Patrice

Promenade de Feÿr, Château de Feÿr

Le Chemin des Pèlerins en de GR 125 brengen me via ‘Le Tour de Monsieur Sax’, een pavillioen richting de Maas die ik zal blijven volgen tot in Hermeton-sur-Meuse.
Hoewel ik hier nu reeds voor de 3de keer langskom, telkens ziet het er anders uit en geniet ik van de prachtige natuur langs de Maas.
Door dichtbij en me zoveel mogelijk in de natuur te begeven voelt het me soms zo vreemd om mensen met een mondmasker te zien.

Het is de eerste keer dat ik een pelgrimsweg wandel op vijfvingerschoenen en barefoot sandalen. Hoewel mijn voeten terug wat moeten wennen aan de afstand, voelen beide schoeisel zalig aan. Een vrij en veilig gevoel. Wat fijn ook om met mijn voeten de stenen, grond van zo dichtbij te kunnen gewaarworden. En een ander voordeel is hoe ik me er op een vloeiende en stille manier mij kan door de natuur voort bewegen.
Een ijsvogel vliegt razendsnel over het water. Mijn lievelingstuk is, la promenade des Feÿr, waar men het evenwicht niet mag verliezen anders ligt men al snel wat lager…. in het water.
Ik geniet van het zien hoe de klimmers de vele rotsen trotseren. Een organisatie maakt de klimwanden klaar, vrij maken van mossen en jonge planten.
Vissers dobberen op een half bootje op het water. Aan hun voeten dragen ze zwemvliezen en lange caoutchouc botten.

De twee dagen achter me, voelen aan alsof er geen maanden tussen 2 pelgrimstochten zijn geweest. Al heel snel voel ik me één met de weg….
Een ijzige wind is voelbaar. Vliegen zitten te zonnebaden op de Achillea.

In Haziere laat de vriendelijke dame in de bakkerij me toe haar toilet te gebruiken. Haar theesalon is nog dicht, wat kijk ik uit naar de momenten waar ik zal kunnen uitrusten bij een heerlijke kop koffie en er mijn dagverhaal zal kunnen schrijven.

Deze keer heb ik het geluk om de Romeinse kerk van Hastiere te bezoeken. Bijzondere geschriften werden hier terug gevonden in de crypte.

De laatste kilometers wegen wat zwaar. Mijn voeten zijn aan rust toe. Plots verschijnt een man op mijn linkerkant. 2 wandelstokken, een klein rugzakje, een baard. Zijn delen en onze uitwisseling doet me wat denken aan mijn vader. Actief in de vereniging voor pelgrims naar Compostela, vraag ik hem of hij een plaatsje zou vrij hebben voor de nacht.
“oh, mes ma maison est un chantier. Rien est prêt pour accueillir… Mes vient en trouvera bien quelque chose. Tussen verhuisdozen, werkmateriaal, en zijn kunstwerken maakt Patrice een plaatsje vrij in een stacaravan.

Een stukje wild natuur, 3 kleine houten huisjes verscholen in een wijk op een hoogte, uitkijkend op de Maas.
” Bhein, je suis tous troublé de t’avoir ici. Je vient juste de finir ma coupolle dans le toit. Je voulez amener la lumière à l’intérieur. Car c’était trop sombre. Je n’avez pas le moral aujourd’hui. Mes je senti que je devais faire ma promenade, mon chemin, porter mon pain chez mon docteur et voilà que je te rencontre. Et depuis que je t’es vue voilà que j’ai retrouver le moral. Qu’est ce qui ce passe ? Que vient me raconter cette rencontre. Tu est la première personne que je l’aise entrer “, vertelt de Patrice. We vinden elkander al heel snel op dezelfde golflengte.

Nog voor het slapen gaan trek ik Aboriginals kaarten… Hmm.. (glimlach)

Merci Patrice pour avoir ouvert ta porte 🙏

Haziere

De lijster

Yvoir

La Meuze/de maas

4u30….een alarm… Euh… Baf…zo fel in één keer… Wakkerrrr wo— ordennn, komt de lijster me vertellen…. Wat een schoonheid en zo een répertoire
Ik dommel terug in. Mijn laagjes slaapzak houd me heerlijk warm.

Mijn natuurlijke klok… Ik rek me uit en kijk door het klein venster achter me. Grijs met een beetje blauw. Een nieuwe dag. Voorzichtig plaats ik mijn voet op de eerste trede van de lader. Zes jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik dit ooit zou kunnen verwezenlijken… slapen in alle rust zonder angst op een hooizolder, midden waar ongedierte en knaagdieren zijn.

