Rocco’s poot

Samen met soeur Ezechiël, rijden we van La Ferté-Imbault naar Tours van waaruit ik mondjesmaat terug keer richting België.

Langs de weg wenst Ezechiël te stoppen in een kerk voor de Vespers (avondgebed). Ik zoek op de kaart en zie er 2. “Laten we de dichtste nemen” , zegt Ezechiël. Ik vergroot de kaart en zeg ” Het kan niet beter, de kerk is genaamd naar Maria Magdalena.” “Ah, voilà. Blijkbaar moeten we daar zijn!”, reageren we in koor.

Aankomend in Tour overnacht ik bij vrienden van Ezechiël. Er wordt gevraagd naar mijn ervaring op de weg. En in een gesprek met als thema gebed, naar de kerk gaan en het ontvangen van het sacrament, zie ik verwonderde gezichten wanneer ik hen deel dat voor mij het gebed bestaat uit dankbaarheid bij het zien van een nieuwe dag, iedere stap die ik op moeder aarde zet. En dat het sacrament, voor mij in mezelf aanwezig is, nl. mijn hart.
De non- verbale en verbale reacties vallen me op, bij de vraag: “Stel je voor dat er morgen geen sacrament is, niet te vinden of je bent verplicht je een heel lange tijd op te sluiten voor je veiligheid en je het sacrament niet kan ontvangen?” “Ah, neen, dit heb ik nodig. Ik kan me ook geen leven zonder voorstellen…”, krijg ik als antwoord. Het voelt voor mij bijna als een afhankelijkheid van iets buiten zichzelf.

Het duurt bijna tot de middag voor ik gewaar wordt dat mijn lichaam zich in beweging brengt. Ik breng een bezoek aan de kathedraal van Tours. Prachtige glasramen zijn er te zien, het is voor mij ook het enige wat me kan bekoren in de kathedraal.

Op een wandelbrug zet Ik de Kleine Prins neer voor een foto bij een straat graffiti. “Ohh, il est beau ton petit bonhomme”, roept een langs rijdende fietser.

Ik wandel de weg langs de rivier de Loire en geniet van de reflecties op het water, de beginnende veranderde kleuren in de natuur. Hier en daar kan ik nog bewoonde troglodyte (huizen in de rots) woningen waarnemen. Zij zullen alvast geen last hebben van de veranderde energie prijzen, want in zo een woning blijven de temperaturen in een constante van zo een 17 graden.
Ik heb het gevoel dat mijn wandelweg in een snelheid om was vandaag, nog voor ik het wel besef kom ik aan in Montlouis-sur-Loire waar een dame van 82 jaar me vriendelijk verwelkomt in het zaaltje van de parochie.
Ik blaas er mijn matrasje op die ik neerleg op een vasttapijt. Vind er wat kaarsjes, een lampje, mijn aquarelle doos, een boekje… Een gezellig nestje.

Na een goede nachtrust en een stevige koffie verlaat ik het dorp. Een aangename zachte najaarszon is aanwezig. En tegen de middag loop ik nog steeds in sjort en t-shirt. Zalig.
Af en toe sta ik stil en geniet ik van de rijke natuur. Ik open mijn armen wijd open, adem diep in, sluit mijn ogen en wordt de fijne windbries en warmte van de zon gewaar op mijn huid. Met een diepe inademing dank ik voor al dit schoon die mij, ons geschonken wordt.

In de namiddag nader ik Ambroise met zijn groot, eerder immens kasteel waarvan je de reflectie ziet in het water.

Voor mij, een man en vrouw wandelen arm in arm. Ze vertragen. Onverwachts is plots een sheet hoorbaar, amai en geen kleintje… Hmm, ik voel mijn oogleden open trekken en mijn mondhoeken opwaarts. Ik steek hen voorbij en zeg met humor :”Eh bien, c’est ce qu’ils appellent vraiment prendre de l’air.”

