M

Deze nacht, Lailly-en-Val, sliep ik terug onder de tarp. Oeps, de nachtelijke temperaturen zijn sterk gedaald, deze nacht was het vriespunt niet ver weg. Gelukkig heb ik mijn wollen kousen aangetrokken en met mijn dons van de slaapzak op mijn hoofd kon ik mijn lichaamstemperatuur op peil houden. Bij het opstaan nodigen Renee en Michel me uit voor een koffie, na bijna twee uren gezellig praten en delen verlaat ik hun huisje waar ik in hun tuin mocht overnachten.

Midden in het bos staat een groot wit kruis. In het middenpunt waar de 2 benen samen komen, het hart, is een symbool verwerkt, een hart met een kruis erop (gelijkbenig kruis) uit hout gesneden.
Wanneer ik dit symbool in mij opneem, laat binnenkomen en mijn kijk, mijn waarnemen breder en dieper wordt, ik zou kunnen het woord ‘Zien’ gebruiken dan wordt het symbool levend. Wat bedoel ik met ‘levend’ , wel dat het symbool niet meer plat is zoals bij de eerste blik ‘hart en een kruis’, wel dat er een verhaal komt, ze krijgt diepte, diepgang. Ze wordt levend omdat iets in mezelf wordt aangesproken. Het is niet iets die buiten mij is.
Je kan het vergelijkenis als naar een muziekconcert gaan of naar een theaterstuk. Bij sommige optredens blijf je de kijker en het raakt je niet, bij andere kom je buiten en heeft het gans je ‘Zijn’ aangesproken en had je kippenvel en krijg je onmiddellijk zin om iets te verwezenlijken… Of je gaat naar een tentoonstelling

Hoe wordt het voor mij levend…
In het hart staat een niet gelijkbenig kruis, waarvan de basis van het kruis worteld in het hart, waardoor de basis niet meer waarneembaar, zichtbaar is voor het oog. Wel voelbaar kan worden voor wie het Hart volgt, zijn/haar eigen Hart.
De wortels zitten in het Hart, in ons Hart.
Wanneer ik terug het grote houten kruis in het bos waarneem, zie ik aan zijn basis nog een symbool.
De letter M met een kruis erop.
In de M zie ik een gelijkbenig evenwichtige letter, met een middenpunt waar het kruis zijn basis zoekt. Een M van Maria, Maria Magdalena, Moeder…. 3 keer M.
Het kruis (betekend voor mij het Christusbewustzijn) met als basis zijn wortels komend uit de M.
Het grote houten kruis staat alvast goed geworteld in Moeder Aarde.
Het kruis, het Hart, de M. = mannelijk en vrouwelijk ‘gedragen’ verenigd in OnsZelf.
Twee polen verenigd.

De herfstgeuren komen stilletjes aan sterker aanwezig. Ik geniet van ‘La Sologne’ en haar natuurlijke beboste omgeving. Haar grote meren en haar fauna. De everzwijnen houden op de wandelwegen een ware ravage, enorme oppervlakte werden omgewoeld. En voor wie opzoek is naar iemand om de tuin om te spitten, wel ik kan ze jullie echt aanraden, de graszoden liggen onmiddellijk onderste boven en de grond wordt ‘luchtig’.

Het gezang van de vogels is gelukkig terug meer aanwezig – na de gebieden van gewassen – want ik had ze wat gemist. Sedert een lange tijd zijn ook de koeien terug présent, soms staan ze midden de weg en na een babbeltje met hen maken ze de weg vrij, eenmaal voorbij nemen ze terug hun plaats in. Hier en daar mag ik herten zien en soms een edelhert. De bronsttijd is gestart en af en toe mag ik ze hoorbaar aanwezig voelen. Wat is het fijn om in hun habitat te vertoeven en te mogen genieten van al die levende wezens.

Ik blijf staan om dit natuurlijk spektakel in deze prachtige omgeving te bewonderen. Ik wordt de wind gewaar op mijn armen, de warmte van de zon in mijn nek. Mijn voeten voelen stevig geaard op de zachtig ondergrond, ik word gewaar voorbij de grenzen van wat wij het lichaam noemen…. oneindig, zachtbegrensd in het oneindige, als een flinterdunne film doorlatend. De wind speelt in de bladeren van de eikenbomen, de takken van bramen bewegen ritmisch op en neer.

Twee herten staan me aan te kijken ze nemen een stap naar voor. Och zouden ze in mijn richting komen… eventjes maar en nadien stappen ze rustig het groen in. Wie weet ooit komt dit nog dat ik ze van dichtbij mag benaderen.

Een bonte specht vliegt voor me uit en begint een wandeltocht op een boomstam. Af en toe komt hij piepen naar de voorkant, wandelend tot in de kruin. Vlinders fladderen tussen de boomstammen. Mijn neus herkent zoete, houterige geuren , de geur van vochtige aarde.

Binnen twee dagen kom ik aan in Magdala. Zonder verwachtingen ga ik zien en gewaarworden wat me daarheen brengt. Hoewel ik een eureka gevoel had toen ik gewaar werd dat ik naar deze plek werd getrokken, geroepen. Heb ik de ingesteldheid genomen het ‘eureka’ gevoel in mij levend te houden zonder er iets te moeten mee doen. Het onderweg zijn heeft me ondertussen verder gesteund op mijn weg. In vertrouwen stap ik het leven verder, in wat naar mij komt en wat aan mij getoond wordt. En dit brengt zoveel rust en diepgang. Daarin ligt voor mij het oneindig antwoord, in het onderweg zijn. Er zijn vastepunten of eerder houvast momenten in het leven, laten we ze echter niet vastpinnen, wel in beweging laten. En daar kan ik me soms zo in vergaloperen, en me verwijderen van mezelf.
Voor de ene is dit een huis die om de zoveel jaren eens getransformeerd wordt, voor de ander toont zich dit op een andere manier. Wat het ook is en dit is voor ieder anders, vergeet niet te blijven groeien met een openkijk op het leven.

Hier wat meer beelden..

Één kortfilm is voor later 😉

Zien

In de enige bar in het dorp, langs een grote weg richting Orléans nemen we ons ontbijt. Een autentieke houten vloer, lederen groene zitbanken, elegante eiken tafels. Aan de muur hangt een zelfgemaakte poster ‘De vierde generatie’, met een beeld van ieder koppel, een huwelijksfoto. Bij het verlaten van de bar deel ik aan de eigenaar, “Meneer, zo fijn om jullie meubilair te zien en deze mooie oude houtenvloer. Ik heb niet de indruk in een bar te zijn, wel in een warme uitnodigende woonkamer. Dit voelt zalig aan.”

Ik laat Evelyne zoeken op haar app naar de weg. Op een kruispunt zie ik het streepje ‘blauw-geel’ met nog twee andere veldwegen ernaast. Ik leg haar even uit wat de mogelijkheden zijn op zo een punt en de keuze die ik hierin maak, asfalt of natuurlijke wegen. Beiden kiezen we de natuurlijke weg en laten we even het teken van de Camino opzij. Ik check dubbel bij Evelyne of zij dit ok vind en er vertrouwen in heeft. De Franse taal is zij niet zo meester – alhoewel ze toch wel al een goede vocabulaire heeft – en dit naast haar eigen taal Zwitsers-Duits.

Een niet bekende weg nemen (hoewel deze nooit bekend is in de bredere zin) is niet altijd een eenvoudige keuze voor wie in het onzeker, angstig, in het mentale leeft… want heel vaak komen er dan stemmetjes in het hoofd ‘zal ik dan de weg terug vinden’, ‘en wat als ik niet meer door kan’, ‘wat als ik verloren loop’, ‘ik zal het niet kunnen’, ‘ik zal iets missen’… en dat is niet abnormaal wanneer men voor het onbekende staat. De mogelijkheid die er dan kan optreden is dat men zichzelf gaat bevriezen waarmee de vloeiendheid, de beweging van wat leven stopt.
De weg leerde me ‘vertrouwen’ en uit dit vertrouwen kwam ‘voorzienigheid’.

Vroeger was ik iemand die al mijn reizen voorbereidde tot op de puntjes, net door die talrijke vragen die opkwamen vanuit schrik voor het onbekende. En net hierdoor deed ik een beweging die het omgekeerde met zich meebracht. Want op die reizen stootte ik telkens heel hard mijn hoofd tegen de muur… of ik werd bestolen, of ik kwam in lugubere plaatsen terecht met de onaangename gevolgen vandien, of ik voelde me niet goed en wou zo snel mogelijk weg maar kon niet net door de planning die me ‘vastroestte’…

Ik was verwijderd van mijn lichaam, ik leefde in mijn hoofd om mijn lichaam te beschermen en mijn gewaarwordingen niet toe te laten. Behalve en gelukkig op plaatsen waar ik alleen was kon ik het soms nog toelaten.
Hierdoor sneed ik me deels af van mijn intuïtie, mijn eigen beweging, innerlijke kompas. Een beweging die ooit bewust was begonnen om iets te vermijden. Door de jaren heen werd deze keuze een ‘vast gebaar’ ik had het mezelf zo aangeleerd beïnvloed door de buitenwereld. Het ‘vast gebaar’ verdween wanneer ik de verantwoordelijkheid voor mijn leven in handen terug nam. En hierin horen voor mij de woorden Bewust leven, gewaarworden, vertrouwen op mijn intuitie, mijn instinct volgen, bewust handelen…en me losmaken van het geconditioneerde, naar puurheid. En ook al was, is dit niet altijd de eenvoudigste weg, ze is me zo waardevol.

