Epileren

Ontwaken onder een immense muurschilderij over piloot Jean Mermoz. Een van de eerste piloten die overzeese post bezorgde en goede vriend van Saint Antoine de éxupery. Mr. Memoz zou hier hebben gewoond. Mainbressy.

De zachte zoete ochtendgeur komt mijn neus strelen. Vogels zingen een concert. Een stralende zon. De meidoorn begint haar bloei. Een witte koe, la Charolaise staat me aan te kijken. Geen enkel wagen te bespeuren of te horen. Rust. Puur natuur. Twee ezels die de prille lente figuurlijk beleven. Een koekoek. Een specht.

De vergezichten zien er oneindig uit. De hommels zoeven van het ene bloem naar de ander. Hun pootjes vol stuifmeel. Een wei langs de weg staat vol bloeiende boterbloemen en in het bos een tapijt vol speenkruid (thx Hilde) . De klok van de kerk van Chaumont Porcien slaat 11u. De lucht is zo puur dat ik bijna het idee al zou kunnen hebben hoog in de bergen te zijn. Ik ben nog veraf. Het beloofd. Een haan kraait. Twee gevechtsvliegtuigen komen even de rust verstoren.

Alexandre en zijn koeien ‘Charolaise’

Op de markt in Chaumont Porcien een wandelkaart. Roze, groene, blauwe, volle, stippellijnen… Een lus. Een lange weg via de GR122 en een mogelijkheid tot een kortere, de andere helft van de lus. Die is voor straks eerst een klim in een bos, die deel uitmaakt van een pelgrimstocht hier in het dorp. Wat didactisch materiaal. Waarvan één een spiegel. Wanneer je ervoor staat lees je het volgende, ‘Vous aimez la solitude ?’…dat ben je uiteindelijk nooit. Ik maak terzelfde tijd gebruik van de spiegel. Een spiegel waar zelf geen bril voor nodig heb. De epileertang. Haha, stel je voor je epileren midden een bos op een pelgrimsheuvel, waarom niet. Kroatië zijn doet geen zeer. Op het bewuste kruispunt kies ik dan voor de kortste kant van de lus. Bij de eerste stappen begint een binnenpretje. De keuze typeerd nu echt wel mijn karakter. De korte weg is dus blijkbaar de pittigste. Tientallen meters in stijgende lijn. Kort en krachtig. Of mocht het lang en zacht zijn. Het laatste is idd. de weg naar waar ik evolueer. De pittige had ik even nodig om me eraan te herrinneren. Al lachend en met vreugde blijf ik met kleine stappen stijgen. Wat een cadeau dat ik mezelf heb gegeven eenmaal op de top. Prachtige vergezichten.

Het landschap is één groot veld aan schakeringen van groene tinten. Op een hoogte neem ik even een selfie film op. Hmm, dit voelt bizar en onwennig. Pauzes aannemen is niet echt mijn ding. De vergezichten zijn immens dat zelf de horizon niet te bespeuren is. Op 180° rond mij tel ik wel 150 windmolens. En in een cirkel van 360° 7 nieuwe worden er gebouwd.
Recht voor mij in de verste verte, één blinkend punt. Doet me denken aan het spel die ik speelde toen ik klein was met spiegels. Of wanneer ik iets blinkend had in de klas en ik de zon probeerde te vangen om te reflecteren op het bord. Hmm, ik durfde wel eens een beetjeveel sloeber zijn (knipoog).
Het klinkt misschien vreemd maar het is alsof het lichtpunt mij roept. Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt. Ik neem Google maps en trek een rechte lijn in de kijkrichting op de kaart. Reims. Ik kijk op. Verdwenen. Ik sta op een kruispunt van veldwegen. Door de werken is geen enkel wegteken nog te zien. Ik volg het lichtpunt.

