Peter

Aan de Driegrachtenbrug

Zondagochtend. Buiten ontbijten samen met Annick, Geert, Ansje en Kasper. Zalig! Op het zondagsritme maak ik me klaar. Via de IJzertoren kom ik na een goede twee kilometer aan in Sint-Jacobskapelle. Een klein pittoresk dorpje met een Jacobuskerk. Ernaast de ‘Gevallen Engel’, waar ik iets kan drinken. Een aangename, sfeervolle plaats waar de muziek je meeneemt in andere sferen. Met Jeanne, de uitbaatster, spreek ik over Marokko en delen we ervaringen over reizen.

Ik wandel verder. De wind blaast mijn zilverkleurige haren voor mijn ogen en ze worden één met de kleur van de lucht. De donkergrijze wolken geven de groentinten in de natuur extra pit. Tot in Ieper wandel ik langs het water. De reigers genieten van de opkomende zon en ik geniet met hen mee. Bij de Driegrachtenbrug stap ik op een boot. Een fototentoonstelling trekt mijn aandacht. Ik ontmoet er Peter. Hij is pas terug van Montpellier met de fiets. Peter startte een project ‘De tour van je leven’ nadat hij genezen was van kanker. Hij gaat met zijn project op zoek naar spiegels, geen materiële, wel zijn eigen spiegels. Die spiegels die je de kans geven te groeien wanneer je in ontmoeting gaat.

Na een weekje gaat mijn notie van tijd wat verloren. Mijn denken gaat in ontspanning. Verder wandelend langs het kanaal Ieper – Ijzer, in de lange grassen en met als reisgenoten de schapen, zie ik in de verte drie mannen. Vissers. Ze hebben net een vis gevangen. Ik sta met grote ogen te kijken. Wat een kanjer van een vis, een gewicht van een zestien kilo ongeveer. Met fierheid poseert Kjel voor de camera; ondertussen dragen zijn vrienden goed zorg voor het dier. Af en toe een emmer water, de mondwonde wordt verzorgd. Ik wandel verder, draai me nog eens om en roep, “Dankzij jullie heb ik een andere kijk op vissers, nog veel succes.”

In Ieper aangekomen ga ik richting de Menenpoort voor de ‘Last Post’. Iedere avond is er hier om twintig uur een eerbetoon aan zij die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Een trompetsignaal weergalmt onder de poort. Mijn benen kunnen dit er nog net bij nemen.

GPX Bestand Diksmuide – Geluwe

Peter

Dimanche matin. Petit déjeuner dehors en compagnie d’Annick, Geert, Ansje et Kasper. Heureuse! Je me prépare au rythme du dimanche. En passant par la tour de l’Yser (IJzertoren) je rejoins, après deux bons kilomètres, ‘Sint-Jacobskapelle’. Un petit village pittoresque avec une église Saint-Jacques. Tout près de là de ‘Gevallen engel’, un café ou je peux boire quelque chose. Un lieu agréable où la musique vous emporte dans d’autres sphères. Avec Jeanne, la propriétaire je parle du Maroc et nous échangeons des expériences de voyages.

Je continue mon chemin. Le vent souffle dans mes cheveux grisâtres, qui me tombent devant les yeux, avant de ce fondre avec la couleur du ciel. Les nuages d’un gris foncés accentuent la couleur verte de la nature. Je longe l’eau jusqu’à Ypres (Ieper). Les hérons profitent de l’apparition du soleil et je fais de même. À hauteur du pont de ‘Driegrachten’ je monte dans un bateau. Une exposition de photos attire mon attention. J’y rencontre Peter. Il vient juste de rentrer de Montpellier en bicyclette. Peter a lancé un projet après sa guérison du cancer ‘Le tour de ta vie’. Il va pour son projet à la recherche de miroirs, pas des miroirs comme objets  mais nos propres miroirs. Ces miroirs qui nous permettent de grandir quand on va à leur rencontre.

Après une semaine je perds quelque peu notion du temps. Moins de pensées, je me détends. Continuant ma route, le long du canal Ypres – l’user, marchant dans les hautes herbes avec les moutons comme compagnons de route, je vois au loin trois hommes. Des pêcheurs. Ils viennent juste d’attraper un poisson. Je regarde avec de grands yeux. Quel énorme poisson, il pèse environ seize kilo. Kjel pose avec fierté devant la caméra, pendant ce temps ses amis prennent bien soin du poisson. De temps à autre un seau d’eau, la blessure à la bouche est soignée. Je continue mon chemin, tout en me retournant je leurs crie, “Grâce à vous j’ai maintenant une autre idée sur les pêcheurs, encore bien du succès.”

Arrivée à Ypres je me dirige vers la ‘Porte de Menin’ (Menenpoort) pour le ‘Lastpost’. Chaque soir, à vingt heures, a lieu ici une cérémonie de commémoration des personnes décédées durant la premiere guerre mondiale. Le son de clairon retenti sous la Porte. Mes jambes supporterons encore bien cela.

Frezen

Poppy’s

Richting Diksmuide. Open velden, weilanden, vergezichten. Poppies (klaprozen) overal. Eventjes ben ik mijn weg kwijt. Een vrouw in een hondentrimsalon helpt me verder. Op een uur van Kortemark is een kleine halte noodzakelijk. Een man staat in zijn tuin te spitten. “Meneer zou ik even je toilet mogen gebruiken?” “Bah ja, waarom niet”, leunend op zijn spade. Ik trek mijn schoenen uit. Bij het buitenkomen praten we wat over de camino, mijn ervaringen en wat de weg is. Een fijn en kort contact.

Door de hitte voel ik mijn voeten zwellen. Aan een eetautomaat hou ik halte. Ik trakteer mezelf op een bakje ‘frezen’, dat zijn zo van die rode blinkende kleine bollen, spits uitlopend, groene pukkeltjes, een groen steeltje en heerlijk geurend en wanneer je erin bijt een zoete lekkere smaak.

Kort na de middag neem ik een lange rustpauze. Een plaatselijk café in Werken. Een moeder en haar dochter komen samen aan. Ruzie, harde woorden, tranen. Ik twijfel. Kom ik ertussen of niet. Na enige twijfel doe ik het toch. Ik roep het meisje. We praten een klein uurtje samen. Ze doet haar verhaal en laat haar emoties de vrije loop. Er ontstaat opluchting bij haar. Na twee uur zie ik lachende gezichten, en zachtheid verschijnen op hun manier. Ik verlaat met vreugde het café.

Boeren op het veld, grassen worden gemaaid. Mijn neus jeukt. Het laatste rechte stuk langs de Handzaamsevaart voor ik in Diksmuide aankom. Op de markt komen Annick en Ansje  naar me toegewandeld. Een hartverwarmende knuffel. Een warm weerzien. Een terrasje. Ik eindig de dag in familie en ga een rustige nacht tegemoet.

GPX Bestand Kortemark – Diksmuide

Fraise

Direction Dixmude (Diksmuide). Des pâturages, des champs, des plaines à perte de vue. Des coquelicots partout. Je m’égare quelque temps. Une femme, d’un salon de toilettage pour chiens, me vient en aide. Une heure avant Kortemark un arrêt est nécessaire. Un homme est occupé à bêcher son jardin. “Monsieur, pourrais je me servir de vos toilettes?” “Bein, oui pourquoi pas”, s’appuyant sur sa bêche. J’enlève mes chaussures. En sortant on parle un peu de mon camino, de mes expériences et de ce qu’est le chemin. Un contact agréable et court.

La chaleur fait gonfler mes pieds.  Je m’arrête à un distributeur d’alimentation. Je me paie un ravier de ‘frezen’ (fraises). Ce sont de ces petites boules rouges, légèrement allongées, avec des petits points verdâtres, qui sentent horriblement bon et qui dégagent, quand on les croque, un délicieux goût sucré.

Peu après midi, je prends un long repos. Un café local à Werken. Une mère et une fille arrive ensemble. Dispute, mots durs, larmes. J’hésite. J’interviens ou pas? Après quelques hésitations je le fais quand même. J’appelle la fille. On parle une petite heure ensemble. Elle me conte sont histoire et laisse libre cours à ses émotions. Un certain soulagement s’installe chez elle. Après deux heures je voie des visages souriants et une certaine tendresse apparait. Toute joyeuse, je quitte le café.

Des paysans dans les champs, fauchent les herbes. Mon nez chatouille. La dernière ligne droite le long du canal de Handzame avant d’atteindre Dixmude. Sur la place du marché Annick et Ansje viennent à ma rencontre. Une étreinte chaleureuse. Un plaisir de se revoir. Une terrasse. Je termine la journée en famille et vais à la rencontre d’une nuit paisible.

Raftje

Raf

Half acht, het ochtendgebed. De klank van de gezongen gebeden is zo mooi dat mijn eigen stem niet vrij komt. In stilte geniet ik mee. Aan het ontbijt een onverwachte fijne ontmoeting, Hilde, een vriendin. Rond tien uur ben ik in Torhout. Het marktplein wordt omgebouwd voor het vertrek van de ‘Nacht van West-Vlaanderen’. Aan de apotheek, een groep mannen allemaal rond de leeftijd van tachtig jaar. Ik stap naar hen toe. De één al wat plezanter dan de ander. Eén springt er werkelijk uit, een echte stand-up comedian. Ik vraag zijn naam. “Aerts Raphaël, voor de vrienden, Raphaël. Moar min vrouwke noemt me Raftje”, antwoordt hij me met pretoogjes. Of hij werkelijk Aards-Raphaël heet, laat ik in het midden. Deze naam draagt hij goed. “Tis goe, meug ik Raftje zeggen”, zeg ik met een knipoog terug. “Das goe moa nie zeggen aan min vrouwtje hé!” En zo blijven de gesprekken een uur duren en hebben we samen veel plezier. Ik neem een beeld van hen en een van Raftje. “En woa goa je doar mee doen”, vraagt een andere man. Met mijn hand naast mijn mond ga ik richting het oor van Raftje en fluister “tis voor op mijn nachttafel”, zodat de anderen het ook kunnen horen. “Jaja, we zin bekend van ‘Iedereen beroemd’ enne van …”, zegt één van de mannen met grote fierheid. En zo verlaat ik al zwaaiend deze hechte mannengroep op de markt van Torhout.

Na Torhout, naar de Sint-Jacobskerk van Lichtervelde en Gits. Langs open velden en weiden kom ik aan in Kortemark. Een wagen vertraagt. Een korte kennismaking en een onverwachte uitnodiging voor een overnachting. Twijfel. Ik blijf nog even doorstappen. In het centrum van Kortemark ga ik op zoek naar het adres van de onverwachte uitnodiging. Bij Annemie en Erik. Een bad, een heerlijke maaltijd, een wasmachine en een goede nachtrust staan op me te wachten.

GPX Bestand Groenhove – Kortemark

Raf

Sept heure et demie, la prière du matin. Le son des chants religieux est si beau que ma voie en reste muette. Je me réjouis en silence. Au petit déjeuner une rencontre inattendue et bien agréable; Hilde, une amie.

