Sarcelles

Buiten slapen in de voorsteden van Parijs, is echt geen aanrader. De steden blijven wakker, latente achtergrond geluiden en mijn mentale bleef blijkbaar ook alert. Niet te min kom mijn lichaam toch tot rust komen.

Bij het ontwaken kan ik net op tijd mijn tarp inpakken vóór de regen. Nicole nodigt me uit voor het ontbijt. We praten over kunst, de weg, het onderweg zijn in het leven en over haar verlangen om pelgrims te ontvangen. En zo komt er een nieuw pelgrimsontvangst bij. Dankjewel Nicole.

Terug op de weg wandel ik onder talrijke hoge storende electriciteits masten. Vliegtuigen dalen de ene na de andere naar het vliegveld Paris-Charles-de-Gaulle.
Recht voor mij hoor ik talrijke meeuwen.
Een immens vuilnisbelt. Op de achtergrond een kasteel opgehelderd door het zonlicht. Wat een contrast. Ik blijf wat staan aan de hectaren groot vuilnisgebied en observeer het reilen en zeilen.
Een grote vrachtwagen rijd weg, hij heeft net geledigd. Een andere staat met zijn container naar omhoog te ledigen. Een bulldozer walst alles plat vóór er een nieuwe laag aankomt.
Felle kleuren als rood, groen, blauw zijn zichtbaar. Niet recycleerbare materiaal. Ik blijf staan en kijk dit erbarmelijk, dégoûtant tafereel aan.
Ik word een beweging gewaar in mijn lijf, mijn maag, mijn hart, mijn keel, mijn ogen… Van kwaadheid, naar misselijkheid, naar geraakt zijn… Tranen. Dégoûtant.
Zien wat overconsumptie, wat bepaalde producten teweegbrengen aan Moeder natuur, aan deze kostbare aarde.

In een dorp stap ik net op tijd een café binnen voor een koffie pauze. Wat later komt iemand binnen. Korte broek, grote rugzak en een grijs stuk stof over de rugzak, een poncho. Joseph.

“Joseph, wat fijn je hier te zien. En waar is je papa?”, vraag ik Joseph terwijl hij zich bijna ploffend neerzet. ‘Hmmm, er is iets gebeurt’, gaat door meheen. Gisteren hoorde en zag ik wat spanning tussen vader en zoon en wat later zag ik beiden in de verte afzonderlijk wandelen elk op een ander stuk weg. Ik wandelde tussen hen.
Ik steek mijn hand uit. Joseph neemt aan. De emoties krijgen de vrije loop. Zo herkenbaar wat generatieverschillen soms kunnen teweegbrengen. Kinderen die om liefde vragen en ouders die vastzitten in patronen en niet begrijpen wat gebeurt bij het kind.

Samen met Joseph stap ik deze dag verder richting Parijs. Eerst richting le Château d’Écouen, langs het fort even het bos in om dan de rest van de dag via asfalt, het geluid van de wagens, stinkende motors en een twaalf kilometer lange asfalt weg doorheen de voorstad Sarcelles richting Saint-Denis.
Een weg die ik zeker niet zou nemen vroeg of laat op de dag en alleen. Een raar en onveilig sfeertje hangt hier in de lucht. Krottenwijken op de rand van de stad tussen twee kleine luxebedrijven en erachter de kraan van een vuilnisbelt. Parijs, Europa… dit gebeurt naast ons deur. Zowel Joseph als ik proberen erdoor te wandelen zonder de omgeving te laten binnenkomen. Het lukt ons niet.

In Saint-Denis wandelen we richting de basiliek. Bij het binnenstappen worden we tegengehouden. “Vigile pirate, dit zijn pelgrimsstokken die mogen binnen”, wijzend naar mijn metalen wandelstokken zegt de man aan de deur. “Deze stok mag niet binnen”, kijkend naar de houten natuurlijk wandelstok van Joseph waar een witte pluim op steekt.
Joseph moet zijn stok naar buiten brengen, niet binnen in een hoek, achter een deur of onder de tafel van de bewakers. Neen, buiten op het plein. Met als opmerking “die trekken toch op niets, ze hebben geen enkele waarde.”
En dan begint hun redenering over onze rugzak. Ik doe het voorstel om ze onder hun tafel te leggen of achter hun tafel te zetten. We worden gewaar dat flexibiliteit, openheid, menselijkheid verdwenen is onder starheid en indoctrinatie.
Joseph en ik kijken elkaar aan draaien ons om en nemen de richting van het licht. Het was duidelijk.

Wat verder neem ik afscheid van Joseph en stap verder naar een sportwinkel. Mijn sandalen vertonen gaten in de zolen.
In de winkel helpt een vrouw me zoeken naar een rechter sandaal, tevergeefs. Uiteindelijk kan ze me helpen en reserveerd een paar sandalen in een andere arrondissement die ik morgen zal ophalen. Ik dank de vrouw voor haar geduld, hulpvaardigheid en vriendelijkheid alsook hun diensten. Gisteren mocht ik zomaar twintig euro ontvangen van de winkel wegens mijn eerlijkheid.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Magdala

Église Saint Jacques-Bergerac

Een paar dagen vóór mijn aankomst in Fátima nam ik contact met een dame die ik vorig jaar ontmoette in de kerk van La Souterraine op weg naar Limoges, op de Lemovicensis ( één van de oudste wegen naar Compostela).
We zouden elkander normaal vorig jaar terug ontmoetten bij het verder zetten van mijn weg na Limoges, maar de wegen van het Universum zijn soms ondoorgrondelijk, want de weg riep me terug naar België in het overstromingsgebied.

