Chambéry

Zes uur in de morgen… Mijn lichaam wordt wakker… Een zacht liefdevolle Zijn is voelbaar over en in gans mijn lijf. Als een waterstroom die me wiegt… Een zacht ontwaken… lichaam strelend…Onvoorwaardelijk

Ik open de deur van de woonkamer. Een tafel staat keurig gedekt, een verrassing, een verwennerij. Samen met Micheline neem ik het ontbijt. Pas in de late voormiddag nemen we afscheid.

Zalig wanneer ik iedere dag mag ontwaken en de dag mag plukken in rust… Carpe Diem. Wanneer mijn lichaam de tijd aangeeft en ik deze volg. Zonder dat het denken me in stress steekt. Zonder moeten, en toch een zekere structuur inzit, de structuur die de natuur meevolgt.
Geen moeten om nergens aan te komen, want ik hoef niets te bereiken.
Waar mijn doel niet ver voor mij ligt, wel gewoon daar waar ik ben, daar in het nu. Soms zegt men me ‘je hebt toch een doel’. Ja, je zou kunnen zeggen mijn doel is aankomen in Mont St Michèle, alleen hou ik me daar niet vast, kan ik het loslaten want diep van binnen weet ik dat ik daar zal aankomen. Vertrouwen in mijn kunnen. Mezelf bevrijden van alle systemen waar een mens zich kan aan vastklampen uit angst. Mezelf bevrijden van ‘we moeten iets doen, of ge moet toch ern doel hebben’… ja, natuurlijk ‘leven en gewoon Zijn, dan ben je altijd daar waar je mag zijn.
Waarom zou ik me bezig houden met het doel ver voor mij en hierdoor zoveel waardevols in het nu aan me laten voorbij gaan. Waarom zou ik me bezig houden met morgen en daardoor de schoonheid van vandaag naast mij niet zien.

Een buizerd, le Milan Royal, een arend… verbonden.
Het landschap veranderd stilletjes aan en ik verwijder me meer en meer van de Alpen, richting het binnenland. Van deze ene vallei in de andere… een slalom tussen de bergen.
Langs een spoorweglijn omgeven door natuur. Via dorpen en kastelen. De voorsteden van Chambéry. Van de ene ontmoeting in de ander. De wijnvelden in. De temperaturen stijgen terug, de eerste sneeuw verdwijnt. Behalve de Mont-Blanc die in mijn rug gelegen is… ligt al een dikke witte laag.

De wijnboeren zijn volop in de ‘vendanges’ . De wereld leikt er verenigd te zijn. Manden vol druiven verdwijnen in een grotekuip.
Ik hoor een motor… Een vliegtuigje… Neen… Een klein rood stipje… Een bosmaaier om onkruid te verwijderen tussen de ontelbare wijnranken.

Van Bernadette en Jean-Luc waar ik ’s morgens op mijn tas een kleine liefdevolle attentie vind met een waardevolle zin die ik met me meedraag ‘ et ne nous laisse pas entrer en tentation’.
Naar Stéphanie, Stephane en Ludevine die zonder twijfel de deuren opent… mij zoals de vele anderen een warm bed en nest aanbieden. En ’s morgens met me meewandelt…

Sedert ik terug in Frankrijk ben worden klaprozen terug zichtbaar… Langs de weg, een reuze stikker op de weg, een inscriptie, schilderijen…

Ik draai me om…en kijk vanwaar ik kom… de avondzon links van me en terwijl ze me warmte brengt… Een diepe zucht… Ben ik dankbaar om de hoeveel diepe lagen al verdwenen zijn en ik dicht bij mijn kern terechtkom. Met een vanzelfsprekendheid en verheugd stap ik verder het leven tegemoet…

Nu zit ik op een terras in het zonnetje…in Chambéry… te genieten van de gesprekken rond mij, mensen die rustig floreren door de straten… Straks komt een vriendin… en… fotografe naar mijn hart op bezoek. Ik ga er dus eventjes tussenuit voor twee dagen… In verbondenheid Jasmine.

Ébloui

Ik verlaat het warme nest van Chantal en remi. Vandaag wandel ik richting Albertville en ga er iemand bezoeken die ik al meer dan dertig jaar niet heb gezien.

Een wittere laag sneeuw is zichtbaar op de bergtoppen boven de 2000m.
Ik kies voor een langere weg in de bergen. In een dorp ga ik op zoek naar een openbaar toilet, niet te vinden. Niet erg, het gemeentehuis dan.