Ik twijfel even of ik in Amboise blijf of verder wandel. Ik slenter wat door de straatjes naast het kasteel en al heel snel wordt ik gewaar dat ik niet in de massa wens te blijven. Bij het oversteken van de brug naar de andere kant van de oever, zie en hoor ik een koppel mij uitlachen omdat ik met wandelstokken wandel. Ik laat het bij hen en kan me voorstellen dat voor mensen die van de wereld weinig afweten, of het gezichtsveld niet veel verbreden dat dit een beeld is die wat vreemd aanvoelt. Een reactie die meer over hen verteld, dan over mij.
Verheugd verlaat ik Amboise.

In Pocé-sur-Cisse eindigt mijn dag. Op een hoek van de straat sta ik even stil, laat ik de omgeving op me afkomen. Recht voor mij een groot peperkoekenhuisje. Ik wandel even naar rechts, naar links, blijf staan en steek nadien de straat over om aan het hekken van het huis te bellen. Drie kleine bellen hangen aan het hekken. Zo een bellen zoals aan de hals van de geiten of schapen. Aan de derde bel… opent een deur. Christine komt buiten.

Bij Christine, Pierre, Léa en Rocco de bijzondere poes.

Bij het klaar maken van de maaltijd vraagt Christine me “Mag ik je een vraag stellen, voel je vrij om erop antwoorden. Waarom koos je ons huis?” “Ik laat me leiden en vertrouw mijn intuïtie.” “Is het dit wat men la divinité noemt ?” “Dit zou men zo kunnen noemen”,deel ik Christine.

Na een gezellige hartelijke avond krijg ik een bijzondere unieke stempel in mijn credential. De poot van Rocco.

In de nacht wordt ik wakker. Kijk ik op mijn telefoon naar het uur 00:31

In dankbaarheid na deze mooie dag en avond, dommel ik verder in.

Hier een kortfilmpjeEn nog eentje

Hier wat beeldenEn nog…

Magdala

Mijn verblijf in ‘Magdala’

Wat hou ik van die plaatsen waar men de mens in zijn verantwoordelijkheid laat en vertrouwen heeft in zijn/haar kunde en kennis, waar zijn of haar ‘Zijn’ zich mag ontplooien zonder dat er een voortdurende controle is. Waar respect is voor ieders terrein. Waar ik dienstbaar mag zijn en mag schenken aan de maatschappij wat mij aan een andere kant gegeven wordt.
Zo voelde het voor mij in Magdala. Binnen een structuur mogen bestaan zoals je bent, met gans je ‘Zijn’ en je er een plaats hebt, je er mag bestaan. En waar liefde in het samenleven voelbaar aanwezig is. Is dit niet wat de basis is van een ‘ thuis’.
Zo voelt het voor mij een ‘thuis’,daar waar men welkom is.
Tussen de vaste uren van samenkomen, gebeden, in stilte eten en samen de afwas doen…nam ik de stoelen, kasten en deuren onder handen voor reparatie.
Een zuster zei: “Het doet goed je aanwezigheid. Het brengt me een veilig gevoel, als een vader die aanwezig is, als wanneer er iets misloopt weet dat er iemand is waarop je kan rekenen.”

De aangename losse humor van een zuster. De kleine attenties en goede zorgen van de andere. De perfectie,rechtuit zijn van nog een andere zuster…een fijne mengelmoes in de individualiteit die een evenwichtig geheel vormt.

Op een middag net voor de middag dienst ontvang ik van zuster Marie-Sophie een brief.

Ik lees de brief…

Liefste JASMINE, bij het openen vandaag van het boek van C. De Meester op een boodschap van Thérèse de Lisieux, ben ik geraakt bij het lezen van een citaat van de Kleine Prins, vóór de introductie, die me aan jou deed denken en aan wat je beleeft van dag op dag…
…. We houden jou in ons hart en in onze gebeden en hopen je terug te mogen zien in Magdala. Er is geen bel, weet dat je je mag installeren zonder aankloppen… Bonne route…

Geraakt door deze woorden en haar delen van de zuster.


Na de mis ga ik naar de zuster en dank haar voor haar gebaar terwijl ik iets uit mijn broekzak haal – De Kleine Prins – Marie-Sophie is verwonderd bij het zien. We kijken elkander in de ogen… zonder woorden.

Ik stap richting mijn kamer. Mij aankijkend in de spiegel, begin ik te huilen, ik voel dat er iets vrij komt, afscheid en vreugde is voelbaar.
Vanuit een diep bewustZijn hoor ik mezelf aanspreken :” Jasmine ook al zou je graag willen intreden, je weg is daar, onderweg, er zijn mensen die je op je wachten, die je graag ont-moeten.” Mijn tranen vloeien.
Later, bij de afwas bevestigd Christine me wat door meheen kwam.

Wat een zalige plaats midden de natuur. Vader Hert met zijn 4 takken gewei, de familie everzwijnen die je rond het terrein hoort terwijl ik ’s avonds een telefoontje die onder de open sterrenhemel en volle maan.

Het leren herkennen van paddestoelen bij de pluk met zuster Marie-Laetitia om ze’ s avonds klaar te maken en ’s anderendaags een feestelijke maaltijd op tafel te hebben.

‘ s Middags op de feestdag van de aertsengel Michaël – 29 september – terwijl aan tafel een maaltijdgebed wordt voor gelezen, vliegt een buizerd rakelings over de aarde, richting een boom net op het moment dat het woord Michael wordt gebruikt. Wat een resonantie van tijd!

Kom ik hier terug… ABSOLUUT… en wat ben ik blij dat ik zo een vertrouwen heb in het leven en in wat het me toont. Dat ik kon, mocht en wou Zien.
Ik mis deze plaats nu al en mijn hart… die bonst nog meer dan voordien.
Leven, Licht, Liefde.

Pace e Luce.
Magdala… Ik kom terug…
Dankjewel zusters.

Hier een kortfilmpje

Evelyne

Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde

In de verte zie ik twee mensen wandelen. ‘Zouden er wandelstokken te zien zijn. Misschien een pelgrim’, stel ik me de vraag. Op mijn rechterkant zie ik een regen gordijn op mij afkomen. Ik maak me klaar om de druppels te ontvangen. Mijn regenkap gaat op de rugzak, mijn paraplu boven mijn hoofd.
Ik nader de twee mensen, een plaatselijke bewoner, een pelgrim ‘Evelyne’.
Evelyne, is vertrokken vanuit Parijs als startpunt. “Naar waar gaat u”, vraagt de man die erbij is. “Richting Orléans”. “De vrouw is haar weg verloren. Er zijn hier veel pelgrims die de weg verliezen hier. Ik ken hier de regio uit mijn broekzak en dan help ik hen altijd”, deelt de man verder.

Ik wandel verder met Evelyne en vraag haar op welke manier ze de weg wandelt. “Met de gids ‘guide lepere’. Maar ik verlies de weg. Ik heb daar wel tien minuten staan draaien om hun boek te begrijpen”, weet Evelyne me te vertellen. Ik deel haar de manier hoe ik onderweg stap. “Als je wenst kan ik je later tonen welke app ik gebruik en met deze app kan je nooit meer je weg kwijt zijn onderweg, en ga je zo naar Compostella.”

In Longpont-sur-Orge stap ik de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde binnen. Een aangenaam aanvoelende kerk. Twee dames zijn er de bloemen aan het schikken en aan het bij knippen.” Madame, zou ik even jullie toiletten mogen gebruiken aub”, vraag ik aan een bejaarde kleine dame. “Gaat u naar Compostella. We hebben hier de stempel voor in de credential”, zegt de vrouw met fierheid. “Ik ben op de weg, maar ik ga er niet naar toe. Mijn weg neemt me elders mee.” De vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Dit doet me terug denken aan het moment op de weg naar Rome, wanneer de mensen mijn schelp op de rugzak zagen en ze me vroegen ‘ga je naar Compostella’ en wanneer ik ‘Rome’ zei, had het plots geen belang meer, alsof de enige bestaande pelgrimsweg richting Spanje was.

In de basiliek wordt ik aangetrokken door een beeld, een buste in rugaanzicht, tussen de vele andere beelden. Ik wandel het hekken voorbij, draai me om. De buste van Maria-Magdalena met een relikwie en dit naast de 1600 andere. De priester had hier een fikse hobby.

