Pimprez

“Au revoir Pierre-Dominique, misschien tot een volgende keer en bedankt voor je delen” , zeg ik tegen de broeder die in de deuropening staat van de kleine abdijwinkel. “Je vertrekt!”, vraagt hij me wat verwonderd. “Ja, mijn weg is daar in beweging, onderweg zijn.Het enige vaste in het leven. Beweging.”
Op amper een uur van de abdij, en vermits ik laat vertrokken ben na eerst mijn kamer te hebben gekuist, krijg ik honger. Ik zie mensen aankomen op een parking van een zaal en vraag of er iets te doen is. Er was een wandeltocht. Wat verder vraagt een man me of ik iets zoek. “Wel ik ben op zoek naar een bar of waar ik ergens eten kan aanschaffen. Er rest me enkel een kiwi en een appel.” De man kijkt me aan, “kom ik zal wel iets voor je vinden. We zullen het vragen aan die kleine blonde kop. De burgemeester.” Zogezegd, zo gedaan. Tien minuten later sta ik tussen de inwoners van Pimprez aan de aperitief tafel, met glas water in hand en wat later mag ik met hen aanschuiven aan de barbecue.

In de zaal zie en hoor ik de mensen hoe ze plaats nemen. Gehaastheid, snel plaatsen reserveren. Het doet me wat denken aan de lezing deze morgen over de bruiloft van Kanaän. Ik zit er precies midden in. De mensheid is toch boeiend! En ik geniet van de ‘plaats’ in mijn hart. Daar waar ik mag zijn en die overal en altijd Is.
Aan tafel zit ik tussen Armand en Regine.
Ze reden ooit met de fiets naar Compostela. We hebben heel fijne momenten aan tafel. Spreken over de weg, over het leven over courante dagelijkse zaken. Over kruiden. De sfeer is gemoedelijk en familiair. Ik zie dat sommige mensen zich vragen stellen over wie ik ben en wat ik aan tafel doe. Voor sommige mensen is dit wat uit de comfort zone, voor anderen als een vanzelfsprekendheid. Ik stel de eerste al snel op hun gemak door ze aan te spreken.

Zegt de burgemeester plots, “Armand heb je al uitgelegd aan mevrouw wat er hier voordien was?”. Armand legt me uit dat de zaal waar we aan het eten zijn, dit de vroegere fabriek was van Ricqles, daar waar ze ‘Alcole de Menthe’ vervaardigen. “Och, dit heb ik als kind vaak gekregen in de wagen. Mijn vader had dit altijd bij want ik was vaak wagenziek. En een paar van die druppels op een suiker, was me altijd deugddoend. En het is nog lekker ook.” “Ik heb hier 40 jaar gewerkt” zegt Regine met grote fierheid.
Armand kent heel goed de buurt en legt me uit dat er hier ook een weg is genaamd ‘Stevenson’. “Ja, dit zag ik maar was wat verward met de weg in Zuid-Frankrijk”. Hij legde me uit dat het over dezelfde Stevenson gaat en dat hij langs hij met de Canoe vaarde, de weg die ze zullen merken en kenbaar maken.

Om vier uur in de namiddag beslis ik toch maar eens om nog wat te wandelen. Uiteindelijk wandel ik nog tot ’s avonds. In Choisy-au-Bac zie ik een huisje die mijn aandacht trekt met korte schattige gordijntjes. Ik bel aan. “Goedeavond meneer ik zoek een plaats waar ik mij tarp voor een nacht zou kunnen neerzetten. Kent u een plaats waar dit mogelijk zou zijn?” “Ja, hier”, kwam er vlot uit. En zo kwam ik aan ten huize Thierry en Myriam.

En in de plaats van mijn tarp op te zetten kreeg in een bed aangeboden in een bijhuis.

Na een goede nachtrust en een ontbijt samen met Myriam, neem ik afscheid. “En ’s embrasse”, vraagt Myriam. “Avec plaisir” ” Dank je wel dat je gekomen bent. Dankzij je komst heb je ons op het idee gebracht om ons huis open te stellen voor pelgrims. Zowel ik als Thierry houden van mensen te verwelkomen.”

Één korte dag staat me te wachten. Alle, ik plak er nog een rondje bij en geniet van een wandeling in de natuur vóór ik Compiègne binnen wandel via een lange, oneindige tuin richting het kasteel van Compiègne.

Naar het toeristisch voor de sleutel van de eerste pelgrimsherberg. Een vriendelijke dame verwelkomd me. In de herberg mag ik de eerste pelgrims ontmoeten. Joseph en Gilles, zoon en vader samen op stap. En een Nederlands koppel die weg is met de fiets tot Casablanca.

Compiègne

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

En hier

Erdal

La danses Macabres-Guiscard

Het is drukkend warm. Op de middag hou ik een maaltijd en rustpauze in Guiscard.
Na de maaltijd voel ik me verwijderen van mijn omgeving, de warmte en de vertering maken me loom. Ik zet me rechtop en sluit mijn ogen voor eventjes. Wanneer ik mijn ogen open is de zaal leeg en zitten de eigenaars te eten na hun service. Wat lief van hen.

