Trechter

img_20190127_1328487798668381434450054.jpg

In de ‘materie’ plaatsen… De materie een woord die heel breed kan ingevuld worden. En ik heb vooral het idee dat men daar vaak een geldige reden voor zoekt en invulling aangeeft op een moment dat het ons ten goede komt en dan heb ik hier over de menselijk gecreëerde materie.

Iemand deelde me overlaatst een korte zin, “in materie daar zit het woord mater in, moeder’.

Af en toe komt deze zin terug aan de oppervlakte. Ik laat ze dan vrij rond zweven zonder ze werkelijk te willen vastnemen.
Dan verschijnt voor mijn ogen vaak het symbool van infinity of een zandloper waarin dezelfde vorm aanwezig is maar niet dezelfde beweging maakt. En als ik het dan verwoord dan komt het woord ‘trechter’ eruit.

Trechter… zo voelde het voor mij wanneer ik dichter bij België kwam.
Van de wijdse vlakken, open natuur gebieden, oneindige horizonten naar dichtgebouwde gebieden, drukke straten, beperkte vergezichten.
Van een weinig, minimale rugzak waar ik maanden met dezelfde kledij heb gewandeld.
Van twee t-shirt, een paar kousen, twee onderbroeken, een paar schoenen, een trui, een lange broek, een vest, een muts, een paraplu, een tandenborstel, een klein handdoekje, een smartphone en een thermische lakenzak naar een overvolle kleerkast, 5 paar schoenen per seizoen, ontelbare kousen en onderbroeken, garage vol materiaal. Materie die ik voor mijn vertrek al een pak had geminimaliseerd. In plaats van op een zetel maak ik nu gebruik van mijn meditatie zitkussen, van een tweemans bed naar een eenmans… met een minimum ruimte creëeren en gezellig warm maken… En toch, toch voelt het vaak nog teveel, teveel aan materie die geen noodzaak zijn om te leven. Die geen extra of meerwaarde geven aan wat men in essentie nodig heeft.
De steden zijn er overvol nutteloos meegevuld.

En hoe meer ik hierin leef en mee omringd ben, hoe meer het me duidelijk wordt dat in de ‘materie’ plaatsen voor mij niets te maken heeft met de tastbare materie.

Wel… dat wat ik mag ontvangen, gewaarworden in de vertikale richting dit mag gaan neerzetten op moederaarde. En dat is voor mij ‘materie’.
In verbinding en in evenwicht hierin staan en verder delen in verbondenheid.

Hierin ben ik nog wat onwennig en onzeker, het komt en daar vertrouw ik op… dien ik me nog eerst door het middelpunt te begeven. En op lichamelijk vlak is dit goed voelbaar.

 

Overstijgen

Daglicht. Ontwaken. Geen kast meer te bespeuren. Alleen een lege muur. In de hoek staat een rode rugzak. Mijn kleerkast, en mijn compagnon voor het komende jaar.

Het leegmaken van mijn huis, de verhuis, het loslaten van materie… Ik heb het onderschat. Het was niet zomaar: hup, alles bij elkaar rapen en wegwezen. Het was stilstaan. Bewust kijken naar alles wat ik in mijn handen nam. Op tafel stond een kleine leren valies. Ik noem het mijn Mary Poppins-valies. Of de valies van Jozefien, l’Ange Gardien. Dat laatste past misschien nog beter bij mij.

Een tovervalies.

Mijn Mariabeeld, rozenkwarts, mijn pendelaar, verschillende paternosters…en nog zoveel meer van mijn kleine altaar verdwijnen erin.

Mijn handen rusten op de valies. Een stem in mijn hoofd zegt: “Als je terugkomt, zal dit het enige zijn wat je nodig hebt.” Hmm… Ik laat het voor wat het is.

Het proces van verhuizen was voelbaar tot in mijn organen. Van ophouden – constipatie – naar loslaten – diarree – naar ontgiften. Een lichaam dat zich losmaakt van ballast. Hoe dichter ik bij mijn vertrek van 1 april kwam, hoe vrijer en ruimer mijn lichaam begon te voelen.

Nu begrijp ik waarom ik toen in Rocamadour niet kon blijven. Het was nog niet het juiste moment. Nu kan ik zeggen: Ja. Ik kan.

De tijd vóór mijn vertrek voelde niet als een voorbereiding op mijn tocht van vandaag, maar als een losmaken. Een overstijgen van wat was.

Een nieuw begin.

Lumière du jour. Éveil.

Plus d’armoire à l’horizon. Seulement un mur vide. Dans un coin repose un sac à dos rouge. Ma garde-robe… et mon compagnon pour l’année à venir.

Vider ma maison, déménager, me détacher de la matière… J’avais sous-estimé ce processus. Ce n’était pas simplement : hop, tout rassembler et partir. C’était s’arrêter. Prendre le temps de regarder consciemment chaque chose que je tenais dans mes mains.

Sur la table se trouvait une petite valise en cuir. Je l’appelle ma valise Mary Poppins. Ou la valise de Jozefien, l’Ange Gardien. Ce dernier nom me correspond peut-être encore davantage.

Une valise magique.

Ma statue de Marie, du quartz rose, mon pendule, plusieurs chapelets…et tant d’autres objets de mon petit autel y trouvent leur place.

Mes mains se posent sur la valise. Une voix dans ma tête murmure :

« Quand tu reviendras, ce sera la seule chose dont tu auras besoin. »

Hmm…Je laisse ces mots là où ils sont.

Le processus du déménagement s’est fait sentir jusque dans mes organes. Du retenir – la constipation – au lâcher-prise – la diarrhée – jusqu’à la purification. Un corps qui se libère de tout ce qui l’alourdit.

Plus le 1er avril approchait, plus mon corps se sentait libre, plus l’espace s’ouvrait en moi. Je comprends maintenant pourquoi je ne pouvais pas rester à Rocamadour à ce moment-là. Ce n’était simplement pas encore le moment juste. Aujourd’hui, je peux dire : Oui. Je peux.

Le temps qui a précédé mon départ ne ressemblait pas vraiment à une préparation au voyage qui commence aujourd’hui. C’était plutôt un détachement. Un dépassement de ce qui était.

Un nouveau commencement.