La tornade blanche

Jardin ‘Maison de Partage’

De haan kraait. Ontwaken. Ik trek mijn kleren aan en stap mijn kamerdeur uit richting de keuken. Ik druk een zwart knopje in, een groen licht gaat branden… koffie. Een bizar geluid ontsnapt uit de koffiemachine… De eerste heerlijke aroma druppels vullen de kan. Ondertussen zit ik op een bankje voor de houtkachel, steek het vuur aan en geniet van de dansende vlammen. Buiten wordt het stilletjes aan daglicht, hier en daar zijn nog sterren zichtbaar aan de hemel.

Ik ben hier bijna drie weken en ben nog steeds blij hier te mogen zijn, ook al is het niet altijd evident wanneer je met 10 à 13 bewoners, om nog maar te zwijgen van de vele poteau’s (de steunpilaren in la Maison du partage) die hier over de vloer komen.

Dagelijks delen we de maaltijd. Het huis en de tuin. Lief en leed, en hoewel dit meestal niet in woorden wordt geuit, wel vaak in non-verbaal gedrag en soms kan ik zo de luchtigheid voelen veranderen naar een zwaar beladen energie. Stilte is dan de enige oplossing in het nu-moment om te vermijden dat een discussie hier een loopje neemt. Want heftig kan het hier wel zijn.

Sedert ik hier ben ontferm ik me over de netheid van het huis. De keuken en badkamer kregen al een grondige schrobbeurt en voor ikzelf ben beginnen koken werd eerst alles ontvet, schimmel verwijderd, muren afgewassen, silicone vernieuwd, met een schraapstaal de aangekoekte viezigheid uit de hoeken gehaald…. ‘La tornade blanche’, noemen ze dit hier.
Het is net als tijdens mijn pelgrimstochten. Ik voel me pas aankomen wanneer ik de keuken en badkamer onder handen heb genomen. Een minimum aan basis hygiëne vind ik toch wel belangrijk en niet moeten voortdurend letten waar ik mijn voeding neerleg.

Zeven dagen heeft het geduurt om de rest van de inwoners deels mee te krijgen om het verder netjes te houden en ik maak me geen illusie, hoe het er nu bij ligt zal het niet blijven… of zou hier een mirakel mogelijk zijn…
Mijn dienstbaarheid op deze manier inzetten brengt me een enorme voldoening. Het huis zien veranderen naar een thuis. Het huis voelen veranderen van louter materie en noodoplossing naar warmte en hartelijke inhoud.
Dankbaar om hier te kunnen Zijn/zijn. Dankbaar om wat hier gecreëerd geweest is. Dankbaar om te zien hoe mensen in nood hier terecht kunnen en tijd krijgen om even terug op hun positive te komen.

“Arrête de travailler”, “N’oublie pas de prendre une pose”, “N’en fait pas de trop” “tu veut le faire changer ici”… uitspraken die ik regelmatig te horen krijg. Wel lief dat ze zich bekommeren. Dit zegt helaas meer over hen dan over mezelf.
Het is voor mij eerder als pelgrimeren. In beweging zijn zonder haast, rustig verder doen op mijn eigen tempo, zonder rush. Meditatief bezig zijn en er plezier aan beleven.

Het is net als de roos van de Kleine Prins, “c’est le temps que tu a perdu pour ta rose, qui fait ta rose si importante”, deze zin is sedert gisteren voortdurend aanwezig tijdens mijn bezigheden. Liefde steken in alles waar je mee bezig bent en vastneemt.


Wel belangrijk is het evenwicht behouden tussen mezelf en de ander, en daar ga ik zeer zorgvuldig mee om. Achter mijn hulp aanbieden zit geen verwachting of tegenprestatie… Van harte ben ik ‘la tornade blanche’… een nieuwtje op mijn lijst na ‘la pierre blanche’ en de ‘witte raaf’.

Wordt vervolgd…

Pasha le chat dans la Maison de Partage

Bernadette

“Vous allez plonger ? “, vraagt een kleine, tengere vrouw die haar compostbak naar buiten brengt. Aan haar voeten witte slofjes en lange kousen met een rood boordje die haar onderbenen warmen. Een panty met leger print en een loshangende trui. Op haar neus een rond brilletje die te groot is geworden.
” Pardon, vous dites ! ” en de vrouw herhaald haar zin.” Pourquoi? “” “Bhein, il pleut ?”, terwijl de regen al een half uur achter de rug is.
Twee kleine honden beginnen te blaffen en trippelen op korte pootjes naar buiten. “Ils s’appellent comment les chiens ?”
“Nono et Bernadette, comme moi.” “Allé, je continue mon chemin, bonne journée à plus tard !”, al zwaaiend verlaat ik Avioth voor een wandeling van een uurtje. Op zak een papier waar data, uur en verblijfplaats op staat voor in geval ik controle heb van de politie.
Op de achtergrond hoor ik Bernadette nog met een fijne stem roepen achter haar honden, “allez vite”.

Ik geniet van de zonnestralen, de natuur, de rust… Ik voel me precies op pelgrimstocht. Eigenlijk vind ik het wel bijzonder om hier te zijn. Oorspronkelijk zou ik naar Avioth gestapt zijn begin juni, ik koos echter om de grens over te gaan in Sedan.
Wat ik niet wist is dat le ‘Centre de Partage’ waar ik verblijf op een pelgrimsroute naar Compostela ligt, ‘Via Arduina’. Hier komen dus vaak pelgrims aankloppen.

Canadese ganzen vliegen in grote hoeveelheid in de lucht. In een schuine beweging landen ze gezamenlijk links van me in een vijver. Wat een fijn geluid om te horen wanneer ze landen en verder drijven op het water.

15u45. De klokken van de kerktoren van Breux laten zich horen… Tata taaa… Tata taaa…
Hmmm, sedert ik begonnen ben met Altblokfluit spelen hoor ik deuntjes en ritmes overal en probeer ik verder een muziekstukje te creëren.

1 uur later hoor ik Nono en Bernadette terug blaffen wanneer ik terug voor de deur passeer.

In de basiliek zoek ik een hoekje waar ik nog een uurtje muziek zal spelen. De akoestiek is hier schitterend. Nooit gedacht dat ik ooit muziek zou durven spelen in een kerk.
De zon gaat onder, het wordt frisser. Ik keer terug naar ‘centre de partage:.

Vóór het avondmaal spelen we met zes een intuïtief concertje.
M. zet het ritme in met de sjamendrum, E. volgt met een melodieus ritmisch vinger getokkel op een gitaar, A. vind de weg naar de gitaar. A. laat haar warme stem horen. Ik doe een poging om te volgen met de blokfluit waar I., die leerkracht muziek is, inspeeld op mijn intuïtieve deuntje… En al heel snel creëeren we met zijn alleen een ritmisch, vloeiend en harmonieus geheel…
Op het einde zijn we allen zo verbaasd van wat er is ontstaan is dat er een gezamenlijke kreet ontstaat…

Basilique Notre Dame Avioth

Avioth

Bijna 2 maand ben ik terug van mijn fysieke pelgrimstocht.
Het was toen de bedoeling dat ik zou gaan samen wonen in Brakel in een co-housing. En hoewel ik er naar uitkeek was ik wat verwonderd dat het voor mij niet goed voelde om op deze plaats te zijn/Zijn. Ik had me toen zelf 3dagen de tijd gegeven om het stil te maken in en rondom mezelf en te gaan voelen wat gebeurde. Ik dacht toen dat er angst was. Het was niet.
Mijn lichaam gaf me wel signalen en daar vertrouwde ik op. Nadien kon ik zien dat de beweging van komen en gaan, hoe kort het ook was, ik mij bewust werd dat het een vorm van fine-tune was op mijn weg en mij alsmaar dichter brengt bij mezelf.

Het was deugddoend om mijn kleurrijke plooifiets te nemen, gepakt en gezakt de heuvel op te rijden naar het open en lichtrijke landschap waar de zon boven de horizon te zien was.

Nadien kwam ik bij vrienden terecht een nachtje hier, een nachtje daar… Ze opende hun deuren en verwelkomde mij. Ik vond er telkens een warm nestje. Het was iedere dag heen en weer rijden tot ik na een paar dagen bij Els en Luma (een zalig lief zacht hondje) terecht kwam. Els ontmoette ik voor de eerste keer 7 jaren geleden. Film, fotografie, reizen bracht ons naar elkaar toe.
Ondertussen bleef ik maar zoeken achter een woonst. Talrijke huisje passeerden mijn netvlies.
Toen zag ik een vierkantshoeve ‘La ferme de la Haie Saint’. Het trok me aan en heel spontaan postte ik het op mijn fb pagina, met een oproep om gelijkgestemden te vinden en er samen te wonen. De eerste persoon was A. Michaël en dan volgenden er nog een paar. Een paar dagen later belde ik het immobilien kantoor op. Een aangename stem aan de andere kant van de telefoon stelde de data 29 september voor. En ook al lag die boerderij aan een brede baan Brussel-Charleroi, ik voelde dat ik erheen moest.
Er was iets met de data. Ik kon het niet plaatsen. Ik liet los.
”s avonds kijk ik een film, een liefdesverhaal tussen een jonge man (Michael) en een vrouw. De titel ontsnapt me.
’s Anderendaags bekijk ik de film verder en het valt me op dat de naam plots voluit word genoemd A. Michaël.’ Oh, toch wel geen courante naam om deze nog eens te horen in een andere context. Michael, Michaël, 29 september… Toen kon ik het plaatsen en zag ik de gelijkenissen…
Hup naar de boerderij. Het was alsof ik ernaar toe werd gezogen, de plaats was bijzonder, gelegen op een paar meter van de Leeuw van Waterloo. Hier was 200 jaar geleden het slagveld en ook al was het hier gesitueerd deze bijzondere plaats was een oase van rust en vrede. Ik voelde mij er onmiddellijk goed en zag me hier een warme thuis creëeren waar mensen konden herbronnen, dicht bij zichzelf en de natuur komen. Waar de keuken een centraal punt zou zijn. Waar gastvrijheid, dienstbaarheid op de eerste plaats komt en op donativo basis.
Ik ontmoette de dame des huizes. Een warm, spontaan en hartelijk contact. Ik sprak over het feit dat ik net terug was van pelgrimstocht en onmiddellijk was er een aanknooppunt. De ontmoeting was bijzonder. Toen ik meedeelde dat mij volgende tocht naar Jeruzalem gaat, niet via de bekende route wel via Egypte – wat duidelijk naar me toekwam op mijn tocht – viel plots de naam Cairo en Tel Aviv. “Oh, nous allons habiter aux Caire et il y a… Tel Aviv…”.
Hmm, wat hou ik van die momenten en synchroniciteiten.

