Vivre

Na een boeiende avond met Isabelle en onze gesprekken met een prachtige mengelmoes van theologie, antroposofie, geschiedenis, Maria Magdalena, Jezus…, verlaat ik Sceaux via het park van het kasteel.
De tuinmannen en vrouwen snoeien er de kilometers lange taxus hagen en haagbeuken. Het harken van de nieuw aangelegde fijne grind-zand weg tussen de grasvelden, doet me denken aan de Japanse Zen-tuin waar de monniken als meditatie, met een hark, een patroon en de beweging van het water in het grind harken.

Het is ongelofelijk om te zien hoe snel de natuur haar krachten terug neemt na een regenbui.
Hoe het gras terug groen wordt en de wilde kruiden in de bermen terug zichtbaar.

Fietsers, wandelaars, lopers, hardlopers, kinderen die proberen de vogels zachtjes te benaderen. Twee bejaarde vrouwen op een stenen bank aan de oever van het kanaal pratend over een buurvrouw, terwijl hun hondje aan de riem trekt om de duiven achterna te lopen.
Ik blijf even stilstaan en leun met mijn handen op mijn wandelstokken… Het is stil in me en vredig. Ik laat me impregneren door de frisse, verse natuurgeuren na een hevige onweersbui.

Op een bord langs de weg staat in grote letters geschreven ‘Vivre autrement… Mieux…’ omringd door een beeld van hedendaagse huizen met brede trottoirs. Veel asfalt en een klein vierkant voor een boom. Wordt mede-eigenaar…
Hmm, het financieel plaatje zou ik niet willen zien en laat ik ook in het midden.
De titel….’ Vivre autrement… mieux’ brengt me aan het denken. Een heel aanlokkelijk plaatje niet! Wanneer gaan we stoppen met altijd maar meer te willen, en de gedachte ‘daar’ (het buiten ons plaatsen) zal het anders zijn…. beter. Het is hetzelfde als een emmer vullen zonder bodem. Want iets nieuws zetten of doen, het lijkt aantrekkelijk, alleen de wortels worden niet aangepakt.
Wanneer zullen we wat reeds bestaat aanpakken en transformeren en zorgen dat er geen leegstaande panden niet meer bestaan of staan te verkrotten. Ook dit kan ‘vivre autrement mieux’ zijn. En dit kunnen we doortrekken naar ons eigen ‘innerlijk’…tot aan de wortels.
Het is onze kijk hoe we leven die het veranderen waard is.

Een bejaarde vrouw komt naar buiten ik hoor roepen, “Jules arrête, arrête Jules”. Jules wandelt naar zijn zin en trekt hem van niets aan. De hond.
Ik zet mijn voet op de wandelriem. Jules draait zich om, kijkt naar me… naar zijn baasje…dit had hij precies niet verwacht. “Merci madame”, zegt de vrouw. In mijn rug hoor ik de dame verder spreken met Jules.

Mijn weg gaat verder via de ‘ Via Turonensis’ en La coulée Verte du Sud de Parisien en ik puzzel wat met de GR10 en de PR10.
In Massy stop ik voor een maaltijd, een heerlijke Couscous klaargemaakt door lieve mensen afkomstig uit Algerije. Een man komt binnen. Ik hoor hem spreken aan de toog over mijn rugzak. Hij spreekt me aan en we beginnen een conversatie. Een charmante man met heel veel kennis. Ik hoor dat hij al veel gereisd heeft en ik begin te delen over de Pelgrimstocht naar Israël. Hij deelt zijn kennis en ervaring, spreekt over St. Augustijn en over zijn verlangen om naar Compostella te gaan. Later deelt de vrouw van het restaurant me dat de man, Slimane Benäissa heet, een schrijver.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden