Le Passeur

“Bonsoir madame pouvez vous me dire si il y a un endroit où en acceuil les pèlerins dans le village ?” De vrouw neemt me mee richting de pastorie. Een andere vrouw Simonne komt aangelopen, “exuse moi je n’ai pas mon masque. La bas, la bas dans la salle paroisse…”, terwijl ze wijst richting de pastorij. Zo gaat dit soms op de weg wanneer een pelgrim aankomt, dan weet men onmiddellijk dat het gaat over een slaapplaats.
Een wagen komt aangereden.” Oh, notre beau curé ! “, roept Simonne vol vreugde. Een grote jonge man, zwarte korte haren, een strak geschoren baard, zwart pak met wit kraagje (collaar) en blinkende klassieke schoenen.
Hmm, ik kan Simonne wel volgen. Père Antoine Amigo ontvangt me met open armen.

Na een weldoende nacht start ik een nieuwe dag in een welriekende natuur. De natuur staat krachtig. De vele Baardirissen kleuren de gevels van de huizen.
In het dorpje Champagny blijf ik staan aan een huis. Een langwerpige steen met twee uitgehouwen hoofden trekken mijn aandacht. Een gaatje, een buisje, een touw gaat door de mond… ‘tiré à la corne’ staat geschreven. Ik trek, een bel rinkelt.
Het terrein in en rond het atelier voelt heel bijzonder. Een jonge man komt aangewandeld en laat mij het atelier zien van zijn vader. Het staat vol met zelfgemaakte beelden zowel in hout, steen en ook etsen.
Allemaal beelden uit de mythologie met een eigen interpretatie van de kunstenaar.
Ik weet niet waar gekeken… zoveel schoonheid. Wat een vakmanschap. Arthur, de zoon neemt me op een boeiende manier mee in de mythische verhalen.
We staan stil voor een prachtig beeld. Een vlot, een rechtstaande man die roeit en in de achterkant, een zittende vrouw in wit gewaad. De huid van de man staat vol geschreven. “Que signifie cette sculpture ? Elle est magnifique.” “La sculpture se nomme ‘Le passeur’ qui emmene les gents aux enfers”, deelt Arthur. Een ganse boeiende uiteenzetting volgt. ‘Le passeur’ de veerman uit de Griekse mythologie, genaamd Charon. Een man die eeuwig als taak had de mensen na hun dood over de rivier de Styx te brengen naar de onderwereld, bewaakt door een driekoppige hond, Cerberus. “quand je vois cette sculpture je n’ai pas du tous l’idée que elle va aux enfers !” “Ah, mes l’enfer dans la période Grec n’a pas du tous la même signification comme dans la religion chrétienne. Ou dans autre religion Monothéisme et cela déjà depuis bien plus longtemps. Un Faraon Égypte de la 18°dynastie ne croyais plus que dans un dieu Aton, dieu solaire. C’est le Monothéisme qui a amené la dualité comme le ciel et l’enfer.” Ik kijk verder naar dit bijzonder beeld. En besef hoe snel ‘een mind’ vanuit louter woorden, platte woorden, ‘geïndoctrineerde’ woorden, conditionering.. door de jaren heen geleerd op de schoolbanken, gehoord in de maatschappij al snel je in een richting brengen en wanneer men niet trouw blijft aan het Nu, aan je-Zelf, aan de Weg. Kan men heel snel op een weg terechtkomen niet eigen is aan de persoon. Nu begrijp ik het nog meer waarom ik studeren om punten te halen om louter iets van buiten te leren mij niet lag. Ik zag er geen meerwaarde van in, het was voor mij ‘dode’ materie.
“Tu c’est dans l’histoire dans n’importe quelle branche en adapté à la sauce que en voulais faire comprendre pour faire passer un message”, vervolgt Athur.
Ik zie Athur staan achter het beeld ik kijk naar zijn ogen en deze van ‘Le passeur’. “Arthur quand je regarde les yeux du passeur, mes ils sont éclatent en même temps je vois les vos yeux, car ils sont sur une même ligne, ils y a une similitude.” “Merci”, zegt Arthur met een grote glimlach.

Ik verlaat het atelier en hoewel ik hier nog uren zou kunnen vertoeven en luisteren naar zijn verhalen en kennis. De Weg roept.

Ik wandel het mystérieuse bos in richting la Source de la Seine. Daar waar de monding is van de rivier La Seine. Onder het bewind van Napoléon werd er een Parijs monument geplaatst. Een liggende halfnaakte vrouw met een tros vruchten. Wat verder vind men het beeld terug van de godin Sequana. In de Keltische mythologie de riviergodin van de Seine vooral vereerd bij de Gallische stam van de Sequani. Men riep haar aan voor genezing.

Na een dagje mysterie, mythologie en bijzondere ontmoetingen kom ik aan in Chanceaux. Mijn telefoon rinkelt… Een lange babbel…Een uitnodiging om met een groep vrouwen naar Jeruzalem te wandelen in de voetsporen van Maria Magdalena… een vanzelfsprekende ‘ja’ volgt.
In dankbaarheid voor wat de Weg mij brengt.

Paaswake

Basilique Sainte Marie Madeleine-Vézelay

Voor mij een raam… De sterrenhemel… Een cikkeltje… De maan. In de verte een nachtuil en voor de rest een stilte… rondom en in mij. Op mijn bed een groene bedsprei. Aan de muur een ovalen klein Heilig Hart beeld in koper- die nog ingepakt zat en al een jaar met me meereist. Zo krijgt mijn kamertje een persoonlijke toets.

Mijn hart, mijn lijf…
sedert de Paaswake sta ik ieder dag op in vreugde, open ik ”s morgens mijn gordijnen en lach ik de zon tegemoet zelf al zie ik ze niet altijd en dans ik een nieuwe dag in.

