Laura

Na een goede nachtrust
wandel ik naar de woonkamer. Op tafel staan versgebakken crackers. Laura gaat nog even verse kruiden plukken. Af en toe begin ik een gesprek met Laura, telkens weet haar man er tussen te komen, waarbij Laura verdwijnt op de achtergrond en hij gaat er zo in op dat er geen verbinding meer mogelijk is. Het onderwerp le ‘Canard enchainé’, een satirische krant. Waar volgens hem enkel, daarin ‘een waarheid’ staat geschreven. Wanneer hij wat rustiger wordt kom ik terug bij haar zodat we kunnen afronden wat we begonnen zijn.

Jean-pierre vertrekt naar buiten.
“Pourquoi vous prenez tous les jours le chemin avec se temps. A travers la pluie. Pas de comfort. Qu’est ce que il y a”, vraagt Laura me.
Ik laat de vraag bij me binnenkomen, ik kijk haar aan met een voelbaar open en vrolijk gezicht, “Och…”, een stilte. “Qu’est ce que il y a sur le Chemin. Lumière, l’Amour, être avec la simplicite, la pureté, être enrobee de la Grandeur…. de la joie. le Chemin “, terwijl ik het deel voel ik tranen van vreugde.
Laura kijkt me aan, terug zie ik die openheid bij haar die ik ook gisterenavond zag. Ze was zo blij dat ik bij haar aanklopte. Haar gezicht kwam helemaal open, haar ogen fonkelden toen ik sprak over Compostella, pelgrimeren. Alsof dat mijn verhaal haar moed bracht om haar verlangen tot leven te brengen.

Jean-Pierre komt terug binnen. Hij begint terug iets te delen in een heftigheid, over een systeem waar hij niet tevreden mee is. Maw. hij richt zich naar buiten. Wijst naar buiten, buiten zichzelf. Ik zie een zeker rebelleren, afzetten tegen… en daarachter zie ik de mens die vooral met zichzelf aan het worstelen is.
“Est ce que je peut te partager quelque chose.” “Oui, bien sûr”… “tu c’est je te comprends tous a fait le mouvement que tu fait, ce que tu veut dire. Il y a beaucoup de réalité et je peut te suivre dans tes partage.
Seulement tous ce que tu partage vient d’un combats intérieur. On veut partager ce que en c’est avec notre mentale et en tourne la dedans et cela peut duré longtemps. Avec ce mouvement en ce coupe du reste de notre corps. C’est un combat en nous même. Et c’est simplement un mouvement, une histoire qui se répète. Cela nous enmenne à rien, au contraire de plus en plus en prends distance de notre propre être. Je te fait ce partage car j’ai fait de même. Je voyais des chose qui étais injuste. Et c’était injuste. J’étais dans le combat. Je n’avais presque pas de contacte avec moi même, car j’étais constamment occupé à regarder en dehors de moi. Oh, oui ma vie étais bien rempli, mes vide. Aujourd’hui, ma vie est très sobre, silencieux, mes pleine de Vie. “

Hij kijkt me aan ik zag en voelde verbondenheid. Voor de eerste keer stond hij er, was hij présent.

Na een omarming et une embrassade. Verlaat ik Laura en Jean-pierre.

De graanvelden dansen heen weer in de strakke wind. Het frisse groen ziet eruit als fluweel met soms een laagje zilver.
Ik wandel in bossen, langs velden, door dorpjes.
La Côte-d’Or wat een prachtig regio. Ik sta stil en kijk naar het landschap, rechts en links zijn heuvels te zien, middenin een golvende lijn vol met gele bloemen, als ‘une côte en Or’.

In een dorpje sluit ik mijn ogen bij een waterbron. Geen kat te zien. Ik laat het geluid van het water binnenkomen hmm. dat is genieten… dorstig…

Tegen de avond komt een dreigende lucht naar me toe, de zoveelste, ik hoor een tromgeroffel in de verte. Ik zet een tandje bij richting Flavigny sur-Ozerain, fingerscross en hopen op tijd ergens binnen te zijn.
En ja hoor… Net op tijd binnen om het mooi lichtspektakel te aanschouwen van achter een venster terwijl mijn broek en kousen hangen te drogen voor een openhaard.

Unienville

Een bijzonder en mooi plafondschilderij in la Ville au Bois

Check… is alles terug op zijn plaats. Check… heb ik alles terug mee.
Ik verlaat de ruimte… en draai me altijd nog eens om in teken van dank.
In mijn hand een bos sleutels, waaronder een heel lange zware… de kerk….en een kleintje die van de crypte. Soms zijn er van die plaatsen waar je kan gewaar worden dat men wordt gedragen, mijn lijf voelt dan aan voorbij de grenzen van het tastbare en een plaats waar men lang zou kunnen in vertoeven. De crypte van Rosnay l’hôpital.

Ik verlaat het dorp. Een traktor in de verte komt in snelheid aan en vertraagt wanneer hij dichterbij komt… Mr. Martin, Brice. Ik richt mijn ogen naar boven. De vriendelijke burgemeester die gisteren zorgde voor een bed, warmte, water en later op de avond kwam hij nog eens aan met een heerlijke linzen schotel van zijn eigen land.
Ik deel het incident en beiden moesten we erom lachen. Gelukkig. “À tu bien dormis”, vraagt hij me met een brede glimlach. “Oh, agréablement et merci pour le repas, c’était un régale.” “Oh, avec plaisir. Ce n’étais pas grande chose”. “Oh, plusque assez, j’ai bien apprécié après une bonne journée de marche.” We nemen afscheid. Ik draai me nog even om en zie de mastodont van een traktor verdwijnen in de verte.

Kraanvogels blijven massaal de weg terug naar het noorden volgen. Boven mijn hoofd.. zie ik hun witte buik die contrasteert tegen het blauw van de lucht… wat een zachtheid, wat een harmonie, wat een samenhorigheid, wat een vloeiendheid. .. mijn hart gaat sneller, tranen rollen over mijn wang… Vreugde is voelbaar.
Vrede, vreugde, harmonie.
Het gebied waar ik ben kent verschillende meren; Lac du Der, Lac d’Amance, Lac d’Orient.

Een koude luchtstroom is plots voelbaar. Het weer veranderd. Na mijn muts, mijn handschoenen en regenvest kap houden me warm.
Brienne le château, ik probeer terug te denken aan toen, twee jaar geleden…
‘Oh, ja’, nu weet ik het terug. Het grote kasteel in de hoogte.

Bij het verlaten van Brienne en zijn lege straten, sta ik stil aan een huis. Op het eerste verdiep heeft iemand luidop muziek opgezet. Ik blijf wat staan en luister mee via het openraam en geniet van de combinatie muziek en de onzichtbare persoon die meefluit.
Het brengt wat leven in de straat, alhoewel ik veel liever mensen op straat zou willen zien. En eigenlijk heb ik soms zin om te roepen… mensen het is hier te doen… buiten…. Leef.

Ik stap verder tot in Unienville. Met zijn schitterende rivier. Een man staat met zijn traktor aan de deur van de gîte municipale. Helaas gesloten via waterlast. De man verwijst me verder naar een huis met blauwe luikjes, een gîte. Een jonge loopt me voor en opent een hekken. “Oh, veut tu bien appelé ta maman ou papa. Merci.”
Een man op krukken komt buiten en nodigt me uit binnen te komen. In een knus klein huisje krijg ik een slaapplaats. Wanneer ik hem vraag wat ik mag betalen voor de overnachting, krijg ik een bijzonder antwoord,” Le respect et le bonjour.”

Wat fijn om deze keer ook te mogen ervaren dat ook jonge gezinnen met kinderen hun deuren open, wat ik voordien zelden heb ervaren. Meestal kwam ik terecht bij mensen waarvan de kinderen reeds groot waren en het huis uit.
Ik kan me zo inbeelden dat dit iets is dat men als kind niet zo snel zal vergeten. Een warm en waardevol beeld dat ouders laten zien aan hun kinderen, dat een wildvreemde welkom is voorbij de angst en hulp wordt aangeboden. Wat een levensles en geschenk in beide richting.

Een gezellige avond rond de openhaard, een gedeelde avondmaal met Aurélie, Julien, Soline, Johan, de hond des huizes PilPoil. En een vriend des huizes Denis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

En route

Buiten hoor ik praten. Le poteau du jour is aangekomen. Ik kijk op mijn wekker 7u30. Ik breng mijn handen onder mijn hoofd, kijk naar het plafond en denk terug aan mijn droom terug naar boven.

Hoewel ik niet naar het nieuws kijk en ik me niet kan voorstellen dat dit me zou hebben beïnvloed… heb ik gedroomd over een ziekenhuistafereel, de tweede keer een identieke droom in korte tijd…
Ik lig op een bed, handen in elkaar, wit gekleed. En glijd van het ziekenhuis bed. Als een lichaam zonder beenderen, vloeiend de vormen volgend. Het afglijden duurt lang en diep. Het voelt goed. Er is veel volk in de buurt, niemand ziet het. Een verpleger/arts staat naast me om me terug op bed te leggen met de woorden – zonder ze werkelijk uit te spreken en zonder me te raken – “komaan ik geloof in je, op eigen kracht kan je je terug overeind komen en gaan liggen”. Hmmm, bijzondere droom met een telkens goed gevoel.

Ik sta op en ga naar de woonruimte om mijn ontbijt te nemen met gekende gezichten. Na wat aanwezig te zijn, te luisteren, ga ik mijn rugzak maken en me klaarstomen voor mijn tocht naar Vézelay. Ik neem afscheid.

Et hup en route… Mijn start op de Via Arduinna, de eerste heuvel richting Montmédy. Een weg die ik nu uit mijn broekzak ken, deze nam ik eenmaal per week om boodschappen te doen bij mijn verblijf in Avioth. Net zoals vroeger ipv met een voertuig, met de benen 8 km verder.

Ach wat deugddoend om mijn weg te blijven volgen.
In de namiddag bel ik mijn pa. “Bonjour papa, comment va tu ?” “Bhein, je suis à l’hôpital depuis ce matin.” Ik bleef er rustig bij en had zo mijn vermoeden wat de reden was. De bevestiging kwam.
Ik zet de telefoon uit en vraag me af wat ik kan doen of wat mijn verantwoordelijkheid hierin is.
OK, in het hier en nu. Ik stap verder en zal regelmatig met hem bellen. Hij kan alvast moppen uithalen, dus dit zit goed. Liefde zal ik hem toe sturen en hopen op een goede gezondheid. De rest is hopen dat mijn papa zijn eigen verantwoordelijkheid opneemt om niet in herhaling te vallen.