Aux environs de dix heures j’arrive à Torhout. La place est transformée pour le départ de la ‘Nuit des Flandres’. A hauteur de la pharmacie, un groupe d’hommes, tous octogénaires, les uns plus rigolos que les autres. Je m’en approche. L’un d’eux se distingue vraiment, un vrai humoriste. Je lui demande son nom. “Aerts Raphaël, Raphaël pour les amis. Mais ma femme m’appelle Raftje”, me dit-il avec un regard coquin. Je laisse, la question de savoir si Aerts Raphaël est son vrais nom, de côté. Il porte bien son nom. Je lui demande avec un clin d’œil, “je peux t’appeler Raftje.” “Bien sûr, mais ne dit rien à ma femme, hein!” La conversation continue sur le même ton durant près d’une heure et nous avons bien du plaisir ensemble. Je prends une photo du groupe et une de Raftje. “Et qu’es ce que tu vas en faire”, me demande l’un d’entre eux. En mettant ma main devant ma bouche, je souffle dans l’oreille de Raftje de façon à ce que les autres puisent l’entendre, “C’est pour sur ma table de chevet”. “Oui, oui nous sommes célèbres, tu sais, nous passons dans l’émission ‘Iedereen beroemd’ et de… “, dit l’un d’entre eux avec une certaine fierté. C’est comme cela que je quitte, avec un signe de la main, ce groupe d’hommes au marché de Torhout.

Après Torhout, les églises Saint-Jacques de Lichtervelde et de Gits. Longeant des plaines et des prés, j’arrive à Kortemark. Une voiture ralentit. Une brève entrevue et une invitation inopinée pour passer la nuit. Hésitation. Je continue encore un peu à marcher. Au centre de Kortemark je vais à la recherche de l’adresse reçue de façon inattendue. Chez Annemie et Erik. Un bain, un repas délicieux, un lave-linge et un bon sommeil m’attendent.

Louis

Sint-Jacobskerk, Brugge

Met stramme spieren kom ik het bed uit. Ik rek mijn kuiten en wrijf mijn voeten in zodat mijn huid soepel kan blijven. Nadat de rugzak gevuld is, verlaat ik het huisje van Katleen, een vriendin. Het was een warm en blij weerzien.

Net voor ik de stad uit ben, help ik Louis. Om onbekende reden viel hij van zijn fiets. Hij ziet er opgejaagd uit. “Waar moet u heen?”, vraag ik terwijl ik hem mijn fles water geef. “Ik heb examens en ben al te laat”, kijkend naar zijn knie. Wanneer ik aan het stationsplein ben, zie ik Louis terug. “Oh, ik ben nu mijn sleutels verloren”, zegt Louis. “Louis je was deze morgen te laat vertrokken, daarna gevallen en nu je sleutels. Wees voorzichtig en neem je tijd. Het opjagen heeft geen zin meer en moet je er wel heen?” Louis kijkt me aan, geen woorden. We glimlachen allebei.

In het Tillegembos staat een bejaarde man te gluren naar de ingang van een taverne. Hij kijkt regelmatig op zijn uurwerk. Vreemd. Ik keer even terug op mijn passen. Nieuwsgierig. “Goede morgen meneer, bent u iets verloren?”, vraag ik hem. “De taverne gaat pas open om elf uur, binnen een uur”, wijzend naar zijn uurwerk, het is elf uur. Meneer Denis is 86 jaar. Het wordt me duidelijk wanneer meneer Denis zijn verhaal deelt omtrent het niet meer mogen rijden met de wagen wegens beginnende dementie. We spreken wat over het werk en het leven.

Mijn tocht gaat verder. Na de regen van deze nacht staat de natuur er fris bij. De bladeren wiebelen af en toe wanneer een regendruppel zijn weg zoekt. De frisse geuren komen mijn neusvleugels strelen. Aha, mijn vriend de eekhoorn is terug, hij speelt verstoppertje rond een boomstam. In de namiddag kom ik langs de Abdij van Zevenkerke om dan de schaduw te gaan opzoeken in het feeërieke bos van Merkeveld.

Uitgeput kom ik aan in Groenhove, waar ik onmiddellijk wordt opgevangen door zuster Marleen, die me een kamer toont en zorgt voor een avondmaal met soep. Na mijn avondmaal volgt een dagelijks ritueel. Slaapzak openen, zijdezak erin. Kleren klaarleggen voor ’s morgens. Zolen uit de schoenen. De wekker.

