Conques

Conques

Gisterenavond kwam Mimi na de avondmaaltijd me vergezellen aan tafel. Ze had opgevangen in mijn verhaal dat ik sprak over la Fraternité de Jérusalem. Ze deelde me dat ik langs het ouderlijk huis was gestapt van de stichter van de Fraternitéit en dat een groot deel van de zusters vaak bij Mimi komen overnachten. Bijzonder. Mimi was een echte spraakwaterval. Bij ieder stuk kaas die ze gisteren presenteerde legde ze uit vanwaar het kwam en hoe het gemaakt werd. Een boeiende levendige huisvrouw.
Nog vóór het vertrek wenst Willy ons vereeuwigen op de foto. Alhoewel vereeuwigen ik weet niet of dit vandaag nog aan de orde is als ik denk dat al mijn archief beelden ergens op een hardeschijf staan die gecrasht is. Alles is vergankelijk.

Op weg naar Conques. Ik denk dat ik sedert de start van mijn eerste pelgrimstocht evenveel de naam Conques – gekend om zijn glasramen van Pierre Soulagés- heb horen klinken als Compostella.
En net door dit groot succes die hoorbaar was weerhield het me om deze weg te nemen. Ik hoorde zovaak ‘je moet’, dit is voldoende voor mij om het niet te doen. Mijn ‘r’ ebels zijn zeker. Hihi. In de winterperiode er wandelen vind ik zalig, wandelaars zijn zeldzaam en diegene die ik dan ontmoet, zijn pelgrims die op éénzelfde golflengte zitten en houden van de rust, stilte.

Een lange afdaling richting Conques. Ik doe het rustig aan voor de knieën. Ik heb wel spijt dat ik mijn sandalen niet aanheb. Ik mis hun stevigheid onder mijn voeten en vooral de vrijheid, flexibiliteit die mijn voeten mogen gewaarworden bij het dragen. En of dit een verschil zou uitgemaakt hebben in de sneeuw, neen totaal niet. Onze voeten, met gaiters en met welke schoenen ook, ze waren allen even nat.

Ik steek mijn vogel in de lucht en begeleid hem langzaam naar het begin van het dorp die in een diep dal ligt. De vele kleine pittoreske huizen zien er verlaten uit. In de winterperiode telt Conques 80 vaste bewoners. Stel je even voor hoe druk het hier kan zijn tijdens het toeristisch seizoen, 60000 pelgrims die langskomen en in het totaal 800000 bezoekers. . Helpppp.

Achter me gaat een venster open. Ik hoor een zachte stem, “heb jij toelating voor je drone? Deze worden niet toegelaten in Conques”,weet een vrouw me te vertellen vanuit het toeristisch bureau. Ik draai me om, haar zachte stem verraad de zachtheid die zichtbaar is op het gezicht van de dame,”Dag mevrouw ik kreeg geen enkel signaal, vastgesteld door de staat op mijn telefoon, dat het niet toegestaan zou zijn”,zeg ik verwonderd. “Het best is toch wel vragen aan het gemeentehuis”,terwijl de dame het venster sluit. Ik laat mijn vogel terug tot bij me komen.
Een man volledig in het zwart gekleed staat plots naast me, zijn donkere bril verbergt zijn brede donkere wenkbrauwen. Op zijn buik hangt een camera met een zoomobjectief. “Gebruik jij een drone”, terwijl hij achter mijn rug het gesprek meevolgde. Ik weet niet waar mijn aandacht eerst naartoe te brengen. “Ja”, zeg ik terwijl ik mijn vogel veilig neer laat komen. Ik word gewaar dat de man niet als collega naast me staat maar me benaderd vanuit een hoogte.”heb je de toelating gehad? Mag dat zomaar? Dit is om te spioneren. Om te kijken waar zwembaden aanwezig zijn. Schending van de privacy, ze zouden dit moeten verbieden. En zo een lawaai dat dit maakt”, floept hij het ene na het andere uit. “Het is waar een drone is geen stille camera wat spioneren onmogelijk maakt”,terwijl ik naar zijn camera kijk deel ik verder “u heeft daar een mooi téléobjectif handig om een beeld te nemen achter de hoek”. Ondertussen heeft zijn tumult voor één en andere commotie gezorgd. Een man staat te roepen bovenaan zijn venster. Een kleine tengere vrouw volledig in het zwart gekleed, komt voorovergebogen met een kwade blik aangestormt recht op mijn drone af. “Ooooo”, zeg ik terwijl ik op de knop duw en mijn vogel terug de lucht insteek “Jou vertrouw ik niet” zeg ik op een vrolijke manier, omringd door verzuurde mensen. Ik voel me precies op een speelkoer. Mijn vreugde breekt het ijs en iedereen keert terug in zichzelf.

Ik stap het toeristisch bureau binnen waarbij de lieve dame me het telefoonnummer bezorgt van het gemeentehuis. “Amai, wat was me dit een warme welkom in Conques.” en we lachen om de situatie.

Klik HIER voor meer beelden en HIER

Klik HIER voor bewegend beeld

Solitair

Estaing

Brrr. wat voelt het fris aan deze morgen. De mist hangt over ‘Le Lot’ waardoor de omgeving er zo verschillend uitziet dan gisterenavond bij aankomst in Espalion.
Me goed induffelen, handschoenen aan, wintervest aan en ik trek de deur achter me dicht samen met Willy.