Ik verlaat de GR122 naar de GR12 om dan uiteindelijk op de GR654 terecht te komen. De laatste is de weg die me rechtstreeks naar Spanje zou kunnen brengen. Op bepaalde plaatsen zie ik de schelp van de Campaniencis, de Pelgrimsroute die Rocroi en Vézelay met elkaar verbind en het verlengde is van de via Monastica. Vier jaar geleden wandelde ik hier tijdens mijn eerste pelgrimstocht. Sedertdien is pelgrimeren gewoon een deel van mijn leven geworden.

Plaisir d’amour

Ludmilia is vertrekkensklaar om naar school te gaan. ‘Merci, pour avoir prêter ton lit. J’ai très bien dormi’, fluister ik in haar oor. We geven elkander een zoen. Met een grote glimlach had ze gisteren haar bed aan mij afgestaan. Weigeren was geen sprake.

Ochtenddauw. De waterdruppels blinken als zilver. In de berm Primula. De dag begint goed een fikse stijging en is onmiddellijk voelbaar in mijn kuiten. Amai, wie zegt dat het noorden plat is! Het is zweten. De koeien in de wei komen naar me toe rennen. Koeien zijn heel nieuwsgierige dieren, terwijl ik met hen sta te praten proberen ze dichter te komen. Ik probeer er een te strelen, oeps dit zijn ze blijkbaar niet gewoon.

Primula

In een afdaling in het bos zie ik een camionet staan. Ik hoor mensen praten. Arlette en Raymond. Beiden hebben een wit pak aan met een gaas voor de ogen. Bijenhouders. Beiden zouden een goede karikature zijn voor een tekenfilm. Twee grappige mensen. Al snel krijg een spoedcursus bijenhouden. Wanneer de bijenkorf niet zwaar weegt dan moet je ze voeding geven zowel in de zomer als in de winter. In de winter geef ik van dit geel goedje. Hij doet de 20liter fles open en een geel sap komt eruit. Stuifmeel. En daarbij voeg je mengeling toe van magnesium, zink, koper…
Hij leert me ook dat een ‘Pivert’ hier un ‘Becbeau’ heet. Als ik verder stap roept hij me nog toe, ‘Au coin de la voyez vous avez rencontrer…. N’ oublier pas de noter’.

In de dorpen ruikt het naar pasafgemaaid gras. Een man komt me tegemoet. Hij duwt een overvolle kruiwagen voorruit. Hij stopt en blaast uit. ‘Pfffff, c’ est lourd’, vertelt hij me. Wanneer ik terug verder stap, hoor ik hem om de zoveel tijd zijn kruiwagen neerzetten. Hij gaat duidelijk over zijn grenzen.

Een terreinwagen steekt me voorbij. In de verte hoor ik hem plots vastzitten. Terwijl ik het pad afdaal hoor ik de ene vloeken tegen de ander. “Je vous invite à pieds cela va plus vite” , roep ik van aan de andere kant van de prikkeldraad.
“Ta de’ tuutttt’ (censuur). De la ferraille de…. ‘Tuuuuttt’,roept de jonge gast in het wildeweg.
De oudere man kijkt of hij me kan zien. ‘C’ est la ferraille ou la mains d’œuvre’, zeg ik al lachend. ‘Il vient d’ acheter la pâturage. Il la connais pas encore. ” Bhen maintenant si”, zeg ik al lachend. Terwijl de een een Traktor is gaan halen. Blijft de ander en kunnen we nog wat lachen om de situatie. Oef… want de start was anders.

In Plomion krijg ik de kindercreche aangeboden om te slapen. Ik ga op zoek naar eten. De winkel is gesloten. Dan maar een bezoek aan een kerk. Vele kerken hier in de buurt zijn versterkt en werden gebruikt in de 16 eeuw om zich te beschermen. Mensen konden hier dagen lang in leven.
Een restaurant. Hmm, de prijzen wat aan de hoge kant. Ik ga even binnen en vraag of het mogelijk is een menu du jour te verkrijgen. Een vriendelijke heer komt. Jammer, en helaas. Geen menu. Ik verlaat het restaurant. Achter mij hoor ik roepen “c’est vous la dame que j’ai vu sur l’escalier ?”, vraagt de heer. “oui”. “Entrée, je vous fait le menu”. Ik wist niet waar ik het had. In een luxueus restaurant wordt ik bediend als een koningin. De maaltijd overheerlijk. Het kaarslicht wordt aangestoken… Op de achtergrond instrumentaal klassiek muziek. In het deuntje herken ik ‘plaisir d’ amourrrr’.