”s Avonds kom ik aan in Baâlon. Ik klop aan bij het gemeentehuis. Een man achter de balie zet zijn witte stoffen mondmasker op. “Bonjour, je suis à la recherche de monsieur le maire.” “Oui, c’ est moi”, zegt de man. Ik leg hem uit dat ik vernam dat er een feestzaal was en vroeg me af of ik er kon overnachten. Hij bespreekt met zijn collega de regels rond de Covid en ziet er geen bezwaar in… een feestzaal voor één persoon.

Avallon

img_20200104_1217038988677250333617155.jpg

Ondertussen is het hier een komen en gaan. Mensen komen bezoek brengen aan familie en vrienden, vergaderingen gaan door in Centre Madeleine…
In la salle St. Jacques leer ik een man kennen. Hij komt hier voor drie dagen uitblazen en antwoorden zoeken. Zijn lichaam, energie voelt onrustig. We geraken al heel snel in gesprek. Een niet weten, dilemma draait in zijn lijf en vooral hoofd over wat hem te doen staat in een levenssituatie. (ik ga niet verder in detail omdat het niet ter sprake doet).
Ik voel sterk dat hij op mij komt leunen en antwoorden bij me komt zoeken. Ik probeer goed bij mezelf te blijven om me niet te laten meeslepen in het verhaal waarin ik kan zien, voelen wat gaande is. Ik laat het bij hem. Mijn taak is niet om hem een antwoord te geven, om hem uit zijn lijden te halen, ook al zou ik hem daar misschien wel willen bij helpen om pijn weg te nemen. Dit zou eerder iets vertellen over mijn eigen pijn die nog aanwezig zou kunnen zijn in mezelf. Men kan de pijn van een ander niet wegnemen, omdat het zijn of haar pijn is. Iets dat we allen wel kennen en kunnen herkennen.
Het enige wat ik voel en wat ik kan doen is me blijven openstellen en luisteren naar hem. In het gesprek zegt hij plots, “dit le moi, tu connais la réponse. Je le vois.” “Non, je ne peut te donner une réponse. Ce n’est pas à moi de le faire”, hoor ik mezelf zeggen. In volle expansie met zijn lijf komt hij wat dichter, als een man die op instorten staat maar tegen zichzelf aan het vechten is. Ik neem wat stappen achteruit. Hij vertelt verder…. Ik eindig het gesprek met, “Tu sait… même si je saurait la réponse je ne peut te la donner. Car si je le ferais ce serait une conversation du mental au mental. La réponse que tu veut ne viendra pas de la. Cela ne t’apprendra rien car tu ne l’auras pas ressenti. La réponse viendra a toi, pas en la cherchant, mais tu la recevra à un moment inattendu”. De man wordt stil, kijkt me aan. Zijn energie wordt zachter. Zonder woorden hadden we elkander begrepen.

Op de middag ga ik naar de viering. Tijdens een… ik vermoed een homélie, hoor ik in een paar woorden wat ik deze morgen deelde aan de man.
Na de viering zoek ik het op in de bijbel… ik vind het niet terug. En eigenlijk doet het er niet toe. Wel fijn dat bevestigingen dichter en dichter komen en ik me hierin gesteund voel.

Ik ga even om de hoek, naar de winkel van de zusters om een boodschap. Een zuster spreekt me aan en deelt, “oh,… À partir d’un certain âge c’est difficile de rentré. En la essayé mais le moule est fait…”. Hmm, ik begrijp eerst niet waarover ze het heeft, ik had hieromtrent ook geen vraag of raad gevraagd. Ik luister verder naar haar delen omdat ik voel dat er een energie aanwezig is waarin we naar elkander toe worden gehaald en wat de zuster deelt met mij te maken heeft. “Allez a La Pierre-qui-Vire, la il y a quelqu’un qui te donnera une réponse qu’elle direction à prendre. Bon ils y a un peut des fous là bas. Mes ’t inquiètes pas.” “Euhh, ma sœur je savez pas que cela exister”, deel ik haar, voelend dat het haar humor was die ze boven haalde. Ik zet ern paar stappen richting de deur, kom terug op mijn stappen… “Ma sœur… Euh… La Pierre-qui…”. “La Pierre-qui-Viré, oui en a viré Marie ils reste que Viré”, antwoord ze met ‘Hi’. Een bijzondere zus.

Terug in centre Madeleine bekijk ik even de grote landkaart die aan de muur hangt waarop vele Jacobswegen uitgetekend zijn. Ik stip Vézelay aan, zoek naar Bugarach (hier later meer over) en Sainte Beaume. Een nieuwe tocht… Ik neem wat afstand van de kaart… een L vorm.

