De Bedding

Een grote serre. De muur van de gevel kreatief versiert in pasteltinten en fleurige, elegante lijnen.
Rond mij verschillende tafels en houten stoelen, de één al wat meer doorzeten dan de ander. Een bord ‘fin septembre le bistrot sera définitivement fermé’.
Een lange gang met oude Franse meubels, meubels met een ziel.
Voor mij, twee postbeambten die hun ronde hebben volbracht. Op tafel dampende koffie.

Mijn ronde is wat over de helft voor vandaag. Prémery… De straten zijn leeg. Zes jaar geleden kwam ik hier langs in de andere richting en kon ik er slapen in een caravan. Er waren toen nog weinig commercanten… vandaag kan ik zeggen de stad is ‘bijna dood’… Geen leven te zien in de straten… neen, dit heeft niets te maken met de huidige situatie. Wel wat men door de jaren heen gecreëerd hebben rond ons…

Ik herinner me nog levend, alsof het gisteren was… Een man op de markt in Guerigny – waar ik gisteren sliep-… “Vous savez monsieur ils n’y que une chose qui peut sauvé les villages. C’est que les jeunes osent revenir, créée leurs commerce. 1 boulanger, 1 épicerie, 1 bar tabac. Que les jeunes un jours ou autre peuvent voir que en peut vivre heureux avec moins… De tous cœur j’y crois.” We hadden toen een lang gesprek en nadien kreeg ik onderdak in ‘les Halles du marché’, er bestond toen nog geen Rufuge/gîte Pèlerin.

Ik blijf erin geloven, dat dit terug mag komen. Niet achteruit. Wel naar de eenvoud, in evenwicht met de huidige technologie en niet altijd ‘meer en meer willen’ najagen.
Een paar jongeren heb ik mogen ontmoeten en wisten me te ontroeren. De één was opzoek naar een woning om in de buurt van de Auvergne zijn beroep als bakker uit te oefenen ‘pas de fond de commerce, mais faire les marché. Aller vers les habitants’ en de ander had reeds zijn schort afgegeven in de grote supermarkt waar brood geen kwaliteit meer heeft. In een kelder had hij een oude brood oven. De ruimte was heel klein. Vier jongeren tussen 20 en 28 jaar. De één knede, de ander vulde de bakplaten, de ander haalde de gebakken broodjes van de plaat en bereide de markt voor. De bakker gaat naar de mens. In een ander stuk van de kelder de geite boerderij, met overheerlijke verse Geitenkaas. ‘1 litre de lait pour un petit tomme de chèvre’.
En dan was er de samenwerking.
Een broodje met geitenkaas en daslook.
Mijn hart deed een vreugde sprong en ik deelde mijn wederkerig vreugde met hen. Een warme harmonieuze vreugdevolle energie vulde de ruimte.

Toen ik dit zag voelde ik een sterk verlangen om deze jongeren aan te moedigen. Dit liet me niet meer los, hun moed, doorzetting, kracht, creativiteit… en dat verwerkt in een heerlijk passioneel gemaakt broodje.
Dit kunnen realiseren… Ik wens het vele jongeren toe.

Een paar dagen nadien zag ik op FB het volgende verschijnen vzw. De Bedding van Evi en Matthias.
Hmmm, het sprak me enorm aan. Daar zat alles in wat de laatste jaren sterk naar voren kwam in mijn leven… de natuur, hartgedragenheid, dienstbaarheid, delen, ontvangen, waarderingsprincipe, jongvolwassenen ontmoeten, het groter geheel… een bedding… De Bedding.

Hmm…vanuit een vanzelfsprekendheid nam ik contact met Evi via messenger.
‘… als je nog iemand zoekt voor de ‘De Bedding’…ik hoor het graag en stel me graag voor 🌞, lot of love, Jasmine Marie José 🌞💖’
Oehoe, mezelf voorstellen. Wanneer ik dit nu terug lees… amai, heb ik dit gedurft.

Zonder twijfel… wens ik dit prachtig, waardevol project te steunen.
En al snel kwam alles in een stroomversnelling… alles viel als puzzelstukjes in elkaar… niet enkel wou ik dit project meehelpen dragen er ontstond ook een nieuwe thuisbasis… Een co-housing… in Brakel.

Alles kwam op zijn plaats. Geduld en vertrouwen werd beloond

Wanneer je blijft vertrouwen…
De weg van het Hart bewandeld…
De weg naar puurheid…
Daar groeit iets wonder-baarlijk

In Liefde

Zwalm

 

cof

Het is stil in huis. Ik open de deur van de woonkamer. Iemand komt naar beneden. Rocky. Hij kijkt me argwanend aan. Ik hou rekening met zijn houding en ga voorzichtig met hem om. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken zie ik dat de deur op slot is. Een stoel, een tafel, de keuken. Ik vul mijn dagboek aan in afwachting dat de grootmoeder of Amber ontwaakt. De ouders zijn al vroeg de deur uit. Rocky blijft aan mijn rechterzijde. Wat is het fijn om te voelen dat er nog veel mensen openstaan voor elkander. Waar een volledig vertrouwen van beide kanten aanwezig mag zijn. Wie durft nog zijn deuren te openen wanneer iemand komt aankloppen en vraagt naar een onderdak voor een veilige nacht. Een warm en waardevol gebaar dat men niet enkel schenkt aan de ander, ook zichzelf hiermee goeds kan doen.

Voor ik volledig de weg op ga, even langs de bakker. Ik kom terug op mijn stappen. In de verte hoor ik roepen ‘daaggg Jasmine’, in een deuropening Amber en haar grootmoeder, ze staat met open armen in de lucht te zwaaien. ‘Daag Amber, daaggg’, roep ik terug.

 

 

Linksonder , de Zwalm. Een man tot aan zijn liesen in het water. ‘Goedemorgen. Wat is er hier te vissen?’, vraag ik de visser. ‘Kleine forellekes, deze zijn nog niet zolang te vinden hier.’ We praten nog wat verder en wensen elkander een goede dag.
De weg neemt me verder mee via de oevers van de Zwalm, sluizen en landwegen. De Vlaamse ardennen. Aan de andere kant van de oever een paaldanseres aan het oefenen rond een boomstronk. Hmm, ik waag me niet. Een mode pop.

Mijn grote teen. Een eerste blaar is voelbaar. Om ze minder te voelen en ze niet de kans te geven zich verder te ontwikkelen, hou ik aandachtig rekening met haar. Mijn rugzak wat lichter gemaakt en een rechte houding aannemen. De blaar zelf laat ik zitten, binnen een paar dagen versterkt ze mijn huid voor de komende tijd.
Mijn knieband liet ik achter bij vrienden. Deze was meer een last, dan goeds. Mijn knieschijf moest hierdoor normaal steun krijgen en pijn verlichten, echter bracht het me een omgekeerde beweging. Zonder voelt het veel beter.

img_20180403_2149592009842044167398402.jpg

Ken en Gaby

 

Een wagen met aanhangwagen komt aangereden. Twee mannen stappen uit. De aanhangwagen ligt vol met metalen vierkanten. Het zien er net vangnetten uit. ‘Amai, dat is sportief’, zegt een wat rijpere man. Gaby heet hij. Samen met zijn compagnon Ken vangen ze ratten. We praten wat over de weg. Het al of niet alleen stappen, de voor en nadelen ervan. Of er eenzaamheid is… Eigenlijk ken ik geen eenzaamheid op de weg, er is zoveel te beleven en zoveel ontmoetingen.

De lucht kleurt af en toe donkergrijs. Op een openvlakte kijk ik hoe de lucht continue verandert en lichtstralen tovert aan de horizon. De wind komt is van de partij. Het landschap is open met veel vergezichten. Tegen de vroege vooravond ben ik in Brakel. Een pauze, anders zou ik die wel eens durven vergeten. Wanneer ik de weg terug verder zet kom ik langs een klooster. Een groot Franciscus beeld staat in een nis van een gevel. Ik bel aan. Een zuster opent de deur en laat me binnen. Zuster overste komt erbij… Ik doe mijn verhaal waarom ik aanbelde… Het Franciscus beeld trok mijn aandacht. Ik kon dit niet aan mij voorbij laten gaan op mijn weg naar Assisi. We kijken elkander aan en plots schieten onze woorden te kort. Ze werden overbodig. Een krachtige energie is voelbaar. De zuster geraakt ontroerd. Vocht komt in haar ogen te staan. Een verfrissende douche voor het avondgebed. Het avondmaal. En we eindigen samen de avond in de woonkamer kijkend naar het nieuws en nadien een avondlied.