Lumière

Ik klop aan de deur van het woonhuis. Een man met baard en bril doet open, brede voorovergebogen schouders, tussen zijn armen en zijn lijf lijkt het erop alsof er een luchtbal tussen zit die verhindert om zijn lichaam te laten ontspannen. Op tafel staat koffie. Ik zet me. Recht tegenover mij een kleine tengere stille vrouw. “Bonjour… “, en om de sfeer in het huis wat de doorbreken, “… les enfants sont parti à l’école ?”, vraag ik haar. We kunnen eventjes een gesprek aangaan tot de man een vraag stelt. Haar ogen richten zich terug naar beneden.
De man praat verder en een vraag die regelmatig naar me toekomt is ‘wat mijn werk is’. En van het één komt het ander. Van vaderstaat, naar het verschil tussen België en Frankrijk (hij is nl. van Belgische afkomst), naar geschillen in burenruzies… ‘dit zou van mij niet waar zijn’, naar advocaten, in gevecht gaan met het systeem, in gevecht met wat buiten zich afspeelt en continue bij die ander zijn en wijzen, omdat men denkt de waarheid in handen te hebben, zich verbergt achter wetten en regels om ze dan te gebruiken wanneer het ons uitkomt en ze ook graag overschrijden wanneer het ons uitkomt.
Ik luister en blijf zo goed mogelijk bij mezelf om me niet hierin te laten meeslepen.

Oh, wat ken en herken ik dit… het gevecht om ‘gelijk’, zie mij… , om een positie in te nemen alsof dit bijna een noodzaak of een moeten is om in een bepaald kader te passen. Terwijl dit beeld iets is die we buiten onszelf hebben waargenomen, en we dan nog eens in gevecht gaan tegen dit beeld die buiten onszelf was (en soms nog is) en eigen hebben gemaakt daar we van niet beters wisten. Het meegaan in het verhaal om erbij te willen horen, niet afgewezen te worden, gezien te worden, erin opgegroeid zijn….

De man weet me ook te delen, dat de huidige situatie hem zwaar begint te wegen. Hij doet dit door een verhaal van een vrouw te vertellen die in zijn ogen sterk was, een ‘plantrekker’, zoals hij het verwoord. Door dit beeld te schetsen komt hij plots bij zichzelf en deelt hij, “je n’est jamais pensé que un jour ou autre la dépression viendrais si près et frapper à ma porte. Je crois que je n’en suis pas loin”. Terwijl hij dit deelt zie ik zijn lichaam zachtjes zakken, zijn stem wordt zachter… zienderogen veranderd zijn lichaam.

Is dit niet de beweging, het beeld, die velen vandaag krijgen en maken. Is dit niet eigen aan de tijd! (al altijd wel geweest, maar nu op groter vlak.)

Aan de ene kant het blijven aan de touwen trekken, in gevecht blijven gaan om niet te verliezen, om gelijk te krijgen omdat men denkt de waarheid in handen te hebben.
En aan de andere kant zich klein maken, volgzaam zijn omdat men denkt ‘ze zullen wel gelijk hebben’.
In beide gevallen zijn ze nefast voor het individu.

Zien we niet de muren rond ons in elkaar zakken, zien we niet de externe maatregelen wankelend worden, en gaat men vanuit de instantie deze gaan bestrijden door de ander extreem kort te wieken in een manipulerend en onder de noemer ‘zorg voor elkander’ reklame, dit zou ik kunnen noemen zacht-geweld, het blijft geweld.
Is dit niet een vorm van angst die zich laat tonen, waarin we in gevecht of onderdanigheid gaan om de schijn-veiligheid die ons wordt aangeboden vanuit een controlende beweging vertrokken uit angst. Is dit niet wat vandaag wereld wijd aan het gebeuren is.

Terwijl het belangrijk is net vandaag, en liever gisteren dan morgen om naar binnen te keren en vandaaruit terug naar buiten te komen. Trouw aan zichzelf en niet wat ons in het strot werd en wordt geduwd, mijn excuses voor mijn uitspraak, ik vind geen ander woord om te duiden.
Ik zou hier misschien verder kunnen op ingaan. Dit zal ik niet doen, omdat ik daar allang niet meer voor kies. Ik wil hier ook niet een waarheid verklaren, wel een delen die ‘door’ meheen komt in het Nu.

“Oh, vous savez cela fait bien longtemps que je ne crois plus dans ce mouvement de combats. J’ai vue, je vois des gents ce détruire, l’un et l’autre. Mes surtout soi même à petit feu.
Je reconnais ton histoire, car j’y suis passer par la.
Et dans le passer j’ai reçue une cage en or, le jour où j’ai ouvert la petite porte de la cage, je me suis donner la chance de trouvé l’or à l’intérieur de moi. Lumière qui est en moi, en toi en vous.
Je ne crois que dans ce chemin qui nous enmenne vers la liberté et le bonheur. Je pourrais peut-être bien appeler cela ‘Un combattons de Lumière,’ . Et où le mots combats prend toute une autre valeur.
Car combattre n’est plus nécessaire… être Lumière.

