Bugarach

Crypté- Basilique Marie Madeleine

… het woord ‘Bugarach’… in mei was ik naar Lourdes geweest. Jeannette wie ik toen vergezelde vertelde me dat je in Lourdes je kan laten dopen. Wanneer ik zag hoe dit in elkaar zat of hoe het eraan toe gaat, dacht ik bij mezelf, ‘hmm, geef me maar een natuurlijke plaats midden de natuur. In plaats van aan de lopende band’. Toen dacht ik aan Bugarach. Het is al twee jaar dat deze plaats op mijn pad kwam. Ik herinner me een beeld een rots, een waterval, water… zalig toch. Toen ik terug kwam van Lourdes vroeg ik aan een vrouw of zij me wilde dopen in Bugarach.
Waarom die ene vrouw, wel diep vanbinnen en in vertrouwen wist dat ik het haar mocht vragen. Die vrouw is ook zomaar niet in mijn leven gekomen. Ze draagt niet enkel de naam als mijn moeder, ook haar grootmoeder draagt de naam als mijn overgrootmoeder ‘Madeleine’.
Toen ik deze zomer op een ochtend naast haar wakker werd. Zag ik mijn linkerhand een beweging maken alsof ze niet van mij was. Er was in mij een krachtige liefdevol energie, voor mij wat ik voelde was onvoorwaardelijkheid. Mijn hand nam de richting van haar kaak. Ik keek haar aan, op mijn lippen lag een naam ‘Maria Magdalena’ die ik niet gezegd kreeg omdat het wat vreemd aanvoelde. Niet durfde. Ook omdat ik niet wist hoe het zou aankomen. Mijn hand lag op haar kaak….ik keek haar in de ogen en voelde een bijzondere énergie rond ons, “oh…. ik heb je eindelijk terug gevonden na al die tijd”, een traan niet van verdriet of pijn, een traan van diepe vreugde rolde over mijn wang. Ik voelde ook dat ik niet alleen was in mezelf, beetje bevreemdend, het voelde wel juist en vertrouwde.
De vrouw keek me aan en zei, “je hebt de twee in je Maria Magdalena en Yeshua”. Ik voelde me diep geraakt. Wat ik niet durfde verwoorden hoorde ikzelf plots de naam naar me toe komen. “Oh, wat is dat, wat er gebeurd er…”, ik voelde bewegingen in mezelf gebeuren…
Zo een situaties zijn regelmatig teruggekomen deze zomer. Ik wist niet goed hoe ik ermee kon omgaan. Ik zocht voorzichtig uit met wie ik hierover kon delen, en ook in het delen was ik voorzichtig tot ik me veilig voelde. Telkens wanneer zoiets gebeurde was het alsof ik in twee verschillende tijdsperiodes terechtkwam. Bevreemdend, diep van binnen was er ook een diep vertrouwen. Deze situaties hebben me veel bijgebracht en het was de ‘Roos’ die haar eigen weg nam die deze ganse periode bijna kwam verzegelen. Ik ben hier krachtiger uitgekomen en zelfzeker. En net als de Roos, ga ik mijn eigen weg en daar zal ik trouw aanblijven. Daarom dat ik voel dat het moment er rijp voor is om dit te delen.

Bugarach, dopen, water …kwam in het najaar nog eens terug in een roman die ik las. Een parallel verhaal. Het einde van het verhaal ken ik niet. Ik bleef steken op de tekst ‘.. doop in Bugarach’…

Le Morvan vue de Centre Marie Madeleine

Even terug naar Vézelay.
Een andere zuster spreekt me op een morgen aan en zegt na een viering, “tu sait il y a les Vierges consacré”. Euh, weer iets nieuws vanuit het niets. Wat moet ik daar nu mee.

Na de viering ga ik met Martine richting Avallon. Markt op zaterdag. Tussen wat boodschappen door laten we ons leiden en bezoeken we even de kerk Saint-Martin. De eerste reactie van Martine bij het openen van de deur was ‘neen’ . Door de zon en het openen van de poort zag het er wat donker uit. We gaan toch binnen en we zijn beiden verwonderd van de aangename zachte energie die hier aanwezig is en absoluut niet donker. Rechts in een kapel staat, Maria, Theresa van Lisieux en Fatima in het licht. Bij het naar buiten gaan maakt Martine nog de reflectie Martine–Martin.

Thérèse de Lisieux- église Saint Martin–Avallon

Terug in Vézelay wandel naar de Basiliek en geniet van de omgeving en laat het op me afkomen. Een man van hogere leeftijd komt op me af en vraagt informatie ivm de wintersolstice en het licht op de pilaren. Plots deelt hij me iets rond een ‘magnetiseur’ en kanker… We ronden af, hij gaat zijn weg, ik blijf verder genieten van de omgeving.
Ik stap de gang van het klooster in en speel wat met het licht. Kort erna komt de man terug. Ik schrik wat dat hij daar plots terug staat. We praten nog wat met elkaar en ik deel hem “Je me pose la question si je ne serais pas appeler pour rentré au couvent.” Wanneer het gesprek afgerond is, maakt de man aanstalten om terug de basiliek in te stappen. Hij draait zich nog eens om en zegt, “faites attention”.
Een vreemde gewaarwording is voelbaar vanbinnen, bijna iets indringend, onaangenaams.
De zin komt af en toe terug in de namiddag. En mijn intuïtie komt me vertellen, ‘neem het niet over. Dit is niet van jou, het zijn niet jou angsten of ervaringen’.

In de namiddag heb ik een gesprek met een zuster Aude-Marie om te spreken over wat ik voel en mij overkomt. Ik deel mijn ervaringen van op de weg. Af en toe vloeien tranen en telkens voel ik een heel diepe vreugde. “M’a sœur à chaque fois cela m’arrive et mon corps ce remplis de joie. C’est si fort ce que je ressent.” Ik deel haar dat ik een sterk verlangen, aanvoelen heb om de klederdracht te dragen. “l’habit ne fait pas le moine”,deelt de zuster. “Oui, je comprends et pourtant ce n’est pas d’un ‘vouloir’ mes de quelque chose de profond, un ressenti. C’est comme si quand je me regarde ce n’est plus juste ce que je porte. Comme si je me retrouve entre deux”.
De zuster kon me volgen en het voelde ook goed om met haar te delen. Ze vraagt me of ik de bijbel ken en ik iemand heb in mijn omgeving die me hierin kan volgen en ondersteunen. “Non, pas du tous aucun des deux”, en ik vertel haar het verhaal van de bijbel. “Je ne c’est même pas comment commencer, part ou je doit commencer de lire”. “Je te conseille de commencer avec ‘Marc'”. Ik word geraakt door haar delen. “Aude-Marie, bizarement la première phrase qui ma toucher en arrivent ici, cela venais de Marc”. Het begin om mij eens te verdiepen in de bijbel.
We danken elkander voor het delen… mijn weg gaat verder…

Lumière à Vézelay

La tactique

Zondagmorgen. Uitslapen… No way zegt mijn lijf. Een lange babbel met Nadine. Gabin: “Tu reviendra ? “. Ik kijk hem aan “oui”.
Laat in de voormiddag ben ik terug op weg. Een telefoontje. Verbinden. Luisteren.
Nadine komt langs met de wagen “c’est pas le bon chemin !” “Sisi, je suis le GR”. Uiteindelijk had ze gelijk. Dit was niet de weg die ik wou nemen en na de telefoon keer ik even terug op mijn stappen.

Het begint te regen. Mijn paraplu. Ik vind het zalig om eronder te wandelen. Geen regenkledij waarin ik zweet. Geen water die tussen mijn rugzak en rug heen sijpelt. Droge voeten. En dan is er het getik van de regen op de paraplu, zalig !
Een specht zijn geroffel vergezeld het getik van de regen.

In Beauchemin – mooie naam voor een dorp – vraag ik een jonge kerel om zijn toilet te mogen gebruiken. Voor ik naar buiten ga vraagt zijn vrouw of ik zin heb om iets te drinken. Een koffie.

Wat een energie heb ik vandaag. Mijn lichaam voelt echt supergoed. Mijn rugzak is terug aan het toveren. Alsof ik er geen draag. Op het ritme van het muziek – la tactique du gendarme, van Bourvil- en al zingend stap ik richting Landres. Ook al regent het en is het grijs, ik geniet ervan. De natuur zal er dankbaar om zijn. De grond stond droog.

Église Saint-Cyr à Saint Ciergues

Lac de la mouche

Rond 18 u kom ik aan in Langres. Een stad op een heuvel en zijn bijna drie kilometer lange vestingsmuren. Le presbytère. Een man met hoed op, paraplu en regenjas wijst me de weg.

De klokken luiden. Ik ga naar de mis. Lang geleden. De priester komt naar me toe, schud me de hand “oh, vous êtes le pèlerin”. ‘Amai, hij weet dit al’, gaat door me heen.
De mis begint met het voorstellen van de aanwezigen… “il y a même une flamandine entre nous”. En eindigt met “j’ai essayer de mettre le chauffage…. Eh bhein… ‘tintin’, zalige priester.
Na de mis komt de priester naar me toe en vraagt welke beelden voor me staan. Maria en de andere twee herkende ik niet ‘Jeanne d’ Arc en Elisabeth’.” Il faut apprendre un peut l’histoire de France”, krijg ik als antwoord. “Mon père.. Olala”.

Moet ik me dom of minderwaardig gaan voelen omdat ik de geschiedenis niet ken. Neen, heb ik echter vroeger wel gedaan, ik was beschaamd. Jah… omdat ik dacht dat wat men leerde op school dat dit parate kennis moest zijn. Ik herinner me de opmerkingen, ‘Alle, je zou dit toch moeten kennen…’ Of’ ale, ken je dit niet!’, met een neerbuigende intonatie… Blijkbaar vond ik toen al als kind dat het leven in het’ Nu’ belangrijker was dan iets vanbuiten te blokken waar ik geen boodschap aanhad. En nog min als ik de druk voelde en eisen die men verwacht van een leerling, dan bak ik er niets van. – Zelfs vandaag nog.- En als ik dan iets tegenkwam die mijn interesse opwekte. .. Wel dit is heel simpel… Boeken openen en… dan pas bleef het kleven en vergat ik het niet omdat het zich voordeed in het nu. Toch… hebben de ogen en meningen van anderen hieromtrent veel impact gehad in mijn reacties en gedragingen. En heb ik lang gedacht minderwaardig te zijn. Mijn kennis, kunnen en beleving uit het leven zijn voor mij vandaag heel waardevol en daar ben ik fier op. Mijn levenschool op mijn manier en ik hoef niet onder te doen.

Boodschappen. Een man komt naast me wandelen. De man met de hoed op, paraplu en regenjas. Hij helpt me dragen en neemt mijn paraplu in zijn handen. Oef, anders heb ik straks geen eieren niet meer. We praten met elkaar. “Oh, mes vous êtes le prêtre. Désoler je vous avez pas reconnu”. Mijne ‘frank’ viel… In stukken (glimlach)

Église Saint-Martin, Langres

Symbool Svastika

Vendome

Vendome

​Ik haal mijn kledij van de lijn. Hmm, nog nat. Michel brengt me naar Stef waar we een gezellige babbel hebben terwijl mijn kleren in de droogkast mogen drogen. De tijd staat stil. Fijne ontmoetingen die niet vreemd aanvoelen. Alsof we geen onbekenden voor elkander zijn. Iers wat ik heel regelmatig ervaar.

De rustige kleine stad Vendome is uitnodigend. Van la Chapelle Saint-Jacques – die dienst doet als concertzaal, tentoonstellingen –  naar la Trinité – een aanrader – terug richting la Chapelle opzoek naar een vrouw die me kan helpen ivm info over de kerk. Een grote houtenpoort met een bijzondere deurklopper. ‘Bonjour, je suis a la recherche de Madame…’ , vraag ik aan een jonge heer die me verwelkomt. ‘C’est ma mère. Elle n’est pas a la maison. Entree’. Een uitnodiging volgt onmiddellijk voor het middagmaal. De openhartigheid, eenvoud en schoonheid van deze mensen raakt me. Thibault helpt verder op weg na de verrukkelijke maaltijd in familie.

La Trinité

In het park aan het kasteel verander ik van t-shirt. Ik had nooit gedacht dat ik ooit mijn zou omkleden midden een park. Daar was ik veel te angstig en bescheiden voor.

Een man en vrouw lezend in hun voortuin. De rust van het dorp. De vele kleurrijke bloemen. Grotwoningen. Ik keer even op mijn stappen terug. ‘Pardon, vous pourriez m’aider a un hébergement svp’. In de vroege vooravond blijf ik hier overnachten. Een avondwandeling met Catherine en bezoekje aan hun grotwoningen terwijl Hervé verse komkommer gaat halen in zijn moestuin. Noisette – de huispoes – zit op de uitkijk.