De weg gaat verder langs een prachtig rustig natuurgebied richting Arpajon.
Evelyne heeft ervoor gezorgd dat ik ook bij ‘la famille d’acceuil’ kan overnachten waar zij reserveerde voor de nacht. Het is al een paar dagen dat buiten overnachten uitgesloten is wegens zware onweders.
’s Avonds zitten we met zeven aan tafel en delen we een eenvoudige heerlijke maaltijd. Bij Benoît en Marie-Agnès en hun kinderen.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Code oranje

Na een intense zaterdag en een wat overdonderende zondag voormiddag, waar het weekend me van her naar der bracht in een zekere rush, krijg ik de mogelijkheid om zondag namiddag me neer te ploffen op bed om pas na twee uur wakker te worden en krijg ik de ruimte om terug optimaal tot mezelf te komen.

Zondag voormiddag hadden we een gesprek. Plots voelde ik in het gesprek binnenin een opwelling startend vanuit mijn onderbuik, ze kwam als een explosie naar boven. Net op dit moment was ik aan het eten en zat er een stuk brood in mijn mond waarbij ik het moeilijk had om verder te eten en in te slikken.
Inslikken, now way, met een krachtige stem, met durf bracht ik wat ik te zeggen had naar buiten, ook al voelde ik me binnenin heel klein en bang. Het voelde als een noodzaak om me te kunnen neerzetten. Terzelfde tijd werd ik gewaar dat er onmacht en verdriet onderhuids aanwezig was en werd ik een blokkade gewaar ter hoogte van mijn keel. Ik kon het alleen niet meer inslikken, en wou dit ook niet meer.
Het voelde aan als een inbreuk op mijn Zijn. Een opgelegd zwijgen. Een niet recht op bestaan.
De hevigheid die ik voelde, ook al was het voor de omringende niet onmiddellijk begrijpbaar. Was bijna een noodzaak om mezelf terug in handen te nemen, na de gewaarwording van platgewalst te worden. Iets oud die de kans kreeg te helen.
Het was als een slapend vergeten stilstaand water die plots in volle kracht tot leven komt als krachtig vuur die opborrelde en tot explosie kwam.

De weinige slaap, de teveel aan impressies hebben er ook geen deugd aan gedaan. Uiteindelijk wat was, was ok.
De pelgrimstocht naar Israël wordt alvast een boeiende reis vol menselijk avontuur met boeiende spiegels.

Na nog een fijn en rustig Samen-Zijn met Florence, één van de Magdala vrouwen – zo noemen we ons in de groep- val ik uitgeput in slaap op een dertiende verdiep van een appartements gebouw, het raam open met de wind van de avond zacht strelend over mijn buik.

Een vraag die vooral bij me opkomt is… ‘Hoe zal ik trouw blijven aan mezelf en aan mijn persoonlijke weg – want als het van mij afhangt het enige geplande zou zijn de data van vertrek, een paspoort en een visum- mijn vertrouwen in het leven is zo een vanzelfsprekendheid geworden en dat alles mij zal gegeven worden wat ik nodig heb onderweg. ‘ Ik laat de vraag rijpen.

In de nacht barst een onweer los over Parijs. Best indrukwekkend mooi..

Maandag morgen…
Ik vergezel Florence richting haar werk tot aan het standbeeld van de aertsengel Michael.’ Une embrassade’.
Naar de kerk St.Gervais. Een plaats waar de Fraternitéit van Jeruzalem leeft en hun diensten hebben, helaas waren ze er niet, ik was vergeten dat het maandag is en ze hun ‘woestijndag’ hebben.

In mijn rug la tour Saint-Jacques, richting de Notre-Dame en via la rue Saint-Jacques verlaat ik het centrum van Parijs.
Even naar een betaalbare kapper, waar ik nadien kortgewiekt buiten kom.
Kies ik om ’s avonds even de GR655 te verlaten richting het centrum van Sceaux. Ik vraag aan een vrouw waar ik het touristisch bureau kan vinden. De vrouw vergezeld me tot aan de deur. “Wat zoekt u eigenlijk”, vraagt de vrouw. “Een overnachtingsplaats. Ik heb een tarp maar ik vertrouw het weer niet en ik zoek een droog dak boven mijn hoofd.” “Wel ik heb een kamer vrij, je kan bij mij komen”, zegt de dame. En zo kom ik bij Isabelle terecht, toont ze mij het park en kasteel van de stad. Drinken we een glaasje voor we verder naar haar huis gaan.
En ja hoor, er wordt aangekondigd dat het kasteelpark sluit wegens aankomende onweersbuien. Code oranje.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Pimprez

“Au revoir Pierre-Dominique, misschien tot een volgende keer en bedankt voor je delen” , zeg ik tegen de broeder die in de deuropening staat van de kleine abdijwinkel. “Je vertrekt!”, vraagt hij me wat verwonderd. “Ja, mijn weg is daar in beweging, onderweg zijn.Het enige vaste in het leven. Beweging.”
Op amper een uur van de abdij, en vermits ik laat vertrokken ben na eerst mijn kamer te hebben gekuist, krijg ik honger. Ik zie mensen aankomen op een parking van een zaal en vraag of er iets te doen is. Er was een wandeltocht. Wat verder vraagt een man me of ik iets zoek. “Wel ik ben op zoek naar een bar of waar ik ergens eten kan aanschaffen. Er rest me enkel een kiwi en een appel.” De man kijkt me aan, “kom ik zal wel iets voor je vinden. We zullen het vragen aan die kleine blonde kop. De burgemeester.” Zogezegd, zo gedaan. Tien minuten later sta ik tussen de inwoners van Pimprez aan de aperitief tafel, met glas water in hand en wat later mag ik met hen aanschuiven aan de barbecue.

In de zaal zie en hoor ik de mensen hoe ze plaats nemen. Gehaastheid, snel plaatsen reserveren. Het doet me wat denken aan de lezing deze morgen over de bruiloft van Kanaän. Ik zit er precies midden in. De mensheid is toch boeiend! En ik geniet van de ‘plaats’ in mijn hart. Daar waar ik mag zijn en die overal en altijd Is.
Aan tafel zit ik tussen Armand en Regine.
Ze reden ooit met de fiets naar Compostela. We hebben heel fijne momenten aan tafel. Spreken over de weg, over het leven over courante dagelijkse zaken. Over kruiden. De sfeer is gemoedelijk en familiair. Ik zie dat sommige mensen zich vragen stellen over wie ik ben en wat ik aan tafel doe. Voor sommige mensen is dit wat uit de comfort zone, voor anderen als een vanzelfsprekendheid. Ik stel de eerste al snel op hun gemak door ze aan te spreken.

Zegt de burgemeester plots, “Armand heb je al uitgelegd aan mevrouw wat er hier voordien was?”. Armand legt me uit dat de zaal waar we aan het eten zijn, dit de vroegere fabriek was van Ricqles, daar waar ze ‘Alcole de Menthe’ vervaardigen. “Och, dit heb ik als kind vaak gekregen in de wagen. Mijn vader had dit altijd bij want ik was vaak wagenziek. En een paar van die druppels op een suiker, was me altijd deugddoend. En het is nog lekker ook.” “Ik heb hier 40 jaar gewerkt” zegt Regine met grote fierheid.
Armand kent heel goed de buurt en legt me uit dat er hier ook een weg is genaamd ‘Stevenson’. “Ja, dit zag ik maar was wat verward met de weg in Zuid-Frankrijk”. Hij legde me uit dat het over dezelfde Stevenson gaat en dat hij langs hij met de Canoe vaarde, de weg die ze zullen merken en kenbaar maken.

Om vier uur in de namiddag beslis ik toch maar eens om nog wat te wandelen. Uiteindelijk wandel ik nog tot ’s avonds. In Choisy-au-Bac zie ik een huisje die mijn aandacht trekt met korte schattige gordijntjes. Ik bel aan. “Goedeavond meneer ik zoek een plaats waar ik mij tarp voor een nacht zou kunnen neerzetten. Kent u een plaats waar dit mogelijk zou zijn?” “Ja, hier”, kwam er vlot uit. En zo kwam ik aan ten huize Thierry en Myriam.

En in de plaats van mijn tarp op te zetten kreeg in een bed aangeboden in een bijhuis.

Na een goede nachtrust en een ontbijt samen met Myriam, neem ik afscheid. “En ’s embrasse”, vraagt Myriam. “Avec plaisir” ” Dank je wel dat je gekomen bent. Dankzij je komst heb je ons op het idee gebracht om ons huis open te stellen voor pelgrims. Zowel ik als Thierry houden van mensen te verwelkomen.”

