Vrijheid

Ik lees of hoor vaak…
Nu kan ik niet en vooral de situaties van vandaag… En dan lees ik verder, ik zit vast, het houd me vast, ik verlies mijn vrijheid, ik ben mijn vrijheid kwijt, ik heb dit niet kunnen doen of ik heb dat niet kunnen doen… niet enkel is dit nu voor velen aan de orde. Ook mensen die achteruit kijken in hun leven… oh, had ik maar, ik had dit graag gewild, had ik maar gedurft…
En vooral de gedachte vrijheid kwijt te zijn door externe omstandigheden. Vrijheid is meer, veel meer dan zich verplaatsen, bewegen…

Vrijheid van keuzes maken…

Op ieder moment kan men een keuze maken. De keuzes die je zullen brengen naar vrijheid, waar je ‘Zijn’ in vreugde is. Is het niet daar waar de vrijheid gelegen is, de vrijheid binnen jezelf. Kan iemand anders je deze vrijheid wegnemen, neen, enkel de persoon zelf maakt hier keuze in om ze te beleven.

Vandaag belde er een pelgrim naar het centrum. Met de vraag wat moet ‘ik doen’, hoe geraak ik in Vezelay.
Waarom die vraag… sedert gisteren zijn er terug departementen in lockdown, oa deze vóór en na Vézelay.
Wanneer je vandaag de weg neemt weet je dat dit een situatie is die zich zou kunnen voordoen. ( Het hoeft echter zo niet te zijn) .
Tal van scenario’s kunnen hier opgesomd worden. Wat zullen deze echter bijbrengen aan de situatie in het nu moment. Niets.
Enkel maar… Ja, maar… Wat als… en een hoofd die vol komt te zitten.

Neemt men de keuze vanuit angst of eentje vanuit vreugde. Wees vooral trouw aan jezelf en laat je eigen gedachten of deze van anderen je niet beperken in je keuzes. Want de grootste onvrijheid zijn deze van onze beperkende gedachten.

Men vroeg me wat ik ervan vond. Hmm, het ene wat ik kon delen en als antwoord geven is ‘Être dans la foi et faire confiance’.
Ik hoorde nadien hier negatieve reacties op, omdat men het niet eens was met mijn delen en daarbij kwam negatieve commentaren op mijn persoon.
Eventjes had het mij geraakt en trok ik me wat terug. Ontchoogeling was voelbaar en voelde ik kort mezelf naar beneden halen. Gelukkig van heel korte duur.
Ik zou hier twijfel kunnen opkrijgen op mijn delen, mijn zijn, mijn gedrag of mijn delen aanpassen om niet afgewezen te worden….
Echter als ik dit zou doen… Dan pas zou ik mijn vrijheid zelf weggeven. Want dan zou ik de keus van wat me vreugde brengt weggeven om erbij te willen horen.
Wie ben je dan eigenlijk, is men dan nog werkelijk zichzelf of iemand die vele neplaagjes rond zich heeft om ergens wel bij te horen en als een Cameleon van kleur veranderd volgens wie men voor zich heeft.

Het is als een man die me vandaag deelde. Dat door de situatie hij in een depressie is terecht gekomen en hij angst heeft om bepaalde stappen te nemen uit schrik de ander te verliezen.

Maar voor wat te verliezen… want hoe meer men buiten zichzelf zoekt, zich aanpast… hoe meer men afstand neemt van zichzelf, van onze eigen kern….wat liefde is… Want liefde is in elk van ons al aanwezig en wanneer we vanuit dit punt vertrekken kunnen we de ander niet verliezen.

Liefde, vreugde ze geven je vrijheid.

Est libre celui qui l’est au-dedans de lui-même. Cette liberté ne nous est pas donnée par les suffrages d’autrui, elle est acquise est possédée par notre courage.
Le sage est toujours libre. L’homme juste est à lui-même sa loi. Le sage est libre parce qu’il a choisi le bien. Maître de son choix et de son action, il est libre parce qu’il fait réellement ce qu’il veut. Celui donc à qui on ne peut ni imposer de loi ni faire de défense, celui-là n’est esclave de personne. Or le sage pratique le bien non par contrainte, mais de sa propre volonté: il est foncierement libre… (Lettre 37)

Permaperegrina

Ik vul mijn dagboek aan en plaats een filmpje op het net. En bericht nog even met Sylvie van Radiocamino.

‘… Sylvie, j’espère que tu reprendra les chemin ainsi que beaucoup d’autre. La terre, le peuples à besoin des pèlerins.’
‘… C’est beau ce que tu dis “le monde a besoin de pèlerins”. J’aimerais tourner une vidéo sur ce thème. Tu peux m’en dire un peu plus ?’
‘… Plein de gents ce referme sur eux, et se sans bloquer à cause de tous les règlement. Un pèlerin bouge continuellement, pas simplement avec le corps mes tous son âme. Le pèlerin est un  exemple aujourd’hui pour montre que en vie sa liberté. Que tous suffit simplement de osé et prendre la desicion. Le pèlerin inconsiament mais dans son mouvement les gent ensemble.
Donc il vie le contraire de se que la société attend de lui. Ce n’est pas de la rebellie mais il écoute ce qui est beaucoup plus grand, bien au delà ce qui est touchable…’

Er wordt aan de deur geklopt, “Entree”, roep ik terwijl ik rechtsta en naar de deur toe wandel. Annenarie brengt mij een verse koffie, zo eentje met een laagje schuim erop. Heerlijk.

Mijn dagelijkse routine. Ik stop mijn slaapzak, donsvest, thermo slaapzak in elk zijn daarbij horend zakje. Sandalen aan, een lichte regenvest – die me vooral beschermd tegen de wind – muts, handschoenen, rugzak… Klaar is kees…
Oh, ja. Mijn wandelstokken nog.

Ik verlaat Bessy-sur-Cure richting Arcy-sur-Cure.
Op een geheven moment sta ik voor een fikse afdaling in het bos. Oeps, ik wordt gewaar dat ik wat in paniek ga. Ik blijf stilstaan en kijk wat rond me of er een andere mogelijkheid is. Neen.
“OK, Jasmine. Komaan. Hou je rustig, je kan het”, spreek ik mezelf de moed in.
“Komaan, het is jou denken die zegt dat het stijl is en stijl koppelt aan vallen. Als ik rustig en goed aftastend mijn voeten zet, dan heb ik geen reden om angstig te zijn”, verder de moed inspreken.
En ja hoor na een half kom ik beneden. Ik draai me om, “yes, I did it.”
Ik twijfel even of ik verder het bos intrek of kies voor de weg. Of ik kies voor angst of niet.
Zonder angst trek ik verder het bos in richting Vezelay.

Terwijl ik rustig verder stap denk ik terug aan het huisje die ik in de buurt van Vezelay zag. Een paar dagen geleden zag ik dat het verkocht werd. Een beetje ontgoocheld en spijtig. Ik zag het al helemaal voor me. Waar ik wat zou doen, welke materialen… mijn creativiteit was aan het bruisen.
“Jasmine,  je creativiteit stopt toch niet bij dit ene huis”, hihi, als je zolang op weg bent praat je wel eens tegen jezelf, hmm, ook als ik niet op weg ben.
Het belangrijkste is dat ik er plezier en vreugde heb aan beleefd en als ik daaraan terug denk voel ik zo terug de vreugde. En als het huisje verkocht is, dan is het omdat het zo moet zijn. Ik heb het volste vertrouwen dat de dingen zich aan mij zullen aanbieden in ‘right time, right place’.

In Tonnerre dichtbij de kerk stond een stenen bank, daarop lag een klein boekje en omdat het niet door de wind zou wegwaaien, een dikke steen erboven op. Ik liep ernaar toe. Ik voelde dat het boekje voor mij bedoeld was en nam het mee zonder enige twijfel, ‘Évangile selon Luc’.
‘Zou het me nu wel aanspreken, zou het me nu wel lukken om erin te lezen’, terwijl ik het even tussen mijn twee handen neem en daarna in mijn heuptasje steek.

Ik denk terug aan het huisje. Sluit even mijn ogen, en maak het stil binnenin. Spontaan stel ik een vraag, ‘Jezus aub, help mij inzicht te krijgen in het waarom het huisje er niet meer is. Wat is de betekenis, wat moet ik hiermee. Ik open me voor je, dank je’.
Hmm, is dit nu wat men een gebed noemt.
Ik wandel ondertussen verder. Neem de telefoon uit mijn heupzakje. Oh, ja het evangelie. Ik neem het vast en doe het lukraak open. Ik lees.

Il dit à un autre:
– Suis-moi. Mais celui-ci dit:
– Seigneur, permets-moi d’ aller d’abord ensevelir mon père. Jésus lui dit:
– Laisse les morts ensevelir leurs morts; mais toi, va annoncer le Royaume de Dieu.
Un autre encore dit:
– Je te suivrai, Seigneur; mais permets-moi de prendre d’abord congé de ceux qui sont dans ma maison. Jésus lui dit:
– Nul homme, qui après avoir mis la main à la charrue regarde en arrière, n’est propre pour le royaume de Dieu.

Après cela, le Seigneur en désigna aussi soixante-dix autres, et les envoya deux par deux devant lui dans toute ville et dans tout lieu où il devait lui-même aller. Il leur disait:
– La moisson est grande, mais il y a peu d’ouvriers ; suppliez donc le Seigneur de la moisson, affin qu’il pousse des ouvriers dans sa moisson. Allez; voici, je vous envoie comme des agneaux au milieu des loups. Ne portez ni bourse, ni sac, ni sandales; et ne saluez personne en chemin.
Mais, dans toute maison où vous entrerez, dites d’abord : Paix à cette maison ! Et s’il y a là un fils de paix, votre paix reposera sur elle, sinon elle retournera sur vous.

Euhhh… Frappant en dit na mijn delen met Sylvie en mijn vraag van daarnet.

Ik wandel verder richting Vezelay. Op een tiental kilometer vóór mijn aankomst zie ik la Colline Éternelle voor me. Mijn hart maakt een vreugdesprong. In ‘le Jarie’, vraag ik of ik gebruik mag maken van een tent om in het droge wat te kunnen uitrusten en eten. Ik krijg zelfs een fijn huisje aangeboden met een warm drankje.

De laatste kilometers… Via Asquins, de prachtige kapel van ‘La Cordelle’… een fikse stijging richting la basilique Marie Madeleine.
Tranen van vreugde.

’s Avonds deel ik nog de tekst aan Sylvie na mijn delen.

‘ … Et tu m’écris “le monde a besoin de pèlerins”‘
‘oui’
‘Tu envisages de devenir “permaperegrina” ?’
‘😊 C’est qoui’
‘Perma = tout le temps. Peregrina = pèlerine.’
‘Ah 🤣je pensé à la permaculture’
‘Il y a sûrement un lien. La permaculture vise à atteindre une société moins dépendante des systèmes industriels de production et de distribution. Et la permapèlerine, quel message veut-elle donner au monde ? Ton beau message d’hier était clair…’
‘🙏💖 Merci à toi’

Klik Hier voor bewegend beeld

Prosterner

Door de badkamer, een gang, een eetplaats, een tweede eetplaats, nog een gang… Om dan uiteindelijk in de keuken aan te komen…een klein kasteeltje.
Aan de ontbijttafel deelt Robert verhalen over de geschiedenis van het dorp, over het geloof. Een man met een enorme kennis en levenservaring. Zijn manier van delen over het geloof spreekt me aan. Het zit vol leven, vol-diepte, doorleeft…

… “C’est rares que les gents savent encore ce que c’est ce prosterner, ce mettre à deux genou et une flection”. Hij legt me de symboliek uit. “Vous pouvez me répéter svp . il y a quelque chose qui m’interpelle et me fait pensez à une expérience que j’ai vécue à Rochefoucauld en 2017 pendant un pèlerinage.” (le pardon-2017)

“Prosterner–En est le chemin, devant les pas du christ.
À deux genou, en est serviteur. Qui ce mais devant son maître.
1 flection, attitude du soldat qui est près à bondir la ou en l’envoie, la ou en lui montre le chemin.”

“Oh, mais je comprends maintenant…”. Met ontroering en in vreugde doe ik het verhaal over het moment waarop een kracht mij ooit op de grond duwde midden in een kerk en ik volledig plat op de grond kwam te liggen al wenend. “Merci, à toi Robert. Merci de votre partage, cela me touche et me fait comprendre le pourquoi”.

Ik herinner me nog zo goed hoe ik mocht worstelen met het ‘Onze Vader’, waarin er staat geschreven ‘vergeef onze schulden’, ik vond dit oordelend geschreven, ik zag dit als een vinger wijzend, als goed en fout. Want, als men moet vergeven dan zit het oordeel er al in dat men iets verkeerd heeft gedaan. Ik bleef de tekst te kortzichtig zien vanuit toen mijn beleving en buiten mij.
Tot het moment dat een kracht mij op de grond duwde. Ik barste toen in tranen uit en de beweging opende iets nieuws. Ik werd toen bewust, ik kon de anderen gemakkelijk vergeven, maar niet mezelf.
Pas vandaag kan ik zien en wordt ik me bewust van hoe het in elkaar zat, het waarom, kan ik er woorden aangeven en brengt het me nog verder wat toen was….
Omdat het gemakkelijker was buiten mezelf te kijken. Mezelf vergeven was een andere zaak. Want het was ‘mijn’ oordeel van goed en fout, het was ‘mijn’ verantwoordelijkheid om de tekst zo te interpreteren Natuurlijk worstelde ik ermee, want ik had de dualiteit zelf gecreëerd. Ik had me zelf een last op de rug getimmerd.
Iedere beweging start namelijk vanuit mezelf… ‘Ik dacht’ dat mij onrecht werd aangedaan – en laten we dit vandaag los zien van de situatie van toen.
‘Ik bleef’ dingen dragen op mijn schouders, terwijl niemand mij vroeg om ze te dragen.
‘Ik bleef’ hopen op een bevestiging, een verontschuldigen naar mij toe, zie mij.
Ik nam zelf al deze lasten op mij.
Er bestaat geen goed of fout in Liefde. Liefde kent geen lasten, geen kwellingen.

Terwijl Robert boodschappen gaat doen en Delphine wat paperassen werk. Sta ik voor de grote kachel in de keuken in afwachting voor de vergadering van het nieuwe pelgrimsseizoen als hospitalier en geniet ik van de warmtestralen op mijn rug.
Buiten kletteren de hagelstenen op het raam.

Tegen de middag vertrek ik. Robert vergezeld me tot het begin van het GR pad.

Zodra ik het bos inloop voel ik me ambetant. Grr… een tekst bleef in mijn hoofd ronddraaien. Ik begin te wenen. Voel twee gebalde vuisten, mijn lichaam gaat zich plooien, ik begin te kokhalzen.
‘Komaan Jasmine’, ik zet mijn twee wandelstokken en voeten stevig op de grond, leunend met mijn twee handen op mijn stokken hou ik ever ’n halte.
Ik adem diep in en uit en kijk naar de natuur.
‘Help me om de realiteit te zien en niet wat mijn denken er van maakt’, vraag ik of mag ik zeggen bid ik.
De rust komt terug. Mijn lijf komt uit spanning. Ik wordt terug één geheel. Weg uit de rigiditeit, de paardenkleppen, naar openheid en vrede.
De Zon komt tevoorschijn. Zalig. Het was.

In de natuur staat het vol Heleborussen.
In een volgend dorpje vraag ik een vrouw of ik me even mag schuilen om te eten en om me wat warmen. De vrouw laat me toe in haar gîte. Het voelt hier zogoed dat ik uiteindelijk beslis mijn dag in te korten en hier te blijven. Een namiddag blokfkuit spelen, kleren wassen, quality time, chillen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Baudoin

Baudoin

Ik hoor Armelle en Elouan lopen van hun kamer naar de badkamer, trappen naar beneden… De expresso machine.
Ontbijt en zich klaarstomen om naar school te gaan. Alles gebeurt heel gestructureerd en ik voel dat ik een tandje bij mag zetten. Oehoe, dat ben ik niet meer gewoon. Rugzak vullen, halen.
Gisteren avond kreeg ik van Elouan, nadat ze mijn bed als springplank mochten gebruiken, een hartje voor het slapen gaan.
“Je te redonne le petit cœur merci à toi. Toute la nuit le cœur m’a accompagner. ” Verlegen kijkt Elouan me aan. Nog even pauzeren voor de foto met de twee jongens. Zo een lieve kinderen.

In Bar sur seine geven de Primula kleur aan de borders, tussen de vele troep die de mens achterliet, flessen wijn, blikken, papier, plastiek.
Ik wandel tot in het centrum en geniet van de prachtige architectuur die er te zien is. Het ene steegje in, het andere uit.
Ik haal me een afhaal koffie en zoek een plaatsje in de zon.

Ik vul mijn dagboek aan, tussen de vele korte schrijfsels en woorden die ik onderweg typ om niet te vergeten. Al wandelend komt vaak mijn creativiteit los en dan is een notebook of de opname functie op de telefoon wel handig.

Bij het verlaten van de stad wandel ik naast de Seine, links en rechts een bos. In de verte zijn de eerste heuvels zichtbaar van de Champagne.
De velden worden klaargemaakt voor de bloei en krijgen hun zoveelste snoeibeurt. Sommige vertonen een grote stam aan de voet van de rank.

Een man stapt uit zijn wagen. “Bonjour monsieur c’est vignes vous appartient ?” “Oui” “Elle a quelle age. En voyons les pieds j’ai bien l’impression que ce n’est plus des jeunes.” “Oh, Non, c’est vrai. Tous ce que vous voyez ici a 35 ans”. “waw, jolie travaille.”
“Et vous que faite vous”, vraagt de man. “Je suis en route pour Vézelay ou je vais passer les fêtes de Pâques, puis je reste encore 14 jours comme hospitalièr.” “Oh, c’est quoi ?” “c’est prendre soins et acceuillire les pèlerins en route ou aux départ pour Saint-Jacques ou Assise.”
Hij leunend tegen zijn wagen, ik op mijn wandelstokken spreken we elkander aan alsof we al gans ons leven bevriend zijn.
“Je m’appelle comme votre roi… Baudoin”, zegt de man. “Vous savez comment cela s’écrit chez nous dans notre langue.. B.. O.. U.. D..”, en ik doe zo verder. “Aha, et dans votre nom en néerlandais le ‘wijn’ veut dire vin”. Hij kijkt me ongelovig aan.. “Sisi, croyez moi.”

Ik stap verder en wanneer hij langs rijd met zijn wagen opent hij zijn deur en zegt, “mes comment tu fait avec les sandales par ce temps. Et c’est chaussette à cinq doigts.” “Bhein, comme avec les bottines. Je marche”

Wat een fijne babbel hadden we en wat is het fijn om plots bewust te worden dat ik via mijn beweging hier en daar zaadjes uitzaai.

Stel je voor dat we allen enkel nog hartgedragen bewegingen maken en we bij iedere stap die we hebben gezet er zich iets kleur-fleurrijk ontvouwt en er een bloemige zoete geur zich gaat verspreiden…men in een kleurrijke wereld terechtkomt, de straten zich vullen. De vlinders fladderen, er hier en daar een bankje staat waar twee mensen de tijd en ruimte nemen voor elkander.

Wat denk je! Doen!

Zo heb ik ook mijn doosje met zaadjes van de stokrozen uitgehaald om ze langs de weg uit te strooien.

Ik kom aan in Ricey-bas op aanraden van Samuel. En ik ben blij zijn raad te hebben opgevolgd. Wat een prachtig pittoresk dorpje. Ik ga binnen bij ‘la fleuriste’ . Een vrouw die reeds een stuk van de camino wandelde. “OH, quand je vous vois j’ai tellement envie. Mes toute cette histoire de Covid m’empêche de partir.” “N’hésitez surtous pas à prendre le chemin. Si vous sentez l’appel, allez y.” Ze helpt me iemand te vinden voor een overnachting en leent me de sleutel van de kerk.

Wanneer ik terug kom na een bezoekje in de kerk, koop ik me een boeketje tulpen.
Met de tulpen in de ene hand en de paraplu in de andere kom ik aan bij mevr. en Mr Payen. Die me met een warm hart ontvangen in le Ricey – bas.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Jaune

PilPoil et Solinne

Samen met Solinne en PilPoil maken we een ochtendwandeling in het rustige dorp Unienville. Al vroeg in de morgen weet Solinne me het één en het ander te vertellen, een echte spraakwaterval. Wat een fijne meid.

In Amance splitst de GR654 (Vézelay – CAMINO Compostella) en de GR145 (VIA Francigena – Rome).

Aan een heel oude schuur, zie ik een greppel gegraven. Mijn nieuwsgierigheid doet me stoppen. Ik vraag een man wat hij doet uit interesse.
Momenteel ben ik een beweging aan het volgen om eventueel een klein stekje aan te kopen in Frankrijk. Ik zie wel, niets moet, alles kan. Benieuwd wat het me zal brengen.

Hier en daar mag ik op deze grijze dag geel zien in de tuinen. Hihi, als ik nog terug denk aan lang geleden, waar ik een allergie had aan het kleur geel in de tuin. Ik volgde zo een 25 jaar geleden een cursus tuinarchitectuur. Enkel roos, paars en wit mocht aanwezig zijn in mijn tuin. Liefs alles afgestemd en onder controle willen houden… Geel, o, neen. Ik koppelde dit als ‘ouderwets’.
Gelukkig is alles veranderlijk en in beweging en kan ik me vandaag niet meer inbeelden dat ik een in vakjes tuin nog zouden hebben… Zo puur mogelijk. Jaune soleil, jaune Lumière, jaune qui rayonne, jaune en moi.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Je vous souhaite des rêves à n’en plus finir
et l’ envie furieuse d’en réaliser quelques-uns.
Je vous souhaite d’aimer ce qu’il faut aimer
et d’oublier ce qu’il faut oublier.
Je vous souhaite des passions,
je vous souhaite des silences.
Je vous souhaite des chants d’oiseaux au réveil et des rires d’enfants.
Je vous souhaite de respecter les différences des autres,
parce que le mérite et la valeur de chacun sont souvent à découvrir.
Je vous souhaite de résister à l’enlisement, à l’indifférence et aux vertus négatives de notre époque.
Je vous souhaite enfin de ne jamais renoncer à la recherche, à l’aventure, à la vie, à l’amour, car la vie est une aventure, et nul de raisonnable ne doit y renoncer sans livrer une rude bataille.
Je vous souhaite surtout d’être vous, fier de l’être et heureux,
Car le bonheur est notre destin véritable.

Jacques Brel

Chez Babeth

Zaaaliggg… Hmmm… ontwaken. Ik duw op een groen knopje voor de tv, op zoek naar een documentaire. Frankrijk is ‘rijk’ aan verschillende tv zenders met enkel documentaires over… natuur, geloof… Ik blijf nog heerlijk chillen.
Pas tegen de middag verlaat ik de kamer…
En dit is wat mijn lijfje nodig had. Een halve dag rust en op eigen ritme ontwaken. Niet meer, niet min. En voor de rest rustig wandelen… op de catwalk ipv op de atletiekpiste. Haha.
En als ik even terugblik naar gisteren, kan ik het moment zien waar ik me in een fractie van een seconde mezelf louter in het mentale had gestoken en geen rekening meer hield met gans mijn Zijn… zo snel kan soms iets draaien, wanneer men het bewustZijns verlaat of buiten zichzelf vertoeft.

Voor ik de grootstad verlaat ga ik langs de bakker en de fruitboer.
Bij de bakker een lange wachtrij.
Even verduidelijken. De rij lijkt lang te zijn, niets is minder waar. De afstand tussen de mensen rekt de lengte uit. Enne ik denk ook niet dat er nu meer mensen zijn dan andere zondagen. Waarschijnlijk staan alle mensen dan gepropt op elkaar. Het is maar hoe je het ziet. Ik schuif alvast met plezier aan voor een zondagse ochtendcompagnie.

Een vrouw staat voor me en maakt problemen over het feit dat een tachtig jarig haar mondmasker niet op heeft. De vrouw draait zich om en we geraken aan de babbel. “Il y des gent bizarre ici. Il faut faire attention….” Ik kijk wat rond me en voel me best heel ontspannen, zonder maar iets gewaar te worden van wat de vrouw met me deelt. “Oh, vous savez madame les gent bizarre, je crois pas que cela existe. Tous dépend de son propre regard, ce que en porte soi et ce que nous projetons sur d’autres.”


Max. drie mensen in de bakkerij. Ik stap binnen en kijk wat er is. Een jonge juffrouw vraagt gehaast en al roepend wat ik wens.” Pouvez vous m’aider. Il y a quoi dans cette pâte svp.” Ik zie de jonge vrouw twee stuks in een papieren zak steken. Ze kijkt me aan en vraagt me iets.” ” Désolé mais il est impossible de vous entendre et je me demande pourquoi vous criez tous si fort”, vraag ik haar. “À cause du masque”, weet de juffrouw me te vertellen. “À cause du masque ou le faite que vous criez l’un sur l’autre”. Het geroep wordt minder in de hectische bakkerij…eenmaal buiten, oef, wat een opluchting.

Langs de weg overheerst de mondmaskers boven de sigaretten peuken en bierblikjes.
Ik herken bepaalde punten op de weg… in 2018 kwam ik hier langs op mijn weg naar Assisi, die de weg van Aertsengel Michaël werd en behoorlijk mij heeft laten ontwaken.

Wanneer ik terug in de volle natuur kom, weg van stad en drukte, kom ik in een totaal ander landschap terecht dan de voorbije dagen.
Daar waar de dorpen verborgen lagen tussen de bossen… rijzen de dorpen na iedere heuvel van velden. Weg bossen.
Rondom rond aan de horizon zijn de windmolens zichtbaar op de open vlaktes van de champagne streek.

Ik hoor een wagen afkomen in mijn rug. Ik draai me even om. Een stofwolk. Ik ga midden op de weg wandelen tot ik hoor dat de wagen vertraagd. Ik ga terug op de zijkant en steek mijn hand op als dank gebaar. De wagen stopt… Twee jonge dames. “Ça va, vous avez besoin de quelque chose”, vraagt één van de inzittende. “Non, merci, merci d’avoir ralenti…. “, en we praten verder over verschillende regio’s in Frankrijk. de natuur, de weg… “Un jour ou l’autre j’ai envie de le faire ce chemin.” “N’hésiter pas”, deel ik met een vreugdevol gevoel.
Op de landwegen zijn automobilisten zich vaak niet bewust van de stofwolk, dus eventjes naar het midden en dan op zij en met grote kans dat men elkander begroet.

Ik bevind me op de GR654 naar Compostela en de GR145 naar Rome, een weg die sedert dit jaar (2021)een officiële GR route is geworden.
Op een bepaald punt kies ik de tegenovergestelde landweg dan deze van twee jaar geleden. Zalig om in het hier en nu te vertoeven en om hierin eigen keuzes te maken.
Het landschap lijkt op lappen stoffen van een quilt, als een deken die over de aarde ligt, maar of ze de aarde goed doet en ‘warmt ‘ is een andere zaak.

Een hazen rollebollen over het veld. Drie herten huppelen opzoek naar schutting in de weinigen bos oasen.
Hagen zijn verdwenen.
De talrijke vogels, hun gezang waar blijven ze…

Mijn avond eindigt bij Babeth, Barbara, Caroline, Melissa, Tina… In Le Meix-Tiercelin, een gezellig samen zijn onder vrouwen en dat op een acht maart, de Internationale vrouwendag.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Bar-le-Duc

Ik ontwaak, het is nog donker. Boven mijn hoofd allemaal lichtjes. Geen fonkelende sterren, wel van die lichtgevende sterren gekleefd op het plafond. Vier uur in de morgen. Ik trek nog even mijn donsslaapzak dicht tegen me aan. Leg mijn ene hand op mijn buik, de andere op mijn borststreek. Een zalige manier om in verbondenheid met mezelf in slaap te vallen. Ik voel me zwaar worden…

De trap kraakt, ik hoor de deur van de openhaard. Het zachte ochtendlicht komt de kamer binnen. Een nieuwe dag staat voor de deur.

Het samenZijn in alle eenvoud heeft Claudine gisterenavond veel deugd gedaan. Ik kreeg een warm nestje en brood, ik troostte haar door mijn aanwezigheid. Claudine toonde me haar grote voorraad aan zelfgemaakte gerechtjes. Ze noemde haar kelder ‘de Covid kelder’.

In mijn rugzak… compote de pomme, rillettes au deux saumon, betteraves rouges, pâte de lentilles, gelée de prunelles sauvages. Het wordt een waar festijn.

Langs de weg hoor ik iemand roepen, “Vous avez tous ce qui vous faut. De l’eau, à manger.” “Merci beaucoup. J’ai tous ce qui faut et le faites que vous me le demander vous m’apporter encore plus. C’est la joie. Merci à vous.” De jonge vrouw begint te lachen. Zalig om zien.

Wat kan het leven toch prachtig, warm zijn in al zijn eenvoud. Iedere dag geniet ik ten volle van de fauna en flora. Van de ontluikende lente, ook al is de winter ”s morgens nog sterk voelbaar. De vele warme ontmoetingen zijn hartverwarmend.

In Bar le Duc voelt het plots terug vreemd…. De mondmasker op terwijl in stad bijna niemand te zien is. In een koffie huis mag ik me wat opwarmen in een hoekje met een heerlijke kop koffie.

Ik neem de vele trappen opwaarts richting de oude stad van Bar Le Duc. Een torenklok reikt hooguit boven het kasteel of is het gezichtsbedrog.
Prachtige gebouwen in Renaissance stijl en een St. Pieterskerk in flamboyante Gothiek. Jammer, helaas dat dit prachtig patrimonium niet de voorkeur krijgt tot restauratie. Als ik mijn verbeelding de vrije loop kan gaan… Dan zie ik kleurrijke bloemen balkons, gekleurde luiken, belettering op de vensters van plaatselijke handelaars, een ober met zwarte schort en een plateau in de hand, klinkende munt….
Ik zie, ik zie verlatenheid…
In tegenstelling tot buiten de steden. .. er is leven, het leeft…

In Véel begint het te hagelen. Ik wandel richting de kerk in de hoop ze open mag zijn. Niet. Ik klop aan, aan de presbytère. Het was, nu woont er een dame. “Bonjour, connaissez-vous quelqu’un qui aurais la clé de l’église pour m’y protéger de la pluie ?”. De vrouw kijkt me aan en nodigt me uit bij haar thuis. Tot de regen over is praten we gezellig over de prachtige gerestaureerde woonst en de camino, rond een potje koffie.

”s Avonds kom ik nog net aan in Trémont sur-Saulx voor de avondklok. Een gîte wordt me aangeboden en ik wordt uitgenodigd om de avond door te brengen in familie bij een gedeelde maaltijd en we eindigen de avond met een gezelschapsspel’ Monopoly’ neen neen geen geldbriefjes. Allé, dat is toch passé… 3 jaar geleden kwam er reeds een vernieuwde versie. Eentje met een betaalsysteem. Welke transactie je ook doet alles zit in dit ene bakje. En cashgeld… drie jaar geleden wisten ze blijkbaar al dat dit zou verdwijnen.

Kijk HIER voor een kortfilmpje

Genty

De houten plankenvloer kraakt onder mijn voeten. Op twee vilten voettapijtjes schaats ik door de kamer en maak ik mijn rugzak vertrekkensklaar.
Ondertussen is Bernadette al gretig in de weer in de keuken.
Op het einde van de trap, op het eerste verdiep, bewonder ik de schijnwerkerij. Een lange houten werktafel, met een tal van blinkende houtbeitels waarvan het staal onroestbaar is en het houten handvat een blinkende patine heeft gekregen door de jaren heen. Ergens boven in een hoek, een kast met daarin de patroonheilige van de schrijnwerkers, St. Jozef. Aan zijn voeten, twee lampjes in kaarsvorm. De robuuste groene machines blinken en werden allen stofvrij gemaakt. Hier en daar hangt een catrol die vroeger het atelier via een nu geboende eiken plankenvloer verbond met het gelijksvloers.
Ik zou me zo verder kunnen verdwalen in het beschrijven van de details van dit bijzonder atelier met een diepe ziel, die vroeger een graanmolen was en beiden aktief was door wijlen grootvader en vader des huizes.
Toen ik gisteren aankwam mocht ik Nicolas bewonderen in het atelier van zijn vader. Het zonlicht deed me een voorovergebogen silhouet waarnemen, met hamer en beitel in de hand. Nicolas was net minutieus de laatste hand aan het leggen, aan de krans van een kruis vol symboliek.

Ik open de deur van de keuken. De warmte van de ruimte komt naar me toe, alsook de openblik van Bernadette. “À tu bien dormis, Jasmine ?” “Oh, que oui Bernadette, elle étais bien agréable. Merci à toi.”

Na het ontbijt vertrek ik samen vergezeld van Bernadette richting het volgend dorp – via haar tuin en aangelegde grot met een beeld meegebracht uit Lourdes in 1964 tijdens hun huwelijksreis – waarvan de naam mij ontsnapt. Daar zijn twee begraafplaatsen – een Duits en een Amerikaans- waar Bernadette met een zekere belangrijkheid over spreekt en ze me wil laten zien. Om haar te plezieren ga ik met haar mee.
“Tu vois les coques sur l’entrée ?” Ik kijk, twee bombastische arends staan te pronken op elk een enorme decadente pilaar. Een park van zo wat een 25 ha waarvan het onderhoud betaalt wordt door de Amerikaanse staat.

Ik neem afscheid van Bernadette. “Tu c’est comment je m’appelle”, wist ze me gisteren te vragen terwijl ze kookte. “Bernadette Genty”, en dit IS ze. Een lieve kranig vrouwtje van 76 jaar.

In een klein dorpje Ivoiry. Staat midden de paar huizen een ruïne van wat vroeger de St. Niklaas kerk was. Waarvan de kerktoren tot tweemaal een blikseminslag kende en de derde keer het dak met de klok werd weggenomen door een minitornade. De klok belande op de derde houten zitbank, zonder breuk.
De ongevallen zouden te wijten zijn aan de waterbron die onder de kerk loopt. Sedert dien hangt de klok zonder enig probleem vrij in de openlucht.
Tijdens een rustpauze geniet ik van de heerlijke aardappelen met witloof die ik meekreeg van Bernadette. Al zittend tegen een warme muur en uit de gure wind speel ik een deuntje op mijn blokfluit.
Voor het verder stappen krijg ik een koffie aangeboden en praat ik met een vrouw die in haar jeugd op de vloer van de kerk speelde.

Klik HIER om even mee te reizen via bewegend beeld.

En route

Buiten hoor ik praten. Le poteau du jour is aangekomen. Ik kijk op mijn wekker 7u30. Ik breng mijn handen onder mijn hoofd, kijk naar het plafond en denk terug aan mijn droom terug naar boven.

Hoewel ik niet naar het nieuws kijk en ik me niet kan voorstellen dat dit me zou hebben beïnvloed… heb ik gedroomd over een ziekenhuistafereel, de tweede keer een identieke droom in korte tijd…
Ik lig op een bed, handen in elkaar, wit gekleed. En glijd van het ziekenhuis bed. Als een lichaam zonder beenderen, vloeiend de vormen volgend. Het afglijden duurt lang en diep. Het voelt goed. Er is veel volk in de buurt, niemand ziet het. Een verpleger/arts staat naast me om me terug op bed te leggen met de woorden – zonder ze werkelijk uit te spreken en zonder me te raken – “komaan ik geloof in je, op eigen kracht kan je je terug overeind komen en gaan liggen”. Hmmm, bijzondere droom met een telkens goed gevoel.

Ik sta op en ga naar de woonruimte om mijn ontbijt te nemen met gekende gezichten. Na wat aanwezig te zijn, te luisteren, ga ik mijn rugzak maken en me klaarstomen voor mijn tocht naar Vézelay. Ik neem afscheid.

Et hup en route… Mijn start op de Via Arduinna, de eerste heuvel richting Montmédy. Een weg die ik nu uit mijn broekzak ken, deze nam ik eenmaal per week om boodschappen te doen bij mijn verblijf in Avioth. Net zoals vroeger ipv met een voertuig, met de benen 8 km verder.

Ach wat deugddoend om mijn weg te blijven volgen.
In de namiddag bel ik mijn pa. “Bonjour papa, comment va tu ?” “Bhein, je suis à l’hôpital depuis ce matin.” Ik bleef er rustig bij en had zo mijn vermoeden wat de reden was. De bevestiging kwam.
Ik zet de telefoon uit en vraag me af wat ik kan doen of wat mijn verantwoordelijkheid hierin is.
OK, in het hier en nu. Ik stap verder en zal regelmatig met hem bellen. Hij kan alvast moppen uithalen, dus dit zit goed. Liefde zal ik hem toe sturen en hopen op een goede gezondheid. De rest is hopen dat mijn papa zijn eigen verantwoordelijkheid opneemt om niet in herhaling te vallen.

”s Avonds kom ik aan in Baâlon. Ik klop aan bij het gemeentehuis. Een man achter de balie zet zijn witte stoffen mondmasker op. “Bonjour, je suis à la recherche de monsieur le maire.” “Oui, c’ est moi”, zegt de man. Ik leg hem uit dat ik vernam dat er een feestzaal was en vroeg me af of ik er kon overnachten. Hij bespreekt met zijn collega de regels rond de Covid en ziet er geen bezwaar in… een feestzaal voor één persoon.

Jour de repos

La Couvertoirade

Een dagje rust in het dorpje ‘La Couvertroirade’.
Aan de ontbijt tafel maak ik kennis met C. Sedert januari is hij hier, hij is op doortocht met de fiets. We praten over de natuur, economie, écologie, vreemdelingen… Boeiende items met diepe levensvragen.
Hij toont me een boekje die hij creëerde wanneer hij verbleef in sloppenwijken in Afrika. Een man met veel kennis over alle items.
Hij nodigt me nadien uit op koffie.

Op een houten boomstronk in de ochtendzon praten we verder over verschillende onderwerpen… Een auto komt aangereden en parkeert zich voor ons. “Voilà, en a perdu notre belle vue. Les voitures. Les ordi…”, en zo gaat hij verder. “Oh, non. La voiture sera la que pour quelque instant. Le temps de décharger, je crois !”, meld ik terwijl ik verder geniet van de omgeving. En zo geschied. “Les voitures, les ordi… c’est des bonne inventions. Simplement en a mis sur la petite feuille, comment utiliser la machine, en a oublier à expliquer à l’être humain comment ce comporter avec.”…
Ik voel de energie een andere richting opgaan. Een zekere onrust komt opdagen bij de man. “Je vais en dépression. Je dois faire quelque chose. J’étais bien pendant le confinement. Il y avais un silence.” “Le silence c’est qoui C. Ce n’est pas l’absence de la musique, ce n’est pas l’absence de l’être humain”, nadat hij een opmerking deed op toeristen, op het muziek van de kleine pittoreske bar. “oui, …”, zegt hij terwijl zijn ogen onrust kennen. “Peut-être que il est temps de reprendre le mouvement ? .” “Oui, tu a raison je dois bougez.” ” Tu c’est C. Le Silence il n’est pas vide, le Silence est plein, il y a beaucoup dans le Silence, il est même infini. Et ce n’est pas à l’extérieur que en le trouve, mais à l’intérieur de soi même.”

Ik sta even recht om een vitrine te bekijken met verschillende kruisen, terwijl hij staat te praten met de barman. Wanneer ik me terug omdraai is hij verdwenen.

Ik wandel wat verder in het dorp en ontmoet er Anne met wie ik een fijne babbel heb. Ik trakteer haar op een koffie. Anne deelt haar maaltijd met me. We delen ons persoonlijk leven met elkaar. Ik vind het altijd bijzonder hoe men soms mensen ontmoet en het onmiddellijk een goede klik is. Alsof men elkander al veel langer kent. Na een paar uur praten en uitwisseling, ga ik terug naar le ‘Gîte de la Cité’, die de vroegere presbytère is.
Wat rusten en mijn was.

Het is warm, heel warm… Iedere beweging in dd zo’n is er bijna eentje teveel.
”s Àvonds geniet ik met Roxanne op een plaatselijk bio marktje. Verse groeten, fruit en une glace de brebis.
En om deze mooie hartelijke dag te vieren. Trakteerde Roxane me op een plaatselijk gebrouwen biertje.
Al heel snel, voel ik mijn hoofd in andere richtingen gaan… ‘jaja, Jasmine, dat had je wel kunnen weten.” Alcohol en ik… dit is echt mijn ding niet. Al snel lig ik horizontaal en ben ik in’ les bras de morphee..