In Bessuéjouls laat ik even mijn vogel (drone) in de lucht, boven de kerk Saint Pierre terwijl Willy zijn weg verder zet. Ik kom hem later wel weer tegen.
De kerk in roze zandsteen, werd herbouwd in de zestiende eeuw, maar heeft zijn romaanse deel onder de klokkentoren intact gehouden. Via een smalle trap geraak ik in de bovenste kapel die gewijd is aan de aertsengel Michaël.
Ik blijf een eindje in deze prachtige ruimte.

Wanneer ik terug buiten kom is de mist wat meer opgetrokken. De zon en de mist. Twee prachtige natuur elementen die spelend elkander aanvullen. Soms kan het in ons leven op eenzelfde manier gebeuren. Soms kan het heel mistig zijn en kan het lang blijven hangen. Dan is geduld een deugdzaam iets. In vertrouwen in het leven staan kan echt wonderen doen, dan komt het licht aan de horizon soms sneller tevoorschijn dan men verwacht.

Mijn weg brengt mijn verder in de hoogte op een plateau. Waar ik geniet van de verre landschappen en de wolken die tussen de valleien blijven hangen.
Een hartsvriendin komt even aankloppen via messenger en stuurt me ook een uitnodiging voor de vrouwendag om te verbinden. Het woord eenzaamheid komt aan de orde.

Na de boodschap blijf ik mijn weg volgen en komt het volgende binnen nadat iemand anders het eerder had over het woord solitair. Of het alleen onderweg zijn, ik deel het graag verder met haar.
‘Lieve vriendin, Ik deel graag het volgende die door meheen komt. In het verleden werden woorden gecreëerd en gaf men er een betekenis aan waardoor woorden een bepaalde lading krijgen die bij de ene angst kan opwekken bij de ander niet. Dan denk ik aan het woord ‘solitair’ wat we in wezen allen zijn. We bestaan nl op onszelf. Dit dienen we eerst te doen in het leven. We komen als ‘uniek’ op de wereld, we worden getransformeerd, geconditioneerd… Om nadien al die pelletjes van opvoeding of wat dan ook te fine tunen om terug ons uniek zijn te vinden. Velen koppelen het woord solitair aan la solitude… Wat absoluut niet is, car dans la solitude en trouve la vrai richesse de l’amour profond pour soi avec l’Esprit Universelle, je t’embrasse et que l’amour de la solitude viennent frapper à ta porte, je t’aime cher Amie. ‘

De aarde kleurt rood onder mijn voeten. Een schaapherder komt uit een wei gewandeld en roept me “Allez ga maar, het is langs ginder” “Ga jij naar rechts of naar links”, roep ik terug. “Geen zorg”, roept hij me terug. De herder was zo gefixeerd om zijn kudde in goede banen te leiden. Voor mij was mijn vraag om fotografische reden zodat ik hem niet stoorde. Zo mooi om dit tafereel op beeld te kunnen brengen.

Een man loopt voor me. Ik zie hem zoeken terwijl zijn hond aan de andere kant snuffelt. “Zoekt u iets?”, vraag ik de man. “Neen, ik zag net une Bécasse un oiseau migrateur”,zegt hij met verwonderde ogen. Une bécasse is een vogel die in onze taal heet een ‘houtsnippen’ een vogel kenmerkend om zijn lange snavel. Vóór een Romaans brugje in een idyllisch dorpje net voor Estaing staat een kasteel. Aan een trap vol mos hangt een scheef bordje ‘kapel’. Voorzichtig om het uitglijden te vermijden stap ik de kapel, die in een toren te zien is van het kasteel, binnen. Een kapel genaamd naar de aertsengel Michael.
In Estaing klop ik aan een deur van een bar. Ik hou er een lange pauze en geraak aan de babbel met de eigenaars en hun familie die aan tafel een maaltijd nemen. Ik wordt uitgenodigd om mee aan te schuiven voor de dessert tafel. Oeps daar gaat mijn voornemen om zorgvuldig mijn voedingintolerantie te volgen. Une tarte aux myrtilles, heerlijk.
In Estaing staat een grote pelgrimsherberg leeg die eigendom is van het dioscesaan. Eventjes droom ik weg en zie ik er mezelf geïnstalleerd om pelgrims te ontvangen. Hmm, van stilte naar drukte. Neenneen Jasmine dit is je weg niet, niet meer, nu toch niet. Mijn weg is onderweg zijn. Daar geniet ik zo van, daar ontvang ik zoveel, daar voel ik me goed.

De merel zingt zijn avondlied. Ik stap goed verder in het laatste intensieve stuk van de dag. Het gaat op en neer, het is pittig.
Ik probeer nog een tandje bij te steken om de mensen niet in ongerustheid te brengen waar ik door Willy reeds ben aangekondigd en probeer ten laatste tegen 19 uur aan te komen.
Met een mengeling van roos, oranje okkergele gloed in de lucht bij het vallen van de dag kom ik moe en voldaan en met een grote glimlach aan bij Mimi.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor meer beelden

Louisette

Espalion

Ik hoor het huis ontwaken. Een deur gaat open beneden. Ik hoor de koffiemachine pruttelen. Ik trek mijn kleren aan en ga naar de woonruimte. De geur van brandend hout gemengd met deze van koffie. Een heerlijk thuisgevoel. Nadège bracht vers brood mee voor de jongens, ikzelf neem voldoening met een potje heerlijke warme koffie die Willy deze morgen heeft gezet. Het huisje is gezellig ingericht persoonlijke spullen van Nadège zijn zichtbaar. Zo fijn het gevoel te hebben dat een gastvrouw je vertrouwt om je te laten logeren in haar eigen nestje. Ik hou van haar ingesteldheid, geen reklame, het vertrouwen in de werking van donativo, het vertrouwen in ‘la providence’. Alles wat mijn eigen hartje vult. Na een gezellige babbel met Nadège neem ik de moed samen met Willy om een nieuwe dag in te wandelen. Arsène, beëindigde vandaag zijn weg. Met zijn tweetjes stappen we verder.
Het gaat vlotjes, met twee wandelen voelt totaal anders aan. Het oneindige universum krijgt een bubbel waarbij je afgestemd geraakt op elkaar en me het gevoel heeft op een kleinere wereld te leven.

Ik nader de stad Saint Côme-d’Olt. Op een openplein staat een huis met een bijzonder dak die mijn aandacht trekt. Op een metalen hangbord staat ‘La bisquine de Jean’. Een man is er zijn klimplant aan het snoeien. De eigenaar van het huis.
“Wat een bijzonder mooi huis heb je. Zijn architectuur is heel bijzonder en je onderhoud het met zoveel zorg”, deel ik de man. Hij weet me te vertellen dat het dak ontworpen is door de architect Philibert De l’Orme. Een architect uit de 18°eeuw.
Daar waar ik dacht dat het een dak ontwerp was voor rijker mensen, is het net het omgekeerde, ontworpen voor de mens met mindere mogelijkheden.

Op de middag neem ik een pauze in het zonnetje op terras. Willy beslist om verder te stappen. Ik strek mijn benen lang uit, sluit mijn ogen en laat me inspireren voor mijn dagboek.

Ik volg de Lot tot in Espalion om tijdig aan te komen in de gîte d’étape waar ik terug Willy zal ontmoeten.

Voor mij een dame. Haar bruine lange jas hangt wat langer vooraan. Heel traag en wat houterig stapt de vrouw langs de weg leunend op een wandelkar. In het draagrekje vooraan ligt een zuurstof machine. Haar grijze krullende haren liggen golvend op haar voorhoofd. Op haar neus een leesbril die helpt haar zuurstofmasker op haar plaats te houden. Ik wandel haar heel zachtjes voorbij zodat ze niet schrikt. “Dag mevrouw, deugddoend he om nu een wandeling te maken met dit heerlijk zachte weer”. De dame kijkt me aan en delen een paar woorden. Ik vergezel haar eventjes. Bij het verder stappen vraag ik haar naam ‘Louisette’ . “Naar waar ga je”, vraagt de Louisette. ” Richting Tarbes en misschien wat verder naar Lourdes”. “Wil je een gebed voor me doen”, vraagt Louisette. ” Zal ik doen en neem je ook mee in mijn onderweg.”
Ik stap verder. Het valt me op wat een verschil in bevolking er komt hoe dichter ik de stad nader. Het voelt wat vreemd aan.
’s Avonds doe ik boodschappen samen met Willy en kies ik om heerlijk voor hem te koken.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Sneeuw

Ik steek de straat over en open de deur van een hotel. Twee metalen hulsels met een klepel in het midden laten horen dat er iemand is. De bel. “Bonjour, een koffie alstublieft”, vraagt ik met veel enthousiasme voor de nieuwe dag. Even enthousiast en met een zacht ogende blik zet de eigenaar een koffie.
Ik neem plaats naast de tafel waar Willy en Arsène ondertussen hun ontbijt nemen. “Hebben jullie heerlijk geslapen?”, vraag ik hen. “Ja hoor, niet teveel last gehad van mijn gesnurk?”, vraagt Willy. “Neen, absoluut niet. Ik denk zelf dat het mij ingewiegd heeft”.

Aan de contoir zit een fors gebouwde man. Aan zijn voeten stevige groene laarzen. Een groene broek in velour en een beige gilet met vele zakjes, handig om allerlei hebbedingen in te steken. Een draagbare telefoon rinkelt. De man neemt op “ja, vertel eens”, antwoord hij naar de andere kant van de lijn. Ik hoor ‘zoveel CC, de koe, de poep…’, een veearts. “Ahh, dit is eens wat anders van onderwerp dan de gesprekken aan de contoir in steden”, deel
Ik aan de eigenaar terwijl ik afreken.

Terwijl ik nog mijn spullen wat bij één steek, de ruimte die we hebben gebruikt in de gîte netjes achterlaat zijn Arsène en Willy reeds de deur uit richting het hart van de Aubrac, naar het kleine dorp Aubrac op een 1350m.

Vanuit Nasbinals gaat de weg al onmiddellijk bergopwaarts en al heel snel is sneeuw te zien. Ik hoor een venster openen, een hand wordt zichtbaar grijpt een luik vast en laat deze draaien op zijn as. Een man komt leunend over zijn vensterbank. “Awel wat heb jij moed om nu de weg te nemen. Pas op er ligt sneeuw bovenaan. Wees voorzichtig”, zegt de man met een welwillendheid. “Kondigt men regen aan?”, vraag ik de man. Met een deugddoende hoorbare neen vervolg ik mijn weg.