Ik verlaat de zaak. Op een bepaald moment hoor ik iemand roepen. Ik draai me om.
“Wacht even help me…”, zoekend naar de naam van de man die ik herken. “Erdal”, antwoord hij. Verwonderd en blij, “wat doe jij hier, zo fijn van je te zien. Hoe gaat het met je?”, vraag ik hem. “Ik ben hier voor het werk. Een week na dat je langs kwam had ik werk en heb het nog altijd. Het enige nadeel is dat mijn vingers wat verbrand zijn door de koude”, en hij toont mij zijn handen. Zijn vingertoppen vertonen zwarte puntjes van wel 3mm diameter, verbrand van de koude door het vastnemen van diepvriesproducten. Handschoenen kan hij wegens allergie niet dragen. En toch het neemt niet weg zijn job te doen.
Ik haal uit mijn broekzak een flesje van Lavendel Aspic. “Doe hier wat van deze olie op de wondjes, wat deppen. Het helpt mij alvast bij brandwonden. Het doet wonderen, ik hoop dat het je mag helpen.”
Mijn verwondering is groot Erdal hier te zien. Hij opende zijn deuren twee jaar geleden in Sedan, op een 200km van hier, gaf me zijn eigen bed en liet me ’s avonds zijn huis, hij verdween voor de nacht nadat wij samen hadden gegeten. Ik herinner me dat hij toen geen werk had, wat het voor hem niet gemakkelijk maakte en toch binnen zijn mogelijkheden was de gastvrijheid groot. Een man met een gouden hart (hier de link van deze ont-moeting).
” Heb je iets nodig, water, eten voor langs de weg? “, vraagt hij me. “Neen dankjewel ik heb alles wat ik nodig heb. Och, wat fijn dat je me riep en ik je hier terug mag zien. Echt een fijne verrassing. Merci Erdal.”
We nemen afscheid.

In het centrum van het dorp werden grote grachten geplaats in beton om een toekomstige overstroming te vermijden. Ik wandel richting het kerkhof, een doodlopende weg. Ik stap er binnen. Ik heb altijd een aantrekking had tot kerkhoven, een plaats waar ik graag in verdwaal. Er staat een prachtige kapel. Binnenin zijn prachtige mozaïeken te zien ‘La danses macabres’ gebouwd in 1932. Een verdoken pareltje.

Ik voel dat er iets plakt aan mijn voeten. ‘In wat heb ik getrapt’, stel ik me de vraag. Ik kijk achterom en zie mijn voetsporen in de asfalt.

Een stevige wind zet zich plots op in de vroege vooravond. Uit vrees voor onweer klop ik ’s avonds aan bij de presbytère van Noyon met de vraag of ze mij kunnen helpen naar een droge plaats voor de nacht. Een hulpvaardige priester vergezeld me naar een zaaltje waar ik mijn matje voor de nacht zal leggen.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Antoinette

Wel ik zou het niet kunnen wat je doet”, zegt Jacques die aan het vissen is langs le Canal de St. Quentin. “Het is alsof je dagelijks zou gaan vissen maar dan met andere stokken”, deel ik, terwijl ik voel,’ de ene persoon gaat dagelijks vissen, de ene gaat dagelijks op bureau, de andere op het land, voor elk wat wils… En hoe zalig is het om je leven te vullen met iets wat je graag doet, waar je vreugde aan beleefd en dit alles mag en kan delen met anderen.

In een klein dorpje, Thugny-et-Pont. Blijf ik staan voor een klein huisje. De façade hangt vol bric-à-brac, en eigenlijk vind ik deze uitdrukking niet op zijn plaats en zelf wat denegrerend, ook al ziet het eruit alsof alles, hoe komt het uit, hangt of staat.
Zo voelt het niet en hoe langer ik voor het kleine gebouw sta, hoe meer het duidelijk is en ik gewaar wordt dat de eigenaar dit met grote zorg en toewijding heeft verwezenlijkt om zijn kleine huisje open te stellen aan mensen en ze er te verwelkomen. Ik probeer te zien of er iemand is, ik klop op de deur. Niemand. Ik voel dat er hier iets gebeurt is, ik kan het niet plaatsen. Het intrigeerd me. Op mijn rechterkant zie ik een groot open oppervlakte met een bijzonder huis vol kleine verrassende hoeken en nissen. Een een dame zit onderuit gezakt op een stoel in de schaduw. Een geit en een schaap lopen kris kras over het land.
Ik kijk haar richting uit en ze roept, “het is gesloten”. “En zal het nog open gaan of is het voorgoed gesloten.” De vrouw nadert.
Ze draagt een lange broek, te lang en veel te breed. Een rode polar pull met daaronder een synthetische T-shirt met wat gaten in. Een zwaarte hangt over haar heen. Antoinette.
Ik haal mijn geconfijt gember en mango uit die ik gisteren kocht in St. Quentin. “Zin in een lekkernij”, vraag ik haar. Ze neemt er eentje uit het zakje.
“Hmm, amai dat is heerlijk”. Ik zie haar ogen wat veranderen, opener en zachter worden. Antoinette begint haar verhaal te doen, ik luister aandachtig naar haar delen. “Hij is veel te snel vertrokken”, deelt ze. Ik zie een zekere hardheid terug komen. “We zijn hier komen wonen toen Jean-Marc 62 was, we hebben de molen gekocht en Jean-Marc heeft hier alles eigenhandig gerestaureerd, zelfs de rosas in de gevel heeft hij gemaakt.” “Waw, en dit dan ook”, terwijl ik wijs naar een steen waar een tafereel en een hoofd in verwerkt werd, “je man is een ware artiest”, voeg ik eraan toe. “Ja, hij heeft hier zijn hart en ziel ingestoken. Hij heeft veel te veel gewerkt. Hij had niet mogen vertrekken.” “Antoinette, ik zie een zekere kwaadheid bij je. Klopt dit?” “Ja, ik ben kwaad en verbitterd. Eigenlijk ben ik kwaad dat hij Jean-Marc veel te vroeg heeft meegenomen”, terwijl ze naar boven kijkt en wijst. “Hij heeft veel te veel gewerkt”, deelt ze terug, “ik ben gaan slapen, ik was moe. En plots hoorde ik hem vallen. Het was ergens midden de nacht. Ik heb zelf geen afscheid kunnen nemen. Veel te snel”.
Een stilte. Ik kijk naar haar. Achter die verbittering zie ik haar verdriet. “Antoinette, weet je zijn lichaam, zijn voertuig is weg. Maar hij is er nog altijd. Het is hier zo voelbaar.” “Het is waar, hij is er nog. Ik hoorde hem zelfs een paar dagen nadien nog praten”, terwijl ze me aankijkt. “Hij is in vrede Antoinette. Hij is in vrede. Op deze serene plaats. Hij heeft hier met jou iets heel bijzonders neergezet. Zo bijzonder mooi. Ik hoop als dit ooit terug opengaat, het in respect zal zijn voor wat hij hier heeft gecreëerd. Voor wie hij was. “

De vrouw deelt verder nog wat over het dorp, de burgemeester, haar zoon Michaël. Waar ze van houdt en dat ze binnen een paar maanden naar de bergen trekt, daar waar ze het liefst is.
” Zin in nog zo een lekkernij? “, terwijl ik een zakje papier uithaal en de helft van mijn zakje verdeel over de twee zakjes.” Hier Antoinette dit is voor jou. Geniet er maar van.” we zitten nog wat naast elkaar in stilte en genieten van elkanders compagnie.