Ik sluit even mijn ogen… en zie nog het gans feestgebeuren van Pasen voor me – voor de eerste maal in mijn leven besefte ik hoe bijzonder en waardevol dit Christelijk feest gebeuren was en is.
Een feest die zo Groots is, dat ik een paar dagen nodig had om het allemaal tot mij te laten komen en om het een plaats te geven.
Dankbaar dat ik hier mag zijn op la ‘Colline Eternel’ en deze bijzondere Paastijd mag vieren in de Basilique Sainte Marie Madeleine in Vézelay samen met la confraternité des frères et des sœurs de Jeruzalem.

De Paaswake…
In de’ nacht’, op Paaszondag, met een kaars in de hand wandel ik de basiliek van Maria Magdalena in. Een bijzondere ‘gedragen’ stilte vult de immense ruimte en komt als een mantel van geborgenheid en bescherming me omhullen. Het is er zo stil en vredig dat mijn adem hoorbaar is.
Ik neem plaats op de eerste rij, dicht bij het hart van de basiliek.
Op de linkerflank zie ik een reflectie van het licht van de kloostergang. Af en toe zijn bewegende schaduwen zichtbaar. Ver, dicht, naar rechts, naar links… uit sommige silhouetten kan ik zelfs de personen herkennen. De broeders en zusters maken zich klaar en komen mondjesmaat de sacrale ruimte in.
Hier en daar hoor ik zachte voetstappen… De basiliek vult zich beetje bij beetje.

Een warme stem is plots hoorbaar in de verte… gevolgd door hemelse gezangen “Le Christ ressuscité, le Christ ressuscité…. Ressuscité…. “
Ik draai me om. De viering is begonnen. De paaskaars wordt aangestoken en de Confraterniteit wandelt traag naar voor.
De kaarsen van alle aanwezigen, ontvangen één voor één het licht …. alle gezichten worden zichtbaar. Het wierookvat zwaait heen en weer, de heerlijk ruikende rook vormt een prachtig samenspel met het kaarslicht, een zachte dans ontstaat in de ruimte, een dans die komt en verdwijnt.

Hmmm, een diepe zucht van verwondering, verwondering van de grootsheid die het kleine met zich meebrengt. De dans van kaarslicht en rook.

De zusters en broeders nemen vooraan plaats. De menigte draait zich om. De Genesis wordt voorgelezen, op de achtergrond is de fijne, zachte klank van de citer hoorbaar.
….
‘Au commencement, Dieu créa le ciel et la terre… Dieu dit: “Que la lumière soit” et la lumière fut. “Dieu vit que la lumière était bonne, et Dieu sépara la lumière et les ténèbres. Dieu appela la lumière” jour” et les ténèbres “nuit”. Il y eut un soir et il y eut un matin: premier jour….. ‘

La terre, le ciel, jour, nuit… water, planten, bomen, vruchten, het fruit, zaden, licht, sterren, vogels, vissen, levende wezens, de mens, vrouw en man, vruchtbaarheid… en zo kwam men tot aan de zevende dag.

Van de Genesis naar Exodus, prophète Ezekiel, Saint Paul, Saint Marc… Gezangen vullen de ruimtes tussen de gelezen teksten. (Luister HIER voor wat sfeer)
Een trom… een prachtige hoge vrouwen stem, en met wat enige inspiratie zou ik kunnen zeggen, een stem zo rakend als een snaar van een Engel. Ander stemmen volgen. Het evenwicht van hoge stemmen en bariton zorgen voor evenwicht.
Hoe warm en waardevol is dat, beiden verenigd.
En zo voelt gans deze viering voor me, het mannelijk en het vrouwelijk, samen op weg.

Sommige teksten komen diep in mij dansen. Teksten van lang geleden en toch zo hedendaags aan de orde.
‘Alors je vous prendrai parmi les nations, je vous rassemblerai de tous les pays étrangers et je vous ramènerai vers votre sol. Je répandrai sur vous une eau pure et vous serez purifiés ;de toutes vos souillures et de toutes vos ordures je vous purifierai. Et je vous donnerai un cœur nouveau, je mettrai en vous un esprit nouveau, j’ôterai de votre chair le cœur de pierre et je vous donnerai un cœur de chair. Ez 36, 24-26

Terug naar de aarde. Naar het belang van Moeder aarde, terug naar onze roots. Naar de paar vierkante meters waar velen terug hebben leren zaaien en oogsten. Lente 2020,weet je nog!
De lucht kwam zuiver, geen bruine laag boven de horizon. De fijne, zoete geuren streelden mijn neusvleugels. De hoge temperaturen in het vroege voorjaar die ons deed stil staan hoe belangrijk water is. Water… heb je al eens stil gestaan dat telkens wanneer men een zaadje water heeft er iets nieuws kan groeien of verder groeien. Een nieuwe geboorte. Staan we daar werkelijk stil bij hoe puur water kan zijn. Wat geniet ik ervan om telkens mijn handen onder een waterstroom te brengen, het water over mijn handen zie vloeien en dit als zuiver mag ervaren.
Hoeveel zijn er niet beginnen kweken en terug gaan ploeteren in de aarde. Hoeveel mensen hebben niet beginnen beseffen dat men uit een lange periode kwam waar men de essentie van het leven naast zich hadden geplaatst en zijn gaan ruchen tegen de klok. Voor wat!
Die terug de waarde van ‘moeder’natuur hebben ingezien.
Die hebben ingezien dat men kan gaan leven met minder. Die de basisbehoeften terug konden ervaren. De eenvoud van het leven terug apprecieerde en waar ruimte terug vrij komt om werkelijk tot diep in contact te komen met ons hart.

Terwijl de viering zijn verder verloop gaat komt het daglicht stilletjes zichtbaar aan de horizon. Heel bijzonder hoe synchroon alles verloopt. Hoe de natuur, rondom de basiliek ontwaakt, de vogels zich laten horen en een roodstaartje zijn plaats zoekt in de viering, de muziek, de teksten, de woorden…

… wordt vervolgd.

Chez Babeth

Zaaaliggg… Hmmm… ontwaken. Ik duw op een groen knopje voor de tv, op zoek naar een documentaire. Frankrijk is ‘rijk’ aan verschillende tv zenders met enkel documentaires over… natuur, geloof… Ik blijf nog heerlijk chillen.
Pas tegen de middag verlaat ik de kamer…
En dit is wat mijn lijfje nodig had. Een halve dag rust en op eigen ritme ontwaken. Niet meer, niet min. En voor de rest rustig wandelen… op de catwalk ipv op de atletiekpiste. Haha.
En als ik even terugblik naar gisteren, kan ik het moment zien waar ik me in een fractie van een seconde mezelf louter in het mentale had gestoken en geen rekening meer hield met gans mijn Zijn… zo snel kan soms iets draaien, wanneer men het bewustZijns verlaat of buiten zichzelf vertoeft.

Voor ik de grootstad verlaat ga ik langs de bakker en de fruitboer.
Bij de bakker een lange wachtrij.
Even verduidelijken. De rij lijkt lang te zijn, niets is minder waar. De afstand tussen de mensen rekt de lengte uit. Enne ik denk ook niet dat er nu meer mensen zijn dan andere zondagen. Waarschijnlijk staan alle mensen dan gepropt op elkaar. Het is maar hoe je het ziet. Ik schuif alvast met plezier aan voor een zondagse ochtendcompagnie.

Een vrouw staat voor me en maakt problemen over het feit dat een tachtig jarig haar mondmasker niet op heeft. De vrouw draait zich om en we geraken aan de babbel. “Il y des gent bizarre ici. Il faut faire attention….” Ik kijk wat rond me en voel me best heel ontspannen, zonder maar iets gewaar te worden van wat de vrouw met me deelt. “Oh, vous savez madame les gent bizarre, je crois pas que cela existe. Tous dépend de son propre regard, ce que en porte soi et ce que nous projetons sur d’autres.”


Max. drie mensen in de bakkerij. Ik stap binnen en kijk wat er is. Een jonge juffrouw vraagt gehaast en al roepend wat ik wens.” Pouvez vous m’aider. Il y a quoi dans cette pâte svp.” Ik zie de jonge vrouw twee stuks in een papieren zak steken. Ze kijkt me aan en vraagt me iets.” ” Désolé mais il est impossible de vous entendre et je me demande pourquoi vous criez tous si fort”, vraag ik haar. “À cause du masque”, weet de juffrouw me te vertellen. “À cause du masque ou le faite que vous criez l’un sur l’autre”. Het geroep wordt minder in de hectische bakkerij…eenmaal buiten, oef, wat een opluchting.

Langs de weg overheerst de mondmaskers boven de sigaretten peuken en bierblikjes.
Ik herken bepaalde punten op de weg… in 2018 kwam ik hier langs op mijn weg naar Assisi, die de weg van Aertsengel Michaël werd en behoorlijk mij heeft laten ontwaken.

Wanneer ik terug in de volle natuur kom, weg van stad en drukte, kom ik in een totaal ander landschap terecht dan de voorbije dagen.
Daar waar de dorpen verborgen lagen tussen de bossen… rijzen de dorpen na iedere heuvel van velden. Weg bossen.
Rondom rond aan de horizon zijn de windmolens zichtbaar op de open vlaktes van de champagne streek.

Ik hoor een wagen afkomen in mijn rug. Ik draai me even om. Een stofwolk. Ik ga midden op de weg wandelen tot ik hoor dat de wagen vertraagd. Ik ga terug op de zijkant en steek mijn hand op als dank gebaar. De wagen stopt… Twee jonge dames. “Ça va, vous avez besoin de quelque chose”, vraagt één van de inzittende. “Non, merci, merci d’avoir ralenti…. “, en we praten verder over verschillende regio’s in Frankrijk. de natuur, de weg… “Un jour ou l’autre j’ai envie de le faire ce chemin.” “N’hésiter pas”, deel ik met een vreugdevol gevoel.
Op de landwegen zijn automobilisten zich vaak niet bewust van de stofwolk, dus eventjes naar het midden en dan op zij en met grote kans dat men elkander begroet.

Ik bevind me op de GR654 naar Compostela en de GR145 naar Rome, een weg die sedert dit jaar (2021)een officiële GR route is geworden.
Op een bepaald punt kies ik de tegenovergestelde landweg dan deze van twee jaar geleden. Zalig om in het hier en nu te vertoeven en om hierin eigen keuzes te maken.
Het landschap lijkt op lappen stoffen van een quilt, als een deken die over de aarde ligt, maar of ze de aarde goed doet en ‘warmt ‘ is een andere zaak.

Een hazen rollebollen over het veld. Drie herten huppelen opzoek naar schutting in de weinigen bos oasen.
Hagen zijn verdwenen.
De talrijke vogels, hun gezang waar blijven ze…

Mijn avond eindigt bij Babeth, Barbara, Caroline, Melissa, Tina… In Le Meix-Tiercelin, een gezellig samen zijn onder vrouwen en dat op een acht maart, de Internationale vrouwendag.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Lisa en Friemel

Oehoe, het was wat frisjes bij het ontwaken deze morgen in deze grote vernieuwde feestzaal die staat te wachten om te delen, om mensen te verbinden via culturele en familiale gelegenheden.

