Sint Jakobskerken in Wallonië

 

DSCF5982-2

Gent 11 mei 2016 – Mijn woonkamer. Mijn ogen sluiten. Ik hoor de vogels. Het geronk van een vliegtuig, op weg naar een verre bestemming. Voor mijn ogen zie ik weidse velden. Ik sta op de rand van een bos. De bladeren maken een ritselend geluid. Ik kan de geur gekoppeld aan dit beeld bovenhalen. Het voelt goed. Het voelt rustig. Het is stil geworden….

Beneden gaat een garage poort open. Ik open terug mijn ogen.

Binnenkort zet ik mijn weg verder en zal ik alle Sint Jakobskerken in België via een wandelweg met elkaar verbinden.  Als opwarmer zal ik eerst Doornik verbinden met de weg van vorige zomer.

Het 40 dagen concept wordt waarschijnlijk een 40+40 dagen 😉 . Op dezelfde manier, met 1euro per dag.

Vorige zomer ben ik erin geslaagd met 37,68 euro. Op deze wandeltocht kreeg ik ook donaties waaronder in totaal 125 euro. Dit bedrag zal ik op mijn beurt doneren. Voorlopig nog onbekend. De weg zal me daar meer duidelijkheid in brengen.

Eerst nog even wachten op mijn schoenen die in herstelling zijn en dan….

 

Ruimte en tijd

DSCF2327Regelmatig zie ik de volgende Quote verschijnen op Facebook.
Telkens voel ik dat dit iets met me doet.
Het voelt zo tegenstrijdig.
De gedachte alleen al, is al een vorm van wraak.

‘Ne jamais chercher la vengeance envers l’ennemi.
Le temps s’en charge.’- Auteur inconnu

Ik en mezelf

L1006785-bewerkt-2

Gent 18 februari 2016 – Een gesprek. De andere en ik, ik en de ander.
We staan recht tegenover elkaar.
Het onderwerp. Iets vertellen vanuit het ik-gericht zijn, de andere willen helpen versus iets meedelen vanuit je ‘zijn’ zonder verwachtingen.

Een vraag. Een aanraking. Oogcontact. Mijn lichaam.
We blijven elkander aankijken.
Een intens contact.

Ik voel mijn mondhoeken in een opwaartse beweging gaan.
Het antwoord komt niet. Niet dat ik het niet ken, integendeel. Woorden verdwijnen. Er beweegt iets door mijn lichaam. Alsof er iets mij naar boven trekt en terzelfder tijd iets naar beneden, naar de aarde. Intens.
Vibrerend.
Mijn woorden komen er niet meer uit. Geen uitleg. Ik heb het idee dat woorden uitéénvallen. Letters.
“Ah, wat is dat! Voel je dat!”, krijg ik eruit met een krachtige stem. Ik begin te lachen, van een niet wetend hoe mij gedragen.
Ik word bewust dat mijn woorden overbodig zijn. Woorden, mijn gevoel.
“Stop, laten we lossen. Voel!”, hoor ik mezelf zeggen.
We krijgen het antwoord in een andere vorm. Ik voel een stekende pijn in het hart. Mijn hand. Mijn borstkas. Vreugde. Kracht.
Voor de eerste keer voel ik mijn lichaam in een totale verbondenheid, in continuïteit . Iets is veranderd. Ik voel geen angst.
Zelfs de pijn in de hartstreek baart me geen zorgen. Vertrouwen.
Het is me niet vreemd. Herkenning in me diepste. Ik en de ander, de ander en ik.
Mezelf met mezelf met de ander.

Frisse lucht. Mijn lichaam vraagt beweging. Trams, bussen. Ik huppel. Ik hou me in. Mensen kijken me aan, of denk ik dat ze me aankijken. Foert. Ik huppel verder. Water. Een plaswater. Het verlangen van een klein kind komt naar boven. Al huppelend, springend verplaats ik me over het plein. Ik spring de hoge treden naar beneden. Aarde. Ik leg mijn handen op de aarde.

Ik ga even terug op mijn stappen. De avond afronden.
Nog even een liedje  ‘Uniao’. Ik verdwijn.
Op het perron wacht ik op de tram. Vanuit mijn bekken voel ik mijn lichaam in beweging komen. Ik wiebel. Ik dans. Subtiel. Ik laat zijn wat er gebeurd is. en probeer het niet te begrijpen, te verwoorden.

Het is al laat. Mijn bed. Het ene been komt naast het ander te liggen. Ze zoeken plaats onder de frisse lakens. Met mijn twee handen neem ik het laken vast. Mijn dons. Mijn huid. Ik laat me dragen ik word gedragen.

le poème Marie-Hélène

20140611_073320_1_1_1-2J’ai marché sur les chemins

Dans le pas des anciens

J’ai respiré de doux parfums

Ma main dans ta main

Sur ma route, j’ai rencontré

Des frères, des sœurs, des exilés

Qui comme nous avaient choisi

De faire un break dans leur vie…

Ils venaient de toute le pays

la Chine, la Suisse et l’Italie

la Belgique, les Etats Unis

Nous étions tous hors du nid…

Au petit matin la lumière

Venait nous réchauffer le cœur

Je disais souvent des prières

Devant ce tableau enchanteur …

Mon sac à dos pesait bien lourd

Et j’étais parfois fatiguée

Car nous marchions huit heures par jour

Par tous le temps, vers les sommets

Après la France traversée

l’Espagne nous a ouvert les bras

Avec les monts des Pyrénées

Nous avons tous uni nos voix

les belles églises et leur mystère

jalonnaient nos longues journées

Et c’est à l’abri des fougères

Que nous parlions sans nous gêner

Certains racontaient les galères

moment douloureux du passé

Alors enfin c’était la bière

Qui venait nous réconforter

En arrivant à Santiago

la terre promise, l’eldorado

Ce fut le soleil après la pluie

Comme une cerise sur un gâteau

Marie-Hélène (sept. 2014)

Une amie de cœur