Balans

Onlangs zat ik aan tafel met een diaken. Wat begon als een rustig ontbijtgesprek over thema’s als euthanasie, covid en de overstromingen, eindigde plots in spanning. “Dit is complotisme, dat kan ik niet geloven, dit is tegen mijn geloof,” zei hij, zichtbaar gespannen. Ik liet een stilte vallen. Er was geen ruimte meer voor openheid of verbinding.

Ik zag hoe vast hij zat in denkbeelden gevormd door structuren die mensen vaak in angst brengen, om daarna hun vertrouwen te misbruiken. En we kennen allemaal wel ergens een voorbeeld rondom ons.
En neen, het zijn niet enkel religieuze structuren. Ook politiek, wetenschap, de medische wereld. En soms hoeven we daar niet te kijken en vinden we voorbeelden dicht bij ons weg uit deze structuren, daar
waar geld en macht soms onbewust belangrijker wordt dan liefde en de mens.

Een mening hebben, een eigen visie, was ‘not done’, want daarmee zou hij zijn geloof verloochenen.
En een eigen mening hebben was, in zijn ogen, gekoppeld aan ongelukkig zijn — wat ik dus was.
Als je spreekt, ben je een ruziemaker, ongelukkig, en word je verstoten.
En wie zwijgt, werd geleerd zijn hoofd in het zand te steken zodat de ander kon doorgaan met wat onrechtvaardig is. Hierdoor is de kans groot dat iemand zichzelf klein en angstig houdt.

Het gevolg is dat er scheiding ontstaat in plaats van verbondenheid.
Wat net het tegenovergestelde is van de basis van elk geloof: liefde.
Zelfs bij degenen die zich atheïst of agnost noemen.

Gelukkig zijn niet alle mensen zo, en ontmoet ik ook mensen die nuchter in het leven staan — binnen hun geloof of in wat zij geloven.
Eén ding is zeker: iedereen heeft dezelfde basisbehoefte — harmonie, liefde, vrede.

De wereld bestaat niet enkel uit wolkjes en bisou-nours.
Het gaat om neerdalen, je voeten voelen op de grond, aarden.
Niet afgesneden zijn van je eigen gevoelens en gewaarwordingen.
Het gaat over durven doorvoelen, alles onder ogen durven zien, en daarin je balans vinden — in jezelf.
Er zijn realiteiten die belangrijk zijn om onder ogen te zien, om bewust van te worden — dat niet iedereen goede bedoelingen heeft voor het grotere geheel.
Dit onder ogen willen zien betekent niet dat je iemand als slecht bestempelt, maar dat je probeert de persoon te zien in zijn of haar geheel, inclusief het verleden, en dat te omarmen. Wat niet wel zeggen dat je de aktie aanneemt en moet aanvaarden.

Ik geloof niet in groei en verandering wanneer afscheiding de overhand krijgt in plaats van verbinding.

Die afscheiding voel, zie en hoor ik de laatste tijd meer en meer in de spirituele wereld.
Of komt het doordat ik mijn woorden minder ga wikken en wegen, en meer vrijuit spreek over wat mij drijft?

Twee kanten die tegenover elkaar staan.
Aan de ene kant het oude systeem van religie, ik neem het katholieke geloof als voorbeeld omdat ik daarin ben opgegroeid en daar het meest mee in contact kom.
Zo weigerde een pelgrim, die vorig jaar een maand met me onderweg was, om deel te nemen aan de JT’M, omdat ik ooit het woord “Godin” heb uitgesproken in een gesprek.
Eén woord was voldoende om een oordeel te vellen.
Of in een abdij, waar ik deelde dat ik via Honfleur, Chapelle de la Grâce, naar Glastonbury was gegaan.
Daar zag ik het voorhoofd fronsen van een novice: “Mais n’est ce pas Excalibur, Arthur, c’est païen !”. Wat ik hier vooral in zie en hoor is angst voor het onbekende, omdat dit onbekende afgebroken werd.

En aan de andere kant mensen die niets meer met religie te maken willen hebben, een zekere spirituele beleving hebben, maar zodra er namen worden uitgesproken of teveel heiligenbeelden getoond worden, krijg ik privé de vraag of ik katholiek ben.
En ook al geef ik geen antwoord, men gaat ervan uit dat het zo is, en mensen verdwijnen.

Alsof er ergens in het midden, tussen die twee uitersten, niets kan bestaan.

Ik hoor de echo: “Als we allemaal dezelfde basisbehoeften hebben, dan is religie toch overbodig!”
Maak je geen illusies, ik ontmoet religieuze mensen die schatten van mensen zijn en geen mens kwaad zouden doen.
Net zoals ik niet-religieuze mensen ontmoet die liever de buurman nooit meer zien. En vice versa.

Wat wél zo is: zij staan in een voorbeeldfunctie. Wat ze verkondigen, zou daarom zo zuiver en waarachtig mogelijk mogen zijn – geworteld in waarheid, niet in gemak of eigenbelang. De geschriften zijn geen instrumenten om te gebruiken wanneer het uitkomt, maar spiegels die ons uitnodigen tot innerlijke eerlijkheid en integriteit.

Gisteren hoorde ik het verhaal van een Poolse vrouw. Een priester had in de kerk verkondigd dat het niet gepast was om vlees te eten op vrijdag in de Goede Week. Maar diezelfde vrijdag verscheen hij rond de middag bij haar moeder thuis. Er stond gevogelte op tafel. De moeder voelde zich beschaamd in zijn aanwezigheid. Maar tot haar verbazing bleef de priester gewoon eten. Zijn houding vond ik haast komisch. Plots was de wet niet langer belangrijk. “Niet erg,” zei hij, terwijl hij het vlees zegende – en zo werd het opeens toegelaten.

Het is een treffend voorbeeld van hoe regels kunnen worden omzeild of aangepast aan het moment. En tegelijk roept het een diepere vraag op:

Kennen we niet allemaal zulke momenten, waarin we een regel of waarheid buigen zodat die past bij wat we willen of nodig hebben?
En tot hoever gaan we hierin…. waar ligt de grens.
Tot hoe ver reikt onze eigen soepelheid hierin?
Waar ligt de grens tussen menselijke mildheid en gemakzucht, tussen innerlijke vrijheid en het ontwijken van verantwoordelijkheid?

Op de vraag: ben ik katholiek? Wel, ik ben gedoopt, toen ik noch ja noch neen kon zeggen, wat voor de kerk betekent dat ik katholiek ben.
Noem ik me katholiek? Neen.
Ik heb me nog nooit volledig op mijn gemak gevoeld tijdens een katholieke viering.
Er is iets dat voor mij niet juist aanvoelt. Ik blijf er op mijn honger. En hoewel ik al jaren probeer om daar de vinger op te leggen, lukt het me niet.
Ga ik graag kerken binnen? Ja.
Voelen ze allemaal even goed aan? Nee.

Als ik bij beide kanten kijk, zie ik velen die in opstand staan tegenover elkaar.
Woede en angst zorgen ervoor dat deuren sluiten.
Wat maakt ons werkelijk bang? Wat maakt ons werkelijk boos?
Ook al begrijp ik waarom het aanwezig is, het blijft me raken.

In mijn puberteit, toen ik op een zondag in de mis zat, hoorde ik iemand zeggen:
“Psst, heb je gezien? Die zit bij een andere vrouw…”
Ik was verbaasd over wat ik hoorde en begreep niet hoe dit kon.
Dit was het tegenovergestelde van wat onderwezen werd in de kerk.
Zo begon ik mijn ogen meer en meer te openen en nam ik afscheid van de kerk, het instituut en koos ik ervoor om te spreken. Wat me niet in dank werd afgenomen.

Wat ik toen niet wist, is dat mijn gedrag aan de ene kant begrijpelijk was, maar dat ik daarmee ook het kind met het badwater weggooide. Ik was rebels en begon te zien dat er iets essentieels afwezig was, Liefde.
Die beweging zorgde ervoor dat ik mijn eigen weg ging, op zoek naar…

En het is onderweg, tijdens het pelgrimeren, dat ik iets mocht ontvangen, iets mocht aanvoelen dat me terugbracht naar mijn geloof.
Niet vanuit boeken, maar door trouw te blijven aan mezelf.
De weg te nemen vanuit mijn hoofd naar mijn buik en hierin balans te vinden.
Niet vanuit geïnstitutionaliseerd onderricht, maar vanuit beweging, met mijn voeten op deze aarde.
In de natuur, met mensen, in verbondenheid met alles wat bestaat, van het zichtbare tot het onzichtbare, wat me soms in verwarring bracht.

En die verwarring was niet verkeerd.
Door mijn nieuwsgierigheid, alertheid en openheid naar anderen onderweg, kreeg alles langzaam een plaats. Signalen wezen me de weg. Zo bracht het pad mij keer op keer naar Vézelay, daarna naar Rocamadour, en later naar Glastonbury.

De gevleugelden kregen steeds meer betekenis. Ik zag ze niet langer als iets buiten mij, maar als iets dat deel uitmaakte van wie ik ben.

Op een bepaald moment kreeg ik een vraag van een priester – een mens, denk ik toch – die plots verdween alsof hij nooit had bestaan. En toen begon ik te zien, en ook werkelijk te voelen, dat alles verbonden is. Aertsengel Michael.

Ik was aanvankelijk voorzichtig in waar en met wie ik mijn ervaringen deelde.
Maar die voorzichtigheid begon me op den duur tegen te houden in mijn groei.

Dus begon ik steeds meer zonder filter te delen.
En in die beweging voelde ik mijn zelfvertrouwen groeien – terwijl ik tegelijk de angst om afgewezen te worden langzaam naar de achtergrond zag verdwijnen.

Een doorleefd, geïncarneerd geloof.
Een geloof los van alle opgelegde dogma’s.
Waar het bij velen soms aan de oppervlakte blijft steken, in het mentale.

Ik betreurde deze situatie, en ik hoop dat er voor deze man ooit een lichtje mag gaan branden.
En ook al droeg ik dit de hele dag met me mee op mijn pad en had ik er verdriet om, ik kon ook zien vanwaar het bij hem kwam. Gelukkig konden we in vrede afscheid nemen.

Ik begrijp dat sommige realiteiten verwarrend kunnen zijn voor velen, en angsten kunnen oproepen die zich vastzetten in allerlei delen van de mens, en bepalend zijn voor keuzes en handelen.

Geloof vraagt niet om blind te zijn, om weg te lopen of anderen te verbannen.
Het vraagt om bewust in het leven te staan, om jezelf in de spiegel te durven aankijken.
Niet om oppervlakkig woorden of beelden te kleven, of om alles zomaar te geloven.
Het gaat erom dat het leeft in je-zelf, dat het mag opborrelen vanuit je diepste bron.
Zoals een bron die ergens in de aarde ontstaat en de mens overvloed schenkt.

Je openstellen. Voelen. Gewaarworden. Doorvoelen.

Voor mezelf probeer ik elke dag trouw te blijven aan mijn eigen pad, ook al komen opmerkingen en verwijten soms hard aan en dien ik afstand te nemen om mezelf te behoeden. En ik ben niet perfect, soms kan ik meegesleept worden in iets nadat ik geen gehoor heb gegeven aan mijn intuïtie.
En ook al is er soms non-verbaal gedrag dat veelzeggend is, en dat ik gewaar kan worden op plaatsen in mijn lichaam wanneer ik vroeger gepest werd als kind…
“Ha ha, je wordt nog een non.”
Op zich was daar voor mij niets mis mee, maar het gevolg was dat ik werd uitgesloten.
En dat heeft een andere impact op een mens.
Zelfs op de lagere school waren die twee uiterste kanten al aanwezig.

Hoe dichter ik bij Domrémy-la-Pucelle kwam, hoe duidelijker het werd waarom ik me op het pad van Jeanne d’Arc bevind.
Trouw blijven aan mijn eigen weg.
Erin gaan staan.
Een diep weten, een aanvoelen van hoe belangrijk dit is.

Toen ik aankwam aan de basiliek in Domrémy, waren er drie symbolen die onmiddellijk naar me toekwamen:
de kroon, het zwaard, en een palmtak.

En toen ik het levensverhaal hoorde, gebaseerd op de geschriften van Jeanne d’Arc zelf, verteld door een krachtige vrouw, Bernadette, en hoe Jeanne op de brandstapel trouw bleef aan haar eigen weg, rolden de tranen van herkenning over mijn wangen.

Ik blijf hopen – misschien vindt men dat naïef – dat de uitersten elkaar langzaam zullen vinden , terwijl het midden trouw blijft aan zichzelf, de balans bewaart en stevig geworteld blijft in eigen kracht en Liefde.”

Colline de Sion

Texte en français voir 👇🙏

De lange grassen dansen vloeiend heen en weer op het ritme van de wind. Rondom mij strekt zich een wijds heuvellandschap uit, met op elke heuvel een bos, hier en daar een dorp, en ergens verscholen op een top een Mariabeeld, ook wel la Madonna genoemd.

In deze regio (Sion, Vaudémont, Vicherey, Aouze, Dolaincourt…) werden de Mariabeelden geplaatst als dank aan Maria omdat hun dorpen gespaard bleven tijdens de oorlog.
Men vereert hier niet alleen Maria, haar energie is werkelijk voelbaar. Voor wie rust zoekt, openheid, natuur en een liefde voor geschiedenis heeft, kan ik deze streek van harte aanbevelen.
Ik voel me er gedragen, gedragen door de zachtheid die hier heerst.

Al enkele dagen mag ik bij valavond vossen, reeën en hazen ontmoeten. Bij een moment van verstilling op het pad wandelde een haas zelfs o één meter van mij.
De bijen doen hun werk in de niet-afgemaaide bermen. Buizerds, rode en zwarte wouwen zijn hier talrijk aanwezig.

Ik ben nu al vijftien dagen onderweg, van de Elzas naar de Vogezen en nu in Meurthe-et-Moselle.
Althans, dat denk ik. Want door de regelmatige herindelingen in Frankrijk weet ik soms niet meer wat een regio, departement of provincie is.

Ik kwam langs de Mont Saint-Odile, een plek die me deed denken aan de tempelscène waarin Yeshua boos werd bij het zien van de handel die er dreef.
Een pelgrim betaalt daar 90 euro voor een kamer en moet zelfs 0,50 euro in een automaat steken om naar het toilet te kunnen.
Het onthaal was allesbehalve gracieus, ondanks wat er bij het binnentreden geschreven stond.
Gelukkig kon ik nog vrij water verkrijgen tijdens de hoge temperaturen.
Het uitzicht over de vallei rond Strasbourg is prachtig, en ook de kapel vond ik mooi. Maar op een diepere laag voelde ik er niets.
Dat is natuurlijk mijn persoonlijke ervaring, anderen kunnen dat totaal anders beleven.

Na deze plek kwam ik aan op de Mont Sion. Wat een hemelsbreed verschil, zowel in energie als in ontvangst.
De ontvangst is natuurlijk niet overal gelijk, ook al zou je dat wel verwachten op zulke spirituele plekken.
Maar ook in de spirituele wereld, los van religie, bestaat er grote verscheidenheid.
Niet overal zijn de intenties, bedoelingen en waarden dezelfde.
Soms stel ik me de vraag: Waar blijft de groei in bewustzijn? Vooral op deze plaatsen.

Lang geleden kwam de zee tot aan de Mont Sion. Vandaar dat men hier talrijke fossielen kan terugvinden van zeewezens die zich niet bewogen, vaak in de vorm van kleine sterren ‘les étoiles de Sion’ .

Al vóór de christelijke tijd vereerden de Kelten op deze heuvel de god van de oorlog en de godin van vruchtbaarheid en overvloed: Rosmerta.
Deze godheden werden in de vierde eeuw verdreven door het christendom. In hun plaats kwam de verering van de Maagd Maria.

Sinds mijn terugkeer uit Glastonbury, en vooral sinds mijn ordinatie, is er een duidelijk ‘vóór’ en ‘na’ voelbaar.
Hoewel ik me daarvoor al goed geaard voelde, ervaar ik nu een diepe incarnatie op deze aarde.
De balans tussen het verticale en het horizontale is sterker dan ooit en blijft stabiel.
Ook de twee polariteiten in mezelf zijn in evenwicht gekomen, iets waar ik diep dankbaar voor ben.

Nog nooit heb ik mijn pelgrimstochten zo vloeiend en geïncarneerd ervaren als nu.
Ik voel diep: dit is mijn roeping.
Wat anderen ook denken over hoe ik leef of wat ik zou ‘moeten’ doen, ik laat die gedachten rustig bij de afzender. Zalig.

Uitspraken zoals:
“Dat is toch geen leven. Het leven is deel uitmaken van de maatschappij, een dak boven je hoofd hebben. Je moet integreren wat je onderweg leert, een pelgrimstocht is geen leven…”
ik laat ze passeren.

Want ik leef.
Ik ben.
Er is verbondenheid, er is passie.
Ik voel me gedragen en ondersteund in de bewegingen die ik maak.
Ik voel me vol-ledig.

Ik nader stilletjes Domrémy-la-Pucelle of was het oorspronkelijk Domrémy-de-Greux, zoals Jeanne het uitriep tijdens haar proces,
de geboorteplaats van Jeanne d’Arc.

En al enkele dagen voel ik sterk haar aanwezigheid.
Maar dat is voor een volgende post…

Nu is het tijd om weer in beweging te komen.
De hardrockmuziek op de achtergrond nodigt me uit om terug de stilte in te stappen.

Les hautes herbes dansent doucement au rythme du vent. Tout autour de moi s’étend un paysage vallonné à perte de vue, avec sur chaque colline un bois, ici et là un village, et quelque part, cachée au sommet, une statue de Marie, aussi appelée la Madonna.

Dans cette région (Sion, Vaudémont, Vicherey, Aouze, Dolaincourt…), les statues de Marie ont été érigées pour remercier la Vierge d’avoir protégé les villages pendant la guerre.
Ici, on ne fait pas qu’honorer Marie, son énergie est véritablement palpable.
Pour celles et ceux qui cherchent le calme, l’ouverture, la nature, et qui aiment l’histoire, je ne peux que recommander cette région.
Je m’y sens portée, portée par la douceur qui y règne.

Depuis plusieurs soirs déjà, au crépuscule, j’ai la chance de croiser des renards, des chevreuils et des lièvres.
Lors d’un moment d’arrêt sur le chemin, un lièvre est même passé à un mètre de moi.
Les abeilles font leur œuvre dans les talus non fauchés.
Les buses, les milans noirs et rouge sont nombreux ici.

Je suis en chemin depuis maintenant quinze jours, depuis l’Alsace, à travers les Vosges, jusqu’en Meurthe-et-Moselle.
Enfin… je crois. Car avec les réorganisations fréquentes en France, je ne sais plus toujours ce qui est une région, un département ou une province.

Je suis passée par le Mont Sainte-Odile, un lieu qui m’a rappelé la scène du temple où Yeshua s’est mis en colère en voyant les activités marchandes.
Un pèlerin y paie 90 euros pour une chambre et doit encore mettre 0,50 euro dans une machine pour ouvrir la porte des toilettes.
L’accueil était tout sauf gracieux, contrairement à ce qui est écrit à l’entrée.
Heureusement, j’ai pu encore obtenir de l’eau librement, malgré les températures élevées.
La vue sur la vallée autour de Strasbourg est magnifique, et j’ai trouvé la chapelle très belle.
Mais à un niveau plus profond, je n’ai rien ressenti.
C’est bien sûr mon expérience personnelle, d’autres peuvent vivre cela tout autrement.

Après cet endroit, je suis arrivée au Mont Sion. Quelle différence radicale, tant au niveau de l’énergie que de l’accueil.
L’accueil n’est bien sûr pas le même partout, même si l’on s’y attendrait sur c’est lieux à vocation spirituelle.
Mais même dans le monde spirituel, indépendamment des religions, il existe une grande diversité.
Les intentions, les buts, les valeurs ne sont pas les mêmes partout.
Parfois je me demande : où en est la croissance en conscience ? Surtout dans c’est lieux.

Autrefois, la mer venait jusqu’au Mont Sion.
C’est pourquoi l’on trouve ici de nombreux fossiles de créatures marines immobiles, en forme de petites étoiles ‘les étoiles de Sion’ .

Bien avant l’époque chrétienne, les Celtes vénéraient sur cette colline le dieu de la guerre et la déesse de la fertilité et de l’abondance, Rosmerta.
Ces divinités furent chassées au IVe siècle par le christianisme, et leur culte fut remplacé par celui de la Vierge Marie.

Depuis mon retour de Glastonbury, et surtout depuis mon ordination, une nette distinction entre un avant et un après est perceptible.
Même si je me sentais déjà bien ancrée auparavant, aujourd’hui je ressens une incarnation profonde sur cette Terre.
L’équilibre entre le vertical et l’horizontal est plus présent que jamais et demeure constant.
Les deux polarités en moi ont trouvé leur équilibre et j’en suis profondément reconnaissante.

Jamais encore je n’avais ressenti mes pèlerinages avec une telle fluidité, une telle incarnation qu’à présent.
Je ressens avec clarté : c’est ma vocation.
Et ce que d’autres peuvent penser de ma manière de vivre ou de ce que je devrais faire, je laisse volontiers leurs pensées chez l’expéditeur. Quel soulagement.

Des phrases comme :
“Ce n’est pas une vraie vie. La vraie vie, c’est faire partie de la société, avoir un toit. Il faut intégrer ce que tu apprends sur le chemin. Un pèlerinage, ce n’est pas la vie…” je les laisse passer.

Car je vis.
Je suis.
Il y a de la connexion, de la passion.
Je me sens poussée et soutenue dans les mouvements que je fais.

Je m’approche doucement de Domrémy-la-Pucelle, ou était-ce à l’origine Domrémy-de-Greux, comme Jeanne l’a crié lors de son procès,
le lieu de naissance de Jeanne d’Arc.

Et depuis quelques jours, je ressens fortement sa présence.
Mais cela, ce sera pour un prochain partage…

Il est temps maintenant de reprendre le chemin.
La musique hard rock en arrière-fond m’invite à retourner dans le silence.

Wonderen

Texte en français 👇🙏

De Alsace en de Vogezen zijn behoorlijk pittig. Sinds de Mont Sainte-Odile krijg ik elke dag een helling van zowat 700 meter voorgeschoteld, met soms stijgingspercentages tot 21%. Dat voel ik de volgende dag goed in mijn kuiten.
De eerste dagen sliep ik in mijn tent en werd ik door mensen uitgenodigd om mee te eten.
Maar na een week vroeg ik me af waarom ik die tent eigenlijk meesleepte.
Ze is niet alleen extra ballast in mijn rugzak, het past ook niet bij mijn manier van pelgrimeren. Dus hup, terug met de post.