Een oneindige stilte is present over het sneeuwlandschap. Onder mijn voeten hoor ik de krakende sneeuw en af en toe eronder is het geluid van ijs hoorbaar. Op sommige plaatsen is de sneeuw vast genoeg om er in te stappen. De zon is aanwezig en zorgt ervoor dat het in witte weerkaatst en mij af en toe verblind. Mijn lippen voelen ruw aan, nooit bij stilgestaan dat ook in de winter een minimum bescherming voor de huid noodzakelijk is. In de verte komt er een laag grijze wolken aan. Oho, zou het weder dan toch veranderen! Gelukkig niet, ik zie de wolken mooi op mijn zijkant blijven en wandel verder traag en zeker de hoogte in richting de zon.
Op bepaalde momenten en totaal onverwachts zak ik in de sneeuw tot aan mijn knieën. Daar sta ik dan vast in de sneeuw. Hihi, en ook al is het fysiek pittig, mijn innerlijk kind weet er telkens met veel vreugde uit te komen. Het is als op een roetsjbaan waar men zo een op en neer beweging maakt, of wanneer ik als kind in de lucht werd gegooid en mijn buik voelde kriebelen.
En als ik dan ook besef hoeveel keer ik vandaag heb geknield, ik denk genoeg voor gans mijn leven.

In Aubrac hou ik een pauze na de intentieve wandeling. Een vrouw spreekt me aan, “Daar is de bar misschien open… . En zo niet ik heb een warm drankje met gember”. “Dankjewel ik ga even kijken.” Na wat rond draaien zet ik me neer op een stenen bank, trek mijn schoenen uit en broekspijpen. Sluit mijn ogen en geniet van de zon en lichamelijke rust. “Je hebt geen geluk geluk. Geen enkele bar is open. Heb je een drinktas dan schenk ik je iets warms in”, roept de vrouw. Op mijn blote voeten ga ik naar haar toe. Staan wat te praten en nemen verder elk onze weg.

Een kalfje volgt me in de weide. Ik praat er tegen. De boer komt mijn richting uitgewandeld en zegt, “Ik heb schrik dat ze je zal volgen. Het is haar eerste keer dat ze buiten is straks mag ik ze in St.Jacques halen!” Ik zal aan de binnenkant wandelen van de weg dan ziet ze me niet. De koe staat lager in veld. “Merci” en we steken de hand op.

De avondzon schijnt op mijn snoet. De vogel zingt zijn avondlied. Een licht briesje kondigt de frisheid van de avond aan. Het wordt wat kouder. Met een stukje verse gember en een wat vlottere pas stap ik mijn laatste kilometers. Even flits ik terug naar het moment dat ik in Bolivia was met kletsnatte voeten op de Salar d’Uyuni. Eenmaal de zon onder voelen de natte voeten ijskoud aan.
Gelukkige draag ik vandaag wollen kousen, nat of niet in beweging heb je altijd warm.
Aangekomen bij Nadège zie ik Willy en Arsène. Aan de openhaard in huiselijke sfeer delen we de avondmaaltijd.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor meer beelden.

Arsène en Willy

Een auto is hoorbaar buiten de muren van de dorpsoven. Mijn armen komen langzaam uit mijn slaapzak, de warmte van de oven heeft ervoor gezorgd dat een constante temperatuur aanwezig was. Ik zet mijn bril op, op uurwerk van mijn telefoon zie acht uur dertig. Waw, wat heb ik goed geslapen. Langzaam kom ik uit mijn slaapzak gekropen. Ik trek al mijn beschermlagen tegen de koude uit. Vest met pluimen, 1…2..t-shirt in wol, een lange wollen onderbroek, wollen kousen.. Ondertussen staat het vuur terug aan en maak ik het mijn gezellig trek mijn wandelkleren aan en open de deur. Een laagje ijs glinstert op het hout. De geur van de houtkachel komt langs mijn neusvleugels. Wat verder een waterbron. Ik stap naartoe breng mijn handen in het ijskoud water, sluit mijn ogen en geniet van dit heerlijke pure ochtendfrisheid. Mijn ogen sluitend, ik breng mijn aandacht naar mijn ademhaling, een vogelgezang vult de stille weldoende omgeving. Wat een rust. Ik snij een stukje verse gember voor mijn innerlijke weldoening en maak me verder klaar om terug de weg op te gaan, richting Nasbinals.
Kort na het dorp verlaat ik de GR 65 richting een waterval.

In Nasbinals beslis ik om mijn wandeldag te eindigen en mijn benen wat rust te schenken. In de gîte ontmoet ik er pelgrim Arsène die samen met mij was gestart in Le Puy. Zijn rugzak ziet er pakken lichter uit. Oef, want zwaar gepakt was hij. Samen met een andere pelgrim Willy delen we onze ervaring van pelgrimeren en de voorbije dagen.

Ik probeer mijn dagboek wat bij te vullen. Mijn dag is zo gevuld met alle schoonheid rondom mij en genietend van wat is, dat schrijven uit het NU moment me soms wel energie kost. Dan laat ik het voor wat is, wat komt en mag zijn zal komen.
Wanneer de mannen terug zijn van het restaurant gaan we allen afgestemd op elkaar op hetzelfde uur slapen, voor mij tenminste horizontaal liggen want een vroege slaper ben ik niet. “slaapwel Willy, slaapwel Arsène” “Slaapwel Jasmine”, gaat af in koor. Nog geen vijf minuten nadien hoor ik Willy met een zacht gesnurk. Zalig, hij is al in dromenland terwijl ik mijn beelden van de dag bekijk…

Klik HIER voor nog wat beelden

Aubrac

Na een weldoende nacht gaat mijn tocht verder richting de Aubrac.
Maar eerst nog wat proviand voor onderweg. Wanneer ik aan de kassa kom schrik ik wat van de prijzen, die toch wel fiks opgelopen zijn.