Een strakke wind… een fijne regen als een voilengordijn… mijn paraplu…
Als een schipper die zijn zeil optrekt… ‘direction bon-port, direction le soleil’.

Als een schipper die de keus maakt waar hij naartoe wenst, rekening houden met de natuurelementen en aandacht wens te geven aan de vloeiendheid des levens en niet aan wat een schip doet wankelen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Jaune

PilPoil et Solinne

Samen met Solinne en PilPoil maken we een ochtendwandeling in het rustige dorp Unienville. Al vroeg in de morgen weet Solinne me het één en het ander te vertellen, een echte spraakwaterval. Wat een fijne meid.

In Amance splitst de GR654 (Vézelay – CAMINO Compostella) en de GR145 (VIA Francigena – Rome).

Aan een heel oude schuur, zie ik een greppel gegraven. Mijn nieuwsgierigheid doet me stoppen. Ik vraag een man wat hij doet uit interesse.
Momenteel ben ik een beweging aan het volgen om eventueel een klein stekje aan te kopen in Frankrijk. Ik zie wel, niets moet, alles kan. Benieuwd wat het me zal brengen.

Hier en daar mag ik op deze grijze dag geel zien in de tuinen. Hihi, als ik nog terug denk aan lang geleden, waar ik een allergie had aan het kleur geel in de tuin. Ik volgde zo een 25 jaar geleden een cursus tuinarchitectuur. Enkel roos, paars en wit mocht aanwezig zijn in mijn tuin. Liefs alles afgestemd en onder controle willen houden… Geel, o, neen. Ik koppelde dit als ‘ouderwets’.
Gelukkig is alles veranderlijk en in beweging en kan ik me vandaag niet meer inbeelden dat ik een in vakjes tuin nog zouden hebben… Zo puur mogelijk. Jaune soleil, jaune Lumière, jaune qui rayonne, jaune en moi.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Je vous souhaite des rêves à n’en plus finir
et l’ envie furieuse d’en réaliser quelques-uns.
Je vous souhaite d’aimer ce qu’il faut aimer
et d’oublier ce qu’il faut oublier.
Je vous souhaite des passions,
je vous souhaite des silences.
Je vous souhaite des chants d’oiseaux au réveil et des rires d’enfants.
Je vous souhaite de respecter les différences des autres,
parce que le mérite et la valeur de chacun sont souvent à découvrir.
Je vous souhaite de résister à l’enlisement, à l’indifférence et aux vertus négatives de notre époque.
Je vous souhaite enfin de ne jamais renoncer à la recherche, à l’aventure, à la vie, à l’amour, car la vie est une aventure, et nul de raisonnable ne doit y renoncer sans livrer une rude bataille.
Je vous souhaite surtout d’être vous, fier de l’être et heureux,
Car le bonheur est notre destin véritable.

Jacques Brel

Unienville

Een bijzonder en mooi plafondschilderij in la Ville au Bois

Check… is alles terug op zijn plaats. Check… heb ik alles terug mee.
Ik verlaat de ruimte… en draai me altijd nog eens om in teken van dank.
In mijn hand een bos sleutels, waaronder een heel lange zware… de kerk….en een kleintje die van de crypte. Soms zijn er van die plaatsen waar je kan gewaar worden dat men wordt gedragen, mijn lijf voelt dan aan voorbij de grenzen van het tastbare en een plaats waar men lang zou kunnen in vertoeven. De crypte van Rosnay l’hôpital.

Ik verlaat het dorp. Een traktor in de verte komt in snelheid aan en vertraagt wanneer hij dichterbij komt… Mr. Martin, Brice. Ik richt mijn ogen naar boven. De vriendelijke burgemeester die gisteren zorgde voor een bed, warmte, water en later op de avond kwam hij nog eens aan met een heerlijke linzen schotel van zijn eigen land.
Ik deel het incident en beiden moesten we erom lachen. Gelukkig. “À tu bien dormis”, vraagt hij me met een brede glimlach. “Oh, agréablement et merci pour le repas, c’était un régale.” “Oh, avec plaisir. Ce n’étais pas grande chose”. “Oh, plusque assez, j’ai bien apprécié après une bonne journée de marche.” We nemen afscheid. Ik draai me nog even om en zie de mastodont van een traktor verdwijnen in de verte.

Kraanvogels blijven massaal de weg terug naar het noorden volgen. Boven mijn hoofd.. zie ik hun witte buik die contrasteert tegen het blauw van de lucht… wat een zachtheid, wat een harmonie, wat een samenhorigheid, wat een vloeiendheid. .. mijn hart gaat sneller, tranen rollen over mijn wang… Vreugde is voelbaar.
Vrede, vreugde, harmonie.
Het gebied waar ik ben kent verschillende meren; Lac du Der, Lac d’Amance, Lac d’Orient.