Église fortifiée Plomion

Een kauw

Een wei. Een kooi. Een omheining. In de kooi iets zwart, een vogel. Ik kan niet echt uitmaken welk soort. Wat het ook moge zijn, het dier zit gevangen. Hammer genoeg is de omheining dicht en kan ik ze niet openen. Ik stap verder. Aha, een opening. Mijn nieuwsgierigheid is groot. Ik kijk recht links, ik stap naar de kooi. Een kauw in het midden vak met twee voederbakjes. Vriend, wat je hier ook doet dit is voor mij niet ok. Ik open het deurtje zodat hij kan ontsnappen. Komaan… hop hop… Yes, eruit. Een levenswezen dient niet in een kooi te zitten en zeker niet als deze als lokmiddel moet gaan dienen. Vogelvrij, ikke blij. Later lees ik en dit na een vraag te hebben gesteld op de FBpagina van het Velt dat de kooi dient om andere vogels te vangen. Dikke pech.

Een fikse noorderwind is van de partij. Tussen de parcelen grond volg ik een aarden weg die me van het ene kleine dorp naar het andere brengt. Rondom rond wijdse zichten. De wegen zijn modderig… Het is ploeteren. De wandelstokken doen goed hun dienst. Ze zijn best handig om de diepte te meten van de plassen en voor mijn evenwicht. Na twee uur voel ik de moeheid in mijn benen. Het is vraagt veel concentratie een aandacht. Aan de andere kant geniet ik er enorm van. De geschenken komen één voor één naar me toe. Van jonge herten naar een wat volwassener. Zijn gewei was duidelijk zichtbaar. En hoewel de boswachter tussen ons beiden wandelde zonder aandacht voor het tafereel, voelde ik een enorme blijheid en verbondenheid. De buizerds vliegen in het rond. De jonge herten verplaatsen zich in groepen van 2 tot 5. Ondertussen gaat het ploeteren verder. De geuren van de natuur is overweldigend. Ik open mijn armen en breng deze in een grote bocht naar voor en terug naar mijn borstkas. Met een zacht en wijds gebaar doe ik dit een paar keer. Telkens haal ik diep adem en breng het maximum van de geur van de natuur naar me toe en dompel ik me onder. Een waar festijn. Wat ik mag ontvangen van de natuur is niet in woorden uit te drukken.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in een dorpje. De kerk. Gras. Ik plof me neer. Een man begint het gras om te maaien. Pff, ik ben zo moe dat ik deze hoor verdwijnen op de achtergrond. Een korte diepe slaap.

Terug fit op pad en met moed om nog wat kilometers te wandelen. Het aankloppen ”s avonds bij mensen gaat heel vlot. Aan de eerste bel heb ik vaak al geluk wanneer ik me laat leiden en vertrouw op mijn gevoel. Net zoals nu. Een gezin met 3 kinderen en rond kerst een vierde. Ik ga met Julie mee op boodschappen. Een supermarkt, het voelt vreemd. Zoveel keuze dat ik er verloren in loop. Ik neem een taart mee en betaal de helft van wat op de band ligt. En voor de kleine en grote kinderen… Een kindereitje voor als extratje. Ik ben verzot op die verrassingen. Mijn klein meisje (knipoog)

Mont-blanc

Bonjour !’ De keuken ten huize Marie-christine en Xavier. Een gedekte tafel. ‘Il a encore u une bonne averse hier soir’, weet Marie-Christine me te vertellen. Mijn gedachten gaan even naar de merel van gisterenavond. Een fijn gevoel.

