Gillette

Bij het verlaten van Orléans wandel ik onder een majestueuse céder langs La Loire Sauvage.
Bepaalde stukken die ik wandel herken ik van de tocht in 2018. Ik vind dit altijd zalig te beseffen dat mijn pelgrimswegen met elkander verbonden zijn, zonder dat ze voordien gepland werden.
Zo vertrek ik altijd op pelgrimstocht.. . Zo zuiver en zo puur mogelijk om werkelijk alles zelf te ervaren aan de lijve. Geen boeken, geen verhalen en zo zal ik ook proberen te vertrekken volgend jaar naar Israël op de voetsporen van Maria Magdalena.

Hier en daar is de bloem Colchicum zichtbaar in het gras. Maar wie dezer dagen veel meer zichtbaar is geworden, tapijten vol, zijn de witte en roze cyclamen.

Net vóór Meung-sur-Loire wandel ik langs een immense lange muur met doorgangen die werden gesloten met snelbouw stenen en metalen hekken. Een bejaarde vrouw komt op het pad. Ik spreek haar aan.

“Dag Mevrouw weet u voorwat die doorgangen zijn.” Ze kijkt me aan en zegt: “Daar werden vroeger de wijnvaten in bewaard. De Loire wat toen veel hoger en was één van de grootste waterwegen in Frankrijk. In deze regio waren er hier vroeger veel wijngaarden. Ze kwamen aan met de boten en de vaten werden hier gelost in onze kelders. Maar ja, dat is allemaal gedaan. De kelders zijn zelf een gevaar geworden en de stad heeft ons gevraagd om ze dicht te doen uit veiligheid. Ach, het is hier zo een bloeiend en rijk leven geweest. Vandaag kan ik niet veel meer. Ik vergeet de namen, behoorlijk vervelend en door wat ze al twee jaren bezig mee zijn met die ‘corona’ kan ikzelf geen deftig zelfzorg niet meer ontvangen. We vinden ook geen mensen niet meer voor het huishouden, voor de tuin…. En ik ben veel te oud, 85 jaar om dat allemaal alleen te doen. Zeven hec. grond is hier te verzorgen. En het is vervelend, ik vergeet altijd de namen”, herhaalt ze nogmaals. Ik luister verder naar haar verhaal terwijl ze met haar tuin gerief in haar handen staat.

” Mevrouw hoe is je naam? “, vraag ik haar. Een lange naam van vier namen aan één…” Zeg maar Gillette”, terwijl ze me aankijkt.

Samen met Evelyne stap ik verder terwijl ik me nog eens omdraai en Gillette wat voorovergebogen naar beneden zie stappen via grote onregelmatige kasseien, met vier grote werktuigen onder de arm. We kijken wat ze verder doet en ze begint de takken af te zagen van een grote populier die aan de oever van de Loire staat. “Evelyne, gaan we haar helpen. Veel handen maken het werk lichter”. We stappen terug richting de rivier. “Gilette wacht we komen je helpen, dit hoef je niet alleen te doen”, roep ik haar richting uit.
Met de rugzak op begin ik de nieuwe populier scheuten af te knippen kort tegen de stam. In een mum van tijd is dit karweitje achter de rug. “Och, awel wat mooi van je dat je me komt helpen. Dit had ik nu niet verwacht. Dit moet ik aan mijn man vertellen”, ik zie haar zo opfleuren. Mijn hart lacht.

Nadien vraagt Gillette of we even naar boven mee willen. Wat we ook doen. We worden voorgesteld aan haar man en vol verwondering doet ze het verhaal, “Léon, moet je nu wat weten wat me overkomen is….”.

Ik denk terug aan de ontmoeting met Hélène en wat ze me zei in verband met het pelgrimeren.

Bijzonder, ik kan het zo voor de geest halen wat zij deelde maar niet mijn eigen delen, ik kan het deelmoment nog gewaar worden, maar de woorden zijn verdwenen alsof ze niet mijn woorden waren, voorbij de woorden en dit is niet de eerste keer.
Het voelt evenwichtig en juist. Het is als een delen vertrekkend vanuit een ‘zuiver’ kennis en het verdwijnd op eenzelfde manier. Niet dat het niet belangrijk is, integendeel. Het is voelbaar, een delen met veel waarde, diepgang en er ontstond een diepe verbondenheid met Hélène.
Soms zou ik ze op een bandje wensen op te nemen om ze verder te willen delen, echter voor ik het besef is het al te laat. En eigenlijk weet ik ook diep vanuit mijn hart dat dit niet de bedoeling is.

Wat ik wel nog weet was wat zij me deelde aan de ontbijttafel, ” Jasmine je kennis, wat de weg je gebracht heeft, je ervaringen. Je weten het is zo waardevol om dit te delen. Je onderweg zijn brengt zoveel bij de mensen. Het zijn mensen zoals jij die er nodig zijn, je hebt zoveel te delen en te vertellen.”

Ik wens vooral gewoon te ‘Zijn’ en wat mag zal ontstaan. Ik begrijp wel wat ze bedoeld.

In Beaugency neem ik afscheid van Evelyne, zij stapt verder op de Via Turonensis, terwijl ik afsla en richting Magdala ga waar de fraternitéit van Jeruzalem is.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier wat beelden en nog…

Zien

In de enige bar in het dorp, langs een grote weg richting Orléans nemen we ons ontbijt. Een autentieke houten vloer, lederen groene zitbanken, elegante eiken tafels. Aan de muur hangt een zelfgemaakte poster ‘De vierde generatie’, met een beeld van ieder koppel, een huwelijksfoto. Bij het verlaten van de bar deel ik aan de eigenaar, “Meneer, zo fijn om jullie meubilair te zien en deze mooie oude houtenvloer. Ik heb niet de indruk in een bar te zijn, wel in een warme uitnodigende woonkamer. Dit voelt zalig aan.”

Ik laat Evelyne zoeken op haar app naar de weg. Op een kruispunt zie ik het streepje ‘blauw-geel’ met nog twee andere veldwegen ernaast. Ik leg haar even uit wat de mogelijkheden zijn op zo een punt en de keuze die ik hierin maak, asfalt of natuurlijke wegen. Beiden kiezen we de natuurlijke weg en laten we even het teken van de Camino opzij. Ik check dubbel bij Evelyne of zij dit ok vind en er vertrouwen in heeft. De Franse taal is zij niet zo meester – alhoewel ze toch wel al een goede vocabulaire heeft – en dit naast haar eigen taal Zwitsers-Duits.

Een niet bekende weg nemen (hoewel deze nooit bekend is in de bredere zin) is niet altijd een eenvoudige keuze voor wie in het onzeker, angstig, in het mentale leeft… want heel vaak komen er dan stemmetjes in het hoofd ‘zal ik dan de weg terug vinden’, ‘en wat als ik niet meer door kan’, ‘wat als ik verloren loop’, ‘ik zal het niet kunnen’, ‘ik zal iets missen’… en dat is niet abnormaal wanneer men voor het onbekende staat. De mogelijkheid die er dan kan optreden is dat men zichzelf gaat bevriezen waarmee de vloeiendheid, de beweging van wat leven stopt.
De weg leerde me ‘vertrouwen’ en uit dit vertrouwen kwam ‘voorzienigheid’.

Vroeger was ik iemand die al mijn reizen voorbereidde tot op de puntjes, net door die talrijke vragen die opkwamen vanuit schrik voor het onbekende. En net hierdoor deed ik een beweging die het omgekeerde met zich meebracht. Want op die reizen stootte ik telkens heel hard mijn hoofd tegen de muur… of ik werd bestolen, of ik kwam in lugubere plaatsen terecht met de onaangename gevolgen vandien, of ik voelde me niet goed en wou zo snel mogelijk weg maar kon niet net door de planning die me ‘vastroestte’…

Ik was verwijderd van mijn lichaam, ik leefde in mijn hoofd om mijn lichaam te beschermen en mijn gewaarwordingen niet toe te laten. Behalve en gelukkig op plaatsen waar ik alleen was kon ik het soms nog toelaten.
Hierdoor sneed ik me deels af van mijn intuïtie, mijn eigen beweging, innerlijke kompas. Een beweging die ooit bewust was begonnen om iets te vermijden. Door de jaren heen werd deze keuze een ‘vast gebaar’ ik had het mezelf zo aangeleerd beïnvloed door de buitenwereld. Het ‘vast gebaar’ verdween wanneer ik de verantwoordelijkheid voor mijn leven in handen terug nam. En hierin horen voor mij de woorden Bewust leven, gewaarworden, vertrouwen op mijn intuitie, mijn instinct volgen, bewust handelen…en me losmaken van het geconditioneerde, naar puurheid. En ook al was, is dit niet altijd de eenvoudigste weg, ze is me zo waardevol.

Ondertussen probeer ik Evelyne naar een bewustzijn mee te nemen in het bos, via lichaamshouding, ademhaling, zintuigen, om in het hier en nu te kunnen zijn.
Te kijken naar iets, niet via wat we geleerd hebben op de schoolbanken of de zovele jaren in ons rug en wat we zonder meer, zonder werkelijk erbij stil te staan hebben overgenomen.
Wel een kijk van wat we werkelijk zien. Wat we werkelijk horen. Ongefilterd.
Zich losmaken van conditionering die een mens kan belemmeren om vrij in het leven te staan. Conditionering die ervoor zorgt dat we ons verwijderen van ons ware Zijn, wie we in werkelijkheid Zijn. Gedragingen die hieruit zijn ontstaan en waar men slaaf van is geworden. Een gedrag die jaren aan een stuk voldoening kan brengen, tot op het punt dat men gewaar wordt…. ‘Dit ben ik niet, zo wil ik niet zijn, wie ben ik eigenlijk… Vragen die het begin zijn van verandering.

“Wat zie je”, vraag ik aan Evelyne terwijl we op het gras staan midden een bos. Het antwoord komt heel snel, nog voor de vraag werkelijk is aangekomen. “une route”. “Is dit werkelijk wat je ziet of weet je het omdat de kaart het je toonde”, vraag ik haar. Ze kijkt me bedenkend aan. “Wat zie je in werkelijkheid!?” Een stilte… Wat aarzelend hoor ik, “Een witte streep.” Dit klinkt misschien voor velen banaal of kinderachtig. Wel laten we terug kijken met kinderogen naar de wereld, want niet alles IS wat men denkt wat het is.
Laten we observeren, bewust waarnemen van wat we in werkelijkheid Zien.

We naderen Orléans. Ik open de app en bekijk de platte grond om te zien waarheen we stappen. Ik vergroot het plan. Het komt me bekend voor, alsof ik van uit vogelperspectief de stad herken. Een bijzondere gewaarwording. Ik check even mijn blog of ik hier ooit ben geweest. Inderdaad. Ik passeerde hier in 2018 op mijn weg van de Aertsengel Michaël.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden.

Kathedraal Orléans

De camera

In Estampes, veeg ik het zand van mijn voeten, na eerst nog een bezoek te brengen aan de kerk Notre- Dame-du-Fort en stap ik nog een vier kilometer verder naar la Ferme des Acacia, waar ik op een zolderkamertje een heerlijk nacht mocht doormaken.
Wat een hemelsbreed verschil in aanvoelen tussen Estampes en het liefdevol kerkje in Étréchy, niet alleen de plaats ook de ontvangst waren twee uitersten.
Via messenger ontvang ik een boodschap, ‘ Weet je al waar je zal overnachten deze nacht. Wij ontvangen pelgrims’. Hmm, ik kijk op de profielfoto van wie deze uitnodiging komt. Twee stralende gezichten. Geen naam, wel een zin ‘Avis de Tempetes’. Un acceuil pèlerin. ‘Ook al ben ik dit niet gewoon, ik kan aan jullie stralende gezichten niet weerstaan. Het is ok. Jullie mogen mij verwachten’, schrijf ik terug.

Samen met Evelyne vertrek ik richting Méréville. Langs velden, eerst in het groen nadien op asfalt. In de verte horen we geweerschoten. De jacht is open. Plots horen we een toeter, een jager staat met een fluoriserend oranje hesje op een hoogte, hij kondigt onze komst aan.

In het kerkje van Saclas, waarvan we de sleutel kregen van de vriendelijke dame van het kleine-barwinkeltje, sta ik voor een kruis die mijn aandacht trekt. “Zie je dit kruis”, deel ik aan Evelyne. “Een hart, een kroon en vuur… Wel onze eigen kroon mag ‘branden’, mag in het Licht Zijn en naar het Licht komen. Geen kroon van verdriet, wel een kroon van Licht en Vreugde. Gevoed door ons eigen brandend vuur.” In het naar buiten komen vraagt een man of we voor hem willen bidden.” Wat is je naam? “, vraagt Evelyne.” Chiko”, antwoord de man met korte haren en een kunstige baard. In koor zeggen we “we nemen je mee in gedachten.”

Wat verder om de hoek steun ik een eetkraam tijdens een plaatselijke bijeenkomst van verenigingen. Mensen vragen ons waar we gaan. Ik neem plaats aan de tafel en we geraken aan de praat. Er ligt een fototoestel op tafel en ik kan het niet laten om de tip te geven, om een UV lens aan te schaffen om het objectief te beschermen. “Ben je fotograaf? “, vraagt de man. “Ik heb een lange tijd gefotografeerd.” “Ach, daarom dat je over een uv lens spreekt. En waarom fotografeer je niet meer?” “Och, ik fotografeer nog wel maar niet meer om dezelfde reden. Hierbij verkocht ik al het fotografisch materiaal.” “Maar dan kan je geen foto’s niet meer nemen?” “Meneer wanneer ik naar je blik kijk en zie wat er diep aanwezig is in je ogen, het tot mij laat komen, dan heb ik geen camera meer nodig of een schijf om het te bewaren. Mijn schijf is mijn hart.” Oelala….. hoor ik als een koor aan tafel.” Heb je mevrouw gehoord”, zegt een vrouw terwijl ze haar hand op zijn arm legt. De man glundert.

Wat doet het deugd om de zachte aarde onder mijn voeten te voelen. Dempende zachte zolen zijn hier echt overbodig en het komt me ook goed uit, want mijn schoenzolen gaan hun laatste kilometers in.
Via een ellenlange muur wandelen we Méréville binnen. Rue de la Madeleine. Opwaarts onder een lange laan van Lindebomen om een pauze te nemen op het terras van een bar naast de kerk. De kerk waar een prachtig kruis hangt in Eik. Geen kruis met een lichaam erop, wel een kruisvorm waar het lichaam uitgehouwen is in het hout. Als een schaduw die achter blijft van een lichaam die allang in ons midden is, die lichter aanvoelt. Een voor mij levend kruis.

Uiteindelijk eindigen we ’s avonds bij Christian en Fernande. Beiden komen pas terug van Compostella en delen met enthousiasme hun ervaringen. Fernande maakte een heerlijke maaltijd klaar met producten van her en der op het veld, langs de weg of in de tuin. Overvloed.

Hier een kortfilmpje….en nog eentje

Hier wat beelden…. En nog hier.

Evelyne

Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde

In de verte zie ik twee mensen wandelen. ‘Zouden er wandelstokken te zien zijn. Misschien een pelgrim’, stel ik me de vraag. Op mijn rechterkant zie ik een regen gordijn op mij afkomen. Ik maak me klaar om de druppels te ontvangen. Mijn regenkap gaat op de rugzak, mijn paraplu boven mijn hoofd.
Ik nader de twee mensen, een plaatselijke bewoner, een pelgrim ‘Evelyne’.
Evelyne, is vertrokken vanuit Parijs als startpunt. “Naar waar gaat u”, vraagt de man die erbij is. “Richting Orléans”. “De vrouw is haar weg verloren. Er zijn hier veel pelgrims die de weg verliezen hier. Ik ken hier de regio uit mijn broekzak en dan help ik hen altijd”, deelt de man verder.

Ik wandel verder met Evelyne en vraag haar op welke manier ze de weg wandelt. “Met de gids ‘guide lepere’. Maar ik verlies de weg. Ik heb daar wel tien minuten staan draaien om hun boek te begrijpen”, weet Evelyne me te vertellen. Ik deel haar de manier hoe ik onderweg stap. “Als je wenst kan ik je later tonen welke app ik gebruik en met deze app kan je nooit meer je weg kwijt zijn onderweg, en ga je zo naar Compostella.”

In Longpont-sur-Orge stap ik de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde binnen. Een aangenaam aanvoelende kerk. Twee dames zijn er de bloemen aan het schikken en aan het bij knippen.” Madame, zou ik even jullie toiletten mogen gebruiken aub”, vraag ik aan een bejaarde kleine dame. “Gaat u naar Compostella. We hebben hier de stempel voor in de credential”, zegt de vrouw met fierheid. “Ik ben op de weg, maar ik ga er niet naar toe. Mijn weg neemt me elders mee.” De vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Dit doet me terug denken aan het moment op de weg naar Rome, wanneer de mensen mijn schelp op de rugzak zagen en ze me vroegen ‘ga je naar Compostella’ en wanneer ik ‘Rome’ zei, had het plots geen belang meer, alsof de enige bestaande pelgrimsweg richting Spanje was.

In de basiliek wordt ik aangetrokken door een beeld, een buste in rugaanzicht, tussen de vele andere beelden. Ik wandel het hekken voorbij, draai me om. De buste van Maria-Magdalena met een relikwie en dit naast de 1600 andere. De priester had hier een fikse hobby.

De weg gaat verder langs een prachtig rustig natuurgebied richting Arpajon.
Evelyne heeft ervoor gezorgd dat ik ook bij ‘la famille d’acceuil’ kan overnachten waar zij reserveerde voor de nacht. Het is al een paar dagen dat buiten overnachten uitgesloten is wegens zware onweders.
’s Avonds zitten we met zeven aan tafel en delen we een eenvoudige heerlijke maaltijd. Bij Benoît en Marie-Agnès en hun kinderen.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Vivre

Na een boeiende avond met Isabelle en onze gesprekken met een prachtige mengelmoes van theologie, antroposofie, geschiedenis, Maria Magdalena, Jezus…, verlaat ik Sceaux via het park van het kasteel.
De tuinmannen en vrouwen snoeien er de kilometers lange taxus hagen en haagbeuken. Het harken van de nieuw aangelegde fijne grind-zand weg tussen de grasvelden, doet me denken aan de Japanse Zen-tuin waar de monniken als meditatie, met een hark, een patroon en de beweging van het water in het grind harken.

Het is ongelofelijk om te zien hoe snel de natuur haar krachten terug neemt na een regenbui.
Hoe het gras terug groen wordt en de wilde kruiden in de bermen terug zichtbaar.

Fietsers, wandelaars, lopers, hardlopers, kinderen die proberen de vogels zachtjes te benaderen. Twee bejaarde vrouwen op een stenen bank aan de oever van het kanaal pratend over een buurvrouw, terwijl hun hondje aan de riem trekt om de duiven achterna te lopen.
Ik blijf even stilstaan en leun met mijn handen op mijn wandelstokken… Het is stil in me en vredig. Ik laat me impregneren door de frisse, verse natuurgeuren na een hevige onweersbui.

Op een bord langs de weg staat in grote letters geschreven ‘Vivre autrement… Mieux…’ omringd door een beeld van hedendaagse huizen met brede trottoirs. Veel asfalt en een klein vierkant voor een boom. Wordt mede-eigenaar…
Hmm, het financieel plaatje zou ik niet willen zien en laat ik ook in het midden.
De titel….’ Vivre autrement… mieux’ brengt me aan het denken. Een heel aanlokkelijk plaatje niet! Wanneer gaan we stoppen met altijd maar meer te willen, en de gedachte ‘daar’ (het buiten ons plaatsen) zal het anders zijn…. beter. Het is hetzelfde als een emmer vullen zonder bodem. Want iets nieuws zetten of doen, het lijkt aantrekkelijk, alleen de wortels worden niet aangepakt.
Wanneer zullen we wat reeds bestaat aanpakken en transformeren en zorgen dat er geen leegstaande panden niet meer bestaan of staan te verkrotten. Ook dit kan ‘vivre autrement mieux’ zijn. En dit kunnen we doortrekken naar ons eigen ‘innerlijk’…tot aan de wortels.
Het is onze kijk hoe we leven die het veranderen waard is.

Een bejaarde vrouw komt naar buiten ik hoor roepen, “Jules arrête, arrête Jules”. Jules wandelt naar zijn zin en trekt hem van niets aan. De hond.
Ik zet mijn voet op de wandelriem. Jules draait zich om, kijkt naar me… naar zijn baasje…dit had hij precies niet verwacht. “Merci madame”, zegt de vrouw. In mijn rug hoor ik de dame verder spreken met Jules.

Mijn weg gaat verder via de ‘ Via Turonensis’ en La coulée Verte du Sud de Parisien en ik puzzel wat met de GR10 en de PR10.
In Massy stop ik voor een maaltijd, een heerlijke Couscous klaargemaakt door lieve mensen afkomstig uit Algerije. Een man komt binnen. Ik hoor hem spreken aan de toog over mijn rugzak. Hij spreekt me aan en we beginnen een conversatie. Een charmante man met heel veel kennis. Ik hoor dat hij al veel gereisd heeft en ik begin te delen over de Pelgrimstocht naar Israël. Hij deelt zijn kennis en ervaring, spreekt over St. Augustijn en over zijn verlangen om naar Compostella te gaan. Later deelt de vrouw van het restaurant me dat de man, Slimane Benäissa heet, een schrijver.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden