Code oranje

Na een intense zaterdag en een wat overdonderende zondag voormiddag, waar het weekend me van her naar der bracht in een zekere rush, krijg ik de mogelijkheid om zondag namiddag me neer te ploffen op bed om pas na twee uur wakker te worden en krijg ik de ruimte om terug optimaal tot mezelf te komen.

Zondag voormiddag hadden we een gesprek. Plots voelde ik in het gesprek binnenin een opwelling startend vanuit mijn onderbuik, ze kwam als een explosie naar boven. Net op dit moment was ik aan het eten en zat er een stuk brood in mijn mond waarbij ik het moeilijk had om verder te eten en in te slikken.
Inslikken, now way, met een krachtige stem, met durf bracht ik wat ik te zeggen had naar buiten, ook al voelde ik me binnenin heel klein en bang. Het voelde als een noodzaak om me te kunnen neerzetten. Terzelfde tijd werd ik gewaar dat er onmacht en verdriet onderhuids aanwezig was en werd ik een blokkade gewaar ter hoogte van mijn keel. Ik kon het alleen niet meer inslikken, en wou dit ook niet meer.
Het voelde aan als een inbreuk op mijn Zijn. Een opgelegd zwijgen. Een niet recht op bestaan.
De hevigheid die ik voelde, ook al was het voor de omringende niet onmiddellijk begrijpbaar. Was bijna een noodzaak om mezelf terug in handen te nemen, na de gewaarwording van platgewalst te worden. Iets oud die de kans kreeg te helen.
Het was als een slapend vergeten stilstaand water die plots in volle kracht tot leven komt als krachtig vuur die opborrelde en tot explosie kwam.

De weinige slaap, de teveel aan impressies hebben er ook geen deugd aan gedaan. Uiteindelijk wat was, was ok.
De pelgrimstocht naar Israël wordt alvast een boeiende reis vol menselijk avontuur met boeiende spiegels.

Na nog een fijn en rustig Samen-Zijn met Florence, één van de Magdala vrouwen – zo noemen we ons in de groep- val ik uitgeput in slaap op een dertiende verdiep van een appartements gebouw, het raam open met de wind van de avond zacht strelend over mijn buik.

Een vraag die vooral bij me opkomt is… ‘Hoe zal ik trouw blijven aan mezelf en aan mijn persoonlijke weg – want als het van mij afhangt het enige geplande zou zijn de data van vertrek, een paspoort en een visum- mijn vertrouwen in het leven is zo een vanzelfsprekendheid geworden en dat alles mij zal gegeven worden wat ik nodig heb onderweg. ‘ Ik laat de vraag rijpen.

In de nacht barst een onweer los over Parijs. Best indrukwekkend mooi..

Maandag morgen…
Ik vergezel Florence richting haar werk tot aan het standbeeld van de aertsengel Michael.’ Une embrassade’.
Naar de kerk St.Gervais. Een plaats waar de Fraternitéit van Jeruzalem leeft en hun diensten hebben, helaas waren ze er niet, ik was vergeten dat het maandag is en ze hun ‘woestijndag’ hebben.

In mijn rug la tour Saint-Jacques, richting de Notre-Dame en via la rue Saint-Jacques verlaat ik het centrum van Parijs.
Even naar een betaalbare kapper, waar ik nadien kortgewiekt buiten kom.
Kies ik om ’s avonds even de GR655 te verlaten richting het centrum van Sceaux. Ik vraag aan een vrouw waar ik het touristisch bureau kan vinden. De vrouw vergezeld me tot aan de deur. “Wat zoekt u eigenlijk”, vraagt de vrouw. “Een overnachtingsplaats. Ik heb een tarp maar ik vertrouw het weer niet en ik zoek een droog dak boven mijn hoofd.” “Wel ik heb een kamer vrij, je kan bij mij komen”, zegt de dame. En zo kom ik bij Isabelle terecht, toont ze mij het park en kasteel van de stad. Drinken we een glaasje voor we verder naar haar huis gaan.
En ja hoor, er wordt aangekondigd dat het kasteelpark sluit wegens aankomende onweersbuien. Code oranje.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Abbaye d’Ourscamp

Abbaye d’Ourscamp

Ik probeer mijn dagboek bij te benen. Hihi, mijn benen doen het sneller dan mijn pen.
Het is me zelf heel moeilijk om mij te herinneren waar ik was, waar ik gewandeld heb. Het leven in het nu, is zo vol in ervaringen, gewaarwordingen, in wat ik zie dat het neerschrijven van één dag niet op een A4tje zou kunnen.

