Le bassin

Mijn wikkeldoek

De voorbije 2 dagen koos ik voor ‘la voie verte’ een zachte fietsweg met schaduw. De warmte van de laatste dagen waren zeer drukkend.

Fijne ontmoetingen.
Een fransman met een lekke fietsband die ik heb vergezeld tot aan een… ‘Belgische camping’. Het voelde wat vreemd aan ten volle in Frankrijk te zijn en enkel mijn moedertaal te horen die na veel pintelieren en boemelen een extra accent kreeg. “Une menthe à l’ eau svp”. “Ge mag het in het Nederlands zeggen ze”, was het antwoord. Mijn haren kwam rechtstaan.
De fransman, Thierry, nodigde me uit voor een rustige picknick op een matje, in een uithoekje van de camping. Waar we op onze manier het leven vierden in eenvoud en puurheid zonder extra toevoeging.

De dag nadien twee mannen ontmoet die hun moestuin schonken om er een nachtje te overnachten. Waar de tomaten, sla, ajuinen er in overvloed aanwezig waren. En verse eieren van de kippen. Uiteindelijk hadden we een fijne babbel en zorgde één van de mannen ervoor dat ik terecht kwam in een warm huis. Ik kreeg een zak vol groenten mee en deelde het met Yvonne en Jean-Philippe die hun deur voor mij opende.

Het geluid van een oude fiets die kraakt en een velg die heen en weer wiebelt op ‘la voie verte’, une vieille ‘motebecane’ doet me terug denken aan mijn eerste koersfiets.
Twee silhouetten in een tunnel die zigzaggend al spelend de tunnel doorrijden.

Het meest rakend was de ontmoeting met les Gorges d’Heric- waar ik tussen de gehaaste menigte op zondag, zich een weg naar boven baande – een diep bad heb gevonden tussen rotsen in.
Zigzaggend met de rugzak daalde ik af naar de rivier. Op een rots legde ik mijn rugzak, kleedde me uit. Nam contact met de omgeving. Het water doorschijnend, raakte mijn huid, de wind die zorgde voor lichte golfjes waarop de zon scheen en dansend reflecteerde op de rots. Une couleuvre die wegzwom. De visjes die de huid op mijn voeten wist te appreciëren.

Ik deed mijn witte wikkeldoek af die ik rond mijn lichaam had geknoopt. Ik liet hem dobberen in het water en speelde er een dans mee… zacht, strelend… Traag.. traag… Op eigen ritme zakte het wikkeldoek dragend-liggend op de bodem… een beweging die me telkens diep raakt, als oude geschriften die ergens gegrift zijn en met me meedraag. Daar stond ik in mijn blootje midden een overweldigende natuur. Mijn huid gestreeld door de elementen van de natuur. Mijn armen zijwaarts strelend over het water, met gesloten ogen mijn hoofd achteroverbuigend. Dieper, dieper het water in… geraakt, gevoed… wat een puurheid, wat een gelukkig om in de schoot van moeder aarde gewiegd te worden…geraakt en waar tranen niet ontstonden vanuit het oogkanaal, wel vanuit, ik noem het in het Frans omdat het zo passend is, vanuit ‘le bassin’. Terwijl ik dit neerschrijf voel ik hoe het me terug raakt en het voelbaar is tot in mijn eigen schoot…

Binnen 4 dagen kom ik aan in de Rennes le Château en dit met Nieuwe Maan. Ik voel de nood om me ten volle te concentreren op mijn gewaarwordingen, lichaam, geest en ziel.
En niets is zomaar, ik zal er ook mijn tante terug ontmoeten na vele jaren. En ik ben zo blij dat ze met vreugde ook aandrong om me daar te komen oppikken met de wagen. Hoewel ik het eerst had afgewimpeld, maar nadien haar dit plezier gunde. Het is zo kloppend in ons verhaal.
Ontroerd sluit ik hier even af…. Veel liefs aan jullie. Lot of Love

La Tour sur-Orb to Le Poujol sur-Orb

Le Poujol sur-Orb to Prémian

La mer

Chapelle Saint-Amans

Rommelmarkt….’ neen, Jasmine…’ overtuig ik mezelf.
Ik hou van voorwerpen met een verleden, van degelijke voorwerpen die uren door de handen van de maker gegaan zijn. Waar men kan vermoeden dat de handen het voorwerp hebben gestreeld, de neus een eerste zaagsnede opsnuift, de ogen zich verdwalen in de nerven van het hout en waar de patine van de jaren een leven zou kunnen vertellen.

De ochtend vanuit Lodève begint met een stevige klim via ‘La Tolosane’ een weg naar Compostella.
Doorheen een rivierbedding probeer ik me een weg te banen naar boven.

Amai, wat prees ik me gelukkig om zoveel wondermoois te mogen zien en gewaarworden. Hoe de aarde met haar mantel van groen, haar zachtheid onthult. Waar ik dagelijks getuige mag van zijn. De zoete geur van de brem die me reeds een paar dagen vergezeld. Het geel die vreugde met zich meedraagt, de fladderende vlinders die voor me vliegen alsof ze mijn weg openen… het verveeld me nooit.

Op een hoogte van zowat bijna 700m hou ik even halte… De horizon… ‘Is dit nu de zee die ik zie’, gaat de vraag door meheen.
Mijn adem gaat in schokjes door mijn lijf… De zee… Ademruimte… Geraakt, ontroerd…De stilte in me en rond me verweeft zich met elkaar. Boven me een buizerd.

La lune, la terre, la mer…
La lune m’accompagne, ta terre-mère ouvre le chemin. La mer(e) m’acceuil… ma féminité…

Lodève to La Tour sur-Orb

Valquieres

GR7

Ouvre le Chemin

Hmmm, ik rek me uit op de bank. De speelse Zwaluwen vliegen over me heen. Een kever doet een herhaaldelijke poging om op mijn sandaal te klimmen. ‘Ah, petit que est tu courageux’. Ik plaats de kever veilig in het groen.
Het nachtje buiten deed deugd. De ruimte, oneindigheid, openheid gewaarworden van wat Moederaarde en Vadershemel, het Universum ons in continuïteit bied… De hemellichamen die op het ritme van de aarde, van links naar rechts zich in een andere ooghoek bevinden op een verschillend tijdstip in de nacht. De wolken die zachtjes voorbij komen en spelen met het licht, als een aan en uit knop.

Wat geniet ik van de tocht en alles wat het met zich meebrengt en mag ontvangen. Het kunnen voortbewegen in volle overgave, dat zelf het bewustZijn grenzeloos wordt.
De vrijheid geven aan wat op me afkomt, zodat het zijn of haar eigen leven kan leiden en zodat ikzelf ook vrijheid kan ervaren, zonder te negeren. In vrede en liefde accepteren zodat het kan transformeren.

Soms hoor ik de zin ‘Hopelijk vind je er wat je zoekt’. en telkens word ik iets gewaar in mijn lijf, als een niet kloppend,…
Ooit was het wel, ooit ben ik lang zoekend geweest. Zoekend naar iets die een enorme leegte in mezelf zou gaan en moest gaan opvullen. De leegte voelde als oneindig, een pijnlijke leegte want niemand kon deze gaan opvullen, invullen. Het zoeken was een hongersnood geworden, die niet werd gestild. Een oneindig gemis droeg ik met me mee. Wanneer ik huilde was het voelbaar tot laag in mijn buik. Mijn ribben deden pijn, mijn onderbuik voelde aan alsof de voor – en achterkant tegen elkaar kleefden. Afgesneden van mijn eigen bron.
Als kind compenseerde ik dit. Heel vroeg ontdekte ik mijn lijfje en wat masturberen met mij deed. Wat vrij kwam was zo heftig dat ik ‘knock out’ was en zo wiegde ik mezelf iedere avond in slaap. Ik gebruikte het masturberen als compensatie.
Tot op een dag, dat ik begreep dat alles wat ik zocht binnenin mezelf al aanwezig was . Het zoeken hield op en liet alles zachtjes en op eigen ritme zich ontwikkelen van binnenin naar buiten… zonder gebruik te maken van opvullingen…

Zo wordt ik gewaar dat mijn eigen bron, mijn bekken zich stilletjes aan, aan het openen is… en er een natuurlijke stuwing ontstaat die zich verder zal en mag ontplooien… op eigen ritme en ruimte, in right time, right place…

Ben ik dus zoekend, neen, want wat nodig is, is met me, in me…. In Eenheid met het groter geheel, ‘de Bron’…

Na twaalf kilometer hou ik het voor bekeken. De warmte is als een muur waar je tegen aanloopt. Ik kom in een gîte terecht. Plof me op het bed en val in slap.
”s avonds komen er twee mannen de gîte delen.
Bij het slapen gaan wensen we elkander een fijne weg voor morgen.
Een man antwoord me, “bonne continuation et Ouvre le Chemin”

Soudés to Lodève

Étoile filante

Mathieu, de eigenaar van het huis slaapt nog. Ik leg het geld voor de overnachting op het bed en verlaat in stilte de gîte.
Via een poort van de burcht verlaat ik ‘La Couvertroirade’, een plaats die zegt ‘tot de weerziens’.

Via een arcade van buxussen, neem ik de weg verder richting Reines le Château en Bugarach.
Grr, spinnenwebben, iemand noemde dit ook’ les cheveux de…. ‘, (vergeten) de naam was zo luchtig fris, dat je bijna de webben zou appreciëren…. Aaahhh, mij lukt het niet…. Mijn sponnenfobie is dankzij hypnose en mijn tochten voorbij, maar dit neen, daar hou ik echt niet van.
Na twee kilometer hou ik de GR route voor bekeken, mijn ochtend energie heeft het gehad met de webben.

De weg is ruw, droog, af en toe wandel ik in uitgedroogde rivierbeddingen andere keren op een pad tussen uitgedroogde velden.
Op een aarde weg midden een brousse zie ik een kruiwagen staan. ‘Een kruiwagen!, een echo in mijn hoofd. Ik keer even terug op mijn passen. Een persoon zit op haar hukje kruid uit te doen. “Bonjourrrr, cela m’ étonne de voir une personne en plein milieu du GR7” Een vrouw, springt recht “Bhein, oui, moi je suis la. Et alors”, op een wat kordate manier. “Pardon madame ce n’est pas une évidence quand en marche depuis des heures dans la nature et que depuis des jours en vois personne en marchons”. De vrouw komt wat dichter en ik voel dat ze zich herneemt. Beginnend met zich te excuseren voor haar klederdracht. Een zwarte onderbroek, een kakihemd. Een fijn gelaat, geblondeerde haren, zwarte getekende wimpers. Uiteindelijk staan we wat te praten. De vrouw is ‘les pyrales’ uit de buxussen aan het halen om te vermijden dat ze verder ziek worden. Want eenmaal de buxussen hun bladeren verliezen kunnen ze niet meer aan fotosynthese doen en sterven ze af.

Na een fikse tocht in de hitte stop ik in Soudés. Een man wijst me de weg naar le Gîte communale en het gemeente huis. “La tu trouveras une personne qui pourras t’aider”. “Merci à vous.” Ik stap binnen in het gemeentehuis. Een vrouw stelt me voor om samen te kijken na de vergadering. “Très bien, je bouge plus du village je suis épuisé. Merci, beaucoup.”
Ondertussen zit ik te spelen en te spreken met kinderen en hun mama.
Na de vergadering spreek ik de vrouw terug aan. Ik zie aan de vrouw dat ze niet had verwacht dat ik er nog zou zijn. In het kort het resultaat. Haar woord was lucht. Gebruikt een excuses, de covid om haar gedrag te justifier’ en loopt weg.

Uiteindelijk kies ik om buiten te slapen. Ver van het plaatselijk, café naast La Mairie waar een menigte van volk samen is. In een van de kleine straatjes vind ik water. Ik geef mijn ledematen een goed schrobbeurt. Vind er een bank in een parkje. Installeer mijn bed en ga onder de sterrenhemel de nacht in. Un étoile filante ici, une étoile filante par la… Merci madame…. sans vous je n’aurai pas passé une soirée intelle.

La Couvertroirade to Soubès

Soubès

Jour de repos

La Couvertoirade

Een dagje rust in het dorpje ‘La Couvertroirade’.
Aan de ontbijt tafel maak ik kennis met C. Sedert januari is hij hier, hij is op doortocht met de fiets. We praten over de natuur, economie, écologie, vreemdelingen… Boeiende items met diepe levensvragen.
Hij toont me een boekje die hij creëerde wanneer hij verbleef in sloppenwijken in Afrika. Een man met veel kennis over alle items.
Hij nodigt me nadien uit op koffie.

Op een houten boomstronk in de ochtendzon praten we verder over verschillende onderwerpen… Een auto komt aangereden en parkeert zich voor ons. “Voilà, en a perdu notre belle vue. Les voitures. Les ordi…”, en zo gaat hij verder. “Oh, non. La voiture sera la que pour quelque instant. Le temps de décharger, je crois !”, meld ik terwijl ik verder geniet van de omgeving. En zo geschied. “Les voitures, les ordi… c’est des bonne inventions. Simplement en a mis sur la petite feuille, comment utiliser la machine, en a oublier à expliquer à l’être humain comment ce comporter avec.”…
Ik voel de energie een andere richting opgaan. Een zekere onrust komt opdagen bij de man. “Je vais en dépression. Je dois faire quelque chose. J’étais bien pendant le confinement. Il y avais un silence.” “Le silence c’est qoui C. Ce n’est pas l’absence de la musique, ce n’est pas l’absence de l’être humain”, nadat hij een opmerking deed op toeristen, op het muziek van de kleine pittoreske bar. “oui, …”, zegt hij terwijl zijn ogen onrust kennen. “Peut-être que il est temps de reprendre le mouvement ? .” “Oui, tu a raison je dois bougez.” ” Tu c’est C. Le Silence il n’est pas vide, le Silence est plein, il y a beaucoup dans le Silence, il est même infini. Et ce n’est pas à l’extérieur que en le trouve, mais à l’intérieur de soi même.”

Ik sta even recht om een vitrine te bekijken met verschillende kruisen, terwijl hij staat te praten met de barman. Wanneer ik me terug omdraai is hij verdwenen.

Ik wandel wat verder in het dorp en ontmoet er Anne met wie ik een fijne babbel heb. Ik trakteer haar op een koffie. Anne deelt haar maaltijd met me. We delen ons persoonlijk leven met elkaar. Ik vind het altijd bijzonder hoe men soms mensen ontmoet en het onmiddellijk een goede klik is. Alsof men elkander al veel langer kent. Na een paar uur praten en uitwisseling, ga ik terug naar le ‘Gîte de la Cité’, die de vroegere presbytère is.
Wat rusten en mijn was.

Het is warm, heel warm… Iedere beweging in dd zo’n is er bijna eentje teveel.
”s Àvonds geniet ik met Roxanne op een plaatselijk bio marktje. Verse groeten, fruit en une glace de brebis.
En om deze mooie hartelijke dag te vieren. Trakteerde Roxane me op een plaatselijk gebrouwen biertje.
Al heel snel, voel ik mijn hoofd in andere richtingen gaan… ‘jaja, Jasmine, dat had je wel kunnen weten.” Alcohol en ik… dit is echt mijn ding niet. Al snel lig ik horizontaal en ben ik in’ les bras de morphee..

La Couvertoirade

Tréves

Danny en Jean-Michel staan in de deuropening van l’ancien presbytère. We zwaaien naar elkaar. Aan de fontein vul ik mijn fles met bronwater. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat er hier in het dal zo een rustig en mooi gelegen dorpje was.
Ik verlaat Trèves via ‘Le Pont Neuf’ en een smal dichtbegroeid pad.
Na de Causses de Méjean, Causses Noir… hup, pour les Causses du Larzac. En wie zegt Causses, zegt stijgen en dalen.
Een zoveelste stevig klim om dan straks wat in de hoogte plat te wandelen.
De ene kalkgrond, de andere wat meer klei… Hier en daar is de grond wat rood gekleurd en wanneer ik naar de kleur van mijn benen kijk is de camouflage ten top.

De temperaturen blijven hoog, en wie zegt hoge temperaturen in het Zuiden… daar zingen de Cycaden tot zelfs soms oorverdovend wanneer je er tussen staat.
In de verte zie ik Nant. Tijd voor een middagpauze. Wat zeg ik middagpauze, het is reeds 14u.
Geen enkel plaatselijk winkel is open. Ik voel me zwak worden, is het de warmte, heb ik honger… een mengeling van beiden. Ik ga op een terras zitten en bestel me een maaltijd om terug op krachten te komen.
Pff, ik ben echt teneergeslagen van de warmte. Zelfs dat ik er bijna geen woord uitkrijg. Ik rust wat uit op de terras met mijn boekje in de hand.
Ik hoor de stemmen op de achtergrond verdwijnen, ik voel mijn hart in slaapmodus gaan. Mijn ogen sluiten.

Pas in de vroege avond beslis ik om verder te stappen. Het is bijna 18u. ‘Jasmine, is dit wel verstandig. Zou je niet beter stoppen met die warmte…’ Ik twijfel en ga langs de camping. Ik vraag om een bed te gebruiken die rond het zwembad staat om te slapen. Wegens de Covid kan dit niet. ‘les gents utilisé leur essui bain.’ ‘J’ utiliserais mon sac de couchage. Helaas. Ik vraag de prijs van een bungalow voor 1 nacht. 80 euro, oeps die de prijs voor één nachtje camping. Op de website staat 35 euro per nacht.

Het is duidelijk dat ik hier niet hoef te zijn. . Komaan Jasmine, het lukt je wel. De volgende kilometers richting ‘La Couvertoirade’. Hoewel de zon minder hoog staat, de temperatuur is niet gedaald. Vier uur later kom ik aan in het Tempeliers dorp met zijn kasteel, gebouwd door de orde van de Tempeliers ergens in de 12°eeuw. Het is er stil wanneer ik aankom. Een herder haalt zijn schapen binnen. Ik geniet van de rust die hier is. Ik steek het dorpje door… op een deur staat geschreven ‘Gîte de la Cité’, Ik ga binnen, een kamer om te delen met Roxane, een bed… Rust.

Trèves naar La Couvertoirade

La Couvertoirade

Tréves

In de diepte hoor ik de rivier ‘la Jonte’ zich een weg banen doorheen het dal. Voor mij een schaduw die me dezelfde richting uitwijst… naar Meyrueis. Mijn handen hebben het koud in het vroege ochtendgloren. Op een heuvel, een stofwolk, de landbouwer en het hooi.

Boven de deuren is vaak een steen in trapezium vorm te zien… Erin, gebeitelde jaarnummers tussen 1600 en 1870…
Verschillende kruis vormen zijn aanwezig sedert le Puy-en-Velay.
Het kruis van de Ordre de Saint-Jean of ook genoemd Ordre des Hospitaliers. Heeft zijn oorsprong in de wijk Muristan in Jeruzalem gewijd aan Johannes de Doper (tussen de periode 1020 en 1070) In oorsprong een onafhankelijk orde die pelgrims verplegen. Het waren hoofdzakelijk monniken. Nadien veranderde de onafhankelijk orde naar een katholieke orde. In 113 van hospitaal broeders naar militaire broeders. En legden de geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Het kruis van de Ordre de Malte ontstond. één gelofte verdween op de achtergrond)
Het kruis van de Tempeliers.(1118) Erkend door de Katholieke kerk in 1129, de Orde van de Tempeliers. Het was een monnikenorde met zowel een monastieke als militaire functie. En voerden oorlog tegen moslims in het Heilig land. Beschermende de pelgrims onderweg. Ook de Tempeliers legden de gelofte af van armoede, ze hadden, kregen grote landerijen en schonken hun bezittingen aan de orde. En de orde was….
Naast het kruis is er ook het embleem van l’Occitane. Een embleem die me als kind altijd heeft aangetrokken.

Etherische geuren verspreiden zich doorheen de natuur van Den, Brem, Linde en af en toe ‘un brin de Lavande’. .. Hmmm, Ik kan me zo een warme dampkamer voor de ogen halen en genieten van het vocht op mijn huid….

… Back to reality…

Mijn rugzak wordt voelbaar lichter en lichter hoe dichter ik het Zuiden nader.
Een gedrevenheid … of is het een verlangen die me vooruit duwt. Een beeld van een wit gewaad, komt terug voor mijn ogen. Zijn het herinneringen, een verlangen, of misschien een fantasie… Misschien… het heeft geen belang. Het is mijn denken niet die mij het antwoord zal brengen, integendeel.
Wat het me brengt en schenkt… de gewaarwordingen… deze zijn duidelijk. Een openheid, een vrije gewaarwording op mijn bekken. Een stroming, een doorstroming. Een subtiele zachtheid. Als een bedding die gewiegd wordt.

Ik ben me heel goed bewust dat de weg die ik hier afleg niet zomaar is, net zoals de vorige en ze allen met elkander verbonden zijn.
Dat het niet alleen mij ten goede komt en zal komen.
Het terug vinden van mijn tante maakt hier onderdeel van en het verlangen elkander terug te zien is groot. En hoewel de tijd van afwezigheid lang was… haar stem horen is alsof het gisteren was. Hoe meer we elkander horen, hoe meer we beseffen dat we zoveel gemeenschappelijk hebben, ‘gedragen en ondergaan’

Een aangename geur in de kerk van Lanuéjols. Een kerk vol kitch beelden… Waaronder de Aertsengel Michaël en er tegenover Sint Anna. Bijzonder hoe Sint Anna vaak in mijn oogvizier komt, terwijl dit beeld me nooit is opgevallen of me vreemd was.
Een vrouw, moeder, grootmoeder. Wat als deze vrouw een zoon had ter wereld gebracht… Een onderdeel van deze pelgrimstocht. Grootmoeders, moeders en hun zonen.

De sprinkhanen springen in het rond. Eentje miste haar sprong en belandde tussen mijn teen en sandaal. Het geluid van de krekels. Een daas zoemt in tegenwijzerzin om me heen, wachtend tot het moment ik zou stil komen te staan… geen haar op mijn hoofd die er maar aandenkt.
Buxussen die in de schaduw van de zomereik gedijen, gedroogde helleborussen hangen met hun kopje naar beneden.

Soms is het zo stil in de natuur dat ik het gefladder van de vlinders kan horen wanneer ze me voorbij vliegen.
Halfgedroogde strontjes verklappen de aanwezigheid van schapen. Hier en daar een gepluimde kip… De vos, gieren…?

Het pad is bijzonder, af en toe wandel ik in een gang van buxussen die in arcades gevormd zijn. Soms voel ik me in andere tijden. Bizar.
Plots hoor ik een geluid. Het lijkt een schril geluid te zijn, als hoge stemmen van vrouwen en kinderen die schreeuwen. Niets te zien. Ik hoor het terug… Ik kijk rond, Niets. Er is hier ook geen enkel dorp of huis dichtbij en rotsen en eikenbossen.

Terwijl ik de gsm in de hand neem en begin te typen wat me overkomt, zie ik plots in een ooghoek, voor mijn voeten drie schedels liggen. Ik kijk verder overal liggen beenderen verspreid, netjes opgekuist. Mijn nieuwsgierigheid prikkelt me en wandel wat verder van het pad af.
Ik werd gezien… Zelf zie ik niets. Naar de zwaarte van de poten en de snelheid… ik heb terug het Hert gemist. Vaak laat hij zich horen, niet zien.

Met een stevige geankerde stap voel ik plots dat ik me een weg baan doorheen de haag. Het voelt eerder aan als een haag van levende wezens. Het voelt als een vastberadenheid, een niet laten onderdrukken en met opgeheven hoofd van zelfzekerheid en waarheid, Een stof… klederdracht , rood-groen fluweel.

Ik kijk over mijn schouder en bij het terug vooruit kijken en wandelen, voel ik dat met mijn beweging, ik achterlaat wat niet van mij is.
Ik verlaat het dorpje Espinassous met een bizar gevoel. In mijn rug hoor ik een haan kraaien…

Het laatste stuk voor vandaag, een afdaling richting het dorpje Trèves. In zigzag daal ik het stijl pad af.
‘Jeruzalem’.. . Hupla, nog eens. ‘Jeruzalem’. .. Ik herken deze manier van hoe plots iets naar me toe komt. Zo was het ook voor Assisi. ‘Ah neen, ah neen gaat doorheen. Niet nu, niet na Sainte Beaume, nu niet, niet nu ‘ Ik zou me zo graag settelen en mijn leven delen met iemand. Wanneer zal dit ophouden’, gaar door meheen. Een traan rolt langs mijn wang. Ik voel me zwak worden en verlies het stevig contact met mijn onderlichaam. Mijn bovenlichaam voel ik aan een kant trekken, naar de afgrond. Ik voel dat ik gecontreerd moet blijven en aandachtig bij de weg. Ik ken en herken deze energie.
Nikhil zijn naam komt in mij op. Waarom? Moet ik nu contact met hem nemen? Ik blijf verder stappen. Het is warm. De tranen in mijn ogen verhinderen me om de weg goed te zien.
‘Het is niet meer ver… nog een klein duwtje…’

Ik weet dat wat net gebeurde, er geen ontsnappen aan is… en dat dit vroeg of laat zal gebeuren en deze weg zal genomen worden.
De tranen vloeien wat zachter.

Vermoeid en uitgeput kom ik aan in een prachtig rustig dorpje Trèves in een vallei midden twee Causses. Een jonge kerel helpt me voor een overnachting. Het lukt hem niet. Ik ga op het ene terras in het dorp zitten… tot ik uitgerust ben. Wanneer ik klaar ben om naar de camping te gaan kijken. Zegt een vrouw tegen me ‘venez avec nous en a une chambre de libre en haut’ bij Danny en Jean-Michel. Belgen die in de vroegere presbytère wonen.

Salvinsac to Trèves

Salvinsac

Dolmen ‘la pierre platte’

Ik verlaat le gîte ‘Le presbytère’, het was een fijn samenZijn met Monette de eigenares. Ik neem vandaag een weg richting ‘Les Causses du Méjean’ een klim van zowat een 550 meter…om een ganse dag op een kalkplateau te wandelen. Een gebied die al reeds 5000v J.-C. bewoont en een veel gebruikt gebied door de Néolithique.

Een prachtige Dolmen ‘La pierre platte’ kondigt het plateau aan. Wel 26 gieren vliegen in het rond. Wanneer ik bij het stijgen naar beneden keek richting het dorp, begreep ik waarom de kleinhandelaars in Florac stilletjes aan aan het verdwijnen zijn… een zoveelste supermarkt… kwantiteit boven kwaliteit.

Een dor en ruw landschap met een groot verscheidenheid aan distels. Een liefhebber van vlinders zou zich hier goed kunnen uitleven. Ik heb nog nooit zoveel en een grote verscheidenheid gezien aan vlinders op één plaats. Gelukkig is er wat wind, want de temperaturen stijgen al snel richting de 30°. Vele dorpjes zijn er hier niet, op twee na over de ganse weg. En een dorpje is dan 1 à 3 huizen. Waterpunten, geen. Mijn drinkfles geraakt leeg. Ik word spaarzaam op mijn water….tot de laatste druppel.
Een dagje op doorzetting. Gelukkig vind ik voor de afdaling een bewoonbare boerderij. Wat kon dit water smaken.

Met een afdaling richting Salvinsac eindig ik deze lange wandeldag. En wat ben ik blij… terug kunnen aankloppen… zonder doorverwijzen naar een gîte. In het huis van Eric, die net aan het verhuizen is en mij zijn huis leent. Een typisch huisje uit de Cévennes met een hedendaags kleedje binnenin. Door het raam van mijn venster kijk ik uit op een kerselaar en zijn massa rode kersen, een dennenbos en het stenendak van de buren. Mijn ogen sluiten zich… Voldaan en dankbaar

Florac to Salvinsac

Les Causses de Mejean

Le Cardabelle- een beschermde plant

La Lozère

Mont Lozère

Zittend op een terras. Kijkend in het oneindig. Zondag. Mijn dagboek… hmm, moed en inspiratie ontbreekt me om de voorbije drie dagen, in herinnering terug te keren en om deze elk afzonderlijk te posten, alsof ze al zo ver weg zijn.

Een warm windje draait in het rond. De Franse taal krijgt een zingend accent. Op het eerste verdiep van een café-brasserie staat iemand zijn vensters te poetsen met keukenrol en een blauw chemisch product. Ik breng mijn hoofd achteruit, een blauwe lucht, groene grote bladen van de platanen. Links voor me een protestantse tempel. Les Cévennes en zijn verleden waar in de jaren 1685 de protestanten werden vervolgd door, deze die ‘les Camisards’ werden genoemd. De brandstapel, het koord, le boureau waren hier niet onbekend.

De voorbije dagen waren prachtig, zoals de vele andere. De schitterende oneindige landschappen van de Lozère, les Cévennes… Een paar hevige klims van 1400 tot 1600 meter. Le Mont Lozère, le Moure de la Cardille, le Signal de Figniels… Een omgeving naar mijn hart met zijn rijke fauna en flora. De gieren die kort boven mij uitvlogen. De krekels die onbeweeglijk blijven zitten wanneer ik dichterbij kwam. Het Icarus vlinder die zich gewillig liet in beeld nemen. De hagedissen die op de vlucht gaan bij het horen van mijn voetstappen. De zoete geuren van de naaldbomen en Linde… De kleuren van de Heide velden en het heldere water…

De kortstondige ontmoetingen met wandelaars. Het ritme en de beweegredenen van de randonneurs die verschillend is met deze van de pelgrims. Het commerciële van de Stevenson en de verplichte Demi-Pension. Het overdaad aan voeding… versus de eenvoud van het leven.

Het trouw blijven aan mijn eigen weg, aan mijn Instinct. En af en toe de tegenovergestelde richting nemen. Mijn barometer, mijn lichaam en niet de weg die ooit iemand anders heeft vastgelegd. Een niets moeten en van dag op dag voelen en zien welke richting ik uitga, afhankelijk van de omgeving, weersomstandigheden en mijn conditie. Het geloof in mezelf en vertrouwen in het leven dat wat mag, er zal zijn, ook al hoor ik dagelijks dat ik moet reserveren voor overnachting. Ik kan het niet en toch heb ik iedere avond een overnachting en komt er een oplossing uit het niets.

Mijn conditie, mijn wintersjasje begint stilaan weg te smelten. Mijn voeten zijn bijna genezen en wanneer ik erna kijk doen ze me denken aan de huid van de Nomaden die met een caravaan door het Zuiden van Marokko trokken.
Iedere avond krijgen mijn voeten een massage met olie van etherische oliën – Gautherie en Helychrisum- deze avond kreeg ik een extra flesje van Monette. Monette’s haar eigen zelfgemaakte Valeriaan olie. Zelfheling en taping, na een week is de pijn stilletjes aan verdwenen. En dan afwisselend wisselen tussen de vijfvinger schoenen en sandalen. Waw, wat een vrijheid aan de voeten. Mijn linkervoet mocht blijkbaar duidelijk gaan aarden. Door te gaan gewaarworden en voelen wat mijn lichaam verteld, want ja een lichaam spreekt, ben ik af van de steunzolen en heb ik hierdoor vrijheid gegeven aan mijn lijf en kan het terug natuurlijk bewegen.

Op de col du Finiels… mezelf zien lopen in een wit transparant linnen kleedje, met knopjes en broderie anglaise. Een strohoed in de hand. Ik voelde mijn lichaam dansen in deze immense ruimte die me omringd. De dag nadien tussen de Heide wandelend zag ik me dan eerder als een herderin lopen, rode voeten verbrand door de zon, een houten stok onder de arm, zoekend naar planten, haar kudde schapen in de verte.

Mijn lichaam die begrenst is, zich vult met de grootsheid die rond mij aanwezig is… Om dan het samensmelten gewaar te worden met de grote oneindigheid die lichaam, geest en ziel voed. Mijn woordenschat is eigenlijk te ‘pauvre’ om mij hierin uit te drukken.
Mijn eigen kracht die blijft groeien in zachtheid en een diep gewaarZijn dat deze weg meer dan kloppend is.

Cheylard l’Évêque to Le Bleymard

Le Bleymard to Le Pont de-Montvert

Le Pont de Montvert to Cassagnas

Cassagnas to Florac

Regels

Ontwaken… een kop koffie op terras met Aurelie, we deelden samen een gîte. Een boekje valt uit haar rugzak op de grond… Een titel, een naam van de auteur ‘Liudmila…’. “OH, merci Aurelie. Cela me fais rappeler que je doit mettre mon téléphone sur la sonnerie.
Samen met Aurelie verlaat ik het dorp Pradelles. Een stad kan het niet meer genoemd worden, alles is er bijna dicht. De typische zuiderse galerijen, daar waar vaak kunstenaars of ‘artisan du pays’ te vinden zijn, zijn verlaten.

Op het einde van het dorp staat een vrouw met twee mannen te praten. ” A voilà des rondanneurs. Bonjour”, zegt de vrouw. “Vous les prenez pas avec vous sur le chemin.”, terwijl ze lachend kijkt naar de mannen. “Ah non merci je porte déjà ma grand mère avec moi !” We steken de hand op naar elkaar en zwaaien.

In mijn rugzak een foto, de paternoster, een kaarsje en een gedroogd roosje van de begrafenis van mijn grootmoeder….op weg naar het Zuiden.

In Langogne een eerste halte. Ik stap het toeristen bureau in. Een stempel voor mijn credential. “Vous faites quelle chemin. La Stevenson, la regordane ? “, vraagt de vrouw voor op de lijst van statistieken. “Aucun des deux, je fais le chemin de Marie de Magdala” “Ah, je connais pas.” “c’est bien possible je le crai mon même.” “Ah, vous m’avez u”.
Ik verlaat het bureau. De letter L geincrusteerd in de stenen.
Een bezoekje aan een prachtig Romaans kerkje die op een route des Templiers ligt.

In mijn rug hoor ik een sirène… De brandweer kazerne van Langogne. Het is middag. De vergezichten zijn subliem. Bossen van naaldbomen afgewisseld met velden en waar af en toe een dorpje te voorschijn komt.
De bermen zijn gekleurd in paars en gele tinten. Een huwelijk van de Centaurea en Sint Janskruid. Om de zoveel tijd staat een klein stenen bouwsel, waterputten.
Een strakke wind laat zich af en toe horen in de kruin van de naaldbomen. Hier en daar het geluid van een waterbron, omcirkeld door de geluiden van vogels en krekels.
In de verte grijze, witte wolken. Een onweer kondigt zich aan.
De zon kaatst op mijn voeten…

Een wagen raast me aan een snelheid voorbij in een doodlopend straatje. Een hond jankt… auw.
Wat verder de wagen. Ik ga kijken.
“Vous cherchez la route madame”, roept een lachende vrouw vanop haar balkon. “Non, je vient voir la voiture. C’est à vous ?” “Non à mon petit fils.” “Bhein dans la région en doit pas avoir peur de la ‘bête de Gévaudan’. Mes plus tôt de cette bête à 4 roue.”

Een rivier. Een dorpje. Een grasmachine. Een waterbron….ik geniet van het kolkend water die mijn drinkfles vult met verfrissend water rechtstreeks uit moeder aarde.

In een bos… het is er muisstil. Naaldbomen en grote rotsen. Verschillende energieën zijn er voelbaar. Harteklop… ik wacht en geef mijn lichaam de tijd om de omgeving op te nemen. Heel traag wandel ik rond. Ik neem contact met een rechtstaande kolossale rots… Het voelt zacht en gedragen.
Ik draai me om… en ga naar een platliggende rots. Mijn ademhaling versneld. De energie voelt te krachtig aan, ik kan het niet lang houden en verlaat de rots… Een diepe zucht…

”s avonds overnacht ik een dorpje met enkel 25 inwoners. Ik ben er genoodzaakt in de herberg te verblijven, in half pension. De burgemeester, eigenaar van de herberg laat wildkamperen niet toe. Jongeren vragen om er de tent op te zetten in een tuintje. Neen, is het antwoord. De mensen hebben schrik dat er een gele plek zichtbaar zou zijn in het gras… Hmm… We zijn midden de natuur… Beetje vreemd..
De extra regels van de Covid maakt het niemand gemakkelijk. Een slaapzaal van 12 kan enkel één persoon verblijven. Hebben de mensen schrik van de Covid of eerder schrik van de staat die macht uitoefend en zwaait met strenge sancties… Het laatste krijgt de bovenhand.

https://youtu.be/xeVFO1WtZcA