Les Gaulois

Evelyne is reeds vertrokken op haar weg.
Samen met Christian en Fernande ga ik naar het centrum van Méréville voor la ‘Fête gauloise’.
Stappend naar het centrum zie ik een man met camera.
“Oh, wie we daar hebben. De man met zijn stralende ogen”, roep ik naar de man, met wie ik gisteren een delen had rond de camera. “
Een groepje mannen, vrouwen en kinderen wandelen verkleed als Galliërs door de straten richting de hallen niet ver van het kasteel. Onder de hallen zijn lange tafels feestelijk gedekt passend in de tijd van toen. Een heuse openlucht maaltijd, op de oude wijze klaargemaakt wacht op de bewoners en de Galliërs.
Fernanda nodigt me uit om te blijven. Ik verkies om verder te stappen. Op het ogenblik dat iedereen aan tafel gaat, krijg ik de sleutels van Fernanda om mijn rugzak te halen. Ik verstop de sleutels op een afgesproken plaats, bedank het huisje en sluit het tuinhekken achter me.

Met de zon in mijn aangezicht stap ik langs een waterkersboerderij. Aan het hekje hangt ‘opgepast voor de adders’.
Lange grassen en vocht daar houden ze van.

De weg gaat via boswegen en langs velden. Hier en daar hoor ik de eekhoorns in de hoge bomen. Wanneer ze me zien bevriezen ze, maken een fijn knarsend geluid om dan plots van de ene boom naar de ander te springen met hun pootjes volledig uitgespreid.
De mais velden zijn volgroeid, “Een maand te vroeg”, weet een boer me te vertellen. Moe en voldaan kom ik aan in Bazoches-les-Gallera. Ik stap richting de presbytère. Evelyne is kort voor mij aangekomen. Na kennis te hebben gemaakt met Annie, de verantwoordelijke van de presbytère krijg ik een kamer toegewezen met bed.

In Saint-Lye-la-Forêt worden na een vermoeiende dag over de velden, zalig ontvangen door een dame in het gemeentehuis. Een stoel, een glaasje water en… een deugddoende koffie… en met grote vreugde mogen we overnachten in een lokaal van de sportzaal, na een hartelijke verwelkoming van de burgemeester.
Twee kampeerbedjes wachten ons op.
Een dak, water en iets om te koken. Meer moet dat niet zijn.

Wanneer we klaar zijn zetten we ons allebei buiten op een bank. Kijkend naar de pétanque spelers. “Wie had ooit gedacht dat ik hier zou zitten in mijn pyjama op een bank midden Frankrijk”, zegt Evelyne. Hihi, we beginnen beiden te lachen beseffend welke rijkdom het leven ons brengt.

Hier een kortfilmpje…. En nog eentje

Hier wat beeldenEn nog

De camera

In Estampes, veeg ik het zand van mijn voeten, na eerst nog een bezoek te brengen aan de kerk Notre- Dame-du-Fort en stap ik nog een vier kilometer verder naar la Ferme des Acacia, waar ik op een zolderkamertje een heerlijk nacht mocht doormaken.
Wat een hemelsbreed verschil in aanvoelen tussen Estampes en het liefdevol kerkje in Étréchy, niet alleen de plaats ook de ontvangst waren twee uitersten.
Via messenger ontvang ik een boodschap, ‘ Weet je al waar je zal overnachten deze nacht. Wij ontvangen pelgrims’. Hmm, ik kijk op de profielfoto van wie deze uitnodiging komt. Twee stralende gezichten. Geen naam, wel een zin ‘Avis de Tempetes’. Un acceuil pèlerin. ‘Ook al ben ik dit niet gewoon, ik kan aan jullie stralende gezichten niet weerstaan. Het is ok. Jullie mogen mij verwachten’, schrijf ik terug.

Samen met Evelyne vertrek ik richting Méréville. Langs velden, eerst in het groen nadien op asfalt. In de verte horen we geweerschoten. De jacht is open. Plots horen we een toeter, een jager staat met een fluoriserend oranje hesje op een hoogte, hij kondigt onze komst aan.

In het kerkje van Saclas, waarvan we de sleutel kregen van de vriendelijke dame van het kleine-barwinkeltje, sta ik voor een kruis die mijn aandacht trekt. “Zie je dit kruis”, deel ik aan Evelyne. “Een hart, een kroon en vuur… Wel onze eigen kroon mag ‘branden’, mag in het Licht Zijn en naar het Licht komen. Geen kroon van verdriet, wel een kroon van Licht en Vreugde. Gevoed door ons eigen brandend vuur.” In het naar buiten komen vraagt een man of we voor hem willen bidden.” Wat is je naam? “, vraagt Evelyne.” Chiko”, antwoord de man met korte haren en een kunstige baard. In koor zeggen we “we nemen je mee in gedachten.”

Wat verder om de hoek steun ik een eetkraam tijdens een plaatselijke bijeenkomst van verenigingen. Mensen vragen ons waar we gaan. Ik neem plaats aan de tafel en we geraken aan de praat. Er ligt een fototoestel op tafel en ik kan het niet laten om de tip te geven, om een UV lens aan te schaffen om het objectief te beschermen. “Ben je fotograaf? “, vraagt de man. “Ik heb een lange tijd gefotografeerd.” “Ach, daarom dat je over een uv lens spreekt. En waarom fotografeer je niet meer?” “Och, ik fotografeer nog wel maar niet meer om dezelfde reden. Hierbij verkocht ik al het fotografisch materiaal.” “Maar dan kan je geen foto’s niet meer nemen?” “Meneer wanneer ik naar je blik kijk en zie wat er diep aanwezig is in je ogen, het tot mij laat komen, dan heb ik geen camera meer nodig of een schijf om het te bewaren. Mijn schijf is mijn hart.” Oelala….. hoor ik als een koor aan tafel.” Heb je mevrouw gehoord”, zegt een vrouw terwijl ze haar hand op zijn arm legt. De man glundert.

Wat doet het deugd om de zachte aarde onder mijn voeten te voelen. Dempende zachte zolen zijn hier echt overbodig en het komt me ook goed uit, want mijn schoenzolen gaan hun laatste kilometers in.
Via een ellenlange muur wandelen we Méréville binnen. Rue de la Madeleine. Opwaarts onder een lange laan van Lindebomen om een pauze te nemen op het terras van een bar naast de kerk. De kerk waar een prachtig kruis hangt in Eik. Geen kruis met een lichaam erop, wel een kruisvorm waar het lichaam uitgehouwen is in het hout. Als een schaduw die achter blijft van een lichaam die allang in ons midden is, die lichter aanvoelt. Een voor mij levend kruis.

Uiteindelijk eindigen we ’s avonds bij Christian en Fernande. Beiden komen pas terug van Compostella en delen met enthousiasme hun ervaringen. Fernande maakte een heerlijke maaltijd klaar met producten van her en der op het veld, langs de weg of in de tuin. Overvloed.

Hier een kortfilmpje….en nog eentje

Hier wat beelden…. En nog hier.