Even terug denken waar ik gebleven was. Ach ja, mijn aankomst in Noyer.

Na de misviering floreer ik wat door de straten van Noyer. Na een potje koffie, een babbel met een Portugees zet ik mijn weg verder richting Abbaye d’ourscamp.
De ganse weg loopt hoofdzakelijk langs het water. De bermen zijn gevuld met verse frisse bloemen, klaprozen, weegbree, heermoes, munt, brem…

Ik beweeg me als een fladderende vlinder doorheen de natuur. Wat voelt het goed om hier te zijn. Een vredig gevoel is aanwezig. En wat een verschil van aanvoelen met mijn vorige tocht in Spanje en Portugal. Sedert ik aan deze begon voelt het precies alsof er een enorme ballast van mijn lijf is verdwenen.

Ik wordt me ook plots bewust van hoe mijn weg verloopt ten opzichte van de naam ‘Mira’ die het gekregen heeft. Zie, zien of zou ik ook kunnen zeggen ‘kom en zie’ en de wateren zijn mij voortdurend nabij.
In de namiddag kom ik aan in de abdij van Ourscamp. Ik kies er om twee nachten te verblijven.

Op 3 en 4 september is er een data vastgepint voor een vergadering ter voorbereiding van onze pelgrimstocht volgend jaar naar Israël op de voetsporen van Maria Magdalena.
Ik kijk ernaar uit. En vermits ik voor nu wat te vlot loop geef ik mezelf twee nachtjes cadeau in een bed in de abdij.

In de abdij ontmoet ik er Père Pierre Dominique. Een fijne man. Waar ik een fijn gesprek meehad. Ik probeer er te schrijven, te lezen, te schilderen… mijn lichaam vraagt rust en stilte. Niets doen, is zo deugddoend en in het niets doen gebeurd zoveel.

Klik hier voor een kortfilmpje

Klik hier voor meer beelden

Source de la Somme

La Somme rivière

Ik draag de hamer terug naar Christophe, de conciërge van het sportterrein. “Zin in een koffie?”, vraagt Christophe. “Graag, met plezier accepteer ik je uitnodiging.” Hij laat me zijn zelfgemaakte clafoutis proeven van de verse braambessen die hij gisteren plukte en met fierheid toont hij mij zijn huisje die hij eigenhandig en met smaak heeft vernieuwd.
We praten over de regio, de buurt.
” Dit was hier vroeger een heel rijke buurt waar textiel werd vervaardigd”,zegt Christophe. En wanneer ik later op de dag de rijk versierde architectuur en de grote herenhuizen zie, denk ik terug aan zijn woorden.

Langs de weg en voor de zoveelste keer hoor ik, “Heb je geen schrik in deze tijden, met al die halvegare.” “Meneer die zijn er altijd geweest, alleen komt dit allang en meer aan het licht. Gelukkig! Ik weet dat het bestaat, alleen krijgt het mijn aandacht niet. Op acht jaar ben ik nog nooit lastig gevallen geweest.”
Het is me opvallend hoe de inwoners uit deze regio niet enkel vriendelijk en open zijn, ook betrokkenheid is sterk aanwezig.

Terwijl ik wandel ga ik even naar mijn klein tasje waar de telefoon in zit. Met verwondering ontdek ik er nog ‘une bêtise de Cambrai’, een heerlijke lekkernij die ik kreeg van de dame in het toeristisch bureau in Le Cateau-Cambresis. Ik zie haar glimlach en openblik even terug voor mijn ogen.

Midden de velden blaast de wind langs mijn oren. Ik hoor het gedroogd gras onder mijn voeten. Een buizerd is hoorbaar in de verte. Aan de horizon een watertoren. Een groot afgemaaid veld scheidt ons van elkaar. Heel ver gromt de motor van een vliegtuig. Mijn voetstappen zijn duidelijk aanwezig en voelen wat zwaar, net als de zwoele temperaturen die als drukkend aanvoelend.

Aan la Source de la Somme (de bron van de Somme)in Fonsomme zet ik me even op een muurtje kijkend naar het tafereel die zich rond mij afspeelt. Twee jonge kinderen, zitten gehurkt op een steen naast de bron, spelend met een houten stokje in het water. De papa staat aandachtig te luisteren naar het bejaard koppel op een bankje onder de schaduw van de boom. Aan de andere kant een man en vrouw komen aangefietst. Leggen een stoffendiek op het gras en nemen samen een pichnick. Mijn favorite plaatje, een vrouw zittend op het gras, benen vooruit. Tussen haar knieën en haar schoot ligt een man met zijn hoofd op haar dijen, ogen dicht. In haar armen ligt een pasgeboren aan de borst. Al die verschillende taferelen doen me denken aan de schilderijen van Manet en als ik er nog wat klaprozen of andere kleurrijke bloemen zou aan toevoegen, een strohoed hier en daar – de mijne heb ik alvast op – zou er zo in een levend tafereel van Monet kunnen ontstaan.

En om verder te verdwalen in deze taferelen, geniet ik verder van de schoonheid aan de natuurlijke oevers van La rivière de la Somme. Een waar plezier aan pure schoonheid die de natuur ons dagelijks schenkt.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Matisse

Matisse

“Goedemorgen G. heb je goed geslapen?” “Ja, maar ik heb….”, terwijl hij met zijn handen teken maakt dat hij geweend heeft. Ik ga bij hem staan en leg mijn hand op zijn schouder terwijl ik hem aankijk, ” weet je G. tranen laten bloemen groeien.” “Dat is mooi, dat is mooi”, deelt hij terwijl hij verder de ochtendtafel dekt.
Bij het afscheid nemen aan de deur vraagt hij me, terwijl we elkander de hand geven, “wil je Jocelyne voor mij meenemen op de weg?” “Dit zal ik”, al knikkend, terwijl we allebei een hand op elkanders schouder hebben.

In afwachting tot het museum van Matisse opengaat neem ik plaats op een terras. Een potje koffie, mijn dagboek en met een deuntje op de belforttoren ‘prendre un enfant par la main’, geniet ik na van de rijke en warme ontvangst bij G. En de vele andere warme ontmoetingen op mijn weg.

Le Musée Matisse. Ik laat me meeslepen doorheen de zalen en hoe verder ik in de tentoonstelling kom, hoe meer de buiten wereld verderaf leikt te zijn. Obgeslorpt door de kleuren, de rijke woorden die me nieuwsgierig maken naar wie de mensen zijn achter het doek, de schoonheid van het aanwezige. Matisse, Picasso, Chagall…

Op een muur staat geschreven, met de woorden van Matisse na een belangrijke medische ingreep:” Vanaf nu, zal je verwezenlijken enkel waar je plezier aan beleeft zonder rekening te houden met wat anderen willen of eisen.” Ik dacht terug aan G..

Hieronder wat uitspraken uit de tentoonstelling, die trouwens een aanrader is.

‘-Il y a des fleurs partout pour qui veut bien les voir.
-Trouver la joie dans le ciel, dans les arbres, dans les fleurs.

  • Il faut regarder toute la vie avec des yeux d’enfants.

Henri matisse.’

Ik vertrek pas om 12u vanuit Le Cateau-Cambresis. Eerst even een bakkerij binnenstappen. “Waw, mevrouw wat een aangename verrassing om hier binnen te stappen. De jeugdige frisse kleuren raken de mens in hun jeugdigheid en vrolijken de mens op. Wat een aangename verrassing.”
Een bakkerij die nog in haar oorspronkelijke ‘jus’ staat zowel binnen als buiten. Opgefrist door haar persoonlijke ‘Touch’ van de dame.

L’étang de St. Crépin. Een terras. Een viswedstrijd, een grote treurwilg, schaduw, in compagnie met de hartelijke eigenaars.
“Madame ik wacht nog altijd op mirakels. Bestaat dit werkelijk”,vraagt een meneer die erbij is komen zitten. “Meneer alles hangt af van wat jij een mirakel noemt of ziet. Voor mij zijn ze er dagelijks, in de kleine dingen. Laten we onze wereld verkleinen en eens kijken op een vierkante meter in het gras wat er allemaal te zien is. We zouden versteld staan. Kleine mirakeltjes.
Neem nu ook als voorbeeld. Ik ben het museum van Matisse gaan bezoeken deze morgen. Het was verrassend mooi. Het circus van Chagall, de flora van Matisse, hun teksten… Voor mij een mirakel was daar buiten komen met de gewaarwording dat het kleine meisje in mij werd aangewakkerd, naar buiten komen met een innerlijke vreugde. Is dit geen klein mirakel!

In een straat wandel ik langs een peperkoekenhuisje. Een huisje met torentjes, half gehaakte gordijnen. Een tengere bejaarde man zit er binnen zijn omheining, op een rietenstoel met een boek in de hand midden zijn stoep en omringd door zijn kleurrijke, fleurrijke bloemen. Ik zeg hem een goedendag. Hij hoort me niet. Hij is volledig opgeslorpt door zijn stripfiguur. Voor zijn poortje sta ik wat stil, we zijn maar van een paar meter verwijderd van elkander.
De vroegere fotograaf in mij zegt ‘neem een beeld’ . Mijn hart observeert en laat de situatie tot zich komen zonder iets te ondernemen en laat zich onderdompelen door dit zachtlevend tafereel die zich voor me afspeelt. Ik stap verder zodat ik hem niet laat schrikken.

Op de ‘Allée des rêves’ in Bohain-en-Vermandois val ik in slaap na een dankbare dag vol kleur in alle vormen.

Hier nog wat beelden

Hier nog een kortfimpje

Jocelyne

“Pardon meneer, ga je vissen” , vraagt een man met een koerspet op, een groene overall en een kar in de hand met een voorovergebogen houding om mij te kunnen zien in mij tarp. “‘Neen meneer, doet u maar”, terwijl ik mij wat zichtbaar toon uit mijn slaapzak. “Oh, pardon madame heb je niet te koud om zo te slapen?” “Neen, absoluut niet”, ik draai me nog even om.

Wat verder zit iemand lenigmakende oefeningen te doen. Lars uit België op weg naar Compostella met zijn ligfiets. Hij deelt me wat plaatsen om in abdijen te kunnen overnachten. Ik stap richting de campingcar om een goedemorgen te wensen aan Roland en zijn vrouw. We delen wat over verschillende manieren van leven, over al of niet de noodzaak van een huis. Over ‘bewegend leven’. Zij doen het met een kleine bus, ik te voet.

In de kerk van Landrecies hoor ik muziek op de achtergrond ‘Les chants de la fraternités des frères et sœur de Jeruzalem’. Mijn hart maakt een vreugdesprong. Ik mis ze.

Langs het kanaal ‘Sambre à l’ Oise’ geniet ik ten volle van de bloeiende en rijke flora en fauna.

Rustend op een bankje aan de spoorweg, zie ik een vrouw wandelen met haar hondje. Wat later kruisen we elkander. “Gaat u ver zo?”, vraagt de vrouw. “Voorlopig wat ik weet is dat ik richting Vierzon stap erna weet ik nog niet. Het kan zijn dat ik ter plaatse blijf of dat ik verder stap. ” “En helemaal alleen? Heb je geen schrik? Ik zou niet durven. Ik heb veel te veel schrik en met alles wat we te horen krijgen en zien.”
Ik ga wat dichter bij de vrouw staan en we beginnen hierover een gesprek over angsten. “Angsten hebben we zelf in de hand mevrouw, voor mij ligt dit tussen onze oren. En natuurlijk is dit gemakkelijk gezegd dan gedaan. Maar net wanneer men er aandacht aan geeft dan kan men al blokkeren. Ik zie je hond. Honden hebben me veel geleerd op de weg wat angsten betreft. Wanneer ik in angst ben dan kunnen zij dit gemakkelijk opnemen en worden ze onrustig. Iemand die je kwaad wilt of geen goede intenties heeft neemt dit ook op. Die persoon zal dus je angsten zien, voelen.
Wij als vrouw hebben een sterke intuïtie. Vaak en in vele gevallen hebben we onszelf verwijderd van onze diep ‘weten’ . Dit kan uit bescherming zijn, uit angst, omdat we ons hebben laten vol proppen met negativiteit…of van alles een beetje of kijk wat er al twee jaar aan het gebeuren is rond ons. Een beter voorbeeld kunnen we niet hebben. We hebben onszelf verwijderd van onze gevoelens en gewaarwordingen. We hebben haast en nemen de ‘tijd’ niet meer om te voelen of gewaar te worden en dat omdat we het merendeel van de tijd hier hebben geleefd”, terwijl ik een opgaande beweging maak met mijn hand vanaf mijn borstkast naar boven wijzend naar het hoofd. “We zijn deze vergeten”, wijzend naar mijn buik. “Bewuster gaan leven.”
“Ik kan dit niet, ik heb teveel schrik”, herhaalt de vrouw nog eens. “Maar vanwaar komen je angsten zo sterk?” , stel ik haar de vraag terwijl ik denk aan de tv. “Kijk naar de TV…” , deelt de vrouw. “Och, sluit dit bakje maar. Daar is weinig goeds te zien. En de mooie natuurreportages dit wat ons kan verbinden wordt getoond midden de nacht. We worden of sommigen zijn het reeds geworden poppetjes met koorden aan onze armen, benen en hoofd zoals in een poppenkast. Zo laten we ons leiden of misschien kan ik wel het woord manipuleren gebruiken”, zeg ik met een glimlach en mij verder verwijderen van de dame.” Veel moed en een goede weg”, wenst de vrouw me toe. Plots gaan de lichten en de bel van de spoorbalustrade. Ik kom eventjes terug op mijn voetstappen, “Hoe komt het dat je geen schrik had van me en we zo vrij konden praten met elkaar”, vraag ik nog. “Maar dat zag ik, ik heb gevoeld dat er geen gevaar was” , zegt de vrouw. “Zie je dat het kan! Alle, tot een volgende keer op de weg onderweg”, deel ik zwaaiend naar haar.

Net voor Le Cateau-Cambresis ontvang ik een onverwachte fikse regenbui. Kletsnat stap ik het touristisch bureau in. De vriendelijke dame helpt me verder en zorgt ervoor dat ik een overnachting in het droge kan hebben bij meneer G. Nog eerst even op boodschappen om samen te eten en zo sta ik een half uurtje later kletsnat aan zijn deur met een maaltijd en twee éclairs.
Ik krijg mijn kamer toegewezen, toont de badkamer en mijn plaats aan tafel.

Een persoon die al 12 jaar in een zeker gemis, tristesse woont na het overlijden van zijn vrouw.
We hebben een gevulde avond met boeiende gesprekken over de kerk, de instantie… Over de periode waarin we vertoeven. Over het ontwaken van onze eigen mogelijkheden en het goddelijke in onszelf. Over hoe we klein gehouden geweest zijn. De vrouw en het hoofddeksel in de kerk. Intuïtie en wat er zich zichtbaar aan ons liet zien en velen hierdoor achtervolgd werden en op de brandstapel kwamen, zelfs volledige kloostergemeenschappen, Begijnen… Over wat zich vandaag afspeelt in de wereld, het ontwaken van de mens.. Een goed gevulde avond…
Toen begon hij over zijn vrouw. Hoe en aan wat ze is gestorven. Ik voel haar aanwezigheid nog heel sterk in het huis. Hij deelt me zijn leven toen en vandaag. “Ik zou je graag een vraag stellen, weet dat niets je verplicht om er op antwoorden. Is dit ook voor je?” “Ja, natuurlijk?”, terwijl G. me aankijkt. “Heb jij nooit gedacht om je verder te delen met iemand anders?” “Oh, jawel. En er zijn vrouwen genoeg die het graag zou willen”, zegt G. terwijl ik iets, zie openbloeien bij hem en zijn blik opener wordt. “Bizar, je zit op dezelfde stoel van mijn vrouw en mijn vrouw vroeg me toen net hetzelfde”, zie ik hem nadenkend delen.
“Wat hou je tegen?” “Wel hoe de andere mensen ermee zullen omgaan. Erover zeggen.” “Ach, de anderen. Zo herkenbaar. Dit kan zo een blok aan ons been zijn om die gedachte te hebben. Heb lief, laat je lief hebben G. Ga ervoor en probeer deze gedachte opzij te plaatsen. Laten we liefde verspreiden. Zodat het zich kan verderzetten. Ga niet in gevecht tegen wat komt. Gewoon aanvaarden en daarachter zal naar je toekomen wat je nodig hebt en waar je verlangens liggen”. We eindigen de avond met het delen van een niet alcoholisch drankje… We klikken onze glazen tegen elkaar, kijken elkander aan “Op Jocelyne!”.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Wilde kastanje

Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten.
En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.

Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.

Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren.
Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.

De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.

Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.

In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar.
Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Pelgrims

Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar.
Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.

Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.

Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !”
We stappen elk verder onze richting.

Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen.
In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus.
Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.

Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”

Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.

Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico.
In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.”
En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.

