Snuffelen

Lachen… Vreugde… Een open gezicht… Zo mag ik vandaag ontwaken… Door mezelf te horen lachen. Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een vrolijke droom. Ik weet zelf niet wat ik droomde. Het doet er niet toe wat… Wel het gevoel… Zalig !

De geur van de openhaard. Een hond in zijn mand. Geroosterd brood, zelfgemaakte honing, een huisgemaakte biologische energiebal. Ten huize Jean en Veronique. Gelijkgestemden. En wie weet misschien wel een plaats om hier een handje toe te steken in hun biologische bedrijfje midden de natuur. “Aurevoir ma sœur”, zegt Jean terwijl hij me omarmt. Een omhelzing aan Véronique.

Op de achtergrond ergens buiten het bos een toeterrrr, een auto, een bakker. Een half uur later dezelfde toeter. Een aardbeien taart.

Bucey lè Gy

Vier konijnen en twee hazen rollebollen met elkaar over het veld . Naar voor, achter, rondjes draaien. Stoppen…. Herbeginnen. Op het moment dat ik dichter kom, muisstil. Snoet tegen de grond.

Een dorp. Een straat, een hond. Even snuffelen. “C’est à vous le chien”, vraag ik een vrouw. Voor haar huis twee schragen en een plank. Een paar bloembakken op de grond. Een bakje vol Pélargonium. “Non, c’est à la voisine. Oh, c’est déjà un vieux chien et il est malade”.
Van de hond komt ze bij haar poes en deelt me wat er met haar poes gebeurde. Tranen komen in haar ogen. We gaan samen zitten op de vensterbank. “Oh, je me suis pas encore remis de la perte. Ça fait bizar”, terwijl ze terug rechtstaat.
Haar haren liggen keurig. Haar bloemen hebben dezelfde kleuren als haar kledij. Roos, paars.

Een autobus komt aangereden. De deur opent. Op de hoek van een straat vrouwen. Kinderen stappen af, de schoolbus. “C’est quoi maman ?” Hij wijst naar mijn rugzak. Met grote ogen kijkt hij me aan. “Et ça ?” De uilenveer. Met zijn kleine handen laat ik hem de veer ontdekken. “C’est doux maman !”

Door bossen, doorheen kleine dorpen. Ontmoeting met vier honden. Groot, klein, middelmatig. De ene al grollend, de ander kwispelend, nog een met zijn haren recht… Angst is verdwenen… Af en toe nog wat schrikken als een hond onverwachts om de hoek komt. Sowieso blijf ik voorzichtig, het blijven dieren. Uiteindelijk maak ik met alle vier een fijn contact. Komend op hun terrein, doe ik mijn hand naar beneden en nodig ik hen uit naar me toe te komen. De tijd om te snuffelen, de tijd die ze nodig hebben om wat ze voelden wat te laten sussen, te vertrouwen, zich te openen. Een aai. Hebben we soms als mens ook niet wat een beetje hetzelfde gedrag! Te snel reageren zonder werkelijk de ruimte te nemen om te voelen, gewaarworden…

Montbollion

Verteren

Hartverwarmend om te zien hoe een jonge dertiger zijn personeel openhartig benaderd. De tijd neemt – ook al staat veel op de planning – de dag opent bij een pot koffie.

Op een smalle geasfalteerde weg een grootmoeder en haar twee kleindochters. Elk in hun hand een boeket geneeskrachtige bloemen. Hun lange haren waaien in de wind. “C’est important de les amener dans la nature”, zegt de vrouw.