Op de middag ga ik iets kleins eten met Marie-France en Martine. Aan een tafeltje zitten twee dames, een onbekende en één van de dames die me sprak over Sainte Beaume. We wensen elkander gelukkig Nieuwjaar.
De andere dame staat op en komt Martine aanspreken… Sainte Beaume… zelf ga ik achteruit en neem wat afstand om niet te horen. Wanneer het gesprek afgelopen is schuif ik terug aan. We hebben een fijn moment samen.
In de namiddag gaat Martine naar Avallon. Ik wordt uitgenodigd en ga erop in. Avallon een naam die ik al vaak heb gehoord…

img_20200108_1842207842845736545638454.jpg

Abbatiale Avallon

Een uur later zijn we in Avallon. Ik herinner me dat ik vorige jaar tijdens mijn 8 maanden pelgrimstocht hier iets over zag verschijnen op FB. Ik zoek even op en lees… hmm, het eerste wat ik lees gaat over een interpretatie, persoonlijke invullingen over Vézelay, de Basiliek en over een zuster met een stofzuiger… Hmm, een verdraaid beeld wordt weergegeven van de realiteit… Ik lees verder over Avallon…het is dus wel hier, Avallon in Frankrijk. Ik zoek de kerk op, die een abbatial is. Het timpaan van de abbatial trekt mijn aandacht. Rijkelijk versierd met beeldhouwwerk. De rechtopstaande pilaren staan vol met florale afbeeldingen. Ik stap de kerk binnen. Een zwaarte is hier voelbaar, het is er somber en vochtig, de vele glasramen tonen de rijkdom van toen. Een eenvoudig beeld van de Aertsengel Michael is te zien in de rechterflank. In het midden een enorme metalen rooster ook in florale vormen. Daaronder de crypte die voor het publiek niet toegankelijk is waarin de schedel van Lazarus zou liggen. (Op het einde van de tiende eeuw zouden de relieken zijn overgebracht door Hendrik I van Bourgondië, maar ook in Marseille houdt men vol dat ze in het bezit zijn van het hoofd van de heilige. Lazarus is de patroon van de lepralijders – Bron:Wikipedia)
Patroon van de lepralijders, dan is dit niet vreemd dat ik hier een zekere zwaarte mocht gewaarworden, wanneer een gids me verteld dat l’abbatiale vooral in de geschiedenis gevuld werd met leprozen omdat de omringende buurten en kerken ook al vol lagen, tot in Vézelay tien kilometer verderop (bron: gids Vézelay)
Ik verlaat de kerk en wandel terug richting de markt. Een warme chocomelk met Martine en dan terug naar… huis….

In de wagen deelt Martine me wat de vrouw aan haar vertelde deze middag. “La dame me parlez d’un arbre en forme de L, une grotte…”….

OK, j’ai compris, affirmation reçue….Een pelgrimstocht krijgt vorm. Hi, ik voel vreugde binnenin.

img_20200103_1124156210346054571553369.jpg

Hoogaltaar – abbatiale Avallon

Gouden rand

Basilique Marie madeleine

Aangekomen in Lille Flandres. Een koffie. De eerste bar, hmm voelt niet goed. Ik dank vriendelijk en neem een volgende bar wat verder. Een man van Marokkaanse origine wenst me een goede morgen en brengt me een geurende koffie.
Mijn dagboek… ik vul aan. Twee uur zijn bijna voorbij… terug richting het station voor een volgende trein. Ik steek de straat over. Een kleine etalage. Eén boek trekt mijn aandacht, alles wat errond staat verdwijnt in het niets… een kaft in warm roze, bomen in zachte pasteltinten, de buitenkant van de bladen in het goud… Een Bijbel of is het… De Bijbel…
Ik volg mijn intuïtie stap binnen, vraag om hem te zien. Ik neem hem in mijn handen…voelt goed, het boek voelt als één met mezelf en niet als een materie waarnaar ik kijk en die buiten me staat.
Voor de rest laat ik me verleiden door een nieuwe tekenfilm die spreekt over het Kerstverhaal met prachtige tekeningen.
Hmm, nooit gedacht dat ik ooit zelf een bijbel zou hebben aangekocht. En hoewel ik er al één sedert mijn jeugd overal mee verhuis – een cadeau van mijn vader – heb ik deze nooit kunnen openen. De verbinding met mijn vader… De verbinding met… Vader… Spiritualiteit is altijd iets geweest dat ik met mijn papa kon delen, weinig woorden waren hierin nodig…

De snelheidstrein komt aan. Ik neem plaats… 73. Nog net voor vertrek komt een Spaans/Frans gezinnetje rond mij zitten. Ze hebben samen Kerst gevierd in Frankrijk. Schuinrechts voor mij een man, we kijken elkander aan met een zachte innerlijke glimlach. Een fijne energie is voelbaar.
Ik check ondertussen de trein voor Paris/Sermizelles… oeps… hmm, ik zal niet ontsnappen aan de treinstaking. Paris, de enige werkende metrolijn ’14’ (die heeft namelijk geen bestuurder en wordt electrisch bediend). Massaal volgen we richtlijnen die ons van punt A naar B brengt. Doet me denken aan de kort filmpjes die ik soms zie verschijnen waarin mannetjes in maatpak elkander volgen, allemaal in één kadans. Zo ziet het er bijna uit…
Paris Bercy, vijf uur wachten en de enige trein heeft een halfuur vertraging. Geen nood… een boekje… vertrouwen.
Al puzzelend met treinen, bussen… En een lift die me wordt aangeboden kom ik uiteindelijk aan in Vézelay. Hmm, bijzonder ik wordt me bewust dat 26 december de dag is waar ik normal terug zou gekomen zijn van de tocht naar Jeruzalem. Alleen bevind ik me nu hier, daar waar ik op 5 juli was vertrokken naar…
Een code, de sleutel ligt klaar. Welgekome.

Cité de la Voix

Zes uur in de ochtend. Samen met een paar zusters en broeders breng ik vóór de laudes een uur in stilte door in de kapel van het vroegere klooster. De laudes… De prachtige stemmen weten me iedere keer te raken. Een tekst wordt voorgelezen… Bij de eerste zin hoor ik de naam van Maria Magdalena. ‘Euh…de bijbel is zo dik.. ‘ hoor ik mezelf zeggen ‘… en net Nu hoor ik haar naam.’
Na de viering ga ik richting mijn kamer. Een boekje, ligt de blinken op mijn nachttafel.
Hoe begin ik hier nu aan… een legende achteraan wijst me de weg… ik kom bij de naam Marc 16.9
‘Jésus, étant ressuscité le matin du premier jour de la semaine, apparut d’ àbord à Maria de Magdala….

Ik stel me hier verder geen vragen bij. De verschillende gebeurtenissen van de laatste jaren en maanden hebben me genoeg bevestiging gegeven dat ik hier mag op vertrouwen en ik mijn hoofd met rust mag laten en genieten van het nu. Op het juiste moment in tijd en ruimte zal ik ontvangen wat ik nodig hebben.
Mijn eerste dag hier is goed ingezet in rust en vrede.

Onderdak

Reeds 6 jaar ga ik pelgrimeren en vraag ik mensen of ze mij onderdak kunnen bieden voor 1 nacht. De ontmoetingen zijn mooi, warm, eenvoudig en vol van liefde.
Vaak krijg ik negatieve reacties van andere pelgrims op de manier hoe ik het doe. Misschien omdat ze er niet klaar voor zijn, zoals Mevr. Duboc ook deelt vanuit haar ervaring.
Trouw blijf ik aan mijn weg.
Het korte verhaal van mevr. Duboc (zie link hieronder) doet me denken aan mijn weg.

Op een dag kreeg ik een hotelkamer aangeboden. Mijn hart gevuld met liefde, werd alsmaar groter… Liefde. Deze Liefde bracht me de mogelijkheid om op mijn beurt deze liefde verder te delen.
Een andere dag. Zag ik een vrouw haar angst om me onderdak te geven. Ik liet haar tijd zodat ze kon gaan voelen. Ik bracht uiteindelijk de nacht bij hen door. ”s morgens bij vertrek antwoordde de vrouw’ wat ben ik blij dat je aangeklopt hebt. Je leerde me mijn angst opzij zetten en mijn deur te openen voor een onbekende. Het was ook geen toeval dat je hier kwam (de vrouw had een moeilijke dag…) Je was als een engel die kwam aankloppen.

Twee verhaaltjes uit de zovele…
Wanneer je de deur van je hart opent voorbij de angst, gaan er andere deuren open.

Deze getuigenis van mevr. Duboc bracht me terug op mijn wegen. De pelgrimswegen die vandaag deel uitmaken van hoe ik in mijn dagelijks leven sta. Dankbaar om haar delen, een prachtig en warm voorbeeld die aantoont hoe we allen ergens met elkander verbonden zijn.

Vandaag is het net 1 jaar dat ik terug ben van mijn pelgrimstocht een tocht die een grote groei bracht op mijn weg binnenin mezelf. De enige weg die voor mij bestaat, telkens opnieuw. Ieder dag.

De komende zomer vertrek ik naar Reines les Bains in le département Aude. 🙏

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=10157606287693476&id=676288475

Lourdes

img_20190506_2046344156121437475771438.jpg

 

 

Door de snellere mobiliteit van de groep, de vermoeidheid van Jeannette, eigen zelfzorg, vraag ik een rolstoel voor Jeannette.
“Hohhhh” hoor ik Jeannette zeggen terwijl ze met haar hand voor haar mond ga.

Een eerste kennismaking met het heiligdom. Op mijn linkerkant het plein, de basiliek die staat te glinsteren in de zon. Rechts van me een groot beeld. Een vrouw met blauw kleed, wit gewaad, op haar hoofd een gouden kroon. ‘De vrouwe, onze lieve vrouwke, ons moederke’, zoals Jeannette het zo mooi kan vertellen.

Terwijl ik haar de tijd en ruimte geef om te zien en alles in zich op te nemen, word ik plots een hevige stekende pijn gewaar, als een mes die ze me van voor tot achter in mijn rechter zijflank steken. Dit gebeurt zo driemaal achtereen.
“Jasmine, kunnen we tot aan de grotte goan asjeblieft”, hoor ik Jeannette vragen. “Ja hoor, we zijn vertrokken”, terwijl ik haar rolstoel voortduw.

“Ik weet niet of ik min goan keun in oude wei”, deelt ze me mee. “Dat hoeft niet Jeannette, laat maar stromen wat er komt en is. Het is OK.”, zeg ik haar dicht bij haar oor.
Aan de grot aangekomen zie ik haar borstkast schokken maken en fijne geluiden bij het inademen. Een traan vloeit over mijn wang.
Ze legt haar hand op de rots, ” OH, Bernadetje , ik kzin hier weere. Zo blij dak er weere ben”. Ik volg de koorden tot aan de banken waar we plaats nemen. Mensen komen en gaan. Ontelbare handen hebben deze rots al aangeraakt waar Bernadette Soubirou verschijningen zag van een vrouw in wit gewaad met gele bloemen op haar voeten en in haar handen een rozenkrans.

 

 

We keren terug naar de ingang.
“Jasmine, da is hier tastbor he, da keun ze toch nie zeggen da da folklore is”, deelt Jeannette me mee.

Na het middagmaal keren we terug voor een groepsfoto op het grote plein.
Terug aangekomen tussen het grote Mariabeeld en het plein, wachtend op de fotograaf, voel ik terug scherpe steken in mijn zij. ”s Avonds herhaald zich dat terug op dezelfde plaats van het domein wanneer ik eraan kom na de kaarsprocessie.

 

img_20190508_213257_2914777134069515628000.jpg

Dienstbaarheid

img_20181213_1853575567102310799678446.jpg

Op tafel een heerlijk geurende tas koffie. Een kopij van een kaart de ik deze week trok ‘de otter’, die staat voor vrouwelijke kracht. Een andere van de opgestegen Meesters ‘Groene Man’, trek je eens terug in de natuur. Een blokfluit, chants de Taizé. Een bloem.
De zon komt schijnen op een 16°eeuwse vijzel. Terwijl ik er naar kijk komen beelden voor mijn ogen en geuren onder mijn neus. Groene planten, een eenvoudige natuurlijke keuken gemaakt in hout en hardsteen. Geen hedendaagse voorwerpen. Ik zie mezelf in een totaal andere tenue, ruim, natuurlijke degelijke stoffen, sober. Een zachtheid, sereniteit, kracht en warmte hangt over me heen…

De laatste maand was niet zo fijn. Het was bijna iedere dag trekken aan mijn kar om buiten te komen in een jungle van prikkels. Ik begon mijn kracht te verliezen, de verbondenheid met mezelf, de verbondenheid met het universele en het goddelijke. Momenten van een diep verdriet die plots over me heen kwam en niet weten van waaruit, ik liet toe. De muren van mijn kamer die begonnen te bewegen, momenten van angst waar ik dacht, ik bel iemand op om te vragen dat ze mij ”s anderendaags contacteren om te weten of ik er nog ben. Herkenbaar van toen ik kind was, wel fier dat ik er vandaag mee om kan. En hoe verder ik kwam en naar mijn lichaam keek hoe zwakker mijn buik werd. Mijn organen werden pijnlijk. Een stuit die zijn stevigheid was verloren en pijn gaf bij het wandelen. Wat darmproblemen.
Een manuele therapeut stond me bij en we zochten samen naar de oorzaak.
Onderzoeken op lever en bloed zijn achter de rug en gelukkig met een schitterend resultaat. Een darmonderzoek staat nog voor de deur. Drie dagen tijd om volledig te kunnen ‘lossen’.
Ik ben me bewust dat dit er niet zomaar was en is. De reden waarom ik dit neerschrijf is niet om medelijden of in een slachtofferschap terecht te komen, wel om te delen dat lichaam, geest en ziel één Zijn. Dat een ziek zijn of voelen niet afzonderlijk te bekijken is als iets extern die zich plots inplant en los staat van het individu. Wel dat ziek zijn veel breder te bekijken is.

Gelukkig heb ik de moed en het vertrouwen om in deze onaangename fase te staan. Prettig is wat anders en ik geef toe mijn geduld werd en wordt op de proef gesteld.
Terzelfde tijd werd deze periode gevuld met dienstbaar te mogen zijn. Een dienstbaarheid die anders aanvoelde, ze was volwassen geworden. Waarom noem ik het ‘volwassen’ . Omdat de dienstbaarheid er niet meer was vanuit een afhankelijkheid, een eigen nood, een opvulling van een tekort.
Wel een dienstbaarheid die terug in zijn puurheid mocht bestaan, dezelfde dienstbaarheid die ik al had als kleine ukkupuk.
In zachtheid en Liefde mogen nabij zijn met respect voor de persoon en wat was, in verbondenheid .
En dit kunnen en mogen kan enkel gebeuren wanneer beide partijen bereid zijn om stappen naar elkander te zetten.
Zich durven openen in kwetsbaarheid, het durven vertrouwen in de ander doorheen de eigen kwetsuren. En dit is zowel vanuit de gever als ontvanger. Een waardevolle verbondenheid die de mens doet groeien naar elkaar, waar voor mij geen verschil en ook geen versmelting voelbaar is tussen twee mensen. Wel een hartelijke verbondenheid waar elk individu op zichzelf mag bestaan verbonden in eenheid.
Een wisselwerking die ik mag meedragen in mijn hart en waar ik jullie, ja jij, zo dankbaar om ben. Dankbaar, om te hebben mogen delen in je kwetsbaarheid, om het vertrouwen die je in mij schonk, om je te openen. Het bracht ons dichter bij elkaar als mens, een bijzondere plaats hebben jullie in mijn hart. Dankjewel.

Door deze voorbije periode, waar ik aan de ene kant heb leren grenzen en begrenzen. De dienstbaarheid. Het proberen te leven in de drukte van stad. In liefde blijven staan in de nabijheid van agressie. Het durven zelf hulp vragen om dingen waar ik mijn energie in verlies. Het kunnen ontvangen van hulp bij het op punt zetten van de pelgrimstocht ‘De buizerd’. Mijn lichaams signalen. Het verlies van energie. Twijfel. Het leren omgaan met de negatieve reacties, jaloezie, afwijzing ontstaan na een voordracht over de pelgrimstocht. Een ongezond lichaam. Te wonen in een huis waar macht aanwezig is en terzelfde tijd niets of niemand bestaat. Het evenwicht zoeken tussen trouw te blijven aan mezelf en de ander nabij zijn. Het is een waardevolle periode.
Elk moment, altijd. Ook al is het niet altijd bewust aanwezig.