Klik hier voor een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Vredeslied

Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.

Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap.
Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur.
Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!

Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen.
Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen.
Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.

Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’

De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.

Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo…
Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken.
Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.

Laura

Na een goede nachtrust
wandel ik naar de woonkamer. Op tafel staan versgebakken crackers. Laura gaat nog even verse kruiden plukken. Af en toe begin ik een gesprek met Laura, telkens weet haar man er tussen te komen, waarbij Laura verdwijnt op de achtergrond en hij gaat er zo in op dat er geen verbinding meer mogelijk is. Het onderwerp le ‘Canard enchainé’, een satirische krant. Waar volgens hem enkel, daarin ‘een waarheid’ staat geschreven. Wanneer hij wat rustiger wordt kom ik terug bij haar zodat we kunnen afronden wat we begonnen zijn.

Jean-pierre vertrekt naar buiten.
“Pourquoi vous prenez tous les jours le chemin avec se temps. A travers la pluie. Pas de comfort. Qu’est ce que il y a”, vraagt Laura me.
Ik laat de vraag bij me binnenkomen, ik kijk haar aan met een voelbaar open en vrolijk gezicht, “Och…”, een stilte. “Qu’est ce que il y a sur le Chemin. Lumière, l’Amour, être avec la simplicite, la pureté, être enrobee de la Grandeur…. de la joie. le Chemin “, terwijl ik het deel voel ik tranen van vreugde.
Laura kijkt me aan, terug zie ik die openheid bij haar die ik ook gisterenavond zag. Ze was zo blij dat ik bij haar aanklopte. Haar gezicht kwam helemaal open, haar ogen fonkelden toen ik sprak over Compostella, pelgrimeren. Alsof dat mijn verhaal haar moed bracht om haar verlangen tot leven te brengen.

Jean-Pierre komt terug binnen. Hij begint terug iets te delen in een heftigheid, over een systeem waar hij niet tevreden mee is. Maw. hij richt zich naar buiten. Wijst naar buiten, buiten zichzelf. Ik zie een zeker rebelleren, afzetten tegen… en daarachter zie ik de mens die vooral met zichzelf aan het worstelen is.
“Est ce que je peut te partager quelque chose.” “Oui, bien sûr”… “tu c’est je te comprends tous a fait le mouvement que tu fait, ce que tu veut dire. Il y a beaucoup de réalité et je peut te suivre dans tes partage.
Seulement tous ce que tu partage vient d’un combats intérieur. On veut partager ce que en c’est avec notre mentale et en tourne la dedans et cela peut duré longtemps. Avec ce mouvement en ce coupe du reste de notre corps. C’est un combat en nous même. Et c’est simplement un mouvement, une histoire qui se répète. Cela nous enmenne à rien, au contraire de plus en plus en prends distance de notre propre être. Je te fait ce partage car j’ai fait de même. Je voyais des chose qui étais injuste. Et c’était injuste. J’étais dans le combat. Je n’avais presque pas de contacte avec moi même, car j’étais constamment occupé à regarder en dehors de moi. Oh, oui ma vie étais bien rempli, mes vide. Aujourd’hui, ma vie est très sobre, silencieux, mes pleine de Vie. “

Hij kijkt me aan ik zag en voelde verbondenheid. Voor de eerste keer stond hij er, was hij présent.

Na een omarming et une embrassade. Verlaat ik Laura en Jean-pierre.

De graanvelden dansen heen weer in de strakke wind. Het frisse groen ziet eruit als fluweel met soms een laagje zilver.
Ik wandel in bossen, langs velden, door dorpjes.
La Côte-d’Or wat een prachtig regio. Ik sta stil en kijk naar het landschap, rechts en links zijn heuvels te zien, middenin een golvende lijn vol met gele bloemen, als ‘une côte en Or’.

In een dorpje sluit ik mijn ogen bij een waterbron. Geen kat te zien. Ik laat het geluid van het water binnenkomen hmm. dat is genieten… dorstig…

Tegen de avond komt een dreigende lucht naar me toe, de zoveelste, ik hoor een tromgeroffel in de verte. Ik zet een tandje bij richting Flavigny sur-Ozerain, fingerscross en hopen op tijd ergens binnen te zijn.
En ja hoor… Net op tijd binnen om het mooi lichtspektakel te aanschouwen van achter een venster terwijl mijn broek en kousen hangen te drogen voor een openhaard.