Je kunt het

Maandagmorgen… ontwaken. Een vertikaal, wit licht schijnt op een bruine eikendeur. Dageraad.
‘Jasmine wat brengt je dag vandaag’ gaat door meheen. Ik draai me om en nestel me nog eens in de veren.
Leegte en volheid is voelbaar. Niet de leegte en volheid waarin ik me vrij voel, wel deze die me belemmert te bewegen en in beweging te komen.

De volheid van talrijke gedachten die me heen en weer slingeren en me vastzetten. De leegte van niet kunnen in beweging komen door de gedachten.

En daar voor mij ligt de weg, de weg waar ik voel en me bewust ben dat dit de enige weg is. Diep van binnen voel of hoe kan ik het benoemen ‘besta’. De weg waar mijn lijf vrij voelt. Waar mijn hart gevuld is, gevuld door ‘Liefde’ die door gans mijn lijf stroomt. Daar waar het ‘Licht’ in mij mag stromen en andere harten geraakt mogen worden. En ook al ben ik me dit bewust, ik ben me ook bewust dat daar waar ik me nu in bevind zijn redenen heeft en ik niet van weg hoef te rennen.

De laatste weken krijg ik tal van lichamelijke signalen. Een lichaam die niet ten volle stroomt. Organen die me af en toe komen wakker schudden. Samen met een manueel therapeut gaan we opzoek in het labyrint van het lichaam. Terwijl aan een andere zijde de klassieke molen van bloedonderzoek tot mri aan het draaien is, gelukkig met schitterende resultaten. Nog eentje te gaan.
Wat gebeurt is niet raar. Mijn lijf vertoont en laat voelen waar mijn Geest en Ziel niet vrij kunnen zijn. Net als de lijnen met een potlood of een blad papier, wordt de huid, getekend door het leven inwendig, kenbaar gemaakt aan de buitenzijde.

Wanneer mij wordt gevraagd hoe ik het doe op de weg omtrent hygiëne, zie ik vaak verwonderde gezichten. Niet raar wanneer men plots iets hoort die niet gekend, vanzelfsprekend of alledaags is. Neuzen worden opgetrokken, ogen worden gefronst.
Het is zo wanneer ik op stap ben, worden mijn kleren niet alle dagen gewassen. Mijn kleren krijgen een wasbeurt wanneer ik ergens een wasmachine ontmoet in een stad, ongeveer om de 14 dagen. Mijn onderbroek draag ik ongeveer een week… dit is voor velen blijkbaar onbedenkelijk.
Wel stel je voor, je leeft dag in dag uit in de natuur. Je krijgt geen viezigheid via je omgeving binnen. Je wandelt iedere dag. Je eet gezond en veel minder. Er is geen stress. Geen zweet. Geen onaangename geuren naast je. Geen gassen.
Stel je nu compleet het tegenovergestelde voor..
. Dan is dit toch zo voor de hand liggend dat je lichaam op een andere manier en veel meer zal moeten werk verzetten om de omgeving te verwerken, die je niet enkel binnenneemt via voeding, ook via je poriën. En dit verteren weegt meer en zwaarder op het lichaam.
Mijn lichaam vraagt alleszins veel meer. Een duidelijk voorbeeld is mijn haar. Op de weg was ik mijn haren om de 14 dagen, shampoo is soms zelfs overbodig. In stad is een speciale shampoo nodig en vragen mijn haren om de drie dagen om gewassen te worden. In stad camoufleren we ons met geuren, in de natuur ontvangen we geuren. Wat raakt het me dan om te zien en te horen hoe mensen onverschillig met de natuur omgaan. Dit even terzijde wat mijn lijf betreft versus omgeving.

Vorige week zat ik in de zetel en werd ik misselijk van de weinige materie die ik rond mij had. Op mijn schoot had ik mijn computer en was ik een film in elkaar aan het steken. Ik zette de computer uit. Ik voelde dat tranen aan de oppervlakte kwamen. Er was geen verdriet of pijn voelbaar… Er was geen reden, toch niet wat ik me bewust van was. Ik stelde me geen vragen en liet de tranen komen en vloeien. Het duurde een eind, de tranen kwamen van ver en diep. Ik nam toen de beslissing te gaan slapen. Want waarom zou ik me laten omringen met iets wat me misselijk maakt. In bed kwam het verdriet terug…
De ruimte voelde vreemd waardoor angst en onrust zich installeerde. Mijn handen bedekte mijn borstkas, ze voelde enorm aan. Door bewust met mijn ademhaling bezig te zijn kwam ik tot rust… viel ik in slaap. Ik had een goede nachtrust en ”s anderendaags was alles met de nacht verdwenen.