De weg die ik bewandelde om mensen te zoeken zorgde ervoor dat ik mijn vloeiende energie vastzette en ik vast kwam te zitten. Ik verloor de flow en toen ik hier aandacht aan schonk en naar mijn lichaam luisterde en erin ontspande werd het me duidelijk dat het om de ontmoeting te doen was en niet het huis, ook al had ik er graag gewoond en was/is het een bijzondere en warme plaats.
Op het moment dat ik in ontspanning kwam en in vertrouwen verder deed zonder willen, belde de 4 kandidaten af in 2 dagen tijd. Het was duidelijk. Ik liet los.
Ik bleef verder zoeken en ook deze beweging voelde niet juist. Ik stopte met zoeken naar een vaste woonst, belde de abdij van Orval op, centre de partage in Avioth en in een mum van tijd had ik tot eind december een woonst in de natuur met alle ingrediënten waar mijn hart naar verlangt.

Naar aanleiding van de gezondheidsmaatregelen voelde ik gisteren dat ik in beweging moest komen en niet wachten tot 2 november, in de hoop dat alles nog doorgaat.
Een uur later belt le Centre de Partage.”” Bonjour Jasmine” “Bonjour Olivier. Je pensée juste à vous et j’allais vous téléphoner. J’espère que mon séjour aux centre n’est pas annulé ?” “Non, Jasmine. Écoute je n’est pas beaucoup de temps maintenant je vous ré téléphone dans deux heures. Mes vous pouvez venir…”… Oefffff, dit was goed nieuws.
En zo hoorden we elkander twee uur later. “Écoute, tous est annulé pour courte durée. Il n’y que les longue durée qui savent venir.” Mijn hartje maakte een sprongetje. En ik kreeg onmiddellijk de mogelijkheid om er vanaf vandaag te zijn.
En terwijl ik dit nu schrijf zie ik net een mail van Orval dat de 4 dagen die ik daar zou zijn werden geannuleerd. Het moest zo zijn.

Zo ben ik vandaag in Avioth aangekomen met een schitterende zon. Ik genoot van het kleurrijk landschap op de trein. Ik zat zelf in een treincoupe, een wagon die ik al sedert mijn 12 jaar niet meer had gezien, het was best plezant.
Ik zal hier verblijven tot eind december. Met evenwicht tussen samen wonen, ruimte en tijd voor mezelf. Werken voor de gemeenschap en wandelen in de natuur, muziek spelen en lezen… Weg uit de prikkels van de stad. Straks nog een avond wandeling bij volle maan en verder lezen in mijn boek ‘L’ Amour sans conditions’ van Paul Ferrini bij de open haard.

Bedding

Ondertussen ben ik al een paar dagen verwijderd van Nîmes. Met de zon in de rug richting het Noorden. Verheugd om terug wat meer groen te zien, gras, de bloemen in de bermen. De Cévennes. Verwijderd van de ruwheid en droogte van het Zuiden.

Mijn weg gaat verder richting Le Puy en Velay en daarna naar Vézelay. Reeds een paar dagen schrijf ik geen verhalen meer omdat ik gewaar werd dat dit me verwijderde van waar ik was, in het ‘NU’. Het begon een beetje aan te voelen als een ‘monoloog met mezelf’. Het schrijven voedde me niet meer.

Er is heel wat warms en bijzonder aan het groeien rondom mij en ben ik de vruchten aan het plukken van mijn 7 jaren pelgrimeren. Diep van binnen was een klein stemmetje die wist dat 7×7 levensjaar een bijzonder jaar zou worden. Het is.

Voor nu… Iedere stap die ik zet is een stap dichter bij mijn eigen bedding naar ‘De Bedding’. Hier later meer over…

Sainte Marie de la Mer

Arles–Le Chemin d’Arles

Ik neem afscheid van mijn nonkel “Oh, ou tu vas ?” “je reprends le Chemin, il est temps–lees de tijd is rijp-de continuer ce que j’ai à faire”. Hij is geschrokken, de boodschap die gisteren werd gedeeld was blijkbaar niet binnenkomen. Ik geef hem een zoen. Hij gaat mee tot aan de deur. Terwijl ik in de gang sta met de rugzak op, zie ik zijn ‘niet begrijpen’ en het water komend in zijn ogen. “Attend…”. Ik doe mijn rugzak af en ga naar hem toe. Ik open mijn armen, “vient que je te prends dans mes bras”,ik geef hem een liefdevolle knuffel en nog een zoen. Ik leg mijn handen op zijn armen, “prend bien soin de toi”, terwijl ik hem in de ogen kijk. “Tu sais ce que tu vient de faire là. Personne me la fait auparavant”, zegt mijn nonkel. Hij kijkt mijn tante aan, zijn tranen rollen.

Aan het station in Perpignan neen ik de wagen. Ik rijd mee met iemand tot in Arles.
Ik geef mijn tante een dikke knuf, voor ze terug naar huis gaat. Ik voel haar lichaam snikken. Tranen vloeien.” Tata, en ne ce perd plus”, fluister ik haar toe. Ik steek mijn rugzak in de koffer van de wagen… en steek nog even de straat over om haar een dikke knuffel te geven.

In de wagen stel ik me de vraag hoe het komt dat ikzelf geen verdriet of gemis voel. ‘Jasmine, moet je dit voelen?’, gaat er verder door meheen. Neen, natuurlijk niet en natuurlijk wel ben ik geraakt door te zien wat mijn bezoek zowel bij mijn tante en nonkel heeft gebracht. Wat ik vooral voel is vreugde. Vreugde omwille dat we terug verbonden zijn. Vreugde omwille van mijn volhouden, ver-trouwen, geloof in het Leven en in de Liefde. Vreugde om te kunnen blijven bewegen in vloeiendheid, moeiteloosheid in wat zich aanbied op mijn weg, ook in de momenten die minder aangenaam aanvoelen.