Één korte dag staat me te wachten. Alle, ik plak er nog een rondje bij en geniet van een wandeling in de natuur vóór ik Compiègne binnen wandel via een lange, oneindige tuin richting het kasteel van Compiègne.

Naar het toeristisch voor de sleutel van de eerste pelgrimsherberg. Een vriendelijke dame verwelkomd me. In de herberg mag ik de eerste pelgrims ontmoeten. Joseph en Gilles, zoon en vader samen op stap. En een Nederlands koppel die weg is met de fiets tot Casablanca.

Compiègne

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

En hier

Matisse

Matisse

“Goedemorgen G. heb je goed geslapen?” “Ja, maar ik heb….”, terwijl hij met zijn handen teken maakt dat hij geweend heeft. Ik ga bij hem staan en leg mijn hand op zijn schouder terwijl ik hem aankijk, ” weet je G. tranen laten bloemen groeien.” “Dat is mooi, dat is mooi”, deelt hij terwijl hij verder de ochtendtafel dekt.
Bij het afscheid nemen aan de deur vraagt hij me, terwijl we elkander de hand geven, “wil je Jocelyne voor mij meenemen op de weg?” “Dit zal ik”, al knikkend, terwijl we allebei een hand op elkanders schouder hebben.

In afwachting tot het museum van Matisse opengaat neem ik plaats op een terras. Een potje koffie, mijn dagboek en met een deuntje op de belforttoren ‘prendre un enfant par la main’, geniet ik na van de rijke en warme ontvangst bij G. En de vele andere warme ontmoetingen op mijn weg.

Le Musée Matisse. Ik laat me meeslepen doorheen de zalen en hoe verder ik in de tentoonstelling kom, hoe meer de buiten wereld verderaf leikt te zijn. Obgeslorpt door de kleuren, de rijke woorden die me nieuwsgierig maken naar wie de mensen zijn achter het doek, de schoonheid van het aanwezige. Matisse, Picasso, Chagall…

Op een muur staat geschreven, met de woorden van Matisse na een belangrijke medische ingreep:” Vanaf nu, zal je verwezenlijken enkel waar je plezier aan beleeft zonder rekening te houden met wat anderen willen of eisen.” Ik dacht terug aan G..

Hieronder wat uitspraken uit de tentoonstelling, die trouwens een aanrader is.

‘-Il y a des fleurs partout pour qui veut bien les voir.
-Trouver la joie dans le ciel, dans les arbres, dans les fleurs.

  • Il faut regarder toute la vie avec des yeux d’enfants.

Henri matisse.’

Ik vertrek pas om 12u vanuit Le Cateau-Cambresis. Eerst even een bakkerij binnenstappen. “Waw, mevrouw wat een aangename verrassing om hier binnen te stappen. De jeugdige frisse kleuren raken de mens in hun jeugdigheid en vrolijken de mens op. Wat een aangename verrassing.”
Een bakkerij die nog in haar oorspronkelijke ‘jus’ staat zowel binnen als buiten. Opgefrist door haar persoonlijke ‘Touch’ van de dame.

L’étang de St. Crépin. Een terras. Een viswedstrijd, een grote treurwilg, schaduw, in compagnie met de hartelijke eigenaars.
“Madame ik wacht nog altijd op mirakels. Bestaat dit werkelijk”,vraagt een meneer die erbij is komen zitten. “Meneer alles hangt af van wat jij een mirakel noemt of ziet. Voor mij zijn ze er dagelijks, in de kleine dingen. Laten we onze wereld verkleinen en eens kijken op een vierkante meter in het gras wat er allemaal te zien is. We zouden versteld staan. Kleine mirakeltjes.
Neem nu ook als voorbeeld. Ik ben het museum van Matisse gaan bezoeken deze morgen. Het was verrassend mooi. Het circus van Chagall, de flora van Matisse, hun teksten… Voor mij een mirakel was daar buiten komen met de gewaarwording dat het kleine meisje in mij werd aangewakkerd, naar buiten komen met een innerlijke vreugde. Is dit geen klein mirakel!

