Saint-Cyr-les-Colons

Ik draai het vensterluik open… Kijk in de lucht, grijs en regen. Ik maak me spullen klaar, open mijn paraplu en vertrek richting de kapper.

Een jonge dame komt naar me toe en geeft me een kapstok. Ik hang er mijn regenvest op en plaats mijn rugzak ergens onder de toonbank.
Met een hip schortje neem ik plaats in de zetel. De jonge dame deelt iets over het oortje van haar dochter
Ik weet niet waarom ik voel dat ik iets met haar mag delen. “excusés moi, j’ai un peut suivi votre partage. C’est l’oreille gauche ou droite ? elle c’est blessé ?” “Oui, elle c’est percé le tympan il y un peu plus que un an. Maintenant le tympan est déjà guéri, mes elle n’arrête pas d’aller dans son oreille. C’est son oreille gauche.” “il y a une chose qui vient à travers moi que je sens que je doit vous partager. Gauche, que veut elle pas entendre, qu’est ce que elle refoule en elle… Comment est votre contact?” “Oh, en est très relié l’un à l’autre.” ” Elle vient de perdre quelqu’un ?” ” Oui, sa grand mère. Un peut plus que un ans. Et cela fait un bon bout de temps que en va chez le docteur pour son oreille et que le problème continue” “Et comment étais le rapport entre toi et ta maman?” Oh, ma mère est en moi. “… . Ze deelt me verder het verhaal… “Cherchez un peut cette direction. Tous pourez bien s’expliquer et ne vous inquiètes pas, le problème a sont oreille pourrais bien se résoudre après.”…
Wanneer ik voor de spiegel mag plaats nemen, zeg ik “tient pourquoi je vous est partagé tous cela. Je me souvient même plus pourquoi ou comment sur quoi notre conversation a débuté.” Hmm, en ook al weet ik niet meer van het waarom, een vol vertrouwen is aanwezig in dat wat ik gedeeld heb, ok is.

In de verte zie ik de mensen in de wijngaarden hun doodhout opbranden. Hier en daar staan kacheltjes tussen de wijnranken.
Ondertussen is de regen verdwenen en geniet ik van de dans tussen de zon en de dreigende wolken.

In een volgend dorpje komt de geur van de openhaard me tegemoet, het brandend hout mengt zich met de eerste bloeiende hyacinten. Een koekoek is hoorbaar op de achtergrond. Een man ledigt zijn emmer.
De groene bladeren van de tulpen en irissen zijn al goed zichtbaar, nu nog de bloemen.

Vroeg in de namiddag stap ik het gemeentehuis binnen van Saint-Cyr-les-Colons. Ik vraag of ik me even mag warmen in hun gîte municipale. Het onthaal is zo warm hartig dat ik beslis om er te blijven overnachten. Het weinig contact die we nog hebben is zo vreugdevol.
De vrouw toont mij de gîte, legt de verwarmingen aan en kijkt of er iets is als koffie of thee. Geeft me de sleutel, en verdwijnt terug achter haar bureau.

Ik lees wat reacties op mijn pagina, speel blokfluit en geniet van een heerlijke warme douche terwijl mijn was in de wasmachine aan het draaien is… tot ik plots in het donker sta in de douche… Hmm,. Op de tast zoek ik de rest van mijn kleren, niet veel, want de rest zit in de machine. Ik kijk even op straat, alle lichten branden nog. Ohoh… bij het zoeken naar de oorzaak, constateer ik dat de wasmachine de oorzaak is. Ik probeer even het omgekeerde, zet alle verwarmingen, koelkast uit. Tevergeefs.
Mijn was zit vast.
Ik bel een nummer. Een lieve vrouw zal bellen naar de burgemeester…
In een mum van tijd staat de burgemeester, de vrouw naar wie ik belde en een vakman in het huisje.
Terwijl ik op een krukje zit, zie ik een heen en weer geloop van de wasmachine naar de electriciteit kast. “En a un problème, votre linge est bloqué à l’intérieur.” “Oh, bhein ça, hihi, heureusement que je n’avez pas mi tous dedans. J’aurai étais bien ici.”
De spanning verdwijnt in de ruimte.
Finaal breekt men de deur open. Verdwijnt de burgemeester met mijn was, komt ze even terug met ‘un pâte de canard, deux œufs frais, un bout de pain et un dessert’. Later op de avond brengt ze mijn gewassen kledij terug en droog ik ze in de droogkast.
En zo werd mijn avond gevuld met fijne mensen, werd er gelachen mits de situatie.
Hoe fijn is dat stoppen waar het goed voelt, luisteren naar wat het leven je brengt en hierin keuzes maken.
Dankjewel wasmachine, hihi, je vulde onze avond met lachen, ook al wou je langer snoepen van mijn was.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Pierrette

Tonnerre

Ik verlaat het huis waar ik een nachtje mocht doorbrengen, ‘Une Maison pour femme victime de violence’ en breng de sleutel terug naar het gemeentehuis.
De straten zijn leeg. Op vele plaatsen hangt ergens aan een venster ‘À Vendre’. Een bloemenwinkel. Even binnen… ik kom buiten met twee roosjes met een kleurrijk raffia lint.

Het gemeentehuis van Tonnerre. “S’il vous plaît madame et merci pour votre aide hier soir et votre collègue ou puis je la trouvé…ah, je la vois”, en ik geef de andere roos aan de dame die doorheen het paperassen en protocol me naar het huis bracht nadat l’hébergement du presbytère weigerde te openen.
“Oh, mes c’est gentil. Ils fallait pas.” “C’est avec un grand plaisir et le plaisir de vous faire plaisir me fait plaisir.” Ik verlaat het gemeentehuis, in vreugde en fris voor een nieuwe dag.

Naar de bakker. Hmm, welkeen. Twee bakkers naast elkaar.
“Bonjour madame, je crois que c’est la première fois que je vois deux boulangerie l’un à côté de l’autre. Vous êtes la même maison ?” “Nonnon, en est deux boulangerie séparé. Cela a toujours étais comme cela. Depuis bien longtemps. Et cela ce passe bien, il n’y a j’amais u de guerre entre les deux”, weet de vrouw me te vertellen. Ondertussen bestel ik me ‘une Gougere’, dit is een soezendeeg met kaas erin. Terwijl ik betaal zeg ik, ” Bhein, C’est bien de entendre cela. Faire une porte entre les deux dans le mur, ce serait bien, non!” “A non, faut pas exagéré”, zegt de vrouw voor ik de winkel verlaat.

Tonnerre is een stad die mij niet echt aantrekt, de stad voelt wat somber aan. Donkere verborgen steegjes. Smalle doorgangen… en op veel plaatsen… sluikstort.

Ik neem een trap die me naar een heuvel zal brengen en kom op een open plein terecht. Ik kijk wat rond en zie dat onder mijn voeten, verborgen onder het nieuwe plein, een crypte aanwezig is. Helaas, gesloten. Ik draai rond op het plein, het doet me denken aan mijn eerste handwerk op school. Een rij smalle pitoreske huisjes in kruisjessteken.

Ik wandel langs wijnranken, de ene heuvel na de ander. In de verte zie ik daken, ik nader een dorp. Ik zoek de kerktoren.. plots zie ik dat de kleur van de kerktoren zich heeft vermengd met de natuur…verborgen.

Het dorpje Collan ligt in een diepte. Ik moet dringend naar het kleinste vertrek. Hmm, midden in een dorp is dit niet echt handig. Ik klop aan, “Bonjour madame, je cherche un endroit dans le village où je pourrais aller au toilet et me mettre un peut au chaud pendant que je mange”. “Aller à la salle municipale, le maire viendras vous ouvrir.” Ik ga tot aan de feestzaal, na een academisch kwartiertje en vooral voor mijn darmen die wat ongeduldig zijn, ga ik terug naar de vrouw. Met de telefoon in de hand, laat de vrouw me bij haar thuis binnen. We zetten beiden een masker op. Ik hoor dat ze nog aan de telefoon is met de burgemeester.
Uiteindelijk kan ik bij Pierrette wat uitrusten. Ze doet het verhaal van haar pas overleden broer, die gisteren werd begraven. We eten samen, zij in de zetel, ik aan tafel…Na haar warm knus huisje te hebben getoond, een koffie te hebben gedronken is het tijd om terug verder te trekken… Ik plaats mijn handen samen, kijk Pierrette aan en buig terwijl ik de Namaste groet doe. Ze gooit me nog een handkus… Ik hoor haar deur sluiten.