Zo heb ik soms het gevoel dat mijn hart traant wanneer ik hoor, zie wat gebeurt in de wereld, hoe mensen elkander benaderen in hardheid.
En zo duwt en weent mijn verlangen soms omdat het verlangt naar SamenZijn, Samenwonen, ontvangen, dienstbaar zijn, creëren in het groen, tuinieren, groenten kweken, met de handen in de aarde… En dit is me heel duidelijk geworden… Voor minder ga ik niet meer.

Arles. De jeugdherberg. Gesloten vanaf vandaag. Ik heb het geluk er toch te mogen overnachten.
Een heerlijk stukje harde gedroogde geitenkaas op een toost en yoghurt met ‘la crème de Marron’. Een eenvoudige heerlijke picknick. Een man van Portugese afkomst komt naast me zitten. “je voudrais aller en ville, mes avec la pluie c’est un peut loin. J’aurais besoin de la marihuana..” Ik negeer zijn laatste gedeelde zin. Wat later nodigt hij me uit om champagne te drinken. “Non, merci. Je ne bois pas d’alcool, ni fumer”. Hij steekt zijn duim op, als teken van ‘goede beslissing’ . Ik rond af en ga slapen. Ik laat mijn kamerdeur op een kier om tocht te maken.
Ik zet mijn nacht in. Slaapt onrustig… een nachtmerrie. Ik ontwaak in angst, met mijn hand en vingers verkrampt in een griezelig vorm naast mijn keel.
Op de gang hoor ik iemand in stilte bewegen. Een schim komt voor het licht van mijn kamerdeur. De reflectie verdwijnt op het plafond. Hmm, ben ik wel wakker, of droom ik wakker verder.
Ik voel ogen op mijn lijf.
Mijn lichaam gewikkeld in het laken ga ik naar de deur, open ze verder… in de gang, de man.
Het was geen droom meer…. wel werkelijkheid. Ik sluit mijn kamerdeur ‘nr 7’ en voel een opstandigheid.
Met 1 oordop slaap ik verder… op mijn qui-vive maar zonder angst.

Deze morgen bij het verlaten van de jeugdherberg zie ik de man in de tuin een boek lezen. Ik laat een brief achter voor de betaling van de overnachting, niemand van de verantwoordelijken is te vinden.
In het centrum van Arles, na een bezoek aan de kathedraal, hoor ik een luide stem, agressiviteit wordt geuit, een man spuwt voortdurend wild in het rond… Ik draai me om. De man nadert… Ik herken hem… De man van deze nacht.
Dit zien bevestigd nogmaals dat ik niet droomde.
Hij herkent me en stapt plots stil verder.

De bus naar Sainte Marie de la Mer. Bus af en naar de kerk. Les Gitanes spreken me aan en benaderen me wat opdringerig. “Vient ma belle un pendentif pour vous”, “ma jolie. Tenez c’est la tradition. Vous voulez que je lis les linge de votre mains, ?”… Ik dank vriendelijk en stap verder. Vanop de achtergrond kijk ik even hoe de vrouwen asn het werk gaan. Een bijzondere vorm van werken. Ik zie mensen agressief worden naar hen, mensen die bang zijn… Twee groepen tegen elkander op, en wanneer je ze tussen elkander ziet praten heeft de ene al wat een grovere mimiek dan de andere. Een vrouw valt me op. Wat heeft ze een zachte blik en ik zie telkens haar ontchooling wanneer het haar niet lukt om wat centjes bij te krijgen. Ik kijk wat dieper in mijn portemonnee en haal er een briefje uit. “Madame, tenez. C’est pour vous. Je vous le donne parce que votre doux regards ma touché. Ne le perds pas ce que il y a profond en toi” “Ze kijkt me aan,” tenez”, terwijl ze een medaille wil opspelden. “Non, merci. Je veut seulement vous offrir. Pas plus” “Merci madame”, en kijkt wat verwonderd.
Ik kan nog net een half uurtje binnen in de kerk ‘Notre-Dame-de-la-Mer ‘ Voor mij voldoende om deze plaats gewaar te worden. En ja hoor, geen spijt dat ik tot hier ben gekomen en kan begrijpen waarom mensen zo talrijk naar hier afdalen, tot in het uiterste puntje van de camargue. Eenmaal buiten is hier verder niets te beleven behalve de ene souvenir winkel en restaurant na de ander. Ik blijf op het plein en geniet van het zien wat zich hier allemaal afspeeld.
Een vrouw komt me aanspreken. Ze hoorde dat ik sprak over de credential. “Je peut vous demandez quelque chose ?” “Oui, bien sûr” “C’est quoi un credential ?” En zo begint het gesprek. We hebben een fijne uitwisseling omtrent de Camino, energieen, het hoe een weg zich creëert, wat het je bijbrengt niet enkel op de weg ook verder in het leven, bewustzijn, over wat het leven ons dagelijks toont en alles reeds aanwezig is en we het enkel hoeven te willen zien, er zich voor openen. Een uitnodiging volgt in Chambéry. De tweede persoon die ik ontmoet op deze weg, me uitnodigt in dezelfde buurt waar ik overnacht heb op de weg in 2018. ‘Hmmmm’.
“Allez en vous à prit de votre temps. Je vous laisse continuer votre chemin”. “Au, non vous m’avez pas prit mon temps, je vous remercie même de m’avoir posez la question. Cela fait parti du chemin. L’échange dans l’instant présent. Merci”, terwijl ik mijn handen bij elkaar breng en een Namaste groet buiging maak.

En wat een vloeiendheid vijf minuten nadien zit ik op de bus richting Arles om verder te reizen naar Aubagne waar mijn weg terug te voet verder gaat.