In een straat wandel ik langs een peperkoekenhuisje. Een huisje met torentjes, half gehaakte gordijnen. Een tengere bejaarde man zit er binnen zijn omheining, op een rietenstoel met een boek in de hand midden zijn stoep en omringd door zijn kleurrijke, fleurrijke bloemen. Ik zeg hem een goedendag. Hij hoort me niet. Hij is volledig opgeslorpt door zijn stripfiguur. Voor zijn poortje sta ik wat stil, we zijn maar van een paar meter verwijderd van elkander.
De vroegere fotograaf in mij zegt ‘neem een beeld’ . Mijn hart observeert en laat de situatie tot zich komen zonder iets te ondernemen en laat zich onderdompelen door dit zachtlevend tafereel die zich voor me afspeelt. Ik stap verder zodat ik hem niet laat schrikken.

Op de ‘Allée des rêves’ in Bohain-en-Vermandois val ik in slaap na een dankbare dag vol kleur in alle vormen.

Hier nog wat beelden

Hier nog een kortfimpje

Jocelyne

“Pardon meneer, ga je vissen” , vraagt een man met een koerspet op, een groene overall en een kar in de hand met een voorovergebogen houding om mij te kunnen zien in mij tarp. “‘Neen meneer, doet u maar”, terwijl ik mij wat zichtbaar toon uit mijn slaapzak. “Oh, pardon madame heb je niet te koud om zo te slapen?” “Neen, absoluut niet”, ik draai me nog even om.

Wat verder zit iemand lenigmakende oefeningen te doen. Lars uit België op weg naar Compostella met zijn ligfiets. Hij deelt me wat plaatsen om in abdijen te kunnen overnachten. Ik stap richting de campingcar om een goedemorgen te wensen aan Roland en zijn vrouw. We delen wat over verschillende manieren van leven, over al of niet de noodzaak van een huis. Over ‘bewegend leven’. Zij doen het met een kleine bus, ik te voet.

In de kerk van Landrecies hoor ik muziek op de achtergrond ‘Les chants de la fraternités des frères et sœur de Jeruzalem’. Mijn hart maakt een vreugdesprong. Ik mis ze.

Langs het kanaal ‘Sambre à l’ Oise’ geniet ik ten volle van de bloeiende en rijke flora en fauna.

Rustend op een bankje aan de spoorweg, zie ik een vrouw wandelen met haar hondje. Wat later kruisen we elkander. “Gaat u ver zo?”, vraagt de vrouw. “Voorlopig wat ik weet is dat ik richting Vierzon stap erna weet ik nog niet. Het kan zijn dat ik ter plaatse blijf of dat ik verder stap. ” “En helemaal alleen? Heb je geen schrik? Ik zou niet durven. Ik heb veel te veel schrik en met alles wat we te horen krijgen en zien.”
Ik ga wat dichter bij de vrouw staan en we beginnen hierover een gesprek over angsten. “Angsten hebben we zelf in de hand mevrouw, voor mij ligt dit tussen onze oren. En natuurlijk is dit gemakkelijk gezegd dan gedaan. Maar net wanneer men er aandacht aan geeft dan kan men al blokkeren. Ik zie je hond. Honden hebben me veel geleerd op de weg wat angsten betreft. Wanneer ik in angst ben dan kunnen zij dit gemakkelijk opnemen en worden ze onrustig. Iemand die je kwaad wilt of geen goede intenties heeft neemt dit ook op. Die persoon zal dus je angsten zien, voelen.
Wij als vrouw hebben een sterke intuïtie. Vaak en in vele gevallen hebben we onszelf verwijderd van onze diep ‘weten’ . Dit kan uit bescherming zijn, uit angst, omdat we ons hebben laten vol proppen met negativiteit…of van alles een beetje of kijk wat er al twee jaar aan het gebeuren is rond ons. Een beter voorbeeld kunnen we niet hebben. We hebben onszelf verwijderd van onze gevoelens en gewaarwordingen. We hebben haast en nemen de ‘tijd’ niet meer om te voelen of gewaar te worden en dat omdat we het merendeel van de tijd hier hebben geleefd”, terwijl ik een opgaande beweging maak met mijn hand vanaf mijn borstkast naar boven wijzend naar het hoofd. “We zijn deze vergeten”, wijzend naar mijn buik. “Bewuster gaan leven.”
“Ik kan dit niet, ik heb teveel schrik”, herhaalt de vrouw nog eens. “Maar vanwaar komen je angsten zo sterk?” , stel ik haar de vraag terwijl ik denk aan de tv. “Kijk naar de TV…” , deelt de vrouw. “Och, sluit dit bakje maar. Daar is weinig goeds te zien. En de mooie natuurreportages dit wat ons kan verbinden wordt getoond midden de nacht. We worden of sommigen zijn het reeds geworden poppetjes met koorden aan onze armen, benen en hoofd zoals in een poppenkast. Zo laten we ons leiden of misschien kan ik wel het woord manipuleren gebruiken”, zeg ik met een glimlach en mij verder verwijderen van de dame.” Veel moed en een goede weg”, wenst de vrouw me toe. Plots gaan de lichten en de bel van de spoorbalustrade. Ik kom eventjes terug op mijn voetstappen, “Hoe komt het dat je geen schrik had van me en we zo vrij konden praten met elkaar”, vraag ik nog. “Maar dat zag ik, ik heb gevoeld dat er geen gevaar was” , zegt de vrouw. “Zie je dat het kan! Alle, tot een volgende keer op de weg onderweg”, deel ik zwaaiend naar haar.