Muts op, handschoenen aan… De weg.
Een wagen komt aangereden, het venster gaat open, een man kijkt me aan. “Oh, bonjour monsieur le maire. Je vous remercie beaucoup pour m’avoir partagé votre salle de fêtes”. “Vous n’avez pas u trop froid cette nuit?” “Un petit peut au matin, mon bonnet m’a bien servie.” “Je peut prendre une photos de vous ?” “Oui, bien sûr.”
De man komt uit de wagen en vraagt me op een bepaalde plaats te staan, richting zijn dorp. Vroeger zouden we gemeld hebben ‘klikklak merci kodak’, hihi.
Hij raad me wat dingen aan om te bezoeken en verwijst me naar Mevr. Ploner voor de sleutel van de kerk in Dun-sur-Meuse en een eventuele overnachting. Dit laatste, hmm, heel benieuwd. Op mijn wegen plan ik niets op voorhand en wanneer mensen mij doorverwijzen is me dit zelden gelukt. Wie weet.
Terwijl hij in de wagen terug stapt, “Vous allez voir le long de la Meuse perché en hauteur sur votre droite, vous allez voir une belle église. Cela vos le détour, elle est encore plus belle que Avioth.” “Merci pour vos info. Et c’est comment votre prénom ?” “Jean-pierre.” “Merci, Jean-Pierre et une bonne journée à vous.”

In Mouzay kruis ik een vrouw op wandel met haar hond.
“Bonjour, vous êtes seule”, vraagt de dame met een niet Frans accent. “Oui”, antwoord ik haar met een glimlach.
Lisa heeft mooie zwarte lange haren, haar bleke kleur van ogen worden geaccentueerd door de zwarte khôl die ze rond haar ogen heeft aangebracht. Aan haar handen kleurrijke gebreide wanten. Ze deelt me in het kort haar leven. “… Oh, la nature. C’est bien possible que vait déménager si toute cette histoire va encore duré longtemps peut-être au Canada ou en Ecosse. La il n’y a pas de Covid. Ici, je tient une auberge sociaux culturelle. Il y a plein d’instrument, les personnes viennent jouer. Pff, maintenant tous est fermer. Je n’est pas de famille ici… “. We delen onze naam uit. En horen plots dat we allebei Nederlands praten.” Mijn naam is Lisa. “” En hoe heet je hondje? “” Friemel van friemelen.”

Terwijl ik op de brug sta boven ‘La Meuse’, zie ik in de verte Lisa en Friemel, kleiner en kleiner worden.

Aan de oevers van de ‘La Meuse’ aan de ene kant en een prachtig natuur reservaat aan de andere kant ga ik richting Dun-sur-Meuse.
In Dun een fikse stijging naar de kerk. Even aanbellen voor de sleutel. Een vriendelijke dame opent de deur en vergezeld me naar de kerk Notre-Dame-de-Bonne-Garde.

Na het genieten van een breed oneindig landschap boven op de vestingsmuren, een telefoontje, de ondergaande zon. Ga ik richting le presbytère. Een vrouw komt uit de kapel… een vraag… een ontmoeting… een warme welkom in een volgend dorp in een oude watermolen.

https://youtu.be/eESXkuiPQvY

La chambre ‘Tilleul’

La chambre ‘Tilleul’ kreeg een grote schoonmaakbeurt. Niets kon ontsnappen aan de harde borstel, sodakristallen en Azijn…tot in de kleinste hoekjes. Het behang werd verwijderd, geplamuurd, terug behangen, geschilderd… resultaat een frisse aangename kamer.
Toen ik op de 1ste zondag van de advent het behang aan het verwijderen was, kwam woord voor woord… een verhaal/tekst aan het licht. ‘Un poème’

‘Didier mon coeur
Didier bonheur
Didier douceur
Didier mon sein
Didier calin
Didier coquin
Didier Je t’aime je voudrais être endormie près de toi
La tête dans tes cheveux blonds
Tu te réveilleras avec ton sourire coquin.
Tu mettras le lait à chauffer et tu m’apporteras un bol brûlant
Nous irons à vélo, nous descendrons le toboggan.
Nous conquerrons la citadelle.
Tes yeux s’ourriront grands.
Tu me diras: “Maman, tu es la plus jolie des dames avec ta robe rose”.
Je t’emmènerai dans le soleil d’août, je te montrerais le tableau de la Basilique d’Avioth.
Le village avec ses toits rouges et bleus.
Je te conterai le verger, la rivière, le lac, les peintres, les flûtistes, la chaleur et la rayonnance de Sœur Andrée.
Les blagues d’Yvon, les conseils de Marc, les amoureux dans la tente, Christiane endormie sous le soleil, Ismaël enfant d’Égypte, et tous les autres.
Nous attendrons ton père sur le seuil de notre maison.
Je t’embrasserai, tu m’embrasseras, tu essuieras quelque larmes, puis tu t’envoleras comme un grand bonhomme.
Tu iras retrouver les chèvres, Angie, les chats, ton verger, ta chambre rose.
Tu t’en dormiras en rêvant à ta maman.
Mon Amour Bonsoir,

Bonjour ‘

Ik werd zacht geraakt. Ik probeerde de situatie voor ogen te halen. Een blote muur, een balpen, een stille winteravond vóór het slapen gaan, dromend naar morgen… Een mama, een kind…

Ondertussen is de tekst terug verdwenen onder het nieuw behang.. slapend… .

Terwijl ik een broodpudding aan het bakken ben, hoor ik D. op de gitaar spelen ‘La Bohème’, zijn warme stem vulte zachtjes de ruimte en de klanken komen in golfjes richting de keuken. Ik ga in de deuropening staan, leun tegen de muur.

Een openhaard knettert. Pascha ligt languit op zijn rug in de zetel. Nog wat botjes aan, een hoed en het is precies de gelaarsde kat.

