemt naar Santiago en het nu wat vreemd aanvoelt om de pelgrims niet te zien. Voor hij verdwijnt, steekt hij de hand op en roept” Ultreia!”

In Profondeville ben ik hevig opzoek naar een openbaar toilet. Gesloten. Het gemeentehuis. Vele interne regels zorgen ervoor dat de toiletten niet toegankelijk zijn.” Hmm, bien ambetant. Comment je fais ? Je ne peut pas me mettre dans le jardin public, je vais me prendre une amende.” Ik wacht even. De mense kijken me wat gegeneerd aan en machteloos. “Svp ne placer pas les règles au dessus l’être humain.” Vermits het hoogdringend was vraag ik de verantwoordelijk, vermits daar de sleutel is tot verbod. Plots mag ik in een gebouw verder in de straat, op een andere dienst het toilet benuttigen. Oef, grote opluchting.

Ter hoogte van Godinne wandel ik de natuur in richting la ferme de tricointe. Een grote boerderij die door een multinational is opgekocht en waar conferenties doorgaan, de naam laat ik in het midden. Ik volg een ellenlange omheining met wel vijf barrières. Er een nachtje in het geniep doorbrengen zal niet aan de orde zijn.

Aan een voorgevel hangt een Sint-Jacobs schelp. Een bord ‘in-Finisterre’ ‘Compostella’ l’avenir en Compost- le passer. Ik klop aan, een man doet open ‘Jesus’. De plaats waar Marie-Pierre over sprak. Geen plaats. Hij stopt namelijk als hospitalier en gaat er weg. Mijn ervaring op de weg heeft me geleerd dat welke goede tip ik ook mag krijgen voordien… dit niet kan verwezenlijkt worden. Het is duidelijk dat ik mijn eigen weg dien te wandelen.
Ik eindig de avond aan tafel bij de buren en de nacht breng ik door op hun hooizolder na een avondwandeling en een bezoekje aan 2 ezels en een pony.