Lourdes

img_20190506_2046344156121437475771438.jpg

img_20190506_2048056677759945241579357.jpg

img_20190509_070848511537323546679525.jpg

Door de snellere mobiliteit van de groep, de vermoeidheid van Jeannette, eigen zelfzorg, vraag ik een rolstoel voor Jeannette.
“Hohhhh” hoor ik Jeannette zeggen terwijl ze met haar hand voor haar mond ga.

Een eerste kennismaking met het heiligdom. Op mijn linkerkant het plein, de basiliek die staat te glinsteren in de zon. Rechts van me een groot beeld. Een vrouw met blauw kleed, wit gewaad, op haar hoofd een gouden kroon. ‘De vrouwe, onze lieve vrouwke, ons moederke’, zoals Jeannette het zo mooi kan vertellen.

Terwijl ik haar de tijd en ruimte geef om te zien en alles in zich op te nemen, word ik plots een hevige stekende pijn gewaar, als een mes die ze me van voor tot achter in mijn rechter zijflank steken. Dit gebeurt zo driemaal achtereen.
“Jasmine, kunnen we tot aan de grotte goan asjeblieft”, hoor ik Jeannette vragen. “Ja hoor, we zijn vertrokken”, terwijl ik haar rolstoel voortduw.

“Ik weet niet of ik min goan keun in oude wei”, deelt ze me mee. “Dat hoeft niet Jeannette, laat maar stromen wat er komt en is. Het is OK.”, zeg ik haar dicht bij haar oor.
Aan de grot aangekomen zie ik haar borstkast schokken maken en fijne geluiden bij het inademen. Een traan vloeit over mijn wang.
Ze legt haar hand op de rots, ” OH, Bernadetje , ik kzin hier weere. Zo blij dak er weere ben”. Ik volg de koorden tot aan de banken waar we plaats nemen. Mensen komen en gaan. Ontelbare handen hebben deze rots al aangeraakt waar Bernadette Soubirou verschijningen zag van een vrouw in wit gewaad met gele bloemen op haar voeten en in haar handen een rozenkrans.

img_20190509_0701264480946145736616642.jpg

img_20190507_1034391775560237801187857.jpg

We keren terug naar de ingang.
“Jasmine, da is hier tastbor he, da keun ze toch nie zeggen da da folklore is”, deelt Jeannette me mee.

Na het middagmaal keren we terug voor een groepsfoto op het grote plein.
Terug aangekomen tussen het grote Mariabeeld en het plein, wachtend op de fotograaf, voel ik terug scherpe steken in mijn zij. ”s Avonds herhaald zich dat terug op dezelfde plaats van het domein wanneer ik eraan kom na de kaarsprocessie.

img_20190509_0708236812349210934547501.jpg

img_20190508_213257_2914777134069515628000.jpg

Pelgrimeren – de weg naar mijn Zijn.

In huiselijke sfeer vertel ik jullie over mijn acht maanden pelgrimeren.
Van België naar Monte San’t Angelo en terug naar België. Via verschillende belangrijke krachtplaatsen: Pavia, Rome, Abbadia di Pulsano, Assisi, Sacra di San Michele, Vézelay, Mont Saint Michel.

Een weg van voortdurende beweging. Niet enkel de beweging van het wandelen en aarden, ook de beweging van het heilige veld naar mijn Zijn.

Een weg van hartelijke, bijzondere ontmoetingen. Verbondenheid. Van ontvangen en delen. Van vertrouwen en Liefde.

We starten de avond met een cirkel van verbondenheid.
Nadien deel ik hoe de weg tot stand is gekomen. Een pauze.
Na de pauze is er ruimte voor vraag en antwoord.
We sluiten de avond af in Stilte.

Welkom

Praktisch:

Wie wenst brengt zijn meditatie kussen mee.
Dikke sokken

Graag vooraf inschrijven.
Maximum 12 personen.
Inschrijven via jasmine.debels@gmail.com

Graag tot dan,

Jasmine

“Ik was één van de gelukkigen die er gisteren op de eerste avond mocht bij zijn en ik voel me vervuld en heel dankbaar. Diep respect Jasmine Debels voor je pad, voor je ZIJN, voor de openheid en kwetsbaarheid waarmee je je verhaal brengt een verhaal dat zoveel veder gaat dan als pelgrim stappen op het pad, zoveel verder gaat dan de woorden …. stille verbonden groet 🙏❤️ “- Mireille Verplancke

” Dankbaar er bij geweest te zijn. De verbondenheid, het delen, de uitnodiging tot openheid, het aanraken van thema’s die ik nog even verder mag laten doorwerken…❤”- Ann Willems

Aertsengel Michael

Hieronder de link naar de kaart van hoe mijn weg er zal uit zien in de komende maanden en welke richting ik uit ga.

Het verste punt in het zuiden is Mont San’t Angelo. Het verste punt naar het Noorden is Mont-Saint Michel. In het midden ter hoogte van Turijn ligt Sacra Michael.

Mensen die me kennen en me al een eindje volgen weten dat mijn pelgrimswegen gevormd worden door wat ik mag ontvangen. Zo werd ik op mijn vorige pelgrimstocht Chartres-Nevers naar Assisi geroepen.

Deze tocht werd dus realiteit op 1 april 2018…met mijn denken voegde ik daar Rome aan toe (was niet zoveraf… Dus waarom niet) en ik kleefde er nog eens Compostella aan toe kwestie van het spannend te maken.

In het begin van deze tocht vroegen mensen naar mijn tocht. Al lachend zei ik toen “en wie weet ga ik verder naar Mont – Saint Michel.” Diep van binnen voelde dit ergens als juist aan.
Toen kwam de Triskele meerdere keren op mijn weg. Mijn nieuwsgierigheid werd geraakt.
In Vercelli gebeurde de eerste verandering… Ik blijf de Via Francigena volgen tot aan Rome ipv eerst naar Assisi. Assisi bleef als juist aanvoelen. Een priester toont neemt me mee naar zijn bureau zonder enig woord toont hij me een affiche ‘Michael rots in Le Puy’… Michel de Italiaan… Jean-Paul en de patroonheiligen Aertsengel Michael… Het zien van… En het evenwicht die hij me bracht in mijn ‘Zijn’, we waren elkanders ‘pierre blanche’, op de weg. Zo noemde hij me ‘ma pierre blanche’…

De weg naar Compostella voelde niet meer ok…
Mijn eindpunt voelde niet juist… Wel Mont-Saint… Dit voelde OK.
Het midden zat ik ergens nog mee en voelde niet als evenwichtig… Tot de ochtend met Paola…
Alles werd duidelijk, evenwichtig en juist.

De triskele was een belangrijk symbool en sleutel die ik mocht ontvangen in Rome tot de… Aertsengel

Voor de mensen die ontchoogeld zijn dat ik niet naar Compostella ga… Weet dat er meer is… Veel meer dan…

Tot binnenkort op een volgend verhaal via tekst en/of beeld.

Liefs Jasmine

https://debelsjasmine.com/etappes-2018-2019-belgie-naar-belgie-via-francigena-en-compostela/

Landres

Na een goede kookpan te hebben gekregen van de priester, ga ik aan de kook. Een stevig ontbijt om de dag in te zetten.
De supermarkt, een nieuwe tandenborstel en tandpasta, ben ik ergens vergeten.
‘Dans un bistro’ , vul ik mijn dagboek en blog aan. Plaatselijke inwoners komen er hun aperitief drinken na de misviering. Op het moment dat het drukker begint te worden is het voor mij tijd om op te stappen. Net zoals het binnen komen via de vesting verlaat ik ook op deze manier de stad.

Oef, de zon schijnt terug. Aan het artificiële meer geniet ik van het stilstaand water. Twee kinderen trekken mijn aandacht. De kleine jongen zegt me heel spontaan en met een grote glimlach ‘bonjour’. Wat een openblik. Hij doet om verder te stappen richting de oever van het meer. Ik blijf staan, hij ook en kijkt me aan. Hij lacht en keert terug met me mee naar een café. Ik spreek een man en vrouw aan ‘Je vous l’ ai emmener’, vertel ik hen. De man spreekt me aan. Oh, ik had hem niet herkent, de zoon van Nadine waar ik sliep samen met vrouw en kinderen. Wat fijn, twee dagen verder en en terug deze warme mensen mogen ontmoeten.

Aan het meer kies ik niet voor de GR145/via Francigena met zijn aangelegde kades. Wel voor de pure natuur weg van toerisme. Wat een rust. Langs het water vissers in hun tent. Een boot die dobbert en een man geknield met een soort kijker waarmee hij in het water kijkt. Een tent en twee jongeren voor een schermpje. Een oudere vrouw ligt languit te rusten. Aan haar voeten rubberlaarzen. Waw, wat een mooi stuk ongerepte natuur.

Ik voel me net alsof ik gedragen wordt. Mijn rugzak weegt bijna niets terwijl hij nog altijd hetzelfde gewicht draagt van gisteren. Mijn lichaam beweegt soepel. Een sterke verticale energie is sterk voelbaar.

Een vlinder trekt mijn aandacht. Het oranjetipje. Terwijl ik ze in beeld neem zie ik dat ze elkander aan het uitdagen zijn. Het voorspel. Bijzonder.
Iets kruipt op een boom. Mijn eerste gedacht een muis. Neen, een Boomklever die van beneden naar boven zijn weg baant. Het gezang van de vogels zijn als muzieknoten die de ene oor in gaat, de andere uit.

Na het meer. Een dorp. Een huis. Aan het venster twee kaarten ‘lourdes’. Een vrouw komt aan de andere kant van de straat buiten. Nieuwsgierig. Ik vraag of ik haar toilet even mag gebruiken. Ze wijst me de weg, “c’ est pas vraiment ideal” weet ze me te vertellen. Ik dacht bij mezelf ‘wat zal het zijn’. Gewoon een toilet, netjes en een klein lamp boven mijn hoofd. Ik kom terug naar buiten. “Bhein merci beaucoup, ils sont bien vos toilet”. Neen, de toiletten hadden geen hedendaags papiertje, er ganged geen lampe kapje en was niet gesitueerd in huis, wel in de garage. Maar wat maakt dit het verschil uit. De vrouw vraagt of ik nog iets nodig had. Uiteindelijk nodigt de vrouw me uit aan tafel in familiekring. Een heerlijke maaltijd wordt me aangeboden in een huis waar de tijd is blijven stilstaan. Een grote kast in kerselaar. Een bed in een hoek. Een zetel ernaast en in het midden een lange tafel voor tien personen. Op tafel groenten uit de tuin. Een fles wijn. Een karaf water (gelukkig), stokbrood. Al dit heerlijk wordt omringd met een grote portie Liefde.

Een onweer is opkomst. Ik wandel nog een uur tot het volgend dorp.
Met de mantra ‘Un kilomètre à pieds ça use ça use… Wandel ik de laatste kilometer voor het dorp in. Ik eindig aan 52 kilomètres. Een burgemeester opent zijn vroeger schooltje voor een overnachting. Twee klassen. In de één fitness toestellen. De ander een scrabble bord. Een avondwandeling. Het kerkhof. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen. Waar grafzerken schots en scheef staan… Wat trekt me hier aan… Misschien de eeuwigheid.

De grens

Quievrain

Ik daal de trap af. Père Bruno komt net terug van de bakker. Verse ontbijtkoeken. Het ontbijt. ‘Un tête à tête’ . Voor mijn vertrek doe ik nog de afwas. De voordeur. Draai me om en ik kijk even om me heen als teken van afscheid en dankbaarheid.

België verdwijnt achter mij. De grenslijn. Links… Reklame borden, neon lampen, sigaretten, drank, casino’s…België. Rechts… Frankrijk lege façades.
Via de GR gelegen op de grens ontsnap ik aan de niet aantrekkelijke grensstad.

Een dier huppelt in de verte. Een wit kontje gaat op en neer. Twee lange oren zijn zichtbaar aan de horizon. Een haas. ‘Ga maar kleine, ga maar’, vertel ik hem in gedachten.