Een boer haalt met zijn traktor dikke boomstronken uit het lager gelegen bos. Aan de andere kant het silhouet van een paard, afgetekend door de zon.

Een houtencabane, een houtstappelplaats…groot genoeg om erin te wonen.

Een man staat in zijn moestuin te praten tegen een andere man. “Bonjour… Beau chalet, elle sert à quoi…” en zo begint een gesprek tussen Fernand, Pierre en mezelf. Van een gesprek volgt een uitnodiging om een glas te drinken en nog voor ik het goed besef zit ik in de keuken een maaltijd te eten in gezelschap van Fernand. Terwijl Anna zijn vrouw met hevige rugpijn gaan rusten is. Fernand is onder de indruk van de ontmoeting. Een hartelijke man. Een goede vriendin van hem, ‘Cecile’ wordt uitgenodigd, ondertussen is het een zoeteinval.
De ene ontmoeting, na de andere. Foto’s worden genomen. “Eh, bhein je n’arrive pas à y croire. Je suis tellement ébloui”, herhaalt Fernand. Ondertussen tikt de klok en zie ik dat ik niet meer op tijd geraak in Albertville. Hi, de eerste vastgelegde afspraak.
Fernand zal me voeren. Ik neem afscheid van deze hartelijke plaats. Bewonder nog eens zijn groot wijnvat en pers… En hup… Auto in.

Aangekomen in Albertville… Opzoek naar ‘la belle étoile’…

Ik draai me om en ja hoor daar wandelt Micheline. Een blij weerzien en ook al zijn er zovelen jaren voorbij gegaan, is het lichaam getekend door de tijd. Het hart en gevoel kent geen tijd.
Fernand haalt wat tomaten uit de wagen voor Micheline. Fernand, “Micheline te passe
un grand bonjour et te remercie beaucoup pour les délicieuse tomates”. Ik neem afscheid van hem… zwaai nog even… weg.

Micheline en ik hebben veel te vertellen, te delen… Een bezoek naar een abdij… Een heerlijk avondmaal… Een deugddoend weerzien.

Eerste sneeuw

De bel… Françoise doet open… “Avec ce temps je pensez que vous allez rester plus longtemps (Het regende deze morgen). Vous buvez un café ?” “Oh, bhein je ne peut refuser !”

Een half uur later vertrok ik al fluitend met de handen in de broekzak. Donkere grijze wolken, de zon die warmte geeft op mijn wangen, de warme kleuren in de bomen. Op de radio deze morgen kwam de melding ‘les col sont fermer… les premier neige en tomber’.

Terwijl ik het haastig leven naast me laat. Ga ik van het ene dorp naar het andere. Af en toe kan ik een glimp opvangen van de besneeuwde bergtoppen.

Een dorpje…rook…een bos …rust. Stilte… bomen….op een bord staat geschreven ‘un hameau sacrifié’ . Een nieuwe TGV lijn wordt aangelegd. Voor wat… omdat we sneller willen…ten koste van… en omdat stilstaan, vertragen confronterend zou zijn…

Een Arend vliegt een rots uit en vliegt rakelings over de bomen. De wolken spelen tussen de bergtoppen en toveren af en toe een piek te voorschijn.
Kort na de middag verandert het weer, lichte regenbui. Het koelt af. In een autobus hokje neem ik de picknick. Muts op om niet af te koelen.

Aangekomen in Aiguebelle… Ik vraag een vrouw om een slaapplaats. Ik wordt doorverwezen naar ‘L’oiseau bleu’. Compleet. Naar het rusthuis, een telefoontje. Naar het gemeentehuis… ik ontmoet terug de vrouw… we zoeken samen, een koffie wordt aangeboden. Naar het parochie huis… Dames zijn muziekteksten aan het inoefenen. Naar de priester… terug naar de dames… een telefoontje… Gevonden bij ‘Chantal en Remi’ , waar straks iemand meheen zal brengen. Ik zet me bij aan de ronde tafel en zing mee met de dames.
En zo gaat mijn weg sedert ik in Frankrijk ben. Open… behulpzaam… vriendelijk… verbonden… L’hospitalité

Kathedraal

Mijn denken is wakker… mijn lichaam is nog aan het ontwaken…een diepe nachtrust. Deugddoend.

Drie poezen staan aan een gesloten raam te miauwen en horen het huis ontwaken…een licht is zichtbaar tussen de houten latten van een luik.
Een vrouw in pyjama opent het venster.

De weg… een autoweg… une départementale…ontspannen. Of ik nu op asfalt of afwisselend in het bos wandel, het is van geen belang meer, de lage temperaturen maken het aangenamer en de benen zien er niet meer van af. Ernaast een autosnelweg. Voor mij een elektrisch netwerk, een schuur, metaal…

De zon… de wind…. de elementen. Voelen, gewaarworden… een continuïteit. Wanneer deze elementen op de voorgrond aanwezig zijn en ik met een vol-voelen me laat onderdompelen …
De vallei… bergen… rotsen…Eén worden met de natuur. Er bewust in staan en er deel van zijn,
dan wordt de schuur, de wagens, het metaal…
het wordt bijna nietig. Dit wat de mens heeft gecreëerd verdwijnt ten opzichte van wat het groter geheel creëerde.

In een mum van tijd kan alles met de grond gelijk gemaakt worden. Daar waar wij ons zo vaak zorgen om maken.
Dit ernaast, deze grootsheid daar waar we op staan, waar we in leven, waar we mogen Zijn, daar hebben we zorg om te dragen. Want zonder dit zijn wij niets…

De bomen, de aarde, de dieren, alle levende wezens en nog zoveel meer… die ons zoveel te leren hebben… We dienen samen met hen te leven, in plaats van ernaast of er tegenin. Zich laten onderdompelen door dit ‘Al’ is…

Een roofvogel laat zich horen en vliegt zijn nest uit. In Saint Jean de Maurienne bezoek ik de kathedraal met zijn eenvoudige schoonheid. ’s Avonds kom ik aan in een klein dorpje. Een plaatselijke bar. Een ongeschoren man aan de contoir… een sigaret… Op de tv, wielerkoers. Een biljart. Twee tegen twee, kinderen in de poucet.
Na een koffie, tijd om een overnachting te zoeken. De man achter de contoir vraagt waar ik heen ga en wat ik zoek. “Oh, j’ai fini mon chemin pour aujourd’hui. Temps pour me reposer mon corps. Je cherche un endroit chez l’habitant.” Wanneer de man dit hoort vraagt hij me, “vous payée combien ?” “oh, ce n’est pas ma manière de faire un pèlerinage monsieur. l’être humain le contacte humain, l’hospitalité passe avant la bourse.”

Een andere man vraagt me verder over de weg… Ze kijken me aan alsof het niet volledig tot hen doordringt.
Bij het verlaten van de zaak zegt de man,” je vous est entendu. Si j’aimais vous ne trouver rien. J’ai une chambre de libre.” Ik dank hem,” peut être à toute à l’heure.”
Wat verder spreek ik iemand aan en zonder nadenken krijg ik een volmondig ja en wordt ik naar een tweede verdiep begeleid waar ik na een poetsbeurt en de ruimte te verluchten een nacht zal doorbrengen. Voor het slapen gaan eet ik nog wat kleins in de bar – eigenlijk een auberge en restaurant ook, maar door duidelijke persoonlijke problemen wordt verwaarloost, helaas. De man tovert me een heerlijke omelet met groenten, uit de restante van zijn keuken. “Je vous félicite monsieur, l’omelette étais délicieux.” “Bof, ouais c’était pas grande chose”, zegt de man halfingeslapen. Het was een eenvoudig feestmaal.

29 september

In de deuropening Danila en haar kleinkind. Guy staat me uit te wuiven op straat. Hartelijke mensen.

In Saint Michel de Maurienne wordt de feestdag van de Aertsengel-michael gevierd met een loopwedstrijd… 29 september.
Van klein naar groot…ik supporter mee. Spannend om die kleine jongens en meisjes te zien die het maximum van zichzelf geven.

Verder op de weg… twee mannen. Elk een wandelstok in de hand, kijkend naar beneden in het dal… Ik ben nieuwsgierig. Terwijl ik ze voorbij steek, “Bonjour”… “Je suis un peut curieuse, vous cherchez quelque chose ?”. “Le repos”, antwoord één van de mannen “Le travaille fait peur”, vervolgt hij nog. “Le repos… vous avez bien raison”, zeg ik terwijl ik achterste voren wandel. Ik steek mijn hand op… “encore une bonne journée à vous”.