Diepe zucht.

Voir, écouter … la beauté… dans les chose simple de la vie. En gratitude

La tornade blanche

Jardin ‘Maison de Partage’

De haan kraait. Ontwaken. Ik trek mijn kleren aan en stap mijn kamerdeur uit richting de keuken. Ik druk een zwart knopje in, een groen licht gaat branden… koffie. Een bizar geluid ontsnapt uit de koffiemachine… De eerste heerlijke aroma druppels vullen de kan. Ondertussen zit ik op een bankje voor de houtkachel, steek het vuur aan en geniet van de dansende vlammen. Buiten wordt het stilletjes aan daglicht, hier en daar zijn nog sterren zichtbaar aan de hemel.

Ik ben hier bijna drie weken en ben nog steeds blij hier te mogen zijn, ook al is het niet altijd evident wanneer je met 10 à 13 bewoners, om nog maar te zwijgen van de vele poteau’s (de steunpilaren in la Maison du partage) die hier over de vloer komen.

Dagelijks delen we de maaltijd. Het huis en de tuin. Lief en leed, en hoewel dit meestal niet in woorden wordt geuit, wel vaak in non-verbaal gedrag en soms kan ik zo de luchtigheid voelen veranderen naar een zwaar beladen energie. Stilte is dan de enige oplossing in het nu-moment om te vermijden dat een discussie hier een loopje neemt. Want heftig kan het hier wel zijn.

Sedert ik hier ben ontferm ik me over de netheid van het huis. De keuken en badkamer kregen al een grondige schrobbeurt en voor ikzelf ben beginnen koken werd eerst alles ontvet, schimmel verwijderd, muren afgewassen, silicone vernieuwd, met een schraapstaal de aangekoekte viezigheid uit de hoeken gehaald…. ‘La tornade blanche’, noemen ze dit hier.
Het is net als tijdens mijn pelgrimstochten. Ik voel me pas aankomen wanneer ik de keuken en badkamer onder handen heb genomen. Een minimum aan basis hygiëne vind ik toch wel belangrijk en niet moeten voortdurend letten waar ik mijn voeding neerleg.

Zeven dagen heeft het geduurt om de rest van de inwoners deels mee te krijgen om het verder netjes te houden en ik maak me geen illusie, hoe het er nu bij ligt zal het niet blijven… of zou hier een mirakel mogelijk zijn…
Mijn dienstbaarheid op deze manier inzetten brengt me een enorme voldoening. Het huis zien veranderen naar een thuis. Het huis voelen veranderen van louter materie en noodoplossing naar warmte en hartelijke inhoud.
Dankbaar om hier te kunnen Zijn/zijn. Dankbaar om wat hier gecreëerd geweest is. Dankbaar om te zien hoe mensen in nood hier terecht kunnen en tijd krijgen om even terug op hun positive te komen.

“Arrête de travailler”, “N’oublie pas de prendre une pose”, “N’en fait pas de trop” “tu veut le faire changer ici”… uitspraken die ik regelmatig te horen krijg. Wel lief dat ze zich bekommeren. Dit zegt helaas meer over hen dan over mezelf.
Het is voor mij eerder als pelgrimeren. In beweging zijn zonder haast, rustig verder doen op mijn eigen tempo, zonder rush. Meditatief bezig zijn en er plezier aan beleven.

Het is net als de roos van de Kleine Prins, “c’est le temps que tu a perdu pour ta rose, qui fait ta rose si importante”, deze zin is sedert gisteren voortdurend aanwezig tijdens mijn bezigheden. Liefde steken in alles waar je mee bezig bent en vastneemt.


Wel belangrijk is het evenwicht behouden tussen mezelf en de ander, en daar ga ik zeer zorgvuldig mee om. Achter mijn hulp aanbieden zit geen verwachting of tegenprestatie… Van harte ben ik ‘la tornade blanche’… een nieuwtje op mijn lijst na ‘la pierre blanche’ en de ‘witte raaf’.

Wordt vervolgd…

Pasha le chat dans la Maison de Partage

Bernadette

“Vous allez plonger ? “, vraagt een kleine, tengere vrouw die haar compostbak naar buiten brengt. Aan haar voeten witte slofjes en lange kousen met een rood boordje die haar onderbenen warmen. Een panty met leger print en een loshangende trui. Op haar neus een rond brilletje die te groot is geworden.
” Pardon, vous dites ! ” en de vrouw herhaald haar zin.” Pourquoi? “” “Bhein, il pleut ?”, terwijl de regen al een half uur achter de rug is.
Twee kleine honden beginnen te blaffen en trippelen op korte pootjes naar buiten. “Ils s’appellent comment les chiens ?”
“Nono et Bernadette, comme moi.” “Allé, je continue mon chemin, bonne journée à plus tard !”, al zwaaiend verlaat ik Avioth voor een wandeling van een uurtje. Op zak een papier waar data, uur en verblijfplaats op staat voor in geval ik controle heb van de politie.
Op de achtergrond hoor ik Bernadette nog met een fijne stem roepen achter haar honden, “allez vite”.

Ik geniet van de zonnestralen, de natuur, de rust… Ik voel me precies op pelgrimstocht. Eigenlijk vind ik het wel bijzonder om hier te zijn. Oorspronkelijk zou ik naar Avioth gestapt zijn begin juni, ik koos echter om de grens over te gaan in Sedan.
Wat ik niet wist is dat le ‘Centre de Partage’ waar ik verblijf op een pelgrimsroute naar Compostela ligt, ‘Via Arduina’. Hier komen dus vaak pelgrims aankloppen.

Canadese ganzen vliegen in grote hoeveelheid in de lucht. In een schuine beweging landen ze gezamenlijk links van me in een vijver. Wat een fijn geluid om te horen wanneer ze landen en verder drijven op het water.