Sint-Rochus

Bosanemonen

Mijn tas trilt… Allé mijn telefoon in mijn tas. ‘Welkom in Frankrijk… Overal waar je bent gebruik je hetzelfde tarief’, de operateur. De gsm onontbeerlijk denk ik wanneer je alleen op stap gaat… De moderne pelgrim. Hoe deed de pelgrim dit lang geleden, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk waren wel veel meer mensen te zien op landelijke wegen wandelend tussen verschillende dorpen. Vooral in de periode waar geen fiets of ander gemotoriseerd voertuig aanwezig was. In tijden waar tijd niet echt een rol speelde en tijd het leven nog niet overmeesterde.

Jonge merels laten hun gezang horen en proberen hun evenwicht te houden op de elektriciteitsdraad.
Op een paal, een Sint-Jacob schelp, teken van een plaatselijke wandelroute en een GR teken. Verleidelijk om de schelp te nemen. Eerst de andere kant op.

Jacobswegen zijn korter dan GR routes wordt soms wel eens gezegd. Jacobswegen hebben dan ook veel meer asfalt, wat dan néfast is voor de benen en vermoeiender. Je kan dan soms ook wel eens een cirkel wandelen rond een dorp om de kerk niet te vergeten. De GR paden nemen je meestal niet mee in dorpen of langs gemotoriseerde wegen. Zorgen meestal voor zachte ondergrond. En een ommetje rond om het voorgaande te vermijden is dan ook niet uitgesloten. Dan heb je de plaatselijke wandelroutes waar de inwoners hun ontspanning nemen en er prachtige soms verscholen pareltjes mag tegenkomen. Het voelt heel aangenaam en vooral vrij wanneer je je gewoon niet gaat vastpinnen op vaste wegen, op ontdekking gaat want aan een weg hangt geen enkel verplichting. Zoals nu heb ik me laten leiden door de weg. Een verrassing, een plaatselijke geitenboerderij met zijn verse geitenkaas en plattekaas.

Een nieuwbouw. Een blauwdak. Ik voel mijn wenkbrauwen naar boven gaan. Mijn kin naar binnen. ‘Wat een smaak!?’, gaat door meheen met een oordelende intonatie en denken. Oeps… volgt al heel snel. ‘Foei Jasmine, het dak is de smaak van de eigenaars, daarom het uwe niet. Wat voor hen mooi is, is daarom niet voor een ander’. Mijn oordelend gevoel verdwijnt al snel en een aangenaam gevoel vult mijn lichaam. Zonder te beseffen zitten we al heel snel in een oordelende reactie, zonder er een negatieve intentie aan vast hangt.

De klank van de eenden, het is net alsof ze lachen. Ik zie zo de muzieknoten voor me verschijnen. De eendeparen worden gemaakt. Een vrouwtje, twee mannetjes die erachter vliegen. Haaaa Haha Haha Haha

Iguanodons

Pas rond 11u verlaat ik het huis van Pascale. Op mijn credential staat ‘Si tu repasses par ici, on rangera la cuisine 😉 Bonne route’ . Een onderonsje. Het was fijn om van passage te mogen zijn dans la maison ‘du brol’. 😉 Dankjewel voor het fijn samenzijn Pascale.
Langs het kanaal die Ath en Blanton verbind met elkaar wandel ik verder richting de Franse grens. In de verte zijn voortdurend wagens aanwezig. Een plaats waar verschillende autosnelwegen samenkomen.
Terwijl ik rustig sta te kijken naar het landschap, hoor ik plots een hels lawaai. Niet weten vanwaar het komt heeft mijn lichaam de neiging zich te bukken alsof er iets uit de lucht komt te vallen. De hoge snelheidstrein.

De zon is van de partij en na regen is dit een festijn voor de natuur. Forsythia, ribes, prunus, magnolia staan vlijtig te pronken naast elkaar. Een ware explosie. De groene prille blaadjes binnen zich te ontplooien. Het fris groene van de lente is duidelijk zichtbaar.

Bernissart. Een plashalte in een plaatselijk centrum. Een uitnodiging van Khadija met een stukje taart en koffie die ik niet kon weigeren. In de zaal wel een twintigtal vrouwen met hun breiwerk. Ik ga tussen hen zitten. “Vous avez pas peur toute seule? Vous le faites tous seule, avec personne!” volgt de ene zin al na de ander.
Terwijl ik naar mijn lichaam wijs van boven naar beneden antwoord ik “Vous voyez que un corps, ce que en voit par les yeux. Mais sur la route en est j’aimais seule”. De vrouw kijkt me aan, knikt en staat zonder woorden. Soms verschiet ik nog altijd van de manier hoe ik iets verwoord en onder de mensen breng. Alsof iets anders veel groter dan mezelf mijn woorden leid. Waar ik me vroeger veel vragen rond stelde en me in verwarring bracht. Neem ik het vandaag gewoon aan zoals het komt. Het voelt goed en juist en dat is belangrijk. Het waarom en vanwaar is overbodig geworden.

Via de moerassen van Harchies verlaat ik Bernissart. Bernissart ook gekend om de skeletten van de Iguanodons (dinosauriërgeslacht) gevonden in 1878 in een steenkoolmijn. Te zien in Brussel in het museum van natuurwetenschappen.

Deze avond breng ik mijn laatste nacht in België door. Hmm… de geur van frieten komt naar me toe. België vieren met Frieten. Ik vraag één friet om het klein en licht te houden. De pak friet die ik voor mijn neus geschoteld krijg was voor een ganse familie. Ik dacht de ze fout waren. Neen, het klopte wel degelijk. Ik was aan de grond genageld en stond met mijn mond vol tanden. Ik vroeg of ik er iemand plezier mee kon doen. De mensen keken me verbaasd aan en grappen volgden bij die vraag. Zo een verspilling aan voeding. Niet zomaar een aardappel. Wel iets waar de boer zoveel werk in stak om deze tot aan de consument te brengen. Ik kon er niet bij.

Samen met père Bruno drink ik een glas en eindigt mijn dag aan de grens in Quievrain.

Ath

Een getik op een raam. Ontwaken. Een pimpelmees. Een nieuwe dag ontwaakt. De lucht ontsnapt uit mijn matras. Een ‘kattewasje’, het ijskoude water zal me onmiddellijk opwarmen. Rustig pak ik mijn materiaal in. Het gebruikte materiaal plaats ik terug. Dubbelcheck, ben ik niets vergeten.

Een voordeel van vroeg ontwaken, is dubbeldik genieten van de schoonheid in de natuur. Een drijgende lucht. In mijn rug een stijgende zon aan de horizon. Ze schenkt me een waar spektakel op de oevers van het kanaal. Ik herinner me een boottocht twintig jaar geleden ergens in een ver land. Iedereen wou de zonsopgang fotograferen, als enige stond ik de tegenovergestelde richting te bewonderen.
Canadese ganzen komen aangevlogen en landen elegant vloeiend op het water. Aalscholvers zie ik liever aan de andere kant. Als die een scheet laten… Owee… Vluchten.

Ath. De markt. Een artisanale bakker. Ik wandel een café binnen… Stel je voor een grote ruimte en aan iedere tafel één persoon. De hoofden richten zich op in synchroniciteit. Vragende ogen. Jah… Niet alledaags om iemand met wandelstokken en grote rugzak te zien. Helemaal ingepakt door de kou. Twee antennes op mijn hoofd hadden misschien het beeld afgewerkt. Terug serieus (knipoog)
Een synthetische geur… Chloor gemengd met één of andere nep natuur geur uit een spuitbus. Mijn neus vleugels spannen zich op. Hmm. Ik verlaat terug de zaak zonder te consumeren. Zuurstof. Een jaar geleden op deze manier opstappen had ik nooit gedaan. Een kort bezoek aan het steenhuis van Maffe en vooral een snel bezoek aan het kleinste vertrek. Een pikante gedroogde worst speelt me wat parten… Oeps.

Een lange tocht langs het kanaal. De frisse wind snijd op mij huid en een paraplu gaat af en toe open. In Stambrugge eindigt de dag bij Pascale. We hebben veel gelijkenissen wat handenarbeid betreft. Van naaien tot restaureren van oude meubelen. Ze neemt me mee door haar prachtig huis op schattenjacht en nog voor we het beseffen is het al laat op de avond en voel ik me moe worden. Na een nachtje in een garage mag ik genieten van een kamer en zacht bed.