Ondertussen probeer ik Evelyne naar een bewustzijn mee te nemen in het bos, via lichaamshouding, ademhaling, zintuigen, om in het hier en nu te kunnen zijn.
Te kijken naar iets, niet via wat we geleerd hebben op de schoolbanken of de zovele jaren in ons rug en wat we zonder meer, zonder werkelijk erbij stil te staan hebben overgenomen.
Wel een kijk van wat we werkelijk zien. Wat we werkelijk horen. Ongefilterd.
Zich losmaken van conditionering die een mens kan belemmeren om vrij in het leven te staan. Conditionering die ervoor zorgt dat we ons verwijderen van ons ware Zijn, wie we in werkelijkheid Zijn. Gedragingen die hieruit zijn ontstaan en waar men slaaf van is geworden. Een gedrag die jaren aan een stuk voldoening kan brengen, tot op het punt dat men gewaar wordt…. ‘Dit ben ik niet, zo wil ik niet zijn, wie ben ik eigenlijk… Vragen die het begin zijn van verandering.

“Wat zie je”, vraag ik aan Evelyne terwijl we op het gras staan midden een bos. Het antwoord komt heel snel, nog voor de vraag werkelijk is aangekomen. “une route”. “Is dit werkelijk wat je ziet of weet je het omdat de kaart het je toonde”, vraag ik haar. Ze kijkt me bedenkend aan. “Wat zie je in werkelijkheid!?” Een stilte… Wat aarzelend hoor ik, “Een witte streep.” Dit klinkt misschien voor velen banaal of kinderachtig. Wel laten we terug kijken met kinderogen naar de wereld, want niet alles IS wat men denkt wat het is.
Laten we observeren, bewust waarnemen van wat we in werkelijkheid Zien.

We naderen Orléans. Ik open de app en bekijk de platte grond om te zien waarheen we stappen. Ik vergroot het plan. Het komt me bekend voor, alsof ik van uit vogelperspectief de stad herken. Een bijzondere gewaarwording. Ik check even mijn blog of ik hier ooit ben geweest. Inderdaad. Ik passeerde hier in 2018 op mijn weg van de Aertsengel Michaël.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden.

Kathedraal Orléans

Evelyne

Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde

In de verte zie ik twee mensen wandelen. ‘Zouden er wandelstokken te zien zijn. Misschien een pelgrim’, stel ik me de vraag. Op mijn rechterkant zie ik een regen gordijn op mij afkomen. Ik maak me klaar om de druppels te ontvangen. Mijn regenkap gaat op de rugzak, mijn paraplu boven mijn hoofd.
Ik nader de twee mensen, een plaatselijke bewoner, een pelgrim ‘Evelyne’.
Evelyne, is vertrokken vanuit Parijs als startpunt. “Naar waar gaat u”, vraagt de man die erbij is. “Richting Orléans”. “De vrouw is haar weg verloren. Er zijn hier veel pelgrims die de weg verliezen hier. Ik ken hier de regio uit mijn broekzak en dan help ik hen altijd”, deelt de man verder.

Ik wandel verder met Evelyne en vraag haar op welke manier ze de weg wandelt. “Met de gids ‘guide lepere’. Maar ik verlies de weg. Ik heb daar wel tien minuten staan draaien om hun boek te begrijpen”, weet Evelyne me te vertellen. Ik deel haar de manier hoe ik onderweg stap. “Als je wenst kan ik je later tonen welke app ik gebruik en met deze app kan je nooit meer je weg kwijt zijn onderweg, en ga je zo naar Compostella.”

In Longpont-sur-Orge stap ik de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde binnen. Een aangenaam aanvoelende kerk. Twee dames zijn er de bloemen aan het schikken en aan het bij knippen.” Madame, zou ik even jullie toiletten mogen gebruiken aub”, vraag ik aan een bejaarde kleine dame. “Gaat u naar Compostella. We hebben hier de stempel voor in de credential”, zegt de vrouw met fierheid. “Ik ben op de weg, maar ik ga er niet naar toe. Mijn weg neemt me elders mee.” De vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Dit doet me terug denken aan het moment op de weg naar Rome, wanneer de mensen mijn schelp op de rugzak zagen en ze me vroegen ‘ga je naar Compostella’ en wanneer ik ‘Rome’ zei, had het plots geen belang meer, alsof de enige bestaande pelgrimsweg richting Spanje was.

In de basiliek wordt ik aangetrokken door een beeld, een buste in rugaanzicht, tussen de vele andere beelden. Ik wandel het hekken voorbij, draai me om. De buste van Maria-Magdalena met een relikwie en dit naast de 1600 andere. De priester had hier een fikse hobby.

De weg gaat verder langs een prachtig rustig natuurgebied richting Arpajon.
Evelyne heeft ervoor gezorgd dat ik ook bij ‘la famille d’acceuil’ kan overnachten waar zij reserveerde voor de nacht. Het is al een paar dagen dat buiten overnachten uitgesloten is wegens zware onweders.
’s Avonds zitten we met zeven aan tafel en delen we een eenvoudige heerlijke maaltijd. Bij Benoît en Marie-Agnès en hun kinderen.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Vivre

Na een boeiende avond met Isabelle en onze gesprekken met een prachtige mengelmoes van theologie, antroposofie, geschiedenis, Maria Magdalena, Jezus…, verlaat ik Sceaux via het park van het kasteel.
De tuinmannen en vrouwen snoeien er de kilometers lange taxus hagen en haagbeuken. Het harken van de nieuw aangelegde fijne grind-zand weg tussen de grasvelden, doet me denken aan de Japanse Zen-tuin waar de monniken als meditatie, met een hark, een patroon en de beweging van het water in het grind harken.

Het is ongelofelijk om te zien hoe snel de natuur haar krachten terug neemt na een regenbui.
Hoe het gras terug groen wordt en de wilde kruiden in de bermen terug zichtbaar.

Fietsers, wandelaars, lopers, hardlopers, kinderen die proberen de vogels zachtjes te benaderen. Twee bejaarde vrouwen op een stenen bank aan de oever van het kanaal pratend over een buurvrouw, terwijl hun hondje aan de riem trekt om de duiven achterna te lopen.
Ik blijf even stilstaan en leun met mijn handen op mijn wandelstokken… Het is stil in me en vredig. Ik laat me impregneren door de frisse, verse natuurgeuren na een hevige onweersbui.

Op een bord langs de weg staat in grote letters geschreven ‘Vivre autrement… Mieux…’ omringd door een beeld van hedendaagse huizen met brede trottoirs. Veel asfalt en een klein vierkant voor een boom. Wordt mede-eigenaar…
Hmm, het financieel plaatje zou ik niet willen zien en laat ik ook in het midden.
De titel….’ Vivre autrement… mieux’ brengt me aan het denken. Een heel aanlokkelijk plaatje niet! Wanneer gaan we stoppen met altijd maar meer te willen, en de gedachte ‘daar’ (het buiten ons plaatsen) zal het anders zijn…. beter. Het is hetzelfde als een emmer vullen zonder bodem. Want iets nieuws zetten of doen, het lijkt aantrekkelijk, alleen de wortels worden niet aangepakt.
Wanneer zullen we wat reeds bestaat aanpakken en transformeren en zorgen dat er geen leegstaande panden niet meer bestaan of staan te verkrotten. Ook dit kan ‘vivre autrement mieux’ zijn. En dit kunnen we doortrekken naar ons eigen ‘innerlijk’…tot aan de wortels.
Het is onze kijk hoe we leven die het veranderen waard is.

Een bejaarde vrouw komt naar buiten ik hoor roepen, “Jules arrête, arrête Jules”. Jules wandelt naar zijn zin en trekt hem van niets aan. De hond.
Ik zet mijn voet op de wandelriem. Jules draait zich om, kijkt naar me… naar zijn baasje…dit had hij precies niet verwacht. “Merci madame”, zegt de vrouw. In mijn rug hoor ik de dame verder spreken met Jules.

Mijn weg gaat verder via de ‘ Via Turonensis’ en La coulée Verte du Sud de Parisien en ik puzzel wat met de GR10 en de PR10.
In Massy stop ik voor een maaltijd, een heerlijke Couscous klaargemaakt door lieve mensen afkomstig uit Algerije. Een man komt binnen. Ik hoor hem spreken aan de toog over mijn rugzak. Hij spreekt me aan en we beginnen een conversatie. Een charmante man met heel veel kennis. Ik hoor dat hij al veel gereisd heeft en ik begin te delen over de Pelgrimstocht naar Israël. Hij deelt zijn kennis en ervaring, spreekt over St. Augustijn en over zijn verlangen om naar Compostella te gaan. Later deelt de vrouw van het restaurant me dat de man, Slimane Benäissa heet, een schrijver.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Sarcelles

Buiten slapen in de voorsteden van Parijs, is echt geen aanrader. De steden blijven wakker, latente achtergrond geluiden en mijn mentale bleef blijkbaar ook alert. Niet te min kom mijn lichaam toch tot rust komen.

Bij het ontwaken kan ik net op tijd mijn tarp inpakken vóór de regen. Nicole nodigt me uit voor het ontbijt. We praten over kunst, de weg, het onderweg zijn in het leven en over haar verlangen om pelgrims te ontvangen. En zo komt er een nieuw pelgrimsontvangst bij. Dankjewel Nicole.

Terug op de weg wandel ik onder talrijke hoge storende electriciteits masten. Vliegtuigen dalen de ene na de andere naar het vliegveld Paris-Charles-de-Gaulle.
Recht voor mij hoor ik talrijke meeuwen.
Een immens vuilnisbelt. Op de achtergrond een kasteel opgehelderd door het zonlicht. Wat een contrast. Ik blijf wat staan aan de hectaren groot vuilnisgebied en observeer het reilen en zeilen.
Een grote vrachtwagen rijd weg, hij heeft net geledigd. Een andere staat met zijn container naar omhoog te ledigen. Een bulldozer walst alles plat vóór er een nieuwe laag aankomt.
Felle kleuren als rood, groen, blauw zijn zichtbaar. Niet recycleerbare materiaal. Ik blijf staan en kijk dit erbarmelijk, dégoûtant tafereel aan.
Ik word een beweging gewaar in mijn lijf, mijn maag, mijn hart, mijn keel, mijn ogen… Van kwaadheid, naar misselijkheid, naar geraakt zijn… Tranen. Dégoûtant.
Zien wat overconsumptie, wat bepaalde producten teweegbrengen aan Moeder natuur, aan deze kostbare aarde.

In een dorp stap ik net op tijd een café binnen voor een koffie pauze. Wat later komt iemand binnen. Korte broek, grote rugzak en een grijs stuk stof over de rugzak, een poncho. Joseph.

“Joseph, wat fijn je hier te zien. En waar is je papa?”, vraag ik Joseph terwijl hij zich bijna ploffend neerzet. ‘Hmmm, er is iets gebeurt’, gaat door meheen. Gisteren hoorde en zag ik wat spanning tussen vader en zoon en wat later zag ik beiden in de verte afzonderlijk wandelen elk op een ander stuk weg. Ik wandelde tussen hen.
Ik steek mijn hand uit. Joseph neemt aan. De emoties krijgen de vrije loop. Zo herkenbaar wat generatieverschillen soms kunnen teweegbrengen. Kinderen die om liefde vragen en ouders die vastzitten in patronen en niet begrijpen wat gebeurt bij het kind.

Samen met Joseph stap ik deze dag verder richting Parijs. Eerst richting le Château d’Écouen, langs het fort even het bos in om dan de rest van de dag via asfalt, het geluid van de wagens, stinkende motors en een twaalf kilometer lange asfalt weg doorheen de voorstad Sarcelles richting Saint-Denis.
Een weg die ik zeker niet zou nemen vroeg of laat op de dag en alleen. Een raar en onveilig sfeertje hangt hier in de lucht. Krottenwijken op de rand van de stad tussen twee kleine luxebedrijven en erachter de kraan van een vuilnisbelt. Parijs, Europa… dit gebeurt naast ons deur. Zowel Joseph als ik proberen erdoor te wandelen zonder de omgeving te laten binnenkomen. Het lukt ons niet.

In Saint-Denis wandelen we richting de basiliek. Bij het binnenstappen worden we tegengehouden. “Vigile pirate, dit zijn pelgrimsstokken die mogen binnen”, wijzend naar mijn metalen wandelstokken zegt de man aan de deur. “Deze stok mag niet binnen”, kijkend naar de houten natuurlijk wandelstok van Joseph waar een witte pluim op steekt.
Joseph moet zijn stok naar buiten brengen, niet binnen in een hoek, achter een deur of onder de tafel van de bewakers. Neen, buiten op het plein. Met als opmerking “die trekken toch op niets, ze hebben geen enkele waarde.”
En dan begint hun redenering over onze rugzak. Ik doe het voorstel om ze onder hun tafel te leggen of achter hun tafel te zetten. We worden gewaar dat flexibiliteit, openheid, menselijkheid verdwenen is onder starheid en indoctrinatie.
Joseph en ik kijken elkaar aan draaien ons om en nemen de richting van het licht. Het was duidelijk.

Wat verder neem ik afscheid van Joseph en stap verder naar een sportwinkel. Mijn sandalen vertonen gaten in de zolen.
In de winkel helpt een vrouw me zoeken naar een rechter sandaal, tevergeefs. Uiteindelijk kan ze me helpen en reserveerd een paar sandalen in een andere arrondissement die ik morgen zal ophalen. Ik dank de vrouw voor haar geduld, hulpvaardigheid en vriendelijkheid alsook hun diensten. Gisteren mocht ik zomaar twintig euro ontvangen van de winkel wegens mijn eerlijkheid.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Pimprez