Zelfs over het minimale dat ik nog meedraag, vraag ik me soms af waarom ik het bij me heb.
T-shirt en sjort zijn ondertussen al goed verkleurd door de zon, en de slijtage aan de T-shirt is goed zichtbaar.

Ik hou ervan om aan te kloppen en de ontmoeting aan te gaan met mensen.
Die ontmoetingen zijn één voor één boeiend, en vormen een kleurrijk palet aan verscheidenheid.
Van een jonge moeder met kind tot een hoogbejaarde van 90 jaar.

Mijn avonden kunnen heel verschillend zijn:
– een lang, diepgaand gesprek aan tafel
– alleen op de kamer, waar ik na het douchen een verrassende ontdekking doe, een bord vol lekkers die werd geplaatst in de kamer.
– een paar uurtjes meehelpen in het huishouden, meekoken
– een avondje alleen voor de tv wanneer de oudere vrouw al om 20u gaat slapen.
– tot zelfs een hotelkamer die me werd aangeboden in de Rue Jeanne d’Arc.

In de buurt van Le Hohwald kwam ik ’s ochtends twee wandelaars tegen op de GR5.
Ze waren gehaast en liepen wat verloren rond, op zoek naar een café voor koffie, een épicerie voor voorraad en een waterbron.
Het enige wat ik kon doen, was hen doorverwijzen naar la mairie, het openbaar toilet, het kerkhof, of hen aanmoedigen om gewoon eens aan te kloppen voor wat water of eten.
Ze moesten immers nog 12 km wandelen richting de Mont Sainte-Odile zonder dat er onderweg nog een bevoorradingspunt was.
Beiden zagen er wat verloren uit.
Ikzelf kwam net van bij een warm gezin, waar de vrouw des huizes heerlijke ochtendkoeken had gebakken met abrikoos, en waar ik een pot koffie kreeg bij een hartelijke babbel.

Wanneer je je openstelt, vertrouwt dan gebeuren er wonderen.
Ik mag ze dagelijks ontmoeten.
Wonderen hoeven niet spectaculair te zijn. Ze zijn dagelijks om ons heen, in de eenvoud en schoonheid van het leven.

Gisteren was het volle maan en schreef ik me in voor een meditatie: Awaken the Dragon, Buck Moon Ritual.
Op het moment dat ik de bevestigingsmail ontving met meditatie, stond ik net voor een bushokje dat dienstdeed als bibliotheek – met een draak erop geschilderd.

Even later belde ik aan bij een huis. “Mevrouw, mag ik even op uw bank in de schaduw zitten om te picknicken?”
“Ja hoor, doe maar.”
Kort daarna deed ze haar raam open voor een babbel.
Ze verdween even, kwam terug met een fles water en een stuk zelfgemaakte quiche.
We deelden een uur in verbondenheid en vreugde. Twee vreemden die niet vreemd aanvoelden.
Toen ik haar vroeg haar adres in mijn boekje te schrijven, bleek het huisnummer 9 te zijn.

De icarusvlinder die plots massaal om me heen fladderde net nadat ik in gebed om een teken had gevraagd.

De ontmoeting met twee vossen.

Een vriendin die me aan de telefoon troostte, nadat ik binnen een paar uur tijd vernam dat drie vriendinnen, die me zeer dierbaar waren, zijn overleden.

En de dag eindigen in een jong gezin met zes kinderen, waar ik mocht uitrusten en uitslapen.

Dat zijn voor mij stuk voor stuk wonderen.
En als men deze kleine wonderen niet kan zien of voelen — hoe zou men dan de grote kunnen ontmoeten?

L’Alsace et les Vosges sont assez éprouvantes. Depuis le Mont Sainte-Odile, chaque jour m’offre une montée d’environ 700 mètres, avec parfois des pentes allant jusqu’à 21 %, ce que je ressens bien dans les mollets le lendemain.

Les premiers jours, j’ai dormi sous tente, et j’ai été invitée à manger chez des gens.
Mais après une semaine, je me suis demandé pourquoi j’avais emporté cette tente.
Elle n’est pas seulement un poids en plus dans mon sac à dos, elle ne correspond tout simplement pas à ma manière de faire le pèlerinage.
Donc, hop, renvoyée par la poste.

Même avec le strict minimum que je porte encore, je me demande parfois pourquoi je l’ai pris avec moi.
Mon t-shirt et mon sjort sont déjà bien décoloré par le soleil, et l’usure du t-shirt est bien visible.

J’aime frapper aux portes et aller à la rencontre des gens.
Chaque rencontre est à sa manière fascinante, avec une grande diversité.
D’une jeune maman avec enfant à une personne très âgée de 90 ans.

Mes soirées sont très variées :
– une longue conversation profonde autour de la table
– seule dans une chambre où, après la douche, je découvre une surprise une assiette bien garnie qui m’est offerte
– quelques heures à aider dans les tâches ménagères, à cuisiner ensemble
– une soirée seule devant la télé pendant que la personne âgée se couche à 20 h
– ou même une chambre d’hôtel qui m’a été offerte dans la rue Jeanne d’Arc.

Près de Le Hohwald, j’ai croisé deux randonneurs sur le GR5 un matin.
Tous deux semblaient pressés et un peu perdus, à la recherche d’un bar pour un café, d’une épicerie pour se ravitailler et d’une source d’eau.
Je n’ai pu que leur indiquer la mairie, les toilettes publiques, le cimetière, ou encore leur suggérer de frapper à une porte pour demander de l’eau ou de la nourriture.
Ils avaient encore 12 km à parcourir en direction du Mont Sainte-Odile sans aucun point de ravitaillement.
Ils avaient l’air un peu désemparés.
Moi, je venais de quitter une maison chaleureuse où la maîtresse de maison avait préparé de délicieux petits pains à l’abricot, accompagnés d’un bon café et d’une belle conversation.

Quand on s’ouvre, qu’on fait confiance des miracles se produisent.
J’ai la chance d’en vivre chaque jour.
Les miracles ne sont ou doivent pas toujours être spectaculaires. N’allait pas à la recherche de cela.
Ils sont présents chaque jour, tout autour de nous, dans la simplicité et la beauté de la vie.

Hier, c’était la pleine lune, et je me suis inscrite à une méditation : Awaken the Dragon, rituel de la Lune du Cerf.
Au moment même où j’ai reçu le mail de confirmation et méditation , je me trouvais devant un abri-bus transformé en bibliothèque… sur lequel un dragon était peint.

Un peu plus loin, j’ai sonné à une porte :
« Madame, puis-je utiliser votre banc à l’ombre pendant que je prends mon pique-nique ? »
« Oui, bien sûr. »
Peu après, elle a ouvert sa fenêtre pour discuter.
Elle a disparu un instant, puis est revenue avec une bouteille d’eau et un morceau de quiche fait maison.
Nous avons partagé une heure de joie dans la rencontre.
Deux inconnues qui ne se sentaient pas étrangères l’une à l’autre.
Et quand je lui ai demandé de noter son adresse dans mon carnet : numéro 9.

Le papillon Icare, apparu en grand nombre à mes pieds après ma prière où je demandais un signe.

La rencontre avec deux renards.

Une amie qui m’a consolée au téléphone, après avoir appris en quelques heures le décès de trois amies qui me sont chères.

Et la journée s’est terminée dans une jeune famille avec six enfants, où j’ai pu me reposer et faire la grasse matinée.

Pour moi, ce sont là autant de petits miracles.
Et si l’on ne sait pas voir et sentir ces petits miracles,
comment pourrait-on alors rencontrer les grands ?

Bourg Brèche

Pour le Français voir 👇

Na Glastonbury en een paar fijne dagen bij vrienden, heb ik mijn fiets ingeruild voor mijn rugzak. Tent, slaapzak, matje, twee onderbroeken, T-shirt met lange en korte mouwen… Check!

Na een lange busrit naar Straatsburg en een onrustige nacht daar, ben ik vertrokken voor een nieuwe pelgrimstocht die me een jaar geleden al had geroepen: ‘Jeanne d’Arc’.
Saint Michel en Jeanne d’Arc zijn de eerste twee pelgrimswegen die mij werden gevraagd uit te stippelen voor 7routesNotreDame – en tegelijk de enige twee die voor mij meteen als een evidentie aanvoelde om deze te stappen.
Ik voelde ook dat het deze keer belangrijk was om aan te komen in de Notre-Dame de Paris, en niet voor een gesloten deur te staan.

Ik ben benieuwd wat deze weg me zal brengen. De eerste twintig dagen wandel ik alleen, om vanaf 17 juli pelgrims op het pad te verwelkomen.

Bij mijn vertrek uit Straatsburg merkte ik op dat ik net naast de wijk Saint Madeleine had geslapen. En het was bijzonder te horen dat ik net vertrok op de dag van het Cœur Immaculé de Marie. Zalig hoe het leven zich ontvouwt met zijn synchroniciteiten

Oorspronkelijk begon deze tocht aan de Mont Sainte-Odile, ik voelde sterk dat ik al van hieruit wilde vertrekken – wat voor mij symbolisch veel juister aanvoelt.
Van de kathedraal Notre-Dame van Straatsburg naar de Notre-Dame van Parijs, besef ik nu.

De dagen tot aan Mont Sainte-Odile, waar ik pas voor het eerst een bos kon ontmoeten en waar het asfalt plaatsmaakte voor zachte, natuurlijke ondergrond, voelde als een enorme verwelkoming.

In Rosheim, na zo’n 10 km wandelen, moest ik noodgedwongen stoppen. Door de hitte kreeg ik ademtekort bij het stijgen van een heuvel. Zelfs toen een man me aansprak over mijn tocht, moest ik hem aangeven dat ik het moeilijk had om te spreken en heel dicht bij mezelf wilde blijven.
Kort daarvoor had ik een ontmoeting met een buizerd. Hij/zij zat in een boom, een paar honderd meter verderop, en riep.
Ik riep terug: “Vertel… wil je mij iets zeggen? Wat is er?”

De buizerd vloog enkele keren rond me. Ik twijfelde: stoppen of eerst wat rusten en dan doorgaan?
Op datzelfde moment schreef ik een bericht aan iemand het thema was ‘vuur, voor jezelf opkomen’.
Plots vloog de buizerd laag over me heen, op amper twee meter hoogte. De snelheid en het geluid van zijn vleugels waren zó krachtig, hij/zij vloog niet ongemerkt voorbij.
Even verder vouwde hij/zij de vleugels dicht en dook razendsnel naar de grond.
De boodschap was helder: Stoppen.
En niet veel later werd dat bevestigd door het ademtekort.

Zo stopte ik in Rosheim, waar ik een kamer kreeg bij de Bénédictines, kamer nummer 9.

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik uit op de bergen van de Elzas en de vallei met het dorpje Bourg Brèche beneden me.
Naast me staat een Mariakapel. Hier zou Maria in 1858 verschenen zijn aan twee kinderen in een boomstam. Maar de priester, de burgemeester en de dorpelingen geloofden hen toen niet.
Kort na deze gebeurtenis verscheen Maria aan Bernadette in Lourdes.
Na deze verschijning werd hier de boom in Bourg Brèche omgehakt door de gemeente.

Eén ding is zeker: het is hier heerlijk vertoeven. Het voelt vredig. Ik zou hier zó een kluizenaar kunnen zijn. Alles wat ik liefheb is aanwezig: de zon, zelfs de maan is nog zichtbaar, de wind, de vogels, de naaldbomen, de aarde, het water… en wat een uitzicht.

De kathedraal van Straatsburg en de Mont Sainte-Odile kunnen daar niet aan tippen.
Twee plekken waar ik me trouwens niet echt welkom voelde. In de kathedraal mocht ik niet binnen met mijn rugzak. Gelukkig vond ik na een lange zoektocht een hotel waar ik die kon achterlaten. Hmm… ik raakte uiteindelijk de kathedraal binnen met een zakmes op zak dat ik vergeten was in mijn rugzak te steken. Vigipirate.

En wat Mont Sainte-Odile betreft… ik zou zeggen: de prioriteiten van een pelgrimsoord zijn duidelijk niet meer wat ze geweest zijn.

De Elzas is een stukje Frankrijk dat ik totaal niet kende. De meeste regio’s in Frankrijk kan ik op de kaart situeren, maar dit gebied… zelfs nu ik er ben, voelt het vreemd.
Alsof het uit de kaart is gewist, alsof het nooit heeft bestaan. Ik kan er gevoelsmatig niet bij.

Grootouders wandelen langs met hun kleinkinderen.
“Alors, vous avez fait votre vœux  ?” vraagt de grootmoeder aan de kinderen, terwijl ieder aan het touw van de klok trekt.
“Vous êtes en vacances ?” vraagt de opa me.
Ik deel kort de reden van mijn onderweg-zijn.

Après Glastonbury et quelques jours passés chez des amis, j’ai échangé mon vélo contre mon sac à dos. Tente, sac de couchage, matelas, deux culottes, t-shirt manches longues et manches courtes… Check.

Un long trajet en bus vers Strasbourg, une nuit agitée là-bas, et me voilà partie pour un nouveau pèlerinage qui m’avait déjà appelée il y a un an : Jeanne d’Arc.
Saint Michel et Jeanne d’Arc sont les deux premiers chemins de pèlerinage qu’il m’a été demandé de tracer pour 7routesNotreDame-et ce sont aussi les deux seuls qui, pour moi, ont résonné comme une évidence.

Je sentais qu’il était aussi important, cette fois, d’arriver à Notre-Dame de Paris… et non devant une porte fermée.

Je suis curieuse de ce que ce chemin va m’apporter. Pendant les vingt premiers jours je marche seule, pour accueillir des pèlerins à partir du 17 juillet.

Au moment de quitter Strasbourg, j’ai remarqué que j’avais dormi juste à côté du quartier Sainte-Madeleine.
Et j’ai trouvé très particulier d’apprendre que je partais précisément le jour du Cœur Immaculé de Marie. J’adore la vie et ses synchronicités.

À l’origine, ce chemin devait commencer en 2024 à Mont Sainte-Odile pour les pèlerins.
Mais j’ai ressenti le besoin de partir d’ici – ce qui, pour moi, a aussi une justesse symbolique beaucoup plus forte.
De la cathédrale Notre-Dame de Strasbourg à la cathédrale Notre-Dame de Paris, je m’en rends compte maintenant.


Les jours jusqu’à Mont Sainte-Odile, où j’ai enfin pu rencontrer une première forêt et où l’asphalte a laissé place à un sol naturel et doux, ont été une véritable bénédiction.

À Rosheim, après environ 10 km, j’ai dû m’arrêter.
À cause de la chaleur, j’ai eu du mal à respirer en montant une colline.
Même quand un homme m’a interpellée pour me parler du chemin, j’ai dû lui dire que je préférais rester en silence, centrée sur moi-même.

Juste avant cela, j’avais eu un contact avec une buse. Elle se trouvait dans un arbre à quelques centaines de mètres.
Elle criait.
Je lui ai répondu : “Dis-moi… veux-tu me dire quelque chose ? Qu’y a-t-il ?”

Elle a volé plusieurs fois autour de moi.
J’hésitais : dois-je m’arrêter ou me reposer un moment et repartir ensuite ?
Au même moment, j’écrivais à quelqu’un un message autour du thème ‘feu, prendre sa place’.

Soudain, la buse a foncé à deux mètres au-dessus de ma tête. La vitesse et le bruit de ses ailes étaient si puissants qu’elle ne pouvait pas passer inaperçue.
Un peu plus loin, elle a replié ses ailes pour plonger à grande vitesse vers le sol.

Le message était clair : arrête-toi.
Ce que mon souffle m’a confirmé peu après.

Je me suis donc arrêtée à Rosheim, où les Bénédictines m’ont accueillie dans la chambre numéro 9.

Pendant que j’écris ces lignes, j’ai une vue sur les montagnes d’Alsace et sur la vallée en contrebas avec le village de Bourg Brèche.
À côté de moi se trouve une chapelle mariale.
Ici, en 1858, Marie serait apparue à deux enfants dans un tronc d’arbre. Mais le prêtre, le maire et les villageois de l’époque n’ont pas cru les enfants.
Peu après, Marie est apparue à Bernadette, à Lourdes.
Et suite à cela, le tronc d’arbre de Bourg Brèche a été abattu par la commune.

Ce qui est certain, c’est qu’il fait bon d’être  ici. On y sent une vraie paix.
Je pourrais facilement vivre en ermite en ce lieu. Tous mes éléments préférés sont réunis : le soleil, la lune encore visible, le vent, les oiseaux, les pins, la terre, l’eau… et quelle vue !

La cathédrale de Strasbourg et le Mont Sainte-Odile ne font pas le poids.
Deux lieux où, d’ailleurs, je ne me suis pas sentie accueillie.
À la cathédrale, je n’ai pas pu entrer avec mon sac à dos. Heureusement, après une longue recherche, j’ai pu le déposer dans un hôtel.
Hmm… et j’ai fini par entrer avec un couteau de poche dans ma poche, que j’avais oublié de ranger. Vigipirate.

Quant au Mont Sainte-Odile… disons que les priorités d’un lieu de pèlerinage ne sont clairement plus ce qu’elles étaient.

L’Alsace est une région de France que je ne connaissais absolument pas. La plupart des régions, je peux facilement les situer sur une carte.
Mais ici, même après trois jours, alors que j’y suis, cette région me provoque une sensation étrange.
Comme si une partie de la carte avait été effacée, comme si cet endroit n’avait jamais existé. Je n’arrive pas à m’y relier intérieurement.

Des grands-parents se promènent avec leurs petits-enfants.
« Alors, vous avez fait votre vœux ? », demande la grand-mère pendant que chaque enfant tire sur la corde de la  cloche.
« Vous êtes en vacances ? », me demande le papi.
Je partage brièvement la raison de mon chemin.

Goud

En français voir 👇🙏

Toen het mijn beurt was om mijn medicijn voor te stellen, voelde ik een mooie balans tussen gezonde spanning en vertrouwen.

Enkele maanden geleden schoot ik nog in paniek – 45 minuten spreken leken me eindeloos.

Maar na een coaching met Anaïs en het ontvangen van enkele gerichte vragen, voelde ik vreugde en goesting opborrelen. Plots leken die 45 minuten zelfs tekort.

Het deed me terugdenken aan de drie keer dat ik in 2018 getuigde over mijn pad met de aartsengel Michaël.

Wat me toen het meest vreugde gaf, was het vraag-en-antwoordmoment. Die spontane uitwisseling in het Nu, tussen geven en ontvangen, raakt voor mij de kern van echt contact.

Ik deelde kort mijn levensverhaal, hoe ik tot het pelgrimeren ben gekomen.

Ik merkte dat ik enkele belangrijke elementen vergat, ook al had ik ze op voorhand genoteerd.

Ik sprak over de pelgrimstocht rond de aartsengel Michaël. De tijd vloog voorbij, waardoor ik niet tot het einde van het verhaal kwam – wat de weg mij heeft gebracht…

Misschien moest dat ook niet. Want het leven eindigt niet bij het verhaal. Het reikt verder dan wat tastbaar of meetbaar is.

De laatste drie minuten gebruikte ik voor een vraag-en-antwoord.

Eén vraag luidde: “Wie is jouw gids?”

“De gevleugelde. De aartsengel Michaël. Marie”, antwoordde ik. 

Deze vraag bracht me meteen terug naar wat er gebeurde met de kraai. Ik deelde hierover.

Het herinnerde me aan de gewaarwordingen die ik toen had – gewaarwordingen die pas echt tot mij doordrongen na het stellen van die vraag:

“Op het moment dat de kraai in mijn armen lag, voelde ik de moeder in mezelf ontwaken.”

Ik werd geraakt door dit besef.

Dankbaar dat Ute me die vraag stelde.

De dag nadien manifesteerde de kraai zich opnieuw. Hij/zij was voelbaar ter hoogte van mijn hart. Ik zag hem met zijn linker vleugel open – niet in zwart, maar in fel ultramarijn.

Het bleef niet bij dat moment. Terwijl ik fietste, verscheen hij/zij opnieuw, in datzelfde intens blauw, op exact dezelfde plek van mijn lichaam. Ik voelde een druk tussen borstkas en keel.

De kraai nam langzaam, stilletjes, steeds meer plaats in mijn borstkas. Ik zag zijn lijf verdwijnen in mijn lichaam. 

Hoe meer hij/zij zich integreerde in mijn lichaam, hoe meer het blauw veranderde in de kleuren van de regenboog.

Tot hij/zij volledig geabsorbeerd was in mijn lijf.

Ik voelde de neiging om in huilen uit te barsten. Mijn lichaam snakte naar water. En precies op dat moment kwam ik aan een riviertje. Ik sprong van mijn fiets en liet me wiegen door het geluid van het water. Er kwam rust.

De gevleugelden hebben altijd een bijzondere plek gehad in mijn leven.

Als kind voelde ik me al sterk aangetrokken tot de zeearend, met zijn doordringende blik die leek te reiken tot in de oneindigheid.

De witte duif die mijn appartement binnenvloog op de dag van mijn vertrek naar Assisi.

De buizerd die me herhaaldelijk de weg toonde – zowel in het zichtbare als het onzichtbare – en die verbonden is met mijn intuïtie.

Hij leerde me dit innerlijk potentieel opnieuw te ontdekken en te gebruiken.

De zeemeeuwen van wie ik een helend klankbad mocht ontvangen.

Toen ik als laatste vertrok uit de ‘White Rabbit’, daar waar ik samen met mijn zusters en broeder verbleef en ook waar we onze groepssamenkomst hadden hoorde ik boven mij plots een getsielp van drie pasgeboren vogels.

Hoe passend om net na zo’n intens weekend dat teken te mogen ontvangen: geboorte – precies daar waar iedereen ook zijn medicijn had gedeeld. Een nieuwe geboorte voor iedereen. 

De terugweg naar België verliep vlot.

Ik verliet Engeland via de havenstad Newhaven. 

Er was duidelijk een vóór en een na. De weg heen voelde als zilver, de terugkeer als goud. Hoewel ik grotendeels dezelfde route volgde, zag de weg er helemaal anders uit: mooier, lichter, vloeiender.

In Frankrijk kreeg ik van iemand een pin met drie voetjes – kort nadat hij een medaille van Maria had gevonden die losgekomen was van mijn fietstas. De pin kwam uit Lourdes. Even later kwamen de woorden “Chemin eaux vives” en “Rue Sainte Sophie” op mijn pad – als bevestiging.

Binnenkort ruil ik mijn fiets opnieuw in voor mijn rugzak, voor de volgende pelgrimstocht:

‘JT’ M – Jeanne d’Arc.

Ik nodig jullie van harte uit om mee op pad te gaan – wanneer je maar wil, op je eigen moment.

In dankbaarheid voor alles wat was en wat nog komen mag.

P.S. Via mail vernam ik net dat het dit jaar precies 600 jaar geleden is dat de aartsengel voor het eerst verscheen aan Jeanne d’Arc. 

Zalig hoe zulke berichten op het juiste moment komen – als een boodschap voor wie wil horen.

Quand ce fut mon tour de présenter ma “médecine”, j’ai ressenti un bel équilibre entre une tension saine et la confiance.

Quelques mois plus tôt, je paniquais encore à l’idée de parler pendant 45 minutes- cela me paraissait interminable. Mais après un accompagnement avec Anaïs et avoir reçue quelques questions ciblées, la joie et l’élan ont commencé à jaillir en moi. Tout à coup, ces 45 minutes me semblaient même trop courtes.

Cela m’a rappelé les trois fois où, en 2018, j’ai témoigné de mon chemin sur  l’archange Michaël . Ce qui m’avait alors le plus touchée, c’était le moment des questions-réponses. Cet échange spontané dans l’instant présent, entre donner et recevoir, incarne pour moi l’instant d’un véritable contact.

J’ai partagé brièvement mon histoire de vie, comment je suis arrivée au pèlerinage. Je me suis rendu compte que j’avais oublié certains éléments importants, même si je les avais notés à l’avance. J’ai parlé du pèlerinage autour de l’archange Michaël.

Le temps a filé si vite que je n’ai pas pu aller jusqu’au bout de mon récit – ce que le chemin m’avait apporté… Peut-être n’était-ce pas nécessaire. Car la vie ne s’arrête pas à un récit. Elle va bien au-delà de ce qui est tangible ou mesurable.

J’ai consacré les trois dernières minutes à un moment de questions-réponses.

Une question fut posée : ” Qui est ton guide ?”  “Les Ailés. L’Archange Michaël . Marie” , ai-je répondu.

Cette question m’a immédiatement ramenée à ce qui s’était passé avec le corbeau. J’ai partagé ce souvenir. Qui  m’a reconnectée à mes ressentis de ce moment-là- des ressentis qui ne sont vraiment devenus conscients qu’après la question : “Au moment où le corbeau reposait dans mes bras, j’ai senti la mère en moi s’éveiller.” J’ai été profondément touchée par cette prise de conscience.

Reconnaissante à Ute d’avoir posé cette question.

Le lendemain, le corbeau s’est manifesté à nouveau. Je le sentais présent au niveau de mon cœur. Je l’ai vu, l’aile gauche déployée – non pas noire, mais d’un bleu outremer éclatant. Cela ne s’est pas arrêté là. Alors que je roulais à vélo, il/elle est réapparu(e), dans ce même bleu intense, exactement au même endroit sur mon corps. J’ai ressenti une pression entre la cage thoracique et la gorge.

Le corbeau prenait doucement, silencieusement, de plus en plus de place dans ma poitrine. Je le voyais littéralement disparaître dans mon corps. Plus il/elle s’intégrait en moi, plus le bleu se transformait en les couleurs de l’arc-en-ciel. Jusqu’à ce qu’il/elle soit entièrement absorbé(e) dans mon être.

J’ai eu envie d’éclater en sanglots. Mon corps réclamait de l’eau. Et c’est précisément à ce moment-là que j’ai atteint un petit ruisseau. J’ai sauté de mon vélo et me suis laissée bercer par le chant de l’eau. Le calme est revenu.

Les Ailés ont toujours occupé une place particulière dans ma vie.

Enfant déjà, j’étais fortement attirée par le aigle à tête blanche, et bec jaune avec son regard perçant qui semblait plonger dans l’infini. La colombe blanche qui est entrée dans mon appartement et ce posé sur le plan de travail le jour de mon départ pour Assise. La buse qui m’a plusieurs fois montré le chemin – dans le visible comme dans l’invisible – et qui est reliée à mon intuition.

Elle m’a appris à redécouvrir et utiliser ce potentiel intérieur.

Les mouettes, de qui j’ai reçu un bain sonore guérisseur.

Quand je suis partie la dernière de la ‘White Rabbit’, j’ai soudain entendu, au-dessus de moi, le cri d’un d’oisillons, trois nouveau-nés.

Quel signe magnifique à recevoir après un week-end si intense : naissance – le où chacun avait aussi présenté sa propre médecine. Une nouvelle naissance pour chacun.

Le chemin du retour vers la Belgique s’est déroulé en douceur. J’ai quitté l’Angleterre par le port de Newhaven.

Il y avait clairement un avant et un après. L’aller etait argent, le retour de l’or.

Même si j’ai emprunté en grande partie le même itinéraire, le paysage me semblait tout autre : plus beau, plus fluide, plus lumineux.

En France, quelqu’un m’a offert une broche représentant trois petits pas- peu après avoir trouvé une médaille de Marie détachée de ma sacoche de vélo. La broche venait de Lourdes.

Peu après, j’ai croisé les noms “Chemin Eaux Vives” et “Rue Sainte Sophie” – comme une confirmation.

Bientôt, je laisserai à nouveau mon vélo pour reprendre mon sac à dos, pour un nouveau pèlerinage :

‘JT’ M – Jeanne d’Arc.

Je vous invite de tout cœur à vous joindre à ce chemin – quand vous le souhaitez, à votre propre rythme.

Dans la gratitude pour tout ce qui a été et tout ce qui est encore à venir.

P.S. Par mail, je vient juste d’apprendre que cela fait exactement 600 ans cette année que l’archange est apparu pour la première fois à Jeanne d’Arc.

Quel bonheur de recevoir de tels messages, quelle synchronisite – comme un signe, pour celles et ceux qui veulent bien entendre.

Prêtresse de la Rose

Français voir 👇🙏

Een heel weekend lang werden we, samen met mijn broers en zusters, ondergedompeld in de magie van Glastonbury.
Het begon voor mij met een onderdompeling in het helende, pure bronwaterbad van de mysterieuze White Spring-tempel.
Wat voelde ik me goed om dat moment te delen, samen met vrouwen, samen het bad in te gaan. Het raakte me: ik besefte hoezeer ik dit gemist had.
Jaren geleden had ik wekelijks mijn saunaritueel, waarbij ik soms zelf ook de opgiet deed.
Nu besef ik dat dit iets is wat ik opnieuw in mijn levenspad wil opnemen.
Water… water… water… en de kracht om zulke momenten met elkaar te delen.

Drie dagen lang mocht ik, samen met mijn zusters en broeders, genieten van elkaars ‘medicijn’.
Soms was er stress, maar er was ook verbindende ondersteuning. En zodra we begonnen, kon je de stress gewoon zien oplossen,
en verscheen de persoon in zijn of haar kracht.
Het waren pareltjes, elk op hun eigen manier. Geen enkel gelijk, allemaal uniek. Authentiek.
De kracht van de cirkel… Tranen, lachen, dansen, vieren, zingen, opnieuw tranen – alles was welkom.
Het was intens.
Wat een samenhorigheid en steun heb ik mogen ervaren, voelen en zien.
En ook als iemand even wat minder aanwezig was, werd ook dat verwelkomd.

Terwijl ik deze woorden schrijf, zittend in het gras, besef ik dat het net één week geleden is
dat ik op zaterdagavond mijn ordinatie mocht ontvangen. Wat een synchroniciteit.

Een drietal jaar geleden deelde ik dat ik honger had – een diepe honger naar iemand die mij kon begeleiden,
een leraar. Ik voelde een tekort; de balans was zoek.
Ik gaf veel onderweg, mensen kwamen halen… en hoewel ik ook veel ontving vanuit de onzichtbare wereld,
voelde ik ergens toch een gemis hier in de materie.

Twee jaar geleden, toen ik in Egypte was, hoorde ik voor het eerst de naam Anaïs Theyskens.
Ik had toen kort mijn pelgrimspad en de manier waarop ik in het leven sta gedeeld met Caroline, op de stoep van de guesthouse.
Ze zei: “Kijk maar eens, je zal je herkennen in wat zij deelt.” En ja, iets werd in mij geraakt.
Zo begon ik twee jaar geleden aan dit pad.

In die twee jaren volgde een verfijning van mijn elf jaar pelgrimeren.
Zoveel her-kenning van een diep weten waarvoor ik zelf vaak geen woorden had.
In vertrouwen ging ik het pad. Dat is iets wat ik geleerd heb van mijn gidsen: vertrouwen in wat de weg je toont,
ook als je niet weet waarom of wat komt. En dan… is de verrassing des te groter.

In het begin voelde ik me wat onwennig.
Hoe verhoud ik me tegenover mijn lerares?
Ook al had ik eerder leraars en leraressen gehad, dit was van een totaal andere orde.
Een paar maanden geleden worstelde ik met het thema moeder, lerares, en mezelf –
getriggerd door herinneringen aan vrouwen die in het verleden mijn kwetsbaarheid hadden misbruikt.
Blijkbaar leefde dat nog onderhuids.
Maar ik hield vol en doorbrak de angsten.

En zo zat ik daar, tegenover Anaïs, in de kapel van Maria Magdalena, waar ik het sacrément van de ordinatie mocht ontvangen.
Ik zou dit moment in woorden kunnen beschrijven…
Maar ik voel dat ik dit heilige, goddelijke, intieme moment dat me diep raakte
heel dicht bij mezelf wil koesteren.

Met grote dankbaarheid eer en zie ik de lerares, de vrouw, Anaïs, die daar voor mij zat.
Dankbaar voor wat zij in de wereld neerzet, en hoe ze dat openhartig eenvoudig deelt met anderen.

Ik dank en eer ook mijn onzichtbare gidsen: Aartsengel Michaël, Marie, Maria Magdalena, Yeshua, de Shekina,
die mij naar Glastonbury brachten op de Heilige lijn van Marie en Michaël.

Ik dank en eer ook al mijn broeders en zusters, mijn familie… want ook zij zijn mijn leraren onderweg.

Een paar maanden geleden kwam de vraag: “Hoe verhoud je je tot de naam Prêtrise, prêtresse?”
Die naam was nooit eerder in me opgekomen.
Ik voelde de meerwaarde er niet van in.
Vandaag zie ik dat dit kwam door mijn eigen belemmeringen.
De reacties van anderen speelden nog mee. De gedachte van vakjes, terwijl deze net open is.
Wie was ik om dit uit te durven spreken?
Ik hield me klein.

Vandaag kies ik ervoor om mezelf niet langer klein te houden.
Ik voel die van binnen en wens deze naam met eer te dragen – uit respect voor wat ik heb mogen ontvangen,
uit respect voor mezelf.

En in alle nederigheid spreek ik uit en schrijf ik :
Je suis… Prêtresse de la Rose… et je souhaite l’incarner hier, aujourd’hui et pour toujours. Awen.

De tout cœur, en gratitude, je vous aime

Tout un week-end, nous avons été, mes frères, sœurs et moi, immergés dans la magie de Glastonbury.
Pour moi, cela a commencé par une immersion dans l’eau pure et guérissante de la source sacrée du mystérieux temple de la White Spring.
Quel bonheur de vivre ce moment en compagnie de femmes, de plonger ensemble dans ce bain. Cela m’a touchée profondément : je réalisais combien cela m’avait manqué.
Il y a des années, j’avais un rituel de sauna par semaine, où je pratiquais parfois le rituel.
Aujourd’hui, je sens que j’ai envie de réintégrer cela dans mon chemin de vie.
L’eau… l’eau… l’eau… et la puissance de partager ces moments ensemble.

Pendant trois jours, j’ai pu, avec mes sœurs et frères, goûter à la ‘ médecine’ de chacun.
Parfois, le stress était présent, mais il y avait aussi un soutien bienveillant et relié.
Et dès que nous commencions, le stress se dissolvait…
et l’on voyait chaque personne entrer dans sa propre puissance.
Des perles précieuses, toutes uniques à leur manière.
Aucun-e semblable, tout-es authentiques.
La force du cercle… Des larmes, des rires, des danses, des célébrations, des chants, encore des larmes – tout était accueilli.
C’était intense.
Quelle solidarité, quel soutien j’ai pu ressentir, percevoir et recevoir.
Et même si quelqu’un était un peu moins présent, cela aussi était accueilli.

Alors que j’écris ces mots, assise dans l’herbe, je réalise qu’il y a tout juste une semaine, un samedi soir, je recevais mon ordination.
Quelle synchronicity et cela en ce jour du solstice d’été.

Il y a environ trois ans, j’exprimais une faim – une faim profonde d’être accompagnée par quelqu’un, par un enseignant.
Je ressentais un manque, un déséquilibre.
Je donnais beaucoup en chemin, les gens venaient chercher…
et même si je recevais beaucoup du monde invisible,
je sentais malgré tout un vide, ici, dans la matière.

Il y a deux ans, alors que j’étais en Égypte, j’ai entendu pour la première fois le nom d’Anaïs Theyskens.
J’avais partagé brièvement, sur le pas de la porte d’un guesthouse, mon chemin de pèlerine et ma manière d’être au monde avec Caroline.
Elle m’a dit : “Regarde ce qu’elle partage, tu t’y reconnaîtras. ” Et oui, quelque chose a été touché en moi.
C’est ainsi que, il y a deux ans, ce chemin a commencé pour moi.

Durant ces deux années, une fine résonance est venue affiner mes onze années de pèlerinage.
Tant de re-connaissances d’un savoir profond que je n’avais pas toujours pu formuler avec des mots.
C’est dans la confiance que j’ai parcouru ce chemin.
Et c’est cela que j’ai appris de mes guides : la confiance en ce que le chemin te montre,
même si tu ne sais ni pourquoi ni ce qui va venir.
Et alors… la surprise est d’autant plus grande.

Au début, je me sentais un peu maladroite.
Comment me positionner face à mon enseignante ?
J’avais eu des enseignants et des enseignantes, mais là, c’était d’un tout autre ordre.
Il y a quelques mois, j’étais en tension avec les thématiques de la mère, de l’enseignante et de moi-même –
des mémoires réveillées par des femmes qui, dans le passé, avaient abusé de ma vulnérabilité.
Apparemment, cela était encore présent, en moi.
Mais j’ai persévéré, et j’ai traversé ces peurs.

Et me voilà alors, face à Anaïs, dans la chapelle de Marie-Madeleine, recevant le sacrement de l’ordination.
Je pourrais décrire ce moment avec des mots…
Mais je ressens que ce moment sacré, divin, intime, qui m’a profondément touchée,
je souhaite le garder tout près de mon cœur, dans la douceur.

Avec une immense gratitude, je rends hommage à la femme, à l’enseignante, Anaïs, qui était assise là, devant moi.
Reconnaissante pour ce qu’elle manifeste dans le monde, et pour la manière ouverte et simple avec laquelle elle le partage.

Je remercie et rends hommage aussi à mes guides invisibles : l’Archange Michaël, Marie, Marie-Madeleine, Yeshua, la Shekina,
qui m’ont conduite jusqu’à Glastonbury sur cette ligne sainte de Marie et Michaël.

Je remercie et rends hommage également à tous mes frères et sœurs, à ma famille et tout ceux qui m’entourne car eux aussi sont mes enseignants sur le chemin.

Il y a quelques mois, une question m’a été posée :
“Quelle est ta relation au mot prêtrise, prêtresse ? ”
Jamais je n’avais pensé à utiliser ce mot.
Je n’en voyais pas vraiment la valeur ajoutée.
Aujourd’hui, je vois que c’était dû à mes propres blocages.
Le regard des autres jouait encore un rôle.
La peur d’être mise dans une case, de me mettre moi même dans une case, alors que justement, cette voie est ouverture.
Qui étais-je, pour oser prononcer ce mot ?
Je me maintenais petite.

Aujourd’hui, je choisis de ne plus me tenir petite.
Je ressens cette force de l’intérieur et je souhaite porter ce nom avec honneur – par respect pour ce que j’ai reçu,
par respect pour moi-même.

Et dans toute l’humilité, je le dis et l’écris :
Je suis… Prêtresse de la Rose… et je souhaite l’incarner hier, aujourd’hui et pour toujours. Awen.

De tout cœur, dans la gratitude, je vous aime.

De kraai

De afstand tussen Portsmouth en Glastonbury valt best mee — twee dagen rijden. Twee nachten, ideaal om te ervaren hoe het kloppen aan de deur in Engeland gebeurt.

Twee keer werd ik meteen uitgenodigd om me op iemands grond te installeren, of kreeg ik spontaan een kamer aangeboden – zonder dat ik zelfs iets had gevraagd.
In elf jaar pelgrimeren was ik nog nooit op zo’n manier ontvangen. Ik was geraakt, met tranen in de ogen. Daar gaat je hart van bonzen.

De laatste dag vóór mijn aankomst in Glastonbury bracht ik door in gietende regen. En toch: ik had plezier, zelfs in de regen, tot tranen van het lachen toe. ‘Ik ontving mijn doop van hierboven’, dacht ik.
Op een bepaald moment zag ik een kraai midden op de weg zitten. Ik remde bruusk, keerde om, nam hem voorzichtig op en zette hem veilig in het gras neer.
Hij was lichtjes gewond aan zijn linker vleugel. Maar toen draaide hij zich om en hupte terug in mijn richting, tot aan mijn voeten.
‘Wat kom je me vertellen, kleintje?’ dacht ik. ‘Ik kan je niet meenemen.’
Ik nam hem opnieuw op. In volledige overgave legde hij zich neer op mijn linkerarm. Ik voelde zijn hart bonzen op mijn pols.
Ik wandelde wat heen en weer in de regen, en werd me bewust dat zijn/haar tijd op aarde gekomen was.
Plots draaide hij/zij zijn/haar kopje opwaarts naar links, keek me aan terwijl hij zijn/ zij haar linker vleugel richting hemel opende…
En toen — plots — niets meer.
Hij/ zij was heengegaan. Tranen vloeiden.

Ik zocht een plek waar ik hem/haar kon neerleggen, plukte wat eglantierrozen en nam mijn rozenwater uit de fietszak voor een ritueel.
Geraakt door deze ervaring reed ik verder, mijn laatste kilometers naar Glastonbury.
Hoewel ik de rit voelde in mijn benen, voelde ik me fris en levendig en blij bij aankomst
Ik ging op zoek naar mijn zussen van het Magdalena-pad, Éméline en Gaëlle, die intussen een plekje hadden gevonden in de Rainbow – een heerlijk, eerlijk vegetarisch restaurant.
Het was een fijn weerzien.

Daarna inchecken in de White Rabbit. Een bed zoeken, uitpakken, bijpraten, en een zalige, verfrissende douche nemen. Julie, Arthur en Alexandra waren ook aangekomen.
Ondertussen was het al 21u. Toch nog even kort met Éméline de anderen opgezocht in een restaurant.
Kort, want ik wilde fris zijn voor de volgende dag.
Ik keek ernaar uit, vol vreugde, wetende wat het weekend ons zou brengen.

La distance entre Portsmouth et Glastonbury n’est finalement pas si grande deux jours de route.
Deux nuits, idéales pour vivre comment se fait ‘ le frapper à la porte’ en Angleterre pour un logement.

À deux reprises, j’ai été immédiatement invitée à m’installer sur leur terrain ou une chambre m’a été proposée- sans même que je ne l’aie demandé.
En onze années de pèlerinage, jamais je n’avais été reçue de cette manière.
J’en ai été profondément touchée, les larmes aux yeux. Cela fait battre le cœur.

Le dernier jour avant mon arrivée à Glastonbury, il a plu à verse toute la journée.
Et pourtant, j’ai eu de la joie, même sous la pluie- jusqu’aux larmes de rire. ‘Je reçois mon baptême d’en haut’ , me suis-je dit.
À un moment donné, j’ai vu une corneille assise au milieu de la route.
J’ai freiné brusquement, fait demi-tour, l’ai prise délicatement et déposée en sécurité dans l’herbe.
Elle/ils était légèrement blessée à l’aile gauche.
Mais elle/ils s’est retournée et a sauté de nouveau dans ma direction, jusqu’à mes pieds.
“Que viens-tu me dire, petite ?”, lui/la demandé je. “Je ne peux pas t’emmener avec moi ! ”
Je l’ai reprise dans mes mains. En totale confiance, elle/il s’est posée sur mon bras gauche.
Je sentais son petit cœur battre contre mon poignet.
Je marchais un peu sous la pluie, et je sentis que son temps sur terre touchait à sa fin.
Soudain, elle/il tourna la tête vers la gauche, leva les yeux vers le ciel, me regarda et ouvrit son aile gauche vers les hauteurs…
Et puis… plus rien.
Il/elle était parti·e. Les larmes ont coulé.

J’ai cherché un endroit où je pouvais le/la déposer, quelques églantiers pour un rituel. Et puis mon eau de rose.
Émue par cette expérience, j’ai poursuivi mes derniers kilomètres vers Glastonbury.


Même si je sentais l’effort dans mes jambes, je me sentais encore pleine de vie.
J’ai rejoint mes sœurs de la Voie de la Madeleine, Éméline et Gaëlle, qui s’étaient installées aux Rainbow- un délicieux et sincère restaurant végétarien.
Ce furent de belles retrouvailles.

Ensuite, enregistrement au White Rabbit. Chercher un lit, défaire les sacs, échanger un peu, une bonne douche rafraîchissante.
Julie, Arthur et Alexandra sont arrivés aussi.
Il était déjà 21h. Avec Éméline, nous avons quand même rejoint brièvement les autres au restaurant.
Un moment court, car je voulais être en forme pour le lendemain.
J’étais impatiente, le cœur joyeux, sachant ce que ce week-end allait nous offrir.

Stonehenge

Stonehenge

En français 👇🙏

Na een nacht op de boot kom ik ’s morgens vroeg aan wal in Portsmouth.
Even een hersenswitch maken: links rijden in plaats van rechts.
Het duurt een kleine 40 km voor ik de stadsdrukte achter me laat
en het platteland bereik.

De fietspaden zijn niet bepaald fantastisch – eerder rampzalig,
als ze er al zijn. De ene keer rijd je links van de baan,
de andere keer word je verwacht rechts te fietsen
op hobbelige, geaccidenteerde paden – euh, eigenlijk voetpaden.
Dit alles “voor de veiligheid”, terwijl het juist extra gevaarlijk en verwarrend is.
Probeer maar eens veilig een drukke weg over te steken
tussen auto’s die geen rekening houden met trage weggebruikers. Razendsnel rijden ze hier.
Zodra ik doorheb hoe ik me moet gedragen in het verkeer,
waag ik me op de rijbaan. En dan is de ‘turbo’ op mijn fiets
meer dan welkom om me uit benarde situaties te trekken.

Sinds twee jaar bepaalt de wet dat automobilisten minstens 5 meter afstand
moeten houden bij het inhalen. Als fietser mag je zelfs midden op de baan rijden
wanneer dat veiliger aanvoelt.

Onderweg naar Glastonbury voelde het helemaal juist dat ik deze tocht
met de fiets ondernam.
De hele weg door werd ik gevoed.

Elementen uit de voorbije elf jaar pelgrimeren kwamen terug.
Het onderweg zijn. De buizerd. De zeemeeuwen.
Marie, l’étoile de la mère. Aartsengel Michaël. De schelp…

Er kwam ook iets anders terug, iets wat diep in mij aanwezig is
maar wat ik had weggeduwd.
In 2018 kreeg ik een ervaring op de weg van de ‘Aartsengel Michaël’ .
Ik hoorde: “Ik zend je uit”.
Ik zag mezelf een weg weven over de aarde als een spinnenweb.
Een paar dagen later bevestigde iemand anders dit met woorden.
En recent kwam dit alles opnieuw sterk naar boven
na het verhaal dat Anaïs deelde over het  Kogi volk.

Ook in 2020 raakte het me weer even.
Ik vierde toen mijn verjaardag in het Pinksterweekend.
Zelf ben ik geboren op een pinkstermaandag.
Mijn naam, Jasmine, betekent “geschenk van God”,
gevolgd door Marie José.

Zijn we trouwens niet allemaal een geschenk van God?!

Voor mij voelt dit als een evidentie – en tegelijk als iets enorm waardevols
wanneer ik naar mijn pelgrimsleven kijk.
Ik wil dit geschenk open en nederig dragen,
en er voluit in gaan staan, het volledig incarneren.
Geen verstoppertje meer. Geen gedeeltelijk Zijn.

Mijn weg is geen weg van huisje, tuintje, beestje.
Ik aanvaard en bewandel vandaag de weg die voor mij bestemd is.
De weg heeft míj gekozen, en ik wil met de weg samenwerken.
Als ik dat niet doe, heb ik ondertussen geleerd, kan het bikkelhard aanvoelen.

Onderweg laat ik me leiden
door mijn hoogste, zuiverste verlangen.
Waar mijn ziel verbonden is met alles wat me omringt:
de natuur, de aarde, het universum.
Ik laat me leiden door mijn heilig voertuig.

Zo sprak iemand onlangs over Stonehenge,
net voor ik naar Avebury zou gaan.
Ik dacht: oké, waarom niet?
Toen ik daar aankwam en buiten de omheining stond,
voelde ik van alles in mijn lichaam.
Twijfel stak de kop op.
Waarom?
Omdat iemand anders zei: “Zeker naar Stonehenge gaan!”
– terwijl ik dat zelf eigenlijk niet had gevoeld.

En daar kwam mijn trouwe vriend, de buizerd.
Hij liet zich zien, en ik vervolgde mijn weg.
Stonehenge was niet voor nu.

Après une nuit sur le bateau, j’arrive tôt le matin à Portsmouth.
Un petit switch mental : rouler à gauche au lieu de droite.
Il me faut bien 40 km pour sortir de l’agitation urbaine
et approcher les paysages paisibles de la campagne.

Les pistes cyclables sont loin d’être idéales – pour ne pas dire catastrophiques,
quand elles existent.
Parfois, on roule à gauche de la route,
puis on est censé rouler à droite,
sur des chemins irréguliers, accidentés – non, en fait, sur les trottoirs.
Le tout au nom de la ‘ sécurité’ , alors que cela rend la route encore plus dangereuse et confuse.
Essaye donc de traverser au milieu de bolides qui ignorent totalement les usagers lents.
Une fois que je comprends comment m’adapter,
je prends le risque de rouler sur la route.
Et là, le mode ‘ turbo’ de mon vélo est plus que bienvenu
pour m’aider à avancer dans des situations délicates.

Depuis deux ans, une loi impose aux automobilistes de garder 5 mètres de distance
lorsqu’ils dépassent un·e cycliste,
et en tant que cycliste on a le droit de rouler au milieu de la route
quand on estime cela plus sûr.

En chemin vers Glastonbury, j’ai ressenti combien c’était juste
que je fasse ce voyage à vélo.
Tout au long du trajet, je me suis sentie nourrie.

De nombreux éléments de mes onze années de pèlerinage sont revenus :
l’expérience d’être en chemin.
La buse, les mouettes, Marie, l’étoile de la mère,
l’archange Michaël, la coquille…

Quelque chose d’autre est aussi remonté à la surface.
Quelque chose de profondément présent en moi,
mais que j’avais un peu mis de côté.

La première fois, c’était en 2018 :
“Je t’envoie” — une expérience reçue sur le chemin de l’archange Michaël.
Je me suis vue tisser un chemin sur la Terre,
comme une toile d’araignée.
Quelques jours plus tard, une tierce personne a posé des mots sur cette vision.
Et récemment, tout cela est revenu très fort,
après l’histoire que Anaïs a partagée sur le peuple Kogi.

En 2020 aussi, cela est remonté :
je fêtais mon anniversaire pendant le week-end de Pentecôte.
Je suis née un lundi de Pentecôte.
Mon prénom, Jasmine, signifie cadeau de Dieu,
suivi de Marie José.

Et puis ne sommes-nous pas tous et toutes un cadeau de Dieu ?!

Pour moi, cela est une évidence,
et en même temps une chose précieuse
quand je regarde ma vie de pèlerine.
Je souhaite porter ce cadeau avec ouverture et humilité,
et me tenir pleinement dans cette présence.
L’incarner totalement.
Ne plus me cacher. Ne plus être qu’à moitié.

Mon chemin n’est pas celui du ‘maison, jardin, animal’
Aujourd’hui, j’accepte et j’emprunte le chemin qui m’est destiné.
C’est le chemin qui m’a choisie,
et je souhaite collaborer avec lui.
Si je ne le fais pas, j’ai appris que cela peut devenir très dur à vivre.

En route, je me laisse guider
par mon désir le plus pur et le plus élevé.
Là où mon âme est reliée à tout ce qui m’entoure :
la nature, la Terre, l’univers.
Je me laisse guider par mon véhicule sacré.

Par exemple :
quelqu’un m’a parlé récemment de Stonehenge, juste avant que j’aille à Avebury.
Je me suis dit : OK, pourquoi pas.
Quand je suis arrivée sur place, à l’extérieur de l’enceinte,
j’ai ressenti des choses dans mon corps.
Puis le doute a surgi.
Pourquoi ?
Parce que quelqu’un d’autre avait dit :
“Surtout, va à Stonehenge !”
– alors que moi, je ne l’avais pas senti.

C’est alors que mon fidèle ami, la buse, s’est montré.
Et j’ai poursuivi mon chemin.
Stonehenge, ce n’était pas pour maintenant.

Le grand cercle de la Rose

De kust in Normandië is best pittig. Gelukkig heb ik een elektrische fiets, want zonder had ik mijn lijf wel bezeerd en uitgeput.
Bij mijn aankomst in Étretat openden de hemelse sluizen. Twee uur lang regende het pijpenstelen.
Onder een afdak had ik een fijn gesprek met een Nederlands koppel. De man kwam uit een lange revalidatieperiode. Bijzonder mooi om te zien en te horen hoe krachtig een mens weer kan opstaan.

Het zoeken naar een overnachting verliep hier stroef. De energie en de manier waarop ik werd aangesproken, lieten me duidelijk aanvoelen en verstaan: “Jasmine, veeg het zand van je voeten en ga.”
Ik reed verder in de gietende regen en kwam kletsnat aan in een hotel waar ik een kamer aangeboden kreeg. Alles heeft zijn reden. In dankbaarheid en tussen witte lakens viel ik in slaap.

Zo ontmoette ik ook Rémi en Natalie, een koppel uit de regio Parijs dat hun deuren opende in hun kleine, knusse vakantiehuis.
“Deze namiddag zeiden we nog: we hebben weer te veel mosselen gekocht, het is goed voor een derde persoon,” zei Rémi.
“Ja, en dan nog met frieten en een biertje voor een Belgische pelgrim.”
We hadden een fijne avond. De gesprekken waren open, alsof we elkaar al heel lang kenden. Geen gêne, geen achterhouden.
Zo gaat het vaak op mijn weg: mensen delen, en hun woorden worden langs de weg meegedragen en afgegeven aan de aarde, de wind, onderweg.

Voor ik de zee overstak, heb ik eerst een weekend doorgebracht bij zusters, priesteressen van La Voie de la Madeleine.
Stéphanie van écolieu ‘Les Terres de l’Être‘ had begin 2025 een droom om een Rozen Cirkel te co-creëren. Wat ook gebeurde.
We waren met zo’n zeventigtal mensen, waaronder zeven priesteressen en één priester.
Een Rozen Cirkel, waar we hand in hand, met een witte roos op het hart, verenigd waren vanuit liefdeskracht, om deze uit te stralen voor Vrede op Aarde.

Het was een krachtig moment. Toen wij, priesteressen en priester, in de cirkel kwamen te staan – hand in hand – en iedereen lag op het zand met een witte roos op het hart, was er voelbaar een energetische lichtstraal ontstaan in onze rug. Het was eerst even wennen aan haar aanwezigheid. Want ze was zo krachtig dat ik me stevig diende te ankeren in de grond.
Ze verbond ons en hielp ons de cirkel te houden voor de velen die de Zorg van de Roos ontvingen.
Een onvergetelijk moment. De eerste, en zeker niet de laatste, want de volgende is op 25 mei 2026.

Ik vertrok met een vol hart, vol vreugde, en drie woorden die ik mocht ontvangen: Être, Présence, Stabilité.
Ik neem ze verder mee op weg naar de voorstelling van mijn medicijn tijdens het weekend van mijn ordinatie. De spanning hierover is verdwenen. Mijn voorbereiding ook.
Alles is in beweging. Niets is vast. Voldaan stak ik bij nacht de zee over naar het Verenigd Koninkrijk.

La côte en Normandie est plutôt ardue. Heureusement, j’ai un vélo électrique, car sans cela, mon corps aurait été meurtri et épuisé.
À mon arrivée à Étretat, les écluses célestes se sont ouvertes. Il a plu à verse pendant deux heures sans interruption.
Sous un abri, j’ai eu une belle conversation avec un couple néerlandais. L’homme sortait d’une longue période de rééducation. C’était particulièrement émouvant de voir et d’entendre à quel point un être humain peut se relever avec force.

La recherche d’un hébergement ici a été laborieuse. L’énergie et la manière dont on m’a parlé m’ont clairement fait ressentir et comprendre : « Jasmine, essuie la poussière de tes pieds et continue. »
J’ai poursuivi ma route sous une pluie battante, et suis arrivée complètement trempée dans un hôtel où l’on m’a proposé une chambre. Tout a son sens. Dans la gratitude, entre des draps blancs, je me suis endormie.

C’est ainsi que j’ai aussi rencontré Rémi et Natalie, un couple de la région parisienne qui m’a ouvert les portes de leur petite chaleureuse maison de vacances.
« Cet après-midi, on disait justement : on a encore acheté trop de moules… c’est parfait pour une troisième personne, » a dit Rémi.
« Oui, et avec des frites et une bière pour une pèlerine belge ! »
Nous avons passé une soirée joyeuse. Les conversations étaient naturelles, comme si nous nous connaissions depuis longtemps. Aucune gêne, aucune retenue.
C’est souvent ainsi sur mon chemin : les gens partagent, et leurs mots sont portés le long de la route, offerts à la terre, au vent, en chemin.

Avant de traverser la mer, j’ai passé un week-end auprès de sœurs, prêtresses de La Voie de la Madeleine.
Stéphanie, de l’écolieu Les Terres de l’Être, avait fait un rêve au début de 2025 : co-créer un Grand Cercle de la Rose. Et ce rêve s’est réalisé.
Nous étions environ soixante-dix personnes, dont sept prêtresses et un prêtre.
Un Cercle de la Rose, main dans la main, une rose blanche sur le cœur, unis par la force de l’amour pour la rayonner en prière pour la Paix sur Terre.

Ce fut un moment puissant. Quand nous, prêtresses et prêtre, sommes entrés dans le cercle – main dans la main – et que tous étaient allongés sur le sable avec une rose blanche sur le cœur, un rayon de lumière énergétique est apparu dans notre dos.
Il a fallu un instant pour s’habituer à sa présence. Car il était si puissant que j’ai dû m’ancrer fermement dans le sol.
Ce rayon nous reliait et nous aidait à maintenir le cercle pour les nombreux êtres qui recevaient les Soins de la Rose.
Un moment inoubliable. Le premier, et certainement pas le dernier, car le prochain aura lieu le 25 mai 2026.

Je suis repartie le cœur plein, dans la joie, avec trois mots que j’ai reçus : Être, Présens, Stabilité.
Je les emporte sur mon chemin vers la présentation de ma médecine, lors du week-end de mon ordination.
La tension à ce sujet s’est dissipée. Ma préparation aussi.
Tout est en mouvement. Rien n’est figé.
Comblée, j’ai traversé la mer de nuit, en direction du Royaume-Uni.

Sainte Colombe

Texte Français 👇

In een klein dorp met misschien honderd inwoners houd ik halt bij een verlaten caféterras.
Ik bel aan. Niemand thuis.
Terwijl ik zit te eten, stopt er een wagen. Een forse dame, kort geknipt en zwart gekleed, stapt uit.
“Dag mevrouw, is dit terras van u? Ik nam er plaats om even uit te rusten. Is dat oké voor u?”
“Ah ja hoor, eet smakelijk.”

De dame vraagt me waar ik heen ga, en we raken aan de praat.
“Zin in een koffie?” vraagt ze.
“Oh, met veel plezier, graag!”
En zo zitten we samen te praten bij een pot koffie over het leven.

Ze vertelt over haar verleden, over hoe lang haar ouders het café openhielden in dit kleine, aangename dorp.
“En hoe doe je dat onderweg, met overnachting en eten? Het moet toch niet gemakkelijk zijn, tegenwoordig. Mensen doen niet snel hun deur meer open.”
“Oh, dat valt best mee. Kijk hoe u me net een koffie aanbood.”
“Ah ja, dat is waar.” Ik zie haar nadenken.

De wegen zijn rustig, met weinig tot geen verkeer.
De natuur, mezelf in beweging, geen getoeter, geen luidruchtige wagens of rijdende discotheken, geen ongeduldige automobilisten… afstand van een gestresseerde wereld.

Meer en meer wordt onechtheid zichtbaar. Veel wordt doorzichtig, alsof er een dikke laag lijm aan het loskomen is — een lijm die alles bij elkaar hield.

Zonder enige moeite — op een paar protesterende organen na — kom ik snel weer in balans.
Het voelt alsof ik uit een artificiële bubbel ben gestapt en terechtgekomen ben in een wereld die zuiver en echt aanvoelt.
Die bubbel voelt steeds compacter en voller aan, alsof hij elk moment uit elkaar kan barsten.

Ondertussen heb ik al een paar overnachtingen achter de rug.
In een dorp kwam ik, tot mijn grote verbazing, terecht in een pelgrimsgîte op de route van de Via Francigena. Aan de muur hing een blauwe schelp met ‘Bienvenue’, het symbool van Saintes Maries de la Mer — een hart, een kruis, een anker.

En in dat dorp leefde ooit een bijzondere man: Benoît Joseph Labre, de ‘vagebond van God’. Hij werd nergens toegelaten, maar wijdde zijn leven aan gebed, meditatie en het geven van geestelijke raad aan mensen onderweg. Zeven jaar pelgrimeerde hij.

Een andere avond kwam ik laat aan op een plein.
Een man kwam aangelopen met twee ongeduldige border collies aan de lijn.
“Dag meneer, kunt u me alstublieft helpen?” vroeg ik.
De man kwam dichterbij. “Ik zoek een plek waar ik mijn matras kan leggen, of waar ik mijn tent mag opzetten in een tuin.”
De man dacht na, nam zijn telefoon en belde iemand — zijn vrouw.
Ik hoorde wat twijfel aan de andere kant. Al lachend zei ik: “Ik ben een lieve dame en mijn naam is Jasmine.”
Lachend stak hij zijn telefoon naar mij uit en zei: “Kom maar mee.”
Ik vertelde dat ik had gehoord dat er geen pastorie meer is, en dat ik te laat was bij het gemeentehuis.
“Dat komt goed uit, wij wonen in de pastorie.”

Ik bracht er een fijne avond door in een gezin, na eerst nog een Zoomvergadering te hebben gevolgd. De hedendaagse pelgrim: onderweg vergaderen.
De dochter des huizes heette Roos.

Een andere avond mocht ik mijn tent opzetten in een tuin, bij Ginette.
Terwijl zij met haar familie binnen was, maakte ik gebruik van de garage om me op te frissen, wat te eten en een online samenkomst bij te wonen.
De avond eindigde met een heerlijk kopje thee en een warmwaterkruik die Ginette voor me had klaargezet, voor op mijn buik.
Ze deelde haar verdriet om het verlies van haar man. Aandachtig luisterde ik naar haar verhaal.

In een kerk, ergens in een klein dorp, stapte ik naar binnen.
Ik werd als het ware naar één plek geduwd. Daar stond ik — voeten als genageld aan de grond, ingetogen, hoofd lichtjes gebogen, handen tegen elkaar — tussen drie beelden: Thérèse van Lisieux, de heilige Antonius (de favoriet van mijn vader) en voor mij: Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.
Ook al begrijpt mijn hoofd het niet altijd, mijn hart weet.

Langs de weg worden de signalen opnieuw duidelijk en helder.
Achtereenvolgens zie ik de volgende boodschappen verschijnen, op slechts enkele meters van elkaar:
un Autel, le Nouveau Monde, en Sainte Colombe.

De weg gaat vlot tussen de regendruppels door, een helling op om me daarna te laten uitbollen naar beneden — pittig zijn de hellingen hier.
Ik geniet van het onderweg zijn.

Honfleur

Dans un petit village d’à peine cent habitants, je fais halte à la terrasse d’un café fermé.
Je sonne. Personne ne répond.
Alors que je suis en train de manger, une voiture s’arrête.
Une femme corpulente, aux cheveux courts, habillée de noir, descend.
« Bonjour Madame, cette terrasse vous appartient ? Je m’y suis assise un instant pour me reposer. Est-ce que cela vous va ? »
« Ah, oui, bien sûr. Bon appétit. »

Elle me demande où je vais, et nous commençons à parler.
« Envie d’un café ? » me demande-t-elle.
« Oh, avec grand plaisir, merci ! »
Et nous voilà en train de discuter autour d’un pot de café, de la vie.

Elle me parle de son passé, de combien de temps ses parents ont tenu le café dans ce petit village agréable.
« Et comment faites-vous pour manger et dormir en chemin ? Ce ne doit pas être facile, de nos jours. Les gens n’ouvrent plus facilement leur porte. »
« Oh, cela se passe plutôt bien. Regardez comme vous m’avez offert un café. »
« Ah, oui, c’est vrai. » Je la vois réfléchir.

Les routes sont calmes, presque sans voitures.
La nature, mon corps en mouvement, pas de klaxons, pas de voitures bruyantes, de discothèques roulantes, pas d’automobilistes impatients… une prise de distance avec un monde stressé.

De plus en plus, l’inauthenticité devient visible. Beaucoup de choses deviennent transparentes, comme si une couche épaisse de colle se décollait — cette colle qui tenait tout ensemble.

Sans difficulté — sauf quelques organes qui protestent — je retrouve rapidement mon équilibre.
C’est comme si j’étais sortie d’une bulle, un monde artificielle pour entrer dans un monde qui semble pur, vrai.
Cette bulle paraît de plus en plus compacte, de plus en plus pleine, prête à éclater à tout moment.

Entre-temps, j’ai déjà vécu quelques nuits sur ma route.
Dans un village, à ma grande surprise, je suis tombée sur un gîte de pèlerins sur la voie de la Via Francigena.
Accrochée au mur, une coquille bleue avec l’inscription « Bienvenue », le symbole des Saintes-Maries-de-la-Mer — un cœur, une croix, une ancre.

Et dans ce village vivait autrefois un homme particulier : Benoît Joseph Labre, appelé « le vagabond de Dieu ».
Il n’était accepté nulle part, mais il a consacré sa vie à la prière, à la méditation et aux conseils spirituels pour les gens en chemin. Il a marché pendant sept ans.

Un autre soir, j’arrive tard sur une place.
Un homme s’approche avec deux border collies impatients en laisse.
« Bonjour Monsieur, pourriez-vous m’aider, s’il vous plaît ? »
L’homme s’approche.
« Je cherche un endroit où poser mon matelas, ou un jardin pour y planter ma tente. »
Il réfléchit, prend son téléphone et appelle quelqu’un — sa femme.
J’entends un peu d’hésitation de l’autre côté. En riant, je lui dis : « Je suis une dame gentille, je m’appelle Jasmine. »
Il rit à son tour et me tend le téléphone. « Venez avec moi », dit-il.
Je lui explique que j’ai entendu dire qu’il n’y avait plus de presbytère, et que j’étais arrivée trop tard à la mairie.
« Ça tombe bien, nous habitons dans le presbytère. »

J’ai passé une agréable soirée dans cette famille, après avoir suivi une réunion sur Zoom.
La pèlerine d’aujourd’hui : en réunion sur la route.
Leur fille s’appelait Rose.

Un autre soir, j’ai pu planter ma tente dans un jardin, chez Ginette.
Tandis qu’elle était à l’intérieur avec sa famille, j’ai utilisé le garage pour me rafraîchir, manger un peu, et participer à une réunion en ligne.
La soirée s’est terminée avec une bonne tisane que Ginette m’avait préparée, accompagnée d’une bouillotte chaude pour mon ventre.
Elle m’a confié sa peine suite à la perte de son mari.
Je l’ai écoutée avec attention.

Dans une église, quelque part dans un petit village, je suis entrée.
Je me suis sentie poussée vers un seul endroit.
Là, debout, les pieds cloués au sol, recueillie, la tête légèrement inclinée, les mains jointes, entre trois statues : Thérèse de Lisieux, saint Antoine (le préféré de mon père), et devant moi, Notre-Dame de Lourdes.
Même si ma tête ne comprend pas toujours, mon cœur sait.

En bord de route, les signes reviennent, clairs et nets.
J’ai vu successivement les messages suivants : un Autel, le Nouveau Monde, et Sainte Colombe, à quelques mètres les uns des autres.

Le chemin continue, entre les gouttes de pluie. Une montée, puis je me laisse descendre — car les pentes ici sont rudes.
Je savoure le fait d’être en chemin.