Les Gaulois

Evelyne is reeds vertrokken op haar weg.
Samen met Christian en Fernande ga ik naar het centrum van Méréville voor la ‘Fête gauloise’.
Stappend naar het centrum zie ik een man met camera.
“Oh, wie we daar hebben. De man met zijn stralende ogen”, roep ik naar de man, met wie ik gisteren een delen had rond de camera. “
Een groepje mannen, vrouwen en kinderen wandelen verkleed als Galliërs door de straten richting de hallen niet ver van het kasteel. Onder de hallen zijn lange tafels feestelijk gedekt passend in de tijd van toen. Een heuse openlucht maaltijd, op de oude wijze klaargemaakt wacht op de bewoners en de Galliërs.
Fernanda nodigt me uit om te blijven. Ik verkies om verder te stappen. Op het ogenblik dat iedereen aan tafel gaat, krijg ik de sleutels van Fernanda om mijn rugzak te halen. Ik verstop de sleutels op een afgesproken plaats, bedank het huisje en sluit het tuinhekken achter me.

Met de zon in mijn aangezicht stap ik langs een waterkersboerderij. Aan het hekje hangt ‘opgepast voor de adders’.
Lange grassen en vocht daar houden ze van.

De weg gaat via boswegen en langs velden. Hier en daar hoor ik de eekhoorns in de hoge bomen. Wanneer ze me zien bevriezen ze, maken een fijn knarsend geluid om dan plots van de ene boom naar de ander te springen met hun pootjes volledig uitgespreid.
De mais velden zijn volgroeid, “Een maand te vroeg”, weet een boer me te vertellen. Moe en voldaan kom ik aan in Bazoches-les-Gallera. Ik stap richting de presbytère. Evelyne is kort voor mij aangekomen. Na kennis te hebben gemaakt met Annie, de verantwoordelijke van de presbytère krijg ik een kamer toegewezen met bed.

In Saint-Lye-la-Forêt worden na een vermoeiende dag over de velden, zalig ontvangen door een dame in het gemeentehuis. Een stoel, een glaasje water en… een deugddoende koffie… en met grote vreugde mogen we overnachten in een lokaal van de sportzaal, na een hartelijke verwelkoming van de burgemeester.
Twee kampeerbedjes wachten ons op.
Een dak, water en iets om te koken. Meer moet dat niet zijn.

Wanneer we klaar zijn zetten we ons allebei buiten op een bank. Kijkend naar de pétanque spelers. “Wie had ooit gedacht dat ik hier zou zitten in mijn pyjama op een bank midden Frankrijk”, zegt Evelyne. Hihi, we beginnen beiden te lachen beseffend welke rijkdom het leven ons brengt.

Hier een kortfilmpje…. En nog eentje

Hier wat beeldenEn nog

De camera

In Estampes, veeg ik het zand van mijn voeten, na eerst nog een bezoek te brengen aan de kerk Notre- Dame-du-Fort en stap ik nog een vier kilometer verder naar la Ferme des Acacia, waar ik op een zolderkamertje een heerlijk nacht mocht doormaken.
Wat een hemelsbreed verschil in aanvoelen tussen Estampes en het liefdevol kerkje in Étréchy, niet alleen de plaats ook de ontvangst waren twee uitersten.
Via messenger ontvang ik een boodschap, ‘ Weet je al waar je zal overnachten deze nacht. Wij ontvangen pelgrims’. Hmm, ik kijk op de profielfoto van wie deze uitnodiging komt. Twee stralende gezichten. Geen naam, wel een zin ‘Avis de Tempetes’. Un acceuil pèlerin. ‘Ook al ben ik dit niet gewoon, ik kan aan jullie stralende gezichten niet weerstaan. Het is ok. Jullie mogen mij verwachten’, schrijf ik terug.

Samen met Evelyne vertrek ik richting Méréville. Langs velden, eerst in het groen nadien op asfalt. In de verte horen we geweerschoten. De jacht is open. Plots horen we een toeter, een jager staat met een fluoriserend oranje hesje op een hoogte, hij kondigt onze komst aan.

In het kerkje van Saclas, waarvan we de sleutel kregen van de vriendelijke dame van het kleine-barwinkeltje, sta ik voor een kruis die mijn aandacht trekt. “Zie je dit kruis”, deel ik aan Evelyne. “Een hart, een kroon en vuur… Wel onze eigen kroon mag ‘branden’, mag in het Licht Zijn en naar het Licht komen. Geen kroon van verdriet, wel een kroon van Licht en Vreugde. Gevoed door ons eigen brandend vuur.” In het naar buiten komen vraagt een man of we voor hem willen bidden.” Wat is je naam? “, vraagt Evelyne.” Chiko”, antwoord de man met korte haren en een kunstige baard. In koor zeggen we “we nemen je mee in gedachten.”

Wat verder om de hoek steun ik een eetkraam tijdens een plaatselijke bijeenkomst van verenigingen. Mensen vragen ons waar we gaan. Ik neem plaats aan de tafel en we geraken aan de praat. Er ligt een fototoestel op tafel en ik kan het niet laten om de tip te geven, om een UV lens aan te schaffen om het objectief te beschermen. “Ben je fotograaf? “, vraagt de man. “Ik heb een lange tijd gefotografeerd.” “Ach, daarom dat je over een uv lens spreekt. En waarom fotografeer je niet meer?” “Och, ik fotografeer nog wel maar niet meer om dezelfde reden. Hierbij verkocht ik al het fotografisch materiaal.” “Maar dan kan je geen foto’s niet meer nemen?” “Meneer wanneer ik naar je blik kijk en zie wat er diep aanwezig is in je ogen, het tot mij laat komen, dan heb ik geen camera meer nodig of een schijf om het te bewaren. Mijn schijf is mijn hart.” Oelala….. hoor ik als een koor aan tafel.” Heb je mevrouw gehoord”, zegt een vrouw terwijl ze haar hand op zijn arm legt. De man glundert.

Wat doet het deugd om de zachte aarde onder mijn voeten te voelen. Dempende zachte zolen zijn hier echt overbodig en het komt me ook goed uit, want mijn schoenzolen gaan hun laatste kilometers in.
Via een ellenlange muur wandelen we Méréville binnen. Rue de la Madeleine. Opwaarts onder een lange laan van Lindebomen om een pauze te nemen op het terras van een bar naast de kerk. De kerk waar een prachtig kruis hangt in Eik. Geen kruis met een lichaam erop, wel een kruisvorm waar het lichaam uitgehouwen is in het hout. Als een schaduw die achter blijft van een lichaam die allang in ons midden is, die lichter aanvoelt. Een voor mij levend kruis.

Uiteindelijk eindigen we ’s avonds bij Christian en Fernande. Beiden komen pas terug van Compostella en delen met enthousiasme hun ervaringen. Fernande maakte een heerlijke maaltijd klaar met producten van her en der op het veld, langs de weg of in de tuin. Overvloed.

Hier een kortfilmpje….en nog eentje

Hier wat beelden…. En nog hier.

Hélène

Étréchy

Reeds een week is voorbij in ‘tijd’ sedert mijn laatste schrijven. ‘Tijd’ wat mensen proberen vast te zetten terwijl ‘tijd’ altijd in beweging is.

De dagen gaan voorbij en ik moet enorm veel moeite doen om me te herinneren wat gisteren was…., geraak ik mijn geheugen kwijt, neen hoor, ik geniet ten volle van het leven in het Nu. Ik zal waarschijnlijk in herhaling vallen, niet erg, het NU is zo waardevol, alles IS.

Ik wandel ondertussen reeds een paar dagen met Evelyne. Soms samen, soms zien we elkander pas ’s avonds daar waar we samen een overnachting delen.

Even terug in de tijd.

In Etrechy aangekomen stapten we naar’ La Mairie’ het was snel voelbaar dat de hulp van hieruit niet zou ontstaan. Verder naar de presbytère die voorlopig gesloten was. “Wat denk je, tijd voor een terrasje kwestie van aan te komen. Straks komt wel een oplossing”, vroeg ik Evelyne. “Ja is ok”, en we stapten samen richting de winkelstraat. Ik maak wat aantekiningen in mijn dagboek en Evelyne zit te lezen….
Na een uur vraagt Evelyne of we richting de kerk terug gaan.
Ideaal… tijd om er mijn telefoon op te laden en net op tijd binnen te zijn om ons te beschermen tegen een onweersbui. Evelyne leest verder in haar boek, terwijl ik geniet van de ruimte en voor me uitkijk.

Wat later komt een dame binnen, en nog één, en nog…. Ze maken zich klaar voor de misviering van la ‘Nativité de la vierge Marie’, de geboorte van Maria op 8 september. Een Mariafeest voor de rooms-katholieken en orthodoxe kerk.
Net op het laatste moment komt een grote man binnen in zwart gewaad. De priester. Hij komt naar ons toe en vraagt, “zijn jullie het die een overnachting zoeken voor deze nacht?”, met een open blik.
“Ja, dit zijn we”, zeg ik wat verwonderd “Hoe weet u dat?”, vraag ik de priester. “De vrouw van de antiquariaat vertelde het me. Ik heb iemand voor jullie gevonden”, en hij stelt ons kort voor aan Hélène vóór de viering begint.

Van wat op afstand volg ik de viering mee. Ik luister naar zijn homélie… in flarden schrijf ik wat neer van wat zijn delen was…
‘Iedereen komt op de wereld met zijn hoge potentialitéit, met zijn capaciteiten….
… Un être a contempler’, een wezen om te bewonderen.
We geven geschenken omdat we houden van het kind, niet om efficiënt te zijn of iets te ontvangen…
Vertrouwen hebben in het kind zelf in moeilijke fases…
Een kind is de ‘Schoonheid’ van het leven..
Beauté intérieur…Espérance… Patience… ‘… neen, hij spreekt hier niet alleen over Maria zelf, hij trekt het door naar ieder kind die op de wereld komt en is… Over ieder kind, die in ons-zelf is.
Over wat voor mij in ieder van ons is, daar waar het pure bewustzijn, het zuivere en het’ niet-zelf’ aanwezig is.

Na de viering komen we bij Helene terecht. Een levendige vrouw van 85 jaar met glinsterende ogen. Haar enthousiasme is groot. “Ik heb niet veel in huis, ik kom net van mijn kleinkinderen we zijn samen naar Versailles geweest. Maar ik heb voldoende voor iedereen. Ik ben ook niet echt een keukenprinses”, deelt ze al stappend richting haar huis.
“Is helemaal ok. Ikzelf heb ook nog wat bij. Én met onze creativiteit toveren we wel iets op tafel”, zeg ik met een grote glimlach.

Hélène deelt ’s avonds in het kort een ervaring uit haar leven. Het overlijden van haar man de dag van het huwelijk van haar zoon. Haar daar zien staan in de keuken, tussen ons, het volgend delend “wat mij vooral raakte die dag, was het gezicht zien van mijn kinderen bij het vernemen van het overlijden van hun papa. Mijn moeder hart deed pijn”, met tranen in haar ogen.
Een bijzonder, voor mij, warm vertederend moment om iemand van 85 jaar, midden in haar eigen keuken, haar verhaal te horen, haar emotie de vrije loop te laten en delend aan een wildvreemde… dat laat je niet onaangeroerd.
Om dan het hef van het leven terug in handen nemen en samen aan de kookpot te staan. Met nog altijd die glinsterende ogen van voordien. I love it.
Hélène je zal me bijblijven.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Evelyne

Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde

In de verte zie ik twee mensen wandelen. ‘Zouden er wandelstokken te zien zijn. Misschien een pelgrim’, stel ik me de vraag. Op mijn rechterkant zie ik een regen gordijn op mij afkomen. Ik maak me klaar om de druppels te ontvangen. Mijn regenkap gaat op de rugzak, mijn paraplu boven mijn hoofd.
Ik nader de twee mensen, een plaatselijke bewoner, een pelgrim ‘Evelyne’.
Evelyne, is vertrokken vanuit Parijs als startpunt. “Naar waar gaat u”, vraagt de man die erbij is. “Richting Orléans”. “De vrouw is haar weg verloren. Er zijn hier veel pelgrims die de weg verliezen hier. Ik ken hier de regio uit mijn broekzak en dan help ik hen altijd”, deelt de man verder.

Ik wandel verder met Evelyne en vraag haar op welke manier ze de weg wandelt. “Met de gids ‘guide lepere’. Maar ik verlies de weg. Ik heb daar wel tien minuten staan draaien om hun boek te begrijpen”, weet Evelyne me te vertellen. Ik deel haar de manier hoe ik onderweg stap. “Als je wenst kan ik je later tonen welke app ik gebruik en met deze app kan je nooit meer je weg kwijt zijn onderweg, en ga je zo naar Compostella.”

In Longpont-sur-Orge stap ik de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde binnen. Een aangenaam aanvoelende kerk. Twee dames zijn er de bloemen aan het schikken en aan het bij knippen.” Madame, zou ik even jullie toiletten mogen gebruiken aub”, vraag ik aan een bejaarde kleine dame. “Gaat u naar Compostella. We hebben hier de stempel voor in de credential”, zegt de vrouw met fierheid. “Ik ben op de weg, maar ik ga er niet naar toe. Mijn weg neemt me elders mee.” De vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Dit doet me terug denken aan het moment op de weg naar Rome, wanneer de mensen mijn schelp op de rugzak zagen en ze me vroegen ‘ga je naar Compostella’ en wanneer ik ‘Rome’ zei, had het plots geen belang meer, alsof de enige bestaande pelgrimsweg richting Spanje was.

In de basiliek wordt ik aangetrokken door een beeld, een buste in rugaanzicht, tussen de vele andere beelden. Ik wandel het hekken voorbij, draai me om. De buste van Maria-Magdalena met een relikwie en dit naast de 1600 andere. De priester had hier een fikse hobby.

De weg gaat verder langs een prachtig rustig natuurgebied richting Arpajon.
Evelyne heeft ervoor gezorgd dat ik ook bij ‘la famille d’acceuil’ kan overnachten waar zij reserveerde voor de nacht. Het is al een paar dagen dat buiten overnachten uitgesloten is wegens zware onweders.
’s Avonds zitten we met zeven aan tafel en delen we een eenvoudige heerlijke maaltijd. Bij Benoît en Marie-Agnès en hun kinderen.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Vivre

Na een boeiende avond met Isabelle en onze gesprekken met een prachtige mengelmoes van theologie, antroposofie, geschiedenis, Maria Magdalena, Jezus…, verlaat ik Sceaux via het park van het kasteel.
De tuinmannen en vrouwen snoeien er de kilometers lange taxus hagen en haagbeuken. Het harken van de nieuw aangelegde fijne grind-zand weg tussen de grasvelden, doet me denken aan de Japanse Zen-tuin waar de monniken als meditatie, met een hark, een patroon en de beweging van het water in het grind harken.

Het is ongelofelijk om te zien hoe snel de natuur haar krachten terug neemt na een regenbui.
Hoe het gras terug groen wordt en de wilde kruiden in de bermen terug zichtbaar.

Fietsers, wandelaars, lopers, hardlopers, kinderen die proberen de vogels zachtjes te benaderen. Twee bejaarde vrouwen op een stenen bank aan de oever van het kanaal pratend over een buurvrouw, terwijl hun hondje aan de riem trekt om de duiven achterna te lopen.
Ik blijf even stilstaan en leun met mijn handen op mijn wandelstokken… Het is stil in me en vredig. Ik laat me impregneren door de frisse, verse natuurgeuren na een hevige onweersbui.

Op een bord langs de weg staat in grote letters geschreven ‘Vivre autrement… Mieux…’ omringd door een beeld van hedendaagse huizen met brede trottoirs. Veel asfalt en een klein vierkant voor een boom. Wordt mede-eigenaar…
Hmm, het financieel plaatje zou ik niet willen zien en laat ik ook in het midden.
De titel….’ Vivre autrement… mieux’ brengt me aan het denken. Een heel aanlokkelijk plaatje niet! Wanneer gaan we stoppen met altijd maar meer te willen, en de gedachte ‘daar’ (het buiten ons plaatsen) zal het anders zijn…. beter. Het is hetzelfde als een emmer vullen zonder bodem. Want iets nieuws zetten of doen, het lijkt aantrekkelijk, alleen de wortels worden niet aangepakt.
Wanneer zullen we wat reeds bestaat aanpakken en transformeren en zorgen dat er geen leegstaande panden niet meer bestaan of staan te verkrotten. Ook dit kan ‘vivre autrement mieux’ zijn. En dit kunnen we doortrekken naar ons eigen ‘innerlijk’…tot aan de wortels.
Het is onze kijk hoe we leven die het veranderen waard is.

Een bejaarde vrouw komt naar buiten ik hoor roepen, “Jules arrête, arrête Jules”. Jules wandelt naar zijn zin en trekt hem van niets aan. De hond.
Ik zet mijn voet op de wandelriem. Jules draait zich om, kijkt naar me… naar zijn baasje…dit had hij precies niet verwacht. “Merci madame”, zegt de vrouw. In mijn rug hoor ik de dame verder spreken met Jules.

Mijn weg gaat verder via de ‘ Via Turonensis’ en La coulée Verte du Sud de Parisien en ik puzzel wat met de GR10 en de PR10.
In Massy stop ik voor een maaltijd, een heerlijke Couscous klaargemaakt door lieve mensen afkomstig uit Algerije. Een man komt binnen. Ik hoor hem spreken aan de toog over mijn rugzak. Hij spreekt me aan en we beginnen een conversatie. Een charmante man met heel veel kennis. Ik hoor dat hij al veel gereisd heeft en ik begin te delen over de Pelgrimstocht naar Israël. Hij deelt zijn kennis en ervaring, spreekt over St. Augustijn en over zijn verlangen om naar Compostella te gaan. Later deelt de vrouw van het restaurant me dat de man, Slimane Benäissa heet, een schrijver.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Code oranje

Na een intense zaterdag en een wat overdonderende zondag voormiddag, waar het weekend me van her naar der bracht in een zekere rush, krijg ik de mogelijkheid om zondag namiddag me neer te ploffen op bed om pas na twee uur wakker te worden en krijg ik de ruimte om terug optimaal tot mezelf te komen.

Zondag voormiddag hadden we een gesprek. Plots voelde ik in het gesprek binnenin een opwelling startend vanuit mijn onderbuik, ze kwam als een explosie naar boven. Net op dit moment was ik aan het eten en zat er een stuk brood in mijn mond waarbij ik het moeilijk had om verder te eten en in te slikken.
Inslikken, now way, met een krachtige stem, met durf bracht ik wat ik te zeggen had naar buiten, ook al voelde ik me binnenin heel klein en bang. Het voelde als een noodzaak om me te kunnen neerzetten. Terzelfde tijd werd ik gewaar dat er onmacht en verdriet onderhuids aanwezig was en werd ik een blokkade gewaar ter hoogte van mijn keel. Ik kon het alleen niet meer inslikken, en wou dit ook niet meer.
Het voelde aan als een inbreuk op mijn Zijn. Een opgelegd zwijgen. Een niet recht op bestaan.
De hevigheid die ik voelde, ook al was het voor de omringende niet onmiddellijk begrijpbaar. Was bijna een noodzaak om mezelf terug in handen te nemen, na de gewaarwording van platgewalst te worden. Iets oud die de kans kreeg te helen.
Het was als een slapend vergeten stilstaand water die plots in volle kracht tot leven komt als krachtig vuur die opborrelde en tot explosie kwam.

De weinige slaap, de teveel aan impressies hebben er ook geen deugd aan gedaan. Uiteindelijk wat was, was ok.
De pelgrimstocht naar Israël wordt alvast een boeiende reis vol menselijk avontuur met boeiende spiegels.

Na nog een fijn en rustig Samen-Zijn met Florence, één van de Magdala vrouwen – zo noemen we ons in de groep- val ik uitgeput in slaap op een dertiende verdiep van een appartements gebouw, het raam open met de wind van de avond zacht strelend over mijn buik.

Een vraag die vooral bij me opkomt is… ‘Hoe zal ik trouw blijven aan mezelf en aan mijn persoonlijke weg – want als het van mij afhangt het enige geplande zou zijn de data van vertrek, een paspoort en een visum- mijn vertrouwen in het leven is zo een vanzelfsprekendheid geworden en dat alles mij zal gegeven worden wat ik nodig heb onderweg. ‘ Ik laat de vraag rijpen.

In de nacht barst een onweer los over Parijs. Best indrukwekkend mooi..

Maandag morgen…
Ik vergezel Florence richting haar werk tot aan het standbeeld van de aertsengel Michael.’ Une embrassade’.
Naar de kerk St.Gervais. Een plaats waar de Fraternitéit van Jeruzalem leeft en hun diensten hebben, helaas waren ze er niet, ik was vergeten dat het maandag is en ze hun ‘woestijndag’ hebben.

In mijn rug la tour Saint-Jacques, richting de Notre-Dame en via la rue Saint-Jacques verlaat ik het centrum van Parijs.
Even naar een betaalbare kapper, waar ik nadien kortgewiekt buiten kom.
Kies ik om ’s avonds even de GR655 te verlaten richting het centrum van Sceaux. Ik vraag aan een vrouw waar ik het touristisch bureau kan vinden. De vrouw vergezeld me tot aan de deur. “Wat zoekt u eigenlijk”, vraagt de vrouw. “Een overnachtingsplaats. Ik heb een tarp maar ik vertrouw het weer niet en ik zoek een droog dak boven mijn hoofd.” “Wel ik heb een kamer vrij, je kan bij mij komen”, zegt de dame. En zo kom ik bij Isabelle terecht, toont ze mij het park en kasteel van de stad. Drinken we een glaasje voor we verder naar haar huis gaan.
En ja hoor, er wordt aangekondigd dat het kasteelpark sluit wegens aankomende onweersbuien. Code oranje.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Sarcelles

Buiten slapen in de voorsteden van Parijs, is echt geen aanrader. De steden blijven wakker, latente achtergrond geluiden en mijn mentale bleef blijkbaar ook alert. Niet te min kom mijn lichaam toch tot rust komen.

Bij het ontwaken kan ik net op tijd mijn tarp inpakken vóór de regen. Nicole nodigt me uit voor het ontbijt. We praten over kunst, de weg, het onderweg zijn in het leven en over haar verlangen om pelgrims te ontvangen. En zo komt er een nieuw pelgrimsontvangst bij. Dankjewel Nicole.

Terug op de weg wandel ik onder talrijke hoge storende electriciteits masten. Vliegtuigen dalen de ene na de andere naar het vliegveld Paris-Charles-de-Gaulle.
Recht voor mij hoor ik talrijke meeuwen.
Een immens vuilnisbelt. Op de achtergrond een kasteel opgehelderd door het zonlicht. Wat een contrast. Ik blijf wat staan aan de hectaren groot vuilnisgebied en observeer het reilen en zeilen.
Een grote vrachtwagen rijd weg, hij heeft net geledigd. Een andere staat met zijn container naar omhoog te ledigen. Een bulldozer walst alles plat vóór er een nieuwe laag aankomt.
Felle kleuren als rood, groen, blauw zijn zichtbaar. Niet recycleerbare materiaal. Ik blijf staan en kijk dit erbarmelijk, dégoûtant tafereel aan.
Ik word een beweging gewaar in mijn lijf, mijn maag, mijn hart, mijn keel, mijn ogen… Van kwaadheid, naar misselijkheid, naar geraakt zijn… Tranen. Dégoûtant.
Zien wat overconsumptie, wat bepaalde producten teweegbrengen aan Moeder natuur, aan deze kostbare aarde.

In een dorp stap ik net op tijd een café binnen voor een koffie pauze. Wat later komt iemand binnen. Korte broek, grote rugzak en een grijs stuk stof over de rugzak, een poncho. Joseph.

“Joseph, wat fijn je hier te zien. En waar is je papa?”, vraag ik Joseph terwijl hij zich bijna ploffend neerzet. ‘Hmmm, er is iets gebeurt’, gaat door meheen. Gisteren hoorde en zag ik wat spanning tussen vader en zoon en wat later zag ik beiden in de verte afzonderlijk wandelen elk op een ander stuk weg. Ik wandelde tussen hen.
Ik steek mijn hand uit. Joseph neemt aan. De emoties krijgen de vrije loop. Zo herkenbaar wat generatieverschillen soms kunnen teweegbrengen. Kinderen die om liefde vragen en ouders die vastzitten in patronen en niet begrijpen wat gebeurt bij het kind.

Samen met Joseph stap ik deze dag verder richting Parijs. Eerst richting le Château d’Écouen, langs het fort even het bos in om dan de rest van de dag via asfalt, het geluid van de wagens, stinkende motors en een twaalf kilometer lange asfalt weg doorheen de voorstad Sarcelles richting Saint-Denis.
Een weg die ik zeker niet zou nemen vroeg of laat op de dag en alleen. Een raar en onveilig sfeertje hangt hier in de lucht. Krottenwijken op de rand van de stad tussen twee kleine luxebedrijven en erachter de kraan van een vuilnisbelt. Parijs, Europa… dit gebeurt naast ons deur. Zowel Joseph als ik proberen erdoor te wandelen zonder de omgeving te laten binnenkomen. Het lukt ons niet.

In Saint-Denis wandelen we richting de basiliek. Bij het binnenstappen worden we tegengehouden. “Vigile pirate, dit zijn pelgrimsstokken die mogen binnen”, wijzend naar mijn metalen wandelstokken zegt de man aan de deur. “Deze stok mag niet binnen”, kijkend naar de houten natuurlijk wandelstok van Joseph waar een witte pluim op steekt.
Joseph moet zijn stok naar buiten brengen, niet binnen in een hoek, achter een deur of onder de tafel van de bewakers. Neen, buiten op het plein. Met als opmerking “die trekken toch op niets, ze hebben geen enkele waarde.”
En dan begint hun redenering over onze rugzak. Ik doe het voorstel om ze onder hun tafel te leggen of achter hun tafel te zetten. We worden gewaar dat flexibiliteit, openheid, menselijkheid verdwenen is onder starheid en indoctrinatie.
Joseph en ik kijken elkaar aan draaien ons om en nemen de richting van het licht. Het was duidelijk.

Wat verder neem ik afscheid van Joseph en stap verder naar een sportwinkel. Mijn sandalen vertonen gaten in de zolen.
In de winkel helpt een vrouw me zoeken naar een rechter sandaal, tevergeefs. Uiteindelijk kan ze me helpen en reserveerd een paar sandalen in een andere arrondissement die ik morgen zal ophalen. Ik dank de vrouw voor haar geduld, hulpvaardigheid en vriendelijkheid alsook hun diensten. Gisteren mocht ik zomaar twintig euro ontvangen van de winkel wegens mijn eerlijkheid.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Pimprez

“Au revoir Pierre-Dominique, misschien tot een volgende keer en bedankt voor je delen” , zeg ik tegen de broeder die in de deuropening staat van de kleine abdijwinkel. “Je vertrekt!”, vraagt hij me wat verwonderd. “Ja, mijn weg is daar in beweging, onderweg zijn.Het enige vaste in het leven. Beweging.”
Op amper een uur van de abdij, en vermits ik laat vertrokken ben na eerst mijn kamer te hebben gekuist, krijg ik honger. Ik zie mensen aankomen op een parking van een zaal en vraag of er iets te doen is. Er was een wandeltocht. Wat verder vraagt een man me of ik iets zoek. “Wel ik ben op zoek naar een bar of waar ik ergens eten kan aanschaffen. Er rest me enkel een kiwi en een appel.” De man kijkt me aan, “kom ik zal wel iets voor je vinden. We zullen het vragen aan die kleine blonde kop. De burgemeester.” Zogezegd, zo gedaan. Tien minuten later sta ik tussen de inwoners van Pimprez aan de aperitief tafel, met glas water in hand en wat later mag ik met hen aanschuiven aan de barbecue.

In de zaal zie en hoor ik de mensen hoe ze plaats nemen. Gehaastheid, snel plaatsen reserveren. Het doet me wat denken aan de lezing deze morgen over de bruiloft van Kanaän. Ik zit er precies midden in. De mensheid is toch boeiend! En ik geniet van de ‘plaats’ in mijn hart. Daar waar ik mag zijn en die overal en altijd Is.
Aan tafel zit ik tussen Armand en Regine.
Ze reden ooit met de fiets naar Compostela. We hebben heel fijne momenten aan tafel. Spreken over de weg, over het leven over courante dagelijkse zaken. Over kruiden. De sfeer is gemoedelijk en familiair. Ik zie dat sommige mensen zich vragen stellen over wie ik ben en wat ik aan tafel doe. Voor sommige mensen is dit wat uit de comfort zone, voor anderen als een vanzelfsprekendheid. Ik stel de eerste al snel op hun gemak door ze aan te spreken.

Zegt de burgemeester plots, “Armand heb je al uitgelegd aan mevrouw wat er hier voordien was?”. Armand legt me uit dat de zaal waar we aan het eten zijn, dit de vroegere fabriek was van Ricqles, daar waar ze ‘Alcole de Menthe’ vervaardigen. “Och, dit heb ik als kind vaak gekregen in de wagen. Mijn vader had dit altijd bij want ik was vaak wagenziek. En een paar van die druppels op een suiker, was me altijd deugddoend. En het is nog lekker ook.” “Ik heb hier 40 jaar gewerkt” zegt Regine met grote fierheid.
Armand kent heel goed de buurt en legt me uit dat er hier ook een weg is genaamd ‘Stevenson’. “Ja, dit zag ik maar was wat verward met de weg in Zuid-Frankrijk”. Hij legde me uit dat het over dezelfde Stevenson gaat en dat hij langs hij met de Canoe vaarde, de weg die ze zullen merken en kenbaar maken.

Om vier uur in de namiddag beslis ik toch maar eens om nog wat te wandelen. Uiteindelijk wandel ik nog tot ’s avonds. In Choisy-au-Bac zie ik een huisje die mijn aandacht trekt met korte schattige gordijntjes. Ik bel aan. “Goedeavond meneer ik zoek een plaats waar ik mij tarp voor een nacht zou kunnen neerzetten. Kent u een plaats waar dit mogelijk zou zijn?” “Ja, hier”, kwam er vlot uit. En zo kwam ik aan ten huize Thierry en Myriam.

En in de plaats van mijn tarp op te zetten kreeg in een bed aangeboden in een bijhuis.

Na een goede nachtrust en een ontbijt samen met Myriam, neem ik afscheid. “En ’s embrasse”, vraagt Myriam. “Avec plaisir” ” Dank je wel dat je gekomen bent. Dankzij je komst heb je ons op het idee gebracht om ons huis open te stellen voor pelgrims. Zowel ik als Thierry houden van mensen te verwelkomen.”

Één korte dag staat me te wachten. Alle, ik plak er nog een rondje bij en geniet van een wandeling in de natuur vóór ik Compiègne binnen wandel via een lange, oneindige tuin richting het kasteel van Compiègne.

Naar het toeristisch voor de sleutel van de eerste pelgrimsherberg. Een vriendelijke dame verwelkomd me. In de herberg mag ik de eerste pelgrims ontmoeten. Joseph en Gilles, zoon en vader samen op stap. En een Nederlands koppel die weg is met de fiets tot Casablanca.

Compiègne

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

En hier