Jean-Marc Noblesse stierf zeven jaren na hij hier kwam. Hij zette een huisje neer, niet zomaar eentje. Eentje met een ziel vol symboliek. En de tijd dat ik hier met zijn vrouw zat, was alsof we elkander al heel lang kenden. Antoinette verloor hierbij niet enkel haar man, ook verloor ze van de een op andere dag alle mensen die hier op het terrein kwamen.
Terwijl ik me klaar maak om verder te stappen, zie haar terug wandelen in de schaduw richting het huis. De geit en het schaap kruipen via het raam het huis binnen.
Ik stap op… We zwaaien nog eens naar elkander. ‘Antoinette,’ denk ik in mezelf. ‘Jou zal ik nooit vergeten.’

Op het einde van het dorp staat een soort klein vierkante gebouwtje met een groot kruis erop. La chapelle ‘Eulalie’, waarover Antoinette me deelde. Ik herken het werk van Jean-Marc.

In een riviertje La Somme, midden een dorpje Pithon plons ik in het water nadat ik de jeugd, Samir, Anaelle en Nael er in zag jumpen. Hup, de jeugd achterna. Lekker verfrissend. Wat ben ik tocht verwend.

Op mijn rechterkant schijnt de zon laag aan de horizon. Rondom mij baden de velden in een goudengloed. Links mijn schaduw, we wandelen samen naar het dorp die recht voor mij ligt, gelegen als een oase midden de velden. Ik zet mijn tarp neer in een tuin, na ik de toelating vroeg. Ik vraag een emmer om water te vullen op het kerkhof. Ik krijg het voorstel om er te douchen. “Is heel vriendelijk, ik ga me wassen met het water van het kerkhof. Het is ondertussen 21u wanneer ik mijn handdoek aan de haak van het kerkraam hang, de emmer vul en geniet van de rust in de badkamer.

Hier nog een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Bernadette

Kapel Maria Magdalena – St. Quentin

Zachtjes ontwaak ik uit mijn diepe slaap. Ik kijk op mijn uurwerk. Oeps, 7u45. Ik heb het vertrek van Thibaux gemist. Ik kruip vanonder mijn tarp en strek me uit. De lichte regenval van deze nacht deed de natuur goed.
In de verte zie ik Stephanie afkomen met een paar dozen, een thermos onder de arm, een keukenhanddoek en wat couverts. “Ik heb wat klaargemaakt voor je ontbijt. Ik ben klaar om naar het werk te gaan, doe gerust op het gemak”, deelt Stephanie. “Och, dat is lief. Dankjewel voor je gastvrijheid, ik heb me trouwens overslapen waardoor ik het vertrek van Thibaux heb gemist.”,zeg ik. “Is niet erg. Blijkbaar had je het nodig en heeft onze tuin je goed gedaan”. “Hoe doe ik het straks voor de poort, sluit ik die?” “Neen, je mag die gewoon open laten zoals nu.” Na een kleine tien minuten rijd Stéphanie de poort uit. We zwaaien nog eens naar elkander.
Na het ontbijt ga ik de boter die in een doos zit bij de buren dragen met de vraag of ze deze in de koelkast kunnen bewaren te ’s avonds.

Bernadette, de overbuurvrouw roept me. “Heb je goed geslapen”, vraagt ze me. “Ja, heel goed zelfs zodanig dat ik je buurman niet heb horen vertrekken. Heel warme en gastvrije mensen.” “Wat ben ik blij dat ik je naar daar heb gestuurd. Ik was een beetje verveeld met de situatie dat ik de ruimte niet had voor je tent te plaatsen”, deelt ze me verder. “Het is helemaal ok, geen zorg, ik begreep het wel”, ik had gisteren avond Bernadette gevraagd om hulp. Bernadette begint me te vertellen over haar dochter, “mijn dochter had het plan om naar Compostella te wandelen, maar helaas heeft ze moeten annuleren wegens borstkanker en op de koop toe heeft haar man nog eens de diagnose Parkinson gekregen en dit allemaal vorig jaar. Ik vind het zo spijtig voor hen. Ikzelf zou ook nog graag eens die tocht willen doen. ” Nadat ik haar leeftijd vroeg,82 jaren, en amai zo jeudig zou ik er ook graag willen uitzien en zijn. Een pientere tengere fris uitziende dame. We blijven nog wat praten. Ze deelt dat ze Fibromealgie heeft.
” Weet je Bernadette ik ken een vrouw die fibromealgie had. Ze is op stap gegaan vanuit België naar Compostella. Ze is terug gekomen genezen. En we gaan zelfs volgend jaar samen naar Jeruzalem. Ook jij, je dochter en schoonzoon kunnen de weg op, op jullie manier. Je hoeft geen vijventwintig kilometer te doen, tien kilometer is ook ok. Op jullie eigen tempo en volgens jullie mogelijkheden. ” We ronden het gesprek af en ik ga mijn rugzak klaar maken.
Bij het naar buiten komen roept Bernadette me vanaf de overkant van de straat, ” Jasmine, mag ik een foto van je nemen dan kan ik dit vertellen en laten zien aan mijn dochter. “” Ja hoor is helemaal ok. “
” Jasmine, ik ben blij dat ik je nog eens heb geroepen. Je hebt me moed geschonken en vreugde voor de komende dagen”. Haar ogen glinsteren, zalig. “Dank je Bernadette voor je delen. Het doet me plezier dit te horen”. We zwaaien naar elkaar en wat verder draai ik me nog eens om en zwaaien terug.

Voor de aankomst in Saint Quentin wandel ik langs het kanaal van St. Quentin. Een tal van huizen aan de sluizen staan leeg en zien er binnenin wat vernield uit. Ik stel de vraag aan een vrouw of ze weet van wie deze huizen zijn en wat ermee zal gebeuren.
De huizen zijn eigendom van het VNF – Voies navigable de France. “Ik zie ze hier al 8 jaar leeg staan en ieder jaar wordt het erger. Er wordt ingebroken, vloeren worden uitgebroken, vensters uitgehaald en men laat het gebeuren.”” Maar waarom steekt met er geen mensen in, we hebben woningen tekort. Een gans gezin kan hier intrekken. En dit maal vijf, ik zag al vijf huizen zo. “” Mevrouw dit is de in coherentie van de maatschappij”,deelt de vrouw verder. “inderdaad”.

St. Quentin. Ik stap de Basiliek in. Aan de hoofdingang ligt een labyrinth. Helaas, momenteel ligt de helft onder een metalen stelling. Ik blijf een eind staan in een kapel die mijn aandacht trekt door zijn prachtige muurtaferelen. Nadien bezoek ik verder deze goed aanvoelende kerk met zijn prachtige architectuur en zijn verassende hoekjes en kantjes.
Wat later in het restaurant ‘Chez Jean’, net naast het plein – Af en toe verwen ik me op culinair vlak – deelt de vriendelijke eigenaar wat informatie en een boek over de basiliek. Tot mijn grote verwondering lees ik in het boek dat de kapel die mijn aandacht trok, de kapel van Maria Magdalena is.

’s Avonds maak ik gebruik van een camping om mijn tarp op te zetten. Waar ik Diana ontmoet. De vrouw komt naar me toe en vraagt me waar ik heen ga. Ze bied me een thee aan, “Ginger and Lemon direct from England. And Chocolat direct from Germany.” “Waw, what a surprise, thanks.”
” Woman on the road we need to help each other.”

Hier nog een kortfilmpje

Hier nog wat beelden en ook hier

Source de la Somme

La Somme rivière

Ik draag de hamer terug naar Christophe, de conciërge van het sportterrein. “Zin in een koffie?”, vraagt Christophe. “Graag, met plezier accepteer ik je uitnodiging.” Hij laat me zijn zelfgemaakte clafoutis proeven van de verse braambessen die hij gisteren plukte en met fierheid toont hij mij zijn huisje die hij eigenhandig en met smaak heeft vernieuwd.
We praten over de regio, de buurt.
” Dit was hier vroeger een heel rijke buurt waar textiel werd vervaardigd”,zegt Christophe. En wanneer ik later op de dag de rijk versierde architectuur en de grote herenhuizen zie, denk ik terug aan zijn woorden.

Langs de weg en voor de zoveelste keer hoor ik, “Heb je geen schrik in deze tijden, met al die halvegare.” “Meneer die zijn er altijd geweest, alleen komt dit allang en meer aan het licht. Gelukkig! Ik weet dat het bestaat, alleen krijgt het mijn aandacht niet. Op acht jaar ben ik nog nooit lastig gevallen geweest.”
Het is me opvallend hoe de inwoners uit deze regio niet enkel vriendelijk en open zijn, ook betrokkenheid is sterk aanwezig.

Terwijl ik wandel ga ik even naar mijn klein tasje waar de telefoon in zit. Met verwondering ontdek ik er nog ‘une bêtise de Cambrai’, een heerlijke lekkernij die ik kreeg van de dame in het toeristisch bureau in Le Cateau-Cambresis. Ik zie haar glimlach en openblik even terug voor mijn ogen.

Midden de velden blaast de wind langs mijn oren. Ik hoor het gedroogd gras onder mijn voeten. Een buizerd is hoorbaar in de verte. Aan de horizon een watertoren. Een groot afgemaaid veld scheidt ons van elkaar. Heel ver gromt de motor van een vliegtuig. Mijn voetstappen zijn duidelijk aanwezig en voelen wat zwaar, net als de zwoele temperaturen die als drukkend aanvoelend.

Aan la Source de la Somme (de bron van de Somme)in Fonsomme zet ik me even op een muurtje kijkend naar het tafereel die zich rond mij afspeelt. Twee jonge kinderen, zitten gehurkt op een steen naast de bron, spelend met een houten stokje in het water. De papa staat aandachtig te luisteren naar het bejaard koppel op een bankje onder de schaduw van de boom. Aan de andere kant een man en vrouw komen aangefietst. Leggen een stoffendiek op het gras en nemen samen een pichnick. Mijn favorite plaatje, een vrouw zittend op het gras, benen vooruit. Tussen haar knieën en haar schoot ligt een man met zijn hoofd op haar dijen, ogen dicht. In haar armen ligt een pasgeboren aan de borst. Al die verschillende taferelen doen me denken aan de schilderijen van Manet en als ik er nog wat klaprozen of andere kleurrijke bloemen zou aan toevoegen, een strohoed hier en daar – de mijne heb ik alvast op – zou er zo in een levend tafereel van Monet kunnen ontstaan.

En om verder te verdwalen in deze taferelen, geniet ik verder van de schoonheid aan de natuurlijke oevers van La rivière de la Somme. Een waar plezier aan pure schoonheid die de natuur ons dagelijks schenkt.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Matisse

Matisse

“Goedemorgen G. heb je goed geslapen?” “Ja, maar ik heb….”, terwijl hij met zijn handen teken maakt dat hij geweend heeft. Ik ga bij hem staan en leg mijn hand op zijn schouder terwijl ik hem aankijk, ” weet je G. tranen laten bloemen groeien.” “Dat is mooi, dat is mooi”, deelt hij terwijl hij verder de ochtendtafel dekt.
Bij het afscheid nemen aan de deur vraagt hij me, terwijl we elkander de hand geven, “wil je Jocelyne voor mij meenemen op de weg?” “Dit zal ik”, al knikkend, terwijl we allebei een hand op elkanders schouder hebben.

In afwachting tot het museum van Matisse opengaat neem ik plaats op een terras. Een potje koffie, mijn dagboek en met een deuntje op de belforttoren ‘prendre un enfant par la main’, geniet ik na van de rijke en warme ontvangst bij G. En de vele andere warme ontmoetingen op mijn weg.

Le Musée Matisse. Ik laat me meeslepen doorheen de zalen en hoe verder ik in de tentoonstelling kom, hoe meer de buiten wereld verderaf leikt te zijn. Obgeslorpt door de kleuren, de rijke woorden die me nieuwsgierig maken naar wie de mensen zijn achter het doek, de schoonheid van het aanwezige. Matisse, Picasso, Chagall…

Op een muur staat geschreven, met de woorden van Matisse na een belangrijke medische ingreep:” Vanaf nu, zal je verwezenlijken enkel waar je plezier aan beleeft zonder rekening te houden met wat anderen willen of eisen.” Ik dacht terug aan G..

Hieronder wat uitspraken uit de tentoonstelling, die trouwens een aanrader is.

‘-Il y a des fleurs partout pour qui veut bien les voir.
-Trouver la joie dans le ciel, dans les arbres, dans les fleurs.

  • Il faut regarder toute la vie avec des yeux d’enfants.

Henri matisse.’

Ik vertrek pas om 12u vanuit Le Cateau-Cambresis. Eerst even een bakkerij binnenstappen. “Waw, mevrouw wat een aangename verrassing om hier binnen te stappen. De jeugdige frisse kleuren raken de mens in hun jeugdigheid en vrolijken de mens op. Wat een aangename verrassing.”
Een bakkerij die nog in haar oorspronkelijke ‘jus’ staat zowel binnen als buiten. Opgefrist door haar persoonlijke ‘Touch’ van de dame.

L’étang de St. Crépin. Een terras. Een viswedstrijd, een grote treurwilg, schaduw, in compagnie met de hartelijke eigenaars.
“Madame ik wacht nog altijd op mirakels. Bestaat dit werkelijk”,vraagt een meneer die erbij is komen zitten. “Meneer alles hangt af van wat jij een mirakel noemt of ziet. Voor mij zijn ze er dagelijks, in de kleine dingen. Laten we onze wereld verkleinen en eens kijken op een vierkante meter in het gras wat er allemaal te zien is. We zouden versteld staan. Kleine mirakeltjes.
Neem nu ook als voorbeeld. Ik ben het museum van Matisse gaan bezoeken deze morgen. Het was verrassend mooi. Het circus van Chagall, de flora van Matisse, hun teksten… Voor mij een mirakel was daar buiten komen met de gewaarwording dat het kleine meisje in mij werd aangewakkerd, naar buiten komen met een innerlijke vreugde. Is dit geen klein mirakel!

In een straat wandel ik langs een peperkoekenhuisje. Een huisje met torentjes, half gehaakte gordijnen. Een tengere bejaarde man zit er binnen zijn omheining, op een rietenstoel met een boek in de hand midden zijn stoep en omringd door zijn kleurrijke, fleurrijke bloemen. Ik zeg hem een goedendag. Hij hoort me niet. Hij is volledig opgeslorpt door zijn stripfiguur. Voor zijn poortje sta ik wat stil, we zijn maar van een paar meter verwijderd van elkander.
De vroegere fotograaf in mij zegt ‘neem een beeld’ . Mijn hart observeert en laat de situatie tot zich komen zonder iets te ondernemen en laat zich onderdompelen door dit zachtlevend tafereel die zich voor me afspeelt. Ik stap verder zodat ik hem niet laat schrikken.

Op de ‘Allée des rêves’ in Bohain-en-Vermandois val ik in slaap na een dankbare dag vol kleur in alle vormen.

Hier nog wat beelden

Hier nog een kortfimpje

Le Passeur

“Bonsoir madame pouvez vous me dire si il y a un endroit où en acceuil les pèlerins dans le village ?” De vrouw neemt me mee richting de pastorie. Een andere vrouw Simonne komt aangelopen, “exuse moi je n’ai pas mon masque. La bas, la bas dans la salle paroisse…”, terwijl ze wijst richting de pastorij. Zo gaat dit soms op de weg wanneer een pelgrim aankomt, dan weet men onmiddellijk dat het gaat over een slaapplaats.
Een wagen komt aangereden.” Oh, notre beau curé ! “, roept Simonne vol vreugde. Een grote jonge man, zwarte korte haren, een strak geschoren baard, zwart pak met wit kraagje (collaar) en blinkende klassieke schoenen.
Hmm, ik kan Simonne wel volgen. Père Antoine Amigo ontvangt me met open armen.

Na een weldoende nacht start ik een nieuwe dag in een welriekende natuur. De natuur staat krachtig. De vele Baardirissen kleuren de gevels van de huizen.
In het dorpje Champagny blijf ik staan aan een huis. Een langwerpige steen met twee uitgehouwen hoofden trekken mijn aandacht. Een gaatje, een buisje, een touw gaat door de mond… ‘tiré à la corne’ staat geschreven. Ik trek, een bel rinkelt.
Het terrein in en rond het atelier voelt heel bijzonder. Een jonge man komt aangewandeld en laat mij het atelier zien van zijn vader. Het staat vol met zelfgemaakte beelden zowel in hout, steen en ook etsen.
Allemaal beelden uit de mythologie met een eigen interpretatie van de kunstenaar.
Ik weet niet waar gekeken… zoveel schoonheid. Wat een vakmanschap. Arthur, de zoon neemt me op een boeiende manier mee in de mythische verhalen.
We staan stil voor een prachtig beeld. Een vlot, een rechtstaande man die roeit en in de achterkant, een zittende vrouw in wit gewaad. De huid van de man staat vol geschreven. “Que signifie cette sculpture ? Elle est magnifique.” “La sculpture se nomme ‘Le passeur’ qui emmene les gents aux enfers”, deelt Arthur. Een ganse boeiende uiteenzetting volgt. ‘Le passeur’ de veerman uit de Griekse mythologie, genaamd Charon. Een man die eeuwig als taak had de mensen na hun dood over de rivier de Styx te brengen naar de onderwereld, bewaakt door een driekoppige hond, Cerberus. “quand je vois cette sculpture je n’ai pas du tous l’idée que elle va aux enfers !” “Ah, mes l’enfer dans la période Grec n’a pas du tous la même signification comme dans la religion chrétienne. Ou dans autre religion Monothéisme et cela déjà depuis bien plus longtemps. Un Faraon Égypte de la 18°dynastie ne croyais plus que dans un dieu Aton, dieu solaire. C’est le Monothéisme qui a amené la dualité comme le ciel et l’enfer.” Ik kijk verder naar dit bijzonder beeld. En besef hoe snel ‘een mind’ vanuit louter woorden, platte woorden, ‘geïndoctrineerde’ woorden, conditionering.. door de jaren heen geleerd op de schoolbanken, gehoord in de maatschappij al snel je in een richting brengen en wanneer men niet trouw blijft aan het Nu, aan je-Zelf, aan de Weg. Kan men heel snel op een weg terechtkomen niet eigen is aan de persoon. Nu begrijp ik het nog meer waarom ik studeren om punten te halen om louter iets van buiten te leren mij niet lag. Ik zag er geen meerwaarde van in, het was voor mij ‘dode’ materie.
“Tu c’est dans l’histoire dans n’importe quelle branche en adapté à la sauce que en voulais faire comprendre pour faire passer un message”, vervolgt Athur.
Ik zie Athur staan achter het beeld ik kijk naar zijn ogen en deze van ‘Le passeur’. “Arthur quand je regarde les yeux du passeur, mes ils sont éclatent en même temps je vois les vos yeux, car ils sont sur une même ligne, ils y a une similitude.” “Merci”, zegt Arthur met een grote glimlach.

Ik verlaat het atelier en hoewel ik hier nog uren zou kunnen vertoeven en luisteren naar zijn verhalen en kennis. De Weg roept.

Ik wandel het mystérieuse bos in richting la Source de la Seine. Daar waar de monding is van de rivier La Seine. Onder het bewind van Napoléon werd er een Parijs monument geplaatst. Een liggende halfnaakte vrouw met een tros vruchten. Wat verder vind men het beeld terug van de godin Sequana. In de Keltische mythologie de riviergodin van de Seine vooral vereerd bij de Gallische stam van de Sequani. Men riep haar aan voor genezing.

Na een dagje mysterie, mythologie en bijzondere ontmoetingen kom ik aan in Chanceaux. Mijn telefoon rinkelt… Een lange babbel…Een uitnodiging om met een groep vrouwen naar Jeruzalem te wandelen in de voetsporen van Maria Magdalena… een vanzelfsprekende ‘ja’ volgt.
In dankbaarheid voor wat de Weg mij brengt.

Paaswake

Basilique Sainte Marie Madeleine-Vézelay

Voor mij een raam… De sterrenhemel… Een cikkeltje… De maan. In de verte een nachtuil en voor de rest een stilte… rondom en in mij. Op mijn bed een groene bedsprei. Aan de muur een ovalen klein Heilig Hart beeld in koper- die nog ingepakt zat en al een jaar met me meereist. Zo krijgt mijn kamertje een persoonlijke toets.

Mijn hart, mijn lijf…
sedert de Paaswake sta ik ieder dag op in vreugde, open ik ”s morgens mijn gordijnen en lach ik de zon tegemoet zelf al zie ik ze niet altijd en dans ik een nieuwe dag in.

Ik sluit even mijn ogen… en zie nog het gans feestgebeuren van Pasen voor me – voor de eerste maal in mijn leven besefte ik hoe bijzonder en waardevol dit Christelijk feest gebeuren was en is.
Een feest die zo Groots is, dat ik een paar dagen nodig had om het allemaal tot mij te laten komen en om het een plaats te geven.
Dankbaar dat ik hier mag zijn op la ‘Colline Eternel’ en deze bijzondere Paastijd mag vieren in de Basilique Sainte Marie Madeleine in Vézelay samen met la confraternité des frères et des sœurs de Jeruzalem.

De Paaswake…
In de’ nacht’, op Paaszondag, met een kaars in de hand wandel ik de basiliek van Maria Magdalena in. Een bijzondere ‘gedragen’ stilte vult de immense ruimte en komt als een mantel van geborgenheid en bescherming me omhullen. Het is er zo stil en vredig dat mijn adem hoorbaar is.
Ik neem plaats op de eerste rij, dicht bij het hart van de basiliek.
Op de linkerflank zie ik een reflectie van het licht van de kloostergang. Af en toe zijn bewegende schaduwen zichtbaar. Ver, dicht, naar rechts, naar links… uit sommige silhouetten kan ik zelfs de personen herkennen. De broeders en zusters maken zich klaar en komen mondjesmaat de sacrale ruimte in.
Hier en daar hoor ik zachte voetstappen… De basiliek vult zich beetje bij beetje.

Een warme stem is plots hoorbaar in de verte… gevolgd door hemelse gezangen “Le Christ ressuscité, le Christ ressuscité…. Ressuscité…. “
Ik draai me om. De viering is begonnen. De paaskaars wordt aangestoken en de Confraterniteit wandelt traag naar voor.
De kaarsen van alle aanwezigen, ontvangen één voor één het licht …. alle gezichten worden zichtbaar. Het wierookvat zwaait heen en weer, de heerlijk ruikende rook vormt een prachtig samenspel met het kaarslicht, een zachte dans ontstaat in de ruimte, een dans die komt en verdwijnt.

Hmmm, een diepe zucht van verwondering, verwondering van de grootsheid die het kleine met zich meebrengt. De dans van kaarslicht en rook.

De zusters en broeders nemen vooraan plaats. De menigte draait zich om. De Genesis wordt voorgelezen, op de achtergrond is de fijne, zachte klank van de citer hoorbaar.
….
‘Au commencement, Dieu créa le ciel et la terre… Dieu dit: “Que la lumière soit” et la lumière fut. “Dieu vit que la lumière était bonne, et Dieu sépara la lumière et les ténèbres. Dieu appela la lumière” jour” et les ténèbres “nuit”. Il y eut un soir et il y eut un matin: premier jour….. ‘

La terre, le ciel, jour, nuit… water, planten, bomen, vruchten, het fruit, zaden, licht, sterren, vogels, vissen, levende wezens, de mens, vrouw en man, vruchtbaarheid… en zo kwam men tot aan de zevende dag.

Van de Genesis naar Exodus, prophète Ezekiel, Saint Paul, Saint Marc… Gezangen vullen de ruimtes tussen de gelezen teksten. (Luister HIER voor wat sfeer)
Een trom… een prachtige hoge vrouwen stem, en met wat enige inspiratie zou ik kunnen zeggen, een stem zo rakend als een snaar van een Engel. Ander stemmen volgen. Het evenwicht van hoge stemmen en bariton zorgen voor evenwicht.
Hoe warm en waardevol is dat, beiden verenigd.
En zo voelt gans deze viering voor me, het mannelijk en het vrouwelijk, samen op weg.

Sommige teksten komen diep in mij dansen. Teksten van lang geleden en toch zo hedendaags aan de orde.
‘Alors je vous prendrai parmi les nations, je vous rassemblerai de tous les pays étrangers et je vous ramènerai vers votre sol. Je répandrai sur vous une eau pure et vous serez purifiés ;de toutes vos souillures et de toutes vos ordures je vous purifierai. Et je vous donnerai un cœur nouveau, je mettrai en vous un esprit nouveau, j’ôterai de votre chair le cœur de pierre et je vous donnerai un cœur de chair. Ez 36, 24-26

Terug naar de aarde. Naar het belang van Moeder aarde, terug naar onze roots. Naar de paar vierkante meters waar velen terug hebben leren zaaien en oogsten. Lente 2020,weet je nog!
De lucht kwam zuiver, geen bruine laag boven de horizon. De fijne, zoete geuren streelden mijn neusvleugels. De hoge temperaturen in het vroege voorjaar die ons deed stil staan hoe belangrijk water is. Water… heb je al eens stil gestaan dat telkens wanneer men een zaadje water heeft er iets nieuws kan groeien of verder groeien. Een nieuwe geboorte. Staan we daar werkelijk stil bij hoe puur water kan zijn. Wat geniet ik ervan om telkens mijn handen onder een waterstroom te brengen, het water over mijn handen zie vloeien en dit als zuiver mag ervaren.
Hoeveel zijn er niet beginnen kweken en terug gaan ploeteren in de aarde. Hoeveel mensen hebben niet beginnen beseffen dat men uit een lange periode kwam waar men de essentie van het leven naast zich hadden geplaatst en zijn gaan ruchen tegen de klok. Voor wat!
Die terug de waarde van ‘moeder’natuur hebben ingezien.
Die hebben ingezien dat men kan gaan leven met minder. Die de basisbehoeften terug konden ervaren. De eenvoud van het leven terug apprecieerde en waar ruimte terug vrij komt om werkelijk tot diep in contact te komen met ons hart.

Terwijl de viering zijn verder verloop gaat komt het daglicht stilletjes zichtbaar aan de horizon. Heel bijzonder hoe synchroon alles verloopt. Hoe de natuur, rondom de basiliek ontwaakt, de vogels zich laten horen en een roodstaartje zijn plaats zoekt in de viering, de muziek, de teksten, de woorden…

… wordt vervolgd.

Chez Babeth

Zaaaliggg… Hmmm… ontwaken. Ik duw op een groen knopje voor de tv, op zoek naar een documentaire. Frankrijk is ‘rijk’ aan verschillende tv zenders met enkel documentaires over… natuur, geloof… Ik blijf nog heerlijk chillen.
Pas tegen de middag verlaat ik de kamer…
En dit is wat mijn lijfje nodig had. Een halve dag rust en op eigen ritme ontwaken. Niet meer, niet min. En voor de rest rustig wandelen… op de catwalk ipv op de atletiekpiste. Haha.
En als ik even terugblik naar gisteren, kan ik het moment zien waar ik me in een fractie van een seconde mezelf louter in het mentale had gestoken en geen rekening meer hield met gans mijn Zijn… zo snel kan soms iets draaien, wanneer men het bewustZijns verlaat of buiten zichzelf vertoeft.

Voor ik de grootstad verlaat ga ik langs de bakker en de fruitboer.
Bij de bakker een lange wachtrij.
Even verduidelijken. De rij lijkt lang te zijn, niets is minder waar. De afstand tussen de mensen rekt de lengte uit. Enne ik denk ook niet dat er nu meer mensen zijn dan andere zondagen. Waarschijnlijk staan alle mensen dan gepropt op elkaar. Het is maar hoe je het ziet. Ik schuif alvast met plezier aan voor een zondagse ochtendcompagnie.

Een vrouw staat voor me en maakt problemen over het feit dat een tachtig jarig haar mondmasker niet op heeft. De vrouw draait zich om en we geraken aan de babbel. “Il y des gent bizarre ici. Il faut faire attention….” Ik kijk wat rond me en voel me best heel ontspannen, zonder maar iets gewaar te worden van wat de vrouw met me deelt. “Oh, vous savez madame les gent bizarre, je crois pas que cela existe. Tous dépend de son propre regard, ce que en porte soi et ce que nous projetons sur d’autres.”


Max. drie mensen in de bakkerij. Ik stap binnen en kijk wat er is. Een jonge juffrouw vraagt gehaast en al roepend wat ik wens.” Pouvez vous m’aider. Il y a quoi dans cette pâte svp.” Ik zie de jonge vrouw twee stuks in een papieren zak steken. Ze kijkt me aan en vraagt me iets.” ” Désolé mais il est impossible de vous entendre et je me demande pourquoi vous criez tous si fort”, vraag ik haar. “À cause du masque”, weet de juffrouw me te vertellen. “À cause du masque ou le faite que vous criez l’un sur l’autre”. Het geroep wordt minder in de hectische bakkerij…eenmaal buiten, oef, wat een opluchting.