Een koude luchtstroom is plots voelbaar. Het weer veranderd. Na mijn muts, mijn handschoenen en regenvest kap houden me warm.
Brienne le château, ik probeer terug te denken aan toen, twee jaar geleden…
‘Oh, ja’, nu weet ik het terug. Het grote kasteel in de hoogte.

Bij het verlaten van Brienne en zijn lege straten, sta ik stil aan een huis. Op het eerste verdiep heeft iemand luidop muziek opgezet. Ik blijf wat staan en luister mee via het openraam en geniet van de combinatie muziek en de onzichtbare persoon die meefluit.
Het brengt wat leven in de straat, alhoewel ik veel liever mensen op straat zou willen zien. En eigenlijk heb ik soms zin om te roepen… mensen het is hier te doen… buiten…. Leef.

Ik stap verder tot in Unienville. Met zijn schitterende rivier. Een man staat met zijn traktor aan de deur van de gîte municipale. Helaas gesloten via waterlast. De man verwijst me verder naar een huis met blauwe luikjes, een gîte. Een jonge loopt me voor en opent een hekken. “Oh, veut tu bien appelé ta maman ou papa. Merci.”
Een man op krukken komt buiten en nodigt me uit binnen te komen. In een knus klein huisje krijg ik een slaapplaats. Wanneer ik hem vraag wat ik mag betalen voor de overnachting, krijg ik een bijzonder antwoord,” Le respect et le bonjour.”

Wat fijn om deze keer ook te mogen ervaren dat ook jonge gezinnen met kinderen hun deuren open, wat ik voordien zelden heb ervaren. Meestal kwam ik terecht bij mensen waarvan de kinderen reeds groot waren en het huis uit.
Ik kan me zo inbeelden dat dit iets is dat men als kind niet zo snel zal vergeten. Een warm en waardevol beeld dat ouders laten zien aan hun kinderen, dat een wildvreemde welkom is voorbij de angst en hulp wordt aangeboden. Wat een levensles en geschenk in beide richting.

Een gezellige avond rond de openhaard, een gedeelde avondmaal met Aurélie, Julien, Soline, Johan, de hond des huizes PilPoil. En een vriend des huizes Denis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Un café Italien

Aardappelen, tarwe, mais en suiker bieten…maar vooral hoofdzakelijk tarwe en suikerbieten, dit is wat hier in de regio van La Marne op de vlakte wordt gekweekt. In massa’s.
Start voor een tweede dag in rechte lijn, op een heuvelend landschap.
Hier en daar groepjes van herten in de verte.

Ergens midden de dag kom ik aan in een nog historisch dorpje. Met zijn huisjes waarvan de muren schots en scheef zijn. Des belles maison comme j’aime. Ik zoek een bankje, geen. Ik hoor een deur van een schuur.
“Pardon monsieur, je peut me reposer un peut sur votre petit mur”.
De meneer komt naar toe, opent het hek. “Entré, je vais même vous donner une chaise”. Hij brengt me een stoel, “vous voulez encore quelque chose, un peut d’eau, un café.” “Ohla, un petit café ce n’est pas un refu, avec grand plaisir.”
Terwijl ik op de stoel zit geniet ik van het zien van een schuurtje, met hier en daar wat verborgen schatten.
Met een plateau in de hand komt hij terug. Een Italiaanse koffiekan, twee witte tassen en ‘mon cherie’, zo een praliné met drank en een kers erin.
We spreken over het leven midden de velden in een oase dorp. Over hoe hier gecultiveerd wordt, met veel pesticiden, ook al staat erop Biologisch. De boeren ontglippen telkens aan de normen, dit is ook zichtbaar op de velden, kleur is er zelden zichtbaar.

In de tuinen zijn hier en daar bloemen zichtbaar… driekleurenviooltjes, Primula, af en toe komt het geel erdoor van de Forsythia en Paardenbloem. Door de open vlaktes is alles hier wat trager.

”s Avonds kom ik aan in Rosnay L’Hôpital.
De straten zoals op veel plaatsen, zijn leeg, geen mens te zien. Dit was al zo de voorbije jaren, maar nu, amai opvallend.
De jonge en vriendelijke burgemeester opent zijn feestzaal waar ze een klein hoekje hebben geïnstalleerd voor de pelgrim.
Een electrisch kacheltje wordt bijgezet.

Terwijl ik mijn dagboek schrijf, kijk ik plots op. Een witte rook en een bizarre geur is de ruimte aanwezig. Ik zet de ramen open. Kijk naar het vuur. Ik zie niets. Ik ga naar beneden, ook niets. Ik trek de stekker uit. Hef de verwarming op. Bingo. De linoléum zag zwart. Oef, wat een geluk. En de grond, het is wat het is. Ik besef dat ik veel geluk heb gehad en dat ik niet aan het slapen was. Ik haal de ovenplaat en grill uit de oven, plaats de verwarming erop, zo heb ik toch nog een verwarmde ruimte.

Terwijl ik mijn dagboek verder aanvult, voel ik mijn ogen zwaar worden….. midden de nacht kom ik wakker met bril op de neus en telefoon in de hand. Ik zet hem af en slaapzacht terug in. Dankbaar om het leven, de vele ontmoetingen…

Klik HIER voor een kortfilmpje

Chez Babeth

Zaaaliggg… Hmmm… ontwaken. Ik duw op een groen knopje voor de tv, op zoek naar een documentaire. Frankrijk is ‘rijk’ aan verschillende tv zenders met enkel documentaires over… natuur, geloof… Ik blijf nog heerlijk chillen.
Pas tegen de middag verlaat ik de kamer…
En dit is wat mijn lijfje nodig had. Een halve dag rust en op eigen ritme ontwaken. Niet meer, niet min. En voor de rest rustig wandelen… op de catwalk ipv op de atletiekpiste. Haha.
En als ik even terugblik naar gisteren, kan ik het moment zien waar ik me in een fractie van een seconde mezelf louter in het mentale had gestoken en geen rekening meer hield met gans mijn Zijn… zo snel kan soms iets draaien, wanneer men het bewustZijns verlaat of buiten zichzelf vertoeft.

Voor ik de grootstad verlaat ga ik langs de bakker en de fruitboer.
Bij de bakker een lange wachtrij.
Even verduidelijken. De rij lijkt lang te zijn, niets is minder waar. De afstand tussen de mensen rekt de lengte uit. Enne ik denk ook niet dat er nu meer mensen zijn dan andere zondagen. Waarschijnlijk staan alle mensen dan gepropt op elkaar. Het is maar hoe je het ziet. Ik schuif alvast met plezier aan voor een zondagse ochtendcompagnie.

Een vrouw staat voor me en maakt problemen over het feit dat een tachtig jarig haar mondmasker niet op heeft. De vrouw draait zich om en we geraken aan de babbel. “Il y des gent bizarre ici. Il faut faire attention….” Ik kijk wat rond me en voel me best heel ontspannen, zonder maar iets gewaar te worden van wat de vrouw met me deelt. “Oh, vous savez madame les gent bizarre, je crois pas que cela existe. Tous dépend de son propre regard, ce que en porte soi et ce que nous projetons sur d’autres.”


Max. drie mensen in de bakkerij. Ik stap binnen en kijk wat er is. Een jonge juffrouw vraagt gehaast en al roepend wat ik wens.” Pouvez vous m’aider. Il y a quoi dans cette pâte svp.” Ik zie de jonge vrouw twee stuks in een papieren zak steken. Ze kijkt me aan en vraagt me iets.” ” Désolé mais il est impossible de vous entendre et je me demande pourquoi vous criez tous si fort”, vraag ik haar. “À cause du masque”, weet de juffrouw me te vertellen. “À cause du masque ou le faite que vous criez l’un sur l’autre”. Het geroep wordt minder in de hectische bakkerij…eenmaal buiten, oef, wat een opluchting.

Langs de weg overheerst de mondmaskers boven de sigaretten peuken en bierblikjes.
Ik herken bepaalde punten op de weg… in 2018 kwam ik hier langs op mijn weg naar Assisi, die de weg van Aertsengel Michaël werd en behoorlijk mij heeft laten ontwaken.

Wanneer ik terug in de volle natuur kom, weg van stad en drukte, kom ik in een totaal ander landschap terecht dan de voorbije dagen.
Daar waar de dorpen verborgen lagen tussen de bossen… rijzen de dorpen na iedere heuvel van velden. Weg bossen.
Rondom rond aan de horizon zijn de windmolens zichtbaar op de open vlaktes van de champagne streek.

Ik hoor een wagen afkomen in mijn rug. Ik draai me even om. Een stofwolk. Ik ga midden op de weg wandelen tot ik hoor dat de wagen vertraagd. Ik ga terug op de zijkant en steek mijn hand op als dank gebaar. De wagen stopt… Twee jonge dames. “Ça va, vous avez besoin de quelque chose”, vraagt één van de inzittende. “Non, merci, merci d’avoir ralenti…. “, en we praten verder over verschillende regio’s in Frankrijk. de natuur, de weg… “Un jour ou l’autre j’ai envie de le faire ce chemin.” “N’hésiter pas”, deel ik met een vreugdevol gevoel.
Op de landwegen zijn automobilisten zich vaak niet bewust van de stofwolk, dus eventjes naar het midden en dan op zij en met grote kans dat men elkander begroet.

Ik bevind me op de GR654 naar Compostela en de GR145 naar Rome, een weg die sedert dit jaar (2021)een officiële GR route is geworden.
Op een bepaald punt kies ik de tegenovergestelde landweg dan deze van twee jaar geleden. Zalig om in het hier en nu te vertoeven en om hierin eigen keuzes te maken.
Het landschap lijkt op lappen stoffen van een quilt, als een deken die over de aarde ligt, maar of ze de aarde goed doet en ‘warmt ‘ is een andere zaak.