15u45. De klokken van de kerktoren van Breux laten zich horen… Tata taaa… Tata taaa…
Hmmm, sedert ik begonnen ben met Altblokfluit spelen hoor ik deuntjes en ritmes overal en probeer ik verder een muziekstukje te creëren.

1 uur later hoor ik Nono en Bernadette terug blaffen wanneer ik terug voor de deur passeer.

In de basiliek zoek ik een hoekje waar ik nog een uurtje muziek zal spelen. De akoestiek is hier schitterend. Nooit gedacht dat ik ooit muziek zou durven spelen in een kerk.
De zon gaat onder, het wordt frisser. Ik keer terug naar ‘centre de partage:.

Vóór het avondmaal spelen we met zes een intuïtief concertje.
M. zet het ritme in met de sjamendrum, E. volgt met een melodieus ritmisch vinger getokkel op een gitaar, A. vind de weg naar de gitaar. A. laat haar warme stem horen. Ik doe een poging om te volgen met de blokfluit waar I., die leerkracht muziek is, inspeeld op mijn intuïtieve deuntje… En al heel snel creëeren we met zijn alleen een ritmisch, vloeiend en harmonieus geheel…
Op het einde zijn we allen zo verbaasd van wat er is ontstaan is dat er een gezamenlijke kreet ontstaat…

Basilique Notre Dame Avioth

Avioth

Bijna 2 maand ben ik terug van mijn fysieke pelgrimstocht.
Het was toen de bedoeling dat ik zou gaan samen wonen in Brakel in een co-housing. En hoewel ik er naar uitkeek was ik wat verwonderd dat het voor mij niet goed voelde om op deze plaats te zijn/Zijn. Ik had me toen zelf 3dagen de tijd gegeven om het stil te maken in en rondom mezelf en te gaan voelen wat gebeurde. Ik dacht toen dat er angst was. Het was niet.
Mijn lichaam gaf me wel signalen en daar vertrouwde ik op. Nadien kon ik zien dat de beweging van komen en gaan, hoe kort het ook was, ik mij bewust werd dat het een vorm van fine-tune was op mijn weg en mij alsmaar dichter brengt bij mezelf.

Het was deugddoend om mijn kleurrijke plooifiets te nemen, gepakt en gezakt de heuvel op te rijden naar het open en lichtrijke landschap waar de zon boven de horizon te zien was.

Nadien kwam ik bij vrienden terecht een nachtje hier, een nachtje daar… Ze opende hun deuren en verwelkomde mij. Ik vond er telkens een warm nestje. Het was iedere dag heen en weer rijden tot ik na een paar dagen bij Els en Luma (een zalig lief zacht hondje) terecht kwam. Els ontmoette ik voor de eerste keer 7 jaren geleden. Film, fotografie, reizen bracht ons naar elkaar toe.
Ondertussen bleef ik maar zoeken achter een woonst. Talrijke huisje passeerden mijn netvlies.
Toen zag ik een vierkantshoeve ‘La ferme de la Haie Saint’. Het trok me aan en heel spontaan postte ik het op mijn fb pagina, met een oproep om gelijkgestemden te vinden en er samen te wonen. De eerste persoon was A. Michaël en dan volgenden er nog een paar. Een paar dagen later belde ik het immobilien kantoor op. Een aangename stem aan de andere kant van de telefoon stelde de data 29 september voor. En ook al lag die boerderij aan een brede baan Brussel-Charleroi, ik voelde dat ik erheen moest.
Er was iets met de data. Ik kon het niet plaatsen. Ik liet los.
”s avonds kijk ik een film, een liefdesverhaal tussen een jonge man (Michael) en een vrouw. De titel ontsnapt me.
’s Anderendaags bekijk ik de film verder en het valt me op dat de naam plots voluit word genoemd A. Michaël.’ Oh, toch wel geen courante naam om deze nog eens te horen in een andere context. Michael, Michaël, 29 september… Toen kon ik het plaatsen en zag ik de gelijkenissen…
Hup naar de boerderij. Het was alsof ik ernaar toe werd gezogen, de plaats was bijzonder, gelegen op een paar meter van de Leeuw van Waterloo. Hier was 200 jaar geleden het slagveld en ook al was het hier gesitueerd deze bijzondere plaats was een oase van rust en vrede. Ik voelde mij er onmiddellijk goed en zag me hier een warme thuis creëeren waar mensen konden herbronnen, dicht bij zichzelf en de natuur komen. Waar de keuken een centraal punt zou zijn. Waar gastvrijheid, dienstbaarheid op de eerste plaats komt en op donativo basis.
Ik ontmoette de dame des huizes. Een warm, spontaan en hartelijk contact. Ik sprak over het feit dat ik net terug was van pelgrimstocht en onmiddellijk was er een aanknooppunt. De ontmoeting was bijzonder. Toen ik meedeelde dat mij volgende tocht naar Jeruzalem gaat, niet via de bekende route wel via Egypte – wat duidelijk naar me toekwam op mijn tocht – viel plots de naam Cairo en Tel Aviv. “Oh, nous allons habiter aux Caire et il y a… Tel Aviv…”.
Hmm, wat hou ik van die momenten en synchroniciteiten.

De weg die ik bewandelde om mensen te zoeken zorgde ervoor dat ik mijn vloeiende energie vastzette en ik vast kwam te zitten. Ik verloor de flow en toen ik hier aandacht aan schonk en naar mijn lichaam luisterde en erin ontspande werd het me duidelijk dat het om de ontmoeting te doen was en niet het huis, ook al had ik er graag gewoond en was/is het een bijzondere en warme plaats.
Op het moment dat ik in ontspanning kwam en in vertrouwen verder deed zonder willen, belde de 4 kandidaten af in 2 dagen tijd. Het was duidelijk. Ik liet los.
Ik bleef verder zoeken en ook deze beweging voelde niet juist. Ik stopte met zoeken naar een vaste woonst, belde de abdij van Orval op, centre de partage in Avioth en in een mum van tijd had ik tot eind december een woonst in de natuur met alle ingrediënten waar mijn hart naar verlangt.