Langs de weg overheerst de mondmaskers boven de sigaretten peuken en bierblikjes.
Ik herken bepaalde punten op de weg… in 2018 kwam ik hier langs op mijn weg naar Assisi, die de weg van Aertsengel Michaël werd en behoorlijk mij heeft laten ontwaken.

Wanneer ik terug in de volle natuur kom, weg van stad en drukte, kom ik in een totaal ander landschap terecht dan de voorbije dagen.
Daar waar de dorpen verborgen lagen tussen de bossen… rijzen de dorpen na iedere heuvel van velden. Weg bossen.
Rondom rond aan de horizon zijn de windmolens zichtbaar op de open vlaktes van de champagne streek.

Ik hoor een wagen afkomen in mijn rug. Ik draai me even om. Een stofwolk. Ik ga midden op de weg wandelen tot ik hoor dat de wagen vertraagd. Ik ga terug op de zijkant en steek mijn hand op als dank gebaar. De wagen stopt… Twee jonge dames. “Ça va, vous avez besoin de quelque chose”, vraagt één van de inzittende. “Non, merci, merci d’avoir ralenti…. “, en we praten verder over verschillende regio’s in Frankrijk. de natuur, de weg… “Un jour ou l’autre j’ai envie de le faire ce chemin.” “N’hésiter pas”, deel ik met een vreugdevol gevoel.
Op de landwegen zijn automobilisten zich vaak niet bewust van de stofwolk, dus eventjes naar het midden en dan op zij en met grote kans dat men elkander begroet.

Ik bevind me op de GR654 naar Compostela en de GR145 naar Rome, een weg die sedert dit jaar (2021)een officiële GR route is geworden.
Op een bepaald punt kies ik de tegenovergestelde landweg dan deze van twee jaar geleden. Zalig om in het hier en nu te vertoeven en om hierin eigen keuzes te maken.
Het landschap lijkt op lappen stoffen van een quilt, als een deken die over de aarde ligt, maar of ze de aarde goed doet en ‘warmt ‘ is een andere zaak.

Een hazen rollebollen over het veld. Drie herten huppelen opzoek naar schutting in de weinigen bos oasen.
Hagen zijn verdwenen.
De talrijke vogels, hun gezang waar blijven ze…

Mijn avond eindigt bij Babeth, Barbara, Caroline, Melissa, Tina… In Le Meix-Tiercelin, een gezellig samen zijn onder vrouwen en dat op een acht maart, de Internationale vrouwendag.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Lisa en Friemel

Oehoe, het was wat frisjes bij het ontwaken deze morgen in deze grote vernieuwde feestzaal die staat te wachten om te delen, om mensen te verbinden via culturele en familiale gelegenheden.

Muts op, handschoenen aan… De weg.
Een wagen komt aangereden, het venster gaat open, een man kijkt me aan. “Oh, bonjour monsieur le maire. Je vous remercie beaucoup pour m’avoir partagé votre salle de fêtes”. “Vous n’avez pas u trop froid cette nuit?” “Un petit peut au matin, mon bonnet m’a bien servie.” “Je peut prendre une photos de vous ?” “Oui, bien sûr.”
De man komt uit de wagen en vraagt me op een bepaalde plaats te staan, richting zijn dorp. Vroeger zouden we gemeld hebben ‘klikklak merci kodak’, hihi.
Hij raad me wat dingen aan om te bezoeken en verwijst me naar Mevr. Ploner voor de sleutel van de kerk in Dun-sur-Meuse en een eventuele overnachting. Dit laatste, hmm, heel benieuwd. Op mijn wegen plan ik niets op voorhand en wanneer mensen mij doorverwijzen is me dit zelden gelukt. Wie weet.
Terwijl hij in de wagen terug stapt, “Vous allez voir le long de la Meuse perché en hauteur sur votre droite, vous allez voir une belle église. Cela vos le détour, elle est encore plus belle que Avioth.” “Merci pour vos info. Et c’est comment votre prénom ?” “Jean-pierre.” “Merci, Jean-Pierre et une bonne journée à vous.”

In Mouzay kruis ik een vrouw op wandel met haar hond.
“Bonjour, vous êtes seule”, vraagt de dame met een niet Frans accent. “Oui”, antwoord ik haar met een glimlach.
Lisa heeft mooie zwarte lange haren, haar bleke kleur van ogen worden geaccentueerd door de zwarte khôl die ze rond haar ogen heeft aangebracht. Aan haar handen kleurrijke gebreide wanten. Ze deelt me in het kort haar leven. “… Oh, la nature. C’est bien possible que vait déménager si toute cette histoire va encore duré longtemps peut-être au Canada ou en Ecosse. La il n’y a pas de Covid. Ici, je tient une auberge sociaux culturelle. Il y a plein d’instrument, les personnes viennent jouer. Pff, maintenant tous est fermer. Je n’est pas de famille ici… “. We delen onze naam uit. En horen plots dat we allebei Nederlands praten.” Mijn naam is Lisa. “” En hoe heet je hondje? “” Friemel van friemelen.”

Terwijl ik op de brug sta boven ‘La Meuse’, zie ik in de verte Lisa en Friemel, kleiner en kleiner worden.

Aan de oevers van de ‘La Meuse’ aan de ene kant en een prachtig natuur reservaat aan de andere kant ga ik richting Dun-sur-Meuse.
In Dun een fikse stijging naar de kerk. Even aanbellen voor de sleutel. Een vriendelijke dame opent de deur en vergezeld me naar de kerk Notre-Dame-de-Bonne-Garde.

Na het genieten van een breed oneindig landschap boven op de vestingsmuren, een telefoontje, de ondergaande zon. Ga ik richting le presbytère. Een vrouw komt uit de kapel… een vraag… een ontmoeting… een warme welkom in een volgend dorp in een oude watermolen.

https://youtu.be/eESXkuiPQvY