In een dorpje ben ik opzoek naar het openbaar toilet. Helaas gesloten wegens winterperiode net zoals de vele kranen waar in de zomerperiode de wandelaar zijn fles kan vullen. De nachtelijke temperaturen dalen hier nog ver onder de nul, tot wel min 10 graden.
Ik klop aan een deur. Een vrouw doet open. Ik schat haar begin de zeventig, wat rond van vorm, steunkousen en met een wat voorovergebogen lichaam. Haar gezicht ziet er zacht uit en met haar lieve glimlach kijkt ze me aan. Een vrouw met een moederlijke uitstraling waar je wel zin zou krijgen om onder haar vleugels te vertoeven. “Dag mevrouw, zou ik even jullie toilet mogen gebruiken. Deze van het dorp is niet open”. “Natuurlijk kom binnen”, terwijl de vrouw me de weg wijst.
Voor ik terug de deur uit ga vraagt de vrouw of ik iets warms wens te drinken, met plezier aanvaard ik de uitnodiging. Terwijl de koffie machine het heerlijke geluid maakt van pruttelen en haar aroma door de keuken verspreid, staat de vrouw haar middagmaal klaar te maken. Chinese kool ligt op tafel. In de pan een stuk vlees waar af en toe een scheutje witte wijn ontvangt kwestie van te blussen. Terwijl ze met haar mollige handen de kool vast neemt om in parten te snijden vertelt ze me ondertussen gans haar levensverhaal. Ik breng mijn elleboog op tafel en leg mijn hoofd in mijn hand terwijl ik aandachtig naar haar luister en geniet van dit huiselijk tafereel. Het is warm binnenshuis. Haar man komt erbij zitten. Jacques. Hij zegt niets tot het moment zijn vrouw uitlegt wat hij voorhad. “Ik ben het leven beu”, deelt hij me met een zachte stem, mij aankijkend, met moeite kan hij articuleren. Hij kreeg een paar jaar geleden een hersenbloeding. Ik hou hen nog even compagnie. Vóór het verlaten van het huis vraag ik hen hun adres. Een kaartje zal hen deugd doen.

Mijn weg gaat in stijgende lijn en al heel snel kom ik op een altitude van 1200m in het Parc naturel régional de l’Aubrac. Wanneer ik op het hoogste punt kom zie ik de warme gloed van de avondzon. Ik check even mijn kaart om te zien hoever het nog is naar een dorp. Het is hier zo mooi dat ik zin heb om hier te overnachten, ik kan het me echter niet veroorloven wat betreft de nachtelijke temperaturen. Ik wacht tot de zon volledig onder is en aanschouw dit prachtig natuurspel. De schoonheid geeft me kracht en bij het vallen van de nacht vind ik midden een dorp een broodoven. Daar waar wekelijks vroeger het brood werd gebakken.
Ik zet de twee banken die er staan tegen elkander en maak mijn bed. Ik ga op zoek naar houtsprokkels en in een verlaten schuur vind ik hier en daar een stuk droog hout om mij op te warmen.
Met het licht van de houtkachel denk ik aan deze prachtige dag en aan wat ik de voorbije dagen al heb mogen beleven en ervaren. Met een vreugdevol gevoel val ik in slaap.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor nog wat beelden

Monique

Ik wandel richting de gîte, restaurant die ik gisterenavond was binnengestapt. Ik was er niet gebleven omdat ik geen nood had aan een volpension. Ik duw de deur open. Monique de eigenares komt in de zaal. Haar zoon staat achter de toonbank.
We wensen elkander een goede morgen.
“Heb je nog iets gevonden om te slapen?”, vraagt Monique me met een uitnodigende glimlach. “Ja, ik ben wat verder gaan slapen bij Monsieur Coco en nu kom ik hier een heerlijke koffie drinken”, deel ik terwijl ik mijn rugzak neerzet en mijn vest uittrekt. “Bonjour, een koffie alstublieft”, Monique en ik geraken aan de babbel. Monique deelt me situaties over het gedrag en de evolutie door de jaren heen van pelgrims op de Podiensis. Over hoe weinig respectvol sommigen zijn met de materie van anderen en in de omgang met anderen. Iets wat me niet verwonderd. En dit is voelbaar langs de weg wanneer ik ga aankloppen aan de deuren. Vele bewoners zijn het beu.

Men gaat in de tuinen zitten van de bewoners, laat de vuiligheid achter in de prachtige natuur, overmatige luidruchtigheid, ploft zich neer aan een tafel en vult gans de ruimte waardoor andere geen kans hebben om bij te zitten, komt binnen zonder een goede dag, zet de chauffage vollenbak om kleren te laten drogen, dekens die op de grond liggen, deuren en lichten die blijven openstaan bij vertrek, eigen afwas die met niet opruimd… En tegen een vrouw die jong van geest is, nog altijd goed fit, die ervoor zorgt dat de pelgrim aan betaalbaar tarief een heerlijke maaltijd ontvangt, die een huiselijke sfeer heeft in haar herberg zeggen ‘zou je niet beter met pensioen gaan’ en dit omdat het interieur niet passend is naar de smaak van de pelgrim een interieur die niet meegroeide met het commercieel gedoe en mode. De verhalen die ik soms hoor, wel ik schaam me in hun plaats. Elementaire beleefdheid is een minimum wat we kunnen doen. Want ja jij pelgrim, vergeet niet dat je iedere dag ergens wel onderdak ontvangt en eten op je bord krijgt. Velen kunnen dit vandaag op de wereld niet zeggen. Zonder hen zou je deze weg, deze wegen niet bewandelen. Dus laten we respect hebben voor alles wat je ontmoet ook al is het niet altijd naar je zin.
Ik verlaat de zaak en we maken nog een grap om te relativeren. En mensen wanneer je ooit in Saint Alban sur Limagnole aankomt ga zeker eens binnen bij Monique en haar zoon. Neem de tijd om aan te komen en proef haar heerlijke omelet aux cèpes en dit voor maar drie euro.

En laat ik dan nog op zij de verhalen van de commercanten onder elkaar. Soms denk ik dat ik hier beter een soap zou neerschrijven. Ik zou al heel snel een boek kunnen publiceren. Hihi.

Daar waar succes is en waar men zijn limiet niet kent is heel vaak onvrede. Het verwijderd ons vaak van wie we zijn omdat men voortdurend de ogen naar buiten richt en niet zozeer meer naar binnen.

Ik wandel richting de kerk. Een man spreekt me aan. We blijven wat praten. Wanneer ik de kerk binnenstap en terug naar buiten kom zie ik de man mij opwachten. Hij vraagt me, “Denk je dat wat gebeurt is in Turkije dat dit in Frankrijk kan gebeuren?” Ik laat het even stil worden en vraag hem waarom hij me deze vraag stelt. “Uit nieuwsgierigheid en drie jaar geleden was er ergens in Frankrijk een kleine aardbeving”. “Zelf heb ik geen glazen bol en kan ik niet in de toekomst kijken. Ik kan wel delen, waarom zou Frankrijk er gespaard van blijven! De natuur reinigt zichzelf en zal altijd zorgen voor balans. De natuur blijft altijd in beweging en vermits wij daar deel van uitmaken is het belangrijk om samen met haar te werken en niet tegen haar. Kijk naar het ijs. Wat doet het ijs verwarmt door de zon, het smelt. Ijs die geen warmte krijgt zet zich verder uit. Als het ijs dan nog eens opgesloten zit in iets, dan gaat het omhulsel barsten op termijn. Kijk nu even naar de mens. Zo gebeurt dit ook met ons lijf. Wanneer we tranen niet laten vloeien gaat het zich ophopen en gaat het ergens een uitweg zoeken, die uitweg is vaak ziekte en ziekte kan men zien als een reiniging. En die ziekte kan ons iets bijbrengen ook al is dit voor velen geen evidentie om te aanhoren.

Ik kom op de plateaus van de Aubrac. Een wind komt opsteken. Het landschap is veranderd in openvlaktes met veel naaldbomen. Onder mijn voeten een zachte bedding met een vulling van aarde en naalden van de bomen.
Ik bewonder een rode wouw die zich laat glijden op de golven van de wind. Wat een elegantie.
Tijdens een pauze kijk ik naar mij dij. Ik wordt gewaar dat het wat stijf, dik en warm aanvoelt. Wanneer ik mijn broekspijp af doe zie ik inderdaad een ontstoken dijbeen die er gezwollen uitzie en daar waar de prik is staan er gele vochtige blaasjes. Bij aankomst in Aumont Aubrac stap ik een apotheek binnen voor een antihistaminica en antibacterie zalf.
Ik zoek het klooster en vraag aan een zuster of er iemand is die me zou kunnen onderdak geven, un Acceuil pèlerin. De zuster belt iemand op. “Annie kan zou jij deze avond een pelgrim kunnen ontvangen?”, vraagt de zuster aan telefoon.
Een uur later komt Annie af. Ze opent een deur en voel dat ze gehaast is. Het wordt me duidelijk dat ik in een commerciële gîte terecht ben gekomen en dat een acceuil pèlerin hier een totaal andere invulling heeft.
Gelukkig toch een dak boven mijn hoofd en een gezellig ingerichte gîte. Ik zou zeggen een luxe gîte. Ook al is dit niet wat ik zoek op de weg.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Saint Alban-sur-Limagnole

“Goedemorgen. ,” “Goedemorgen, heb je goed geslapen?”, vraagt Marc. “Alvast veel beter dan de vorige nacht, dankjewel. Marc, ik zag je slaapzakken hangen boven in de kamer. Hoe onderhoud jij ze?” en deel het verhaal van mijn slaapzak. “Ja dat ken ik, mijn zoon heeft dat ook ooit eens gedaan. Ik wil je niet ontmoedigen, maar dat kan je nooit meer goed krijgen. Ik was ze nooit”, deelt hij me met opgetrokken ogen.
In de loop van de dag bel ik de winkel waar deze werd aangeschaft. Eenzelfde antwoord. Zuttt! Het is wat het is.

De weg begint deze morgen in klimmende richting met een dikke pak sneeuw. Ik stijg richting de 1300m.
De sneeuw is best te doen zonder sneeuwraketten. De natuur is zo bewonderensmooi dat ik soms vergeet te stappen. Met volle teugen geniet ik van het landschap en de stilte die de sneeuw met zich meebrengt. Een stilte en leegte in al zijn vol-heid. Ontroering, tranen van vreugde

Bij het stijgen komt mijn grootmoeder even in mijn gedachten. Ik krijg een binnenpretje. Mijn grootmoeder vond dat ik als puber benen had als bonenstaken, wat wil zeggen, rechte benen zonder enige vorm. Ook al was ik er even ingestapt in de niet zo fijne opmerking, begreep ik vanwaar deze kwam en verzachte haar opmerking.
Mijn grootmoeder had benen die dubbel waren in omtrek dan mijn benen, kloek gevormd ver van mannequin vorm of wat zij mooi vonden. Hoe haar benen waren in evenwicht met de rest van haar lichaam. Haar harde bolster kon ze zo moeilijk doorbreken, gelukkig kon ik erdoor zien.

Terwijl ik even stil sta om beelden in de lucht te nemen voel ik iets over mijn been wandelen. Een insect zit gevangen. Ik probeer snel mijn broek uit te trekken. Te laat. Nog vóór ik deze kan bevrijden werd ik geprikt. Een pijnlijke beet van een daas. Daar sta ik dan midden een veldweg met rugzak en broek af en een pincet in de hand om te verwijderen wat ze in mijn dij achterliet.

De schoonheid van het sneeuwlandschap die ik hier mag waarnemen en beleven, heelt de sneeuwstorm die ik vorig jaar aan de lijve heb ondervonden op de Primitivo.
In een plaatselijke bar geraak ik aan de babbel met de vrouw des huizes. Een man komt binnen en zijn eigen gemaakte pâte. “Goedendag, wij hebben elkander gisteren ontmoet. Ach, als ik wist dat je zo een heerlijke pâte had in huis dan was ik aan je deur komen aankloppen”, zeg ik al lachend. We geraken aan de babbel en als hij hoort vanwaar ik kom begint hij alle discotheken op te sommen die in de buurt lagen van mijn ouderlijk huis. De wereld is klein.

Op het hoogste punt ‘Le Sauvage’ komt een bejaarde man gestaag aangewandeld. Aan zijn voeten is Tosky, de hond van de chef-kok. De man weet me te vertellen dat de hond meewandelt met de pelgrims en zijn baasje hem soms moet ver halen. soms moet zijn baasje hem halen. “Je hebt geluk met het weer. Vorige week was er regen en was het stappen in een dikke mist”, deelt de man goed ingeduffeld in zijn winterkledij terwijl ik in sjort naast hem sta.
Na onze korte babbel zorg ik ervoor dat de hond niet met me meewandelt.

Aan de kapel van St. Rochus wijst een man me de weg en deelt een tip voor een overnachting in het dorp waar ik zal stoppen. Om geen koud te vatten stap ik verder. Achttien uur. ‘OK, Jasmine je hebt nog een half uur de tijd voor het volledig donker wordt. Net op tijd haal ik het dorp Saint Alban-sur-Limagnole. Hélène helpt me een overnachtingsplaats te vinden na heen en weer te wandelen en te bellen. Finaal eindig ik bij Monsieur coco die me in zijn gîte ontvangt.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Les Béates

1u29, 3u35… 5u45 klaar wakker… ik heb het te koud om me nog even om te draaien. Snel in mijn kleren, een stukje gember om me inwendig op te warmen. Ik open de deur van de schuur en bewonder de open heldere hemel. De grote beer, de kleine beer en tal van andere constellaties. Op de grond fonkelen de aangevroren dauwdruppels.
Ik breng me in beweging en vul mijn rugzak. Voor ik de deur dichttrek van de schuur controleer ik of alles is zoals het was en of ik niets vergeten heb.

De zon komt traag tevoorschijn achter de bergen terwijl de maan nog hoog aan de hemel staat. Het evenwicht en de continuïteit van de natuur. Yingyang. Het brengt me even terug toen ik een week geleden in Luik was bij de zusters Benedictinessen. Tijdens de misviering hoorde ik de geschriften Genesis, het scheppingsverhaal…
‘Er moet van alles groeien op het land. Planten met zaad en bomen met vruchten.’ En zo gebeurde het. Op het land kwamen allerlei planten met zaad en allerlei bomen met vruchten. En God zag hoe mooi het was. Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de derde dag.’…
Een vreugdevolle warme gloed stroomde door mijn lijf. Na de viering zag ik Mère Madeleine.
Met een warme omhelzing begroeten we elkander. “Ik dacht dat ik je zou gemist hebben” “Ik wou niet vertrekken zonder je een goedendag te zeggen”, deel ik haar. “Hoe mooi is dit hé om met het Gn. te vertrekken en vóór de start van een nieuwe tocht”, deel ik verder. We lachten elkander warm toe.

In de verte zie ik een toren in Saugues. Op de voorgrond een groot houten beeld van ‘La bête de Gevaudan’, of het een Légende is of waargebeurd is me niet duidelijk, de ene zegt wel de andere niet. Het verhaal gaat over een grote wolf die mensen aanviel.
Ik daal de weg af naar Saugues. De toren die ik in de verte zag en dacht dat het een graantoren van een bedrijf was, heeft een voor mij een wat lompe architectuur. Een toren die ooit een burcht was.

Na Saugues draai ik me om en kijk ik naar het open landschap vanwaar ik kom. Ik voel de zon stralen door mijn broek. In de verte zie ik net boven de horizon een bruine laag in de hemel. Luchtvervuiling.

Een jonge juffrouw komt aangewandeld met haar paard, een hond speelt tussen haar benen. Een jack Russell. Ik wandel een stukje mee met hen. Wanneer ze naar links afdraaien roep ik nog van ver “een fijne dag nog. En hoe noemt het paard?” “Ashram”, zegt de juffrouw. “En wat is jouw naam en deze van de hond?” “Ik noem Lydia en de hond Robin” “Dag Lydia, dankjewel voor het fijne delen.”

Een lichte dennengeur komt vrij met de eerste zonnestralen. In La Clauze twijfel ik of ik overnacht in la maison de la béate. Een béate is een vrome vrouw die zich inzette voor de educatie van de kinderen op het platteland. Ze onderwees taal, catechese en de kunst van kantwerk. Het was ook een huis waar volwassenen elkander ontmoeten tijdens de wakes. Vandaag wordt deze gebruik als herberg, of kapel of is in privé handen terecht gekomen.
Terwijl ik wat rust op de bank komt de haan eventjes zijn schoonheid en gekraai demonstreren.

Ik stap nog een vier kilometer tot in Le Villeret-d’Apchier. Ik klop aan een deur. De 92 jarige Yvonne brengt me naar la maison de béate om er te overnachten. In een verborgen kast schuilt een bedje. Amai wat was de Béate klein. Nog geen 20 min later komt iemand af met een ander voorstel waar ik warm zal onthaald worden. En inderdaad ik ontmoet Marc (wat niet zijn echte naam is), in de avond doet hij mij zijn levensverhaal. We delen een maaltijd, praten over boeken en vooral over wat wandelen in de natuur met zich meebrengt.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor nog meer beelden

Escluzels

Kapel Maria Magdalena in Escluzels

Natuurlijk licht komt in mijn kamer. Beneden hoor ik beweging. Michel de eigenaar van gîte is wakker. Ik maak mijn rugzak klaar voor een volgende dag. Wanneer ik de trappen afdaal zie ik Michel zitten aan zijn lange houten tafel, met zijn telefoon bij de hand. “Goedemorgen Michel een nieuwe zonnige dag staat ons te wachten.” “Goedemorgen Jasmine heb je goed geslapen.” “Ja hoor heel goed beter dan de vorige nacht, dankjewel. Ik denk dat mijn bezorgdheid rond mijn slaapzak me wat wakker heeft gehouden de vorige nacht.”
Michel heeft verse koffie gezet die we samen opdrinken terwijl we een intense babbel hebben rond gevoelens, verwachtingen, eenzaamheid, pelgrims… en bewustwording.
Hoe leg je soms iets uit aan iemand die een blinde vlek heeft waarin je gewaar wordt dat er weerstand, ontkenning, kwetsbaarheid en die toch openstaat en wil groeien. De laatste tijd maak ik gebruik van voorwerpen die in de buurt zijn om iets te duiden. Ik laat ze een voorwerp uitkiezen die passend is voor een personage in het verhaal. Zo kan de persoon de situatie vanop een afstand bekijken en wordt het al heel snel duidelijk waar de vork in de steel zit. Ongelofelijk wat er soms gebeurd.
Een tweede pot koffie komt op het moment dat ik klaar ben om te vertrekken. Ik geef eraan toe en voor ik me er bewust van ben staat de klok al heel snel op elf uur. “Alle Michel nu moet ik er werkelijk van door, tijd om in beweging te komen. Ik ben al over mijn grens gegaan en dit begin ik gewaar te worden.”
Geen évidente situatie wanneer je weet dat je een leegte achterlaat bij de persoon wanneer je vertrekt. Ik hoop van harte dat zijn verdriet zal omslaan naar vreugde. En dat hij in de toekomst blij pelgrims zal uitzwaaien in plaats van verdriet te voelen.

In Rochegude neem ik de tijd om de kapel te zien van Sint-Jacobs. Helaas is ze gesloten, maar zijn ligging is al de moeite. Er naast staat een toren. De oorsprong van deze gebouwen is van de 12°eeuw en heeft reeds vele veranderingen ondergaan.

In Monistrol-d’Allier hou ik een korte pauze in de enige bar die open is. De eigenaar een Engelsman vraagt me waar ik deze morgen ben gestart. “Och ik ben pas rond de middag gestart. Ik heb een lang gesprek gehad met een eigenaar van een gîte die het nodig had” De man vraagt me wie en wanneer ik dit deel krijg ik non-verbaal gedrag die boekdelen spreekt. Ik stop de man onmiddellijk waarbij hij me deelt, “kijk naar mijn ogen en je zal zien dat ik een goed mens ben.” “Meneer ik zie in je ogen evenveel schoonheid in je ogen als deze van Michel. Ik kan alleen delen wat mijn ervaring en gewaarwording is en de rest is ballast van jaloersheid en mensen die het niet goed voorhebben met een ander.

De Podiensis kent wat gevolgen van zijn succes. Wanneer succes zich installeerd en het men te groot ziet en nooit genoeg, de weg gebruikt om zijn verwachtingen in te vullen dan ontstaan er soms vreemde en niet aangename situaties zoals jaloersheid.
Het valt me ook op hoe zelfstandigen werkelijk bijna aan het verdrinken zijn in wat ooit een groot succes heeft gekend, en vooral wanneer men vandaag hoort welke tarieven ze dienen te betalen. Bv. Electriciteit voir een hôtel uitbater is van 3000 euro naar 7000 euro gestegen. Hmm, ik zou niet in hun schoenen willen staan. De angst is hoorbaar en voelbaar.

Ik wandel nog verder tot zonsondergang en kom langs een kapel van Maria Magdalena gelegen in de diepte van een kloof en boven een rivier. De kapel dateerde uit de 17°eeuw. Helaas is de deur gesloten. Ik twijfel even of ik hier zal overnachten in de nissen van de muur die verwarmt is door de zon.
Ik stijg nog wat tot ik in het dorp Escluzels aankom. Zoekend naar een plaats om te overnachten kom ik terecht in een schuur waar ik de nacht zal doorbrengen.

Klik HIER voor nog beelden

Klik HIER voor de video