Naar aanleiding van de gezondheidsmaatregelen voelde ik gisteren dat ik in beweging moest komen en niet wachten tot 2 november, in de hoop dat alles nog doorgaat.
Een uur later belt le Centre de Partage.”” Bonjour Jasmine” “Bonjour Olivier. Je pensée juste à vous et j’allais vous téléphoner. J’espère que mon séjour aux centre n’est pas annulé ?” “Non, Jasmine. Écoute je n’est pas beaucoup de temps maintenant je vous ré téléphone dans deux heures. Mes vous pouvez venir…”… Oefffff, dit was goed nieuws.
En zo hoorden we elkander twee uur later. “Écoute, tous est annulé pour courte durée. Il n’y que les longue durée qui savent venir.” Mijn hartje maakte een sprongetje. En ik kreeg onmiddellijk de mogelijkheid om er vanaf vandaag te zijn.
En terwijl ik dit nu schrijf zie ik net een mail van Orval dat de 4 dagen die ik daar zou zijn werden geannuleerd. Het moest zo zijn.

Zo ben ik vandaag in Avioth aangekomen met een schitterende zon. Ik genoot van het kleurrijk landschap op de trein. Ik zat zelf in een treincoupe, een wagon die ik al sedert mijn 12 jaar niet meer had gezien, het was best plezant.
Ik zal hier verblijven tot eind december. Met evenwicht tussen samen wonen, ruimte en tijd voor mezelf. Werken voor de gemeenschap en wandelen in de natuur, muziek spelen en lezen… Weg uit de prikkels van de stad. Straks nog een avond wandeling bij volle maan en verder lezen in mijn boek ‘L’ Amour sans conditions’ van Paul Ferrini bij de open haard.

Bedding

Ondertussen ben ik al een paar dagen verwijderd van Nîmes. Met de zon in de rug richting het Noorden. Verheugd om terug wat meer groen te zien, gras, de bloemen in de bermen. De Cévennes. Verwijderd van de ruwheid en droogte van het Zuiden.

Mijn weg gaat verder richting Le Puy en Velay en daarna naar Vézelay. Reeds een paar dagen schrijf ik geen verhalen meer omdat ik gewaar werd dat dit me verwijderde van waar ik was, in het ‘NU’. Het begon een beetje aan te voelen als een ‘monoloog met mezelf’. Het schrijven voedde me niet meer.

Er is heel wat warms en bijzonder aan het groeien rondom mij en ben ik de vruchten aan het plukken van mijn 7 jaren pelgrimeren. Diep van binnen was een klein stemmetje die wist dat 7×7 levensjaar een bijzonder jaar zou worden. Het is.

Voor nu… Iedere stap die ik zet is een stap dichter bij mijn eigen bedding naar ‘De Bedding’. Hier later meer over…

Sainte Marie de la Mer

Arles–Le Chemin d’Arles

Ik neem afscheid van mijn nonkel “Oh, ou tu vas ?” “je reprends le Chemin, il est temps–lees de tijd is rijp-de continuer ce que j’ai à faire”. Hij is geschrokken, de boodschap die gisteren werd gedeeld was blijkbaar niet binnenkomen. Ik geef hem een zoen. Hij gaat mee tot aan de deur. Terwijl ik in de gang sta met de rugzak op, zie ik zijn ‘niet begrijpen’ en het water komend in zijn ogen. “Attend…”. Ik doe mijn rugzak af en ga naar hem toe. Ik open mijn armen, “vient que je te prends dans mes bras”,ik geef hem een liefdevolle knuffel en nog een zoen. Ik leg mijn handen op zijn armen, “prend bien soin de toi”, terwijl ik hem in de ogen kijk. “Tu sais ce que tu vient de faire là. Personne me la fait auparavant”, zegt mijn nonkel. Hij kijkt mijn tante aan, zijn tranen rollen.

Aan het station in Perpignan neen ik de wagen. Ik rijd mee met iemand tot in Arles.
Ik geef mijn tante een dikke knuf, voor ze terug naar huis gaat. Ik voel haar lichaam snikken. Tranen vloeien.” Tata, en ne ce perd plus”, fluister ik haar toe. Ik steek mijn rugzak in de koffer van de wagen… en steek nog even de straat over om haar een dikke knuffel te geven.

In de wagen stel ik me de vraag hoe het komt dat ikzelf geen verdriet of gemis voel. ‘Jasmine, moet je dit voelen?’, gaat er verder door meheen. Neen, natuurlijk niet en natuurlijk wel ben ik geraakt door te zien wat mijn bezoek zowel bij mijn tante en nonkel heeft gebracht. Wat ik vooral voel is vreugde. Vreugde omwille dat we terug verbonden zijn. Vreugde omwille van mijn volhouden, ver-trouwen, geloof in het Leven en in de Liefde. Vreugde om te kunnen blijven bewegen in vloeiendheid, moeiteloosheid in wat zich aanbied op mijn weg, ook in de momenten die minder aangenaam aanvoelen.

Zo heb ik soms het gevoel dat mijn hart traant wanneer ik hoor, zie wat gebeurt in de wereld, hoe mensen elkander benaderen in hardheid.
En zo duwt en weent mijn verlangen soms omdat het verlangt naar SamenZijn, Samenwonen, ontvangen, dienstbaar zijn, creëren in het groen, tuinieren, groenten kweken, met de handen in de aarde… En dit is me heel duidelijk geworden… Voor minder ga ik niet meer.

Arles. De jeugdherberg. Gesloten vanaf vandaag. Ik heb het geluk er toch te mogen overnachten.
Een heerlijk stukje harde gedroogde geitenkaas op een toost en yoghurt met ‘la crème de Marron’. Een eenvoudige heerlijke picknick. Een man van Portugese afkomst komt naast me zitten. “je voudrais aller en ville, mes avec la pluie c’est un peut loin. J’aurais besoin de la marihuana..” Ik negeer zijn laatste gedeelde zin. Wat later nodigt hij me uit om champagne te drinken. “Non, merci. Je ne bois pas d’alcool, ni fumer”. Hij steekt zijn duim op, als teken van ‘goede beslissing’ . Ik rond af en ga slapen. Ik laat mijn kamerdeur op een kier om tocht te maken.
Ik zet mijn nacht in. Slaapt onrustig… een nachtmerrie. Ik ontwaak in angst, met mijn hand en vingers verkrampt in een griezelig vorm naast mijn keel.
Op de gang hoor ik iemand in stilte bewegen. Een schim komt voor het licht van mijn kamerdeur. De reflectie verdwijnt op het plafond. Hmm, ben ik wel wakker, of droom ik wakker verder.
Ik voel ogen op mijn lijf.
Mijn lichaam gewikkeld in het laken ga ik naar de deur, open ze verder… in de gang, de man.
Het was geen droom meer…. wel werkelijkheid. Ik sluit mijn kamerdeur ‘nr 7’ en voel een opstandigheid.
Met 1 oordop slaap ik verder… op mijn qui-vive maar zonder angst.

Deze morgen bij het verlaten van de jeugdherberg zie ik de man in de tuin een boek lezen. Ik laat een brief achter voor de betaling van de overnachting, niemand van de verantwoordelijken is te vinden.
In het centrum van Arles, na een bezoek aan de kathedraal, hoor ik een luide stem, agressiviteit wordt geuit, een man spuwt voortdurend wild in het rond… Ik draai me om. De man nadert… Ik herken hem… De man van deze nacht.
Dit zien bevestigd nogmaals dat ik niet droomde.
Hij herkent me en stapt plots stil verder.

De bus naar Sainte Marie de la Mer. Bus af en naar de kerk. Les Gitanes spreken me aan en benaderen me wat opdringerig. “Vient ma belle un pendentif pour vous”, “ma jolie. Tenez c’est la tradition. Vous voulez que je lis les linge de votre mains, ?”… Ik dank vriendelijk en stap verder. Vanop de achtergrond kijk ik even hoe de vrouwen asn het werk gaan. Een bijzondere vorm van werken. Ik zie mensen agressief worden naar hen, mensen die bang zijn… Twee groepen tegen elkander op, en wanneer je ze tussen elkander ziet praten heeft de ene al wat een grovere mimiek dan de andere. Een vrouw valt me op. Wat heeft ze een zachte blik en ik zie telkens haar ontchooling wanneer het haar niet lukt om wat centjes bij te krijgen. Ik kijk wat dieper in mijn portemonnee en haal er een briefje uit. “Madame, tenez. C’est pour vous. Je vous le donne parce que votre doux regards ma touché. Ne le perds pas ce que il y a profond en toi” “Ze kijkt me aan,” tenez”, terwijl ze een medaille wil opspelden. “Non, merci. Je veut seulement vous offrir. Pas plus” “Merci madame”, en kijkt wat verwonderd.
Ik kan nog net een half uurtje binnen in de kerk ‘Notre-Dame-de-la-Mer ‘ Voor mij voldoende om deze plaats gewaar te worden. En ja hoor, geen spijt dat ik tot hier ben gekomen en kan begrijpen waarom mensen zo talrijk naar hier afdalen, tot in het uiterste puntje van de camargue. Eenmaal buiten is hier verder niets te beleven behalve de ene souvenir winkel en restaurant na de ander. Ik blijf op het plein en geniet van het zien wat zich hier allemaal afspeeld.
Een vrouw komt me aanspreken. Ze hoorde dat ik sprak over de credential. “Je peut vous demandez quelque chose ?” “Oui, bien sûr” “C’est quoi un credential ?” En zo begint het gesprek. We hebben een fijne uitwisseling omtrent de Camino, energieen, het hoe een weg zich creëert, wat het je bijbrengt niet enkel op de weg ook verder in het leven, bewustzijn, over wat het leven ons dagelijks toont en alles reeds aanwezig is en we het enkel hoeven te willen zien, er zich voor openen. Een uitnodiging volgt in Chambéry. De tweede persoon die ik ontmoet op deze weg, me uitnodigt in dezelfde buurt waar ik overnacht heb op de weg in 2018. ‘Hmmmm’.
“Allez en vous à prit de votre temps. Je vous laisse continuer votre chemin”. “Au, non vous m’avez pas prit mon temps, je vous remercie même de m’avoir posez la question. Cela fait parti du chemin. L’échange dans l’instant présent. Merci”, terwijl ik mijn handen bij elkaar breng en een Namaste groet buiging maak.

En wat een vloeiendheid vijf minuten nadien zit ik op de bus richting Arles om verder te reizen naar Aubagne waar mijn weg terug te voet verder gaat.

Ik wandel nog een 10 kilometer van Aubagne naar Gémenos. Een lieve priester biedt me een zaaltje aan waar ik mag verpozen. Wat later brengt hij me een gebakken omelet, fruit, kaas en brood.
Voor het slapen gaan geniet ik nog van een avondwandeling in de lege straten van het dorp. Achter de luiken, het licht van de tv’s schijnen op het interieur.

Église Notre-Dame-de-la-Mer a Sainte-Marie-de-la- Mer