Iets in mij zei ‘doe het nu’. Zo geschied. Terwijl ik op de bus zat was er wat spanning en een herkenbaar oud patroon/gewaarwording in mij aanwezig. Gelukkig was ik me ervan bewust en kon ik met volle bewustzijn aanwezig zijn bij de gewaarwordingen, gevoelens. Mijn buik voelde aan alsof deze in een knoop kwam te liggen, onvrij. Mijn stuit duwde en mijn keel begon te kuchen. Het voelde als een haakse beweging van wat mijn unieke weg is.
Ik bleef in acceptatie staan en gaf voldoende ruimte aan wat gebeurde, zonder te voeden. Het werd me duidelijk dat het patroon gecreëerd door het mentale, vertrekkend vanuit oude pijn voor afwijzing, buitengesloten worden, pestgedrag en angst om anders gezien te worden, te maken had met een verlangen voortvloeiend vanuit die angst, vertrekkend vanuit een keuze, die niet mij weg is, ontstaan vanuit deze gevoelens en gevoed door een voorgekauwd beeld in de maatschappij.

Wat bijzonder voelbaar is, en me vreugde brengt, is bewust te zijn hoe snel oude patronen voelbaar verdwijnen, omdat ze voor mij geen enkel meerwaarde of kwaliteit in met zich meedragen. Integendeel, ik kan ze vandaag zien of vergelijken met een grote plas water waar geen stroom aanwezig is, die stilletjes leegloopt en waar alles dor wordt, tot zelfs gaat sterven daar waar het water verdwijnt en waar op het einde een verrotte plas nog aanwezig is.

Ik kwam aan in Zuid-Frankrijk na 17 uren reizen. Een warme ontvangst stond me op te wachten. Een fijn gesprek. Een koffie en een heerlijke verse Franse croissant. Om dan twee uurtjes te gaan slapen, het duurde niet lang of ik was al in een diepe slaap.

In de namiddag terwijl Fabienne een afspraak had wandelde ik naar het centrum van Bergerac en kwam recht op de kerk St. Jacques. Na tweemaal hier te zijn langs gekomen op mijn pelgrimstochten en telkens aan een gesloten deur te staan, kon ik eindelijk haar eens binnenin zien.

De dag nadien laat Fabienne me de omgeving La Dordogne zien. Een tal van plaatsen waren herkenbaar. Ik wandelde hier op een pelgrimtocht in 2017 waar ik de krachtplaats Rocamadour leerde kennen.

We houden een halte in Limeuil waar we op een terras een heerlijke maaltijd nemen.
Fabienne stelt me een vraag of ik in vreugde ben. Een vraag die niet altijd eenvoudig is om te beantwoorden, zoals de vraag ben je gelukkig. In het Nu moment toen de vraag kwam, was het antwoord “als ik hier rond mij kijk op het terras heb ik het gevoel dat ik niet van deze wereld ben, bij deze wereld hoor. Ook al sta ik op deze wereld. Een gevoel die af en toe aan de oppervlakte komt. Zoals nu. Dus in het Nu, neen ik voel die vreugde niet. Wat niet wil zeggen dat ik niet van het leven hou” Vreugde en gelukkig zijn trouwens voor mij gevoelens die nooit vast kunnen zijn. Dat ben ik nooit in een constante, dit zou een illusie zijn. (terwijl ik in het hier en nu schrijf zie ik het verband tussen mijn antwoord aan tafel en mijn gewaarwording op de bus).
We spreken en delen verder over communauteiten. Ik deel over La Fraternité Monastique de Jeruzalem die ik ken in Vézelay. Fabienne kent la Fraternité in Parijs. Ik deel haar dat er meerdere zijn en er zelf nog eentje is dichtbij Parijs en ik deel erbij, “het ligt bij een groot meer”.
Fabienne dringt aan, waarbij ik op Google zoek. Een kaart wordt zichtbaar met de namen van de Fraterniteit waar ze gelegen zijn. Met mijn twee vingers vergroot ik het scherm en lees ik Magdala, Fraternités de Jéruzalem. Ik schrik van wat ik lees ‘Magdala’… Ik blijf er perplex zitten. (Magdala is de naam die de groep draagt van 4 vrouwen die naar Jeruzalem zullen stappen.)
Mijn haar komt recht te staan op mijn armen, ik wordt op mijn adem genomen en tranen komen vrij. Een vreugdevol gevoel is voelbaar in gans mijn lijf. Verwonderd zeg ik “achhh, en aan een meer. Water.” Het vreugdevol gevoel is zo diep aanwezig dat ze de kleinste hoekjes van mijn lijf vullen. Fabienne, deelt, “als dat niet duidelijk is”. “Fabienne ik ken nu reeds 8 jaar deze fraterniteit. Ik wist dat ook daar de fraterniteit aanwezig was, maar nooit had ik gezien dat deze plaats deze naam draagt.”
Telkens wanneer ik alles een beetje meer laat bezinken, komen de tranen van vreugde terug. En dit in Lim-euil (oeuil) Mira=oceaan/water, Zien.
Les clin D’œil, les Clin D’ieux zijn soms wonderbaarlijk.

Benieuwd naar het verder verloop. Ik heb er alvast een goed gevoel bij.