Leffe

Abdij Maredsous

Abdij Maredsous

7 april – 5u30 mijn wekker gaat af.  Na een half uur stap ik met Brigitte de deur uit. Vorst, ik kleed me goed aan.  Het is nog donker, het dorp slaapt nog. Ik geniet van de stilte. Ik voel dat ik nog niet volledig één ben met de weg. Voor Charleroi rij ik terug een weg langs het water. De wegen rond een groot stad zijn niet altijd het mooiste. Zwerfvuil, afschuwelijke slecht onderhouden fabrieksterreinen, onaangename geuren. Ik laat het voor wat het is en geniet van de andere kant, het water.  Na Charleroi geniet ik van een fietsvriendelijke weg (Ravel- genaamd). Af en toe verlaat ik deze voor een dorpje. Een rustpauze en bezoek aan de Abdij van Maredsous. De zon brengt warmte. Terug de fiets op richting het Abdij van Leffe ( hmm, neeneen. Ik drink niet 😉 ) In Anhee kom ik langs de Maas. Aan de andere kant herken ik een huis waar ik Geoffroy vorig jaar heb ontmoet (Pomme de Geoffroy). Een kilometer verder steek ik de Meuse over. Ik twijfel. Ik volg mijn gevoel en ga een 1 km terug om even een goede dag te zeggen.  Een fijn weerzien.  Na een limonade, een babbel rij ik tot het Abdij van Leffe waar Père Bruno me met open armen ontvangt. Na de vespers, een avondmaal met 6 studenten ga ik mijn tweede nacht in op een serene plaats.

Abdij van Leffe

Abdij van Leffe

Speelvogel

pélerins

6 april 2015 – Tussen twee opleidingsmodules neem ik terug de weg van Compostela.  Heen en terug Vézelay.  Eigenlijk was het voorzien om te voet heen/terug Reims te wandelen. Dankzij de nieuwe eigenaar van mijn plooifiets (lees ‘gestolen) werd een andere fiets noodzakelijk. Net voor de winkel stond een fiets. Een groepje kinderen van 5 jaar wandelde er langs. De fiets viel. De leerkracht bleef een woorden vloed van mistevredenheid aan het adres van een kleuter sturen. Zonder woorden stapte ik naar de fiets, zet mijn tas op de grond, neemt de fiets vast en plaatst hem terug. Ik neem mijn gerief terug. Draai me om, kijk naar de kleuter. We kijken elkander aan. Ik trek een knipoog met een glimlach. Zijn gezichtje veranderd. Ik stap verder. Boven in de lucht, een roofvogel. Het is ok en voelde dat het juist was. In 10 min. kocht ik mijn fiets. Reims werd Vézelay,  te voet werd per fiets. De buizerd was ooit het begin verhaal van de weg naar Compostela.  Hij is er terug. Vézelay ik heb het je beloofd. Ik kom eraan.
Met regen start ik mijn tocht, pas rond 16u30 klaart het op.  De zon komt stilletjes aan te voorschijn, het voelt goed. Oef. Was het eventjes kwijt, het zonnetje in mij. Ik blijf langs het water rijden tot ter hoogte van Seneffe. Het eerste dorpje Manage. Een vrouw veegt haar stoep. Ik spreek haar aan en binnen de 10 min. staat mijn fiets in het salon van Brigitte waar ik in de zetel zal overnachten naast de fiets. De avond eindigt met een babbel en een Paasmaandag maal. Vandaag zag ik het woord ‘speelvogel’, waar is deze gebleven. Waar verstop je je? Met deze gedachte probeer ik contact te maken met mijn hart en val in slaap.

le poème Marie-Hélène

20140611_073320_1_1_1-2J’ai marché sur les chemins

Dans le pas des anciens

J’ai respiré de doux parfums

Ma main dans ta main

Sur ma route, j’ai rencontré

Des frères, des sœurs, des exilés

Qui comme nous avaient choisi

De faire un break dans leur vie…

Ils venaient de toute le pays

la Chine, la Suisse et l’Italie

la Belgique, les Etats Unis

Nous étions tous hors du nid…

Au petit matin la lumière

Venait nous réchauffer le cœur

Je disais souvent des prières

Devant ce tableau enchanteur …

Mon sac à dos pesait bien lourd

Et j’étais parfois fatiguée

Car nous marchions huit heures par jour

Par tous le temps, vers les sommets

Après la France traversée

l’Espagne nous a ouvert les bras

Avec les monts des Pyrénées

Nous avons tous uni nos voix

les belles églises et leur mystère

jalonnaient nos longues journées

Et c’est à l’abri des fougères

Que nous parlions sans nous gêner

Certains racontaient les galères

moment douloureux du passé

Alors enfin c’était la bière

Qui venait nous réconforter

En arrivant à Santiago

la terre promise, l’eldorado

Ce fut le soleil après la pluie

Comme une cerise sur un gâteau

Marie-Hélène (sept. 2014)

Une amie de cœur

Magneet

image

27 april – Ik daal het dorp Vézelay af en volg de nieuwe bewegwijzering ‘La Voie de Vézelay’ via de Lemovicencis. De bewegwijzering gebeurd op regelmatige afstanden. Sedert ik vertrokken ben van Vézelay is er iets die als een magneet trekt in mijn rug. Ik blijf stil staan, en probeer te voelen wat er gaande is. Ik kijk achter mij. Vézelay is steeds zichtbaar en aanwezig in de rug. Ik adem diep in en uit. Dit gebeurt zo een paar keer. Het is vervelend.Tot wanneer ik in de late namiddag nogmaals voel trekken in de rug. Ik sta stil, adem diep in, draai me terug om, de Basilique, nog steeds zichtbaar,staat in een vol zonlicht te schijnen. Ik wordt me bewust van iets ‘Jij bent het, jij bent het die trekt in mijn rug’  het is de basilique zelf die de magneet is. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik wordt ambetant. ‘Wat moet ik nu doen?’ verder luidop sprekend tussen de grasvelden. Ik stel me de vraag , moet ik nu terug gaan op mijn stappen! Ik spreek haar terug aan ‘ Je te promèt , je revient, mes maintenant je dois d’abord finir ce chemin jusque a Compostelle’, vertel ik tegen een Basilique. Het is beloofd. Hmmm, ik kijk rond mij, niemand te zien. Pas vanaf dit bewustzijn verdwijnt de magneet en komt niet meer terug. Na uren wandelen hoop ik iets tegen te komen waar ik me kan neerzetten en iets warm kan drinken. Een bos uit gewandeld sta ik voor een groot kasteel/boerderij. In de voortuin een R4 waarop vermeld staat boulangerie-patisserie. Ik kijk nog even goed rond me. Heb ik wel juist gezien! Al uren geen mensen of winkels gezien, en hier staat nu een bakker. Als ze me zouden zeggen dat ik me in een sprookje bevindt dan zou ik het nog geloven. Een aardbeien taartje…hmmm. 14 uur het weer veranderd, slecht weer op komst. Mijn benen beginnen moe te worden. Ik stop in Neuffontaines waar ik mag logeren bij de plaatselijke pottenbakker. Ik krijg een plaatsje in hun atelier. Terwijl het atelier een grondige schoonmaak beurt krijgt om er mij te laten overnachten (lief hé), help ik het brandhout naar binnen te dragen. Met een heerlijke groenten maaltijd en pruimen crumbl eindigen we samen onze avond. Nog voor het slapen gaan geniet ik van een ecologisch toilet met zicht op een kapel.

De zegening

image

26 april – Om 08:00 ga ik naar Sainte Marie-Madeleine voor een viering samen met de broeders en zusters van de Fraternités Monastiques de Jérusalem. Een moment waar de aanwezige pelgrims een zegening ontvangen. De vieringen zijn een oase van vrede en rust. In alle eenvoud en schoonheid laat ik deze viering tot mij komen. Op het einde van de viering worden alle pelgrims naar voor geroepen om de zegening te ontvangen. Ingetogen en zelfverzekerd ga ik naar voor. Ik ontvang het gebed van de zegening en van Sainte Marie-Madeleine. Ik draai me om. Een broeder maakt me attent dat ik verder naar voor mag tot aan het altaar. Rechts van me de broeders, links de zusters. De pelgrims bleven achter me staan. Naast me begon de zang. Plots bevind ik me in een vol en intens klankbad. Gedragen door de aanwezige energie, wordt de beleving zo intens dat de ene traan na de andere zijn weg naar vrijheid zoekt. Voor mij Maria in een zacht noorderlijk licht. Boven mij komt de zon via een glasraam schijnen op het altaar. Als een engel die neerdaalt. Wat velen niet kunnen vatten of afwijzen, mag ik met eigen ogen dit gebeuren waarnemen en met gans mijn lichaam gewaarworden. Na de pelgrimszegen draai ik me om en stel me de vraag of de andere pelgrims hebben gezien wat ik zag. Twee pelgrims kijken me vragend aan… ik had het begrepen, ook zij hebben hetzelfde ervaren… De andere vier pelgrims hebben niets gezien of gewaar geworden. We pakken elkander vast en geven een stevige knuffel zonder woorden. We wisten het! Ik blijf nog een dagje op deze heuvel om alles nog wat dieper tot mij te laten komen.
Na de viering wandel ik het dorp naar beneden, post wacht op me. Ik kijk ernaar uit. Met vreugde doe ik mijn omslagen open.
Ik zit nu in de keuken van Centre de Sainte Madeleine in ‘la salle Saint Jacques’. Het regent, een roze roos aan het venster in volle bloei.

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Hebben

DSCF5224

Bosanemoon

24 april – Vanuit Cravant is er onmiddellijk een stevige klim doorheen het bos. De smalle weg voelt voor mij wat beangstigend aan. De dichte begroeiing rondom en boven mij geven mij een beklemmend gevoel. Rechts, noch links is een uitweg. Spinnenwebben komen op me kleven. Kleven hmmm. Ik hou niet van iets die kleeft. Ik sluit even mijn ogen en adem diep in en uit. Ik ontwar mij uit dit kluwen en kom na één uur uit het op een open veld. Wat verder kom ik terug Kees en zijn vrouw tegen. De drukte van het kontakt stelt me ook hier op de proef. Niet eenvoudig! Het lukt wel. De bosanemonen hebben plaats gemaakt voor de Orchideeën,  Viola Odorata en de Epimedium. Het onderwerp materie is aan de orde. “Ik heb nog geen tv gemist” hoor ik plots. “Wat we hier voor ons hebben is veel mooier dan de beeldbuis” voeg ik eraan toe. We staan voor een veld van Maagdenpalm. “Meer moet dit niet zijn”meld ik terwijl ik het veld aankijk. Waarop Kees antwoord “Dit zouden we moeten kunnen meenemen in onze tuin”. Ik sta verbaast te kijken. “Hebben, waarom willen hebben. We hebben twee ogen. Kijk en laat deze schoonheid tot je binnenkomen. Neem het in je hart. Dit is toch veel meer dan willen hebben”, deel ik mee.
We blijven wandelen tot 14u30. Tot in een dorpje waar ik om drinkwater vraag. De mensen vragen ons tot waar we nog wandelen.  “Saint Moré”.  “Saint Moré,  mes vous avez déja passer”. Ik begrijp er niets meer van. Ik probeer ook niet verder te begrijpen.  We zijn in Le Jarrie. Mijn namiddag en avond zijn verder gevuld met het helpen van jongeren en het zien van kinderen die stage circus artiest volgen. Ik kreeg een nacht aangeboden in een jongeren centrum. ’s Avonds mag ik met hen aan tafel en bekijk ik nog een optreden van hen.

image

Vertrouwen

Refuge Chablis

Refuge Chablis

23 april – Vandaag een zonnige warme dag. Een dag waar ik plots met vijf pelgrims op stap ben. Onderwerpen langs de weg: de geschiedenis van Frankrijk, Nederlandse bieren ( neen, neen geen Belgische) en natuurlijk Franse wijnen. Hoe kan het anders in de streek van de Chablis. Om 15 uur kom ik aan in Cravant. Aan het begin een waterloopje, lavoir… Mijn schoenen gaan uit en sta heel snel met mijn benen in het water, ohhh dat doet goed. Mijn voeten zijn hier super tevreden mee.
Richting het gemeentehuis en vragen om een pelgrim plaats. Niets. Allé, wel iets alleen was het duidelijk dat pelgrims hier geen plaats hebben in de gemeente.  Ik wandel  het dorp door. Een dorp met gezellige hoekjes. Recht over een fontein ga ik op een terras zitten.  Ik blijf er een ganse namiddag zitten. Ik geniet ondertussen van de zon en de fijne gesprekken. 17 uur komt er mij plots iemand vragen ” Vous avez déja un endroit pour dormir”? “Euh, non…. Op de juiste plaats, op het juiste moment. Vertrouwen.