Ik verlaat dit aangenaam dorp en zie het al snel verdwijnen in het dal. Alsof het opgeslorpt is door de omliggende heuvels.
Mijn avond eindigt in Chablis.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Meidoorn

Meidoorn

Meidoorn

13 april 2015 – Witte bonen als  ontbijt. 🙂
Op ‘la petite Vienne’ (een wandel en fiets weg om Troyes rustig te verlaten), op een bankje, Joce.
Joce is de vrouw die me vorig op Pasen uitnodigde aan tafel om in familie het Paasmaal te delen.
We zitten wat bij te praten, na een korte pauze rij ik verder. Het is warm. Af en toe hoor en zie ik roofvogels. Telkens voel ik een blijheid wanneer ik ze zie.
De bloeiende meidoorns vormen lange natuurlijke hagen langs de weg. De meidoorn dankt de zon door op haar beurt haar frisse geur vrij te laten in de natuur. Ik rij Sommeval uit. Een lange weg die op en neer gaat. Ik waag me op de roetsjbaan.  Mijn handen stevig op mijn stuur. Mijn benen gestrekt en voeten van de pedalen, laat ik me de ene helling na de andere af glijden. De wind blaast langs mijn oren. Het is genieten.
Ik denk aan de vele afdalingen die ik al nam. Hi, het kan niet anders ik daal ook de kaart af 😉 , vandaag richting Chablis. De refuge, ik klop aan. Een pelgrim doet open, Gertjan. De hospitaliére is nergens te vinden. Een verfrissende douche.  Een visgerecht om de vingers af te likken in ‘Le bistrot des grands crus’ au prix des petits 😉 . Wanneer ik terug wandel naar de refuge met Gertjan staan we plots voor een gesloten deur. Een onaangename ontvangst, door een wantrouwen van een hospitaliére. Ik laat het niet aan mijn hart komen en ga een goede nachtrust tegemoet.

Refuge - Chablis

Refuge – Chablis

Vertrouwen

Refuge Chablis

Refuge Chablis

23 april – Vandaag een zonnige warme dag. Een dag waar ik plots met vijf pelgrims op stap ben. Onderwerpen langs de weg: de geschiedenis van Frankrijk, Nederlandse bieren ( neen, neen geen Belgische) en natuurlijk Franse wijnen. Hoe kan het anders in de streek van de Chablis. Om 15 uur kom ik aan in Cravant. Aan het begin een waterloopje, lavoir… Mijn schoenen gaan uit en sta heel snel met mijn benen in het water, ohhh dat doet goed. Mijn voeten zijn hier super tevreden mee.
Richting het gemeentehuis en vragen om een pelgrim plaats. Niets. Allé, wel iets alleen was het duidelijk dat pelgrims hier geen plaats hebben in de gemeente.  Ik wandel  het dorp door. Een dorp met gezellige hoekjes. Recht over een fontein ga ik op een terras zitten.  Ik blijf er een ganse namiddag zitten. Ik geniet ondertussen van de zon en de fijne gesprekken. 17 uur komt er mij plots iemand vragen ” Vous avez déja un endroit pour dormir”? “Euh, non…. Op de juiste plaats, op het juiste moment. Vertrouwen.

Een fossiel

Bernouil

Bernouil

22 april – Een onrustige nacht. 08:00 terug op weg. Ik geniet van de verschillende geuren die extra tot hun recht komen na de regenbui van gisteren. ‘Le Canal de Haute Seine’ maakt plaats voor ‘Le Canal de Bourgogne’. Ik wandel een klein charmant dorpje binnen. Voor mij op de weg vele steentjes. Met 10 kg op de rug buig ik me voorover voor een steentje. Waarom dit ene steentje weet ik niet! Ik neem het in de hand. Een fossiel.  Ik bekijk het, nog eens en nog eens. Het is niet zomaar een fossiel.  Het is er eentje in de vorm van een Sint-Jakobsschelp.  Gevonden op enkele voetstappen van de kerk Saint-Jacques-le-Majeur in Bernouil. Een bijzondere kerk gebouwd tussen 1634 en 1643 in de vorm van een klavertje vier. In de straat van St. Jacques. Voor mij een pelgrim. Het kleine puntje in de verte wordt alsmaar groter. Na een eindje wandelen we naast elkaar. Rob is zijn naam. Mijn dag eindigt in Chablis. Waar ik heel snel plaats neem op een terras,  schoenen uit, iets fris. Oef…. ’s Avonds overnacht ik in een gebouw die vroeger dienst deed als seminarie, school. Vandaag worden er pelgrims opgevangen. De tijd bleef er stilstaan. Ook voor de bedden 😉 Ik voel me net op internaat.

Refuge Pelerin-Chablis

Refuge Pelerin-Chablis