Hinojosa del Duque

Ik sluit de deur van het verzorgd huisje en deponeer de sleutels in de brievenbus. Ik wandel mijn eerste uurtje tot aan een volgend dorpje.
Een vrouw die samen met mij de supermercado binnenstapt, lacht me vriendelijk toe. Aan de kassa wordt het bedrag op een briefje geschreven 1,35 euro. ‘Uno trenta cinque’, deel ik terwijl ik hen aankijk met een non verbaal die vraagt ‘klopt dit’. “Cinqo”, antwoorden ze in koor.
De vrouw vraagt me nog “… Alemania”, enkel het laatste woord heb ik begrepen, “No soy de Bélgica”. “Como dé… Adios?”. Ik hou het eenvoudig, “daaag”. “Daag”, terwijl ze haar hand opsteekt. “Adios” lachend naar haar toe. Wat fijn wanneer er een wederkerige communicatie is, ook al is ze miniem, toch hebben de weinige woorden, wel de inhoud een veel groter impact dan men kan denken.

Hier en daar zijn schapen, koeien, kippen, kalkoenen, varkens, paarden, muilezels… te zien en wat voelt dit goed om in de levende wezens meer diversiteit te zien en te horen. Ook de vogels zijn talrijk aanwezig van de pimpelmees tot arend.

Het speenkruid- en Mariadistelblad groeit talrijk tussen de bemoste afgeronde immense steenmassa.
Steeneiken vullen het landschap en hun vormen prikkelen mijn creativiteit.

Ik ben wel heel benieuwd naar dit stuk grondgebied en zijn verleden. Naar zijn rituele verleden.
Beelden stromen hier zuiver en in flitssnelheid aan.flitsen

De bomen, de rotsen… ze hebben hier zoveel te vertellen. Dit gebied voelt voor mij heel beschermd aan. Op een pleintje van het dorp staat een symbool in keien in de grond verwerkt.
Het symboliseert de 4 elementen: water, aarde, vuur en lucht. Een symbool die ik ooit in Saint Jean Pied de port aanschaf in een hanger na reeds 2 maanden over Moeder Aarde mij te hebben verplaatst.

De buizerd en vooral de arend is hier talrijk aanwezig. De nasale knarsende klank van de arend is een totaal verschil dans het zachte hoge toon van de buizerd. Fijn dat ik de arend mag ontmoeten en kennen. Ook zijn vlucht is zo verschillend.
Voor mij op een draad komt een scherp geboekte vogel zitten en vliegt telkens een eindje verder weg.
Terwijl de gevleugelden me omringen begin ik een fijne hoge nasale toon te uiten. Och, bijzonder zo uit het niets spontaan en zonder enige gedachte of iemand mij wel zou kunnen horen. Ik geniet.

Mijn gedachten gaan even naar fra Francisco. En zijn Cantique des Créatures.

Wanneer ik door dit prachtig bucolisch en mysterieus landschap wandel, kan ik niet anders dan zeggen, kunnen niet het ene zonder het andere eren.

We kunnen niet enkel Vaders Hemels eren en Moeder Aarde opzij laten, negeren. Net zoals we niet enkel Moeders Aarde kunnen eren zonder Vaders Hemels.
We kunnen ook niet enkel leven in de verticaliteit en de horizontaliteit gaan ontkennen en andersom. Net zoals we in elk van ons onze beide polariteit mogen eren en we van beiden mogen houden en vooral laten leven. Ze zijn niet losmakend van elkander. Ze vormen, Zijn één Geheel.
Heb je Lief.

Onder mijn paraplu geniet ik van het landschap die verandert van tinten bij de naderende felle regen.
Wandelend tussen twee groepen schapen – achter draad- roepen de lammetjes om hulp. Moeder schaap komt aangerend en vergezeld ze weg van de omheining. Het geroep van lammetjes hebben de nieuwsgierigheid van de waakhond aangewakkerd. De ene blijft er lui bij liggen tot de ander het signaal aangeeft. De grote witte Patou probeert uit de omheining te komen. Ik wandel rustig verder. Het wordt stil. Een geblaf herbegint. Het is hem gelukt te ontsnappen en staat midden de weg mij aankijkend al blaffend. “Vale, vale…”, ik check even om te zien dat hij mij niet benadert. Neen.

Bij het aankomen kort voor Hinojosa del Duque zitten twee ooievaars. Eén, twee en na de tweede springen ze de lucht in.
Door de regen voel ik me net een ‘schaatserijder’ op de weg. Eén stap en ik schuin 2 cm vooruit. Zandgrond. Ik gebruik de zijkant of middenberm om proberen een vloeiende pas aan te houden, daar waar de wortels de grond samenhouden.

Aangekomen in de stad, ga ik de sleutel halen in het politiekantoor. Deze nacht deel ik mijn kamer met iemand van la Guardia Civil.

Licht

Een rustdag in Granada.
’s Morgens ga ik mee met Hannelore en Chris naar het Alhambra, op goed geluk hopen we nog een ingangsticket te bemachtigen.
Mijn voeten zien af en voel dat ik niet 100% kan doorstappen. Ik ontspan me en vertrouw dat het beter zal worden.
Chris kan een kaartje bemachtigen. Voor Hannelore is het te lang wachten, want straks neemt ze de weg. Ik heb het geluk om het paleis te kunnen zien naar de vooravond.

Na een ontbijt met Hannelore, geven we elkander een knuffel. Zij stapt verder, ik lees wat in een boek. Buen Camino.

Capilla real de Granada. Geraakt door de religieuze kunst binnenin. Schilderijen van Vlaamse primitive zoals Van der Weyden, Hans Menling, Johan Provost en Dierik Bouts… De kleuren, de perfectie in hun werk… allemaal pareltjes. Een beeld van Maria raakt me.

Tussen de Capilla real en de Kathedraal ligt de ligt de kerk van het tabernakel. De deuren zijn net open, er was een privé viering. Ik wandel rond en boel dat ik ruimte en tijd nodig heb om me naar binnen te keren. Ik stap in de kappel van het sacrament. Een dik rood gordijn scheidt de ruimte van de kerk.
Ik neem plaats in de rustigste ruimte. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op elkaar. Ik maak contact met mezelf en richt mij op mijn hart. Ik stel me open, groet en vraag om hulp. Hulp vragen, niet echt mijn sterkste kant. Ik plaats mezelf in een wit licht en blijf zo een eindje zitten. De notie van tijd gaat verloren. Deugddoend.
Bij het terug naar buiten gaan. Begin ik te wandelen, tot mijn grote verbazing loop ik vrij zonder pijn voelend en kan ik door stappen. Bizar, zelfs de rest van de dag voel ik de ontsteking niet en voelen mijn voeten licht.

Generalife- Alhambra

Bezoek aan het Alhambra. Op de banken van het paleis ‘Nazaries’ wachtend op het bezoekuur. Laat ik me onderdompelen in een innerlijke rust, ik luister naar wat binnen in me afspeelt. Ik voel en hoor mijn eigen hartslag. De eerste dagen in Spanje was het hevig. Ik kon het aan de inspanning en hoogte verschil koppelen. Nadien werd mijn hart rustiger. Het komt en gaat en hoewel dit wat nieuw is voor me, toch heb ik diep van binnen een gerust gevoel en voel ik dat ik me geen zorgen hoef te maken. Soms heb ik het gevoel dat gans mijn Zijn in haar blootje komt te staan.
Dit is nu de derde keer dat ik het Alhambra bezoek, een plaats waar ik zeker terug kom. Het paleis van de ‘Nazaries’ is voor mij tot nu toe één van de mooiste Moorse kunst die ik heb gezien. Een kunst die me enorm aanspreekt, gemaakt met veel zorg en met een schitterende vakmanschap.

N’a een rustdag verlaat ik Granada richting Pinos Puente. Een oninteressant parcour. Onverzorgde buitenwijken en wegen, gedumpt asfalt overal, vandalisme. En eenmaal Granada verlaten is het terug oppassen geblazen voor de zoveel hondenpoep die ligt te loeren tot je erin stapt.
Een ontspannen bad maakt mijn dag goed, niet alleen de dag, gans mijn lijf weet deze ontspanning te appreciëren.

Pinos Puente in de morgen is leeg. Geen kat te zien. De vogels verwelkomen me. In Olivera neem ik een uur rust vóór ik de laatste drie kilometer naar Moclin neem. Hmmm, een 500 stijgen is niet min. En ja hoor, het was puffen. Af en toe sta ik stil ga ik naar binnen, plaats me in het Licht en stap verder. Langs de weg kon ik me optrekken aan kinderen die naast me wandelen en kon ik op mijn beurt hen aanmoedigen. Het was een verademing om aan te komen. Dankbaar om de weg die ik reeds aflegde. En mijn voeten, behalve de blaren die mijn voeten komen versterken, doen het goed.

Voor de mensen die meer beelden wensen te zien. Dit kan op Instagram, Polarsteps, en you-tube.

Vredeslied

Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.

Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap.
Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur.
Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!

Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen.
Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen.
Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.

Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’

De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.

Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo…
Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken.
Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.

Hart

14 – febr. 2022. Reeds zeven maand geleden werd la Vesdre overstroomd. Na bijna zeven maand vrijwilligerswerk verlaat ik Wallonië voor een nieuw avontuur. Dankbaar om wat er de laatste maand aan het ‘Licht’ is moge komen en zich heeft moge transformeren.
Vandaag neem ik ook afscheid van de zusters van l’Abbaye Paix Notre-Dame. Hier moge zijn/Zijn was heel verrijkend op mijn weg.
Het leven naast hen, zo dichtbij, mijn hulp aanbieden. Mijn kloosterkamer. Een ontmoeting met de zusters in de gang, ook al was het soms kort… wat heb ik daarvan genoten en voelde ik me nauw verbonden met hen. Ik zal hen missen.

In de namiddag mocht ik nog eens alle zusters ontmoeten en ”s avonds kreeg ik de pelgrims zegen tijdens’ les Vigiles’. Een prachtig en persoonlijk gebed mocht ik ontvangen. Het raakte me. Merci, Soeur Madeleine et merci à la communauté. En gratitude.

15 febr. 22.
Een vlucht naar Almeria, met een tussenstop in Madrid. Alles verloopt vlot.
In het vliegtuig, zit ik weg te dwalen en keer ik even terug naar deze morgen na de Laudes. Toen ik de kapel verliet groette ik het altaar, draaide me om en deed de namaste groet. Ik zag sœur Madeleine en sœur Charlotte geknield, beiden mij aankijkend met een warme glimlach. We zwaaide naar elkaar. Mijn hart zag.
En dan sœur Francesca, die me vergezelde tot voor mijn vertrek. Een foto. Een knuffel, een zegen. Mijn hart zag.

Toen ik de trein van Brussel noord naar Zaventem nam, rechtstond bij aankomst en nog eens achteruit keek of ik niets vergeten was… Pas toen zag ik wat er naast mij stond getekend op het venster… Een hart.

In Almeria werd ik hartelijk ontvangen door Nelly en José. Ze stelde me gisteren voor om me te komen afhalen aan het station en zorgde voor een kamer in een convento (klooster). Wat een hartelijke verwelkoming. Grazias Nelly e José.