“Au revoir Pierre-Dominique, misschien tot een volgende keer en bedankt voor je delen” , zeg ik tegen de broeder die in de deuropening staat van de kleine abdijwinkel. “Je vertrekt!”, vraagt hij me wat verwonderd. “Ja, mijn weg is daar in beweging, onderweg zijn.Het enige vaste in het leven. Beweging.”
Op amper een uur van de abdij, en vermits ik laat vertrokken ben na eerst mijn kamer te hebben gekuist, krijg ik honger. Ik zie mensen aankomen op een parking van een zaal en vraag of er iets te doen is. Er was een wandeltocht. Wat verder vraagt een man me of ik iets zoek. “Wel ik ben op zoek naar een bar of waar ik ergens eten kan aanschaffen. Er rest me enkel een kiwi en een appel.” De man kijkt me aan, “kom ik zal wel iets voor je vinden. We zullen het vragen aan die kleine blonde kop. De burgemeester.” Zogezegd, zo gedaan. Tien minuten later sta ik tussen de inwoners van Pimprez aan de aperitief tafel, met glas water in hand en wat later mag ik met hen aanschuiven aan de barbecue.

In de zaal zie en hoor ik de mensen hoe ze plaats nemen. Gehaastheid, snel plaatsen reserveren. Het doet me wat denken aan de lezing deze morgen over de bruiloft van Kanaän. Ik zit er precies midden in. De mensheid is toch boeiend! En ik geniet van de ‘plaats’ in mijn hart. Daar waar ik mag zijn en die overal en altijd Is.
Aan tafel zit ik tussen Armand en Regine.
Ze reden ooit met de fiets naar Compostela. We hebben heel fijne momenten aan tafel. Spreken over de weg, over het leven over courante dagelijkse zaken. Over kruiden. De sfeer is gemoedelijk en familiair. Ik zie dat sommige mensen zich vragen stellen over wie ik ben en wat ik aan tafel doe. Voor sommige mensen is dit wat uit de comfort zone, voor anderen als een vanzelfsprekendheid. Ik stel de eerste al snel op hun gemak door ze aan te spreken.

Zegt de burgemeester plots, “Armand heb je al uitgelegd aan mevrouw wat er hier voordien was?”. Armand legt me uit dat de zaal waar we aan het eten zijn, dit de vroegere fabriek was van Ricqles, daar waar ze ‘Alcole de Menthe’ vervaardigen. “Och, dit heb ik als kind vaak gekregen in de wagen. Mijn vader had dit altijd bij want ik was vaak wagenziek. En een paar van die druppels op een suiker, was me altijd deugddoend. En het is nog lekker ook.” “Ik heb hier 40 jaar gewerkt” zegt Regine met grote fierheid.
Armand kent heel goed de buurt en legt me uit dat er hier ook een weg is genaamd ‘Stevenson’. “Ja, dit zag ik maar was wat verward met de weg in Zuid-Frankrijk”. Hij legde me uit dat het over dezelfde Stevenson gaat en dat hij langs hij met de Canoe vaarde, de weg die ze zullen merken en kenbaar maken.

Om vier uur in de namiddag beslis ik toch maar eens om nog wat te wandelen. Uiteindelijk wandel ik nog tot ’s avonds. In Choisy-au-Bac zie ik een huisje die mijn aandacht trekt met korte schattige gordijntjes. Ik bel aan. “Goedeavond meneer ik zoek een plaats waar ik mij tarp voor een nacht zou kunnen neerzetten. Kent u een plaats waar dit mogelijk zou zijn?” “Ja, hier”, kwam er vlot uit. En zo kwam ik aan ten huize Thierry en Myriam.

En in de plaats van mijn tarp op te zetten kreeg in een bed aangeboden in een bijhuis.

Na een goede nachtrust en een ontbijt samen met Myriam, neem ik afscheid. “En ’s embrasse”, vraagt Myriam. “Avec plaisir” ” Dank je wel dat je gekomen bent. Dankzij je komst heb je ons op het idee gebracht om ons huis open te stellen voor pelgrims. Zowel ik als Thierry houden van mensen te verwelkomen.”

Één korte dag staat me te wachten. Alle, ik plak er nog een rondje bij en geniet van een wandeling in de natuur vóór ik Compiègne binnen wandel via een lange, oneindige tuin richting het kasteel van Compiègne.

Naar het toeristisch voor de sleutel van de eerste pelgrimsherberg. Een vriendelijke dame verwelkomd me. In de herberg mag ik de eerste pelgrims ontmoeten. Joseph en Gilles, zoon en vader samen op stap. En een Nederlands koppel die weg is met de fiets tot Casablanca.

Compiègne

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

En hier

Erdal

La danses Macabres-Guiscard

Het is drukkend warm. Op de middag hou ik een maaltijd en rustpauze in Guiscard.
Na de maaltijd voel ik me verwijderen van mijn omgeving, de warmte en de vertering maken me loom. Ik zet me rechtop en sluit mijn ogen voor eventjes. Wanneer ik mijn ogen open is de zaal leeg en zitten de eigenaars te eten na hun service. Wat lief van hen.

Ik verlaat de zaak. Op een bepaald moment hoor ik iemand roepen. Ik draai me om.
“Wacht even help me…”, zoekend naar de naam van de man die ik herken. “Erdal”, antwoord hij. Verwonderd en blij, “wat doe jij hier, zo fijn van je te zien. Hoe gaat het met je?”, vraag ik hem. “Ik ben hier voor het werk. Een week na dat je langs kwam had ik werk en heb het nog altijd. Het enige nadeel is dat mijn vingers wat verbrand zijn door de koude”, en hij toont mij zijn handen. Zijn vingertoppen vertonen zwarte puntjes van wel 3mm diameter, verbrand van de koude door het vastnemen van diepvriesproducten. Handschoenen kan hij wegens allergie niet dragen. En toch het neemt niet weg zijn job te doen.
Ik haal uit mijn broekzak een flesje van Lavendel Aspic. “Doe hier wat van deze olie op de wondjes, wat deppen. Het helpt mij alvast bij brandwonden. Het doet wonderen, ik hoop dat het je mag helpen.”
Mijn verwondering is groot Erdal hier te zien. Hij opende zijn deuren twee jaar geleden in Sedan, op een 200km van hier, gaf me zijn eigen bed en liet me ’s avonds zijn huis, hij verdween voor de nacht nadat wij samen hadden gegeten. Ik herinner me dat hij toen geen werk had, wat het voor hem niet gemakkelijk maakte en toch binnen zijn mogelijkheden was de gastvrijheid groot. Een man met een gouden hart (hier de link van deze ont-moeting).
” Heb je iets nodig, water, eten voor langs de weg? “, vraagt hij me. “Neen dankjewel ik heb alles wat ik nodig heb. Och, wat fijn dat je me riep en ik je hier terug mag zien. Echt een fijne verrassing. Merci Erdal.”
We nemen afscheid.

In het centrum van het dorp werden grote grachten geplaats in beton om een toekomstige overstroming te vermijden. Ik wandel richting het kerkhof, een doodlopende weg. Ik stap er binnen. Ik heb altijd een aantrekking had tot kerkhoven, een plaats waar ik graag in verdwaal. Er staat een prachtige kapel. Binnenin zijn prachtige mozaïeken te zien ‘La danses macabres’ gebouwd in 1932. Een verdoken pareltje.

Ik voel dat er iets plakt aan mijn voeten. ‘In wat heb ik getrapt’, stel ik me de vraag. Ik kijk achterom en zie mijn voetsporen in de asfalt.

Een stevige wind zet zich plots op in de vroege vooravond. Uit vrees voor onweer klop ik ’s avonds aan bij de presbytère van Noyon met de vraag of ze mij kunnen helpen naar een droge plaats voor de nacht. Een hulpvaardige priester vergezeld me naar een zaaltje waar ik mijn matje voor de nacht zal leggen.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Antoinette

Wel ik zou het niet kunnen wat je doet”, zegt Jacques die aan het vissen is langs le Canal de St. Quentin. “Het is alsof je dagelijks zou gaan vissen maar dan met andere stokken”, deel ik, terwijl ik voel,’ de ene persoon gaat dagelijks vissen, de ene gaat dagelijks op bureau, de andere op het land, voor elk wat wils… En hoe zalig is het om je leven te vullen met iets wat je graag doet, waar je vreugde aan beleefd en dit alles mag en kan delen met anderen.

In een klein dorpje, Thugny-et-Pont. Blijf ik staan voor een klein huisje. De façade hangt vol bric-à-brac, en eigenlijk vind ik deze uitdrukking niet op zijn plaats en zelf wat denegrerend, ook al ziet het eruit alsof alles, hoe komt het uit, hangt of staat.
Zo voelt het niet en hoe langer ik voor het kleine gebouw sta, hoe meer het duidelijk is en ik gewaar wordt dat de eigenaar dit met grote zorg en toewijding heeft verwezenlijkt om zijn kleine huisje open te stellen aan mensen en ze er te verwelkomen. Ik probeer te zien of er iemand is, ik klop op de deur. Niemand. Ik voel dat er hier iets gebeurt is, ik kan het niet plaatsen. Het intrigeerd me. Op mijn rechterkant zie ik een groot open oppervlakte met een bijzonder huis vol kleine verrassende hoeken en nissen. Een een dame zit onderuit gezakt op een stoel in de schaduw. Een geit en een schaap lopen kris kras over het land.
Ik kijk haar richting uit en ze roept, “het is gesloten”. “En zal het nog open gaan of is het voorgoed gesloten.” De vrouw nadert.
Ze draagt een lange broek, te lang en veel te breed. Een rode polar pull met daaronder een synthetische T-shirt met wat gaten in. Een zwaarte hangt over haar heen. Antoinette.
Ik haal mijn geconfijt gember en mango uit die ik gisteren kocht in St. Quentin. “Zin in een lekkernij”, vraag ik haar. Ze neemt er eentje uit het zakje.
“Hmm, amai dat is heerlijk”. Ik zie haar ogen wat veranderen, opener en zachter worden. Antoinette begint haar verhaal te doen, ik luister aandachtig naar haar delen. “Hij is veel te snel vertrokken”, deelt ze. Ik zie een zekere hardheid terug komen. “We zijn hier komen wonen toen Jean-Marc 62 was, we hebben de molen gekocht en Jean-Marc heeft hier alles eigenhandig gerestaureerd, zelfs de rosas in de gevel heeft hij gemaakt.” “Waw, en dit dan ook”, terwijl ik wijs naar een steen waar een tafereel en een hoofd in verwerkt werd, “je man is een ware artiest”, voeg ik eraan toe. “Ja, hij heeft hier zijn hart en ziel ingestoken. Hij heeft veel te veel gewerkt. Hij had niet mogen vertrekken.” “Antoinette, ik zie een zekere kwaadheid bij je. Klopt dit?” “Ja, ik ben kwaad en verbitterd. Eigenlijk ben ik kwaad dat hij Jean-Marc veel te vroeg heeft meegenomen”, terwijl ze naar boven kijkt en wijst. “Hij heeft veel te veel gewerkt”, deelt ze terug, “ik ben gaan slapen, ik was moe. En plots hoorde ik hem vallen. Het was ergens midden de nacht. Ik heb zelf geen afscheid kunnen nemen. Veel te snel”.
Een stilte. Ik kijk naar haar. Achter die verbittering zie ik haar verdriet. “Antoinette, weet je zijn lichaam, zijn voertuig is weg. Maar hij is er nog altijd. Het is hier zo voelbaar.” “Het is waar, hij is er nog. Ik hoorde hem zelfs een paar dagen nadien nog praten”, terwijl ze me aankijkt. “Hij is in vrede Antoinette. Hij is in vrede. Op deze serene plaats. Hij heeft hier met jou iets heel bijzonders neergezet. Zo bijzonder mooi. Ik hoop als dit ooit terug opengaat, het in respect zal zijn voor wat hij hier heeft gecreëerd. Voor wie hij was. “

De vrouw deelt verder nog wat over het dorp, de burgemeester, haar zoon Michaël. Waar ze van houdt en dat ze binnen een paar maanden naar de bergen trekt, daar waar ze het liefst is.
” Zin in nog zo een lekkernij? “, terwijl ik een zakje papier uithaal en de helft van mijn zakje verdeel over de twee zakjes.” Hier Antoinette dit is voor jou. Geniet er maar van.” we zitten nog wat naast elkaar in stilte en genieten van elkanders compagnie.

Jean-Marc Noblesse stierf zeven jaren na hij hier kwam. Hij zette een huisje neer, niet zomaar eentje. Eentje met een ziel vol symboliek. En de tijd dat ik hier met zijn vrouw zat, was alsof we elkander al heel lang kenden. Antoinette verloor hierbij niet enkel haar man, ook verloor ze van de een op andere dag alle mensen die hier op het terrein kwamen.
Terwijl ik me klaar maak om verder te stappen, zie haar terug wandelen in de schaduw richting het huis. De geit en het schaap kruipen via het raam het huis binnen.
Ik stap op… We zwaaien nog eens naar elkander. ‘Antoinette,’ denk ik in mezelf. ‘Jou zal ik nooit vergeten.’

Op het einde van het dorp staat een soort klein vierkante gebouwtje met een groot kruis erop. La chapelle ‘Eulalie’, waarover Antoinette me deelde. Ik herken het werk van Jean-Marc.

In een riviertje La Somme, midden een dorpje Pithon plons ik in het water nadat ik de jeugd, Samir, Anaelle en Nael er in zag jumpen. Hup, de jeugd achterna. Lekker verfrissend. Wat ben ik tocht verwend.

Op mijn rechterkant schijnt de zon laag aan de horizon. Rondom mij baden de velden in een goudengloed. Links mijn schaduw, we wandelen samen naar het dorp die recht voor mij ligt, gelegen als een oase midden de velden. Ik zet mijn tarp neer in een tuin, na ik de toelating vroeg. Ik vraag een emmer om water te vullen op het kerkhof. Ik krijg het voorstel om er te douchen. “Is heel vriendelijk, ik ga me wassen met het water van het kerkhof. Het is ondertussen 21u wanneer ik mijn handdoek aan de haak van het kerkraam hang, de emmer vul en geniet van de rust in de badkamer.

Hier nog een kortfilmpje

Hier nog wat beelden