Een hazen rollebollen over het veld. Drie herten huppelen opzoek naar schutting in de weinigen bos oasen.
Hagen zijn verdwenen.
De talrijke vogels, hun gezang waar blijven ze…

Mijn avond eindigt bij Babeth, Barbara, Caroline, Melissa, Tina… In Le Meix-Tiercelin, een gezellig samen zijn onder vrouwen en dat op een acht maart, de Internationale vrouwendag.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Voorbestemd

Toktok… Annie en Jean-pierre de eigenaars van het huis. “Venez venez entrée, faite comme chez vous”, zeg ik al lachend. Terwijl ik de rest van de pizza op eet als ontbijt – mijn ogen waren groter dan… – zit Annie wat te vertellen over haar kleinkind die gisteren nog maar net een hart operatie achter de rug heeft.

Een half uur later vertrek ik richting Vitry-le-Francois. Rond de middag hou ik een halte en klop ik aan met de vraag of ik mijn telefoon kan opladen. Ondertussen zet ik me op een bankje tegen een warme muur en uit de wind. Ik reserveer me voor de volgende nacht een hotelkamer. Ik voel de behoefte om deze avond tijd en ruimte te hebben voor mezelf, gaan slapen en opstaan in een cocon die ik me wat eigen kan maken en op eigen ritme ontwaken.

Na de bossen, wat veldwegen. De gure wind in combinatie met de zon heeft mijn neus topje al een fiks rood kleurtje gegeven.

Ik verlaat de GR route tot in Vitry-le-François en kies om langs het kanaal ‘Le Saulx’ te wandelen, die me zal beschermen van de wind en kou.
Een koppel komt me tegemoet. We delen elkander- met een warme en openblik – een zachte ‘bonjour’. Hmm, wat een fijne ontmoeting.
Plots schiet er iets in mijn knie. Ik probeer gewaar te worden. Ik stap rustig verder, bij het wat sneller gaan voel ik de stekende pijn terug. Hmm… Met veel aandacht voor mijn knie, vertragen ga ik opzoek wat de mogelijk oorzaak zou kunnen zijn. Een combinatie snelheid, lichaamshouding, soort weg zorgt ervoor dat ik moeilijk kan verder stappen of toch wel… mits de drie aan te passen. De weg aanpassen, asfalt, zorgt voor meer kilometers en drukte waardoor ik in tijdsnood kom voor de avondklok van 18u. Vertragen, hmm dit brengt me op hetzelfde punt. Was het op den buiten geen probleem, in de steden zijn er echter meer controles.
Ik ga even de weg op en doe een poging om te ‘duimen’. Tevergeefs. Na een half uurtje kies ik terug voor het kanaal.

Op een brug zie ik twee mensen staan, oh het koppel die ik eerder al mocht ontmoeten, ze zijn op terug weg. Ik vraag hen of ze weten of er openbaar vervoer is naar de stad. “Non, mais vous allez où ?” Ik leg hen uit wat gebeurt. “Oh, en vous emmène, nous habitons à Vitry.” “C’est sympa. Je vous en remercie.” We kijken samen nog eerst naar hoe afval en een teveel aan takken de sluizen hebben geopend van het kanaal. Nadien wandelen we nog een stukje samen en een half uurtje later wordt ik aan de deur afgezet, net op tijd voor de avondklok.

Mijn avond is gevuld met een bad, massage, het innestelen onder een warme dons met witte lakens en een prachtige documentaire over ‘Le Chemin des Anges’ van Linda Bortoletto. Een verhaal over een pelgrimstocht in Israël. Mijn hart voelt vreugde bij het zien. Benieuwd wanneer de tijd er rijp voor zal zijn. In tight time, right place.
Bij het inslapen denk ik nog even aan de ontmoeting met het koppel op mijn weg… en de niet ongekende gewaarwording bij ‘le bonjour’…. voorbestemd.

Klik HIER voor het bewegend beeld

Droom

Het ontbijt. Ik proef de heerlijke lekkernijen van Claudine, wat een pure smaken. Verrukkelijk. Ik geniet na van de gezellige warme avond bij Christian, Muriëlle, Paul, Lorraine en Babeth.
Hoe het ook gezellig mag zijn om samen te tafelen, een ochtend alleen weet ik evenzeer te appreciëren.

Gisteren liet ik ergens de stapschoenen achter tegen een muur – voor de gelukkige vinder – en trok ik mijn trouwe sandalen terug aan. Lucht en vrijheid aan de voeten.
Het idee, of eerder de angst om natte of koude voeten te hebben in deze periode deden me kiezen om eerst bottines aan te doen. Ik ervaar het niet als een must. De sandalen, weliswaar met wollen kousen doen het evengoed. Ook in moerassige gebieden. Ik zou zelf zeggen ze werken zelfs als een rubber bootje.

Een lange tocht doorheen moerassige bossen, een ideaal woongebied voor everzwijnen. Wanneer je ze ontmoet kijken ze je zonder bewegen aan en verdwijnen dan allen samen de onderbosjes in.

In het bos is het niet aangeraden om zich te verwijderen van de getekende weg. Immense gaten, Aven, ondergrondse hangen doorkruisen het bossen.

Trois-Fontaines l’Abbaye. Bezoek ik het grote park die oorspronkelijk van een abdij was en nadien werd er een kasteel gebouwd. Het dorp is in een vierkant gebouwd met daar middenin een grote open plek die vroeger het hart van een vermoedelijk levendig dorp was.
Ik bel aan, aan een groot herenhuis. Een man met baard doet open. “Bonjour monsieur savez vous ou il y aurais un endroit où je pourrais me mettre à l’abri du vent et manger.” “Venez avec moi. Ici, à côté.”

Een laatste duwtje vóór het volgend dorp. Cheminon. Op mijn tong geniet ik van een heerlijk zoetje. De gedroogde knoppen van de eglantier Roos, waarvan ik in het najaar de pitjes heb uitgehaald en het vruchtvlees heb laten drogen. Een vrai régale et très bon pour la santé.

In Cheminon krijg ik onderdak in een leegstaand typisch huis vanuit de regio. Dikke houten balken met daar tussenin leem. Een grote openhaard die de helft van de keuken inneemt. Mijn creativiteit neemt een loopje en begin te dromen hoe ik het huisje zou kunnen inrichten.

Dromen… ik begin te brainstormen.

Wat zijn eigenlijk dromen of zijn het idealen. Wat is het verschil tussen beiden. Van waaruit zijn ze ontstaan. Ken en herken hierin de basisbehoefte en waarden, de reële waarden, niet die van anderen. Ga hierin je eigen weg en niet die van het beeld van een ander over jou, in trouwheid aan jezelf en met een realistisch beeld.
En wanneer men hierin gewaar wordt dat er onvrede van binnen heerst, die je ergens vastzet en je niet meer in vloeiendheid vertoeft, ga jezelf in vraag stellen. Is dit werkelijk van mij. Wat brengt je vrede en vreugde. Daarin ligt de essentie van wat je eigen weg is en laat je stuwkracht, drijfveer Liefde zijn. Geen afgunst, benijden, geen jaloezie wel de ander het gunnen van wat zijn kwaliteiten en mogelijkheden zijn, want deze onvrede blijft enkel maar in je eigen lichaam draaien. Wees eerlijk met jezelf en de ander.

Oeps…
Nog even naar de winkel voor het sluit. Oh, in het midden van het dorp staat een pizza wagen. Ik laat me verleiden.
Na de maaltijd maak ik me de bedenking… hmmm, morgen zal ik weten wat te kiezen voor de maaltijd, want na tien dagen puur voedsel dan weet je lichaam wat het nodig heeft.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Bar-le-Duc

Ik ontwaak, het is nog donker. Boven mijn hoofd allemaal lichtjes. Geen fonkelende sterren, wel van die lichtgevende sterren gekleefd op het plafond. Vier uur in de morgen. Ik trek nog even mijn donsslaapzak dicht tegen me aan. Leg mijn ene hand op mijn buik, de andere op mijn borststreek. Een zalige manier om in verbondenheid met mezelf in slaap te vallen. Ik voel me zwaar worden…

De trap kraakt, ik hoor de deur van de openhaard. Het zachte ochtendlicht komt de kamer binnen. Een nieuwe dag staat voor de deur.

Het samenZijn in alle eenvoud heeft Claudine gisterenavond veel deugd gedaan. Ik kreeg een warm nestje en brood, ik troostte haar door mijn aanwezigheid. Claudine toonde me haar grote voorraad aan zelfgemaakte gerechtjes. Ze noemde haar kelder ‘de Covid kelder’.

In mijn rugzak… compote de pomme, rillettes au deux saumon, betteraves rouges, pâte de lentilles, gelée de prunelles sauvages. Het wordt een waar festijn.

Langs de weg hoor ik iemand roepen, “Vous avez tous ce qui vous faut. De l’eau, à manger.” “Merci beaucoup. J’ai tous ce qui faut et le faites que vous me le demander vous m’apporter encore plus. C’est la joie. Merci à vous.” De jonge vrouw begint te lachen. Zalig om zien.

Wat kan het leven toch prachtig, warm zijn in al zijn eenvoud. Iedere dag geniet ik ten volle van de fauna en flora. Van de ontluikende lente, ook al is de winter ”s morgens nog sterk voelbaar. De vele warme ontmoetingen zijn hartverwarmend.

In Bar le Duc voelt het plots terug vreemd…. De mondmasker op terwijl in stad bijna niemand te zien is. In een koffie huis mag ik me wat opwarmen in een hoekje met een heerlijke kop koffie.

Ik neem de vele trappen opwaarts richting de oude stad van Bar Le Duc. Een torenklok reikt hooguit boven het kasteel of is het gezichtsbedrog.
Prachtige gebouwen in Renaissance stijl en een St. Pieterskerk in flamboyante Gothiek. Jammer, helaas dat dit prachtig patrimonium niet de voorkeur krijgt tot restauratie. Als ik mijn verbeelding de vrije loop kan gaan… Dan zie ik kleurrijke bloemen balkons, gekleurde luiken, belettering op de vensters van plaatselijke handelaars, een ober met zwarte schort en een plateau in de hand, klinkende munt….
Ik zie, ik zie verlatenheid…
In tegenstelling tot buiten de steden. .. er is leven, het leeft…

In Véel begint het te hagelen. Ik wandel richting de kerk in de hoop ze open mag zijn. Niet. Ik klop aan, aan de presbytère. Het was, nu woont er een dame. “Bonjour, connaissez-vous quelqu’un qui aurais la clé de l’église pour m’y protéger de la pluie ?”. De vrouw kijkt me aan en nodigt me uit bij haar thuis. Tot de regen over is praten we gezellig over de prachtige gerestaureerde woonst en de camino, rond een potje koffie.

”s Avonds kom ik nog net aan in Trémont sur-Saulx voor de avondklok. Een gîte wordt me aangeboden en ik wordt uitgenodigd om de avond door te brengen in familie bij een gedeelde maaltijd en we eindigen de avond met een gezelschapsspel’ Monopoly’ neen neen geen geldbriefjes. Allé, dat is toch passé… 3 jaar geleden kwam er reeds een vernieuwde versie. Eentje met een betaalsysteem. Welke transactie je ook doet alles zit in dit ene bakje. En cashgeld… drie jaar geleden wisten ze blijkbaar al dat dit zou verdwijnen.

Kijk HIER voor een kortfilmpje

L’Abondon

Een ronde tafel. Een pruttelende koffie machine… De zon schijnt op de appelboom.
“Je pense encore à notre conversation de hier soir…”, deelt Vincent.

Vincent deelde gisteren een tweestrijd tussen zeven mensen die hem komen vragen om leermeester te zijn in het cultiveren van biodynamische granen. Waar hij het gevoel van Leven en Liefde voelt. Waar hij voeding van krijgt. En zijn zoon helpen op het veebedrijf, die op zijn manier het bedrijf runt, niet altijd volgens de gedachten van vader. Waar het zijn energie naar beneden haalt.

In ons gesprek kom ik plots in het verhaal terecht van twee jaren geleden, daar ergens midden de appenijen. Tussen heldere hemel en bliksem, tussen kind en vader, tussen vrij-Zijn en gebonden. Daar waar ik de doornen van anderen leerde afzetten, daar waar ik het plotse gevoel van verlatenheid kende en herkende, daar waar het plots donker werd buiten mij en het Licht terzelfde tijd plaats nam in me.

“Je sentais où tu m’emmenais”, deelde Vincent”, met een warme glimlach.
“De temps en temps il y a quelque chose qui me pousse de faire des partage dans l’instant present, sans vraiment le vouloir. J’adore c’est moment. Ils sont d’une douceur.”

“Tu sait Vincent cette histoire que j’ai vécue et que je te partage, sans vraiment savoir le pourquoi du partage. Cela venez à moi.. A l’instant présent elle me fait un peut penser à ton histoire et que je n’étais même pas conscient de la profondeur que elle avais pour mon propre Soi.
L’abondon du père, L’abondon du fils est nécessaire pour Être, pour faire son propre chemin. Qui veut pas dire l’abandon dans le propre terme du mot”, Vincent gaf me een waardevolle spiegel.

Een stilte is aanwezig terwijl we beiden aan onze koffie drinken.
Na een lange stilte kijk ik hem aan, “Tu choisie la vie où l’autre…”. “La vie, mais ce n’est pas si simple”, antwoord Vincent met zijn koffietas in de hand.
“C’est notre mental qui nous rend la vie difficile. Le mental cela s’apprivoise”.

We hebben geleerd om buiten onszelf te kijken waarbij we ons hebben verwijderd van onszelf.
Daarbij komt vaak bij te kijken, dat er schuld is om het verleden en angst voor de toekomst die zich uit in vasthouden aan, niet kunnen lossen, angst om te verliezen, terwijl de bevrijding ligt in de overgave.
Het zijn onze gedachten die we buiten onszelf plaatsen die er vaak voor zorgen dat we niet vooruit kunnen. Vaste gedachten en tal van redenen die we ons eigen hebben gemaakt voor schijn-zekerheid.
De rijkdom ligt niet buiten ons, wel in onsZelf.

“Vivre notre propre chemin et reste dans la foi”.

“Est-ce que ton chemin de vie tu peut voir cela comme une mission ?” , vraagt Vincent.
“Oh, je ne veut pas mettre un mot dessus, surtout pas le mot ‘mission’, aujourd’hui c’est un peut un mot utiliser n’importe où n’importe comment, c’est presque venue une mode. Pour moi cela va bien au delà du mot. Mais je te comprends. Je pourais dire en toute simplicité, sans allez chercher loin, c’est vivre et partager. Être.

Voor we het huis uitwandelen, vraagt hij me wat er is bijgebleven in onze ontmoeting. Je spontaniteit, openheid, zijn vertrouwen in me, zijn fonkelende ogen.

Ik steek mijn hand uit, kijken elkander recht in de ogen… Een ‘hi five’. In dankbaarheid voor deze waardevolle en warme ontmoeting zet ik mijn weg verder.

Ik steek de rivier L’Aisne over en wandel via bossen naar een ander dorpje. Een eerste teek trotseerd mijn kous. Ik hoop dat hij of zij de helm op heeft, want als een schietspoel stuur ik de teek de wildernis terug in. Hihi, grapje.
Hier en daar zijn nog traditionele boerderijen in leem zichtbaar. In Lisle-en-Barrois staat een pareltje van een kasteeltje te verkommeren.

Het is bijna achttien uur, mijn benen hebben rust nodig. Aan de deur van een laag huisje, staat een soort zelfgemaakt beeld met takken en ijzer die me doe denken aan een ‘heks’ uit een sprookje. Ik bel aan.
Een vrouw doet open, een traan rolt langs haar wang….
Claudine komt net terug van een begrafenis. “Entree, je venais juste de me dire. Si quelquen pourrais sonez à la porte. Et voilà, soyez la bienvenue” .

Klik HIER voor bewegend beeld

Vincent

“Bonjour Franck a tu bien dormis”, vraag ik terwijl ik op zoek ben naar mijn kousen en kleren die Nathalie met veel zorg gisteren voor me heeft gewassen.
Ondertussen komt ook Nathalie naar beneden.
De nacht was kort voor hen. Midden de nacht zijn ze op spoed beland. Nathalie deelt me wat gaande was terwijl we samen een koffie drinken en Franck gaat werken.
Ik hoop op een spoedig herstel en duidelijkheid in de situatie.
“Oh, tient encore du jambon sec de Franck pour le long de la route”. De heerlijke zelfgedroogde ham van Franck. “Oh, super merci.” “Arrête de dire toujours merci, merci ci, merci ça..” “Ah, pas toujours. Je n’ai pas dit merci pour les toilettes.” Nathalie begint te lachen.
Hihi, gisteren toen ik vroeg om hun adres te melden in mijn boekje zei Nathalie, “attend je cherche mon crayon du dimanche.” “C’est quoi ça”, vroeg ik haar. Ze keek me aan met een glimlach en antwoorde, “une boutade.”
In mijn pelgrims paspoort, ‘Le Creanciale’, staat geschreven.
‘une rencontre inattendue et très enrichissante. Merci de t’ être arrêté chez nous. Nathalie et Franck’

Ja, ik ben zo iemand die heel lang kan geloven dat ‘l’huile de coude’ bestaat. Zo heb ik bijna veertig jaren gelooft dat deze zogezegde olie bestond. Hihi.

De ochtendzon brengt een warme zachte omhulling aan de natuur.
Ik wandel de weg af zonder er werkelijk bij stil te staan, in volle vertrouwen, zonder zorgen. Geen kilometers, afstanden, cijfers… gewoon bewegen en genieten van ieder moment in het hier en nu.
Waar de zon zich laat wachten, zijn prachtige rijmtapijten zichtbaar. Tapijten met ontelbare kristallen die schitteren. Pimpelmezen verwelkomen me. Roodborstjes blijven nieuwsgierig zitten. In de verte hoor ik ergens een druk verkeer… ver weg…
De bladeren van de bomen dansen in een wind bries en brengen een zachte ondertoon aan het vogelgezang.

Zoete geuren maken zich vrij in de natuur. Gele vlinders dwarrelen voor me, en openen de weg. Drie zwarte spechten zitten elkander na.
Hoog in de lucht drie thermiekende buizerds. Ze blijven me telkens fascineren, wat hou ik van die vogels.

Een pauze in Clermont en-Argonne….een bankje… een aangeboden koffie… een babbel in de zon.

Mijn dag eindigt in Foucaucourt sur-Thabas. Ik bel aan, een man roept in de verte. Ik wandel ernaar toe. ” Bonsoir, je suis à la recherche d’une personne qui peut m’accueillir.” “Bhein, en va vous trouvez cela” Vincent. Zijn ogen stralen, zijn zijn is omhuld met één en al zachtheid.

Samen met Vincent help ik hem in het vullen van zakken met biologische bloem. Vincent heeft al 52 jaar een biologisch bedrijfje in granen die biodynamisch gekweekt zijn.
Na de bloem, richting de koeien. Melken en melk geven aan de kalfjes. Amai, respect voor de vele boeren die dagelijks vele uren kloppen, zeven op zeven.
Soms ontmoet je van die mensen waarbij je voelt, hmmm wat een prachtige ziel. Wel Vincent is zo iemand.
Aan tafel opent hij mij zijn hart, tranen rollen over zijn wangen. We delen warme, intieme momenten uit ons leven. Een boeiende avond die nog lang zou kunnen duren…