Lebenslicht

 

Brugge. Een ruime hedendaagse concertzaal. Het podium. Een orkest. Een filmscherm. Een filmconcert. ‘Lebenslicht’ Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe & Clara Pons

Een vrouw, drie mannen, drie generaties. Een verhaal van leven en dood, jong en oud, liefde en afscheid.
‘Wat bevreemdend’ klinkt het in mijn hersenen bij de start. Een beeld horizontaal in twee gedeeld, een spiegeling…een vertikale splitsing… De jonge cinéaste speelt niet enkel met splitsingen in het beeld, ook met tijd. Het is meer dan gewoon maar iets in beeld brengen, doordacht, subtiel… Drie mannen, verschillende personages, verschillende generatie… en toch smelten ze in elkaar en worden de drie één om dan terug op zich te bestaan. Een film in meerdere diepere lagen.

Even ben ik op zoek om het totaliteit in me op te nemen. Kijk ik naar het concert? … naar de film… concert… film… zonder ik het doorheb wordt ik meegezogen in de film. De muziek neemt me mee naar het onbegrijpbare.
Mijn ademhaling veranderd…. tranen rollen zachtjes over mijn wangen.
Mijn lichaam wordt gevuld. Het Goddelijke in mezelf wordt geraakt, mijn Ziel.
Waar liefde op het scherm en podium mij raakt in Liefde.
Nog voor ik het besef zijn we aan het einde.
Iedereen begint te klappen. Ik krijg mijn gekruiste armen niet open. Beeld en muziek blijven verder zijn weg vinden in mijn lijf. Wat diep aanwezig is wens ik nog bij mij te houden. Sprakeloos. Ik kijk al die mensen op het podium aan. Zoveel blijde gezichten… zoveel talent… Ontroerd. Het duurt wat even voor ik zin heb om los te laten.

Op het programma boekje… ‘Hemel op aarde’

 

Verstand

 

Het eindejaar is in zicht en al bijna een maand terug van mijn lange pelgrimstocht.
De eerste twee weken liepen vlot, ook het aanpassen aan de drukte. En gesproken van drukte…de dolle kerstinkopen zijn nu wel compleet het tegenovergestelde van acht maanden te vertoeven in rust en stilte.

De Kerstdagen zijn goed verlopen.
Een gezellig samenzijn met vrienden. Een warm gesprek en een uitwisseling rond wat het brengt om in het Nu te leven en over het bewustzijn. Gelijkgestemden ontmoeten.
Het vredeslicht halen naar brugge samen met een vriendin. Het verdelen. Mensen die het licht kwamen halen bij me thuis.
Een kerstboom opzetten en Kerst vieren in warm gezelschap waar de eenvoud kon en mocht zijn.

 

Op Kerstdag zat ik in een viering. Anders dan in een traditionele viering zaten we allen in een cirkel. Bij de start werd gezamenlijk gezongen. Het raakte me… al die stemmen, verbinding. De schaal met hosties werd doorgegeven, een vrouw nam ze aan en gaf die door aan een kind. Heel spontaan wou het kind ook het brood aannemen. Het mocht niet. Ik zag het kind verwonderd kijken met een vragende blik. Ik schat haar boven de acht jaar. Twee volwassenen die elkander aankeken, wenkbrauwen en schouders optrokken en dan even lachten naar elkaar.
Het brood delen, zou Jezus nu werkelijk een onderscheid gemaakt hebben in leeftijd?
Na de mis ging ik even checken op het net naar de leeftijd en het wanneer van het innemen van het sacrament.
Op een website staat dat kinderen pas na de eerste communie het sacrament kunnen innemen. Op het moment dat het kind tot de jaren van verstand is gekomen. Zit het goddelijke in het verstand?!
Jaren van verstand… sommige zijn in jaartal al veel verder en nog altijd niet tot de jaren van verstand gekomen en toch hebben ze een communie gehad. Er is duidelijk een vergissing in het geschrevene heb ik het idee.

En als ik denk aan Lena- een baby van 1 jaar- die heel goed aantoonde dat ze geen melk meer wou. Haar lichaam zij duidelijk neen en haar hoofd volgde al snel. Haar lichaam gaf duidelijke signalen… als dat niet verstandig is.

 

Louis

Sint-Jacobskerk, Brugge

Met stramme spieren kom ik het bed uit. Ik rek mijn kuiten en wrijf mijn voeten in zodat mijn huid soepel kan blijven. Nadat de rugzak gevuld is, verlaat ik het huisje van Katleen, een vriendin. Het was een warm en blij weerzien.