Net voor Le Cateau-Cambresis ontvang ik een onverwachte fikse regenbui. Kletsnat stap ik het touristisch bureau in. De vriendelijke dame helpt me verder en zorgt ervoor dat ik een overnachting in het droge kan hebben bij meneer G. Nog eerst even op boodschappen om samen te eten en zo sta ik een half uurtje later kletsnat aan zijn deur met een maaltijd en twee éclairs.
Ik krijg mijn kamer toegewezen, toont de badkamer en mijn plaats aan tafel.

Een persoon die al 12 jaar in een zeker gemis, tristesse woont na het overlijden van zijn vrouw.
We hebben een gevulde avond met boeiende gesprekken over de kerk, de instantie… Over de periode waarin we vertoeven. Over het ontwaken van onze eigen mogelijkheden en het goddelijke in onszelf. Over hoe we klein gehouden geweest zijn. De vrouw en het hoofddeksel in de kerk. Intuïtie en wat er zich zichtbaar aan ons liet zien en velen hierdoor achtervolgd werden en op de brandstapel kwamen, zelfs volledige kloostergemeenschappen, Begijnen… Over wat zich vandaag afspeelt in de wereld, het ontwaken van de mens.. Een goed gevulde avond…
Toen begon hij over zijn vrouw. Hoe en aan wat ze is gestorven. Ik voel haar aanwezigheid nog heel sterk in het huis. Hij deelt me zijn leven toen en vandaag. “Ik zou je graag een vraag stellen, weet dat niets je verplicht om er op antwoorden. Is dit ook voor je?” “Ja, natuurlijk?”, terwijl G. me aankijkt. “Heb jij nooit gedacht om je verder te delen met iemand anders?” “Oh, jawel. En er zijn vrouwen genoeg die het graag zou willen”, zegt G. terwijl ik iets, zie openbloeien bij hem en zijn blik opener wordt. “Bizar, je zit op dezelfde stoel van mijn vrouw en mijn vrouw vroeg me toen net hetzelfde”, zie ik hem nadenkend delen.
“Wat hou je tegen?” “Wel hoe de andere mensen ermee zullen omgaan. Erover zeggen.” “Ach, de anderen. Zo herkenbaar. Dit kan zo een blok aan ons been zijn om die gedachte te hebben. Heb lief, laat je lief hebben G. Ga ervoor en probeer deze gedachte opzij te plaatsen. Laten we liefde verspreiden. Zodat het zich kan verderzetten. Ga niet in gevecht tegen wat komt. Gewoon aanvaarden en daarachter zal naar je toekomen wat je nodig hebt en waar je verlangens liggen”. We eindigen de avond met het delen van een niet alcoholisch drankje… We klikken onze glazen tegen elkaar, kijken elkander aan “Op Jocelyne!”.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Wilde kastanje

Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten.
En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.

Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.

Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren.
Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.

De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.

Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.

In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar.
Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden