Philae

Santuarium Isis tempel

Vijf uur in de morgen, mijn wekker begint te trillen. Mijn nachtje was kort. Sedert ik in Aswan ben slaap ik hoogstens een paar uur per nacht en zelfs overdag is slapen niet mogelijk.
Ik sluit stilletjes de voordeur en vertrek in de nog stille straten richting Philae. Een uurtje stappen op asfalt tot ik aan de Ticket office kom. Een man op de motor komt afgereden, ” ik ga die richting uit. Ga je mee?” “Neen, dankjewel. Ik heb mijn wandeling nodig”. Geen haar op mijn hoofd die denkt om achteraan op een motor te gaan zitten, zonder helm en zonder verzekering.

Aan de ticketoffice, net aan het water probeer ik een kapitein te vinden. De overzet naar de tempel kost officieel 250 EGP. Er wordt mij gevraagd hoelang ik er wens te blijven. “Ik denk vermoedelijk een drie uur, maar dat weet ik niet. Zeker geen uur dat is tekort voor me.” De prijzen gaan omhoog omdat ik zogezegd dan privé afhuur. Ik weiger en blijf bij de officiële prijs. Je kan me er brengen. Ik betaal je 125 EGP en ik kom terug met iemand anders of met je en betaal de rest 125 EGP. Ik kan ook opstappen met iemand anders op de boot, dan ben je toch winner. En wat uren betreft voor mij geen zorg ik zie wel wanneer je komt. Ik heb tijd.”, het lukt me niet. Ze weigeren. Geen enkele schipper wil me er brengen. Vreemd eigenlijk. Zogezegd doen ze heen over en weer varen tussenin. Hmm, ik ben niet van gisteren.
Ik doe een poging om mee te gaan met toeristen. Ze verwijzen me telkens door naar hun gids. Amai, ik had al lang zelf ja gezegd tegen een toerist. Uiteindelijk lukt het met om op het eiland te komen. Varend naar het eiland zie ik plots de eerste kapitein die weigerde met een lege boot terug komen. Sloebers. Maar niet met mij.

Aangekomen op het eiland probeer ik tussen de groepen traag van de ene plaats naar de andere te stappen. Er is ook zoveel te zien dat het een zonde zou zijn hier door te hollen en het voelt er zalig aan.
De tempel dateert van de derde eeuw voor Christus waar de Godin Isis werd vereerd, de universele moeder één van de belangrijkste godinnen in het antieke Egypte. Vrouw van Osiris, moeder van Horus. De tempel was één van de laatste plaatsen, tot de vierde eeuw na Christus,
waar men haar nog vereerde. Keizer Théodose was bezorgd om deze verering en besloot de tempel te sluiten. Nadien werd de tempel getransformeerd in een kerk door de Copten. De Philae tempel werd verplaats zo een 100m verder van het eiland Philae naar het eiland d’Agilka wegens meerdere malen te zijn overstroomd. Acht jaar is noodzakelijk geweest om dit werk te verwezenlijken (1972-1980). De Unesco heeft de tempel dan ook met heel veel zorg terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht. En daar ben ik heel blij mee samen met hoogstwaarschijnlijk nog vele anderen.

Via een lang terras wandel ik naar een immense poort. Links de Pharao met al zijn geweld en het doden van gevangenen en rechts. Isis, Horus en Hathor schitterend gesculpteerd. Helaas, is er op verschillende plaatsen te zien hoe Copten beelden van hoofden hebben vernietigd.

Nog voor de ingang van de tempel bewonder ik rechts de Mammisi. Een tempel opgedragen aan de geboorte van Horus, waar je de verschillende fases van een geboorte kan waarnemen.

Wanneer ik verder wandel naar het sanctuarium wordt ik aangetrokken op mijn rechtkant door een zwart gat, een opening in de muur. Via een open vlakte, weg van de mensen stap ik een kleine donkere ruimte in. Ik wordt iets heel krachtig gewaar waarbij ik bijna aan de grond wordt genageld en terzelfde tijd alsof mijn lichaam tegen iets aan het verweren is. Ik kan het vergelijken als die keer dat ik aan skydiven deed en mijn lichaam verplicht een houding moest aannemen of ik werd weg geblazen tegen de wand.
Een tempelwachter komt binnen en ik zie hem rechtsomkeer maken. Ik blijf een eindje in de ruimte staan tot ik gewaar wordt dat ik terug zachtjes in beweging kan. Ik kijk achter mij in de ruimte. Een lege volle ruimte. Vroeger waren zo een gewaarwordingen als speciaal, soms met weerstand, angst omdat ik mezelf er niet kon in verplaatsen, het was te veel. . Vandaag zijn ze vanzelfsprekendheid. Ze zijn er, mogen er zijn, ik kan ze beleven en maken deel uit van mijn weg, van mijn leven. Ik beleef ze en laat ze los.

Aangekomen in het santuarium staat in het midden een grote granieten blok. Ik ga ervoor staan, leg er mijn handen op en blijf zo een eindje staan met mijn ogen dicht. Ik hoor van alles en nog wat bewegen rond me, mensen komen en gaan. Ik blijf…. staan. Rechts van de blok is een reliëf te zien van Isis die de borst heeft aan Horus. Het bijzondere hier is de gestalte van Horus, bijna als jong volwassen. Het hoofd van Isis is door de jaren heen uitgehold door de vele verering.

Wanneer ik in de tempel van Hathor ben sta ik in een portaal, rechts voor mij staat een blanke vrouw te kijken naar de bas-reliëf. Ik zie een Egyptische man die stilletjes achter haar aankomt en haar doet schrikken. “Boeh, ik heb je eindelijk gehad” zegt hij tegen de vrouw. Ik zie dat ze er geen aandacht aan wil geven. Hij komt dichter bij haar en duwt haar in het nauw. Als een kind zie ik hem plots weglopen. Ik stap naar de vrouw toe. “Mevrouw, kent u die man?” “Ja, het is onze gids” “Benaderd hij jullie altijd zo?” “Ja, het is niet de eerste keer.” “Jullie gaan dit toch niet zo laten. Ik hoop dat jullie dit toch zullen melden aan het toeristisch bureau. Want zijn gedrag was ongepast en grens overschrijdend.” De vrouw spreekt in het Frans een andere vrouw aan die er ondertussen bijgekomen is. “Ik ben blij mevrouw dat u als externe het ook heeft opgemerkt.” “Ja, dat was duidelijk”. En zo denken sommigen toeristen dat wanneer je via een toeristen bureau met gids werkt je veilig bent. Helaas. En laten we ook eerlijk zijn. Omgekeerd bestaat ook, blanke vrouwen die letterlijk gaan aankloppen op de deur van de gids met de vraag om een nachtje samen te zijn. En dit gebeurt hier overal. Westbank Luxor, op de cruiseschippen…Jongeren van in de twintig die zich aanbieden…. Cliché, maar een realiteit. Soms zou ik een zwarte niet ziende bril willen op hebben. Pfff.

Voor ik het eiland verlaat ga ik nog eens binnen in de tempel van Isis. En één iets is zeker, Keizer Theodose heeft ooit de verering voor Isis gestopt, wat hij nooit gedacht heeft, is dat niemand haar kracht ooit zal kunnen wegnemen.

Een kapitein brengt mij terug naar het vaste land en na een uurtje sta ik terug voor mijn verblijf. Op de stoep zit een jonge vrouw. We nemen contact met elkander, stellen ons voor, vragen van waar we afkomstig zijn en wat ons in Egypte brengt. Ik deel over mijn pelgrimstocht en Maria Magdalena. Caroline deelt dat ze hier met een groep is ook in verband met Maria Magdalena. Ik deel haar wat Egypte met me doet en mijn behoefte. Een wagen komt voor de deur. Ze komen haar oppikken. “Ga even gaan zoeken op Anaïs Theyskens. Je zal zien. Ze zal je waarschijnlijk wel aanspreken. Een vrouw met beide voeten op de grond.”. “Zal ik doen. Dank je wel”. En ik zie Caroline vertrekken. Right time, right moment. ’s Avonds zoek ik op en ja hoor. Ik voel onmiddellijk een klik. Ik laat alles even zakken en zie wat de nacht me zal brengen.

Klik HIER voor nog meer beelden

Sekhmet

Tempel of Ptah – Karnak

Amandine, zin om mee te gaan naar de Karnak tempel?” vraag ik haar. Ik verneem dat ze zich niet goed voelt en de voorkeur heeft om uit te rusten in een frisse kamer. Buiten is het namelijk een 40 graden Celsius.

Ik begin mijn dagelijks wandeltocht heel vroeg in de morgen om tegen openingsuur aan de deur van de ticketoffice te staan. Op de hoek van de straat en net buiten het landelijk dorp waar ik verblijf staat een taxi chauffeur. “Taxi”, zegt de man. “Afhankelijk van je prijs, als je deze onmiddellijk zal opblazen omdat ik blank ben. Neen, dankjewel.” “Ik moet werken, geld is niet het probleem. Stap maar in”, zegt de man. Zijn gezonde ingesteldheid overtuigd me en ik neem de taxi tot aan de tempel.

De taxi chauffeur begint een gesprek in een gebroken Engels. Wat niet altijd evident is. “Ik heb een tweeling thuis die moet eten krijgen. Ik moet veel werken voor hen. Ze vragen veel energie en ik ben vaak moe wanneer ik bij hen ben. Ze zitten nooit stil en vragen veel van me.” Ik luister naar zijn verhaal. “En jij, je land ?”, vraagt hij me. “Belgica” antwoord ik hem want Belgium kennen ze niet omdat ze dit woord niet begrijpen en vaak weten ze niet dat het bestaat.
“Hoe oud zijn je kinderen. Ik kan me goed voorstellen dat een tweeling in huis veel van je vraagt.” Hij bevestigd mijn delen. “Ze zijn bijna twee jaar. Jij kinderen? ” vervolgt hij. Daarna komt al snel, een man, een vriend. “Ik was 32 en heb ooit een Duitse vrouw gehad van 46 jaar voor drie maand. En jij?” Het is hier blijkbaar als een vanzelfsprekendheid wanneer je een blanke vrouw bent en een langere tijd op eenzelfde plaats verblijft je opzoek bent naar een man. Hmm. “Niet geïnteresseerd”, zeg ik hem en zorg ervoor dat ik hem geen aandacht meer geef door naar buiten te kijken. Een manier van benadering die ik al zo vaak gehoord en gezien heb, hier en in andere landen. En waarom…. om leegtes op te vullen die men in de thuisbasis niet vind. En met thuisbasis bedoel ik de omgeving en je eigen ‘thuis’ de leegte in jezelf. En de leegtes kunnen verschillende gedaantes aannemen, te kort aan geld, te kort aan Liefde en ik gebruik hier het woord Liefde met de grote L. Deze die men vaak onmiddellijk wil opvullen met iets tastbaar en hierdoor de basis, de essentie mist omdat men het buiten zichzelf zoekt. Om dan na drie maand te vertrekken, met misschien, een vol gevoel. En als men dan werkelijk bewust stil sta bij de gewaarwording, eerlijk is men zichzelf. De moeite durft te doen, voorbij de angst, zichzelf in de spiegel te kijken zonder oordelend te zijn naar zichzelf, men dan kan gewaarworden dat het om een illusie gaat. Want het vat zal blijvende lekkages vertonen zolang men het niet durft onder ogen zien. En zo komt men in vicieuze cirkel terecht van ‘hongersnood’ en het blijvend zoeken van voeding buiten zichzelf. Terwijl het zaad in onszelf, die er reeds is, dient te wortelen om die vruchtbare boom te worden. Hoe, door de deur naar je eigen hart te openen en het licht erop te laten schijnen. Zeg ja tegen jezelf op een gezond de manier, zodat jij op je beurt naast iemand kan staan op een gezonde manier. Respecteer jezelf en de anderen zullen je respecteren en je dromen… die zullen gekleurd kunnen blijven.

In alle rust kan ik doorheen de Karnak tempel wandelen. Hier en daar zitten er tempel bewakers en politieagenten, ze hebben gelukkig nog geen oog voor de ‘blanke vrouw’. Na twee uren van de ene zuilenzaal naar de andere. Beslis ik nog even een klein tempel te bezoeken weg van de drukte van de groepen en de roepende gidsen die zich proberen hoorbaar maken.
Net naast de Osiris Kapellen kom ik in de Ptah tempel. Een tempel bewaker volgt me van dichtbij en probeert me ergens heen te brengen. Ik bedank hem vriendelijk en volg mijn eigen weg. De kapel is gebouwd in drie delen. Een midden deel, santuarium, waarin een graniet beeld staat van Ptah zonder hoofd en met een deel van de djed in zijn handen te zien is. Ik wordt aangetrokken tot de linkerzijkapel. Ik laat mijn ogen even wennen aan de ruimte om me er dan te laten onderdompelen door de zalige energie die er is. Blij dat ik nog de energie en de kracht had om mijn intuïtie te volgen en tot hier te stappen.

De Karnak tempel verlatend zie ik een vrouw strompelend en leunend over de schouders van haar dochter en kleinzoon de tempel verlaten. Ik maak me zorgen en geef wat aanwijzingen. “Het gaat dank je wel. Ik kom hier al meerdere jaren”. Ik respecteer haar neen en blijf haar toch wat in het oog houden. Tot ik zie dat het moeilijker gaat. Ik stap naar een verantwoordelijke van het museum en vraag een rolstoel. Hij vraagt me om te tonen wat gebeurt. Ik word kordaat en zeg dat daar geen tijd voor is. Vertrouw me ik weet wat ik doe. De vrouw komt af, de rolstoel laat op zich wachten. Ik vraag het kort bijzijnde toilet. “Daar”, wijst de man naar een toilet binnen in een verkoelde ruimte, “maar je kan niet via hier, je moet via daar”, wat wilde zeggen via de blakende zon en een langere weg. “Sorry, ik heb geen tijd voor die regels. Die vrouw heeft, nu, een toilet en de kortste gezonde weg nodig.” Ze worden gewaar dat mijn delen menens is en laten ons door. Een volgend obstakel ‘centen’. “LA LA” en zo komen we eindelijk bij de toiletten. Het duurt een eindje. Ik wacht. Wanneer de vrouw na twintig minuten uit het toilet komt zie ik terug blozende wangen en een betere energie. “Oef, je ziet er duidelijk beter uit.” We verlaten de wcruimte terwijl ik ze ondersteun. “Waar is je bus” vraag ik haar. “Daar ergens” De vrouw staat nog niet vast op haar benen. “Kom we nemen de korte weg en trekken ons van regels verder niet aan. Ik zall bij je blijven. Terwijl je dochter zal vragen aan de chauffeur om dichter te komen.” We passeren ongezien de politie controle. Terwijl we staan te wachten stellen we ons aan elkander voor en zie ik haar later de bus op stappen. Oef.

Egypte brengt me in een alignment. Het trouw blijven aan mezelf brengt me verder, dieper naar die stabiliteit. In resonantie van tijd en op de juiste plaats.
Ik word gewaar dat het tijd is om mijn levenservaring in te zetten, te gaan durven staan met mijn ervaringen, capaciteiten. En hoewel ik dit deels al doe, toch heb ik het gevoel dat het wat op de achtergrond blijft, beperkt, er iets ontbreekt. Een onzeker gevoel, de beperking van me klein te houden is ergens altijd nog wel sluimerend aanwezig.
Dat wens ik niet meer, ik wil wat in mij is laten stralen voor mezelf en met de anderen.
Hoe, is me nog niet duidelijk. Wel voel ik dat een soort van ‘verfijnen’ noodzakelijk is. Als alle losse papiertjes samen te brengen tot één geheel. En owee, ik kan het zo goed aan anderen zeggen, maar zelf doen…. brrrr.

Ik bel Amandine op terwijl ik een koffie drink op terras. Ik hoor dat het nog niet beter gaat en spreek af met haar dat ik bij haar langs ga vóór ik naar de apotheek, vaste voeding en water voor haar haal.
Na goede zorgen, een doktersbezoek, een portie humor en het Samenzijn zie ik haar beter worden. Gelukkig want een vlucht staat haar op te wachten terug richting Europa.

Ik wandel terug richting mijn verblijf tussen de bananenbomen via de Franciscus kerk en een boeken winkel. Ik vraag advies en vraag een boek rond mystiek, religie van het oude Egypte. Ik krijg er eentje met de titel principes van de universele mystieke religie. Ziet er interessant uit en laat het nog wat bezinken. Boven de boekenwinkel verfris ik mijn innerlijk wezen met een frisse verse citroen munt en stil ik mijn jonger met een konafa. Naast mij, aan een andere tafel komen Nederlandstalige mensen zitten. Ik deel mijn teveel aan konafa en geraak met hen aan de praat.

Één vrouw vraagt me wat me naar Egypte heeft gebracht. Ik vertel in het kort over de signalen van la Sainte-Baume, over de pelgrimstocht van Maria Magdalena in 2020, over de roeping naar Jerusalem via Egypte. “En u mevrouw wat brengt je hier?” De vrouw bevind zich op een tweesprong tussen Nederland en Egypte. “Wat houd je tegen?”, vervoeg ik eraan toe. We wisselen onze nummers uit. En de vrouw schenkt me een klein zilveren hangertje. “Dit is de krachtigste onder de vrouwen. Dit is Sekhmet je kan ze zien in de Karnak tempel” “In de Karnak tempel?!” ” Ja een kleine tempel buiten de grote. De tempel van Ptah” “Oh, daar ben ik geweest vandaag. Ik heb haar niet gezien. Ik was ook aangetrokken tot een krachtige zijkamer links. In de rechterkamer kon ik niet in. Er was een groep met tempelwachter die wat vreemd deed alsof hij me er niet in wou.” “Wel daar staat ze in een granieten beeld” “Dankjewel, je delen raakt me. Niets is toeval”.

Klik HIER VOOR meer beelden

Links Sekhmet