Speels

L1016548

Wachtebeke

Heel ver hoor ik de stem van een klein meisje, Leontien. Zachtjes ontwaak ik uit een droom. Ik zie nog een beeld voor me. Het reanimeren van een piepkleine kikker waarbij ik zijn twee armpjes op en neer bewoog. Hmm, een prins, een prinses!

Met de energie van het kind-zijn start ik deze nieuwe dag. Mijn rugzak voelt vederlicht. De speelsheid is voelbaar. Ergens langs het water in Moerbeke sta ik te praten met Danny. De gespreksonderwerpen lopen vloeiend in elkaar over. Van energie, naar Vipassana, naar Willem Vermandere, naar lichaamswerk. Leunend over een deurtje delen we onze visie, ervaringen en gevoelens. Wat verder wandel ik via een dreef en kom ik langs velden en tussen lanen populieren. Paard en koets komen in mijn richting. Een wederzijdse glimlach, een goede dag. De dazen vliegen om me heen. “Ahhrrr, laat me met rust”, roep ik hen toe. Hoe meer ik me erger, hoe vervelender ze worden. Ik zie het beeld van een paard voor me, voortdurend flapperend met de oren. De dazen komen telkens terug. Ik probeer het tegenovergestelde. Geen ergernis, geen wegjagen. Ontspanning komt. Dazen verdwijnen. Yes, het lukt!

In de vroege namiddag kom ik aan in domein Puyenbroeck. Een klimparcours. Het brengt me op een idee. Ik bel Tineke, een vriendin. Een uitgebreide picknick. Laat in de namiddag probeer ik als een aapje te blijven hangen in het klimparcours. Ik zeg wel proberen. Om achttien uur voel ik terug de kriebels om te stappen. Samen met Tineke en haar zoon Janus stap ik het domein verder in. Een uur later heb ik door dat we in een rondje aan het wandelen zijn. Met meerdere wandelen is toch anders. Janus, een natuurvriend, plukt nog wat kamillebloemen voor de thee. Mijn weg neemt een andere wending en eindigt in Heusden in plaats van Lochristi. Mijn rugzak werd vandaag gevuld met deze speelse, luchtige dag voor kinderen groot en klein.

GPX Bestand Moerbeke – Laarne 

Espiègle

Au loin, j’entends la voix d’une petite fille. Je m’éveille sortant lentement d’un rêve. Je vois encore une image devant moi. La réanimation d’une toute petite grenouille dont j’agite les deux bras…..hmm un prince, une princesse!

Avec l’énergie de l’enfance j’entame ma journée. Mon sac à dos a le poids d’une plume. L’espièglerie est tangible. Quelque part le long de l’eau à Moerbeke je parle avec Danny. Notre conversation se déroule paisiblement. D’énergie, à Vipassana puis à Willem Vermandere en passant par ELW. Accoudés à une porte nous partageons nos points de vue, nos expériences et nos sentiments. Un peu plus loin, je traverse une allée pour rejoindre plus tard les champs et une allée bordée de peupliers. Cheval et calèche viennent à ma rencontre. Un sourire réciproque et un bonjour. Les taons me volent autour des oreilles. “Aaaah, laissez-moi tranquille”, leurs criai-je. Au plus ils m’irritent, au plus ils deviennent fastidieux. Je vois l’image d’un cheval devant mes yeux, il bat continuellement des oreilles. Les taons reviennent continuellement à l’attaque. J’essaie le contraire. Pas d’irritation, pas de chasse. La détente s’installe. Les taons s’éclipsent. Yes, ça marche!

En début d’après-midi j’arrive au domaine de ‘Puyenbroeck’. Un sentier d’escalade. Cela me donne une idée. J’appelle Tineke, une amie. Un vaste pique-nique. Tard dans l’après-midi j’essaie de rester pendue comme un petit singe le long du parcours d’escalade. Je dis bien j’essaie. Vers dix-huit heures l’envie de marcher me reprend. En compagnie de Tineke et Janus j’entre plus profondément dans le domaine. Une heure après je me rends compte que nous tournons en rond. Voyager à plusieurs est quand même tout autre chose? Janus, un ami de la nature, cueille quelques fleurs de camomille pour le thé. Mon parcours prend une autre tournure et je termine ma journée à Heusden au lieu de Lochristi. Mon sac à dos était rempli d’espièglerie et de moments au cœur léger pour petits et grands.

Leontien

L1016494-2

Reynaert de Vos

Huisnummer dertig. Het klooster, de plaats waar ik de sleutel mag halen voor een bezoek aan de Sint-Jacobskerk. Verlaten. De zusters zijn een jaar geleden vertrokken, hoor ik vertellen. Hoewel mijn nacht redelijk was, voel ik me moe. Mijn rugzak voelt zwaar. De fysieke barometer van de pelgrim.

Richting de Nederlandse grens, Koewacht, de buurt van Reynaert de Vos. Met enkel een peperkoek, een sinaasappel en een appelsap als ontbijt deze morgen, begint mijn maag al gauw te knorren. Een vrouw komt aan met haar fiets. Ik vraag of ze me kan helpen met een boterham. “Nen boterham?”, ze kijkt me verbaasd aan. “Tis goe, kgoan joan ene kleiremoake”, en ze komt na vijf minuten terug met één boterham met salami. Ik kan terug wat verder. Een half uur later. Net voor Koewacht vraag ik aan een andere vrouw nog een boterham. Erna is haar naam. Twee boterhammen met kaas. Haar buurman, Guy, komt juist naar buiten wanneer ik verder wil stappen. Hij hoort dat ik naar de Sint-Jacobskerk ga. “Dit is geen Sint-Jacob-de-Meerderekerk hé!” ”Eh, wat bedoel je?” “De kerk is een Sint-Jakob-de-Mindere.” Dat was me onbekend. Guy gaat met me mee tot aan de kerk en geeft me de mogelijkheid om ze te bezoeken. Sint-Jacob-de-Mindere of de jongere of de rechtvaardige. In tegenstelling tot de Meerdere was hij geen apostel. Met andere woorden er zijn zeventien Sint-Jacob-de-Meerderekerken in Vlaanderen.

In de natuur op Nederlands grondgebied via het Pereboomwandelpad. De vermoeidheid is voelbaar aanwezig in mijn benen. ’s Avonds kom ik aan in Moerbeke bij Philip, Rosanne en Leontien. Leontien, de jongste ontmoeting op mijn weg, mag in september voor het eerst naar school.

GPX Bestand Kemzeke – Moerbeke

Léontien

Adresse, numéro 30. Le couvent, l’endroit où je peux aller chercher la clé pour visiter l’église. Abandonné. J’entends dire que les sœurs sont parties voilà un an. Bien que ma nuit fut bonne, je me sens fatiguée. Mon sac à dos pèse lourd. Le baromètre physique du pèlerin.

Direction frontière Néerlandaise, Koewacht, le quartier de ‘Reynaert le Renard’.

Avec seulement un morceau de pain d’épices, une orange et un jus de pommes comme petit déjeuner ce matin, mon estomac se met à gargouiller. Une femme à bicyclette arrive.

Je lui demande si elle peut me donner une tartine. “Une tartine…!?” Elle me regarde étonnée. “C’est bon, je vais t’en préparer une.” Elle revient cinq minutes plus tard avec une tartine garnie de salami. Je suis capable de continuer un peu plus loin. Une demi-heure après. Juste avant Koewacht, je demande à une autre femme pour avoir une tartine. Elle s’appelle Erna. Deux tartines au fromage. Son voisin, Guy, sort juste quand je m’apprête à partir. Il entend que je me rends à l’église Saint-Jacques. “Celle-ci n’est pas une église de Saint-Jacques-le-Majeur, hein.”  “Euh, qu’est-ce que tu veux dire?” “C’est une église de Saint-Jacques-le-Mineur.” C’était inconnu pour moi. Guy m’accompagne jusqu’à l’église et me donne la possibilité de la visiter. Saint-Jacques-le Mineur ou le jeune ou le juste. Contrairement au Majeur, celui-ci n’est pas un apôtre. Autrement dit, il y a dix-sept églises Saint-Jacques-le-Majeur en Flandres.

Dans la nature et à travers le Pays Bas par le chemin ‘Pereboomwandelpad’. Dans mes jambes la fatigue se manifeste. Le soir j’arrive à Moerbeke chez Philip, Rosanne et Léontien. Léontien m’a plus jeune rencontre sur la route. Au mois de septembre elle ira à l’école pour la première fois.