In Seveux laat Ik me verwennen op een warme dagschotel. Rust en krachten opdoen. Toekomen met de rugzak in een restaurant is geen dagelijks beeld, om me daarom subtiel in een richting te duwen…
Een grote zaal. Ingedeeld met schermen en in een verschillend kleur, oranje en wit. Het oranje deel ligt wat in een donkere hoek, een tv aan de muur, kleiner en laag plafond. Gesloten…Aan tafel twee koppels mannen. Klederdracht vissers kledij, overall.
Het witte gedeelte is open, ruim, hoge plafond en veel licht. Tv wordt geprojecteerd via een beamer op de muur, een reuze scherm. Een familie, een bejaard koppel, een jong koppel met baby.
Ik wordt meegenomen naar een tafel in een hoekje, oranje gedeelte. “Je vous mais ici la bas il n’y a plus de place. Les place en tous étais prit”, zegt de ober me, gevolgd door “ici, vous avez la télé”. “Il n’y a plus de place!”, flopt er verwonderd uit. De ober begreep mijn intonatie. De kleren maken de man niet gaat door meheen.
Hij neemt me mee naar de andere kant.
Een man in visserskledij, een zachte blik, een glimlach. Wat later komt de man aan de contoir. Een glimlach en knipoog volgen elkander op. Ze vertrekken, een reactie volgt van de ober… een echo van de man met zachte blik. “l’habit ne fait pas le moine” en gaan de deur uit… ‘Chez Berthe’

Een knoop in de maag. Wat ligt er op mijn maag… Ja, de bonen dat is zeker… mijn lichaam komt me echter meer vertellen… Ik laat het sudderen. Niet dat het eten mij niet bevallen is, integendeel, het was lekker. Niet zozeer het gedrag van de man… Niet het feit dat ik liever ruimte had.

Wel eerder dat mijn beweegreden minder rebels mocht zijn. Een oud patroon van afschermen, weerstand, recht op bestaan, gezien worden was aanwezig. Ik had gewoon kunnen liefdevol vragen om in het witte deel te mogen plaats nemen in plaats van in het zelfde gedrag als hij te stappen. Wanneer een oud patroon de kans krijgt om in het bewustzijn te komen, te transformeren… gelijkaardige situaties in de toekomst dragen dan ook geen gewicht niet meer met zich mee.

Ja, wat heftig boeren met zich mee kan brengen. Het schudde me letterlijk en figuurlijk wakker. En om dan nog eens in resonantie van tijd projectie en spiegeling te mogen ontvangen en geven in verbinding met een vriendin. Zalig. (knipoog)
Ik stap verder in vertering en als ik nu een ‘peetje’ zou neer tekenen, dan zou het er eentje zijn op zijn rug, handen op de buik van het lachen en tranen van vreugde…. Ik heb het weer gekunnen.

De eerste krekels zijn ondertussen hoorbaar in de natuur. Af en toe een klaproos. In de weiden schapen of koeien. Ik denk dat ik een beetje verliefd aan het worden ben op de laatste. Ik vind ze zo schattig. Wat wild en toch zacht uitziend.

Langs het kanaal van de Saône geniet ik van de micro en macro wereld. Verschillende wantsen, bloemen…
De laatste dorpen op de dag zijn amper 80 inwoners… Gelukkig kort op elkaar. Ik klop aan aan de deur van Jean en Véronique… Met open armen ontvangen.

Etoile

‘De gedachte van iets nodig te hebben, is maar een gedachte’ . In essentie is alles er al.

Een gesprek met Mr. Angelo over al of niet een pelgrimsherberg te installeren in Leffonds blijft in mijn hoofd draaien. Onderwerpen als: Dorpen die trekken, sleuren om de weg door hun dorp te laten lopen, Luxe op de weg, wat je als basis nodig hebt als pelgrim…

Vertrekken we allen niet als pelgrim, mens, wezen om iets anders te ondergaan, in ontmoeting naar iets nieuws, om wat we hebben en soms allemaal even teveel is en voor even achter ons laten of misschien wel voorgoed, zich kunnen losmaken van, voor even een vrij mens te mogen voelen…
Aan de basis is belangrijk een gezond lichaam, water, voeding. Voor een overnachting: een toilet, water om je te wassen, een droog dak boven je hoofd, iets zacht om op te liggen. De rest ontvang je en ontwikkel je zelf op de weg.

De zin om neer te schrijven is te groot, dus doe ik het. Ook al weet ik dat ik tegen sommigen schenen kan schoppen. Dan is het zo.
Aan de dorpen, gemeentes… Maak van de weg geen ‘colonie de vacances’, of ‘un parc d’ attraction’, een toeristische trekpleister, draai niet mee in het economisch systeem van geld binnenhalen en bekendheid, laat de gedachten vallen ‘als wij het niet doen, dan zullen onze buren het doen en verliezen wij…’ Deze wegen zijn er al voldoende en daar willen de meesten net aan ontsnappen… Sommigen zijn hier al bewust van, anderen niet… het komt… wanneer de tijd er rijp voor is.
Hou de weg en laat de weg in zijn eenvoud en puurheid bestaan. Er hoeft niet iets gecreëerd te worden. Alles is er al. Geef de mensen de kans om terug te kunnen naar de eenvoud en puurheid. Maak van de ‘viafrancigena’ of nieuwe Compostela wegen geen wegen zoals er al zijn, waar mensen ‘la noumba’ houden tot ’s avonds laat en laten we de andere realiteit ook niet uit het oog verliezen waar alcoholische dranken, wiet… de vrije loop hebben en waar menigte denkt dit nodig te hebben om te kunnen in contact te komen met de ander. Plaatsen waar nog weinig respect is voor de rust van zijn inwoners en medepelgrims. Waar dorpen aan het kijken zijn om de weg uit hun dorp te bannen omdat het de spuitgaten uitloopt. Omdat het uit zijn voegen barst. Ook dat is soms realiteit op de weg. En daar kunnen we dan ook uit leren en groeien. Zorg te dragen, open te blijven, tolerant te zijn…

En natuurlijk is het welgekomen en aangenaam om af en toe eens verse kleren te mogen voelen op de huid, een heerlijk verzorgde maaltijd te mogen proeven die alle smaakpapillen extra komen strelen na drie dagen op brood en kaas te hebben geleefd. Een bed met verse lakens waar de benen breed uit mogen gaan ontspannen… Ook dit is er al…

Er zijn pelgrims met een grote financiële mogelijkheden. Er zijn mensen die kunnen sparen. Er zijn mensen die beide mogelijkheden niet hebben en waar het budget per dag misschien nog geen vijftien euro is. Of zelfs minder. Die zich grote budgetten niet kunnen veroorloven. Zich een pelgrim refuge niet kunnen permitteren. Laten we de deur niet sluiten voor deze mensen, het financiële mag geen belemmering zijn op de weg. Mogen door verenigingen en medepelgrims niet uitgesloten worden omdat men denkt luxe nodig te hebben op de weg. Laten we de weg open voor allen. Iedereen heeft recht om te groeien.

Aan de pelgrims, mensen die de weg nemen leer de kleine dingen des levens appreciëren. Eis niet. Eis geen drie tot vijf sterren plaatsen, overnachtingen, maaltijden… de sterren zijn er al leer ondergaan en zien op een andere manier.
Is er geen douche waaruit liters water vloeit, je handen op je lijf aan de lavabo doet wonderen.
Brood en wat beleg, stuk fruit ’s avonds, water… daar is nog niemand aan gestorven. En als je dan een maaltijd kan eten… Ik wens je de maaltijd te kunnen zien als met de ogen van een kind die zijn handen naar boven steekt, zijn mond opent en sparteld met de benen als het voor zijn neusje komt staan. Je ogen te mogen sluiten, naar binnen te keren en werkelijk te mogen proeven wat de aarde ons dagelijks aan goud schenkt…

Durf af te stappen van de voorgekauwde afstanden en plaatsen… Durf een stap te zetten in het onbekende ipv te plannen met ‘de sleutel op de deur’. Durf werkelijk bestaan. Leer te groeien in het alleen zijn, weet dat je dit uiteindelijk nooit bent. Zorg dat je geen gemis en verwachtingen installeert op de weg, want dan heb je enkel verplaatst wat je al had in je dagelijks leven. Durf uit de kast komen en laat al het geprogrammeerde, voorgepromeerde los. Durf je in je blootje te zetten. Durf hulp vragen.

Leer terug je voeten voelen op de grond. Leer midden in een veld de lucht op te snuiven en voel wat het met je doet. Zie de wind die in de bladeren blaast. De zon boven jou die zijn kracht over de aarde laat stralen en meehelpt in de groei van dingen op aarde. Voel het… Zonder gedachten. ‘ik kan het niet, ik zal dat nooit kunnen, de gedachte jezelf te kennen en wat je nodig hebt… Dit zijn enkel gedachten die je angsten camoufleren… Ga, ga en durf…

Champlitte

Ik stap de stad Champlitte binnen. Een lange straat neemt me mee naar boven. Leeg… Luiken dicht… Maison à vendre… Een plein. Een beeld. Lege vitrines. Mijn fantasie… Mijn twee klapschoenen… De zon die komt schijnen op de deuren die zich openen en de mensen die dansend en zingend op straat komen elkander de hand schudden. Waar onder mijn voeten groen begint te groeien en als een lontje zich verspreid in alle uithoeken van het plein. Blauw, groen, geel, paars, magenta, rood, oranje… Kleurrijk….
Terug naar de realiteit… Een lege fontein… Een kat in een hoek. Een man achter zijn gordijn.

Op de markt in Champlitte maak ik kennis met Flaurence, ze verkoopt er op dinsdag verse melkproducten. Waardevolle fijne gesprekken. Mensen die zich toevoegen en al snel staan we met vijf rond het kraam met heerlijke streekproducten. Wat fijn om in de vertikale energie aanwezig te mogen zijn, te voelen en bewust te zijn een kanaal te mogen zijn in mijn woorden, woorden die vloeien vanuit een niet tastbaar iets, waar het mentale niet aanwezig is. “Vous êtes une petite lumière étincelante sur mon chemin”, zegt een man plots uit het niets. “Vos mots me touche monsieur, merci de votre partage. De tous cœur je l’emmène avec moi sur le chemin”, antwoord ik terug.

Na de markt tijd om wat voedselenergie op te doen. Un bistro. Aan de contoir, een man. Midden de zestig. Jeansbroek. Een kuif. Zijn ogen wijd open, horizontale opgetrokken huidsplooien. Beide voeten op de grond, wiebelend naar voor en achter. 10u30 in de morgen.

Aan de hoeken van de straat volwassenen met een emmer vol muguets vers geplukt uit het bos. Twee euro voor ‘un brin de muguets’. En wat als we nu eens gewoon deze zouden uitdelen aan de mensen die je tegenkomt op straat die dag. Dan zou je toch veel meer waardevols hebben ontvangen ‘un moment de bonheur’…

Voor mij een jongkoppel. Margaux en Lucas… ze zijn zwanger… van een… en zal… heten… Ssttt hun familie leest misschien mee. 😉 En deze verrassing wil ik hen niet ontnemen. Ze nodigen me uit. Op terras in de zon eventjes bijkomen, wat praten en genieten van elkanders aanwezigheid. Hun ogen stralen vol- leven.

De natuur heeft terug zijn rust gevonden.

’s Avonds kom ik aan in Dampierre. Een bizar gebouw. Een hoge glazen toren. Alsof deze door een buitenaardse ruimteschip hier is neergeplaatst. Een groot hotel die toeristen opvangt voor één nacht tussen twee grootsteden in Frankrijk. Veel Chinezen. Heel industrieel en weinig aantrekkelijk. De geranten spontaan, jong, energiek, hulpvaardig…een openhartig ontvangst.

Dansen met de regen

Ik open het gordijn van de klas die gelegen is op een hoogte van 400m. Amai, zo een vergezicht. Had ik in zo een klas gezeten als kind, dan had ik waarschijnlijk nog meer linialen op mijn vingers ontvangen (allé, dit hebben ze geprobeerd, knipoog). Grijs. Regen. Hevige windstoten. Benieuwd wat de dag mij zal brengen.
‘Je niet laten ontmoedigen Jasmine’, zegt een klein aanmoedigend stemmetje.

Morgen is het 1 mei. Ik hoop dat ik wat voorraad kan vinden voor vandaag en morgen.
In Torcenay maak ik een ommetje van één kilometer naar Chalindrey opzoek naar een bakker. “Pardon madame, pouvez vous me dire ou se trouve la boulangerie ?” “Oui, la a côté du Colruut (Colruyt). Twee vliegen in één klap.

Een kilometer om en zo ontsnap ik ook aan twee grijze wolken banden. De ene links, de andere rechts. In het midden blauw… en daar onder is mijn weg. (glimlach). In de voorbije uren bracht de storm veel schade aan in de buurt. Door de weersomstandigheden pas ik mijn weg aan en volg ik de wegtekens niet.

Ik geniet van het samenspel tussen de verschillende elementen. Le ‘soufle de la vie’ die krachtig de bomen laat dansen, die de wolken aan een snelheid laten voorbij gaan, die samen met de zon het water op de grond laat verdwijnen.
De donkere blauw-grijze lucht, de groene velden, de koolzaad velden en dan de zon die zich af en toe laat zien versterken de kleuren.
De regenbuien komen als gordijnen naar beneden. Ik kan zo zien waar het water zal uit de lucht vallen. Genieten en af en toe probeert de regen me uit te dagen. Ik kan zo het water horen vallen en dichtbij komen. Dan is het paraplu open. Een kort douche en het water horen verdwijnen achter mij. Ik krijg bijna zin om te dansen in de regen. En als is ik nu van die magische schoenen zou hebben waar ik mijn hielen tegen elkaar aantikken dan neemt de paraplu me van de grond… Ik zie me al vliegen…

Een gebouw. Een vroegere abdij. Ik ga even piepen. Een houtzagerij. Een vrouw met een doekje op haar hoofd, een geruite schort. Een man met blauwe overal. Een cirkelzaag. Een transportband die het hout van beneden naar boven op een dikke plankenvloer laat vallen. De mensen doen hun voorraad hout klaar voor volgend winterseizoen.

Ik verlaat la Champagne en Ardenne voor la Franche Conté. Van la Haute-Marne naar la Haute-Saône.

Gisteren een warm bericht mogen ontvangen ‘… Cela inspire de la joie et de la paix…’, om verder mee te dragen op mijn weg.

Wat ben ik dankbaar dat ik deze morgen de kracht had om de deur uit te gaan. De kracht om mijn gedachten in toom te houden en me niet heb laten beïnvloeden door de weersomstandigheden. Dankbaar dat ik ben opgestaan. Dankbaar om de vreugde die ik mag ervaren van al het wondermoois rondom mij. Dankbaar om al wat wat niet tastbare is. Dankbaar dat ik mezelf kan zijn. Dankbaar om al wat is.

Na een nacht op yoga matjes nu een nacht op een heupbreed kampeerbed.

Leffond

Landres

Na een goede kookpan te hebben gekregen van de priester, ga ik aan de kook. Een stevig ontbijt om de dag in te zetten.
De supermarkt, een nieuwe tandenborstel en tandpasta, ben ik ergens vergeten.
‘Dans un bistro’ , vul ik mijn dagboek en blog aan. Plaatselijke inwoners komen er hun aperitief drinken na de misviering. Op het moment dat het drukker begint te worden is het voor mij tijd om op te stappen. Net zoals het binnen komen via de vesting verlaat ik ook op deze manier de stad.

Oef, de zon schijnt terug. Aan het artificiële meer geniet ik van het stilstaand water. Twee kinderen trekken mijn aandacht. De kleine jongen zegt me heel spontaan en met een grote glimlach ‘bonjour’. Wat een openblik. Hij doet om verder te stappen richting de oever van het meer. Ik blijf staan, hij ook en kijkt me aan. Hij lacht en keert terug met me mee naar een café. Ik spreek een man en vrouw aan ‘Je vous l’ ai emmener’, vertel ik hen. De man spreekt me aan. Oh, ik had hem niet herkent, de zoon van Nadine waar ik sliep samen met vrouw en kinderen. Wat fijn, twee dagen verder en en terug deze warme mensen mogen ontmoeten.

Aan het meer kies ik niet voor de GR145/via Francigena met zijn aangelegde kades. Wel voor de pure natuur weg van toerisme. Wat een rust. Langs het water vissers in hun tent. Een boot die dobbert en een man geknield met een soort kijker waarmee hij in het water kijkt. Een tent en twee jongeren voor een schermpje. Een oudere vrouw ligt languit te rusten. Aan haar voeten rubberlaarzen. Waw, wat een mooi stuk ongerepte natuur.

Ik voel me net alsof ik gedragen wordt. Mijn rugzak weegt bijna niets terwijl hij nog altijd hetzelfde gewicht draagt van gisteren. Mijn lichaam beweegt soepel. Een sterke verticale energie is sterk voelbaar.

Een vlinder trekt mijn aandacht. Het oranjetipje. Terwijl ik ze in beeld neem zie ik dat ze elkander aan het uitdagen zijn. Het voorspel. Bijzonder.
Iets kruipt op een boom. Mijn eerste gedacht een muis. Neen, een Boomklever die van beneden naar boven zijn weg baant. Het gezang van de vogels zijn als muzieknoten die de ene oor in gaat, de andere uit.

Na het meer. Een dorp. Een huis. Aan het venster twee kaarten ‘lourdes’. Een vrouw komt aan de andere kant van de straat buiten. Nieuwsgierig. Ik vraag of ik haar toilet even mag gebruiken. Ze wijst me de weg, “c’ est pas vraiment ideal” weet ze me te vertellen. Ik dacht bij mezelf ‘wat zal het zijn’. Gewoon een toilet, netjes en een klein lamp boven mijn hoofd. Ik kom terug naar buiten. “Bhein merci beaucoup, ils sont bien vos toilet”. Neen, de toiletten hadden geen hedendaags papiertje, er ganged geen lampe kapje en was niet gesitueerd in huis, wel in de garage. Maar wat maakt dit het verschil uit. De vrouw vraagt of ik nog iets nodig had. Uiteindelijk nodigt de vrouw me uit aan tafel in familiekring. Een heerlijke maaltijd wordt me aangeboden in een huis waar de tijd is blijven stilstaan. Een grote kast in kerselaar. Een bed in een hoek. Een zetel ernaast en in het midden een lange tafel voor tien personen. Op tafel groenten uit de tuin. Een fles wijn. Een karaf water (gelukkig), stokbrood. Al dit heerlijk wordt omringd met een grote portie Liefde.

Een onweer is opkomst. Ik wandel nog een uur tot het volgend dorp.
Met de mantra ‘Un kilomètre à pieds ça use ça use… Wandel ik de laatste kilometer voor het dorp in. Ik eindig aan 52 kilomètres. Een burgemeester opent zijn vroeger schooltje voor een overnachting. Twee klassen. In de één fitness toestellen. De ander een scrabble bord. Een avondwandeling. Het kerkhof. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen. Waar grafzerken schots en scheef staan… Wat trekt me hier aan… Misschien de eeuwigheid.