Eind september ik geniet nog altijd van het warme en droge weer, en hoewel mensen hier in dikke jas al rondlopen… Is de t-shirt en sjort bij mij nog altijd aan de orde. Ik sta even stil langs de weg en check even of ik nog altijd in de goede richting wandel. “Vous arriver à vous en sortire ?”, vraagt een man. “Bhein je me demander juste si il y avais un petit chemin dans le bois”. “Oui, la de l’autre coter cela vous emmene jusque à Saint Julien Mont Denis”. “Super, merci beaucoup, bonne soirée à vous.”

Een bosweg vol kastanjebomen. Een hoofdhelm ontbreekt nog. Een uur later ben ik in het dorp. Een apotheek… “Bonjour madame, connaissez vous quelqu’un qui pourrait me hébergé pour une nuit svp”. De vrouw belt wat rond. Niets. “C’est pas grave madame. Je cherche un peut plus loin”. “Bhein vous avez pas peur comme ça toute seule ?”… Een vraag die me regelmatig wordt gevraagd.

Angsten is iets dat we zelf creëeren. Angsten, ik had er veel zonder ik me er bewust van was… En oh… velen zijn er al niet meer…clostrofobie in het bos, donker, geluiden ’s nachts, spinnen, sommige benaderingen, honden… Eentje is er nog altijd en me nog niet gelukt… buiten slapen in het bos… dit komt nog wel.
Onderweg heb ik geleerd mijn deuren te openen zodat het licht binnen kan en van mijn angsten mijn vriend gemaakt. Zo verdween één na één de angsten en kon het vertrouwen groeien.
En minder aangename ervaringen hoeven geen angsten voor morgen te zijn.

Petit bonheur

Braman

‘Le chemin du petit bonheur’… Zalig om de dag mee te beginnen. De zon verbergt zich nog achter de bergen. Hier en daar brand een houtkachel.
Met mijn stokken onder mijn armen en mijn handen gevonden stap ik ontspannen in de naaldbossen, op een zacht naaldbed. Genietend van de vogels, de zwarte eekhoorns met wit buikje die van ene tak naar de ander vliegen.
Aan de ingang van het bos.. een bord… ‘Chasse fermée’… Oef.

Verbinding… wat voelt het fijn om in verbinding te zijn met al wat is. Met de natuur, mensen, dieren en vele andere zichtbare en onzichtbare wezens. In verbinding met mezelf… met mijn ziel en geest.
Verbinding met de anderen op een tastbare en niet tastbare manier.
Verbinding met… die op zoveel verschillende manieren kan. Waar niet altijd een reden voor hoeft te zijn.
In het gewoon ‘Zijn’ is al een heel diepe verbinding voor jezelf en de ander… Hiermee wil ik dan ook jullie danken voor jullie verbinding.

De weg blijft verder goed verlopen….de weg naar huis… De weg naar ‘thuis’… De weg naar mijn diepste zelf…en wat voelt dit goed. Ik voel me goed, ontspannen en rustig. Niets moet en het diepe vertrouwen en geloof dat er meer is dan wat met het oog zichtbaar is, is niet meer uit mijn leven te bannen.

Aan de vooravond kom ik aan in een dorpje. Mijn rug wordt moe. Tijd om een overnachtingsplaats te zoeken. Een vrouw wijst me de weg naar het gemeentehuis. Links een huis….mijn innerlijke stem… Ik ga naar rechts. Uiteindelijk eindig ik links… Haha, Jasmine, je was er eventjes uit.
Ik bel aan. Een venster op het derde verdiep opent. Ik zie twijfel. Een man komt naar beneden, rent terug naar boven… Ik wacht geduldig… De man komt terug. “Vient”… Een keuken, 3 dames… Koffie… Ten huize en warme onthaal bij Danila en Guy… Een avond die zich opent in het salon. Genietend van de dagelijkse gewoontes die mensen hebben… Huiselijke sfeer. Praten over de streek, de zelfgemaakte pure streekproducten… Génépi, kéfir… Dit zijn van die momenten die zoveel waardevols brengen op je weg. Verbinding, verbonden… Laten we in verbinding gaan, open je aan andere.

Vol-zachtheid

De Gentiaan staat uitgebloeid, campanula, anthémis zijn hier en daar nog zichtbaar. Terwijl de ochtendzon de bergtop in een warme gloed onderdompelt, vliegen wat vogels over de lage struiken.
Krekels in een verschillend jasje springen voor me uit. Marmotten huppelen over de grasveld om dan wat verder in hun hol te duiken. De rozenbottels contrasteren tegenover de helderblauwe lucht. De natuur verkleurt naar herfsttinten.
De weg stijgt zacht waardoor ik het bijna niet voel dat ik al bijna op 2000 meter ben. De omgeving van ‘Lac de Mont Cenis’ is een streling voor het oog. Een gamma van rood bruine tinten tot groen blauw. Ik laat me onderdompelen door de stilte en wat te zien is.

Weg van le Lac. Een huisje. Het huis van Noël en Joseph. Ik ga zitten op een bank en rust wat uit. Noël komt me vergezellen en al shell hebben we een fijne babbel. “Je vous offre à boire, que voulez vous”. “Vous avez du lait frais de votre ferme ?”, vraag ik haar. Met een groot glas verse melk van hun koeien komt ze terug me vergezellen. Wat later schenkt Noël me nog een overheerlijke, pure en kleur-rijke maaltijd. Beetje kip, rodebieten-aardappel salade, hmmm zelfs loof mag ik smaken. Ik sluit mijn ogen terwijl ik haar kookkunst mag proeven en richt me ten volle op de smaak en wat het met me doet.
Noël, haar man en één van haar kinderen wonen hier ongeveer vijf maanden op het jaar. Bij het begin en einde van het seizoen verhuizen ze al wat leeft van Bramans naar le Col du Cenis, en omgekeerd. Koeien, kippen, bloemen, honden, poezen… Allen de berg op of af… en dit doen ze al van generatie op generatie.
Het interieur is een zaligheid in al zijn eenvoud. Een betonnen vloer, een oude kachel in gietijzer. Een afwasbak in steen.
Tijd om terug verder te stappen. “Je peut vous embrasser Noël ?” “Bien sur”. Une embrassade.
Joseph ligt ondertussen met zijn vest als hoofdkussen in een hoek afgeschermd van de wind, een middagtukje te doen.

Onderweg stopt een wagen “en vous emmène en bas ?”, vraagt een man. Ik bedank en geniet nog van de laatste kilometers stappen van de dag. Na een stevige afdaling kom ik aan in Braman.
Hier en daar klop ik aan. Niemand thuis. Tot iemand me de weg wijst naar Mr en Mm LeBlanc. Ik klop aan.” Bonjour madame, je suis une pèlerine et à la récherche d’un abri pour la nuit.” De vrouw onderbreekt me, “on vous a vue, c’était vous à pied” en zo beland ik in een zalig huisje voor mij alleen en bracht de vrouw na het hart te hebben gevuld, wat vulling voor de maag.

Ondertussen ben ik al twee dagen in Frankrijk.
Ik zie gezichten, plaatsen, situaties… ik hoor stemmen van doorheen de vier maanden in Italië. Van mensen waarmee ik een deel van de weg heb gedeeld, of een kortstondige ontmoeting. De ontmoetingen met honden waarmee ik een boeiende innerlijke weg heb afgelegd. Van aangename tot minder aangename ontmoetingen of situaties… bij allen is een warm vreugdevol gevoel vanbinnen.

Sedert vorig jaar had ik de keuze gemaakt om mijn hart niet meer af te sluiten. De keuze om ook in moeilijke situaties me kwetsbaar op te stellen en niet meer zelf in hardheid te gaan.
Telkens terug evenwicht zoeken, mijn eigen grenzen respecteren. Mijn kracht die zich beperkte tot een bepaalde plaats in mijn lijf verspreide zich stilletjes aan over gans mijn lijf in zachtheid. Mijn kracht werd zachter en hoe meer er hardheid op de weg kwam, hoe meer ik de weg naar zachtheid nam. Hoe meer ikzelf de weg van hartelijkheid en openheid neem hoe meer de hardheid me opvalt. Ik ben fier dat ik trouw gebleven ben aan mezelf, dat ik ben blijven geloven in mijn kunnen en Zijn. Mijn volharding werd vol-zachtheid.

En wat voor mij niet aangenaam was is het daarom niet voor een ander. Mijn neerschrijven en delen van ervaringen, mijn gewaarwordingen, mijn realistische kijk vertrekt allen vanuit de weg die voor mij noodzakelijk was. Dus mensen als je naar Italië op pelgrimstochten komt, mijn ervaringen zijn daarom niet zo voor jou.

Ik ben alvast elk individu dankbaar voor wie ze waren. Ze hebben me doen groeien in mijn Zijn. En me geholpen in de weg naar binnen.

Grazie Mille a tuti.