Dit alles heeft me geholpen bij het stellen van een keuze. Een knoop wens ik door te hakken. De knoop van ‘waar ga ik leven en op welke manier’ . Het is me nog allemaal niet tastbaar en toch heb ik het idee en gevoel dat het ergens al vast ligt en de weg open is. Eén iets is wel tastbaar en dat is leven in en met de natuur en in dienstbaarheid daar waar ik in balans kan Zijn.
Ik ben me bewust dat deze moet gebeuren want hier, in stad, verlies Ik mezelf, lukt het me niet om te aarden. En mij opsluiten in een ruimte om tot rust te komen en te aarden. Neen, dit is voor mij niet weggelegd en voelt zo contradictorisch aan, aan wat moeder natuur me schenkt.
Een grote angst en verdriet is hierbij voelbaar aanwezig. Ik vertrouw en wens ervoor te gaan. In vertrouwen op wat komt.

 

Nederigheid

Hoewel ik niet gefeest of geboemeld heb met de Eindejaarsfeesten en er in alle rust en in warme compagnie heb van genoten, is de drukte en de zware energie die het met zich meebracht toch wel in mijn huid gekropen.
Massa mensen waren aanwezig in de binnenstad. De Kerstmarkt gevuld met eet – en drankgelegenheden. Af en toe wat artisanal werk zoals kaarsen, houtensnijfiguren en veel made in… Wat me opviel was de vele zoete voeding… chocolade in overvloed… De mens hunkert naar zoet.

Op bezoek bij de Grauwzusters. Sedert mijn pelgrimstocht in België kom ik hier zo twee keer per jaar. Vanaf de eerste keer was er een klik tussen de gemeenschap en mij. Nadien ben ik er telkens met Driekoningen. Wanneer ik hier ben pas ik me aan, aan de uren en structuur van hoe de inwoners hier leven. Iets wat ik trouwens overal doe als ik onderweg ben. Gewoon met een open hart in ontmoeting zonder iets te willen of te wensen. Gewoon ‘Zijn’ in het Nu en dankbaar met wat er is. Nederigheid zou je dit kunnen noemen, een woord waar voor velen nog een lading opzit omdat men dit ziet als zich wegcijferen, onderdanig zijn en niet kan loskoppelen van situaties die door de jaren heen gecreëerd geweest is waarin – meestal- de vrouw onderdanig was aan de macht van de man, waaruit angst is ontstaan bij de vrouw en nog meer macht bij de man. (het kan ook in de andere richting). Duidelijk onevenwichtig.
Gelukkig is er hier verandering in te zien en meer dan tijd om hierin evenwicht te brengen.
De nederigheid waarover ik spreek heeft hier juist niets mee te maken, integendeel. Wanneer je nederig bent van hart sta je in eigen zachtekracht en ontneemt dit niet dat je een ‘neen’ kan plaatsen en grenzen stellen. Nederigheid van hart zorgt er net voor dat er evenwicht ontstaat tussen jezelf en de ander.
Dit bracht me de mogelijkheid en kans op mijn weg om waar te nemen, te voelen, gewaarworden, te ontvangen, te geven, om open te kunnen staan in contact met mannen….waar angst en macht niet aanwezig was… waar we beiden in ons ‘Zijn’ stonden, in evenwicht…in en met respect naar en voor elkaar. Dankbaar dat ik deze mannen hebben mogen ontmoeten. Door hun ‘Zijn’ hebben ze me de weg geopend van healing, waardoor ik de stap kon zetten… mij losrukken… en een volle NEEN kon zeggen tegen macht en onderdanigheid rond me heen bij aankomst.

Een zuster komt naar beneden. Ze is bleek en heel kort van adem na het gebruik van een aérosol. Ze voelt zich niet goed. Ze zet zich naast mij. Ik laat me leiden en leg zonder twijfel mijn rechterhand op haar rug tussen haar schouderbladen. Mijn linkerhand volgt op haar borst. Ik wordt gewaar en snel is er een duidelijke stroming voelbaar in mijn handen. Ik voel me stevig en krachtig. Mijn lichaam voelt gevuld met een zachte volle énergie. De zuster wordt rustiger, het geruis die ik voelde op haar rug verdwijnt. “Haar kleur komt terug”, meld een andere zuster. De zuster komt inderdaad bij… het geruis is verdwenen, de rust is voelbaar… Ze kijkt me aan. “Pfff, ik dacht dat dit het einde was”, ze dankt me. En stelt me verder geen vragen. Dankbaar om het gebeuren.

Na drie dagen verlaat ik de gemeenschap. In mijn oor wordt gefluisterd, “draag goed zorg voor onze broer”…in mijn valies een prachtig beeld van Fra Franciscus.

 

Artikel

 

De dag ontwaakt. Het is nog stil in huis

…Stilte…

Zo een waardevol iets. Waar zoveel aanwezig is. Hoe dichter ik bij het thuisfront kom, hoe meer ik kan zien en gewaarworden welke weg ik heb afgelegd. Vooral hoe ik kan zien via anderen hoe ik veranderd ben. Ik ben me bewust dat hierbij sneller mijn ruimte en grenzen mag gaan respecteren om niet mee te gaan in iets wat niet van mij is.

 

 

Hoe dichter ik kom, hoe meer ik het beeld voor me zie van een trechter. Niet in de richting naar het smalste stukje toe. Wel van het ZijnInAlleenEenheid naar de grote groep, de massa waar de hoop is dat we kunnen uitgroeien naar SamenZijnInAlleenEenheid. De menigte voelt wat bangelijk aan.

Gisteren kregen we een fijne overnachting bij de vriendelijke en gastvrije Baronheer in Lozer. Straks mogen we aan de ontbijttafel ten huize Sien en Paul.

 

Uitkijkend om straks een hartsvriendin en de kleinste pelgrim op mijn weg te mogen ontmoeten ‘Janne’.

 

img_20181130_2321534250149043587300995.jpg

Graag deel ik met jullie de tekst over het interview met Sim. Eronder is er dan een foto-video montage te zien die een globaal zicht brengt over de weg.

Jasmine is niet aan haar proefstuk toe. In 2014 trok ze naar Compostela. In 2015 wandelde ze de Sint-Jacobsweg, die alle Sint-Jacobskerken in Vlaanderen met elkaar verbindt. In 2016 deed ze hetzelfde in Wallonië. Zo ontstond een nieuwe pelgrimsweg, tussen alle Sint-Jacobskerken in België. Nu trok een innerlijke stem haar naar Assisi.

Assisi, Rome en…

Jasmine Debels • Sinds een aantal jaar vertrouw ik erop dat er een groter geheel is dat me leidt. Toen ik vertrok naar Assisi dacht ik: Dan kan ik evengoed langs Rome passeren. En waarom niet terugkeren langs Compostela. Maar dat was een mentale constructie. Het werd me snel duidelijk dat die weg niet klopte.

Onderweg werd Jasmine telkens opnieuw herinnerd aan de aartsengel Michaël.

Ik voel me sterk aangetrokken door de manier van leven, de natuurbeleving en de inzichten van Franciscus van Assisi. En Franciscus had een nauwe band met de aartsengel Michaël. In Rome heb ik beslist om 600 km verder te wandelen naar Monte Sant’Angelo (It), een bedevaartsplaats voor de aartsengel, en terug te keren langs de Sacra di San Michele nabij Turijn (It) en de Mont Saint Michel (Fr), twee andere plaatsen toegewijd aan de engel. Nu was alles juist.

Vertrouwen op gastvrijheid

Als een pelgrim vroeg Jasmine elke avond onderdak waar ze op dat moment was.

Jasmine Debels • Meestal klopte ik aan bij de eerste deur waarnaar ik geleid werd. In België en Frankrijk waren dat meestal gewone gezinnen. In Italië de pastorie. In België is aankloppen bij een pastorie niet zo evident omdat regels verhinderen dat je er overnacht of omdat ze leegstaan. De eerste deur was meestal de goeie.

Verrassend, maar de enige plaats waar ik buiten heb moeten slapen is Assisi. In erkende pelgrimsplaatsen was er wel vaker weerstand bij onverwachte aankomst. Als pelgrim heb ik geen eisen. Ik slaap even goed op de grond of op een tafel als in een bed.

Pelgrimeren betekent voor mij leven in het nu. Ik bel niet op voorhand dat ik afkom, want ik weet niet wat de dag mij zal brengen. Ik weet niet wat er onderweg gebeurt. Kan mijn lijf het wel aan?

De mensen zijn bang

Jasmine Debels • Ik ervaar dat mensen angstig geworden zijn. Waarom reageren ze vijandig? Het komt er bijna altijd op neer dat ze geen ruimte meer nemen, geen tijd meer nemen en stress hebben. Dan kan je niet in communicatie en verbinding staan.

Als je wandelt heb je de tijd en de ruimte om te luisteren naar je eigen lijf. Dan kan er eigenlijk nooit iets gebeuren. Ik ben vertrokken met het idee dat ik nooit meer mijn hart sluit. Ik ben dankbaar dat ik me dat voorgenomen heb. Het was niet altijd gemakkelijk, maar het heeft mijn hart krachtig gemaakt. Ik heb wel af en toe grenzen moeten stellen, dat wel. Maar ik blijf in verbinding met mijn hart.

En de volgende tocht…?

Jasmine Debels • Die komt er niet. Dit is mijn laatste. Tenzij ik ertoe geroepen wordt… (lacht)

Ik zou graag een pelgrimshuis beginnen. En in 2019 wil ik met een groepje werk maken van de officiële erkenning van de pelgrimstocht langs alle 29 Sint-Jacobskerken in België. Want niet iedereen kan of wil naar Compostela. Ik zou willen dat de tocht in België aangeduid wordt zoals de GR-paden. Dan kunnen mensen vertrekken zonder voorbereiding. Dat is heel belangrijk. Het zou fijn zijn om in sommige dorpen overnachtingsplaats te regelen. Dan kan je de hele 1600 km wandelen in 80 dagen. Als de Belgische pelgrimstocht officieel wordt, zal ik hem ieder jaar wandelen. Want hij moet wel in orde blijven.

Zet gewoon de eerste stap

Jasmine Debels • Pelgrimeren kan ik iedereen aanraden. Zet de eerste stap. Pak je rugzak, goede schoenen en vertrek gewoon. Zonder voor te bereiden. Voor m’n eerste tocht naar Compostela heb ik na een halve dag de computer toegedaan. Anders zou ik nooit vertrokken zijn. De ervaring doe je wel op onderweg.

Bron: kerknet-redactie

Auteur: Sim D’Hertevelt

 

img_20181201_0837126725599373017975351.jpg