Net voor ik de stad uit ben, help ik Louis. Om onbekende reden viel hij van zijn fiets. Hij ziet er opgejaagd uit. “Waar moet u heen?”, vraag ik terwijl ik hem mijn fles water geef. “Ik heb examens en ben al te laat”, kijkend naar zijn knie. Wanneer ik aan het stationsplein ben, zie ik Louis terug. “Oh, ik ben nu mijn sleutels verloren”, zegt Louis. “Louis je was deze morgen te laat vertrokken, daarna gevallen en nu je sleutels. Wees voorzichtig en neem je tijd. Het opjagen heeft geen zin meer en moet je er wel heen?” Louis kijkt me aan, geen woorden. We glimlachen allebei.

In het Tillegembos staat een bejaarde man te gluren naar de ingang van een taverne. Hij kijkt regelmatig op zijn uurwerk. Vreemd. Ik keer even terug op mijn passen. Nieuwsgierig. “Goede morgen meneer, bent u iets verloren?”, vraag ik hem. “De taverne gaat pas open om elf uur, binnen een uur”, wijzend naar zijn uurwerk, het is elf uur. Meneer Denis is 86 jaar. Het wordt me duidelijk wanneer meneer Denis zijn verhaal deelt omtrent het niet meer mogen rijden met de wagen wegens beginnende dementie. We spreken wat over het werk en het leven.

Mijn tocht gaat verder. Na de regen van deze nacht staat de natuur er fris bij. De bladeren wiebelen af en toe wanneer een regendruppel zijn weg zoekt. De frisse geuren komen mijn neusvleugels strelen. Aha, mijn vriend de eekhoorn is terug, hij speelt verstoppertje rond een boomstam. In de namiddag kom ik langs de Abdij van Zevenkerke om dan de schaduw te gaan opzoeken in het feeërieke bos van Merkeveld.

Uitgeput kom ik aan in Groenhove, waar ik onmiddellijk wordt opgevangen door zuster Marleen, die me een kamer toont en zorgt voor een avondmaal met soep. Na mijn avondmaal volgt een dagelijks ritueel. Slaapzak openen, zijdezak erin. Kleren klaarleggen voor ’s morgens. Zolen uit de schoenen. De wekker.

GPX Bestand Brugge – Groenhove

Louis

Je sors du lit, les muscles raides. J’étends mes mollets et enduis mes pieds de pommade de façon à tenir la peau souple. Après avoir rempli mon sac à dos je quitte la maison de Katleen, une amie. C’était de chaleureuses retrouvailles.

Juste avant de quitter la ville j’aide Louis. Il est tombé de sa bicyclette pour une raison inconnue. Il a l’air agité. Je lui demande, “Ou vas-tu?”, en lui tendant ma bouteille d’eau. Tout en regardant son genou il me répond, “J’ai des examens et je suis déjà en retard.”

En arrivant à la gare je revois Louis. “Oh, maintenant j’ai perdu mes clés”, dit-il. “Louis, ce matin tu es parti trop tard, puis tu es tombé et maintenant tes clés. Sois prudent et prend ton temps. T’énerver ne sert plus à rien et dois-tu vraiment y aller?” Louis me regarde, sans paroles. Nous sourions tout deux.

Au bois de ‘Tillegem’ un homme d’un certain âge guette l’entrée d’une taverne. Il regarde régulièrement sa montre. Bizarre. Je retourne sur mes pas. Curieuse. “Bonjour monsieur, vous avez perdu quelque chose?” Me montrant sa montre il me dit, “La taverne ouvre à onze heures, dans une heure donc”, il est onze heures. Monsieur Denis à 86 six ans. Je comprends mieux la situation quand Monsieur Denis me raconte son histoire et le fait de ne plus pouvoir conduire une voiture à cause d’une démence précoce. On parle un peu de travail et de la vie.

Mon parcours continue. Avec la pluie de cette nuit la nature est pleine de fraicheur. Les feuilles vacillent de temps à autre lorsqu’une goutte cherche son chemin. Les odeurs fraîches viennent me caresser les narines. Ah, mon ami l’écureuil est de retour. Il joue à cache-cache autour d’un tronc d’arbre. Dans l’après-midi je passe près de l’Abbaye de Zevenkerke pour ensuite aller à la recherche d’un peu d’ombre dans le bois féerique de Merkeveld.

Je suis épuisée quand j’arrive à Groenhove. J’y suis tout de suite accueillie par sœur Marleen, qui me montre ma chambre et me procure un repas du soir et un potage. Après ce repas, le rituel journalier. Ouvrir mon sac de couchage, y mettre le sac en soie. Sortir les semelles intérieures de mes chaussures, préparer les vêtements et mettre le reveil pour le lendemain.

Ivan en zijn hof

Ivan

Ik ontwaak middenin een droom, geen fijn gevoel. Kleine kastjes boven mijn hoofd, een plafond dichtbij. Ah ja, juist, een caravan. Ik ontbijt samen met Patricia. Een half uur nadien nemen we afscheid. Patricia richting haar werk, ik richting Brugge via Lapscheure, Damme.

Van Belgisch naar Nederlands grondgebied en terug, langsheen de velden. Talrijke koeienvlaaien houden me alert. In Lapscheure ga ik binnen in een basisschool en vraag naar het toilet. De kleine kinderen in de klas kijken me met grote ogen aan. Niet alledaags om een vrouw met hoedje, wandelstokken en een grote rugzak te zien op de speelplaats. Ik eet hier ook de picknick. Juffrouw Bernadette trakteert me op een koffie en nodigt me nadien uit in de klas. Speeltijd. Het is juist tijd voor een ‘tuttifrutti’ pauze, fruit eten in plaats van koekjes. Voor ik mijn weg verder zet op vraag van de leerkrachten nog eerst een klasfoto. In de rol van model naar de functie van fotograaf en omgekeerd.

In Hoeke krijg ik de eerste Sint-Jacobskerk te zien en ondertussen wandel ik een deel van de Brugensis. Eén van de officiële pelgrimsroutes doorheen België. Op een bord staat geschreven nog 2474km naar Compostela. Wat verder ontmoet ik Ivan in de Krinkelweg. “Vroeger kwam ik fietsen als coureur. Ik kan dit nu niet meer. Het is sterker dan mezelf en kan het niet laten om terug te komen. Dit mooie landschap, het is als mijnen hof”, vertelt Ivan. We praten nog tien minuten verder, daarna zie ik Ivan op zijn elektrische fiets verdwijnen in de verte.

In Oostkerke-Damme doe ik een poging om een openbaar toilet te vinden. Hoogdringend. Drie keer aanbellen voor iemand ‘ja’ durft te zeggen. Het non-verbale gedrag spreekt soms boekdelen. Een deur op een kier, één neuspuntje, één oog…het antwoord kan je wel raden. Ik wandel nog een tiental kilometer verder voor ik in Brugge aankom. Mijn voeten zijn gezwollen en vragen naar rust. In de Sint-Jacobskerk in Brugge haal ik een stempel voor in mijn credential (het alom bekende pelgrimspaspoort). De Boléro van Ravel speelt op de achtergrond. Het lied dat ik vorig jaar liet afspelen bij mijn aankomst in Compostela. Een ontroerende herinnering.

GPX Bestand Middelburg – Brugge

Ivan et son jardin

Je m’éveille en plein milieu d’un rêve, sensation désagréable. Une petite armoire au-dessus de ma tête, un plafond très bas. Ah oui je suis dans une caravane. Je prends le petit déjeuner en compagnie de Patricia. Une demi-heure plus tard on se dit au revoir. Patricia part vers son travail, moi direction Bruges (Brugge) par Lapscheure, Damme.

Du territoire Belge en territoire Néerlandais et en sens inverse, à travers champs. De nombreuses bouses de vache me tiennent alerte. A Lapscheure je rentre dans une école primaire et demande après les toilettes. Les petits enfants qui sont en classe, me regardent avec de grands yeux. Pas courant de voir une femme, avec un chapeau, des bâtons de marche et un grand sac à dos dans la cour. Je prends aussi mon pique-nique ici. Mme Bernadette me paie un café et m’invite après dans sa classe. Récréation. C’est le moment pour une pause ‘tuttifrutti’, manger des fruits au lieu des biscuits. Avant de continuer mon chemin, et sur la demande des instituteurs, d’abord une photo de classe. Dans le rôle de modèle et en tant que photographe.

A Hoeke je rencontre la première église Saint-Jacques tout en marchant une partie de la Brugensis. Une des routes officielles de pèlerinage à travers la Belgique. Un panneau indique 2474 km jusqu’à Compostelle. Un peu plus loin, je rencontre Ivan sur le ‘Krinkelweg’. “Avant je venais faire du vélo ici en tant que coureur. Maintenant je ne sais plus le faire. Mais c’est plus fort que moi, je ne peux m’empêcher de revenir. Tous ses beaux paysages, c’est comme mon jardin”. Nous parlons encore une dizaines de minutes avant que je vois Ivan s’éloigner sur sa bicyclette électrique.

A Oostkerke-Damme j’essaie de trouver une toilette publique. C’est urgent. Je sonne à trois portes avant que quelqu’un ose dire ‘oui’. Le langage non-verbal en dit souvent long. Une porte entre ouverte, un bout de nez, un œil….la réponse vous pouvez la deviner. Je marche encore durant dix kilomètres avant d’arriver à Bruges (Brugge). Mes pieds sont enflés et demandent du repos. À l’église Saint-Jacques de Bruges je vais chercher un cachet pour dans ma crédential ( le passeport renommé du pèlerin). Le Boléro de Ravel joue en arrière-plan. La musique que j’ai fait jouer l’année dernière à mon arrivée à Compostelle. Un souvenir émouvant.