Xavier vergezelt me tot langs het kanaal en wensen elkander een ‘buen camino’. Binnenkort vertrekt Xavier voor de eerste maal naar Santiago. Opvallend, bijna iedere avond heb ik overnacht bij mensen die iets met de camino hebben.
De natuur ontwaakt. Een dikke mist hangt over de velden. Kilometers wandel ik langs een prachtig natuurgebied. Een grote verscheidenheid vogels, de één al wat meer gekend dan de ander. Zilver reigers vliegen voor me uit. Af en toe restanten van bunkers. Een regio die sterk werd getroffen tijdens de eerste wereldoorlog.

Een hond komt aangewandeld. Het baasje wat verderop. Ik voel me eventjes in mij oude patroon stappen… achterdochtigheid, voorzichtigheid en angst. Gelukkig, heel snel bewust. Ik hou een halt. Breng mijn stokken onder mijn arm. ‘Bonjour petit chien. Vient, vient me dire un bonjour. T’ es belle’, spreek ik de hond toe.
De vrouw, het baasje van de hond. We spreken elkaar aan. ‘Oh, elle est gentille. Elle aime bien tes bâton. Elle s’ appelle Mont-blanc’.
Een vraag. ‘Ou allez vous’? Wanneer ik in het kort de beschrijving doe… Zie ik eerst de verwondering… Nadien komt een fonkeling in haar ogen.
Het licht in de ogen van de mensen mogen zien is zo waardevol en hartverwarmend.
Net deze kortstondige ontmoeting. De medemens ontmoeten op het juiste moment in het moment heeft zoveel betekenis. Een verbinding en voorbeeld dat we elkander nodig hebben. Zonder verplichtingen, zonder zich op te dringen, zonder moeten. Gewoon eenvoudig er zijn en ‘Zijn’ in het nu.

De eerste teken.

Vroeg in de vooravond kom ik aan in Hannapes. Naar ‘la Mairie’. De burgemeester neemt me mee naar de kantine van het voetbalterrein.
Een uur later komt hij aangereden met een diepgevroren stokbrood, een doos ravioli en een doos makreel. Ondertussen heb ik de kantine wat schoongemaakt. De afwas gedaan en de voetbal kleren van de jeugd die nog in de wasmachine zat aan de lijn gehangen.
Voldaan van de prachtige dag en met een kaarslicht in een hoek, geniet ik nog van de avond.

De grens

Quievrain

Ik daal de trap af. Père Bruno komt net terug van de bakker. Verse ontbijtkoeken. Het ontbijt. ‘Un tête à tête’ . Voor mijn vertrek doe ik nog de afwas. De voordeur. Draai me om en ik kijk even om me heen als teken van afscheid en dankbaarheid.

België verdwijnt achter mij. De grenslijn. Links… Reklame borden, neon lampen, sigaretten, drank, casino’s…België. Rechts… Frankrijk lege façades.
Via de GR gelegen op de grens ontsnap ik aan de niet aantrekkelijke grensstad.

Een dier huppelt in de verte. Een wit kontje gaat op en neer. Twee lange oren zijn zichtbaar aan de horizon. Een haas. ‘Ga maar kleine, ga maar’, vertel ik hem in gedachten.

Sint-Rochus

Bosanemonen

Mijn tas trilt… Allé mijn telefoon in mijn tas. ‘Welkom in Frankrijk… Overal waar je bent gebruik je hetzelfde tarief’, de operateur. De gsm onontbeerlijk denk ik wanneer je alleen op stap gaat… De moderne pelgrim. Hoe deed de pelgrim dit lang geleden, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk waren wel veel meer mensen te zien op landelijke wegen wandelend tussen verschillende dorpen. Vooral in de periode waar geen fiets of ander gemotoriseerd voertuig aanwezig was. In tijden waar tijd niet echt een rol speelde en tijd het leven nog niet overmeesterde.

Jonge merels laten hun gezang horen en proberen hun evenwicht te houden op de elektriciteitsdraad.
Op een paal, een Sint-Jacob schelp, teken van een plaatselijke wandelroute en een GR teken. Verleidelijk om de schelp te nemen. Eerst de andere kant op.

Jacobswegen zijn korter dan GR routes wordt soms wel eens gezegd. Jacobswegen hebben dan ook veel meer asfalt, wat dan néfast is voor de benen en vermoeiender. Je kan dan soms ook wel eens een cirkel wandelen rond een dorp om de kerk niet te vergeten. De GR paden nemen je meestal niet mee in dorpen of langs gemotoriseerde wegen. Zorgen meestal voor zachte ondergrond. En een ommetje rond om het voorgaande te vermijden is dan ook niet uitgesloten. Dan heb je de plaatselijke wandelroutes waar de inwoners hun ontspanning nemen en er prachtige soms verscholen pareltjes mag tegenkomen. Het voelt heel aangenaam en vooral vrij wanneer je je gewoon niet gaat vastpinnen op vaste wegen, op ontdekking gaat want aan een weg hangt geen enkel verplichting. Zoals nu heb ik me laten leiden door de weg. Een verrassing, een plaatselijke geitenboerderij met zijn verse geitenkaas en plattekaas.

Een nieuwbouw. Een blauwdak. Ik voel mijn wenkbrauwen naar boven gaan. Mijn kin naar binnen. ‘Wat een smaak!?’, gaat door meheen met een oordelende intonatie en denken. Oeps… volgt al heel snel. ‘Foei Jasmine, het dak is de smaak van de eigenaars, daarom het uwe niet. Wat voor hen mooi is, is daarom niet voor een ander’. Mijn oordelend gevoel verdwijnt al snel en een aangenaam gevoel vult mijn lichaam. Zonder te beseffen zitten we al heel snel in een oordelende reactie, zonder er een negatieve intentie aan vast hangt.

De klank van de eenden, het is net alsof ze lachen. Ik zie zo de muzieknoten voor me verschijnen. De eendeparen worden gemaakt. Een vrouwtje, twee mannetjes die erachter vliegen. Haaaa Haha Haha Haha

Iguanodons

Pas rond 11u verlaat ik het huis van Pascale. Op mijn credential staat ‘Si tu repasses par ici, on rangera la cuisine 😉 Bonne route’ . Een onderonsje. Het was fijn om van passage te mogen zijn dans la maison ‘du brol’. 😉 Dankjewel voor het fijn samenzijn Pascale.
Langs het kanaal die Ath en Blanton verbind met elkaar wandel ik verder richting de Franse grens. In de verte zijn voortdurend wagens aanwezig. Een plaats waar verschillende autosnelwegen samenkomen.
Terwijl ik rustig sta te kijken naar het landschap, hoor ik plots een hels lawaai. Niet weten vanwaar het komt heeft mijn lichaam de neiging zich te bukken alsof er iets uit de lucht komt te vallen. De hoge snelheidstrein.

De zon is van de partij en na regen is dit een festijn voor de natuur. Forsythia, ribes, prunus, magnolia staan vlijtig te pronken naast elkaar. Een ware explosie. De groene prille blaadjes binnen zich te ontplooien. Het fris groene van de lente is duidelijk zichtbaar.

Bernissart. Een plashalte in een plaatselijk centrum. Een uitnodiging van Khadija met een stukje taart en koffie die ik niet kon weigeren. In de zaal wel een twintigtal vrouwen met hun breiwerk. Ik ga tussen hen zitten. “Vous avez pas peur toute seule? Vous le faites tous seule, avec personne!” volgt de ene zin al na de ander.
Terwijl ik naar mijn lichaam wijs van boven naar beneden antwoord ik “Vous voyez que un corps, ce que en voit par les yeux. Mais sur la route en est j’aimais seule”. De vrouw kijkt me aan, knikt en staat zonder woorden. Soms verschiet ik nog altijd van de manier hoe ik iets verwoord en onder de mensen breng. Alsof iets anders veel groter dan mezelf mijn woorden leid. Waar ik me vroeger veel vragen rond stelde en me in verwarring bracht. Neem ik het vandaag gewoon aan zoals het komt. Het voelt goed en juist en dat is belangrijk. Het waarom en vanwaar is overbodig geworden.