GPX Bestand Brugge – Groenhove

Louis

Je sors du lit, les muscles raides. J’étends mes mollets et enduis mes pieds de pommade de façon à tenir la peau souple. Après avoir rempli mon sac à dos je quitte la maison de Katleen, une amie. C’était de chaleureuses retrouvailles.

Juste avant de quitter la ville j’aide Louis. Il est tombé de sa bicyclette pour une raison inconnue. Il a l’air agité. Je lui demande, “Ou vas-tu?”, en lui tendant ma bouteille d’eau. Tout en regardant son genou il me répond, “J’ai des examens et je suis déjà en retard.”

En arrivant à la gare je revois Louis. “Oh, maintenant j’ai perdu mes clés”, dit-il. “Louis, ce matin tu es parti trop tard, puis tu es tombé et maintenant tes clés. Sois prudent et prend ton temps. T’énerver ne sert plus à rien et dois-tu vraiment y aller?” Louis me regarde, sans paroles. Nous sourions tout deux.

Au bois de ‘Tillegem’ un homme d’un certain âge guette l’entrée d’une taverne. Il regarde régulièrement sa montre. Bizarre. Je retourne sur mes pas. Curieuse. “Bonjour monsieur, vous avez perdu quelque chose?” Me montrant sa montre il me dit, “La taverne ouvre à onze heures, dans une heure donc”, il est onze heures. Monsieur Denis à 86 six ans. Je comprends mieux la situation quand Monsieur Denis me raconte son histoire et le fait de ne plus pouvoir conduire une voiture à cause d’une démence précoce. On parle un peu de travail et de la vie.

Mon parcours continue. Avec la pluie de cette nuit la nature est pleine de fraicheur. Les feuilles vacillent de temps à autre lorsqu’une goutte cherche son chemin. Les odeurs fraîches viennent me caresser les narines. Ah, mon ami l’écureuil est de retour. Il joue à cache-cache autour d’un tronc d’arbre. Dans l’après-midi je passe près de l’Abbaye de Zevenkerke pour ensuite aller à la recherche d’un peu d’ombre dans le bois féerique de Merkeveld.

Je suis épuisée quand j’arrive à Groenhove. J’y suis tout de suite accueillie par sœur Marleen, qui me montre ma chambre et me procure un repas du soir et un potage. Après ce repas, le rituel journalier. Ouvrir mon sac de couchage, y mettre le sac en soie. Sortir les semelles intérieures de mes chaussures, préparer les vêtements et mettre le reveil pour le lendemain.

Ivan en zijn hof

Ivan

Ik ontwaak middenin een droom, geen fijn gevoel. Kleine kastjes boven mijn hoofd, een plafond dichtbij. Ah ja, juist, een caravan. Ik ontbijt samen met Patricia. Een half uur nadien nemen we afscheid. Patricia richting haar werk, ik richting Brugge via Lapscheure, Damme.

Van Belgisch naar Nederlands grondgebied en terug, langsheen de velden. Talrijke koeienvlaaien houden me alert. In Lapscheure ga ik binnen in een basisschool en vraag naar het toilet. De kleine kinderen in de klas kijken me met grote ogen aan. Niet alledaags om een vrouw met hoedje, wandelstokken en een grote rugzak te zien op de speelplaats. Ik eet hier ook de picknick. Juffrouw Bernadette trakteert me op een koffie en nodigt me nadien uit in de klas. Speeltijd. Het is juist tijd voor een ‘tuttifrutti’ pauze, fruit eten in plaats van koekjes. Voor ik mijn weg verder zet op vraag van de leerkrachten nog eerst een klasfoto. In de rol van model naar de functie van fotograaf en omgekeerd.

In Hoeke krijg ik de eerste Sint-Jacobskerk te zien en ondertussen wandel ik een deel van de Brugensis. Eén van de officiële pelgrimsroutes doorheen België. Op een bord staat geschreven nog 2474km naar Compostela. Wat verder ontmoet ik Ivan in de Krinkelweg. “Vroeger kwam ik fietsen als coureur. Ik kan dit nu niet meer. Het is sterker dan mezelf en kan het niet laten om terug te komen. Dit mooie landschap, het is als mijnen hof”, vertelt Ivan. We praten nog tien minuten verder, daarna zie ik Ivan op zijn elektrische fiets verdwijnen in de verte.

In Oostkerke-Damme doe ik een poging om een openbaar toilet te vinden. Hoogdringend. Drie keer aanbellen voor iemand ‘ja’ durft te zeggen. Het non-verbale gedrag spreekt soms boekdelen. Een deur op een kier, één neuspuntje, één oog…het antwoord kan je wel raden. Ik wandel nog een tiental kilometer verder voor ik in Brugge aankom. Mijn voeten zijn gezwollen en vragen naar rust. In de Sint-Jacobskerk in Brugge haal ik een stempel voor in mijn credential (het alom bekende pelgrimspaspoort). De Boléro van Ravel speelt op de achtergrond. Het lied dat ik vorig jaar liet afspelen bij mijn aankomst in Compostela. Een ontroerende herinnering.

GPX Bestand Middelburg – Brugge

Ivan et son jardin

Je m’éveille en plein milieu d’un rêve, sensation désagréable. Une petite armoire au-dessus de ma tête, un plafond très bas. Ah oui je suis dans une caravane. Je prends le petit déjeuner en compagnie de Patricia. Une demi-heure plus tard on se dit au revoir. Patricia part vers son travail, moi direction Bruges (Brugge) par Lapscheure, Damme.

Du territoire Belge en territoire Néerlandais et en sens inverse, à travers champs. De nombreuses bouses de vache me tiennent alerte. A Lapscheure je rentre dans une école primaire et demande après les toilettes. Les petits enfants qui sont en classe, me regardent avec de grands yeux. Pas courant de voir une femme, avec un chapeau, des bâtons de marche et un grand sac à dos dans la cour. Je prends aussi mon pique-nique ici. Mme Bernadette me paie un café et m’invite après dans sa classe. Récréation. C’est le moment pour une pause ‘tuttifrutti’, manger des fruits au lieu des biscuits. Avant de continuer mon chemin, et sur la demande des instituteurs, d’abord une photo de classe. Dans le rôle de modèle et en tant que photographe.

A Hoeke je rencontre la première église Saint-Jacques tout en marchant une partie de la Brugensis. Une des routes officielles de pèlerinage à travers la Belgique. Un panneau indique 2474 km jusqu’à Compostelle. Un peu plus loin, je rencontre Ivan sur le ‘Krinkelweg’. “Avant je venais faire du vélo ici en tant que coureur. Maintenant je ne sais plus le faire. Mais c’est plus fort que moi, je ne peux m’empêcher de revenir. Tous ses beaux paysages, c’est comme mon jardin”. Nous parlons encore une dizaines de minutes avant que je vois Ivan s’éloigner sur sa bicyclette électrique.

A Oostkerke-Damme j’essaie de trouver une toilette publique. C’est urgent. Je sonne à trois portes avant que quelqu’un ose dire ‘oui’. Le langage non-verbal en dit souvent long. Une porte entre ouverte, un bout de nez, un œil….la réponse vous pouvez la deviner. Je marche encore durant dix kilomètres avant d’arriver à Bruges (Brugge). Mes pieds sont enflés et demandent du repos. À l’église Saint-Jacques de Bruges je vais chercher un cachet pour dans ma crédential ( le passeport renommé du pèlerin). Le Boléro de Ravel joue en arrière-plan. La musique que j’ai fait jouer l’année dernière à mon arrivée à Compostelle. Un souvenir émouvant.

Middelburg

Sint-Ghislenuskerk, Waarschoot

Half zeven. Mijn wekker. Oh, veel te vroeg. Een zuster komt me halen voor het ochtendgebed. Na het gebed volgt het ontbijt. Het onderwerp aan tafel: Compostela. “Vergeet niet te eten hé!”, meldt zuster An. Ik vertel de zusters hoe ze mij kunnen volgen tijdens de tocht en verwijs hen door naar mijn website. “Debels, rebels maar met een D”, al glimlachend. “Ja, je draagt wel je naam!”, antwoordt zuster Gerd me al lachend. We hebben plezier aan tafel en genieten van het samenzijn. Na het klaarmaken van een picknick start ik mijn dag. Twee kilometer verder een fietser. Ik herken een buurvrouw. Vol ongeloof roepen we naar elkander. Een korte babbel. De weg gaat verder via het Provinciaal Domein ‘Het Leen’. De wind speelt met de bladeren van de bomen, varens en vingerhoedskruid. Het zonlicht danst erdoor en brengt een prachtig ochtendtafereel. Tien kilometer langs het kanaal ‘de Stinker’. Die heeft zijn naam niet gestolen, effectief, op bepaalde plaatsen is de stank zo groot dat ik braakneigingen heb en eraan denk om op mijn stappen terug te keren.

Net over het ‘Van Goghbruggetje’ in Balgerhoeke, een tweede brugje. Ik sta even stil. Ik hoor gepraat. Onder de brug verschijnen plots twee mannen, varend op het water. Benedict en Kristof verwijderen het onkruid op de muur van de brug. Ik vraag hen hulp bij de weg. We wisselen wat woorden uit. “Ik hoop dat je mooi weer zal hebben!”, roept Benedict me toe. “Dank je. Het is altijd mooi weer!”, roep ik terug.

De zon is van de partij. Picknicktijd. Diep in het zakje een Nougatine chocola. Een fijne verrassing, dankjewel zuster An. Rond drie uur ben ik aan de Nederlandse grens. Een kronkelpad doorheen de velden neemt me mee tot in Middelburg. De zoektocht naar een overnachting is hier niet eenvoudig. Aan het derde huis heb ik geluk. Het huis van Patricia en Geert. Patricia maakt een heerlijk avondmaal klaar. Het klikt heel snel en voor we het weten is het al bijna kwart over tien.  Ik breng de nacht door in hun caravan. Dit roept fijne herinneringen op aan de zovele zomers die ik met mijn ouders doorbracht op vakantie op een camping ergens ver in Frankrijk. In dit kleine warme nest val ik in slaap.

GPX Bestand Waarschoot – Middelburg

Middelburg

Six heures trente. Mon réveil. Oh, c’est beaucoup trop tôt. Une sœur vient me chercher pour la prière du matin. Après la prière il y a le petit-déjeuner. À table le sujet de conversation est Compostelle. “N’ oublie pas de manger hein!”, me dit sœur An. J’explique au sœurs comment elles peuvent me suivre durant mon voyage et les guide vers mon site. “Debels, rebels mais avec un D”, leur dis-je en souriant. “Oui, tu portes bien ton nom!”, me répond sœur Gerd, en me souriant à son tour. Nous avons du plaisir à table et partageons la joie d’être ensemble. Après avoir préparée le pique-nique je commence ma journée. Deux kilomètres plus loin un cycliste. Je reconnais une voisine. C’est incroyable…Une brève conversation. Le chemin continue passant par le Domaine Provincial ‘Het Leen’. Le vent fait frémir les feuilles des arbres, les fougères, les digitales. La lumière du soleil danse à travers elles et forme ainsi une magnifique esquisse matinale. Dix kilomètres en longeant le canal ‘de Stinker’(le puant). Il n’a pas volé son nom, car effectivement, à certaines places la puanteur est telle que j’ai envie de vomir et que je pense retourner sur mes pas.

Juste passé le pont de ‘Van Gogh’ à Balgerhoeke un second petit pont. Je m’arrête un instant. J’entends parler. Soudainement, deux hommes apparaissent d’en dessous du pont, navigant sur l’eau. Benedict et Kristof enlèvent les mauvaises herbes des murs du pont. Je leur demande de l’aide pour la route à suivre. Nous échangeons quelques mots. “J’espère que tu auras du beau temps!”, me crie Benedict. Je lui réponds avec un clin-d’œil, “Merci, il fait toujours beau!”

Le soleil est de la partie. C’est l’heure du pique-nique. Au fond du sac, un chocolat nougatine. Une belle surprise, merci sœur An. Vers quinze heures j’arrive à la frontière Néerlandaise. Un sentier sinueux à travers champs me mène jusqu’à Middelburg. La quête d’une nuitée n’est pas simple ici. À la troisième maison j’ai de la chance. La maison de Patricia et Geert. Patricia prépare un délicieux repas du soir. On s’entend bien et avant qu’on s’en rende compte il est déjà vingt-deux heures quinze. Je passe la nuit dans leur caravane. Cela me rappelle plein de bons moments passés, lors des nombreuses vacances avec mes parents, au camping quelque part dans le fin fond de la France. Dans ce petit nid douillet je m’endors.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.

le poème Marie-Hélène

20140611_073320_1_1_1-2J’ai marché sur les chemins

Dans le pas des anciens

J’ai respiré de doux parfums

Ma main dans ta main

Sur ma route, j’ai rencontré

Des frères, des sœurs, des exilés

Qui comme nous avaient choisi

De faire un break dans leur vie…

Ils venaient de toute le pays

la Chine, la Suisse et l’Italie

la Belgique, les Etats Unis

Nous étions tous hors du nid…

Au petit matin la lumière

Venait nous réchauffer le cœur

Je disais souvent des prières

Devant ce tableau enchanteur …

Mon sac à dos pesait bien lourd

Et j’étais parfois fatiguée

Car nous marchions huit heures par jour

Par tous le temps, vers les sommets

Après la France traversée

l’Espagne nous a ouvert les bras

Avec les monts des Pyrénées

Nous avons tous uni nos voix

les belles églises et leur mystère

jalonnaient nos longues journées

Et c’est à l’abri des fougères

Que nous parlions sans nous gêner

Certains racontaient les galères

moment douloureux du passé

Alors enfin c’était la bière

Qui venait nous réconforter

En arrivant à Santiago

la terre promise, l’eldorado

Ce fut le soleil après la pluie

Comme une cerise sur un gâteau

Marie-Hélène (sept. 2014)

Une amie de cœur

De eerste stap

20130729_182219_1_20140201132439573-2

De eerste stap naar Santiago de Compostela! De lichamelijke eerste stap zou april 2014 zijn, welke dag is nog niet gekend. Eigenlijk kwam mijn eerste stap al veel langer.

Deze zomer op mijn terugweg van Portugal naar België, zag ik een buizerd vliegen hoog boven de rotsen. De buizerd daalde om te rusten op een rots. Liudmila, mijn metekind was toen aan mijn zijde. Ik wou dit delen met haar en de buizerd laten zien. Ik parkeerde de wagen langs de weg. Terwijl we stonden te wachten tot de buizerd terug zou gaan vliegen, hoorden we op de achtergrond geklater van stromend water. We draaiden ons om en zagen er een brugje. Beiden nieuwsgierig wat er aan de andere kant van het kabbelend beekje was, kwamen we op een mooie open plaats met een kapel en wat verder zag ik de schelp van Santiago de Compostela. We waren blijkbaar op één van de wegen die leiden naar Compostela. Na een korte pauze keerden we terug naar de wagen. De buizerd zat er nog altijd. Ik dacht we hebben de buizerd niet zien wegvliegen, wel hebben we een mooie plaats ontdekt. We stapten de auto terug in. Kort erna vloog de buizerd weg. Kilometers verderop zien we een andere buizerd, we volgen hem met de wagen. Een oude abdij, een Sint Jacobschelp.