Richting het centrum van Yvoir. Een bakker. Hmm, just… geen café open. Voor ik volledig mijn dag start gebruik ik nog even de toiletten in het gemeentehuis, want niets is zo vervelend om naar het toilet te moeten in de regen.
Aan de balie vraag ik een pelgrims stempel voor in mijn zelfgemaakte credential (pelgrims paspoort). “oef, ou l’ai je mis. Je l’ai mis de côté aux début du confinement….Tu est la première pèlerine qui passe”, weet de vrouw me te vertellen.

Een druppel hier, een druppel daar…. het begint onophoudelijk te regenen en hoewel mijn voeten al snel doorweekt zijn, mijn sjort kletsnat, het hindert me mee niet, het zou me pas beginnen hinderen als ik me zou focussen op wat het tegenovergestelde is… zon en warmte… Echter het is water, water die de bodem voed wat de natuur dringend nodig heeft. Onder de paraplu wandel ik langs de Maas richting Dinant om daar straks aan te kloppen bij de broeders van Leffe. Ik besef dat door de lockdown situatie ik er niet zal kunnen overnachten. Ik zie wel.

Langs de Maas vind ik een briefje met een steen erop ‘Jésus-Christ est le chemin, la vérité et la vie lisez…. Een steen bedekt het einde van de zin.

De abdij van Leffe is in zicht. Ik bel aan. Geen antwoord. Ik ga via de achterkant en klop aan de keukendeur. Een van de broeders doet open. Een gekend gezicht. Ik vraag of ze mij onderdak kunnen geven voor één nacht. “oh, cela nous donne du travaille pour le linge et le nettoyage”, vermeld de broeder. “c’est pas grave… j’ai mon sac de couchage et je vais faire l’entretien. Comme cela vous n’avez pas de travail.”… “Tu sait, les frères en est âge et en a un peut peur”. “Je comprends mon frère, ne vous inquiètes pas, je prendrez pas de contacte avec vous”, wetend dat de pelgrims zaal los van de broeders hun woning is. “Vous êtes une vrai pèlerine”, deelt hij met een glimlach, “tu sait en fait avec, avec les restaurant et café”. “Oh ça c’est dommage”. Er is een stilte… “Tempi… Je vous souhaite encore une bonne soirée et à une autre fois”, het was fijn geweest hier een nacht te mogen vertoeven. Helaas.

Dankzij de vrouw aan de balie van het gemeentehuis mag ik overnachten in de jeugdherberg, die zich aan het klaarstomen is voor de jeugdbewegingen.

Collegiale kerk Onze-Lieve-Vrouw van Dinant/ collégial Notre-Dame de Dinant

Marmite

 

dav

L’abbaye de Leffe. Les prières du matin. Un petit-déjeuner copieux. La vaisselle. Faire le lit. Un mot sur papier.

Vers un point d’accès wifi dans un supermarché pour une mise à jour de mon journal. Du coin de l’œil, je vois une longue robe blanche, dos un peu courbé,  des lunettes, une longue barbe grise. Père Bruno rentre. “Bonjour ! Vous remettez mon bonjour à votre maman”, me dit-il.  “Certainement, merci, père Bruno” et nous faisons tous deux un signe de la main.

Mon mélange d’aujourd’hui:

‘Recette: Jasmine GR’

Boue, vaches, crottin de cheval, eau de pluie.

Le tout bien mélangé

Pour relier, une limace

Un peu d’orties pour relever

Fleurs de camomilles

Mélangez

Des spores de fougère (pas de panique si ça commence à bouillonner).

Des fleurs de mûres et de tilleul.

Goutter. Si cela n’est pas assez lié vous pouvez rajouter une limace.

Pour la coloration vous pouvez éventuellement ajouter une plume de pivert.

Vous continuez à tourner avec un bâton; ce dernier doit être en bois de chêne, sinon vous risquez que le mélange devienne fade, sans aucun gout.

Vous laissez le tout cuire à feu doux au soleil tombant.

Important! Après avoir laissé bien mijoter et macérer toute la nuit vous ajoutez une feuille d’églantier en forme de cœur. Laissez la marmite dehors de façon à ce que la lune puisse y ajouter son énergie. Ne vous faites pas de soucis, des amis particuliers en prendront bien soin.

Une recette qui a vu le jour pour me donner courage, lorsque je montais un talus dans le bois. Le soir on me propose une maison chaude à Gendron chez Mark et Brigitte.

GPX bestand Dinant à/naar Hastière-Par-Delà

Marmiet

De abdij van Leffe. De ochtendgebeden. Een uitgebreid ontbijt. De afwas. Bed opmaken. Een woordje op een briefje. Naar een wifi-punt in de supermarkt om mijn dagboek wat bij te werken. In mijn ooghoeken zie ik een lang wit kleed, rug lichtjes voorovergebogen, een bril, een lange grijze baard. Père Bruno komt binnengewandeld. “Bonjour! Vous remettez mon bonjour à votre maman”, roept hij me toe. “Certainement, merci, père Bruno”, en we steken samen de hand op.

Mijn brouwsel van vandaag:

‘Recept: Jasmine’s GR’

Modder, koeien, paardenstront, regenwater.

Dit alles goed dooreen roeren.

Om te binden, een naaktslak.

Wat brandnetel voor extra pit.

Kamillebloempjes.

Roeren.

Sporen van varens (het zal sterk beginnen pruttelen, geen paniek)

Braambesbloemen en lindebloesem.

Even proeven. Wanneer het niet genoeg gebonden zou zijn mag je nog een naaktslak toevoegen. Kleuren kan je eventueel met een pluimpje van de bonte specht. Je blijft roeren met een stok (de stok moet van een eik zijn, anders heb je het risico dat het brouwsel flets zal worden, zonder enige smaak). Je laat dit alles verder sudderen in de avondzon. Belangrijk! Tussen het sudderen door en na een nacht laten trekken, voeg je een hartvormig egelantier blaadje toe. Laat de marmiet buiten staan zodat de maan haar energie mag toevoegen. Maak je geen zorgen, buiten zullen bijzondere vrienden er zorg voor dragen.

Een recept dat is ontstaan om mezelf moed in te spreken, terwijl ik een weg in het bos beklom. ‘s Avonds krijg ik een warm huis aangeboden in Gendron bij Mark en Brigitte.

Maredret

 

dav

Maredret

Rencontres fortuites. Profiter de l’instant présent. Après la prière du matin une conversation avec sœur Emmanuelle avec comme sujet entrer dans l’ordre, suivre son propre chemin, être appelée. Un selfie.

Une conversation avec sœur Hildegarde. Un adieu chaleureux. Le magasin du monastère. Un pendentif dans la vitrine attire mon attention, ‘La Colombe’(le symbole de la paix). Suit une autre conversation intense et captivante avec sœur Claire. Une tasse de café ensemble.

Je sens le vent sur ma peau, il est entretemps midi. Je suis la GR129. Manches longues et pantalon long, pour me protéger les bras et les jambes lors de mon passage dans les bois. Les insectes sont nombreux. Une inspection journalière à la recherche des tiques est nécessaire. Mon corps est détendu. Ma tête est libre. Apprécier les petites choses de la vie, la simplicité qu’il m’est donné de rencontrer journellement en marchant. La nature, ou il y a tant à voir, à découvrir, à ressentir. Une richesse inestimable. Les marches journalières m’apportent tellement d’énergie qu’il est bien souvent seize heures avant que je pense à manger quelque chose.

L’abbaye de Maredret. Dans le jardin, sous le tilleul une statue de Saint-Jean-Baptiste. Dans mon dos l’abbaye. Mes yeux se ferment. Une énergie forte est manifeste. Passant par Maredsous, le RAVel (un chemin pour trafic non motorisé) poursuivre vers Haut-le-Wastia. Une église Saint-Jacques où peu de chose est encore authentique. Au tableau d’affichage ‘Jasmine, la Sacristine habite au 53, rue de Sommières’. Je sonne à la porte portant le numéro 53. Les enfants d’Angelique m’invitent, ma gourde est remplie, un morceau de tarte, un cachet dans ma crédential.

On regarde la carte des GR.

On est en début de soirée. Pleine d’énergie, passant par la GR vers l’Abbaye de Leffe. Monter, descendre, ‘splash’, boue… arrêt, fermer les yeux, tourner en rond, continuer à marcher. J’appelle mes jambes ‘JGV’, jambes grande vitesse. Le plus beau sentier parcouru jusqu’alors direction Dinant. En passant par les ruines d’un château je descends un rocher qui rejoint la Meuse. Je traverse la rivière grâce à une passerelle et cela me permet d’éviter le centre de Dinant.

L’abbaye de Leffe. Père Bruno… “Mon Père avant que j’oublie. Je sais que vous n’allez pas vous souvenir, mais ma maman a demandé de vous remettre son bonjour.” Père Bruno fait signe de la tête avec un doux sourire. (Il y a plus de trente ans que ma mère est venue ici) Dans ma chambre, ancienne chambre de moine, je dépose mes affaires. La plume de buse trouvée en cours de route, parade sur l’appui de fenêtre. Sur la table un texte écrit: Nous cherchons simplement à ….’Être’ et ‘devenir ce que nous sommes’ en vérité. Le chemin, la vie, plus que ça n’est pas nécessaire.

GPX bestand Ermeton-Sur-Biert à/naar Dinant

Maredret

Onverwachte ontmoetingen. Genieten van ‘l’instant présent’. Na de ochtendgebeden een intens gesprek met soeur Emmanuelle over het intreden, je eigen weg volgen, je roeping. Een selfie. Een gesprek met soeur Hildegarde. Een warm afscheid. De kloosterwinkel. Een hanger in de vitrine trekt mijn aandacht, ‘La Colombe’(vredessymbool). Een ander intens boeiend gesprek volgt met soeur Claire. Samen een potje koffie.

Ik voel de wind op mijn huid, het is ondertussen middag. Ik volg de GR129. Lange mouwen en lange broek beschermen mijn armen en benen doorheen de bossen. De insecten zijn talrijk aanwezig. Een dagelijkse inspectie naar teken is noodzakelijk. Mijn lichaam voelt ontspannen. Mijn hoofd voelt ruim aan. Genieten van de kleine dingen in het leven, de eenvoud die ik tijdens het wandelen mag ontmoeten. De natuur, waarin zoveel te zien, te ontdekken en te voelen is. Een rijkdom van onschatbare waarde. De dagelijkse tochten brengen me zoveel energie dat het soms pas zestien uur is voor ik zelfs aan eten denk.

De abdij van Maredret. In de tuin een beeld van Sint-Jean-Baptiste onder een linde. Achter mij de abdij. Ik sluit mijn ogen, een krachtige energie is voelbaar. Via Maredsous, de RAVel (een weg voor niet gemotoriseerd verkeer) verder naar Haut-le-Wastia. Een Sint-Jacobskerk waar nog weinig authentiek is. Aan het prikbord ‘Jasmine, La Sacristine habite au 53, rue de Sommières’. Ik bel aan de deur waar nummer 53 staat. De kinderen van Angelique nodigen me uit. De drinkfles wordt gevuld, een stukje taart, een stempel in mijn credential. De GR-kaart wordt bekeken. Vroege vooravond. Met volle energie via de GR naar de Abdij van Leffe. Hop en neer, ‘splash’, slijk… stilstaan, ogen sluiten, rond draaien, verder stappen.

Ik noem mijn benen ‘JGV’, jambes grande vitesse. De mooiste wandelweg die ik tot nu toe heb genomen richting Dinant. Langs de ruïne van een kasteel daal ik een rots af naar de Meuse. Via een passerelle steek ik de rivier over en hoef ik niet tot in Dinant-centrum te wandelen.

De Abdij van Leffe. Père Bruno… ”Mon père, avant que j’oublie. Je sais que vous n’allez pas vous souvenir, mais ma maman a demandé de vous remettre son bonjour.” Père Bruno knikt met een zachte glimlach. (Meer dan dertig jaar geleden is mijn moeder hier geweest). In mijn kamertje, de vroegere kamer van de monniken, zet ik mijn materiaal neer. De gevonden buizerdpluim staat te pronken op de vensterbank. Op de tafel een geschreven tekst: Nous cherchons simplement à… ‘Être’ et ‘devenir ce que nous sommes’ en vérité. De weg, het leven, meer dan dit hoeft het niet te zijn.

 

Leffe

Abdij Maredsous

Abdij Maredsous

7 april – 5u30 mijn wekker gaat af.  Na een half uur stap ik met Brigitte de deur uit. Vorst, ik kleed me goed aan.  Het is nog donker, het dorp slaapt nog. Ik geniet van de stilte. Ik voel dat ik nog niet volledig één ben met de weg. Voor Charleroi rij ik terug een weg langs het water. De wegen rond een groot stad zijn niet altijd het mooiste. Zwerfvuil, afschuwelijke slecht onderhouden fabrieksterreinen, onaangename geuren. Ik laat het voor wat het is en geniet van de andere kant, het water.  Na Charleroi geniet ik van een fietsvriendelijke weg (Ravel- genaamd). Af en toe verlaat ik deze voor een dorpje. Een rustpauze en bezoek aan de Abdij van Maredsous. De zon brengt warmte. Terug de fiets op richting het Abdij van Leffe ( hmm, neeneen. Ik drink niet 😉 ) In Anhee kom ik langs de Maas. Aan de andere kant herken ik een huis waar ik Geoffroy vorig jaar heb ontmoet (Pomme de Geoffroy). Een kilometer verder steek ik de Meuse over. Ik twijfel. Ik volg mijn gevoel en ga een 1 km terug om even een goede dag te zeggen.  Een fijn weerzien.  Na een limonade, een babbel rij ik tot het Abdij van Leffe waar Père Bruno me met open armen ontvangt. Na de vespers, een avondmaal met 6 studenten ga ik mijn tweede nacht in op een serene plaats.

Abdij van Leffe

Abdij van Leffe