Via de moerassen van Harchies verlaat ik Bernissart. Bernissart ook gekend om de skeletten van de Iguanodons (dinosauriërgeslacht) gevonden in 1878 in een steenkoolmijn. Te zien in Brussel in het museum van natuurwetenschappen.

Deze avond breng ik mijn laatste nacht in België door. Hmm… de geur van frieten komt naar me toe. België vieren met Frieten. Ik vraag één friet om het klein en licht te houden. De pak friet die ik voor mijn neus geschoteld krijg was voor een ganse familie. Ik dacht de ze fout waren. Neen, het klopte wel degelijk. Ik was aan de grond genageld en stond met mijn mond vol tanden. Ik vroeg of ik er iemand plezier mee kon doen. De mensen keken me verbaasd aan en grappen volgden bij die vraag. Zo een verspilling aan voeding. Niet zomaar een aardappel. Wel iets waar de boer zoveel werk in stak om deze tot aan de consument te brengen. Ik kon er niet bij.

Samen met père Bruno drink ik een glas en eindigt mijn dag aan de grens in Quievrain.

Ath

Een getik op een raam. Ontwaken. Een pimpelmees. Een nieuwe dag ontwaakt. De lucht ontsnapt uit mijn matras. Een ‘kattewasje’, het ijskoude water zal me onmiddellijk opwarmen. Rustig pak ik mijn materiaal in. Het gebruikte materiaal plaats ik terug. Dubbelcheck, ben ik niets vergeten.

Een voordeel van vroeg ontwaken, is dubbeldik genieten van de schoonheid in de natuur. Een drijgende lucht. In mijn rug een stijgende zon aan de horizon. Ze schenkt me een waar spektakel op de oevers van het kanaal. Ik herinner me een boottocht twintig jaar geleden ergens in een ver land. Iedereen wou de zonsopgang fotograferen, als enige stond ik de tegenovergestelde richting te bewonderen.
Canadese ganzen komen aangevlogen en landen elegant vloeiend op het water. Aalscholvers zie ik liever aan de andere kant. Als die een scheet laten… Owee… Vluchten.

Ath. De markt. Een artisanale bakker. Ik wandel een café binnen… Stel je voor een grote ruimte en aan iedere tafel één persoon. De hoofden richten zich op in synchroniciteit. Vragende ogen. Jah… Niet alledaags om iemand met wandelstokken en grote rugzak te zien. Helemaal ingepakt door de kou. Twee antennes op mijn hoofd hadden misschien het beeld afgewerkt. Terug serieus (knipoog)
Een synthetische geur… Chloor gemengd met één of andere nep natuur geur uit een spuitbus. Mijn neus vleugels spannen zich op. Hmm. Ik verlaat terug de zaak zonder te consumeren. Zuurstof. Een jaar geleden op deze manier opstappen had ik nooit gedaan. Een kort bezoek aan het steenhuis van Maffe en vooral een snel bezoek aan het kleinste vertrek. Een pikante gedroogde worst speelt me wat parten… Oeps.

Een lange tocht langs het kanaal. De frisse wind snijd op mij huid en een paraplu gaat af en toe open. In Stambrugge eindigt de dag bij Pascale. We hebben veel gelijkenissen wat handenarbeid betreft. Van naaien tot restaureren van oude meubelen. Ze neemt me mee door haar prachtig huis op schattenjacht en nog voor we het beseffen is het al laat op de avond en voel ik me moe worden. Na een nachtje in een garage mag ik genieten van een kamer en zacht bed.