Drogenbos

image

Dworp

Midden in de nacht word ik wakker. Een vliegtuig, en nog één en nog éen. Een megaspot die pal in mijn ogen schijnt. In een mum van tijd zit ik recht. Een verloren gelopen poes. Een ezel in de verte. Ik dommel terug in. Vijf uur in de morgen. De kerselaar. Op het gras tal van kersen. Zonde. Ik vul een zakje van de mooie kersen die nog aan de boom hangen. Mijn ontbijt.

Een smalle dichtbegroeide wandelweg. Ok, waar zijn die spinnenwebben! Met mijn wandelstokken al zwierend vooruit wandel ik erdoor. Hoe noemt dit nu weer? Ah, ja, multifunctionele wandelstokken! Langs de weg de ‘Herisemmolen’, een papiermolen. Iedereen slaapt nog. In de wei koeien, ezels en twee paarden. Een zwart paard met een witte streep in het midden van zijn hoofd. Zijn hoofd knikt op en neer. Alsof hij me roept. Vanop een afstand kijk ik hem aan. Ik ga dichterbij. Het paard is wat ongedurig. Een half uur later staan we zij aan zij en laat hij me toe hem te strelen. Ze worden allebei rustig. Wat een fijn contact.

Na het Begijnenbos heb ik een mooi zicht op Brussel, het Atomium en de Koekelberg.

Links, ergens diep in het groen zie ik een beweging. Een schril geluid. Moeder egel en een kleintje. Mooi om te zien hoe ze het kleintje helpt de natuur te trotseren. Met haar snuit duwt ze in de poep van de kleine. Ik zet mijn hoed op, wrijf me in tegen de zon en eet mijn laatste reep zwarte chocolade op. Gelukkig dat ik deze nog had. In Beersel zoek ik naar de sporthal.

Aan de deur een papier ‘gesloten van één juli tot eenendertig juli’. Een stadswerker. Ik waag mijn kans en vraag of ik er een douche kan nemen. “Neen, dat zal niet gaan. Het is gesloten en binnen tien minuten zijn we terug weg”, weet een stadswerker me te vertellen. “Een sporthal gesloten tijdens de vakantie!”, zeg ik verwonderd. Ik maak gebruik van het toilet voor mensen met een beperking. Een lavabo. Foert, tien minuten of niet, ik ga uit de kleren en kan me net op tijd verfrissen. Ik ga terug naar het ‘Samba’ café, waar ik binnenstapte toen  ik Beersel binnenkwam. Ik blijf er een eind verpozen en heb contact met Johan en Stephan. Wanneer ik wil opstappen en mijn drankje wil betalen, blijkt alles al afgerekend. Dank je heren.

In Drogenbos heb ik de kans om de Sint-Niklaaskerk te bezoeken terwijl ze in restauratie is. De glazeniers plaatsen voorzetglas om de gerestaureerde glasramen te beschermen. Ondertussen is het brandglas in restauratie in Ingelmunster. Franky, één van de glazeniers is vandaag net veertig jaar in dienst. Veertig jaar in hetzelfde bedrijf. Amai, doe dit vandaag maar eens na. Na Drogenbos neem ik de beslissing verder te wandelen richting centrum Brussel. Ik volg mijn plannetje. Pff, vermoeiend. Naar rechts, naar links. De zoveelste straat… Ik bel een vriendin op die in Brussel woont. Niet thuis, aan het genieten van andere warme oorden. Op een kruispunt, een vrouw. Ik vraag of ze me kan helpen bij een overnachting. “Euh, oui ok”, krijg ik als antwoord. Ze heet Ola. We gaan eerst haar zoontje Hubert ophalen in de crèche. Een frisse douche. Daarna naar de winkel met haar vriend. Samen koken. En een lange babbel tot middernacht. 

Drogenbos

Je me réveille au milieu de la nuit. Un avion, encore un, puis un autre. La lumière d’un spot m’éclate aux yeux. En un éclair de temps je suis debout. Un chat égaré. Un âne au loin. Je me rendors. Cinq heures du matin. Le cerisier. Sur l’herbe plein de cerises. Dommage. Je remplis un sac avec les belles cerises qui pendent encore à l’arbre. Mon petit déjeuner.

Un sentier étroit et recouvert de verdure. D’accord, où sont les toiles d’araignée? Mes bâtons de marche à bout de bras, je me fraye un chemin. Comment s’appelle cela? Ah oui, ‘des bâtons multifonctionnels’!  Sur le chemin, le ‘Herisemmolen’, un moulin à papier. Tout le monde dort encore. Dans le prés, des vaches, des ânes et deux chevaux. Un cheval noir avec un trait blanc sur le milieu de sa tête. Sa tête hoche de haut en bas. Comme s’il m’appelle. Je le regarde à distance. Je m’approche. Le cheval est quelque peu agité. Une demi-heure plus tard on est côte à côte et il me permet de le caresser. Il se calme. Quel contact agréable.

Passé le Bois du Béguinage (Begijnenbos) j’ai une belle vue sur Bruxelles, l’Atomium et Koekelberg. Quelque part sur ma gauche, dans la profonde verdure, j’aperçois du mouvement. Un cri aigu. Maman hérisson et son petit. Beau à voir, comment elle aide le petit à affronter la nature. Avec son museau elle pousse le derrière du petit.

Je mets mon chapeau, m’enduis pour me protéger du soleil et mange mon dernier bâton de chocolat noir. Heureuse d’encore avoir cela. À Beersel je cherche la salle des sports.

À la porte une pancarte ‘fermé du 1 au 31 juillet’. Un ouvrier de la ville. Je tente ma chance et lui demande si je peux prendre une douche. “Non, ça n’ira pas. C’est fermé et dans dix minutes on est repartis”, me répond-il. “Une salle de sports fermée pendant les vacances!”, lui dis-je toute étonnée. Je me sers des toilettes pour personnes handicapées. Un lavabo. Zut, dix minutes ou pas, je me déshabille et parviens juste-à-temps à me rafraîchir. Je retourne au café ‘Samba’ où j’étais passée en entrant Beersel. J’y reste un bout de temps et entre en contact avec Johan et Stephan. Au moment de partir je veux payer ma consommation. Tout a déjà été réglé. Merci messieurs.

À Drogenbos, j’ai la possibilité de visiter l’église Saint-Nicolas, qui est en restauration. Les vitriers placent des vitres claires en fenêtres supplémentaires de façon à pouvoir protéger les vitraux restaurés, lors de la repose. Ces vitraux sont en restauration à Ingelmunster. Franky, un des vitriers à aujourd’hui 40 ans de services. Quarante ans dans la même entreprise. Performance difficile à égaler de nos jours.

Après Drogenbos je prends la décision de marcher direction centre de Bruxelles. Je suis mon plan. Pff, fatiguant. Vers la droite. Vers la gauche. La x-ième rue… J’appelle une amie qui habite Bruxelles. Pas de réponse. Elle est en villégiature. À un carrefour, une femme. Je lui demande si elle peut m’aider pour une nuitée. “Euh, oui, OK”, me répond-elle. Elle s’appelle Ola.

Nous passons d’abord, chercher son petit garçon Hubert, à la crèche. Une douche rafraichissante. Puis au magasin avec son ami Mathias. Cuisiner ensemble. Puis une longue conversation jusqu’à minuit.

 

 

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.

 

Stiltepad

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Muur van Geraardsbergen

Vroeg in de morgen. Ik neus nog wat rond op de rommelmarkt van Geraardsbergen. Een meisje legt haar speelgoed op de grond, netjes op een rij. Een halssnoer komt tevoorschijn. Met haar fijne handen maakt ze er een hartvorm mee. Eronder een dvd van Bambi.

Een klim. De Muur van Geraardsbergen. De Ronde van Vlaanderen, dan wel te voet. Boven, een kapel, Onze-Lieve-Vrouw-van-Oudeberg. Ik ga binnen. Een viering zal beginnen. Vier meisjes wandelen de heuvel op. “Kijk, de Eiffeltoren.” Ze kijken naar elkaar. “Maar neen, dat is de Eiffeltoren niet. De Eiffeltoren heeft een punt naar boven”, zegt een ander meisje, terwijl ze met haar handen een driehoek vormt. Vingers naar boven tegen elkaar en duimen horizontaal. Een meisje staat sprakeloos te kijken naar de toren. Ik draai mijn hoofd naar rechts. Een watertoren. De vorm, als een vliegende schotel. De mensen die de heuvel trotseren zijn piekfijn uitgedost. De parfumgeuren strelen langs mijn neus.

De zon is verborgen achter een wolkensluier. In een bos hoor ik in de verte het geluid van een ree. Een eekhoorn. Spelend van links naar rechts. Roestkleur. Af en toe stopt hij, kijkt me aan. Uit het bos, een camping. Een pauze. Ik ga zitten voor de kantine. De gesprekken, de woorden die ik hoor…laat ik meezweven met een licht briesje. Weg! Na een lang stukje natuur op het ‘Stiltepad’, stap ik binnen in de kerk van Zandbergen. Net zoals de Sint-Bartholomeuskerk in Geraardsbergen is deze kerk van een grote schoonheid. Ik voel me wat weemoedig. Een traan, ze mag er zijn. Een terras in de schaduw. Rust. Naast me een jonge vrouw. Pas afgestudeerd. Rood-witte linten, klevers, een gouden plaatje met een gaatje. Ze maakt medailles voor de loopwedstrijd van volgende vrijdag.

Langs de Dender geniet ik van de stilte. Af en toe een fietser. Eenden, verschillende vogels, grasvlooien, dazen… Ter hoogte van Pollare, een grote tent. Veel volk. Barbecue. De geur komt naar me toe. Verleidelijk! Een ontmoeting hier, een ontmoeting daar. Neen, ik geef er niet aan toe. De laatste kilometers. Een moedereend en haar zes kleintjes steken de Dender over van de ene oever naar de andere, moeder op kop. Eenmaal aan de overkant, kleintjes terug voorop. Ik haal diep adem. Ze zijn veilig aangekomen. Zucht! Honger. Ik haal een mattentaart boven die ik kreeg in Zandbergen. Ik laat de Dender achter me en kom aan in Ninove. Naar de abdijkerk. Via de dekenij word ik naar de Zusters der Heilige Harten doorverwezen. ‘Bel aub en kom binnen’ staat er op de deur. Ik herken dit plots. Een paar jaar geleden heb ik hier beelden genomen met collega’s fotografen. Een zuster doet open en neemt me mee via de garage naar de keuken, waar ik samen met hen een avondmaal deel. We hebben veel plezier. Wat voelt het goed om zoveel vreugde te mogen zien en het samen te mogen beleven. In mijn kloosterkamertje. Stilte, mijmeren, vreugde. Dank je voor deze mooie dag en avond.

GPX Bestanden Geraardsbergen/Grammont naar Ninove

Le sentier du silence

Tôt le matin. Je fouine encore un peu sur le marché aux puces de Grammont. Une fille, aligne ses jouets sur le sol. Un collier apparait. De ses mains fines elle en fait une forme de cœur. En dessous le dvd de Bambi.

Une montée. Le Mur de Grammont. Le Tour des Flandres, mais à pieds. Au sommet une chapelle, Notre-Dame de Oudenberg. J’entre. Une célébration s’annonce. Quatre filles montent la colline. “Regarde, la tour Eiffel.” Elles se regardent. “Mais non cela n’est pas la tour Eiffel. La pointe de la tour Eiffel est dirigée vers le ciel”, dit une autre fille en formant un triangle de ses mains. Les doigts l’un contre l’autre vers le haut et les pouces à l’horizontale. Une fille reste muette en regardant la tour. Je tourne la tête vers la droite. Un château d’eau. La forme, celle d’un ovni.

Les gens qui montent la colline sont très bien habillés. Les odeurs des parfums, viennent me caresser les narines.

Le soleil est caché derrière les nuages. Dans un bois, j’entends au loin le son d’un cerf. Un écureuil. Il joue de gauche à droite…Couleur de rouille. De temps à autre il s’arrête, me regarde.

En dehors du bois, un camping. Une pause. Je m’assieds devant la cantine. Les conversations, les mots je les laisse flotter dans l’air. Partis!

Après un long parcours dans la nature sur le sentier du silence, j’entre dans l’église de Zandbergen. Elle est, comme l’église de Saint-Bartholomée à Grammont, d’une grande beauté. Je me sens quelque peu mélancolique. Une larme, elle peut être.

Une terrasse à l’ombre. Repos.

À mes côtés une jeune femme. Juste graduée. Des rubans rouges et blancs, des autocollants, des plaques dorées trouées. Elle fait des médailles pour la course à pieds de vendredi prochain. Le long de la ‘Dender’ je profite du silence. De temps à autre un cycliste. Des canards, divers oiseaux, des puces, des taons. À hauteur de Pollare. Une grande tente. Beaucoup de monde. Barbecue. L’odeur vient à ma rencontre. Tentant. Une rencontre par ici, une rencontre par là. Non je ne cède pas. Derniers kilomètres.

Une mère canne et ses six cannetons traversent la ‘Dender’ d’une rive à l’autre, la mère en tête. Une fois la berge atteinte les petits en tête. Je respire profondément. Ils sont sains et saufs. Soupir!

Faim. Je sors une tarte au maton reçue à Zandbergen. Je laisse la ’Dender’ derrière moi et arrive à Ninove. Direction l’église de l’abbaye. Le doyenné m’envoie chez les Sœurs du Sacré Cœur. Je me trouve devant la porte: ‘Sonnez et entrez svp’ y est écrit. Soudainement je reconnais cet écriteau. Il y a quelques années j’ai pris des images ici avec des collègues photographes. Une sœur vient à ma rencontre et me conduit en passant par le garage à la cuisine où je vais partager leur repas. Je prends place à table. Nous avons beaucoup de plaisir. Cela fait du bien de voir et de sentir tant de joie.

Dans ma petite chambre du monastère. Silence, rêvasserie, joie.

Merci pour cette belle journée et soirée.

 

Geraardsbergen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Everbeek

Een zoen aan Kian. Een high five aan Logan en Tristan. “Dankjewel voor jullie gastvrijheid. Ik heb genoten van zoveel moois te mogen zien”, zeg ik tegen Ingeborg. “Dankjewel, het doet plezier”, antwoordt Ingeborg. 

De weg gaat naar beneden in tegenstelling tot gisterenmorgen. In een tarweveld ontmoet ik Maarten en Jonas, die de andere richting uitgaan. “Hallo, waar gaan jullie naartoe?” “Naar ‘de Fiertel’, een jeugdherberg ”, weten ze me te vertellen. “En jij?” “Ik wandel richting Brussel.” We delen met elkaar waarom we aan het wandelen zijn, wensen elkaar succes en gaan elk onze eigen weg. Wanneer ik aankom aan de kerk van Zarlardinge, is er een begrafenis. Agnes, een pianiste. Ik blijf buiten wachten en luister naar de klassieke muziek. De kist wordt naar buiten gedragen. Een prachtige, eenvoudige, kunstig versierde kist. Bovenop een boeketje veldbloemen. De rouwstoet vertrekt te voet naar Agnes haar laatste rustplaats. Op kop een blaasorkest.

Ik ga op een terras zitten van een café. Ik krijg compagnie. De onderwerpen: drugs, vrouwen, alcohol… . “Allé, lees ne keer het laatste stukske voor uit je dagboek”, krijg ik te horen. Ik kijk de man in de ogen. Zowel een verbale als non-verbale ‘neen’ volgt. Met mijn pen in de hand verdwaal ik in mijn schriftje. Ik neem nog even een foto binnen. Er wordt me een vraag gesteld. Mijn antwoord krijgt bijna geen kans te bestaan. “Naar waar gaat u nu?” “Tot in Geraardsbergen.” “Succes, ik ben benieuwd hoe het zal zijn om daar een overnachting te vinden.” Een stilte volgt… ”Want met zo een bekrompen mentaliteit. Misschien wel bij de vreemdelingen”, krijg ik te horen. Met deze woorden in mijn hoofd en een niet goed voelen verlaat ik Zarlardinge via het kerkhof. Het graf van Agnes. Haar foto op een kruis versierd met partituren. Met muziek heeft ze geleefd, met muziek is ze heengegaan. De woorden van daarnet komen terug aan de oppervlakte. Ik wandel verkeerd. Ik probeer terug in mijn eigen kracht te staan. De woorden alsook de vooroordelen die ik te horen kreeg verdwijnen. 

Op de markt van Geraardsbergen vind ik vlot een slaapplaats. De dekenij. De deken wijst me de weg in het huis en vertrekt naar zijn afspraak. Ik doe mijn was en leg deze plat op het gras om te drogen. De deken komt later terug. “Hier, de sleutel voor wanneer je je was binnen zou halen. Zodat de deur niet achter je dichtslaat”, meldt hij me terwijl ik een glimp mag opvangen van plezier. Oeps, ik voel binnenin een zekere beschaamdheid en doe alsof ik het niet zag. Hmm, ik kan me wel inbeelden dat dit een grappig zicht is, mijn onderbroeken en bh te drogen in de tuin van de dekenij. Met zicht op de kerktoren val ik in slaap.

GPX Bestanden Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/Grammont

Grammont

Une bise à Kian, un ‘high five’ à Logan et Tristan. “Merci beaucoup pour votre hospitalité. C’est avec grand plaisir que j’ai vu tant de belles choses”, dis-je à Ingeborg.

“Merci beaucoup, cela fait plaisir”, me répond Ingeborg.

Le chemin descend, le contraire de hier matin. Dans un champ de blé je rencontre Maarten et Jonas, qui se dirigent dans l’autre sens. “Bonjour, ou allez-vous?” “À ‘de Fiertel’, une auberge de jeunesse”, me répondent-ils. “Et toi?”  “Je marche direction Bruxelles.” Nous partageons la raison de notre cheminement. On se souhaite mutuellement bien du succès et continuons chacun notre chemin.

Lorsque j’arrive à l’église de Zarlardinge, un enterrement à lieu. Agnès une pianiste. J’attends à l’extérieur en écoutant la musique classique. Le cercueil sort de l’église, porté par 6 personnes. Un magnifique cercueil, simple et décoré artistiquement. Dessus, un bouquet champêtre. Le cortège se dirige vers la dernière demeure d’Agnès. En tête, une fanfare.

Je vais m’asseoir à la terrasse d’un café. On vient me tenir compagnie. Les sujets de conversation: la drogue, les femmes et l’alcool… “Allé, lis-nous le dernier fragment de ton journal”, me dit l’un d’entre eux. Je regarde l’homme, droit dans les yeux. Un ‘non’ aussi bien verbal que non verbal s’en suit. Ma plume à la main, je me perds dans mon cahier. Je prends encore une photo à l’intérieur. Une question m’est posée. Ma réponse n’est d’aucune importance.

“Vous allez où maintenant?” “Jusqu’à Grammont (Geraardsbergen).” “Bonne chance, je suis curieux de savoir comment cela ira pour trouver un logis là-bas.” Un silence suit… “Avec leur esprit borné. Peut-être bien chez les étrangers”, me dit-il.

Avec ces mots en tête et un certain malaise, je quitte Zarlardinge en passant par le cimetière. La tombe d’Agnès, sa photo, sur une croix garnie de partitions. Elle a vécu avec la musique et elle est partie avec la musique. Les mots de tout à l’heure me reviennent à l’esprit. Je vais dans la mauvaise direction. J’essaie de me recentrer. Les mots ainsi que les préjugés disparaissent.

Sur le marché de Grammont je trouve facilement un logis. Le doyenné. Le doyen me familiarise avec la maison et part à son rendez-vous. Je fais ma lessive et la mets à sécher sur le gazon.

Le doyen revient un peu plus tard. “Voici la clé pour quand tu rentreras ton linge. Au cas où la porte se ferme derrière toi”, me dit-il et je remarque dans son regard un certain plaisir. Oups, je ressens une certaine gêne et fait semblant de n’avoir rien vue. Heum, je peux m’imaginer le spectacle drôle que cela est, mes petites culottes et mon soutien-gorge séchant dans le jardin du doyenné.

Je m’endors avec vue sur le clocher.

 

Verwennerij

Aalbeke

Aalbeke

Met een stevige stap, een diepe in- en uitademing verlaat ik mijn geboortestad.

Adem! Ruimte! Zucht!

Op automatische piloot wandel ik langs de Leie. Ontspanning. Ik kan ontsnappen aan de laatste regenbuien. Via Rekkem richting Aalbeke, waar ik blijf plakken in een bekend stekje, een warm nest. Het huis van Rita. Een babbel. Mijn kleurpotloden, een tekening.

Terwijl ik dit schrijf, lig ik te genieten en te relaxen in een bad met zout uit de Dode Zee. Als dat geen verwennestje is. Mijn lichaam en geest krijgen de nodige zorg. Muziek van vreemde oorden op de achtergrond. Mijn ogen sluiten. In de verte hoor ik de vogels, een koekoek.

Een week met zoveel moois is voorbij. Nagenietend en dankbaar om wat is geweest.

GPX Bestand Geluwe – Rollegem

Dorloter

Je quitte ma ville natale d’un pas ferme et en respirant profondément.

De l’air! De l’espace! Un soupir!

Je marche le long de la Lys (Leie) sur pilote automatique. Détente. Je réussi à échapper aux dernières averses. Par Rekkem, direction Aalbeke ou je m’attarde dans un endroit bien connu, un nid douillet. La maison de Rita. Une conversation. Mes crayons de couleurs, un dessin.

J’écris ceci en jouissant et en me relaxant dans un bain au sel de la mer morte. Si cela, n’est pas un nid câlin… Mon corps et mon esprit reçoivent les soins nécessaires. Musique de lieux lointains sur l’arrière-plan. Mes yeux se ferment. Au loin le chant des oiseaux, un coucou.

Une semaine vient de passer avec tant de belles choses.

Erna en Dario

Dario en Erna

Dario en Erna

Deze nacht vond ik onderdak bij Erna en Dario. Twee hartelijke mensen die elkaar hebben mogen terug vinden na een lange tijd, die veel hoogtes en laagtes kennen en die vandaag geconfronteerd worden met de onrechtvaardigheid van het systeem. Aan de muur vijf foto’s. Drie honden, één poes en hun huwelijksfoto. Binnen hun mogelijkheden hebben ze hun deur voor mij geopend en me onderdak gegeven. Voor ik hen verlaat, schenk ik hen de vier euro die ik kreeg in Lichtervelde, het weinige financiële dat ik op zak heb. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen van wie ik het heb gekregen mij hierin kunnen volgen. Ik verlaat het huis. “Draag goed zorg voor elkander”, terwijl ik naar hen zwaai. Ze steken hun hand op en wandelen samen terug naar binnen. Verderop wandel ik langs de Sint-Jacobskerk van Ieper.

Ik trotseer de regen en trek me terug onder mijn regenkap. Een stilte komt over me heen. In het domein de ‘Palingbeek’ probeer ik recht te blijven staan. De ’keikoppen’ die glad zijn geworden door de regen vragen mijn volle aandacht. Op het einde van het domein voel ik de spanning, die er gekomen is door de inspanning om niet te vallen, uit mijn lichaam verdwijnen. Rond dertien uur neem ik een pauze in de kerk van Houthem. De enige plaats op de weg waar ik droog kan schuilen. Mijn natte kleren gaan uit. Ik krijg het een beetje koud, na wat eten voel ik de energie terugkomen.

Graan-, maïs-, aardappelen-, en de frêle uitziende vlasvelden. De smalle wegen zijn bezaaid met talrijke kamillebloemen, die telkens een geur vrijlaten wanneer ik tegen hen aanloop. De eglantierrozen verliezen door de wind hun hartvormige bloemblaadjes, die neerdwarrelen op de weg. Doorweekt kom ik aan in het huis in Menen waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Aan de voordeur mijn metekind. In een haastje kunnen we elkander zien. In de wagen zit mijn broer op haar te wachten.

GPX Bestand Diksmuide naar Geluwe

GPX Bestand Geluwe naar Rollegem

Erna en Dario

Cette nuit j’ai logé chez Erna et Dario. Deux personnes chaleureuses qui se sont retrouvés après de nombreuses années. Ils connurent bien des hauts et des bas et aujourd’hui ils sont confrontés à l’injustice du système. Au mur cinq photos. Trois chiens, un chat et leur photo de mariage. Selon leurs moyens ils m’ont ouvert leur porte et donné un abri. Avant de les quitter je leur remets les quatre euros qui m’ont été offert à Lichtervelde, le peu que j’ai sur moi. Je suis persuadée que les personnes qui me les ont offerts comprennent mon attitude. Je quitte la maison. ”Prenez bien soins l’un de l’autre”, leur dis-je en les saluant. Ils me font signe de la main et rentrent ensemble.

En passant par l’église Saint-Jacques d’Ypres, je quitte la ville en empruntant les remparts. Je défie la pluie en me retirant sous mon capuchon. Un silence m’enrobe. Au domaine du ‘Palingbeek’ j’essaie de me tenir droite. Les pavées, rendues glissantes par la pluie, exigent toute mon attention. Arrivée à la fin du domaine je sens disparaitre la tension corporelle, qui c’était installée avec les efforts fait pour ne pas tomber. Vers treize heures je prends une pause dans l’église de Houthem. La seule place sur le chemin ou je peux m’abriter. J’ôte mes vêtements mouillés. J’attrape froid. Après avoir mangé je sens l’énergie revenir.

Des champs de blés, de mais, de pommes de terre, et de lin. Les chemins étroits sont parsemés de fleurs de camomille, qui exhalent leur parfum à chaque touché. Le vent éparpille sur le chemin, les feuilles en forme de cœur des églantines. J’arrive, toute trempée, à la maison ou j’ai passé vingt années de ma jeunesse, Menin. Sur le pas de la porte ma filleule. Une rencontre furtive. Dans la voiture mon frère l’attend.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.