Vrijdag werd ik terug misselijk deze keer op de bus. Drie mensen, afzonderlijk van elkaar, waren luidruchtig aan het praten. Ik kon me niet afschermen. De ene persoon had ruzie aan de telefoon, bij de andere was ook onenigheid te horen, een derde keek tv waar harde woorden verder de kleine ruimte vulden. Ik vroeg aan de chauffeur naar zuurstof, de dakramen werden geopend. Afstappen van de bus nam ik de kortste weg naar huis. Een stad vol prikkeling… een parlofoon… geklop op een blokkendoos… ontevredenheid was te horen… politieke affiche… Rood… Paars… Regenboogkleuren en hoewel een regenboog harmonisch is… Was de situatie heel chaotisch, zonder harmonie… Geklingel en geklengel …
Thuis aangekomen maakte ik mijn lijf vrij van kledij… ik kon niet snel genoeg mij ontdoen van wat ik op mij had… Mijn lijf greep naar iets om te eten…. als een leeuw die uitgehongerd was en zijn prooi had gevonden… voeding… Stilletjes aan voelde ik mijn terug in evenwicht komen…er was duidelijk geen balans… ik moest gaan aarden.

Het huis waar ik momenteel in woon beperkt me in mijn vrijheid. Hier waar ik het idee had en mij ergens werd gegeven een stiltehuis op te richten.
Niet het huis opzich, wel het verouderd systeem die er al jaren aan vasthangt en waar bepaalde mensen niet uitkunnen of willen. En dat is OK voor hen, niet voor mij.
Een eind geleden kwam ik in contact met ‘la Verna’ in Gent. Een stiltehuis.
Door in aanraking te komen met deze ruimte en wat er werd gecreëerd en is, was de behoefte om hier waar ik woon, verder geen inspanning te steken in iets die vastgeroest is.
Een huis waar ik me niet vrij kan en mag voelen. Me hierin begrenzen en zorg dragen voor mezelf is even belangrijk. Niet meer met mezelf in verzet gaan door toch maar te proberen. Door trouw te blijven aan mijn lijf en signalen. De laatste maanden hebben me genoeg duidelijk gemaakt dat blijven proberen niet altijd een noodzaak is om evenwicht te creëren, integendeel. Wanneer een deur weigert te openen dan is het duidelijk dat daar mijn weg niet is.
En waarom zou ik een stiltehuis creëren wanneer er al op een paar minuten stappen van dit huis, er een prachthuis is.

Al twee dagen groeit het woord India in mijn lijf. ‘Vreemd’ gaat erdoor meheen… zou dit nu willen betekenen dat ik richting Indie wordt geroepen. India daar waar het zo overbevolkt is! Ik laat komen wat komt… Iets is zeker en blijft aanwezig… Vertrouwen… Vertrouwen dat wat zich aanbied, altijd klopt.

Straks ga ik terug op stap en werk ik verder aan de pelgrimsweg ‘de buizerd’. De papiermolen belemmert me wat, gelukkig krijg ik hulp van mensen die me omringen. Wordt vervolgd…

Boeken beperken me.

Deze morgen na het ontwaken haalde ik mijn kaarten uit.
Momenteel voel ik me werkelijk ‘in between’. De overbodige materie voelt voor mij niet goed. Mijn lijf roept naar eenvoudige neutrale niet gestileerde kledij. Ruimte. Mijn lichaam, wat al materie is vraagt naar eenvoud en puurheid. Lichaam, geest en ziel vragen naar geraakt te worden en aan te raken.
Spontaan neem ik de kaarten van de opgestegenmeesters, de engelentherapie en de Jezus kaarten van Doreen Virtue. Ik maakte contact met de kaarten en vroeg om hulp ‘Vul mijn hart en wijs me de weg’.
Spontaan nam ik de opgestegen meesters als eerste. Ik opende de kaarten in mijn hand, nam er één uit… het antwoord was duidelijk… een tweede en derde kaart was overbodig. Diep van binnen was ik niet alleen…

‘Je kunt het’ ~ Aertsengel Michael.

Bibbiena

Nog voor mijn nieuwe wandeldag begint eerst even langs de post. De rugzak wordt anderhalve kilo lichter, waw ‘anderhalve’ nooit gedacht dat ik dit woord zou gebruiken als westvloaming. 😉
Wat zomergerief en een jammer genoeg niet meer functionerende stabilisator om te filmen. Niet erg, hup naar België. Uit de vrije hand is nog zo krachtig. Het wordt meer en meer wikken en wegen in gewicht om mijn lagerug wat te sparen die me wat last bezorgt aan mijn knieschijf. Kon ik nu maar heen en terug naar mijn super osteopaat. Helaas, pindakaas.

Tot drie maal toe wil ik een richting nemen, tot drie maal toe zijn er obstakels en laat ik me leiden. OK, ik heb het begrepen. De mind mag geparkeerd worden en ik mag volgen… In wat… in het hoger, en daar vertrouw ik op. Na vier jaar pelgrimeren en naar binnen gaan in het diepste van mezelf kan het niet meer anders dan erop te vertrouwen, het is zo juist, evenwichtig.
Een paar eekhoorns huppelen, springen voor me weg. Een bruin lijf en zwarte staart, hun staart is net een schilderskwast.
Voor me twee vlinders, ze zitten elkander voortdurend achterna. De ene, ik weet niet of het het vrouwtje is of mannetje zit voortdurend het hof te maken. De vleugels gaan voortdurend open en toe, en de poep op en neer terwijl de ander er omheen fladdert. Het liefdesspel.

Een aangename weg brengt me via bossen, veldwegen en vermoedelijk een oude Romeinse weg van La Verna naar Bibbiena. Verschillende stikkers op palen zijn zichtbaar. Zelfs de stikker van ‘le chemin de Vezelay’. Vezelay (Frankrijk op de Lemovicensis, richting Compostella) is voor mij samen met Rocamadour de twee krachtigste plaatsen tot nu toe op mijn pelgrimswegen.
Zelf volg ik geen stikkers meer of vooruitgestippelde pelgrimswegen, en dit doet deugd.
Het is aangenaam om ze te volgen, omdat ze een zeker gemak met zich meebrengen. Het is o zo deugddoend mijn eigen weg te volgen en mij persoonlijke pelgrimstocht te wandelen. Werkelijk de weg die bij me hoort. Mijn leven, zonder deze te volgen van een ander. Kunnen afstappen, je losmaken van de bekende pelgrimswegen is heel verrijkend.

Rustdag

Gisterenavond en deze morgen met aangenaam gezelschap aan tafel… Francesca, Barbara, Andrea, Anna…

Het is fijn om mensen te ontmoeten waar communicatie open en mogelijk kan zijn. Wat niet altijd évident is in Italië… hoe meer naar het noorden, hoe meer het opener is.

Vandaag genoten van een dagje rust… Allé, mijn lichaam toch… vooral om niet te moeten dragen. Een babbel met een broeder en met de vrijwilligers. Een Italiaan was zelf geïnteresseerd om ‘de buizerd’ te komen wandelen… Oho… Dit werkt aanstekelijk en krijg je er zin om eraan te beginnen.

Ik kreeg te horen dat eind september de kans erin zit dat ik misschien de Alpen niet te voet zal kunnen oversteken. Ik hoop van wel. Zalig wanneer je de juiste mensen en in resonantie van tijd mag ontmoeten.

Morgen vertrek ik verder richting Bologna en nog een deel in de Apennijen.

La Verna

Na de hevige regen van gisteren is de rust terug in de natuur. De zon laat zich af en toe zien achter de wolken.
Druppels water glijden langzaam als een dominospel van het ene blad naar het andere. Sommigen zijn zo groot dat ik mezelf kan waarnemen. De rozenbottels en braambessen staan te glunderen en zijn klaar om in grootmoeders recept terecht te komen.

De dag begint stevig en langzaam opwaarts… Hoe hoger ik kom hoe meer valleien ik kan waarnemen vanwaar ik kom.
Af en toe kruis ik pelgrims die richting Assisi gaan, al fluisterend zeggen we elkander ‘Salve’, wat betekent gegroet. De flora verandert naarmate ik nader bij ‘La Verna’ kom.
Ik geniet verder van mijn weg en wat het me brengt. Dankbaar om het leven, dankbaar om wat is.

Wanneer ik hoog uit een bos kom is het zicht adembenemend en verrassend. Monte Calvano. Vreugde…
Hoe langer ik deze plaats bewonder hoe meer ik besef vanwaar ik kom en wat ik heb bereikt. Niet enkel op fysiek vlak en wat zich rondom mij afspeelt, ook mijn innerlijke weg… Tranen rollen van mijn wangen van vreugde. Ik spreid mijn armen zijwaarts en draai rond om deze bijzonder en luchtige plaats ten volle in mij op te nemen. De zin ontbreekt me om verder te stappen, tot ik in de verte gedonder en bliksem zie. Grote witte volle wolken komen dichterbij. Tijd om verder te stappen…

Aangekomen in La Verna is het wat wennen aan de luidruchtigheid van de mensen. Het is zondag. ‘Jasmine bij jezelf blijven’, gaat door meheen.
Ik krijg een plaats in het dormitorium en maak mijn nestje klaar. Wanneer ik de trap afdaal om het sanctuarium te bezichtigen, zie ik in een deuropening Luigi en Maria Pia, een verrassing… Ondertussen is het onweer dichter gekomen…regen…hagel…bliksem…donder…De goten en afvoerbuizen kunnen de hagel niet meer aan. In een mum van tijd stijgt het water op de weg, mijn voeten trotseren het ijs….brrr…
Ik denk nog even terug aan wat Luigi zei tegen Michel als we het hadden over de ‘credential’. “Zei heeft geen credential nodig, kijk wat op haar arm staat, dit is haar credential”.
Een eenvoudige zin van iemand die me van haar nog pluimen kent, die mijn tattoo zag en met een paar woorden zie wie ik ben, gewoon zonder meer. Dit moment draag ik verder in mijn hart.