Ik wandel nog een 10 kilometer van Aubagne naar Gémenos. Een lieve priester biedt me een zaaltje aan waar ik mag verpozen. Wat later brengt hij me een gebakken omelet, fruit, kaas en brood.
Voor het slapen gaan geniet ik nog van een avondwandeling in de lege straten van het dorp. Achter de luiken, het licht van de tv’s schijnen op het interieur.

Église Notre-Dame-de-la-Mer a Sainte-Marie-de-la- Mer

Rennes-le-Château

Rennes-le-Château… in de hoogte is een torentje zichtbaar. Via een aardeweg kom ik aan op een grote parking.
Een wagen staat met de koffer open. Een kind ligt erin met een bloot kontje.. een verse onderbroek komt eraan. Een blonde vrouw. Een gehaaste beweging. Nederlandse taal.
Een trap. Midden de trap, een man, lange haren, op zijn neus een zonnebril, tussen de toppen van zijn wijsvinger en duim een dikke sigaar die hij langzaam naar zijn lippen brengt, kijkend naar de parking. De zonnebril doet me denken aan de tv serie uit mijn jeugd ‘Starsky en Hutch’. Ik kijk de man aan. Terzelfde tijd hoor ik de deuren van de wagen en de motor starten. De wagen start. “Och, ik ken je, je bent, en woont hier niet ver vandaan? ” . De man antwoord positief op mijn vraag. “Och, bijzonder dat ik je hier ontmoet. Een paar maanden geleden dacht ik nog… Hmm, in de tuin werken in het centrum zou me wel interesseren.” Een aanvoelen toen vertelde me iets anders. De sigaar verdwijnt, de zonnebril rust ondertussen op het hoofd. Lichtgekleurde ogen kijken me aan.” Bent u hier voor spiritueel werk? Een goede plaats is boven in torentje, je kan er een half uurtje mediteren. Er is een bijzondere energie…”.

Ik ga verder naar boven. Hmm, nu begrijp ik mijn aanvoelen van toen, waarop ik mocht vertrouwen. Ik wandel door de hoofdstraat verder in stijgende lijn. Hier en daar een winkeltje met allerlei rond spiritualiteit… van boeken, kettingen, hangers in goedkope materie, geurstokjes in allerlei kwaliteiten. Het ene al wat toeristisch dan het ander. Rechts een smal pad brengt me mee naar de Maria Magdalena kerk. Boven de deur, geschreven teksten in Latijn aan de ingang een opvallend beeld van een duivel. Er boven vier engelen elk vormt een verschillende beweging die samen het kruisteken vormen. Een kleine aangename kerk, met veel Kitch taferelen met hier en daar symbolen die men niet op andere kruiswegen terug vind. Ik blijf er een eindje zitten om gewaar te worden. Niets bijzonders. Het is.
Naast de kerk een shop met toeristische items, de ingang om het huis van ‘l’ Abbe Sonnière (een Franse priester 1852-1917) te bezoeken en La Tour de Magdala.
Ik wandel even rond het gebouw. Hmm, niets trekt me aan om het huis te bezoeken. En gaan mediteren in een toren omdat men het zegt… of omdat andere het ‘het’ van het vinden… Ik blijf trouw aan wat het me brengt, wat ikzelf mag gewaarworden, trouw blijven aan mijn eigen instinct. Een van de reden waarom ik vooraf niet wens te lezen, zo kan ik ook niet beïnvloed worden en blijf ik zoveel mogelijk in puurheid de omgeving verkennen.
Ik wandel verder en neem plaats op de muur van het parkje met zicht op het prachtige vergezicht op het gebergte van ‘Les Hautes-Pyrénées’. Een diepe zucht.. wat een schoonheid, wat een kracht dat dit gebergte uitstraalt. Zoals op vele plaatsen die ergens op ‘une Colline’ liggen straalt de natuur ook een zeker rust uit en brengt een stilte met zich mee, afhankelijk van hoe de windrichting zit. Ik heb geluk, windstil. De vroege avondzon schijnt nog hard.

Maison Abbé Saunière, église Marie Madeleine, deur ingang begraafplaats, Tour Magdala

Na de vraag aan een inwoner van het dorp of er een bezwaar zou zijn om mijn matrasje voor de muur te leggen om er te overnachten. “Ah non, tu va te faire virez par le maire. Si, non. Je peut te faire une chambre à 20 euro” , zegt hij al grinneken. Ik dank en stap wat verder. “Va te faire foutre, dégage”, roept hij me toe. Het is duidelijk wat me te doen staat…ik heb hier verder niets te doen.

Ik wandel nog een zes kilometer verder om er op een camping à la ferme te overnachten, midden de natuur onder een prachtige eik met zicht op Pech de Bugarach. Wat een zalige plaats. Ik geniet van de zachte ondergaande zon die de berg kleurt.

Étoile filante

Mathieu, de eigenaar van het huis slaapt nog. Ik leg het geld voor de overnachting op het bed en verlaat in stilte de gîte.
Via een poort van de burcht verlaat ik ‘La Couvertroirade’, een plaats die zegt ‘tot de weerziens’.

Via een arcade van buxussen, neem ik de weg verder richting Reines le Château en Bugarach.
Grr, spinnenwebben, iemand noemde dit ook’ les cheveux de…. ‘, (vergeten) de naam was zo luchtig fris, dat je bijna de webben zou appreciëren…. Aaahhh, mij lukt het niet…. Mijn sponnenfobie is dankzij hypnose en mijn tochten voorbij, maar dit neen, daar hou ik echt niet van.
Na twee kilometer hou ik de GR route voor bekeken, mijn ochtend energie heeft het gehad met de webben.

De weg is ruw, droog, af en toe wandel ik in uitgedroogde rivierbeddingen andere keren op een pad tussen uitgedroogde velden.
Op een aarde weg midden een brousse zie ik een kruiwagen staan. ‘Een kruiwagen!, een echo in mijn hoofd. Ik keer even terug op mijn passen. Een persoon zit op haar hukje kruid uit te doen. “Bonjourrrr, cela m’ étonne de voir une personne en plein milieu du GR7” Een vrouw, springt recht “Bhein, oui, moi je suis la. Et alors”, op een wat kordate manier. “Pardon madame ce n’est pas une évidence quand en marche depuis des heures dans la nature et que depuis des jours en vois personne en marchons”. De vrouw komt wat dichter en ik voel dat ze zich herneemt. Beginnend met zich te excuseren voor haar klederdracht. Een zwarte onderbroek, een kakihemd. Een fijn gelaat, geblondeerde haren, zwarte getekende wimpers. Uiteindelijk staan we wat te praten. De vrouw is ‘les pyrales’ uit de buxussen aan het halen om te vermijden dat ze verder ziek worden. Want eenmaal de buxussen hun bladeren verliezen kunnen ze niet meer aan fotosynthese doen en sterven ze af.

Na een fikse tocht in de hitte stop ik in Soudés. Een man wijst me de weg naar le Gîte communale en het gemeente huis. “La tu trouveras une personne qui pourras t’aider”. “Merci à vous.” Ik stap binnen in het gemeentehuis. Een vrouw stelt me voor om samen te kijken na de vergadering. “Très bien, je bouge plus du village je suis épuisé. Merci, beaucoup.”
Ondertussen zit ik te spelen en te spreken met kinderen en hun mama.
Na de vergadering spreek ik de vrouw terug aan. Ik zie aan de vrouw dat ze niet had verwacht dat ik er nog zou zijn. In het kort het resultaat. Haar woord was lucht. Gebruikt een excuses, de covid om haar gedrag te justifier’ en loopt weg.

Uiteindelijk kies ik om buiten te slapen. Ver van het plaatselijk, café naast La Mairie waar een menigte van volk samen is. In een van de kleine straatjes vind ik water. Ik geef mijn ledematen een goed schrobbeurt. Vind er een bank in een parkje. Installeer mijn bed en ga onder de sterrenhemel de nacht in. Un étoile filante ici, une étoile filante par la… Merci madame…. sans vous je n’aurai pas passé une soirée intelle.

La Couvertroirade to Soubès

Soubès

Jour de repos

La Couvertoirade

Een dagje rust in het dorpje ‘La Couvertroirade’.
Aan de ontbijt tafel maak ik kennis met C. Sedert januari is hij hier, hij is op doortocht met de fiets. We praten over de natuur, economie, écologie, vreemdelingen… Boeiende items met diepe levensvragen.
Hij toont me een boekje die hij creëerde wanneer hij verbleef in sloppenwijken in Afrika. Een man met veel kennis over alle items.
Hij nodigt me nadien uit op koffie.

Op een houten boomstronk in de ochtendzon praten we verder over verschillende onderwerpen… Een auto komt aangereden en parkeert zich voor ons. “Voilà, en a perdu notre belle vue. Les voitures. Les ordi…”, en zo gaat hij verder. “Oh, non. La voiture sera la que pour quelque instant. Le temps de décharger, je crois !”, meld ik terwijl ik verder geniet van de omgeving. En zo geschied. “Les voitures, les ordi… c’est des bonne inventions. Simplement en a mis sur la petite feuille, comment utiliser la machine, en a oublier à expliquer à l’être humain comment ce comporter avec.”…
Ik voel de energie een andere richting opgaan. Een zekere onrust komt opdagen bij de man. “Je vais en dépression. Je dois faire quelque chose. J’étais bien pendant le confinement. Il y avais un silence.” “Le silence c’est qoui C. Ce n’est pas l’absence de la musique, ce n’est pas l’absence de l’être humain”, nadat hij een opmerking deed op toeristen, op het muziek van de kleine pittoreske bar. “oui, …”, zegt hij terwijl zijn ogen onrust kennen. “Peut-être que il est temps de reprendre le mouvement ? .” “Oui, tu a raison je dois bougez.” ” Tu c’est C. Le Silence il n’est pas vide, le Silence est plein, il y a beaucoup dans le Silence, il est même infini. Et ce n’est pas à l’extérieur que en le trouve, mais à l’intérieur de soi même.”

Ik sta even recht om een vitrine te bekijken met verschillende kruisen, terwijl hij staat te praten met de barman. Wanneer ik me terug omdraai is hij verdwenen.

Ik wandel wat verder in het dorp en ontmoet er Anne met wie ik een fijne babbel heb. Ik trakteer haar op een koffie. Anne deelt haar maaltijd met me. We delen ons persoonlijk leven met elkaar. Ik vind het altijd bijzonder hoe men soms mensen ontmoet en het onmiddellijk een goede klik is. Alsof men elkander al veel langer kent. Na een paar uur praten en uitwisseling, ga ik terug naar le ‘Gîte de la Cité’, die de vroegere presbytère is.
Wat rusten en mijn was.

Het is warm, heel warm… Iedere beweging in dd zo’n is er bijna eentje teveel.
”s Àvonds geniet ik met Roxanne op een plaatselijk bio marktje. Verse groeten, fruit en une glace de brebis.
En om deze mooie hartelijke dag te vieren. Trakteerde Roxane me op een plaatselijk gebrouwen biertje.
Al heel snel, voel ik mijn hoofd in andere richtingen gaan… ‘jaja, Jasmine, dat had je wel kunnen weten.” Alcohol en ik… dit is echt mijn ding niet. Al snel lig ik horizontaal en ben ik in’ les bras de morphee..

La Couvertoirade

Tréves

Danny en Jean-Michel staan in de deuropening van l’ancien presbytère. We zwaaien naar elkaar. Aan de fontein vul ik mijn fles met bronwater. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat er hier in het dal zo een rustig en mooi gelegen dorpje was.
Ik verlaat Trèves via ‘Le Pont Neuf’ en een smal dichtbegroeid pad.
Na de Causses de Méjean, Causses Noir… hup, pour les Causses du Larzac. En wie zegt Causses, zegt stijgen en dalen.
Een zoveelste stevig klim om dan straks wat in de hoogte plat te wandelen.
De ene kalkgrond, de andere wat meer klei… Hier en daar is de grond wat rood gekleurd en wanneer ik naar de kleur van mijn benen kijk is de camouflage ten top.

De temperaturen blijven hoog, en wie zegt hoge temperaturen in het Zuiden… daar zingen de Cycaden tot zelfs soms oorverdovend wanneer je er tussen staat.
In de verte zie ik Nant. Tijd voor een middagpauze. Wat zeg ik middagpauze, het is reeds 14u.
Geen enkel plaatselijk winkel is open. Ik voel me zwak worden, is het de warmte, heb ik honger… een mengeling van beiden. Ik ga op een terras zitten en bestel me een maaltijd om terug op krachten te komen.
Pff, ik ben echt teneergeslagen van de warmte. Zelfs dat ik er bijna geen woord uitkrijg. Ik rust wat uit op de terras met mijn boekje in de hand.
Ik hoor de stemmen op de achtergrond verdwijnen, ik voel mijn hart in slaapmodus gaan. Mijn ogen sluiten.

Pas in de vroege avond beslis ik om verder te stappen. Het is bijna 18u. ‘Jasmine, is dit wel verstandig. Zou je niet beter stoppen met die warmte…’ Ik twijfel en ga langs de camping. Ik vraag om een bed te gebruiken die rond het zwembad staat om te slapen. Wegens de Covid kan dit niet. ‘les gents utilisé leur essui bain.’ ‘J’ utiliserais mon sac de couchage. Helaas. Ik vraag de prijs van een bungalow voor 1 nacht. 80 euro, oeps die de prijs voor één nachtje camping. Op de website staat 35 euro per nacht.

Het is duidelijk dat ik hier niet hoef te zijn. . Komaan Jasmine, het lukt je wel. De volgende kilometers richting ‘La Couvertoirade’. Hoewel de zon minder hoog staat, de temperatuur is niet gedaald. Vier uur later kom ik aan in het Tempeliers dorp met zijn kasteel, gebouwd door de orde van de Tempeliers ergens in de 12°eeuw. Het is er stil wanneer ik aankom. Een herder haalt zijn schapen binnen. Ik geniet van de rust die hier is. Ik steek het dorpje door… op een deur staat geschreven ‘Gîte de la Cité’, Ik ga binnen, een kamer om te delen met Roxane, een bed… Rust.

Trèves naar La Couvertoirade

La Couvertoirade

Tréves

In de diepte hoor ik de rivier ‘la Jonte’ zich een weg banen doorheen het dal. Voor mij een schaduw die me dezelfde richting uitwijst… naar Meyrueis. Mijn handen hebben het koud in het vroege ochtendgloren. Op een heuvel, een stofwolk, de landbouwer en het hooi.

Boven de deuren is vaak een steen in trapezium vorm te zien… Erin, gebeitelde jaarnummers tussen 1600 en 1870…
Verschillende kruis vormen zijn aanwezig sedert le Puy-en-Velay.
Het kruis van de Ordre de Saint-Jean of ook genoemd Ordre des Hospitaliers. Heeft zijn oorsprong in de wijk Muristan in Jeruzalem gewijd aan Johannes de Doper (tussen de periode 1020 en 1070) In oorsprong een onafhankelijk orde die pelgrims verplegen. Het waren hoofdzakelijk monniken. Nadien veranderde de onafhankelijk orde naar een katholieke orde. In 113 van hospitaal broeders naar militaire broeders. En legden de geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Het kruis van de Ordre de Malte ontstond. één gelofte verdween op de achtergrond)
Het kruis van de Tempeliers.(1118) Erkend door de Katholieke kerk in 1129, de Orde van de Tempeliers. Het was een monnikenorde met zowel een monastieke als militaire functie. En voerden oorlog tegen moslims in het Heilig land. Beschermende de pelgrims onderweg. Ook de Tempeliers legden de gelofte af van armoede, ze hadden, kregen grote landerijen en schonken hun bezittingen aan de orde. En de orde was….
Naast het kruis is er ook het embleem van l’Occitane. Een embleem die me als kind altijd heeft aangetrokken.

Etherische geuren verspreiden zich doorheen de natuur van Den, Brem, Linde en af en toe ‘un brin de Lavande’. .. Hmmm, Ik kan me zo een warme dampkamer voor de ogen halen en genieten van het vocht op mijn huid….

… Back to reality…

Mijn rugzak wordt voelbaar lichter en lichter hoe dichter ik het Zuiden nader.
Een gedrevenheid … of is het een verlangen die me vooruit duwt. Een beeld van een wit gewaad, komt terug voor mijn ogen. Zijn het herinneringen, een verlangen, of misschien een fantasie… Misschien… het heeft geen belang. Het is mijn denken niet die mij het antwoord zal brengen, integendeel.
Wat het me brengt en schenkt… de gewaarwordingen… deze zijn duidelijk. Een openheid, een vrije gewaarwording op mijn bekken. Een stroming, een doorstroming. Een subtiele zachtheid. Als een bedding die gewiegd wordt.

Ik ben me heel goed bewust dat de weg die ik hier afleg niet zomaar is, net zoals de vorige en ze allen met elkander verbonden zijn.
Dat het niet alleen mij ten goede komt en zal komen.
Het terug vinden van mijn tante maakt hier onderdeel van en het verlangen elkander terug te zien is groot. En hoewel de tijd van afwezigheid lang was… haar stem horen is alsof het gisteren was. Hoe meer we elkander horen, hoe meer we beseffen dat we zoveel gemeenschappelijk hebben, ‘gedragen en ondergaan’

Een aangename geur in de kerk van Lanuéjols. Een kerk vol kitch beelden… Waaronder de Aertsengel Michaël en er tegenover Sint Anna. Bijzonder hoe Sint Anna vaak in mijn oogvizier komt, terwijl dit beeld me nooit is opgevallen of me vreemd was.
Een vrouw, moeder, grootmoeder. Wat als deze vrouw een zoon had ter wereld gebracht… Een onderdeel van deze pelgrimstocht. Grootmoeders, moeders en hun zonen.

De sprinkhanen springen in het rond. Eentje miste haar sprong en belandde tussen mijn teen en sandaal. Het geluid van de krekels. Een daas zoemt in tegenwijzerzin om me heen, wachtend tot het moment ik zou stil komen te staan… geen haar op mijn hoofd die er maar aandenkt.
Buxussen die in de schaduw van de zomereik gedijen, gedroogde helleborussen hangen met hun kopje naar beneden.

Soms is het zo stil in de natuur dat ik het gefladder van de vlinders kan horen wanneer ze me voorbij vliegen.
Halfgedroogde strontjes verklappen de aanwezigheid van schapen. Hier en daar een gepluimde kip… De vos, gieren…?

Het pad is bijzonder, af en toe wandel ik in een gang van buxussen die in arcades gevormd zijn. Soms voel ik me in andere tijden. Bizar.
Plots hoor ik een geluid. Het lijkt een schril geluid te zijn, als hoge stemmen van vrouwen en kinderen die schreeuwen. Niets te zien. Ik hoor het terug… Ik kijk rond, Niets. Er is hier ook geen enkel dorp of huis dichtbij en rotsen en eikenbossen.

Terwijl ik de gsm in de hand neem en begin te typen wat me overkomt, zie ik plots in een ooghoek, voor mijn voeten drie schedels liggen. Ik kijk verder overal liggen beenderen verspreid, netjes opgekuist. Mijn nieuwsgierigheid prikkelt me en wandel wat verder van het pad af.
Ik werd gezien… Zelf zie ik niets. Naar de zwaarte van de poten en de snelheid… ik heb terug het Hert gemist. Vaak laat hij zich horen, niet zien.

Met een stevige geankerde stap voel ik plots dat ik me een weg baan doorheen de haag. Het voelt eerder aan als een haag van levende wezens. Het voelt als een vastberadenheid, een niet laten onderdrukken en met opgeheven hoofd van zelfzekerheid en waarheid, Een stof… klederdracht , rood-groen fluweel.

Ik kijk over mijn schouder en bij het terug vooruit kijken en wandelen, voel ik dat met mijn beweging, ik achterlaat wat niet van mij is.
Ik verlaat het dorpje Espinassous met een bizar gevoel. In mijn rug hoor ik een haan kraaien…

Het laatste stuk voor vandaag, een afdaling richting het dorpje Trèves. In zigzag daal ik het stijl pad af.
‘Jeruzalem’.. . Hupla, nog eens. ‘Jeruzalem’. .. Ik herken deze manier van hoe plots iets naar me toe komt. Zo was het ook voor Assisi. ‘Ah neen, ah neen gaat doorheen. Niet nu, niet na Sainte Beaume, nu niet, niet nu ‘ Ik zou me zo graag settelen en mijn leven delen met iemand. Wanneer zal dit ophouden’, gaar door meheen. Een traan rolt langs mijn wang. Ik voel me zwak worden en verlies het stevig contact met mijn onderlichaam. Mijn bovenlichaam voel ik aan een kant trekken, naar de afgrond. Ik voel dat ik gecontreerd moet blijven en aandachtig bij de weg. Ik ken en herken deze energie.
Nikhil zijn naam komt in mij op. Waarom? Moet ik nu contact met hem nemen? Ik blijf verder stappen. Het is warm. De tranen in mijn ogen verhinderen me om de weg goed te zien.
‘Het is niet meer ver… nog een klein duwtje…’

Ik weet dat wat net gebeurde, er geen ontsnappen aan is… en dat dit vroeg of laat zal gebeuren en deze weg zal genomen worden.
De tranen vloeien wat zachter.

Vermoeid en uitgeput kom ik aan in een prachtig rustig dorpje Trèves in een vallei midden twee Causses. Een jonge kerel helpt me voor een overnachting. Het lukt hem niet. Ik ga op het ene terras in het dorp zitten… tot ik uitgerust ben. Wanneer ik klaar ben om naar de camping te gaan kijken. Zegt een vrouw tegen me ‘venez avec nous en a une chambre de libre en haut’ bij Danny en Jean-Michel. Belgen die in de vroegere presbytère wonen.

Salvinsac to Trèves