Spiegels

Centre de partage — Avioth

Vier uur in de morgen… Klaar wakker. Nieuwe maan. Duidelijkheden over een huiselijke situaties komen de één na de ander naar me toe… een klare geest…

Terug in Avioth. Hoewel er wat tweestrijd aanwezig was om te komen, kon ik niet anders dan in vertrouwen, de duw in mijn rug te volgen.

Toen ik hier voor de eerste keer kwam, ondertussen 4 maand geleden, waren me een paar dingen opgevallen.
Een man, D. leek op 2 druppels water op mijn jongste broer. Op een zondag namiddag stond D. achter me te telefoneren – het was net de stem van mijn vader – toen ik hoorde dat hij belde met zijn zoon, genaamd naar de naam van mijn jongste broer, hmmm, vond ik het best frappant.

Iets kwam de kop opsteken. Zo gaat dit in het leven, ook al is er geen contact met de een of de ander. Vroeg of laat komt de spiegel ergens wel tevoorschijn om je nog even te laten zien of je gegroeid bent of niet.
Dat ook mijn vader hier in vermengd zit, is niet vreemd en kan ik al heel snel de link leggen naar mijn vorige pelgrimstocht en het terug vinden van mijn tante, (vaders zus) na meer dan 30 jaar niet te hebben mogen zien.
Een herhaling had zich voorgedaan. Broer versus zus. Met als thema grensoverschrijdend gedrag, manipulatie, chantage.. angst. En moeder versus zoon/dochter. Met als thema ongeloof, eigenbelang, wegduwen.

Lap, het zat onmiddellijk recht in de roos en dit al op de tweede dag. Niet enkel was er de spiegel vader/zoon, een nieuwe vrouw is aanwezig V, die mij de moeder spiegeld.
Een levende familie opstelling. Boeiend.

Even kwam angst om de hoek. Toen D. me zei op een bepaalde toonhoogte “Jasmine, tu le sait, hein.”, na dat ik als medebewoonster V. had gevraagd om haar slaapzak in haar kamer te plaatsen – in het huis wonen is niet te vergelijken met het huren van één van de cabanes, daar zit je privé. Hier wordt je soms met verschillende problematieken geconfronteerd: verslaving, mensen zonder papieren, mensen die heel zwaar gekwetst geweest zijn in het verleden, incest, pooiers….
Er zijn duidelijke afspraken in het huis en er word gevraagd naar co-verantwoordelijkheid –
“Je sais qoui ?”, antwoord ik terug. Zijn zin kwam out of the blues. “Jasmine, attention, hein”, met wenkbrauwen naar boven getrokken en een fronsend voorhoofd en een wat schuin draaiend hoofd. Het was duidelijk dat mijn vragen niet welgekome waren. “Attention, à qoui ?”
Waw, wat een verandering die voelbaar was bij mezelf. Ik bleef staan. Recht en krachtig, zonder angst, zonder weerstand.
D. kreeg geen verdere voeding, redder zijn van V. werd overbodig en vertrok. En zelf van binnen voelde ik een bevrijding en door in mijn eigen verantwoordelijkheid te gaan staan, te vertrouwen kreeg angst en bedreiging geen verdere kans.

Ook V. brengt me spiegels. Op een avond zie ik V. naar le ‘Fruitier’ gaan en komt terug met een ijsje. Heel snel gaat ze richting de openhaard, gooit het papier erin. Draait zich om zodat het niet zichtbaar is dat ze een ijsje in de hand heeft. (de maaltijden mogen enkel gebruikt tijdens de daarvoor voorziene uren, rantsoeneren is hier uit noodzaak). V. verlaat de ruimte en gaat naar haar kamer.
Ik voel dat deze beweging van V. me triggert en deed me zoveel jaren terug gooien in de tijd.

Als kind vroeg ik soms om chocolade. Soms kregen we als antwoord dat er geen was, om dan toch waar te nemen bij valavond dat mijn moeder, terwijl ze de dagelijkse kassarekeningen telde, stiekem chocolade uit haar handtas haalde en at. Ik zat in de zetel toen ik dit zag en herinner me dat ik dit als kind niet juist vond. Soms durfde ik reageren, en kreeg ik onder mijn voeten of was het geen waar wat ik zag. Het vertrouwen kreeg een deuk.
Andere keren stelde ik dan een vraag (ik omzeilde mijn rechtstreeks reageren door de mogelijkse gevolgen) – antwoorden was natuurlijk moeilijk wanneer men iets te verbergen had in de mond, dit deed ik in de hoop om er zich bewust van te worden.

Toen V. terug kwam zei ik, “il étais bon le chocolat ?”. Ik werd niet alleen terug in de tijd gegooid, ik stelde ook hetzelfde gedrag.
En hier voelde iets in mijn lijf anders dan toen, er voelde iets niet ok. Ik kon het niet onmiddellijk plaatsen en vroeg ”s nachts om raad.
De nacht bracht raad.
Er waren twee dingen. Dankzij die situatie werd ik me bewust welk gevoel ik erbij had als kind nl. onrechtvaardigheid, bedrog. .
In het Nu, door mijn vraag- il étais bon le chocolat ?”- had ik V. in een ongemakkelijke positie geduwd in ons contact. Haar alertheid, ongemak werd groter. Mijn gedrag was niet goed te keuren. Dit had ik niet te doen. Door de bewustwording in deze situatie werd ik bewust dat er zich iets had getransformeerd in mezelf. En besefte dat wat ik zag bij de ander, de onvrede die ik erbij voelde niet de reden was van mijn gedachten in het NU.

Ondertussen ben ik opgestaan. Brrr, ik trotseer de koude in de gang en ga naar de keuken. Midden in de nacht, iedereen slaapt. Alle lichten branden nog. Ik leg nog een dikke houtblok op het vuur. En verkies al snel om terug onder mijn dons te kruipen. Ik slaap terug in voor een paar uurtjes.

Deze namiddag in de vergadering kon ik dit verhaal in groep delen tijdens le ‘temps de parole’….
“V. , j’ai a m’excuse auprès de toi… Je m’excuse pour me comportement, car c’était injuste. Et aussi je me pardonne à moi même.”(Wat niet wil zeggen dat hier iemand schuld heeft. Ik weet alleen niet welk andere woord te gebruiken. Het gaat hem vooral om verantwoordelijkheid op te nemen.) Het werd stil in de ruimte. Mijn vergiffenis bracht een korte deugddoende vloed aan tranen. Liefde was voelbaar.

Dankbaarheid om wie V. is en dat ze mij die spiegel bracht. En dankbaar om dit huis en haar waarden.

De dag sluit zich met een prachtige zonsondergang. Na een dag vol-zon en gure koele wind. Een gezellig samenZijn rond de tafel met kop thee, bij de warme haardvuur.